Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan Medisch Pedagogische zorgverlener Jorinka en Linde

0
588
Medisch pedagogische hulpverlener Linde

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: Medisch Pedagogische zorgverlener Jorinka (geen foto) en Medisch Pedagogische zorgverlener Linde (foto).

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Jorinka: “Vermindering in het aantal patiënten.”

Linde “Het contact. We kijken extra kritisch naar pedagogische hulpvragen en hebben hierdoor minder contact met patiënten en ouders. In principe bellen met beeld wanneer kinderen/ouders in druppel-contact isolatie zijn opgenomen om mondkapjes te besparen. Ook doen we dit met patiënten ter voorbereiding op hun komst of ter verwerking. Ons vak draait om in contact zijn, afstemmen en anticiperen. Dit is momenteel in sommige gevallen een grotere uitdaging.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Jorinka: “Impact van stress op ouders en op het kind. En ik bedoel hierbij de combinatie van verschillende (mogelijk stressgevende) factoren. Niet alleen de ziekenhuisopname, maar daarbij ook stress/angsten over corona en mogelijke besmetting/gevaren in het ziekenhuis, eventuele financiële zorgen, zorgen om de rest van het gezin thuis, maatschappelijke zorgen, zorgen om familieleden, stress/druk van werk. Daarbij tijdens ziekenhuisopname ook minder mogelijkheden om in balans te blijven (afwisseling met familieleden, minder mogelijkheden voor ontspanning/afleiding et cetera).”

Linde: “Dat de afstemming niet voldoende is, waardoor we de hulpvraag onvoldoende beantwoorden. Daarnaast maak ik me zorgen over belangrijke hulpvragen die we ‘missen’ omdat dit mogelijk onjuist wordt ingeschat door een andere discipline. Daarnaast maak ik me zorgen om de sociale isolatie waar kinderen en gezinnen nu mee te maken hebben, waardoor de draagkracht-draaglast erg uit balans kan raken.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Jorinka: “Creativiteit/out-of-the-box denken om gezien de omstandigheden tóch op heel korte termijn één en ander in het belang van het kind/gezin voor elkaar te krijgen om ziekenhuisopname zo goed mogelijk te laten verlopen. En de tijd/mogelijkheden om aan beleid/innovatie te werken.”

Linde: “We hebben veel projecten af kunnen ronden doordat één collega per dag thuis werkte. Hierbij kun je denken aan klinische lessen voor artsen en laboranten, een plan omtrent bewust belonen en protocollen worden herzien. Dit zijn zaken die we heel graag op willen pakken, wat echter niet altijd haalbaar is door gebrek aan tijd.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Jorinka: “In het begin van de crisis was de impact groot. Er veranderde veel, maar vooral in de omstandigheden. Gelukkig is er niet veel veranderd in de manier waarop ik invulling geef/kan geven aan mijn werk. Dat vind ik belangrijk; ik kan dezelfde zorg blijven leveren aan kinderen en ouders.”

Linde: “Dan kom ik toch weer terug bij de andere manier van contact hebben en soms geen contact hebben wat misschien wel nodig was geweest. Ik hoop niet, maar ben wel bang dat, door deze crisis meer dan anders traumatische ervaringen zijn opgedaan door kinderen en hun gezin.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Jorinka: “Eigenlijk aan alle bovenstaande: Blijf, ondanks de maatregelen die in veel ziekenhuizen gelden, per situatie/gezin bekijken wat er nodig is en wél mogelijk is om stress zoveel mogelijk te minimaliseren. Blijf als gezin/ouder aangeven wat je denkt dat je kind nodig heeft/je zelf nodig hebt, óndanks de maatregelen die er zijn.”

Linde: “Kijk naar de mogelijkheden. Wat kan nog wel? En kijk, luister en lees goed mee zodat de pedagogische hulpvragen zo goed mogelijk ingeschat en beantwoord worden.”