Infographic over huid-op-huidcontact met pasgeborene: zo doe je het veilig

Kind & Zorg heeft samen met de organisaties van kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen en verpleegkundigen een infographic gemaakt over veilig huid-op-huidcontact tussen ouders en pasgeborenen. De infographic is bedoeld voor zowel ouders als voor zorgverleners die ze begeleiden.

Huid-op-huidcontact is belangrijk voor de binding tussen ouder en kind, maar kan ook tot onveilige situaties leiden. De infographic geeft aan hoe het contact veilig kan plaatsvinden zonder het hechtingsproces te verstoren.

Meest veilige houding

Zo laat de infographic zien welke houding het meest veilig is. Ook waarschuwt de infographic dat huid-op-huidcontact onverstandig is als je slaperig of suf bent, en dat je niet moet laten afleiden door je telefoon.

De infographic maakt deel uit van een nieuwe leidraad van de NVK voor zorgverleners over veilig huid-op-huidcontact. Stichting Kind & Zorg was bij de totstandkoming betrokken.

Ga naar de pagina van de leidraad op de NVK-website om de infographic te downloaden:

Naar de Leidraad Preventie Plotselinge Onverwachte Postnatale Collaps (POPC) en de infographic

 

Muziek vermindert stress bij te vroeg geboren baby’s én hun ouders

Minder stress en een betere ontwikkeling van de baby, maar ook minder angst en zorgen bij de ouders. Dat zijn de effecten van muziektherapie voor te vroeg geboren baby’s op de intensive care voor pasgeborenen (NICU). Kinderarts in opleiding en onderzoeker Hanneke van Dokkum promoveerde op het onderwerp.

Luisteren naar ruisende oceaangeluiden, naar zachte tikjes die lijken op de hartslag van de moeder of naar een slaapliedje. De te vroeg geboren baby’s op de NICU van het UMC Groningen (UMCG) zijn ermee geholpen.

“We zien dat baby’s kalmer worden. Het verlaagt de stress,” legt Hanneke van Dokkum uit, kinderarts in opleiding en onder zoeker bij het UMCG. “Dat heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van hun brein.”

Problemen voorkomen

Belangrijk, want vroeggeboorte heeft grote gevolgen voor de neurologische ontwikkeling van het kind, zowel op korte als langere termijn. Van Dokkum: “Hoe meer stress je als baby doormaakt, hoe groter het risico op bijvoorbeeld gedrags- of motorische problemen op latere le eftijd. Dat wil je liever voorkomen.”

In het promotie-onderzoek van Van Dokkum speelde een muziektherapeut in zes sessies van een kwartier muziek, klanken en liedjes aan het bed van de baby. Ook de ouders waren daarbij aanwezig. Van Dokkum deed voor- en nametingen naar onder andere hartslag, het zuurstofgehalte in het bloed  en motoriek.

“We zien dan dat de kwaliteit van de bewegingen verbetert en dat de muziek een positief effect heeft op de activiteiten van het brein.”

“Ouders schuiven door de therapie hun angst even opzij en genieten van het contact met hun baby”

Van Dokkum onderzocht ook de effecten van muziektherapie op de ouders. Aan de hand van vragenlijsten vergeleek ze groepen moeders van te vroeg geboren baby’s die wel en geen muziektherapie hadden gehad.

“Ouders zijn angstig en bezorgd over hoe het met hun baby gaat. In ons onderzoek zien we dat moeders die wel muziektherapie krijgen beter met hun angst kunnen omgaan. Ze hebben door de therapie geleerd hun angst even opzij te schuiven en te genieten van het contact met hun baby.”

De muziektherapie bevordert het ouder-kind contact, zegt Van Dokkum. “We bieden de muziek vaak aan tijdens het buidelen. Dat is een echt ouder-kind moment waarbij je je kind even vasthebt, ondanks dat het aan allerlei slangen vastzit.”

Niet-verzekerde zorg

De uitkomsten van de muziektherapie zijn zo overtuigend dat Van Dokkum graag zou zien dat muziektherapie standaardzorg zou worden op iedere NICU. Dat is niet zomaar geregeld, beseft ze.

“Dit is niet-verzekerde zorg. Zorgverzekeraars kijken vooral naar harde uitkomsten zoals kortere opnametijd, sneller ziekenhuisontslag en minder complicaties bij de baby. Dat zijn uitkomstmaten waar muziektherapie geen invloed op heeft.”

Om toch muziektherapie te kunnen inzetten, kan het helpen creatief met de beschikbare geldstromen om te gaan, stelt ze.

Pedagogische zorg

“Sommige ziekenhuizen labelen muziektherapie bij prematuren bijvoorbeeld als pedagogische zorg, daar is vaak wél budget voor. En je hoeft geen veertig uur muziektherapie per week te geven. Begin eerst met een dagdeel, en bouw het daarna rustig op. Eén ding weet je zeker: baby’s en ouders zijn ermee geholpen.”

Spierziekte SMA per 1 juni toegevoegd aan hielprikscreening

Sinds 1 juni is de spierziekte SMA (spinale musculaire atrofie) toegevoegd aan de neonatale hielprikscreening. SMA is een ernstige aangeboren spieraandoening, die kan leiden tot verlamming en overlijden. Elk jaar wordt de ziekte bij vijftien tot twintig kinderen vastgesteld.

Door SMA vroeg op te sporen, kan de behandeling binnen een paar weken na de geboorte starten. Dit levert gezondheidswinst op voor kinderen met SMA die na eind mei 2022 worden geboren. De behandeling werkt beter als er nog geen symptomen zijn opgetreden.

SMA is een progressieve ziekte; de schade die SMA veroorzaakt is onherstelbaar. Hoe eerder de aandoening wordt ontdekt, hoe groter de kans dat schade kan worden voorkomen.

Oplettendheid belangrijk

Dat SMA nu deel uitmaakt van de hielprikscreening betekent niet dat deze ziekte voortaan altijd wordt opgemerkt, benadrukt AJN Jeugdartsen Nederland richting haar achterban.

“Er is een (naar verwachting kleine) kans dat een pasgeborene in de screening gemist wordt. En voor alle kinderen die nog vóór eind mei 2022 zijn geboren, geldt dat ze niet in de screening op SMA zijn meegenomen. Oplettendheid van artsen die kinderen zien met klachten die kunnen wijzen op SMA blijft daarom belangrijk”, aldus de AJN.

Uitbreiding

De toevoeging van SMA maakt deel uit van een uitbreiding van de hielprikscreening met in totaal twaalf aandoeningen (van negentien in 2017 naar uiteindelijk 31). Van die twaalf zijn er nu zes toegevoegd. Rond de introductie van de overige zes geplande aandoeningen moet nog nader onderzoek plaatsvinden voordat ze ook aan de hielprikscreening kunnen worden toegevoegd, zo schreef staatssecretaris Maarten van Ooijen onlangs aan de Tweede Kamer.

Wat is hielprikscreening?

De neonatale hielprikscreening houdt in dat alle pasgeboren baby’s in Nederland in de eerste week een hielprik aangeboden krijgen. Het afgenomen bloed wordt onderzocht op een aantal ernstige, zeldzame aangeboren afwijkingen.

Kind & Ziekenhuis is betrokken bij de uitbreiding van de hielprikscreening.

Geboortezorg: Meer aandacht voor leefstijl en sociale omstandigheden

Er is in de geboortezorg meer aandacht nodig voor leefstijl en sociale omstandigheden van gezinnen. Dat was de belangrijkste uitkomst van het in december 2020 verschenen RIVM-onderzoek Beter weten, een beter begin naar de stagnerende daling van de babysterfte in Nederland. Overgewicht, obesitas en sociaaleconomische factoren zijn de belangrijkste risicofactoren voor sterfte rond de geboorte.

Aanleiding voor het onderzoek waren de verontrustende cijfers van de afgelopen jaren over de babysterfte in Nederland. Terwijl het aantal pasgeborenen dat rond de geboorte overlijdt in het afgelopen decennium sterk daalde, stagneerde deze trend vanaf 2015. De laatste jaren is er zelfs weer sprake van een lichte stijging.

Die toename is verontrustend, omdat de geboortezorgpartijen (onder meer de verenigingen van gynaecologen, verloskundigen en kinderartsen) sinds 2009 intensief met elkaar en met de overheid samenwerken om de babysterfte in Nederland terug te dringen. Destijds bleek het Nederlandse cijfer veel hoger te liggen dan dat in andere westerse landen. Het RIVM-rapport markeert daarom een belangrijk moment in de geboortezorg, hoewel het door de coronacrisis weinig aandacht kreeg in de media.

Het kabinet vroeg het RIVM uit te zoeken wat de oorzaken zijn van de stagnerende daling en recente stijging. De verandering in de cijfers blijkt niet zozeer te maken te hebben met kenmerken van de moeder en de geboortezorg, vond het RIVM uit, zoals leeftijd van de moeder, inleidingen tijdens de bevalling, de overdracht naar de het ziekenhuis of het uur van de geboorte. Deze risicofactoren namen in de afgelopen jaren niet in belang toe.

Leefstijl en afkomst

Anders blijkt dat te liggen als het gaat om risicofactoren rond leefstijl en afkomst. Zo stijgt in Nederland het aantal vrouwen tussen de 25 en 45 jaar met overgewicht en obesitas. Ook neemt het aantal geboortes toe in de groep vrouwen van Aziatische en Afrikaanse herkomst, waaronder asielzoekers en statushouders. Ook stelde het RIVM vast dat sociaal-economische factoren nog steeds een belangrijke rol spelen. Er is sprake van een hogere babysterfte in achterstandswijken in grote steden, maar ook in krimpregio’s. Onder meer armoede, taalachterstand en laaggeletterdheid zijn van invloed.

De geboortezorgpartijen gaan het rapport gebruiken als een belangrijke impuls voor kwaliteitsverbetering en verbreding van de ingezette koers. Ze gaan aan de slag met de verbetervoorstellen, zoals meer samenwerken met organisaties in het sociale domein. Dit jaar komen ze gezamenlijk met een verdere uitwerking. Daarin nemen ze ook mee de resultaten van de midterm review van de strategische agenda van de geboortezorg en de resultaten van de evaluatie van de Zorgstandaard (zie kennisnetgeboortezorg.nl).

College perinatale zorg

Het College Perinatale Zorg (CPZ), het orgaan waarin de geboortezorgpartijen  samenwerken, stelde in december 2020 al dat verbreding naar het sociale domein inderdaad prioriteit moet krijgen. Hester Rippen, directeur van Kind & Ziekenhuis, heeft namens de Patiëntenfederatie zitting in het bestuur van het CPZ. In het bestuur vertegenwoordigt zij het perspectief van kind en ouders en bevordert ze kind- en gezinsgerichte zorg rond de geboorte.

Magazine Kind & Zorg | Juni 2021

Het Fam communicatiebord van het Elisabeth-TweesSteden Ziekenhuis (ETZ)

Sinds vorig jaar wordt er op elke kraam- en neonatologiesuite van de Moeder en Kindafdeling gewerkt met een communicatie bord, het zogenaamde Fam communicatiebord. Fam is de naam van het Moeder en Kind centrum in het ETZ, waarbij Fam staat voor Familie of gezin. Binnen het moeder en kind centrum werken wij volgens de visie Family Centered & Integrated care (FC&IC). In het kort betekent dit, dat het gezin centraal staat en dat het gezin zelf op een verantwoorde manier de regie mag nemen in het zorgproces. Het gezin blijft ten altijd bij elkaar en de zorg wordt steeds met de patiënt of het gezin afgestemd. De wens van het gezin is leidend binnen de kaders van veilige zorg. Belangrijke items binnen deze visie zijn: respect en gelijkwaardigheid, voorlichting, participatie en samenwerken.

Het Fam communicatiebord is een hulpmiddel om de zorg inzichtelijk te houden voor het hele zorgteam, waarvan ouders deel uit maken. Het Fam communicatiebord wordt door het gezin en alle andere betrokken zorgverleners ingevuld en bijgehouden. Wanneer het Fam communicatiebord continu wordt bijgewerkt geeft dat in één oogopslag weer, welke afspraken er zijn gemaakt, welke informatie is gegeven of in hoeverre ouders participeren in de zorg voor hun kind.

Zorgteam

Het Fam communicatiebord is gebaseerd op de 4 items van FC&IC. Hier volgen enkele voorbeelden hoe deze items zijn geïntegreerd in het Fam communicatiebord:

Ouders worden gezien als belangrijke leden van het zorgteam. De namen van ouders worden onder de kop zorgteam gezet samen met de namen van andere betrokken disciplines. Hierdoor wordt zichtbaar, dat ouders onmisbaar zijn binnen het zorgproces. Zo wordt uitgedragen dat ouders op een gelijkwaardige wijze mee mogen denken in het zorgproces. Dit item valt onder samenwerken, participatie en gelijkwaardigheid.

Daarnaast wordt bij opname aan ouders gevraagd hoe ze aangesproken wensen te worden. Vaak kiezen ouders hun voornaam, omdat ze het fijn vinden gewoon bij hun voornaam genoemd te worden. Hun voornamen worden genoteerd op het bord. Dit item valt onder respect en gelijkwaardigheid.

Verzorging door ouders

Tijdens de opname worden ouders stap voor stap voorbereid op het zelfstandig verzorgen van hun kind. Op het Fam communicatiebord staan items weergegeven wat ouders allemaal zelfstandig kunnen doen en leren in de verzorging van hun kind. De items kunnen allen op 3 niveaus worden afgetekend, informatie gehad, onder begeleiding gedaan en zelfstandig doen. Op deze wijze worden ouders actief in het zorgproces van hun kind betrokken en is het voor ouders duidelijk wat ze kunnen doen en leren. Zorgverleners hoeven niet continue te vragen wat ouders al wel en niet zelfstandig doen. Dit item valt onder participatie.

Het Fam communicatiebord is een gewaardeerde innovatie voor zowel het gezin als zorgverleners. Het geeft hen beide in- en overzicht in het zorgproces ten aanzien van informatie, naamgeving, voeding, afspraken en ouderparticipatie. Het voorkomt onnodig vragen stellen en het helpt zorgverleners de visie FC&IC uit te dragen. Daarnaast leent het Fam communicatiebord zich om handelingen en gesprekken te plannen. Hierdoor worden zowel ouders als zorgverleners herinnerd aan deze planning en werkt het Fam communicatiebord als een geheugensteun.

Zowel ouders als andere zorgverleners kijken met een tevreden gevoel terug op deze innovatie.  Dit heeft ertoe geleid dat er op de afdeling verloskunde inmiddels ook op elke verloskamer een Fam communicatiebord hangt. Deze is uiteraard afgestemd op het verblijf in een verloskamer, op de behoefte van het (toekomstige) gezin en op de betrokken zorgverleners op de afdeling verloskunde.

Ook voor het Fam kraamhotel binnen ons Moeder en Kind centrum zijn wij momenteel een afgestemd Fam communicatiebord aan het ontwikkelen. Indien mogelijk zullen we daarna dit ook gaan ontwikkelen voor de afdeling kindergeneeskunde.

Groet Godelief van den Aker

Winnaar kinderverpleegkundige `Family Integrated Care` 2019

Wil je meer informatie? Neem dan contact met mij op via g.vandenaker@etz.nl.

 

 

 

Helende klanken voor te vroeg geboren baby’s

Met gitaar en stem rust bieden aan te vroeg geboren baby’s op de NICU Intensieve zorgafdeling van het Universitair Medisch Centrum Groningen, dat is wat de Anne-Greet Ravensbergen het liefst doet. Tussen medische apparatuur en couveuses brengt deze 26-jarige muziektherapeut rust en ontspanning waarbij er even niet gedacht hoeft te worden aan leven en dood en wel of niet aanslaande behandelingen, maar waarbij alles even vergeten mag worden. In de documentaire Muziek voor de Allerkleinsten zal Anne-Greet op de voet worden gevolgd door documentairemaakster Sammie Leermakers.

Op de NICU (Neonatal intensive Care Unit) van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) krijgt een veel te vroeg geboren baby de tijd om te groeien en zich te ontwikkelen, tijd die het in de buik niet kreeg. Maar waar je de rust van een babykamer zou verwachten is het op de afdeling druk en chaotisch. Door te kijken naar het kindje in de couveuse past muziektherapeute Anne-Greet tijdens haar muziektherapiesessies de livemuziek voortdurend aan, en met effect. “Hun saturatie stijgt, de hartslag verbeterd en soms verschijnt er een klein glimlachje op de lippen. Daar doe je het voor,” stelt ze. Deze therapeutische behandeling is een van de weinig vormen waarbij een kindje niet aangeraakt hoeft te worden. Het levert dus geen extra stress op. Het UMCG is tot nu toe het enige ziekenhuis in Nederland waar te vroeg geborenen muziektherapie kunnen krijgen.

Documentairemaakster en cameravrouw Sammie Leermakers (23) studeert dit jaar af aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht met haar documentaire Muziek voor de Allerkleinsten. Sammie focust zich op kleine, kwetsbare en persoonlijke onderwerpen waar een kleine groep mensen weet van heeft. “Baby’tjes hebben me altijd al geraakt,” vertelt Sammie. “Vroeger wilde ik dan ook kraamverzorgster worden. Het leek mij zo mooi, met kleine handelingen de start van het leven op gang helpen. Maar toen ik voor het eerst een camera in mijn handen hield, maakte mijn hart ook een sprongetje. Vanaf toen heb ik de keuze gemaakt om vol in het film-maken in te duiken. Toen ik tijdens het tv-kijken de beelden van Anne-Greet op de NICU zag werd ik meteen geraakt. Dit is het type verhaal waarnaar ik op zoek ben. En met deze documentaire komen beide interesses ook nog eens samen.”

Ze vult aan: “Toen ik Anne-Greet voor het eerst zag spelen stond mijn wereld voor even stil. Het zitten met een gitaar naast de couveuse was een ongewoon beeld maar tegelijkertijd was het zo mooi en zo simpel. Het voelde alsof ik iets speciaals had meegemaakt. Een bijzondere ervaring, een ervaring die ik wil laten groeien tot een verhaal dat gezien moet worden.”

In Muziek voor de Allerkleinsten neemt Sammie de kijker mee op de couveuseafdeling van het UMCG. De documentaire laat kijkers deelnemen aan de therapiesessies van Anne-Greet en de muziektherapeute volgen haar in haar gesprekken met ouders en collega’s. Welk effect denkt Anne-Greet met haar muziek te hebben op baby’s op de korte en lange termijn? En hoe kan muziektherapie in haar ogen een eigen plekje krijgen in de nationale behandeling van te vroeg geborenen?

Sammie: “Samen kunnen we dit kindje laten groeien.”

Muziek voor de Allerkleinsten wordt een muzikale, poëtische documentaire waarin muziek aantoont voor de verlichting van een toekomst te zorgen en waarin de wereld van de couveusekinderen en die van de grotemensenwereld elkaar kruisen. De muziek gaat het communicatiemiddel in de film zijn en er gaat weinig gesproken worden. Een bijzondere vorm maar ook een logische keuze aangezien baby’tjes zich nog niet kunnen uiten in woorden en ouders niet via woorden met het kersverse kindje kunnen communiceren. Baby’tjes kunnen al in de buik klanken en stemmen horen wat na de geboorte voor herkenning en geborgenheid zorgt.

Sammie Leermakers: “Natuurlijk zal het voor sommige ouders ook moeilijk zijn om deze documentaire te zien, maar ik hoop ze juist hiermee ook steun te kunnen bieden. Dat ik hen, en hun omgeving, kan laten zien dat er ook mooie momenten zijn op een afdeling als de NICU die je kan koesteren. Deze vorm van muziektherapie heeft helende krachten en kan op veel meer afdelingen toegepast worden dan nu alleen in Groningen.”

Crowdfundingscampagne

Sammie is een crowdfundingscampagne gestart om de documentaire te kunnen bekostigen: “Een film maken kost geld en dit kan ze niet alleen.” Op www.cinecrowd.nl/muziek-voor-de-allerkleinsten zie je dat deze mooie en bijzondere documentaire inmiddels gerealiseerd kan worden!

Meer informatie?

Neem een kijkje op de website

Volg de documentaire op Facebook

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Midterm review gepubliceerd: de strategische agenda van de geboortezorgpartijen onder de loep

De midterm review is het resultaat van een intensief traject waarin de geboortezorgpartijen en het College Perinatale zorg (CPZ) de eigen strategische agenda hebben geëvalueerd. Een belangrijk moment, want de helft van de looptijd van de strategische agenda is verstreken.

Veel gebeurd maar nog niet klaar

De geboortezorgzorgpartijen hebben in deze midterm review vastgesteld dat er ontzettend veel is gebeurd in de integrale geboortezorg en dat de geboortezorg met recht een voorloper is op het gebied van netwerkzorg. Maar er is ook vastgesteld dat we er nog niet zijn. In de transitie naar integrale geboortezorg zijn nog niet alle hobbels genomen, ook in de komende jaren gaat het bij de invoering van integrale geboortezorg nog over complexe vraagstukken die integraal en in samenhang moeten worden opgepakt.

Ambitie

De strategische agenda is destijds zeer ambitieus opgesteld. Deze halftijdse evaluatie laat zien dat de agenda voor koers en energie heeft gezorgd, voor voortgang en progressie.

Het evaluatieproces heeft voor hernieuwd elan en eigenaarschap gezorgd, bij alle deelnemende partijen. Vastgesteld is dat een aantal doelen nog niet voor 2023 behaald zullen zijn, ook niet kúnnen zijn, maar ook dat de koers van de agenda houvast geeft om de integrale geboortezorg tot 2023 verder te ontwikkelen en implementeren.

Doelen

In de evaluatie wordt specifiek bij elke ambitie uit de strategische agenda stilgestaan. Deelambities en resultaten worden nauwgezet benoemd. Daarnaast is het review van het belang van preventie, de stem van de cliënt, de lessen van corona en de noodzaak om het thema technologie groter te maken. De complexiteit van het huidige landschap, in samenhang met actuele vraagstukken als capaciteit, slagkracht en organisatie, maken een integraal plan nodig voor het tijdperk vanaf 2023.

Download midterm view

Bron: College Perinatale Zorg

Het Sophia Moeder en Kind Centrum; hoe eerder beter, hoe beter

In de meeste gevallen eindigt een zwangerschap met de geboorte van een gezond kind. Maar zo’n 10% van de kinderen heeft helaas geen goede start. Er overlijden nog steeds 3 baby’s per dag*. Doordat ze veel te vroeg geboren zijn, maar ook door aangeboren afwijkingen of een te laag geboortegewicht. Andere baby’s redden het gelukkig wel, maar hebben intensieve zorg nodig voor de beste kans op een gezonde toekomst.

In het Moeder en Kind Centrum in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis zijn alle disciplines aanwezig om complexe zorg aan moeder en kind te leveren. Zo wordt bijvoorbeeld op de afdeling Neonatologie gezorgd voor te vroeg geboren kinderen vanaf 24 weken zwangerschap. Naast de zorg voor het kind is ook het begeleiden van de ouders een belangrijke taak.

Hoe eerder beter, hoe beter

Arie Franx, hoogleraar Verloskunde in het Sophia Moeder en Kind Centrum: “De beste start voor moeder en kind begint niet pas bij de geboorte, maar al bij de zwangerschapswens. Er bestaat inmiddels veel kennis over het feit dat gezond zwanger worden sterk bepalend is voor de levenslange gezondheid van een kind. Daarbij zijn de ontwikkeling en groei in de baarmoeder, zelfs al in de eerste weken van de zwangerschap, zeer bepalend. Tot voor kort was het pas na de geboorte mogelijk om kinderen te behandelen. Door voortschrijdende medische kennis en technologische innovaties kunnen steeds meer aandoeningen tegenwoordig al vóór de geboorte vastgesteld en behandeld worden, met betere vooruitzichten voor de algehele gezondheid van een kind.”

Foetale therapie in het Sophia

Aangeboren afwijkingen, groeivertraging in de baarmoeder en vroeggeboorte zijn belangrijke oorzaken voor sterfte en ziekte bij pasgeboren baby’s. Of kunnen leiden tot ernstige handicaps met levenslange gevolgen. Voor een aantal aangeboren afwijkingen is aangetoond dat behandeling tijdens de zwangerschap voor betere kansen na de geboorte kan zorgen. Voorbeelden hiervan zijn kinderen met een open rug, of een gat of breuk in het middenrif. De artsen in het Sophia zullen in selecte gevallen deze kinderen al gaan opereren ín de baarmoeder. Dit leidt tot betere kansen voor moeder en kind.

Het Moeder en Kind Centrum gaat zich vanaf 2020 richten op de behandeling van kinderen ín de baarmoeder. En zet daarvoor een nieuwe afdeling voor foetale therapie op. Een nieuwe en unieke stap waarbij het moment van diagnose en behandeling van het zieke of bedreigde kind wordt verschoven van ná naar vóór de geboorte.

Wil je meer lezen over het Moeder en Kind Centrum of dit project steunen?

sophiamoederenkindcentrum.nl

Bron: vriendensophia.nl/

*Het betreft hier ook het overlijden van het kind IN de baarmoeder (dus VOOR de geboorte) na een zwangerschapsduur van 22 weken, PLUS het overlijden in de eerste 28 of eerste 7 dagen na de geboorte.

Nieuw: filmserie over borstvoeding van het Voedingscentrum

In de Landelijke Borstvoedingsweek lanceert het Voedingscentrum een viertal filmpjes die (aanstaande) ouders ondersteuning bieden bij het geven van borstvoeding. De video’s gaan in op de voorbereiding op borstvoeding, het starten met borstvoeding, borstvoeding & kolven en combineren van borstvoeding en werk.

Zorgprofessionals zoals verloskundigen, kraamverzorgenden, lactatiekundigen en JGZ-professionals kunnen deze video’s gebruiken bij het adviseren en ondersteunen van (aanstaande) ouders bij het geven van borstvoeding. De filmpjes geven aanstaande en jonge ouders meer kennis over borstvoeding, waardoor zij beter in staat worden gesteld om borstvoeding te geven en beter weten waar ze terecht kunnen bij vragen.

Behoefte aan meer ondersteuning omtrent borstvoeding

Goede ondersteuning bij borstvoeding is essentieel voor het succesvol geven van borstvoeding. Uit het eerder dit jaar gepubliceerde Kantar onderzoek naar borstvoeding blijkt dat (aanstaande) ouders behoefte hebben aan meer ondersteuning bij borstvoeding, waarbij ook al in de zwangerschap meer aandacht wordt besteed hieraan en ze beter worden voorbereid. Daarnaast hebben (aanstaande) ouders behoefte aan betere ondersteuning en verwijzing naar hulp, zoals een lactatiekundige.

Meer ondersteuning en informatie over borstvoeding

Op de website van het Voedingscentrum vind je een scala aan informatie en ondersteuning over borstvoeding. Informatie, instructies en stappenplannen voor borstvoeding geven, kolven, moedermelk opwarmen en bewaren.

Hester Rippen bestuurslid CPZ

Hester Rippen: ”de zwangere vrouw wil een vloeiend proces ervaren“

Hester Rippen is sinds januari van dit jaar namens de Patiëntenfederatie Nederland bestuurslid van het College Perinatale Zorg (CPZ). Hester is directeur van Stichting Kind en Ziekenhuis, een stichting die in 1977 werd opgericht door 200 ouders. Hun kinderen waren langere tijd in het ziekenhuis opgenomen en hadden daardoor bijna allemaal hechtingsproblemen en gedragsmoeilijkheden. Deze ouders wilden meer te zeggen hebben over de begeleiding en behandeling van hun kind. Sabine van Aken in gesprek met Hester Rippen.

Hoe kunnen we jouw belangrijkste drijfveer definiëren?

“Waar het ons om gaat is dat het belang van het kind niet alleen meegenomen moet worden, nee; het moet het middelpunt van de zorg zijn. Als je kijkt naar het startpunt van Kind & Ziekenhuis is dat heel duidelijk: Tot ver in de jaren zeventig was het niet meer dan normaal dat ouders slechts een uurtje per dag bij hun kind op bezoek konden komen. Ouders stonden buitenspel, terwijl de impact van een ziekenhuisopname op een kind enorm is. Met de oprichting van de stichting is een belangrijke impuls gegeven aan veranderingen. We zijn op zoek gegaan naar voorlopers; artsen en ziekenhuizen waar het anders kon, waar het belang van het kind en de participatie van ouders een grotere rol kon spelen. Langzaam maar zeker werden vorderingen gemaakt.”

Is cliëntparticipatie ook in de geboortezorg goed genoeg verankerd?

“Laat ik voorop stellen dat er gigantische stappen zijn gezet. De eerste en belangrijkste stap is geweest dat de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg is geïmplementeerd. Daarmee is een integraal kwaliteitssysteem róndom de zwangere en haar baby neergezet. 10 jaar geleden was iedereen vooral heel erg bezig met het leveren van een eigen stuk zorg. Terwijl de zwangere vrouw niets liever wil dan een vloeiend proces ervaren. Dat er nu meer en meer integraal wordt gewerkt is voor de cliënt een groot goed.”

Hoe kijk en keek je tegen het CPZ aan?

“Ik ben vanaf het begin betrokken geweest. Het is een lange reis geweest waarin het CPZ ook zoekende is geweest naar haar eigen rol. In het begin stond iedereen tegenover elkaar. Nu is een goede vorm gevonden. Een ondersteunende organisatie als het CPZ is dan van grote toegevoegde waarde als het gaat om de groei richting integraliteit.“

Welke stappen moeten nog gezet worden richting integraal werken?

“De scherpe lijnen tussen de 1e, 2e en 3e lijn moeten vervagen. Het is een puzzel om professionals hierin samen te brengen. De cliënt moet centraal staan. Het zorgproces moet echt ingericht worden vanuit het perspectief van de cliënt in plaats van het perspectief van logistiek en organisatie.”

CPZ brengt – samen met de geboortezorgpartijen – binnenkort de Agenda ‘Cliënt als gelijkwaardig partner’ uit. Terecht?

“Ja, het is een belangrijke mijlpaal. De organisatie en de zorg moeten vooral vanuit het perspectief van de cliënt worden vormgegeven. Het is goed dat de geboortezorgpartijen deze ambities in een strategische agenda vastleggen. Tegelijkertijd realiseer ik me heel goed dat de agenda vooral ook heel erg nódig is. De cliënt centraal en cliëntparticipatie is nog lang niet overal staande praktijk.”

Wij hielden een webinar over de Zorgstandaard waarin verschillende deelnemers via de chat lieten weten dat cliëntparticipatie heel erg moeilijk is. Een moederraad of cliëntenraad komt niet zomaar van de grond: “die zwangere vrouwen hebben wel wat anders aan hun hoofd…”?

“Natuurlijk zijn jonge moeders en zwangere vrouwen druk. Maar mijn ervaring is dat mensen echt wel willen meepraten als het hen aangaat. Je moet het als VSV misschien wel anders vormgeven. Laagdrempelig. Digitaal wellicht. De klassieke vorm van de maandelijkse bijeenkomst in een zaaltje is wellicht niet meer van deze tijd. En zoek vooral ook naar de wederkerigheid.”

Zie je innovaties en veranderingen voor de toekomst?

“Door de Coronacrisis heeft het beeldbellen weer een vlucht genomen. Wij juichen dat toe. Het is efficiënter, goedkoper, dichterbij. Als het proces vanuit de cliënt georganiseerd wordt, is er wellicht nog wel veel meer mogelijk: een afspraak in de avond, of in het weekend. Een gynaecoloog die eenmaal per week naar de verloskundigenpraktijk komt. Bovenal: één zorgdossier. Digitale gegevensuitwisseling staat hoog op mijn wensenlijst… Al met al kan ik concluderen dat het gaat om de zorg róndom de cliënt: dichtbij en efficiënt; daar moeten we met zijn allen naartoe.”

Sabine van Aken

Bron: kennisnetgeboortezorg.nl