Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan kindzorgprofessionals Lotte en Maarten

0
868
Corona 5 vragen aan kindzorgprofessionals

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: logopedist Lotte Hannes en kinderfysiotherapeut Maarten Wojakowski. Zij zijn werkzaam bij Merem Medische Revalidatie.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Lotte: “Door de Coronacrisis zagen wij ‘onze’ kinderen ineens niet meer voor directe behandeling, dus niet meer face-to-face. Kinderen en hun ouders bleven thuis; een groot gemis natuurlijk! Daarnaast stelde het ons als behandelaren voor een uitdaging: ‘wat kunnen we in deze tijd dan nog wél doen?’. We hebben ons als organisatie verdiept in indirecte behandelvormen, zoals videobellen en telefonische coaching, wat een deel van het gemis heeft kunnen ondervangen. Echter; het directe contact met de kinderen en hun ouders blijft de meest prettige en zinvolle manier van werken, en het is dan ook heel fijn dat we daar nu voorzichtig weer in aan het opbouwen zijn!”

Maarten: “Het feit dat je niet lijflijk kunt behandelen. Je mag niets meer met je handen doen. Daar ik van de oudere stempel ben en gewend ben aan lijflijk contact is dit een enorme aderlating. Alles wat je inmiddels als tweede natuur hebt ontwikkeld moet je proberen uit te leggen aan diegene die wel met het kind mag werken. Ik mis het stimulerende schouderklopje, de minimale maar o zo nodige steun van een hand zodat kinderen weten dat je er voor hun bent, hierbij denk ik aan het klimmen en klauteren in een wandrek, het gaan staan, et cetera, Letterlijk hands off…”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Lotte: “Buiten de zorg om het gezond blijven van de kinderen en hun ouders, is er een gevoel van ‘grip verliezen’ op de voortgang van de behandeling, en daarmee mogelijk op vooruitgang en ontwikkeling bij het kind. Hoe langer de crisis duurt, hoe sterker de behoefte wordt aan weer kunnen werken op de manier die we gewend zijn.”

Maarten: “Belangrijkste is dat men niet besmet raakt. Dit betekent vaak dat mensen zich zorgen maken en de vraag is of dat terecht is. Hierdoor komen ouders met hun kinderen niet. Dat is een zorg want continuïteit van behandelen is er niet meer.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Lotte: “Zowel collega’s als ouders zijn begripvol, doen het wat rustiger aan, en houden rekening met elkaar. Dit stukje ‘onthaasten’ hoop ik (deels) vol te kunnen houden binnen ons team, ook na de coronacrisis.”

Maarten: “Dat bijna alle neuzen dezelfde kant zijn gericht. Iedereen helpt mee. Er is niemand die tegenwerkt in deze coronatijd. Niet is iedereen het met elkaar eens, maar wel als het om het doel gaat niet besmet te raken en gezond uit deze crisis te komen. Het is ook mooi te zien hoe mensen nog een bron van energie aanboren om zich te kunnen inzetten. Het heeft een verbindende factor en dat is heel mooi.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Lotte: “Een grote impact, omdat we van de één op de andere dag flink moesten ‘omdenken’ met z’n allen, en sindsdien op een hele andere manier moeten werken, zowel inhoudelijk als ook praktisch. Dingen waar je tot half maart niet over nadacht, worden nu breed uitgemeten. Dat kost tijd en energie.”

Maarten: “Je kunt weinig. Positiviteit uitstralen middels beeldbellen. Zoeken naar de wegen waarop mensen bereikt kunnen worden. Beeldbellen is voor mij een ramp en je wordt er ontzettend moe van. Als het er niet zou zijn mis je natuurlijk ook veel. Deze moderne vorm van communiceren vind ik te afstandelijk.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Lotte: “Gezondheid is het belangrijkst, dat is gebleken, en daar moet al het andere voor wijken. Of op z’n minst moeten dingen daardoor op een andere manier ingevuld worden, wat soms erg lastig is. Het is in deze tijd een grote uitdaging om te blijven denken in mogelijkheden, en ons te richten op wat (nog) wél kan.”

Maarten: “Dit heeft een duidelijk effect op de hele maatschappij, maar we zullen eruitkomen. Als we nu alle positieve veranderingen aangrijpen om naast medisch ook maatschappelijk de juiste stappen te zetten. Veranderingen die positief zijn doorzetten. Meer thuiswerken voor diegenen die dat kunnen. Respect tonen aan diegene die ongemerkt onze helden zijn. Stoppen met negativiteit. Zoals Herman van Veen zong: Getuigen zijn zelden helden, echte helden zie je zelden.”