Kinderombudsvrouw

29 september 2016

Kinderen zijn onze belangrijkste informatiebron

Er is in Nederland te weinig kennis over kinderrechten, vindt kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer. Het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties en de aanbevelingen van het Kinderrechtencomité zijn vrijwel onbekend bij professionals in de zorg, rechterlijke macht en hulpverlening. Kalverboer wil dat kinderen veel meer rechtstreeks invloed krijgen op het beleid van haar instituut.

In het eerste half jaar na haar aantreden heeft de nieuwe kinderombudsvrouw veel professionals en kinderen ontmoet. Tot 19 oktober maakt ze een kinderrechtentour langs kinderen en instellingen in het land. De informatie die daar uitkomt, gebruikt ze om eind 2016 de speerpunten voor haar beleid vast te stellen. In de tussentijd hoopt Kalverboer dat zoveel mogelijk kinderen haar vragenlijst invullen om goed in beeld te krijgen hoe kinderen denken over hun leven en hun rechten. In december maakt de ombudsvrouw de speerpunten bekend.

Kalverboer wil in elk geval de stem van kinderen sterker laten klinken binnen haar instituut: ‘We willen niet meer óver kinderen praten, maar mét kinderen. We willen de kindervertegenwoordiging bij de ombudsman structureel regelen en gaan het kantoor verbouwen om ze goed te kunnen ontvangen. We leggen lijnen naar kinderadviesraden en alle medewerkers gaan één dag in de week naar kinderen in het hele land toe. Onze onderzoeksvragen zetten we voortaan uit bij kinderen zelf, zij worden een veel belangrijkere informatiebron.  Nu klagen maar weinig kinderen bij ons. Van alle klachten komt vier procent van kinderen. Dat percentage moet omhoog.’

Je moet altijd het kind horen voordat je een beslissing neemt.

Kalverboer is onder meer bij het Beatrix Kinderziekenhuis in Groningen geweest. Wat heeft ze daar gehoord? ‘De artsen en het verpleegkundig personeel hebben een complexe casus aan me voorgelegd die ze vaak hebben nabesproken, omdat ze zich afvragen of ze daarin goed gehandeld hebben. Het ging om een meisje met kanker dat zou gaan overlijden. Ze wilde graag naar huis, maar haar ouders hadden een lichte verstandelijke beperking en het was de vraag of ze voor hun dochter konden zorgen. De ene medewerker wilde haar naar huis laten gaan, de andere vond het beter als ze in het ziekenhuis zou blijven. Ze hebben haar laten gaan en thuis heeft ze nog een goede tijd gehad. De medewerkers vertelden dat ze tijd hebben verloren door verzekeringstechnische problemen. Daar zie ik voor mezelf wel een taak. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat een kind niet de juiste begeleiding krijgt omdat de verzekering niet wil betalen.’

Kalverboer denkt dat zorgverleners in dit soort complexe gevallen veel kunnen hebben aan de aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité. Er is zelfs een speciale richtlijn opgesteld: General Comment nr. 14. ‘Dat is bijna een protocol waarmee je systematisch alle belangen afweegt. Het Kinderrechtencomité zegt dat je altijd het kind moet horen voordat je een beslissing neemt en dat de continuering van de gezinsbanden gewaarborgd moet worden. Als een kind in een revalidatiecentrum zit, verbreek je die banden niet volledig, maar het kind is niet bij zijn of haar familie. De richtlijnen van de VN maken het gemakkelijker om belangen te wegen en beslissingen te nemen.’

In het Beatrix Kinderziekenhuis heeft Kalverboer ook met kinderen gesproken. Kalverboer: ‘Van de kinderadviesraad hoorde ik dat kinderen nu vaak drie uur op een handtekening moet wachten als ze verlof aanvragen; ze willen dat die tijd korter wordt. Ze vinden ook dat zorgverleners te kinderachtig met ze praten, en ze willen dat het mogelijk wordt om een vriend of vriendin op de afdeling te laten logeren.

Dat kan nu niet om verzekeringstechnische redenen, het ziekenhuis wil niet verantwoordelijk worden gesteld als er iets met een logee gebeurt. Twee meisjes vertelden dat ze graag een adolescentenafdeling zouden willen. Nu liggen tieners met baby’s en kleine kinderen op een kamer en hangen er kinderlijke plaatjes aan de muur.’

Heleen Schoone

Ook als Stichting Kind en Ziekenhuis zien we nog steeds ruimte voor verbetering van de rechten van het kind in zorgorganisaties. Al sinds 1988 is de basis van ons werk het Europese Handvest Kind & Ziekenhuis, dat in overeenstemming is met de het VN-verdrag voor de rechten van het kind. Via ons kwaliteitskeurmerk Smiley werken we aan het bevorderen van goede kindgerichte zorg. Daarnaast hebben we de eerste Kinderadviesraad in een ziekenhuis in Nederland opgericht, samen met het Amalia Kinderziekenhuis-Radboudumc. Binnenkort zit Kind & Ziekenhuis met de kinderombudsvrouw om tafel om te bezien hoe we samen de kindgerichtheid in de gezondheidszorg kunnen bevorderen.