Stichting Kind & Zorg en vier andere belangenorganisaties uiten in een brief en een position paper aan de bewindslieden van het ministerie van VWS hun grote bezorgdheid over de dreigende onbalans tussen ‘gebruikelijke zorg’ door ouders aan kinderen met een (langdurige en/of complexe) zorgvraag en de mate waarin deze gezinnen passende zorg en ondersteuning toegewezen krijgen door gemeenten.
De situatie dreigt, zo stellen de organisaties, dat hetgeen ouders ‘normaal gesproken’ zelf doen aan zorg en ondersteuning in het gezin bepalend wordt voor wat ouders van een kind met een (langdurige) zorgvraag daarnaast mogen ontvangen.
Dit zet de deur open naar onder meer structurele overbelasting en financiële problemen in gezinnen met kinderen met een langdurige (en vaak complexe) zorgvraag, vrezen de belangenorganisaties.
Behoefte en rechten als maatstaf
In plaats van ‘gebruikelijke zorg’ zou de overheid volgens de organisaties moeten uitgaan van de individuele behoefte aan zorg en ondersteuning van kind en gezin, de VN-verdragen over de rechten van kinderen, gehandicapten en vrouwen, de handvesten van Stichting Kind & Zorg en de balans tussen draagkracht en draaglast van gezinnen.
De brief en de position paper Gebruikelijke zorg en het recht van het kind op passende kindzorg zijn opgesteld en ondertekend door Stichting Kind & Zorg (waar kenniservaringcentrum Schouders deel van uitmaakt), Ieder(in), Patiëntenfederatie Nederland, MantelzorgNL, Spierziekten Nederland en Stichting Voor werkende Ouders.
Onderzoek naar ‘gebruikelijke zorg’
Aanleiding voor brief en position paper is het onderzoek dat het ministerie van VWS uitvoert naar de vraag wat in Nederland onder gebruikelijke zorg wordt verstaan in het gemeentelijke domein. Een begrijpelijke poging om te bepalen wat mensen normaal gesproken voor elkaar doen, zeggen de organisaties.
Maar daarachter schuilt de meer fundamentele vraag wie de verantwoordelijkheid draagt voor de zorg van een kind met een (langdurige en/of complexe) zorgvraag: de ouders zelf of de samenleving, in dit geval de gemeenten. Waar ligt de grens tussen liefdevol zorgen en structureel overbelast raken?
Overbelasting en crisissituaties
Als beleidmakers te veel verantwoordelijkheid bij de ouders (en hun netwerk) neerleggen, neemt de kans op overbelasting, crisissituaties en langdurige uitval van de ouders toe, aldus de organisaties. In brief en position paper formuleren zij daarom als kernboodschap:
‘Gebruikelijke zorg’ kan een nuttig begrip zijn in lichte situaties, maar het raakt zijn legitimiteit kwijt zodra het overgaat in beleid dat een situatie met een langdurige(en/of complexe) zorgvraag van een kind tot ‘normaal ouderschap’ verklaart.
Balans tussen draagkracht en draaglast
De organisaties roepen de bewindslieden van het ministerie van VWS daarom op om een afwegingskader te ontwikkelen dat niet ‘gebruikelijke zorg’ als vertrekpunt heeft, maar wat het kind aan zorg en ondersteuning nodig heeft om gezond, veilig en menswaardig te kunnen opgroeien. Met daarbij als uitgangspunten een duurzame balans tussen de draagkracht en de draaglast van het gezin en het voorkomen van stapeling van zorgkosten.
Samen bouwen aan beleid
De belangenorganisaties nodigen alle betrokken partijen uit – het ministerie van VWS, gemeenten, beroepsverenigingen en maatschappelijke organisaties om samen te bouwen aan beleid dat recht doet aan ieder kind en elk gezin.
Naar de brief aan de bewindslieden van het ministerie van VWS
Naar de position paper Gebruikelijke zorg en het recht van het kind op passende kindzorg