Zonder angst leren slikken en eten

0
7864

Ongeveer 25% van de kinderen in Nederland kampt met voedingsproblemen. Ze zijn extreem selectief met voedselacceptatie of weigeren elk voedsel. Het gevolg is dat ze sondevoeding krijgen om groeiproblemen, uitdroging of andere lichamelijke complicaties te voorkomen. Met het SLIK-programma van SeysCentra leren kinderen om alsnog voedsel te accepteren.

Uit onderzoek blijkt dat organische problematiek in de eerste levensfase van de zuigeling van invloed kan zijn op de voedingsacceptatie. De meest voorkomende organische oorzaak van voedsel weigeren is (verborgen) reflux. Dit is een disfunctioneren van de sluitspier van de maag, waarbij maaginhoud terugvloeit naar de slokdarm, wat gepaard kan gaan met spugen en heftig braken. Dit kan erg pijnlijk zijn zodat medicatie nodig is om ernstige slokdarmproblemen af te wenden. Ook andere organische problemen zoals obstipatie, een verstoorde neuro-motorische slik-act, hart-longproblemen, overgevoeligheid in de mond, nieren leverstoornissen en een vertraagde maagontleding kunnen leiden tot verminderde voedselinname. Omdat het klachtenpatroon bij deze problemen zich veelal ontwikkelt na het voeden, gaat het kind de voeding associëren met pijn en ongemak in plaats van verzadiging. Ook de rol van de voeder kan in een afwijkend perspectief komen te staan. De zuigeling ervaart normaliter dat hongersignalen (huilen) worden bevredigd doordat zijn ouders voeding geven. Daardoor ontstaan gevoelens van verzadiging, geborgenheid en hechting tussen ouder en kind. Wanneer voeding echter leidt tot pijnklachten en fysiek ongemak, kan het proces van hechting tussen ouder en kind verstoord worden.

Door herhaalde pijnlijke ervaringen kan het kind twee leerprocessen doorlopen. Bij het eerste leerproces ontwikkelt het kind onbewust spannings- en angstklachten op prikkels die verwijzen naar voeden, de voeding, de voeder of de voedingssituatie. Een voorbeeld hiervan is het kind dat al gaat braken bij het zien of ruiken van voeding, of zelfs bij het horen van het belletje van de magnetron wanneer de voeding bereid wordt. Bij het tweede leerproces leert het kind dat na zijn weigeren de voedingseis van de ouder stopt. Het zal gedragingen zoals de mond gesloten houden, huilen, kokhalzen en braken vaker inzetten als het heeft ervaren dat de voeder hierop stopt met voeden. Het kind leert zo succesvol te ontsnappen aan spanningsvolle situaties: vermijdingsleren.

Ruim 85% van de met het SLIKprogramma behandelde kinderen komt hun eet- en slikangst te boven.

Een ander leerproces gebeurt door sociale versterking vanuit de omgeving. Ouders halen vaak alles uit de kast hun kind te motiveren en aan te sporen tot eten, bijvoorbeeld met sociaal spel. Uit analyse van het weigergedrag blijkt veelal dat sociale aandacht juist wordt gegeven tijdens eetgedrag dat geen acceptatie tot gevolg heeft, en uitblijft na een goede acceptatie van voedsel. Het kind leert zo onbedoeld dat zijn contactmomenten met zijn ouders langer en intensiever zijn als het voeding weigert.

Ouders kunnen uren aan tafel zitten met hun slecht etende kinderen. De motivatie van het kind om zijn gedrag te bestendigen wordt hierdoor vergroot. Ook voor ouders kan het beëindigen van de voeding een belonende functie hebben. Het kind stopt met huilen en braken en voor de andere gezinsleden keert de rust terug. Wanneer het kind vervolgens zijn voorkeursvoeding krijgt aangereikt of zelfs sondevoeding, is er geen stress en is de voedingsdruk verminderd.

Stappenplan SLIK-programma

Het SLIK-programma is een stappenplan op maat waarmee kinderen systematisch minder gevoelig worden gemaakt voor prikkels die angst veroorzaken. Het programma kan worden aangevuld met gedragstherapie voor kauwen en doorslikken van vaste voeding, een EMDR-traumabehandeling voor slikangst, het opwekken van eetlust en cognitieve technieken.

  1. Met water of vla op de vinger aanraken van de mond en belonen van acceptatie.
  2. Met slangetje en spuit vla in de mond brengen en belonen van wegslikken.
  3. Met de lepel aanbieden van een kleine hoeveelheid vla en belonen van wegslikken.
  4. Variëren met smaken en hoeveelheden voeding: vla, fruit, pap, mix.
  5. Aanbod van grotere hoeveelheden voeding aan de eettafel in de woonkamer.
  6. Aanbod van voeding door ouders en/of verzorgers in de woonkamer.
  7. Aanbod van de maaltijden door ouders in de thuissituatie.

De behandelaars voeren stap 1 t/m 5 uit. Stap 6 en 7 vindt plaats buiten de behandelkamer.

SeysCentra heeft vestigingen in onder meer Gelderland, Limburg en Utrecht. Bij de vestiging in Gelderland (Malden) is zowel ambulante, dag- als 24-uursbehandeling mogelijk. De locaties in Haarzuilens en Maastricht bieden ambulante- en dagbehandeling. SeysCentra levert daarbij online ondersteuning en begeleiding.

Informatie en contact: www.seyscentra.nl

Sterke wil

Kinderen die bekend zijn met voedselweigering worden vaak door hun ouders getypeerd als sterk zelfbepalende kinderen met een sterke wil. Ze zijn vaak minder flexibel dan leeftijdsgenoten en hun sociaalemotionele vaardigheden kunnen vertraagd zijn. Ze zijn vaak hoog alert (hypersensitief) en worden als angstig en voorzichtig getypeerd. Kinderen met een verstandelijke beperking of stoornissen in het autistisch spectrum lopen meer risico eetproblemen te ontwikkelen. Onderzoek toont aan dat bij deze kinderen drie keer zoveel eetproblemen voorkomen als bij andere kinderen. Ook kinderen met syndromale afwijkingen zoals Down, Noonhan, Angelman en Silver Russel lopen bovengemiddeld risico voedselweigering te ontwikkelen.

Tot slot kan een ervaring met een verslikking of verstikking ook leiden tot het ontwikkelen van een slik- en stikangst. Dit wordt benoemd als een posttraumatische voedingsstoornis (PTFD). Om een goede analyse van de eetproblemen te maken, is een bio-psychosociale benadering onmisbaar. Vanuit een goede analyse kan een multidisciplinaire aanpak worden geformuleerd. Dat is wat we doen bij SeysCentra. Mede door onze samenwerking met onder meer Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Maastricht zijn onze methoden wetenschappelijk gewaarborgd. In onze behandellocaties worden kinderen en ouders begeleid in het overwinnen van eet- en slikangst, op basis van een gedragstherapeutisch programma dat start in dagbehandeling of 24-uurs zorg en later ambulant wordt.

Onze resultaten zijn goed. Bij ruim 85% van de behandelde kinderen wordt het einddoel bereikt: zij komen hun eet- en slikangst te boven. Bij de overige kinderen is er een aanzienlijke verbetering in hun acceptatie maar kan het gestelde einddoel niet helemaal gehaald worden door complicerende organische factoren.

Eric Dumont, hoofd behandeling SeysCentra
Hanneke Rensen, hoofd behandeling SeysCentra

 

Lees meer over dit onderwerp in het artikel ‘Als je kind niet wil eten: vereniging nee-eten’!