Ouders van zorgkinderen vinden elkaar in lokale ouderplatforms

Waar vind ik speciaal onderwijs voor mijn kind? Hoe krijg ik mijn zoon op zwemles? Hoe blijven andere ouders overeind? Ouders van zorgkinderen lopen tegen dezelfde vragen en muren op. In steeds meer gemeenten slaan ze de handen ineen om samen hun weg te vinden in de wereld van lokale voorzieningen.

Kind & Zorg stimuleert de totstandkoming van een landelijk netwerk van dergelijke ouderplatforms, zodat er steeds meer komen. “Op steeds meer plekken zie je dat ouders elkaar op een of andere manier vinden,” zegt projectmanager Bianca Hierck. “Op het schoolplein, in een appgroep, in een koffiehoek van het ziekenhuis. Wat begint als een gesprek over meedoen, groeit uit tot iets groters: een lokaal netwerk van ouders die elkaar versterken en samen het verschil maken.”

Concreet aan de slag

Een voorbeeld is de groep ouders Bijzonder in Arnhem, waar Bianca Hierck zelf deel van uitmaakt. Samen met de gemeente en partners in de stad zorgden ze voor zes toegankelijke speeltuinen, ten behoeve van hun eigen kinderen met een beperking én die van anderen. Ook organiseerden ze een prikkelarme Sinterklaas-intocht.

Ze merkten: als een paar ouders gewoon concreet aan de slag gaan, komen ook instanties in de gemeente en de gemeente zelf in beweging. “Niemand is tegen inclusie, blijkt dan. Er is alleen nooit over nagedacht.”

Gewoon zelf beginnen

“Vanuit ons ervaringskenniscentrum (Sch)ouders weten we dat het voor veel ouders enorm lastig is om je aan te sluiten bij dergelijke initiatieven. De tijd ontbreekt, net als de energie. Dat is ook begrijpelijk. De zorg voor kind, gezin en jezelf vraagt immers veel van je. Maar waar ouders zelf beginnen komt er beweging op gang. Ze krijgen veranderingen voor elkaar, en dat geeft energie.”

Bianca Hierck noemt andere voorbeelden. Zoals in Apeldoorn, waar een groep ouders een tijdschrift vol ervaringsverhalen maakte. Het tijdschrift was een eye-opener, het ligt nu op het bureau van ouders en wethouders in hun stad. En in Amsterdam groeide een koffiegroep uit tot gesprekspartner van de gemeente. Hoe dat in die gemeenten in zijn werk ging, staat beschreven in uitgebreide interviews op schouders.nl (zie kader).

In de spotlights

Als Kind & Zorg gaan we nog meer van deze initiatieven in de spotlights zetten. We beschrijven waarom het die ouders wel lukt, zodat andere ouders van die kennis en ervaring kunnen leren. Daarbij denken we ook aan webinars en praktische instrumenten zoals voorbeeldbrieven en draaiboeken. Alles om ouders die nadenken over soortgelijke initiatieven, of die daar al mee begonnen zijn, te inspireren en met elkaar te verbinden.”

Doe ook mee met ouderplatforms!

Ouderplatforms zijn groepen ouders die samen zorgen voor verandering, verbinding en zichtbaarheid. Ze maken impact via de politiek of organiseren bijeenkomsten of koffieochtenden.

Wil jij daar meer van weten? Of heb je zelf ervaring met het opzetten van een ouderplatform. Stel je vraag, kijkt rond of  deel je adviezen:

Ga naar https://schouders.nl/ vrije-tijd/ouderplatforms.

Symposium Kind & Chronische Pijn: “Kinderen en ouders verdwalen nog te vaak in de zorg”

Kinderen met chronische pijn en hun ouders maken te vaak een lange zoektocht langs verschillende zorgverleners voordat ze passende zorg vinden. Dit komt omdat een samenhangende aanpak ontbreekt. Tijdens het symposium Kind & Chronische Pijn op donderdag 12 maart bespraken zorgprofessionals, onderzoekers en ervaringsdeskundigen hoe deze zorg beter georganiseerd kan worden.

Chronische pijn bij kinderen komt vaker voor dan gedacht. Een aantal van deze kinderen kan daardoor niet normaal naar school of deelnemen aan andere dagelijkse activiteiten. Toch bestaat er in Nederland nog geen eenduidige structuur voor de zorg aan deze kinderen.

Met het symposium  Kind & Chronische Pijn op 12 maart 2026 wilden organisatoren Kind & Zorg, Pijnpatiënten naar één stem en de Pijn Alliantie in Nederland (PAiN) samen met ervaringsdeskundigen, pijnspecialisten en zorgverleners concrete stappen zetten richting een landelijk zorgpad voor kinderen en jongeren met chronische pijn.

Grote gevolgen

In een film werd tijdens de bijeenkomst getoond welke grote gevolgen chronische pijn heeft voor het dagelijks leven van kinderen en hun gezinnen. Gewone dingen zijn voor deze kinderen vaak niet meer vanzelfsprekend.

“Als ik veel pijn heb kan ik heel weinig doen,” vertelt een van de kinderen in de film. “Dan kan ik niet met mijn vrienden spelen.” Omdat de pijn vaak niet zichtbaar is, begrijpen anderen het niet altijd. “Het stomme is dat mensen niet aan mij zien dat ik iets heb. Mensen kunnen heel domme dingen zeggen.”

Van versnippering naar samenhang

Tijdens het symposium werkten deelnemers in gemengde groepen aan de contouren van een landelijk zorgpad voor kinderen met chronische pijn.

Duidelijk werd dat de zorg aan kinderen met chronische pijn en hun gezinnen nu te versnipperd is. Volgens zorgprofessionals vraagt passende zorg juist  om samenwerking tussen verschillende disciplines, zoals die van artsen, fysiotherapeuten en psychologen. In de praktijk blijkt dat vaak lastig te organiseren.

Ook ouders ervaren dat zij, door de versnippering, vaak zelf de regie moeten houden over de zorg.

“Ik mis iemand die naast ons staat,” vertelde een moeder tijdens de bijeenkomst. “Iedereen vraagt iets van ons, maar er is niemand die met ons meeloopt.”

Meedoen in het dagelijks leven

Een landelijk zorgpad is daarom essentieel, waarbij niet zozeer de pijn zelf centraal staat maar veel meer het leven van kind en gezin. Wat hebben kinderen, jongeren en ouders nodig om ondanks chronische pijn zo goed mogelijk te kunnen meedoen in het dagelijks leven?

“Kinderen leven niet in zorgstelsels, maar in een gezin, op school en in hun dagelijks leven,” aldus Hester Rippen – Wagner, directeur-bestuurder van Kind & Zorg. “Juist daarom vraagt chronische pijn bij kinderen om een aanpak waarin medische zorg, psychologische ondersteuning en het dagelijks functioneren samenkomen.”

Verdere stappen naar een landelijk zorgpad

Passende zorg vraagt om betere samenwerking tussen zorgverleners, meer aandacht voor het gezin en een sterkere verbinding met school en het sociale leven van het kind. Dat was het belangrijkste conclusie van het symposium.

Alle inzichten uit het symposium worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het Nationaal Programma Chronische Pijn, waarin ook een specifiek spoor voor kinderen wordt uitgewerkt.

Volgens de organisatoren is dat hard nodig. “Chronische pijn bij kinderen vraagt om een andere manier van organiseren dan we nu gewend zijn,” zegt Hester Rippen – Wagner.

“Dit symposium heeft laten zien dat er veel kennis, betrokkenheid en gedrevenheid is om die stap samen te zetten.”

Brandbrief aan politiek: laat gezinnen niet de dupe worden van tekortschietend zorgsysteem

Stichting Kind & Zorg doet vandaag samen met ouders, patiënten- en belangenorganisaties een dringend beroep op de politiek om zeer snel concrete acties te ondernemen voor alle gezinnen die gespecialiseerde medische kindzorg nodig hebben in de eigen omgeving.

Het gaat daarbij niet alleen om de circa 70 tot 80 gezinnen die acuut in grote problemen komen door de aangekondigde sluiting van vier zorgvilla’s van zorgaanbieder ExpertCare. Een veel grotere groep gezinnen heeft evenzeer dringend medische kindzorg dichtbij huis nodig, maar zij zijn niet in beeld omdat er in hun regio geen voorziening (meer) is.

Kind & Zorg, ouders en patiënt- en belangenorganisaties doen hun oproep vandaag in een brandbrief aan staatssecretaris Pouw-Verweij en de vaste Tweede Kamercommissie van VWS.

Over hun grenzen

De brief wijst erop dat het gaat om gespecialiseerde, medisch noodzakelijke zorg waarbij gezondheid, ontwikkeling en gezinsleven onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Als deze zorg ontbreekt of wegvalt, komen gezinnen in grote problemen. Omdat er geen alternatieven zijn, komt de zorglast volledig bij de ouders zelf terecht, die daardoor snel over hun grenzen gaan.

In de brief doen wij gezamenlijk een dringend beroep op de staatssecretaris van VWS om op korte termijn in gesprek te gaan met Stichting Kind & Zorg en de cliëntenraad van ExpertCare over een acute oplossing voor de gezinnen die nu geraakt worden door de sluiting van de zorgvilla’s.

Structurele oplossingen

Daarnaast vragen wij om met ons en de andere landelijke patiënten- en belangenorganisaties ook in gesprek te gaan over blijvende oplossingen. De sluiting van de zorgvilla’s staat niet op zichtzelf, maar is het gevolg van structurele tekortkomingen in de regelgeving en financiering rond passende medische kindzorg voor deze kinderen en hun gezinnen.

Het kan niet zo zijn dat juist deze ouders en hun kinderen, die volledig afhankelijk zijn van het zorgstelsel, uiteindelijk de rekening betalen van deze tekortkomingen, aldus de brief.

De brandbrief is opgesteld door:

Naar de brandbrief aan de staatssecretaris en vaste kamercommissie VWS

Belangenorganisaties verontrust over ‘gebruikelijke zorg’ als maatstaf voor passende kindzorg

Stichting Kind & Zorg en vier andere belangenorganisaties uiten in een brief en een position paper aan de bewindslieden van het ministerie van VWS hun grote bezorgdheid over de dreigende onbalans tussen ‘gebruikelijke zorg’ door ouders aan kinderen met een (langdurige en/of complexe) zorgvraag en de mate waarin deze gezinnen passende zorg en ondersteuning toegewezen krijgen door gemeenten.

De situatie dreigt, zo stellen de organisaties, dat hetgeen ouders ‘normaal gesproken’ zelf doen aan zorg en ondersteuning in het gezin bepalend wordt voor wat ouders van een kind met een (langdurige) zorgvraag daarnaast mogen ontvangen.

Dit zet de deur open naar onder meer structurele overbelasting en financiële problemen in gezinnen met kinderen met een langdurige (en vaak complexe) zorgvraag, vrezen de belangenorganisaties.

Behoefte en rechten als maatstaf

In plaats van ‘gebruikelijke zorg’ zou de overheid volgens de organisaties moeten uitgaan van de individuele behoefte aan zorg en ondersteuning van kind en gezin, de VN-verdragen over de rechten van kinderen, gehandicapten en vrouwen, de handvesten van Stichting Kind & Zorg en de balans tussen draagkracht en draaglast van gezinnen.

De brief en de position paper Gebruikelijke zorg en het recht van het kind op passende kindzorg zijn opgesteld en ondertekend door Stichting Kind & Zorg (waar kenniservaringcentrum Schouders deel van uitmaakt), Ieder(in), Patiëntenfederatie Nederland, MantelzorgNL, Spierziekten Nederland en Stichting Voor werkende Ouders.

Onderzoek naar ‘gebruikelijke zorg’

Aanleiding voor brief en position paper is het onderzoek dat het ministerie van VWS uitvoert naar de vraag wat in Nederland onder gebruikelijke zorg wordt verstaan in het gemeentelijke domein. Een begrijpelijke poging om te bepalen wat mensen normaal gesproken voor elkaar doen, zeggen de organisaties.

Maar daarachter schuilt de meer fundamentele vraag wie de verantwoordelijkheid draagt voor de zorg van een kind met een (langdurige en/of complexe) zorgvraag: de ouders zelf of de samenleving, in dit geval de gemeenten. Waar ligt de grens tussen liefdevol zorgen en structureel overbelast raken?

Overbelasting en crisissituaties

Als beleidmakers te veel verantwoordelijkheid bij de ouders (en hun netwerk) neerleggen, neemt de kans op overbelasting, crisissituaties en langdurige uitval van de ouders toe, aldus de organisaties. In brief en position paper formuleren zij daarom als kernboodschap:

‘Gebruikelijke zorg’ kan een nuttig begrip zijn in lichte situaties, maar het raakt zijn legitimiteit kwijt zodra het overgaat in beleid dat een situatie met een langdurige(en/of complexe) zorgvraag van een kind tot ‘normaal ouderschap’ verklaart.

Balans tussen draagkracht en draaglast

De organisaties roepen de bewindslieden van het ministerie van VWS daarom op om een afwegingskader te ontwikkelen dat niet ‘gebruikelijke zorg’ als vertrekpunt heeft, maar wat het kind aan zorg en ondersteuning nodig heeft om gezond, veilig en menswaardig te kunnen opgroeien. Met daarbij als uitgangspunten een duurzame balans tussen de draagkracht en de draaglast van het gezin en het voorkomen van stapeling van zorgkosten.

Samen bouwen aan beleid

De belangenorganisaties nodigen alle betrokken partijen uit – het ministerie van VWS, gemeenten, beroepsverenigingen en maatschappelijke organisaties om samen te bouwen aan beleid dat recht doet aan ieder kind en elk gezin.

Naar de brief aan de bewindslieden van het ministerie van VWS

Naar de position paper Gebruikelijke zorg en het recht van het kind op passende kindzorg

OKE-programma: hulp bij het aanleren van zorghandelingen in de eigen omgeving

Een grote groep kinderen heeft na een ziekenhuisopname in de eigen omgeving ook nog (veel) zorg nodig. Denk aan verpleegtechnische handelingen, het toedienen van medicatie en (toezicht op) het in acht nemen van leefregels. Goede instructies hierover aan ouders, kinderen / jongeren zelf en anderen die de zorg geven is essentieel.

Het Ouder-Kind educatieprogramma (OKE) biedt sinds een aantal jaren ondersteuning hierbij. Het educatiemateriaal helpt bij het aanleren van diverse verpleegtechnische handelingen, zowel door ouders als door kinderen/jongeren die zelfstandig een handeling willen kunnen uitvoeren.

Daarnaast biedt OKE onderwijs aan zorgverleners die zich (verder) willen bekwamen in het onderwijzen van handelingen aan ouders en jongeren.

Landelijke stuurgroep

Het programma wordt ondersteund door een landelijke stuurgroep. Hierin zijn vertegenwoordigd de afdelingen kindergeneeskunde van de academische ziekenhuizen, BinkZ, Kind & Zorg, beroepsorganisaties V&VN en Kinderverpleegkunde.nl en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK).

Daarnaast is er een  landelijke werkgroep waarin de deelnemende ziekenhuizen en organisaties met elkaar samenwerken rond het verspreiden, verbeteren en up-to-date houden van het programma.

Educatiemateriaal

Het educatiemateriaal van OKE is te vinden via de MKS-website van de samenwerkende zorgpartijen. Er zijn aparte onderdelen voor ouders, kinderen/jongeren en zorgverleners.

Naar het Ouder-Kind educatieprogramma (OKE) op de MKS-website

Medisch specialisten dringen aan op betere mogelijkheid uitwisselen gegevens

Medisch specialisten maken zich grote zorgen over de gebrekkige beschikbaarheid van patiëntgegevens, bleek onlangs uit een enquête van de Federatie Medisch Specialisten (FMS). Doordat ict-systemen niet op elkaar aansluiten, beschikken zij vaak niet over alle benodigde gegevens. Dat brengt onder meer de patiëntveiligheid in gevaar, aldus de FMS.

De medisch specialisten dringen er bij minister en Tweede Kamer op aan om te bevorderen dat er snel een landelijke, uniforme infrastructuur van digitale gegevensuitwisseling komt. Kind & Ziekenhuis sluit zich aan bij die wens. Ouders van kinderen met een zorgbehoefte ondervinden als geen ander de nadelen van de huidige versnippering van patiëntgegevens.

Doorgeefluik

Door het ontbreken van een uniform systeem fungeren ouders in de praktijk vaak zelf als doorgeefluik van de patiëntgegevens van hun kind – met alle risico’s van dien. Dat bleek in 2023 uit onderzoek door Kind & Ziekenhuis. Een goed werkende digitale persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) speciaal voor kinderen en ouders zou uitkomst bieden: het zou ze controle en regie geven. Ook hier is een uniforme digitale infrastructuur voor nodig.

Functioneel ontwerp

In dit onderzoek vroeg Kind & Ziekenhuis ouders naar hun behoefte en wensen  ten aanzien van zo’n PGO. Op basis hiervan maakten we samen  met de ouders een functioneel ontwerp voor een digitale PGO voor kind en gezin. Een samenvatting van het onderzoek en het functioneel ontwerp zijn beschikbaar op de website van Kind & Ziekenhuis.

Meer info:

Naar het onderzoek van Kind & Ziekenhuis en het functioneel ontwerp voor een PGO

Naar de enquête van de Federatie Medisch Specialisten

Naar de roep van medisch specialisten en andere zorgpartijen om een landelijke infrastructuur

 

 

 

 

 

Breder leren kijken met hulp van de MKS werkwijze

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Wilhelmina Ziekenhuis hier meer over.

Toen het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen (WZA) hoorde over de MKS Advies Visitaties, dachten ze in eerste instantie: dat is niks voor ons. Zoveel chronisch zieke kinderen die met medische zorg naar huis gaan zien ze immers niet. Inmiddels is die gedachte weg en weten ze: ook voor ons is hartstikke veel te doen met MKS!

Anita van Zanten is kinderverpleegkundige in het WZA, een niet te groot perifeer ziekenhuis in het Noorden van het land. Toen zij in aanraking kwamen met MKS dachten ze in eerste instantie dat het allemaal veel te ingewikkeld was. “We besloten een advies visitatie aan te vragen en gingen erover lezen. Hoe moeten we dat dan doen? Is dat iets voor ons? Zoveel kinderen met een zorgvraag thuis zijn er immers niet in het ziekenhuis.”

Gaandeweg komen ze erachter dat MKS eigenlijk heel logisch is en goed aansluit op de ontwikkelingen die nu spelen op het vlak van integrale zorg. Naast de visitatie, voerden de kinderverpleegkundigen ook gesprekken met ouders van kinderen die met medische zorg naar huis gaan, bezochten zij een symposium en spraken zij met zorgpartners zoals Kinderthuiszorg. “We kregen een beter besef waar ouders mee te maken krijgen thuis, hoeveel zorgprofessionals betrokken kunnen raken bij een gezin waar een kindje is met medische zorg thuis en hoeveel ouders hierin moeten regisseren. Daar sta je niet altijd bij stil als kinderverpleegkundige op een afdeling. En daarbij, ook al sta je erbij stil, wat kun je ouders eigenlijk bieden?”

Na de visitatie gaan Anita en Auktje aan de slag met de aanbevelingen uit het rapport. Ze keken wat voor hun afdeling wenselijk en haalbaar was en stelden op basis daarvan prioriteiten. Ze zochten gericht de samenwerking op met Kinderthuiszorg en het Netwerk Integrole Kindzorg. Daarnaast betrokken ze Herma Meijer van bureau kwaliteit. Over deze samenwerking zeggen zij: “Herma heeft ons geholpen om de probleemstelling duidelijker te krijgen. Hoe kunnen we alles wat is aangeboden vormgeven? Wat is er nodig? Waar ligt precies onze vraag? Enzovoort.”

Inmiddels zijn er met de zorgpartners buiten het ziekenhuis afspraken gemaakt over overdrachten van en naar elkaar en hebben ze structureel overleg. Gaandeweg betrekken ze het hele team en leren ze samen kijken op een net iets andere manier. “We hebben meer structuur aangebracht. Ook al lijkt het in eerste instantie maar om een relatief klein groepje kinderen te gaan. Als je het daarvoor goed bedenkt en inricht, dan heeft iedereen er wat aan.“

Wat het WZA andere zorgorganisaties aanraadt

“Wij raden iedereen aan om het kleiner te maken, probeer niet meteen alles te doen, maar begin met een eerste kleine stap. Maak een goede probleem- en doelstelling en ga aan de slag. Betrek ook mensen van het kwaliteitsbureau erbij, omdat zij ervaring hebben met dit soort trajecten. “Als kinderverpleegkundigen schieten we vaak meteen in de oplossing en soms is het nodig om net even wat rustiger aan te doen.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Family Integrated Care

Beatrix Kinderziekenhuis: de kinderverpleegkundige van de toekomst denkt transmuraal

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Beatrix Kinderziekenhuis hier meer over.

Voorzichtig, maar onmiskenbaar beginnen de muren tussen kinderverpleegkunde binnen en buiten de muren van het ziekenhuis af te brokkelen. Vooroplopers zijn onder meer de transmuraal werkende kinderverpleegkundigen. Zij brengen de wereld van het ziekenhuis en die van de kindzorg thuis langzaam maar zeker bij elkaar.

Dat is echt iets voor mij, dacht Jorien Bouma, toen ze de vacature zag voor een opleidingsplaats tot transmuraal kinderverpleegkundige. “Het medische aspect van het werken in het ziekenhuis trekt me heel erg, maar de kinderthuiszorg heb ik ook altijd interessant gevonden. Zeker toen ik ontdekte welke mogelijkheden er thuis allemaal zijn. Ik vind het een mooie uitdaging om eraan bij te dragen dat die overgang van ziekenhuis naar thuis voor kind en gezin soepel verloopt.”

Jorien is als kinderverpleegkundige transmuraal opgeleid. Ze is in dienst bij het Beatrix Kinderziekenhuis van het UMC Groningen, waar ze elke maand twee weken werkt. De andere twee weken is ze werkzaam bij KinderThuisZorg Nederland. Ze vormt nu nog een koppel met Rianne Doornbos, die het werken binnen en buiten de ziekenhuismuren om de maand afwisselt.

Transmurale samenwerking

De transmuraal werkende kinderverpleegkundige gaat de muren tussen beide werelden verder afbreken in de regio Groningen. Want dat is het idee achter het transmuraal opleiden en werken, zegt Jorien. “Als transmuraal werkende kinderverpleegkundige bevorder je de samenwerking tussen de zorg binnen en buiten het ziekenhuis. We zijn in beide disciplines opgeleid en werken nu in beide settings.”

Jorien en Rianne delen continu hun ervaringen in beide werelden met hun collega’s. Rianne: “De manier van werken in de ziekenhuizen verschilt toch nog steeds met die in de kinderthuiszorg. Ook tussen ziekenhuizen onderling is er veel variatie in onder meer protocollen. Een warme overdracht gaat veel makkelijker als je de werkwijze van de ander goed kent.”

We horen: wat fijn dat we jullie ook hier tegenkomen, wat mooi dat dit kan!

Jorien en Rianne zien veel enthousiasme over hun dubbelrol. Bij collega’s, die een steeds beter beeld krijgen van de ins en outs van die andere werkplek van Jorien en Rianne. Maar ook kinderen en gezinnen. Jorien: “Wij komen in het ziekenhuis regelmatig kinderen tegen die we kennen uit de kinderthuiszorg, en andersom. Voordeel is dan dat je meteen de hele situatie rond het kind kent.”

Rianne: “Het is zo leuk als kind en het gezin jou herkennen! We horen dan vaak: wat fijn dat we jullie ook hier tegenkomen, wat mooi dat dit kan. Een vertrouwd gezicht geeft een veilig gevoel. Dat is goud waard.”

Maar ook in andere situaties bewijst het transmuraal werken zijn meerwaarde, zegt Jorien. “We kennen natuurlijk onze collega’s in het ziekenhuis en in de kinderthuiszorg heel goed. Dus in de dagelijkse zorg voor kinderen zijn de lijntjes heel kort. Je belt makkelijk even een collega in de andere setting. Of je zoekt snel even iets op, we hebben immers toegang tot beide digitale systemen.”

Een uitdaging

De samenwerking tussen het Beatrix Kinderziekenhuis en KinderThuisZorg in Groningen rond het gezamenlijk opleiden en aanstellen van transmurale kinderverpleegkundigen werd een paar jaar geleden opgezet als pilot.

In algemene zin ziet men in het land de meerwaarde van transmuraal werken. Ook op een aantal andere plaatsen in Nederland zijn ziekenhuizen en kinderthuiszorgorganisaties transmurale pilotprojecten gestart. Het blijkt nog niet heel makkelijk om voor twee organisaties te werken, onder meer qua arbeidscontract en dienstroosters. Het CWZ ziekenhuis in Nijmegen is daarom samen met onder anderen KinderThuisZorg Nederland een grootschalig onderzoek gestart naar de meest optimale inzet van transmuraal opgeleide kinderverpleegkundigen.

Jorien en Rianne kunnen zich voorstellen dat het vormgeven van transmurale werkplekken een uitdaging kan zijn. Maar aan de andere kant: het is ook pionieren, je loopt voorop en dan is de praktijk soms weerbarstig. Ze geloven allebei dan ook dat transmurale kinderverpleegkundige zorg de toekomst heeft.

Jorien: “Sinds kort biedt de HBO-V opleiding in Groningen stages in de kinderthuiszorg aan. Ook dat is natuurlijk een heel goede ontwikkeling, dat je in de opleiding al met beide settings kennismaakt. De leerlingverpleegkundigen zijn er zeer enthousiast over.”

Geen muur

“Je merkt gewoon aan alles hoe goed het is voor kind en gezin als er een vloeiende overgang is van het ziekenhuis naar thuis”, zegt Rianne. “Soms is het wel zoeken naar je rol. Maar op een ander moment krijg je weer een enthousiaste reactie, of word je weer bij een project betrokken vanwege je transmurale functie. Dan lever je via dat project ook weer een bijdrage. Het zijn kleine stapjes, maar met elk stapje raak ikzelf ook weer enthousiaster.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Elkerliek Ziekenhuis: samenwerking zowel binnen als buiten het ziekenhuis

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Elkerliek Ziekenhuis hier meer over.

In het Elkerliek ziekenhuis ervaart men dat de problematiek van kind en gezin in sommige gevallen steeds heftiger wordt. Dit heeft er bij dit ziekenhuis toe geleid dat er verschillende samenwerkingsverbanden zijn ontstaan om er gezamenlijk voor te zorgen dat kind en gezin zo goed mogelijk worden geholpen.

Binnen het Elkerliek vindt één keer per twee weken overleg plaats met het psychosociaal team. Hierbij zijn een psycholoog, kinderarts, (soms) kinderverpleegkundigen, een maatschappelijk werker (vanuit het nazorgteam) en een medisch pedagogisch zorgverlener betrokken. In dit overleg komt meer aan de orde dan alleen het medische. “We komen steeds vaker tegen dat een ‘gezinssysteem’ niet goed functioneert waardoor er allerlei problemen ontstaan. Laaggeletterdheid speelt hierbij ook een rol.”

Naast de reguliere samenwerking met de jeugdgezondheidszorg en met huisartsen zijn er korte lijnen met diverse organisaties van zorg en ondersteuning, sociale teams van de gemeente en (speciaal-)onderwijs. Persoonlijk contact door het nazorgteam, de kinderpsychologen en de kinderarts met deze organisaties helpt om de processen te verbeteren.

Wat dit het ziekenhuis en de patiënt oplevert

“Door de korte lijnen weten wij wat er mogelijk is.  Met goed vooroverleg door de betrokkenen in het ziekenhuis is er een helder beeld van de problematiek en wat helpend is in de aanpak hiervan. Door dit beeld met een warme overdracht  bij de passende hulpverlening te krijgen, zijn onze patiënten sneller en beter geholpen met de juiste zorg op de juiste plek,”  aldus kinderarts Rinske Bos.

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Beatrix Kinder Ziekenhuis: dichtbij de praktijk blijven helpt bij implementatie

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Beatrix Kinderziekenhuis hier meer over.

Binnen het Beatrix Kinderziekenhuis wordt al langer gewerkt om MKS geïmplementeerd te krijgen en vanaf begin  2023 is hier écht serieus werk van gemaakt. Het vraagt een lange adem, maar levert ook zeker wat op.

Het BKZ heeft haar visie op integrale (kind)zorg duidelijk omschreven. Dit vormt een mooie basis om vanuit verder te werken. Met maar liefst 600 verpleegkundigen die moeten worden meegenomen in dit gedachtengoed is een lange adem nodig. De focus ligt nu op het scholen van de kinderverpleegkundigen. “In eerste instantie merkten we dat mensen dachten: oh nee, niet weer een project! Zegt Cecile Ketelaar, kwaliteitsadviseur en projectleider MKS. “Maar als je dan in gesprek gaat met mensen, klinische lessen aanbiedt en praat vanuit voorbeelden, dan merk je dat mensen enthousiast worden.”

Veranderingen kosten tijd, weet ook Michel van Vliet, kinderarts sociale pediatrie en medisch manager van de polikliniek kindergeneeskunde “We organiseren ook nu al MDO’s en brengen de vier leefgebieden in kaart, we zijn zo ontzettend gewend om vanuit het medische te denken dat daarin veranderen soms lastig is. Dat betekent dus dat we elkaar scherp moeten houden. En dan helpt het om overal in het ziekenhuis ambassadeurs te hebben, zodat we samen de kar kunnen trekken.”

Wat dit het ziekenhuis en de patiënt oplevert

Uiteindelijk zorgt de MKS-werkwijze ervoor dat de zorg beter op elkaar wordt afgestemd en beter past in het leven van kind en gezin. “Soms kom je er bijvoorbeeld tijdens een MDO achter dat iedereen net iets anders bedoelt. Bijvoorbeeld wanneer het gaat over een crisismaatregel. Dat soort discussies moet je eigenlijk voor zijn en daar kan MKS bij helpen”  zegt Van Vliet.  “En net zo belangrijk is het dat kind en gezin naar huis kunnen met een veilig gevoel, dit geldt voor zowel complexe als minder complexe zorgvragen. Dat ze denken: dit kunnen we.”

Tips voor andere ziekenhuizen en het delen van ervaringen

Het BKZ heeft de afgelopen jaren vooral gemerkt dat het helpt om het samen te doen en de lijntjes warm te houden. Komend jaar starten zij bijvoorbeeld met intervisie bijeenkomsten met verpleegkundigen van thuiszorg en ziekenhuis. “We merken dat vooral dicht bij de praktijk blijven enorm aanspreekt.” Zegt Gerda van Bergen, hoofd kinderverpleegkundige “en dat kan op allerlei manieren: vind ambassadeurs binnen je eigen organisatie, geef klinische lessen, maak de verbinding met thuiszorg organisaties, etc. “Houdt het paadje warm met aansprekende en praktisch toepasbare info voor de mensen op de werkvloer.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!