22 augustus 2018

Oplossingen voor het tekort aan kinderverpleegkundigen | Deel 2

Regionale samenwerking

In het hele land is een groot tekort aan kinderverpleegkundigen. Wat betekent dit voor zorgorganisaties en welke oplossingen hebben ze bedacht? Het Martini Ziekenhuis in Groningen gelooft in regionale samenwerking. Samen met het universitaire ziekenhuis het UMCG en KinderThuisZorg leidt het ziekenhuis kinderverpleegkundigen op die binnen en buiten de muren van zorginstellingen kunnen werken.

Op de gezamenlijke verpleegafdelingen en poliklinieken Kindergeneeskunde van het Martini Ziekenhuis komen jaarlijks ongeveer vijfduizend kinderen. Gerda van Bergen is hoofd van de afdeling Pasgeborenen/Kinder(dag)verpleging. Hoe groot is het tekort aan kinderverpleegkundigen op haar afdeling? Van Bergen: “Vorig jaar kon ik 2,2 fte kinderverpleegkundigen niet vervuld krijgen, op een totaal van 50 fte. Er is continu in- en uitstroom. Het gaat economisch weer goed dus mensen nemen het risico om eens ergens anders te gaan kijken. We kunnen ze niet vervangen door andere kinderverpleegkundigen, dus als er vier vertrekken, moeten we er vier opleiden.”

Wat betekent het tekort voor de zorg?

Van Bergen: “Dat in het ziekenhuis bedden leeg blijven omdat we niet de gewenste zorg kunnen leveren, en dat kinderen niet tijdig naar huis kunnen omdat ook daar een tekort is aan kinderverpleegkundigen. Het betekent ook dat we kinderen uit de stad Groningen bijvoorbeeld naar het ziekenhuis in Assen verwijzen.”

Maar daar is toch ook een tekort?

Van Bergen: “Ja, je moet in de regio met elkaar afspreken waar nog plek is, en iedereen werkt zich een slag in het rond om kinderen toch te kunnen opvangen. Het is nijpend, daarom hebben we het probleem regionaal aangepakt, samen met andere ziekenhuizen en kinderthuiszorgorganisaties. Dat is de enige oplossing, anders zijn we steeds in elkaars vijver aan het vissen.”

Er loopt nu een pilot met het Martini Ziekenhuis, UMCG en de landelijke organisatie KinderThuisZorg. Hoe is de samenwerking?

Van Bergen: “Drie verpleegkundigen worden door ons gezamenlijk opgeleid. Ze zijn vier maanden bij ons, vier maanden bij UMCG en vier maanden bij KinderThuisZorg. Na twaalf maanden kiezen ze voor de plek waar ze willen werken, en krijgen daar dan de resterende twee maanden opleiding. Na de pilot is het de bedoeling dat ook de andere ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties in de regio aansluiten. We streven ernaar dat er in de hele regio voldoende opleidingsplekken komen, zodat de kinderverpleegkundigen kunnen uitstromen naar organisaties waar tekorten zijn.”

Samen opleiden: dat is nieuw. Hoe loopt het?

“We zijn in mei gestart, dus het is nog een beetje vroeg om daar veel over te zeggen. Het gaat vooral om praktische dingen zoals een auto voor iemand die in de thuiszorg gaat werken, en hoe je ervoor zorgt dat iemand gedetacheerd kan worden. Iedereen is supergemotiveerd dus we kunnen dat goed oplossen.”

Er spelen geen grote kwesties?

Van Bergen: “Tot nu toe krijgen thuiszorgorganisaties geen subsidie van het Fonds Ziekenhuisopleidingen voor het opleiden van kinderverpleegkundigen. De opleiding moet altijd in een ziekenhuis gebeuren om voor subsidiëring in aanmerking te komen. We zijn in gesprek met het College Zorgopleidingen om ook de leerroute die wij voor de pilot hebben ontwikkeld erkend te krijgen. We krijgen alle medewerking, maar het is nog niet officieel geregeld. Verder gaan we meer mensen opleiden dan we nu zelf nodig hebben. We moeten zorgen dat zij goed naar andere organisaties kunnen uitstromen. Daar zijn we druk mee bezig.”

Is er voldoende belangstelling voor het vak kinderverpleegkundige?

Van Bergen: “Gelukkig wel, er zijn nog steeds veel mensen die hun kinderaantekening willen halen.”

Heleen Schoone

Lees ook het eerdere artikel vanuit de visie van KinderThuisZorg

Heeft jouw organisatie ook een creatieve oplossing om het tekort op te vangen? Mail info@kindenziekenhuis.nl.

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis