Veel kinderen veinzen regelmatig in gesprekken met zorgverleners dat het goed met ze gaat

Veel kinderen die vaak in het ziekenhuis komen, zeggen regelmatig in gesprekken met zorgverleners dat het goed met ze gaat terwijl dit in werkelijkheid niet zo is. Zorgverleners kunnen kinderen helpen zich op hun gemak te laten voelen door ze meer tijd en aandacht te geven, begrijpelijke taal te gebruiken en belangstelling te hebben voor wie ze zijn als kind.

Dat is een van de belangrijkste uitkomsten van de tiende landelijke KinderAdviesRaden-dag (KAR) van Kind & Zorg op zaterdag 22 november in Amersfoort.

Elk jaar rond 20 november, de Internationale dag van de Rechten van het Kind, komen kinderen van KinderAdviesRaden van zorgorganisaties uit het hele land bij elkaar om ervaringen en ideeën uit te wisselen.

Comfort in de zorg

Thema dit jaar was De kracht van comfort in de zorg. Daarmee wordt bedoeld je zoveel mogelijk op je gemak voelen in de spreekkamer, rond een medisch onderzoek of tijdens een opname.

Zorgorganisaties doen wel hun hun best om het bezoek zo min mogelijk vervelend te laten zijn, aldus de kinderen. Maar zorgverleners kunnen in hun communicatie vaak meer doen om kinderen op hun gemak te stellen.

Regelmatig zenuwachtig

Zo zei ruim driekwart van de aanwezige kinderen (die allemaal regelmatig het ziekenhuis of een andere zorginstelling bezoeken) regelmatig zenuwachtig te zijn als ze naar het ziekenhuis of het revalidatiecentrum komen voor een gesprek over de behandeling, voor een onderzoek of voor een uitslag.

“Het helpt dan als de zorgverlener uitlegt geeft in taal die wij begrijpen,” zeggen de kinderen. “Wat niet helpt is als de zorgverlener ineens kinderachtig gaat praten als ik het niet meteen begrijp. Of het niet meer aan mij, maar aan mijn ouders gaat uitleggen.”

In werkelijkheid gaat het niet zo goed

Ruim tachtig procent van de kinderen gaf tijdens de landelijke KAR-dag aan dat ze regelmatig tegen de arts of verpleegkundige zeggen dat het goed met ze gaat, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is.

Als reden geven kinderen onder meer aan dat ze “niet altijd zin hebben” om erover te praten. Of, als ze bijvoorbeeld komen voor een onderzoek of uitslag, dat ze “er snel vanaf willen zijn”. Door een gesprek over hoe het gaat duurt het bezoek langer.

Meer tijd en ruimte

Kinderen denken dat ze zich meer op hun gemak kunnen voelen als er in gesprekken meer tijd is om dóór te vragen. Ook kan het helpen als er voor kinderen meer ruimte is om te bedenken welke vragen zij aan de zorgverlener willen stellen.

“Soms begrijp ik iets niet, maar vraag ik er ook niet naar. Ik ben dan nog aan het verwerken wat de zorgverlener daarvoor heeft gezegd.”

Goede gesprekken heel belangrijk

Tijdens de landelijke KAR-dag zeiden kinderen goede gesprekken met zorgverleners heel belangrijk te vinden. Soms hebben ze die gesprekken wel, en soms niet. Meerdere kinderen gaven aan te willen dat met name kinderartsen “niet zoveel haast” zouden hebben. Andere kinderen zeiden dat het ook zou helpen als kinderartsen “niet zo zelfverzekerd” zouden zijn.

Belangstelling tonen helpt heel erg om kinderen zich op hun gemak te laten voelen, zeiden de kinderen. “Het is echt fijn als de zorgverlener wil weten wie je bent en wat je doet. Bijvoorbeeld op welke sport je zit.”

Een ander kind vulde aan: “Dan is het prettig als de zorgverlener ook iets over zichtzelf vertelt. Dan praat je niet over jezelf tegen een vreemde.”

Een goede relatie opbouwen

Een aantal kinderen kwam tot de conclusie dat het belangrijk is dat de zorgverlener een goede relatie met het kind opbouwt. “Het kind is meer dan de ziekte die het heeft. Als er een goede relatie is, kan het kind op zijn gemak zijn en zich veilig voelen.”