OMT: blijf thuis bij luchtwegklachten ten behoeve van kwetsbaren

Het OMT adviseerde het kabinet vorige week dat mensen met luchtwegklachten nog steeds zoveel mogelijk thuisblijven, zodat ze personen die ernstig ziek kunnen worden van een luchtweginfectie (welke dan ook) beschermen.

Om die reden wordt mensen met klachten ook aangeraden de handen te wassen, in de elleboog te hoesten en te zorgen voor ventilatie. Een communicatiecampagne moet mensen uitleggen waarom dit gedrag werkt en verstandig is, bij welke luchtweginfectie dan ook.

Gewone luchtweginfectie

Bij de publicatie vorige week van het 146ste OMT-advies over COVID-19 ontstond verwarring, omdat het OMT juist het tegenovergestelde leek te adviseren. Omdat COVID-19 geen epidemie meer is kan het als een ‘gewone’ luchtweginfectie worden beschouwd en zijn specifieke op corona gerichte maatregelen niet meer nodig, aldus het OMT.

Door dit nieuws viel minder op dat het OMT adviseerde om die coronaspecifieke maatregelen wel te vervangen door ‘ algemene adviezen die ook voor andere luchtwewginfecties gelden’. Die zijn: bij klachten zoveel mogelijk thuisblijven, contact vermijden met mensen met een kwetsbare gezondheid en je aan de hygiëneadviezen houden.

Ernstig ziek

“Het is belangrijk dat iemand met klachten die passen bij een luchtweginfectie zich realiseert dat zij/hij mogelijk besmettelijk is en dat er personen zijn die ernstig ziek kunnen worden van luchtwegvirussen,” aldus het OMT-advies.

OMT-lid en viroloog Marion Koopmans noemde het voor de NOS-radio ‘jammer’ dat die boodschap bij de publicatie van het OMT-advies verloren ging.

Niet de deur uit

Volgens Koopmans is de achterliggende gedachte dat we niet terug willen naar de situatie van voor corona, toen het voor velen normaal was om bij luchtwegklachten toch de deur uit te gaan. “Als het even kan, blijf dan gewoon thuis.”

Minister Kuipers heeft nog niet besloten of het kabinet de OMT-adviezen overneemt.

Naar het 146ste OMT-advies over COVID-19

Marion Koopmans op Radio 1: “Blijf bij klachten thuis als het even kan”

 

Dringende oproep: geen capaciteit van de kindzorg naar COVID-zorg volwassenen

Stichting Kind en Ziekenhuis doet een dringend beroep op alle ziekenhuizen om geen kinderverpleegkundigen en kraamverpleegkundigen vrij te spelen ten behoeve van de zorg voor volwassen COVID-patiënten. Ook bij het uitstellen van planbare zorg, zoals poli-afspraken, onderzoeken en operaties, moet de kind- en kraamzorg buiten schot blijven. Met de huidige drukte in de kind- en kraamzorg is het niet acceptabel dat kinderen en gezinnen de dupe worden van de toestroom van volwassen COVID-patiënten.

Kind & Ziekenhuis krijgt verontrustende signalen dat ziekenhuisdirecties een beroep doen op kinder- en kraamafdelingen om verplegend zorgpersoneel af te staan aan de volwassenenzorg. Dit in verband met de toenemende aantallen volwassen COVID-patiënten. Kind & Ziekenhuis maakt zich hier zorgen over. Gezien de huidige druk op veel kinderafdelingen en in moeder-kind-centra zal het vrijspelen van capaciteit onvermijdelijk ten koste gaan van de kwaliteit van de acute zorg en de kraamzorg. Kind & Ziekenhuis roept afdelingen kindergeneeskunde en geboortecentra dan ook op zich in te spannen de kind- en kraamzorg buiten schot te houden.

Druk groter dan normaal

Op dit moment is de druk op de moeder-kind-centra en de kinderafdelingen in veel ziekenhuizen groter dan normaal, constateert Kind & Ziekenhuis. In veel regio’s is sprake van een geboortegolf en zijn er meer kinderen dan normaal in de ziekenhuizen in verband met luchtweginfecties zoals het RS-virus en de gewone griep. De verwachting is dat deze aantallen in de komende koude maanden verder toenemen. In het verleden leidde dit regelmatig tot capaciteitsproblemen, ook op kinder-ic’s, met als gevolg onder meer overplaatsingen van opgenomen kinderen naar verder weg gelegen ziekenhuizen. Het inzetten van kinderverpleegkundigen voor volwassenenzorg kan deze problemen verergeren.

Planbare zorg

Ook krijgt Kind & Ziekenhuis signalen dat, in geval van verder toenemende druk op de volwassenenzorg, ook de planbare zorg aan kinderen uitgesteld zal worden om capaciteit vrij te maken. Dit gebeurde in de eerste golf begin 2020 op grote schaal. Veel kinderen kregen daardoor te maken met uitstel van poli-afspraken, onderzoeken, behandelingen en operaties. Dat leidde toen tot veel zorgen, onrust, onduidelijkheid en in een aantal gevallen tot suboptimale zorg.

“Met de huidige drukte in de kind- en kraamzorg is het niet acceptabel dat kinderen en gezinnen de dupe worden van de toestroom van volwassen COVID-patiënten”

De huidige situatie was destijds, tijdens de eerste golf in 2020, totaal anders dan nu. Destijds was er een noodsituatie rond een onbekend virus, waardoor ook een beroep gedaan werd op de kindergeneeskunde om capaciteit af te staan. Ongewenst, maar begrijpelijk. Bovendien was het toen relatief rustig op de kinderafdelingen omdat kinderen en ouders het ziekenhuis meden en er (door social distancing) veel minder kinderen met luchtweginfecties waren.

Onbeperkt toegang tot zorg

Nu kennen we het virus, weten we dat er weinig kinderen met COVID in het ziekenhuis komen en staat de capaciteit in de kindzorg zelf onder druk. In deze situatie vindt Kind & Ziekenhuis het niet acceptabel dat kinderen en hun gezinnen de dupe worden van de toestroom van volwassenen COVID-patiënten. Kinderen moeten de komende maanden onbeperkt toegang hebben tot de zorg die ze nodig hebben, of dit nu de acute zorg of de planbare zorg betreft. En tot de family integrated care die daarbij hoort, zoals toegewijde kinderverpleegkundigen, onbeperkte bezoekmogelijkheden voor ouders en zorg die kind en gezin zo min mogelijk belasten in hun dagelijks leven.

Kinderrechtenverdrag

Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Het kinderrechtenverdrag van de VN (en ook onze Handvesten Kind & Ziekenhuis en Kind & Zorg) is helder: bij elke beslissing die gevolgen heeft voor kinderen, moet het belang van kinderen voorop staan. Dat betekent dat bij het vrijmaken van verpleegkundige capaciteit en het uitstellen van planbare zorg in verband met de toestroom van volwassen COVID-patiënten de zorg aan kinderen buiten schot moet blijven. Het is niet in hun belang.

Stichting Kind en Ziekenhuis

Een vaccinatie tegen corona nemen ja of nee? De 10 belangrijkste punten op een rij

Alle gezonde kinderen vanaf 12 jaar die dat willen kunnen een vaccinatie krijgen. Wat doe jij? Neem je een vaccinatie of niet?

De regering nam dat besluit na een advies van de Gezondheidsraad. Daarin zitten wetenschappers en dokters die alles weten van vaccins en van ons lichaam. Zij hebben de voor- en nadelen van vaccinatie bij kinderen vanaf 12 jaar onderzocht.

Wij hebben de belangrijkste punten op een rij gezet in begrijpelijke taal. Meer weten? Ga naar vraag 10.

1. Mag ik zelf beslissen of ik een vaccinatie neem?

Als je 16 of 17 bent beslis je het helemaal zelf. Kinderen van 12 tot en met 15 jaar moeten overleggen met hun ouders. Hebben jouw ouders een andere mening dan jij? Dan beslis jij. Niemand kan jou dwingen. In de wet staat alleen dat je nagedacht moet hebben over vaccinatie. Maar je hoeft niet de reden te noemen voor je beslissing.

2. Wat zijn de voordelen van een vaccinatie?

Een vaccinatie beschermt je tegen corona. Zonder vaccinatie is er een kleine kans dat je ziek wordt en naar het ziekenhuis moet. In Nederland gebeurde dat met ongeveer 100 kinderen tussen 13 en 17 jaar. Ons land heeft ongeveer een miljoen kinderen van die leeftijd. Ook kun je de zeldzame ontstekingsziekte MIS-C krijgen. Dit gebeurde in Nederland met 83 kinderen. Verder kun je na corona nog lang erg moe en snel afgeleid zijn. Dit heet long covid (long is Engels voor lang). We weten niet precies hoeveel kinderen dit hebben. Maar we weten wel dat kinderen het kunnen krijgen.

3. Wat zijn de nadelen van een vaccinatie?

Je kunt last krijgen van pijn in je arm. Ook hoofdpijn, rillerigheid en koorts komen voor. Na 1 of 2 dagen is dat helemaal over. Ernstige bijwerkingen komen bijna nooit voor. Hoe weten we dit? Omdat in de hele wereld al miljoenen kinderen het vaccin hebben gekregen. Wel heeft een aantal kinderen een tijdelijke ziekte aan de hartspier gekregen. Misschien komt dit door hun vaccinatie. De ziekte is goed te behandelen en je houdt er niets aan over. De kans dat je ziek wordt door corona is veel groter.

4. Kan ik later in mijn leven ziek worden door het vaccin?

Die kans is heel erg klein. Helemaal zeker is het niet omdat het vaccin nog nieuw is. Maar bij vaccins die erop lijken komt het bijna nooit voor.

5. Zijn de voordelen van een vaccinatie groter dan de nadelen?

 

Ja. Een vaccinatie nemen is beter voor je gezondheid dan geen vaccinatie nemen. Met een vaccinatie is de kans nog kleiner dat je ziek wordt. Ook maakt een vaccinatie de kans kleiner dat je na de zomer thuis komt te zitten. Dat kan gebeuren als jouw klas naar huis moet of als de hele school dichtgaat. Hoe meer kinderen een vaccinatie nemen hoe kleiner die kans. Niet naar school gaan is slecht voor je gezondheid. Je hebt het ritme van school en het contact met anderen nodig.

6. Bescherm je met een vaccinatie ook anderen tegen corona?

Ja. De kans dat je mensen in je omgeving besmet wordt veel kleiner. Dus je beschermt ook bijvoorbeeld je opa en oma en klasgenootjes met een slechtere gezondheid. Iedereen in Nederland heeft voordeel van de vaccinaties bij kinderen. Er worden minder mensen ziek en er hoeven minder strenge maatregelen te komen. Je helpt dus mee in de strijd tegen corona. Dat is ook een goede reden om een vaccinatie te nemen.

7. Wat is de reden dat kinderen nu een vaccinatie mogen nemen?

Het vaccin is pas geleden goedgekeurd voor kinderen vanaf 12 jaar. De regering geeft je de kans om een vaccinatie te nemen omdat het in je eigen voordeel is. Dat moet ook volgens het Kinderrechtenverdrag. Bij beslissingen die over kinderen gaan moet hun eigen voordeel voorop staan. Je kunt een vaccinatie nemen voor je eigen gezondheid. Maar misschien wil je juist graag anderen beschermen. Of misschien vind je meehelpen in de strijd tegen corona het belangrijkst. Ook dan is het in jouw voordeel dat je een vaccinatie kunt nemen.

8. Kan ik zonder vaccinatie nog naar school en naar de sportclub?

Ja. Je hebt het recht om naar school te gaan. Dus de school mag je niet weigeren. Wel kan de school je vragen om jezelf te testen. Maar dit hoef je niet te doen als je niet wil. Of je zonder vaccinatie of testbewijs naar de sportclub kan is nog niet bekend. Het kan trouwens zijn dat je straks sowieso nog een testbewijs nodig hebt voor iets. Een vaccinatie verkleint namelijk de kans dat je besmettelijk bent maar sluit het niet uit.

9. Zijn er goede en slechte redenen om wel of niet een vaccinatie te nemen?

Nee. Neem je een vaccinatie omdat al je vrienden dat doen? Of omdat je ouders het adviseren? Prima. Neem je geen vaccinatie omdat je het eng vindt? Of omdat je ouders het niet willen? Dat is ook goed. Je hebt recht op een eigen keuze. Ook heb je recht op goede informatie. Dat is informatie die klopt en die je niet probeert te dwingen tot een keuze.

10. Waar vind ik meer informatie?

Wil je meer weten over de onderwerpen die we genoemd hebben?

De regering heeft een website gemaakt voor kinderen vanaf 12 jaar en hun ouders. Het adres is www.coronavaccinatie.nl/jongeren. De informatie op die website is van betrouwbare Nederlandse wetenschappers en andere deskundigen. Er zijn teksten maar ook filmpjes. En je kunt er vragen stellen aan de GGD. Dat is de organisatie die de vaccinaties geeft.

Kind & Ziekenhuis: laat tieners nu zelf een afweging maken over vaccinatie tegen corona

De Gezondheidsraad adviseerde dinsdag om het Pfizer-vaccin ook aan te bieden aan gezonde kinderen van 12 tot en met 17 jaar. Gisteren nam het kabinet dit advies over. Kind & Ziekenhuis is blij met het advies omdat het belang en de rechten van kinderen het zwaarst hebben gewogen. De uitdaging is nu wel te zorgen dat kinderen zelf een eigen afweging kunnen maken. En hun beslissing te respecteren.

Voor wie de discussie de afgelopen weken volgde, is het advies van de Gezondheidsraad een verademing. Het ging in de media en in de politiek vooral over de vraag of ‘we’ gezonde tieners wel of niet moeten vaccineren, of ‘we’ ze nodig hebben om komend najaar onder de R te blijven en of ‘we’ gezonde tieners wel mogen gebruiken als ‘menselijk schild’ tegen de oprukkende Delta-variant. Kinderen zouden zelf ‘niet ziek’ worden van het virus, klonk het, dus ze zouden het niet voor zichzelf doen. Het was een discussie waarin de emotie het nogal eens won van de feiten, en de mening van kinderen eerder een voetnoot dan hoofdzaak was.

Zinvol en verantwoord

Gelukkig zette de Gezondheidsraad de feiten nog eens goed op een rij. Belangrijk: gezonde tieners kunnen wel degelijk (langdurig) ziek worden van corona, ook al is de kans erg klein. Daar komt bij dat zonder vaccin de kans bestaat dat ze, al dan niet met de hele klas of de hele school, weer thuis komen te zitten als in het najaar het virus weer zou oplaaien. Met alle gevolgen voor hun mentale gezondheid. Een prik levert tieners dus, als individu en als groep, gezondheidswinst op. Over de bijwerkingen is inmiddels voldoende bekend om te concluderen dat vaccineren zinvol en verantwoord is, zegt de raad.

‘Kinderen hebben recht op goede en volledige informatie die ze niet in een bepaalde richting stuurt’

Kind & Ziekenhuis is blij met het advies. In de eerste plaats omdat de Gezondheidsraad het belang van kinderen voorop stelt. Als tieners zich ook laten vaccineren is dat tevens in het belang van de gehele bevolking vanwege de toenemende vaccinatiegraad, maar het is niet de belangrijkste reden om het vaccin aan te bieden. De raad volgt daarmee het Kinderrechtenverdrag, dat voorschrijft dat het belang van kinderen leidend moet zijn bij beslissingen die hen aangaan. Datzelfde verdrag regelt het recht van kinderen op fysieke gezondheid, mentale gezondheid en het recht om naar school te gaan.

Recht om zelf te beslissen

In de tweede plaat wijst de Gezondheidsraad in haar advies terecht op dat andere, minstens zo belangrijk recht van kinderen vanaf 12 jaar: dat zij zelf een afweging mogen maken en een besluit mogen nemen. Tieners van 16 en 17 jaar beslissen helemaal zelf en kinderen van 12 tot en met 15 jaar samen met hun ouders, maar bij een meningsverschil is de stem van het kind bepalend. Terecht wijst de Gezondheidsraad erop dat ook andere argumenten dan de eigen gezondheid de doorslag kunnen geven. Zoals het willen bijdragen aan de pandemiebestrijding of het beschermen van de eigen omgeving.

Gelukkig kunnen kinderen vanaf 12 jaar heel goed zelf afwegingen maken over hun eigen gezondheid. We zien bijvoorbeeld dat zieke kinderen in staat zijn beslissingen te nemen die grote gevolgen hebben voor hun gezondheid en hun leven, ook al gaat het om complexe medische afwegingen. Ook kunnen kinderen vanaf 12 jaar goed beslissen over het wel of niet deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek en daarbij de belangen van andere kinderen betrekken. Zelf weloverwogen beslissen komt het welzijn van kinderen ten goede, blijkt uit onderzoek.

Heel andere afweging

Cruciaal is wel dat kinderen goede en volledige informatie aangereikt krijgen die ze niet in een bepaalde richting stuurt. Dat is nu ook de boodschap van de Gezondheidsraad, en daar schaart Kind & Ziekenhuis zich achter. Maar het zal een uitdaging worden. Volwassenen hebben nu eenmaal de neiging om voor kinderen in te vullen wat goed voor ze is. Terwijl kinderen een heel ander perspectief hebben en daarom tot een heel andere afweging kunnen komen.

‘We moeten de beslissing van kinderen die nee zeggen respecteren en ze niet opzadelen met een schuldgevoel’

Zo kan het bijvoorbeeld heel goed zijn dat kinderen geen vaccin nemen omdat hun vriendengroep dat ook niet doet. Of omdat ze geen ruzie met hun ouders willen. Of omdat ze het risico dat er uiteindelijk toch een zeldzame bijwerking bekend wordt niet willen nemen. Ook dat kunnen weloverwogen beslissingen zijn die wij als volwassenen hebben te accepteren, ook al bevalt de uitkomst ons misschien niet.

Neem ik die prik of niet?

Alle kinderen vanaf 12 jaar en kun ouders staan nu voor de vraag: neem ik die prik of niet? De overheid, kinder- en jeugdartsen, het onderwijs en ook wij als Kind & Ziekenhuis zullen de komende tijd ons best moeten doen om hen van goede, op feiten gebaseerde antwoorden op al hun mogelijke vragen te voorzien. En de beslissing van tieners die uiteindelijk ‘nee’ zeggen tegen een prik te respecteren, zonder ze met een schuldgevoel op te zadelen of de toegang tot school, sport en andere activiteiten te ontzeggen.

Door Hester Rippen, directeur Stichting Kind en Ziekenhuis

Ouders vinden opvoeden in coronatijd zwaar, maar ervaren ook meer rust

Veel ouders vinden de opvoeding van hun kinderen in coronatijd zwaar. Tijdens de schoolsluiting in januari had een groot deel van de ouders last van stress. Daarnaast zien zowel ouders als kinderen ook positieve kanten aan de lockdown, zoals meer rust in de agenda en meer tijd voor het gezin.

Dat zijn de uitkomsten van een onderzoek van de GGD IJsselland (regio Zwolle-Hardenberg-Deventer) naar hoe het met ouders en hun kinderen gaat tijdens de coronapandemie.

Maar liefst 12.500 ouders met kinderen tot 12 jaar in de regio gaven gehoor aan de oproep om een vragenlijst in te vullen. Het onderzoek vond plaats in de tweede helft van januari, toen de scholen nog dicht waren. GGD IJsselland was verrast over het grote aantal reacties. “Het geeft aan dat het onderwerp ontzettend leeft onder ouders”.

Opvoeden in coronatijd is zwaar

Van de reagerende ouders geeft 40 procent aan de opvoeding in coronatijd zwaar te vinden. Thuiswerken terwijl de kinderen ook thuis aanwezig zijn, maken de lockdown zwaar of lastig.

Ouders vinden het moeilijk als ze hun kind op onderwijsgebied niet kunnen bieden wat het nodig heeft. Ze signaleren dat de kinderen hun vriendjes, vriendinnetjes en hun juf missen, en in het algemeen de sociale prikkels van school.

Andere ouders, bijvoorbeeld van kinderen die op school snel overprikkeld zijn, merken op dat hun kind thuis juist beter in zijn vel zit.

Meer tijd voor het gezin

De ouders in het onderzoek geven zichzelf gemiddeld een 6,6 als het gaat om de vraag hoe goed ze zich voelen. Ook al ervaren veel ouders meer stress, driekwart van de ouders ziet ook voordelen aan de lockdown. Zo is er meer rust in de agenda en meer tijd voor het gezin.

Een ouder zegt: “Geen race van hot naar her. Meer tijd om te koken, film te kijken en spelletjes te doen.” Volgens de ouders in het onderzoek ervaren hun kinderen die positieve effecten van de lockdown ook.

Gevraagd naar hoe de kinderen zich voelen, geven de ouders dit aan met gemiddeld een 7. Aan kinderen zelf is deze vraag niet gesteld. Ongeveer eenderde van de ouders zag in januari meer boosheid, verdriet of frustratie bij hun kinderen, onder meer omdat ze niet naar school konden en er in het algemeen minder activiteiten waren.

Behoefte aan ondersteuning

Bijna een kwart van de ouders in het onderzoek noemt de zorg voor hun kind uitputtend. “Het is enorm vermoeiend. Ik sta altijd ‘aan’. Een ochtend voor mezelf, daar kijk ik erg naar uit.”

Ouders signaleerden tijdens de schoolsluiting dat de kinderen hun vriendjes, vriendinnetjes en hun juf missen, en in het algemeen de sociale prikkels van school.

Een deel van de ouders geeft aan behoefte te hebben aan ondersteuning, maar 30 procent daarvan zegt niet te weten bij zie ze daarvoor moeten aankloppen.

COVID-19 kindcheck

De onderzoekers van GGD IJsselland gebruikten de COVID-19 kindcheck, de vragenlijst die in oktober door een groep kinderartsen is ontwikkeld. Doel is zicht te krijgen hoe het met ouders en kinderen gaat in coronatijd.

Zorgprofessionals kunnen de lijst gebruiken om lichamelijke en psychische problemen bij kinderen als gevolg van de coronamaatregelen vroegtijdig op te sporen.

De ontwikkelaars roepen artsen, andere zorgprofessionals en zorgorganisaties op om de vragenlijst ook te gebruiken en, als dit grootschalig gebeurt, de resultaten met hen te delen.

Meer feiten, cijfers en reacties van ouders:

Factsheet Impact van de coronacrisis op ouders en hun kinderen in de regio IJsselland

Opvoeding is zwaar in coronatijd, maar ook meer rust (GGD IJsselland)

Naar de vragenlijst COVID-19 kindcheck:

COVID-19 kindcheck

Károly Illy - voorzitter NVK

Voorzitter NVK en OMT-lid: Károly Illy wil geen afschaling van reguliere zorg voor kinderen

“Alle kinderen moeten in de tweede golf de zorg krijgen die ze nodig hebben”

Het aantal coronapatiënten in de ziekenhuizen blijft maar stijgen. Steeds meer gewone zorg wordt afgeschaald. Wat betekent dit voor kinderen? Krijgen die nu en straks nog wel de juiste zorg? We vroegen het aan Károly Illy, kinderarts, voorzitter van de NVK en lid van het OMT.

In de eerste golf werd ook de zorg voor kinderen afgeschaald. Veel kinderen hebben toen niet de zorg gekregen die ze nodig hadden, soms met ernstige gevolgen. Kind & Ziekenhuis maak zich zorgen: gaat dit nu weer gebeuren?
“Ik begrijp die zorgen heel goed. Tijdens de eerste golf vroegen we als NVK aan onze leden het te melden als ze voorbeelden tegenkwamen van ontoereikende zorg als gevolg van coronamaatregelen. Nagenoeg alle kinderartsen zijn lid van de NVK. Er kwamen meer dan 50 meldingen binnen, en dat was nog maar het topje van de ijsberg. Als kinderartsen hebben we afgesproken dat we nu alles op alles zetten om te voorkomen dat dit in de tweede golf opnieuw gebeurt.”

Waardoor werden deze problemen in de eerste golf veroorzaakt?
“Ouders meldden zich te laat met hun kind bij de huisarts of bij het ziekenhuis uit angst voor het virus, of omdat ze de artsen niet lastig wilden vallen. Dat effect speelt nu in de tweede golf veel minder. Maar we zagen ook dat huisartsen en kinderartsen te laat in actie kwamen, bijvoorbeeld omdat ze de klachten van het kind niet herkenden of ernst van het probleem niet meteen doorhadden. Artsen stuurden kinderen dan niet op tijd door naar het ziekenhuis of ze begonnen te laat met een behandeling. Vaak was de oorzaak dat artsen de klachten via de telefoon of beeldbellen beoordeelden en niet in levenden lijve.”

Wat doet de NVK om deze problemen in de tweede golf te voorkomen?
“We hebben tegen huisartsen, maar ook tegen kinderartsen gezegd: wees heel voorzichtig met het vervangen van live consulten door telefonische consulten of beeldbellen. Als je maar enigszins twijfelt, doe het dan niet en zorg dat je het kind in het echt ziet. We hebben deze boodschap een paar keer gedeeld met onze leden, en ook de huisartsen hebben we herhaaldelijk op het fenomeen gewezen via hun beroepsorganisatie NHG. Dat zullen we blijven doen, het is een continu proces van bewustwording.”

Kinderen met een chronische aandoening of complexere problematiek zijn vaak extra vatbaar voor virussen. Kunnen ze nu gewoon naar de huisarts en het ziekenhuis komen, ook al zijn daar steeds meer coronapatiënten?
“Absoluut. Wij doen er als artsen alles aan om te zorgen dat het bij de huisarts en in de ziekenhuizen veilig is, kinderen en ouders hoeven zich daar geen zorgen over te maken. Voor alle kinderen, met of zonder een chronisch aandoening, geldt dat ze de zorg moeten krijgen die ze nodig hebben. Dus tegen ouders zeg ik: als het vóór het coronatijdperk nodig was om in levenden lijve naar de huisarts of de kinderarts te gaan, dan is dat het nu ook.”

“Het RS-seizoen komt eraan, we kunnen het ons helemaal niet permitteren om personeel en bedden af te staan”

Overal wordt nu gesproken over afschaling van de reguliere zorg en de gevolgen die dat heeft voor patiënten. Geldt dat ook voor de kindergeneeskunde? Moeten de kinderartsen in de ziekenhuizen meedoen met afschalen?
“Wij vinden als NVK van niet. En we doen er alles aan om te voorkomen dat het toch gebeurt. In diverse ziekenhuizen zien we nu dat een beroep wordt gedaan op kinderartsen om meer poliklinische consulten te vervangen door telefonische consulten of beeldbellen, zodat er minder mensen fysiek naar het ziekenhuis hoeven te komen. Ik heb een oproep gedaan aan alle kinderartsen: doe dat alleen als het verantwoord is, en beoordeel dat per individuele patiënt.”

“Hetzelfde geldt voor het uitstellen van poliklinische afspraken voor bijvoorbeeld een onderzoek of een behandeling. Ik weet niet in hoeverre dat nu plaatsvindt, maar dat kan alleen als het uitstel verantwoord is en op geen enkele manier gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van het kind. Uiteraard moet de behandelend arts in zo’n geval hoe dan ook het kind en de ouders goed over het uitstel informeren, bijvoorbeeld in een telefoongesprek of in een beeldbelsessie.”

Hoe zit het met de klinische zorg? Moeten de afdelingen kindergeneeskunde ook artsen, verpleegkundigen en beddencapaciteit afstaan aan de volwassenenzorg? Dat gebeurde in de eerste golf wel.
“Op een paar plaatsen in Nederland is daar nu sprake van, maar wij verzetten ons daartegen. We staan aan de vooravond van het RS-seizoen: als dat virus gaat rondwaren, en dat gebeurt elk jaar, hebben we elk kinderbed en de bijbehorende menskracht in Nederland hard nodig. Dus we kunnen het ons helemaal niet permitteren personeel en beddencapaciteit af te staan.”

Geldt dat ook voor de kinder-intensive care plaatsen?
“Zeker, die plekken zijn en blijven bestemd voor kinderen. Het gaat dan om de nicu’s, de picu’s en overige high care plaatsen in met name de UMC’s. Zodra kinderen op die plekken voldoende hersteld zijn, moeten ze wel overgeplaatst kunnen worden naar een bed in een algemeen ziekenhuis, anders raakt het systeem verstopt. Ook om die reden kunnen we in de kindergeneeskunde geen bedden afstaan.”

Kind & Ziekenhuis vindt dat de kindergeneeskunde volledig buiten schot moet blijven bij het afschalen van zorg. Dat is namelijk een maatregel die kinderen treft, terwijl hij genomen wordt ten behoeve van volwassenen. Dat is in strijd met het kinderrechtenverdrag van de VN, en ook onze Handvesten Kind&Ziekenhuis en Kind & Zorg.
“Daar ben ik het helemaal mee eens. In de eerste golf werden we overvallen door het virus. Het was crisis, er was geen andere keus dan de reguliere zorg snel en rigoureus af te schalen. Maar nu is de situatie anders. Kinderen worden van het virus zelf nauwelijks ziek, het kan niet zo zijn dat zij de dupe worden van de maatregelen. We hebben onze leden dan ook opgeroepen er alert op te zijn dat de zorg voor kinderen niet wordt afgeschaald. Klinisch helemaal niet, en poliklinisch alleen zodanig dat kinderen er geen nadeel van ondervinden.”

“Ieder kind dat in coronatijd niet de zorg krijgt die het nodig heeft, is er één te veel”

Maar kunnen de NVK en de kinderartsen in de ziekenhuizen dat afdwingen? De kinderafdelingen maken deel uit van de ziekenhuisorganisatie.
“Het is onze taak als kinderartsen om ervoor te zorgen dat kinderen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Daar hoort nu dus bij dat we ons verzetten tegen afschaling van kindergeneeskundige zorg die niet verantwoord is. Ik treed als NVK-voorzitter en OMT-lid nu regelmatig op in de media. Als er raden van bestuur van ziekenhuizen zijn die dit uitgangspunt met voeten treden zal ik niet aarzelen om in actie te komen. Ieder kind dat in deze coronatijd niet de zorg krijgt die het nodig heeft, is er één te veel.”

Veel kinderen met een chronische aandoening of complexere problematiek moeten voorzichtiger zijn voor het virus dan andere kinderen. Zijn er nieuwe medische inzichten ten opzichte van de vorige golf?
“In de zomer werd bekend dat kinderen tussen 13 en 18 jaar bevattelijker zijn voor het virus dan we eerst dachten, en het ook makkelijker kunnen overdragen dan eerst gedacht. Daarom moeten ze nu op school mondkapjes dragen en afstand houden tot elkaar, en altijd de anderhalve meter in acht nemen tot volwassenen. Maar het is niet zo dat kinderen van deze leeftijd zieker blijken te worden van het virus dan we eerder dachten. Dit inzicht geldt voor alle kinderen in die leeftijdsgroep, dus ook voor kinderen met een chronische aandoening of complexere problematiek.”

“Verder zijn er geen nieuwe inzichten bijgekomen. Nog steeds geldt dus dat het coronavirus voor alle kinderen niet gevaarlijker is dan andere virussen. Ze worden er ook niet zieker van dan van bijvoorbeeld het influenzavirus, zeg maar de gewone griep. Ik besef heel goed dat voor een aantal kinderen met complexere problematiek ook andere virussen heel gevaarlijk kunnen zijn, en dan is corona natuurlijk een extra zorg want het is een nieuw virus dat erbij is gekomen. Maar kinderen met een chronische aandoening die normaal gesproken niet erg ziek worden van een griep, en dat geldt voor de meeste kinderen, zullen dat van corona ook niet worden.”

‘Het nadeel van ietsje meer risico lopen weegt niet op tegen het grote voordeel van gewoon meedoen’

Wat is je advies aan kinderen met een chronische aandoening of complexere problematiek, nu het virus meer rondwaart?
“Mijn advies is: als je vóór corona naar school, speciaal onderwijs of dagbesteding ging, doe dat dan nu ook. Het is belangrijk voor je gezondheid, je welzijn en je ontwikkeling dat je sociale contacten hebt, dat je omgaat met leeftijdsgenoten. Voor een klein aantal kinderen met een zeldzame aandoening geldt een ander advies: hoor je tot die groep, dan informeert je behandelend arts je daarover. Tegen alle andere kinderen die van een gewone griep ook niet erg ziek worden, zeg ik: blijf niet thuis zitten, ga naar school of dagbesteding. Je loopt dan ietsje meer risico het virus op te lopen, maar dat weegt niet op tegen het grote voordeel van gewoon meedoen.”

Stichting Kind en Ziekenhuis
door journalist Pieter Hoogesteijn

Afschaling reguliere zorg: hou de kinderen buiten schot!

Het aantal COVID-patiënten blijft hard stijgen, afschaling van reguliere zorg dreigt. De kindzorg moet daar dit keer volledig van uitgezonderd blijven, stelt Hester Rippen, directeur van Stichting Kind en Ziekenhuis.

Afgelopen dinsdag sprak NVK-voorzitter Károly Illy in het Jeugdjournaal geruststellende woorden. Kinderen in Nederland hoeven zich op dit moment geen zorgen te maken als ze zorg nodig hebben, zei hij. De kinderartsen hebben geleerd van de eerste golf, toen kinderen soms niet op tijd de juiste zorg kregen. En dat willen ze niet nog een keer meemaken. Ze gaan er alles aan doen om dat te voorkomen.

Reguliere zorg afschalen

Dat zijn bemoedigende woorden. Maar inmiddels zijn we vier dagen verder, het aantal COVID-patiënten blijft hard stijgen. De ziekenhuizen maken plannen om de reguliere zorg toch weer af te schalen – precies datgene dat niemand na de eerste golf nog een keer wilde. Op een toenemend aantal plekken zijn operaties alweer uitgesteld.

Heeft dit geen gevolgen voor de kindzorg, zoals de kinderartsen willen? Ik ben er niet gerust op.

Als Kind & Ziekenhuis krijgen we signalen dat in ziekenhuizen kinderafdelingen niet uitgezonderd worden van de COVID-maatregelen. Zo geldt op meerdere plekken een maximum van één bezoeker per kind. Ook zijn er ziekenhuizen waar de vader niet bij de geboorte van het kind aanwezig kan zijn, en komt het voor dat moeder en pasgeborene van elkaar gescheiden worden als het kind ziek blijkt te zijn. Elders, zo lezen we, hebben kinderafdelingen ruimte moeten afstaan in verband met de toename van COVID-patiënten.

Waar leidt dat toe?

Andere disciplines en de ziekenhuisbesturen zien de kinderafdelingen toch snel als een van de vele afdelingen, die ook hun steentje moeten bijdragen. Ik ben bang dat als de ziekenhuizen maandag weer gaan vergaderen over het uitstellen van reguliere zorg en het vrijmaken van zorgpersoneel voor  COVID-zorg, men ook van de afdeling kindergeneeskunde een zekere inspanning verwacht.

Wat moet dan het antwoord zijn?

Zoals bekend zegt het kinderrechtenverdrag van de VN (en ook onze Handvesten Kind&Ziekenhuis en Kind & Zorg) dat bij elke beslissing die gevolgen heeft voor kinderen, het belang van kinderen te allen tijde voorop moet staan. Dat betekent dat coronamaatregelen in het ziekenhuis kinderen niet onnodig mogen treffen – zeker niet als deze maatregelen genomen worden ten behoeve van volwassenen.

Onnodig raken

Eén bezoeker per kind is niet in het belang van het kind, als dit betekent dat het beide ouders of broertjes en zusjes niet kan zien. Hetzelfde geldt voor andere beperkende maatregelen, en voor het eventueel afschalen of uitstellen van kindzorg. Dit zijn maatregelen ten behoeve van volwassenen (kinderen worden nauwelijks opgenomen met COVID) die niet in het belang zijn van kinderen, maar ze wel onnodig raken.

De eerste golf overspoelde iedereen. Er was sprake van een crisissituatie, waarin de kindzorg deels werd meegezogen. Het leidde tot veel angst en onzekerheid bij ouders, uitgestelde afspraken en in een aantal gevallen tot suboptimale zorg voor kinderen.

Nu zijn de ziekenhuizen voorbereid, en moet het uitgangspunt zijn: kinderen moeten te allen tijde toegang hebben tot de zorg die ze nodig hebben. Afschalen, uitstellen en maatregelen die reguliere family integrated care beperken (zie de aanbevelingen onder dit artikel) horen daar niet bij. Ook niet in tijden van corona.

Hester Rippen
Directeur Stichting Kind en Ziekenhuis

EACH statement: goede kindzorg in coronatijd

Maatregelen in het ziekenhuis in verband met COVID-19 kunnen niet zomaar worden opgelegd aan kinderen. Stichting Kind en Ziekenhuis en de European Association for Children in Hospital EACH hebben daarom een lijst met aanbevelingen opgesteld voor zorgprofessionals. De lijst wordt momenteel vertaald en zal binnenkort beschikbaar komen op www.kindenzorg.nl

Naar het EACH statement met de aanbevelingen

Aanbevelingen i.v.m. het uitstellen van afspraken en maatregelen rond bezoek

De aanbevelingen in verband met het uitstellen van afspraken en maatregelen rond bezoek zijn vertaald en staan in onderstaand document.

Aanbevelingen Kind & ZIekenhuis bij COVID-maatregelen

Kinder- en jeugdartsen: voorkom onnodige schade in tweede golf

Artsen, andere zorgverleners en maatschappelijke organisaties moeten erop toezien dat de ‘tweede golf’ niet nog meer onnodige schade toebrengt aan de gezondheid van kinderen. Die oproep doen kinder- en jeugdartsen na een analyse van de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor kinderen.

De artsen concluderen dat niet zozeer het virus zelf, maar de maatregelen om het virus te bestrijden grote gevolgen hebben voor het welzijn en de gezondheid van kinderen in Nederland. Deze collateral damage (bijkomende schade) is deels te voorkomen als er meer rekening wordt gehouden met de belangen van het kind.

De kinder- en jeugdartsen doen hun oproep in een opinieartikel en een analyse op het journalistieke platform dvk-opinie.nl.

Slechte communicatie

Als één van de voorbeelden noemen zij de slechte communicatie vanuit de ziekenhuizen over het afschalen van niet-acute, reguliere zorg voor kinderen tijdens de eerste golf. Ze wijzen op het onderzoek van Kind & Ziekenhuis van februari, waaruit bleek dat meer dan 50 van de ouders te maken had met het uitstellen van afspraken. In 69 procent van de gevallen gaf het ziekenhuis daarbij niet aan wat de gevolgen van het uitstel voor het kind zouden zijn.

Dit moet beter als in de tweede golf opnieuw kindergeneeskundige zorg wordt afgeschaald, zeggen de artsen. ‘Het aanbieden van alternatieve communicatie is van groot belang, zodat met ouders de gevolgen van het uitstellen van afspraken kan worden besproken.’

Niet de juiste zorg

Ook wijzen de kinder- en jeugdartsen op ‘patiënts delay’ en ‘doctors delay’ tijdens de eerste golf, waardoor veel kinderen niet of niet op tijd de juiste zorg kregen. Het gaat hierbij zowel om mensen die zich te laat met klachten van hun kinderen melden (bijvoorbeeld uit angst voor besmetting) als artsen die te laat kinderen instuurden in het ziekenhuis omdat ze klachten niet herkenden.

Zowel de NVK als Kind & Ziekenhuis kregen hier tientallen meldingen van. Nader onderzoek naar deze suboptimale zorg (met soms ernstige gevolgen) is van groot belang om verdere schade in de toekomst te voorkomen, zeggen de artsen. ‘Bij de tweede golf en/of een eventuele nieuwe lockdown dient er geen twijfel of terughoudendheid te zijn om kinderen in te sturen en live te zien,’ aldus de kinder- en jeugdartsen.

Gevolgen social distancing

De artsen onderzochten ook de gevolgen van het sluiten van de scholen en sportvoorzieningen, het wegvallen van dagbesteding en bezoekregelingen in de gehandicaptenzorg en social distancing in het algemeen tijdens de lockdown.

De impact daarvan was groot, concluderen ze. ‘Kinderen zijn voor hun welzijn, groei en ontwikkeling afhankelijk van onderling contact en interactie met volwassenen die belangrijk voor hen zijn. Dat werd belemmerd door de maatregelen van de lockdown, gekenmerkt door thuisblijven en afstand houden.’

De gevolgen van de pandemie raakt kinderen in kwetsbare omstandigheden of met een beperking of aandoening harder dan andere kinderen, zeggen de artsen. Nu de tweede golf eraan komt, is het van belang dat er juist bij deze groep niet nog meer onnodige schade ontstaat, zeggen ze.

Alle hens aan dek

Niet alleen kinder- en jeugdartsen, maar ook andere artsen, zorgverleners en maatschappelijke organisaties hebben de taak alert te zijn en pleitbezorger te zijn voor de belangen van kinderen. Het zijn uitzonderlijke tijden, aldus de artsen, en daarom is het ‘alle hens aan dek’ om een open toekomst voor alle kinderen zoveel mogelijk te garanderen.

De kinder- en jeugdartsen maken deel uit van de Commissie Pleitbezorging, een denktank voor de beroepsverenigingen van kinder- en jeugdartsen.

Naar het opinieartikel en de analyse op dvk-opinie.nl

Stichting Kind en Ziekenhuis door journalist Pieter Hoogesteijn

COVID-19 pandemie voor kinderen met zorgbehoeften en hun gezinnen: Geen kinderspel!

De COVID-19 pandemie heeft Nederland zorgland op haar kop gezet; uitermate uitdagend voor zorgprofessionals, ouderen en bedrijven. Ondanks dat het verloop bij kinderen meestal mild is zien Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, Stichting Kind en Ziekenhuis en the Dutch Academy of Childhood Disabilty grote gevolgen bij gezinnen met kinderen met zorgbehoeften. Welke lessen kunnen we meenemen naar de toekomst?

De coronapandemie heeft iedereen in de zorg gedwongen om op een kritische manier naar zijn/haar werk te kijken. De maatregelen van het kabinet op 15 maart hebben op nagenoeg alle aspecten van zorg invloed gehad. Vanuit onze organisaties hebben we in kaart gebracht wat de gevolgen waren voor gezinnen en zorgverleners van kinderen met zorgbehoeften.

“Als er een tweede golf komt, houd ik mijn kinderen weer thuis.”

Stichting Kind en Ziekenhuis organiseerde een Flitspeiling: ruim 750 ouders reageerden. Het Netwerk Integrale Kindzorg peilde de lid-organisaties van de zeven regio’s: 72 reacties. De Dutch Academy of Childhood Disability stuurde een enquête naar artsen en therapeuten in de kinderrevalidatie: ruim 230 reacties. Alle vragen hadden betrekking op de ervaringen van de ondervraagden in de periode van de lockdown tussen maart en mei 2020, voor het versoepelen van de regels.

Wat betekende de lockdown voor de (para)medische zorg?

Ouders hadden te maken met uitgestelde/afgezegde afspraken in het ziekenhuis, de huisarts of voor therapie. De meeste zorgorganisaties kregen als instructie om de therapie te beperken tot ‘noodzakelijke of urgente zorg’, al was niet altijd duidelijk wat dat betekende. De zorg in kinderdagcentra en scholen werd stopgezet. Doorgang van paramedische behandeling en zorg werd individueel afgewogen. Vaak werd aan de individuele zorgverlener overgelaten om dit samen met ouders te bepalen. Ook ouders gingen wisselend om met het afbellen van afspraken. Sommigen belden zelf af uit angst voor het coronavirus, of om de zorg(verleners) niet extra te belasten. Waar mogelijk werd zorg digitaal voortgezet. Via videobellen werd zo goed en kwaad als het ging de therapie gecontinueerd.

Zorgen om coronavirus

Ouders uitten grote zorgen over de gezondheidsrisico’s voor hun kind. Vooral over (het gebrek aan) informatie rondom corona en de gevolgen van afgezegde afspraken en mogelijke gevaren voor hun kind. Zij maakten zich zorgen over de extra belasting van zorg voor hun kind. En er was angst dat kinderen niet voldoende hun eigen vragen konden stellen, omdat het coronavirus veel aandacht opeiste. Driekwart van de ouders pasten hun gedrag of dagelijkse routine aan.

Professionals deelden deze zorgen met ouders. Zij signaleerden veel angst onder ouders. Voorbeeld: als het kind bij ouder op schoot zit tijdens een nare handeling is werken op 1,5 meter afstand van een kind en/of een ouder onmogelijk. Zorg van kindzorgprofessionals thuis werd afgezegd door ouders en werd zelf overgenomen.

Een andere zorg bij zowel professionals als gezinnen was het gebrek aan beschermingsmiddelen. Aangezien de zorg thuis plaatsvindt werden deze gezinnen en professionals in eerste instantie niet meegenomen in de verdeling ervan. Ongeveer de helft van de professionals die in direct contact komen met gezinnen gaf aan dat zij een tekort aan materialen hadden.

Zorg aan kinderen met zorgbehoeften thuis

In gezinnen met een kind met zorgbehoefte waren de zorgen het grootst. In maart was nog niet bekend dat kinderen een zeer kleine kans hebben op het ontwikkelen van COVID-19 en nauwelijks een rol spelen in de verspreiding ervan. Veel ouders gingen daarom reeds voor de maatregelen die zouden volgen in zelfgekozen quarantaine om hun kind te beschermen. Dit betekende dat afspraken voor thuiszorg werden afgezegd en toegang tot het gezin voor zorgprofessionals afgehouden werd. Doordat veel ouders ook (gedwongen) thuiswerkten en ook dagbesteding en scholen dichtgingen, moesten zij ook de zorg voor het kind thuis overnemen.

Het merendeel van de professionals die anders wel bij gezinnen thuiskomt gaf aan niet toegelaten te worden. Soms omdat gezinnen zorg niet toelieten, andere keren, omdat organisaties destijds hadden bepaald dat hun medewerkers niet naar gezinnen thuis mochten. Een minderheid had voor zichzelf besloten niet naar gezinnen toe te gaan, om het risico op besmetting te voorkomen.

De meest gehoorde opmerkingen vanuit gezinnen voor het weigeren van toegang tot gezinnen zijn:

  • Besmettingskans zo klein mogelijk maken, omdat “deze kinderen” te kwetsbaar zijn.
  • “Een arts zei dat er zo min mogelijk zorgverleners mochten komen.”
  • Koorts een trigger kan zijn voor epileptische aanvallen, dus bedreigend voor een kind.
  • Veel kinderen hebben sowieso luchtwegproblemen.
  • Ziekte van ouders zelf waardoor ouders en kind in volledige lockdown willen blijven.
  • Ouders werken zelf thuis en zorgen nu zelf voor hun kind.

In contact blijven

Het was niet altijd gemakkelijk om in contact met gezinnen te blijven. Met name de kinderen die de zorg en therapie het hardst nodig hadden waren het lastigst te bereiken. Ondanks de maatregelen, werd door de professionals getracht om in contact te blijven. Professionals geven beeldbellen aan als alternatief om contact te blijven houden, te informeren hoe het gaat en advies te geven, of online consult te houden. Beeldbellen werd ook ingezet om therapie voort te kunnen zetten, waardoor de behandeling vaak toch redelijk vervolgd kon worden. Ouders verwachtten dat professionals onderling overlegden en zaken deelden. Het beeldbellen wordt ook door het grootste deel van de ouders en professionals als goed alternatief gezien en positief ervaren. Beeldbellen vraagt wel aanpassingen van zorgprofessionals, zoals op een andere manier contact maken en vertrouwen opbouwen.

Beeldbellen werkt niet voor fysieke handelingen/onderzoeken, noch voor alle gesprekken. Zorgprofessionals voorzien problemen op de langere termijn omdat bepaalde signalen kunnen worden gemist zoals huiselijk geweld, spanning of angst. Ouders meldden zich ook minder snel zelf en lijken zich terug te trekken in hun eigen veilige omgeving. Professionals werkzaam op wooninstellingen voelden zich daarnaast ongemakkelijk dat zij wel op een locatie mochten komen, waar ouders van (volwassen) kinderen niet mochten komen.

Beeldbellen werkt niet voor fysieke handelingen/onderzoeken, noch voor alle gesprekken.

Sommige professionals gaven aan het juist (veel) drukker te hebben dan normaal, zoals geestelijk verzorgers en rouw-verliesbegeleiders. Begeleiders op kinderdagcentra en (para)medici hadden het juist veel rustiger omdat kinderen niet op afspraken konden komen.

Uitdagingen

Zowel ouders als professionals kwamen voor (nieuwe) uitdagingen te staan. Door een verwevenheid van werk en privé was het belangrijk om zelf positief, mentaal en fysiek gezond te blijven. Zoals hierboven genoemd was het voor veel professionals een uitdaging om contact te houden. De social-distancing maatregelen zorgden ervoor dat multidisciplinaire behandelingen en overleggen in eerste instantie moeilijker waren vorm te geven. Later werd dit, onder andere door de mogelijkheid van beeldbellen, weer iets gemakkelijker. De overweging of contact tussen professional fysiek of via beeldbellen kon was zowel voor ouders als professional een lastige afweging. Uit deze uitdagingen blijkt dat zowel professionals als ouders waarde hechten aan intermenselijk contact.

Wat zijn mooie dingen die gebeuren?

Naast uitdagingen brengt de coronacrisis ook mooie ontwikkelingen. Digitale toepassingen hebben een vlucht genomen en zullen blijvend een plek gaan krijgen. Hierdoor is bepaald contact met kinderen en gezinnen hechter geworden, doordat ook op een creatieve manier is gezocht naar mogelijkheden om in contact te komen en te blijven.

Digitale toepassingen hebben een vlucht genomen en zullen blijvend een plek gaan krijgen.

Creativiteit in alle soorten van verbindingen en oplossingen zorgt voor waarderende reacties. Gezinnen hebben ervaren dat ze ook baat hebben bij een bepaalde “rust en regelmaat”. Het heeft ook een meer holistische blik gebracht: niet alleen het kind centraal, maar het hele systeem! Dat brengt saamhorigheid en nog betere samenwerking tussen zorgprofessionals en gezinnen en onderling. Zorgprofessionals laten zien bereid te zijn extra werk te verzetten daar waar nodig middels saamhorigheid, inventiviteit en ‘out of the box’ denken.

Wat kunnen we leren van de afgelopen periode?

Wat we kunnen leren is dat eenduidige informatie geven over gevolgen van uitstel van afspraken, waar ouders zelf op kunnen letten en wanneer ze echt aan de bel moeten trekken belangrijk zijn. Professionals moeten samen met ouders zorgen voor gezamenlijke regievoering. Ruimte voor interpretatiemogelijkheden en mogelijkheden voor maatwerk zijn daarbij essentieel. Direct persoonlijk (online) contact levert een positieve bijdrage en neemt ruis en onnodige stress en angst weg. Met name bij de kwetsbaarste gezinnen nam de angst, stress en onzekerheid toe. Juist deze gezinnen moeten extra ondersteund worden! Samen beslissen is hierin het uitgangspunt. Ouders kennen hun kind het beste en zijn de experts over hun gezin. Bij elke beslissing tot verandering en (tijdelijk) beleid moet niet alleen de veiligheid vooropgesteld worden, maar ook de sociale impact op kind én gezin.

Bij de verdeling van beschermingsmaterialen moeten zorgprofessionals en ouders die thuis zorgen voor een zorgintensief kind meegenomen worden.

Ouders kennen hun kind het beste en zijn de experts over hun gezin.

Samenvattend: een nog betere holistische integrale, gezinsgerichte aanpak, betere samenwerking en afstemming tussen gezin en zorgprofessionals en tussen zorgprofessional onderling is iets om vast te houden. Vaker, laagdrempeliger en kortere (online) contactmomenten helpen om contact tussentijds te behouden. Als laatste is de blijvende inzet van digitale oplossingen en het uitbreiden hiervan in de toekomst een waardevolle opbrengst. Op deze manier kunnen ouders en professionals gezamenlijk de regie voeren en kind en gezin optimaal ondersteunen.

Omdat de maatregelen rondom corona nu worden versoepeld, zien we meer deuren opengaan. Ook maken meer afspraken en laten gezinnen voorzichtig weer zorg binnen. Zoals vroeger wordt het nooit meer, maar met de waardevolle lessen die we de afgelopen periode geleerd hebben, kunnen we het samen juist beter maken.

  • Johannes Verheijden, coördinator Netwerk Integrale Kindzorg Utrecht/Noord-Holland & Flevoland, beleidsadviseur Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg
  • Hester Rippen, directeur Stichting Kind en Ziekenhuis
  • Mattijs Alsem, kinderrevalidatiearts Amsterdam UMC, Bestuurslid Dutch Academy of Childhood Disabilty
  • Annemieke Buizer, hoogleraar kinderrevalidatie, Amsterdam UMC, Voorzitter Dutch Academy of Childhood Disability

Meer info over het coronavirus en de kindzorg: www.kindenzorg.nl/coronavirus
Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg: www.kinderpalliatief.nl
Stichting Kind en Ziekenhuis: www.kindenziekenhuis.nl

Wanneer moet je kind nu thuisblijven en wanneer testen op corona?

Scholen zijn weer begonnen: testen of thuisblijven?

Kinderen gaan weer naar school en de herfst komt eraan. Verkoudheden en de reguliere griepvirussen steken weer de kop op. Corona is nog steeds onder ons. Wanneer moet je kind nu thuisblijven en wanneer laat je je kind testen? En als je je kind laat testen, hoe kun je je kind daarbij helpen? 

De beslisboom neusverkouden kinderen (opgesteld door AJN, Boink i.s.m. RiVM) geeft houvast aan ouders, school en opvang wanneer een kind thuis moet blijven. De RiVM richtlijnen geven aan wanneer je kind in aanmerking komt voor een test. Het laten testen van je kind is een persoonlijke keuze met voor- en nadelen. Een test afnemen is een gezamenlijk besluit van kind, gezin en zorgprofessional. Overwegingen die hierbij kunnen helpen staan in de infographic “Je kind testen op Corona?” (opgesteld door Stichting Kind en Ziekenhuis ism Charlie Braveheart en Skills4Comfort). 

Als je kind getest gaat worden bereid hem of haar dan goed voor! De testlocatie kan spannend zijn en veel kinderen vinden de test niet prettig. In de infographic staan tips hoe je jouw kind kunt helpen. Vraag ook gericht naar de mogelijkheden om je kind te laten testen in een kindgerichte omgeving.  

Deel je ervaring met testen

Is jouw kind getest? Hoe vond je kind het? Deel je ervaring via de korte vragenlijst voor ouders. Of laat je kind de vragenlijst voor kinderen invullen.