Een delier moet zo snel mogelijk worden herkend

0
13885

IJlen kan diverse vormen hebben en komt in het ziekenhuis vaak voor op de kinderintensive-care en kinderafdeling. Over dit verschijnsel, ‘pediatrisch delier’, is nu een eerste richtlijn verschenen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. ‘Op de Pediatrische Intensive Care Unit heeft zo’n 20% van de kinderen een delier; een op de drie van hen houdt er een posttraumatische stressstoornis aan over. Dus snelle herkenning is heel belangrijk.’

Een delier is een vorm van verwardheid die plotseling optreedt. Kinderen gedragen zich anders, zijn vaak onrustig en kunnen extreem reageren. Een delier is meestal tijdelijk, als de lichamelijke toestand verbetert wordt de verwardheid doorgaans minder. Sommige kinderen houden langer delier-verschijnselen. Er zijn drie hoofdvormen: hyperactief delier (labiel geagiteerd), hypo-actief (apathie) of een mix hiervan. Dit hangt af van de leeftijd van het kind, zijn conditie voordat hij ziek werd en de ernst van de lichamelijke aandoening. Een delier kan worden veroorzaakt door koorts, het verminderen van medicatie, ingrijpende operaties,
hart- of longziekten, hersenaandoeningen, infecties, stofwisselingsstoornissen of hormonale factoren. Ook langere ziekenhuisopname kan een oorzaak zijn, of stress of slaapgebrek. Meestal gaat het om een
combinatie. De verschijnselen van een delier kunnen worden verminderd of zelfs opgeheven met medicijnen. Daar wordt altijd een kinderpsychiater bij betrokken. Soms zijn maatregelen nodig om te voorkomen dat het kind uit bed valt of een infuus uit de arm trekt.

Bob de Bouwer van drie meter

Jan Schieveld, kinder- en jeugdpsychiater en voorzitter van de werkgroep die de nieuwe richtlijn opstelde, promoveerde op pediatrisch delier en waarschuwt: ‘Een delier kan slecht zijn voor het herstel van een ziek kind, en heel stresserend voor alle betrokkenen. Voor het kind dat in zijn waanideeën een Bob de Bouwer van drie meter op zich af ziet komen, schorpioenen over de vloer ziet lopen of zijn ouders vermoord ziet worden. Voor de ouders die hun kind niet meer kunnen bereiken. En voor het verplegend en medisch
personeel dat zich ook machteloos voelt, en er emotioneel erg door geraakt kan worden.’

‘Ik was echt geschokt toen ik ontdekte hoe groot de gevolgen kunnen zijn’

Bij volwassen patiënten die een delier hebben gehad kan cognitief verval optreden, hersenbeschadiging, dementie. Wat de langetermijngevolgen kunnen zijn voor een kind is nog niet bekend. Gezien de situatie bij volwassenen is het niet onlogisch dát die gevolgen daar ook wel zijn. ‘En sinds kort weten we dat van
de kinderen die een delier krijgen op de intensive care één op de drie hierdoor zal lijden aan een posttraumatische stressstoornis. Wat het percentage is op de gewone kinderafdeling is nog onbekend.
Maar duidelijk is dat een kinderdelier zo snel mogelijk moet worden herkend.’ De nieuwe richtlijn moet hieraan bijdragen. De richtlijn werd opgesteld door een multidisciplinaire werkgroep; ook Stichting
Kind en Ziekenhuis droeg bij.

Moeilijk te voorspellen

AMC-kinderverpleegkundige en onderzoekster Marjorie de Neef werkte ook mee aan de richtlijn. ‘Lang is gedacht dat ijlen erbij hoort en dat het vanzelf wel overgaat. Dat zei ik zelf eerst ook altijd tegen ouders. Ik was echt geschokt toen ik ontdekte hoe groot de gevolgen kunnen zijn.’ De Neef werkt sinds 27 jaar op de kinder-IC en zegt dat het voor verplegend personeel heel moeilijk te voorspellen is welk kind wel of niet een
delier zal krijgen. Maar het AMC is nu op het verschijnsel voorbereid, en weet dat het delier van een kind kan afnemen door de permanente aanwezigheid van ouders aan het ziekenhuisbed. Het AMC biedt die mogelijkheid ook op de kinder-IC. ‘We beseffen dat dit zonder bijtanken voor ouders natuurlijk bijna niet
is op te brengen. Dus zeggen wij: zorg voor aflossing door een goede bekende. Het helpt het kind verder als hij wordt verzorgd door dezelfde verpleegkundigen.’

Luisteren

De nieuwe richtlijn omschrijft onder meer symptomen, diagnostiek en behandeling, en adviseert hoe het ziekenhuis ouders moet benaderen. Jan Schieveld: ‘Essentieel is om te luisteren naar ouders die zeggen dat hun kind zich anders gedraagt. Als er sprake is van een delier, is het zaak om ouders gerust te stellen. Want angstige ouders kunnen die angst overdragen op hun kind, wat het delier kan verergeren. En ouders kunnen uitgeput raken, waardoor weer andere problemen ontstaan. Daar is het kind ook niet mee geholpen. In ouders moet dus worden geïnvesteerd.’

Om ouders te helpen een delier te herkennen en hen aan te moedigen om dit aan te kaarten, is er een folder over het onderwerp. Daarin staan ook tips over de omgang met een kind met een delier. Bijvoorbeeld door niet mee te gaan in de waanideeën, met weinig woorden duidelijk te herhalen waar het kind is en waarom, te pogen het kind te betrekken bij het hier en nu met dingen van thuis, zoals foto’s, muziek of een eigen dekbed. Schieveld: ‘Zet alles in wat een kind terug kan halen uit een delier of nog beter, het kan voorkomen.’

Alice Broeksma