Ben je tiener met een ziekte of aandoening?

Een PGO? Ja, een PGO. Ofwel een Persoonlijke GezondheidsOmgeving. Een PGO is een digitale omgeving bijvoorbeeld een website, of een app op je smartphone of tablet. Een PGO zorgt ervoor dat je op één plek jouw gezondheidsgegevens kan bekijken. Bijvoorbeeld; het advies van je huisarts of jouw allergieën. Deze kan je ook aanvullen met eigen gegevens bijvoorbeeld medicatiedagboek, bloeddruk, gewicht, etc. En delen met wie je wil.

Meer info over PGO: medmij.nl/pgo of bekijk dit filmpje:

Een PGO maakt het makkelijker om te werken aan je gezondheid. Dat is voor iedereen belangrijk. Of je nu oud of jong bent. Of je nu een (chronische) ziekte hebt of gezond bent.

Maar zover is het nu nog niet. De huidige PGO’s zijn nog niet helemaal werkend. De huidige PGO’s moeten nog veel beter aansluiten wat jij als tiener bijvoorbeeld wil. En daar willen wij graag jouw mening over weten! Via de button hieronder kan je meedoen!

“De AV1-robot van Tess (16) is de held van de school”

Het gezin van Tess (16) bestaat uit vader Edwin, moeder Jolanda, zus Marel en Tess zelf. Tess is sociaal, lief en een enorme doorzetter. Altijd dol geweest op sporten, maar dat lukt haar niet meer. Ze heeft een beperking door een bloedvatvernauwing tussen haar maag en lever. Daardoor zit Tess in een rolstoel. Ze was erg ziek door corona en heeft nu vaak ernstige hoofdpijnen. Hierdoor kan ze minder dan eerst.

“Bob, de held van de school”

Moeder Jolanda vertelt: “Omdat Tess zo’n doorzetter is, redt ze het. Ze is voetbalfan, vooral van Lieke Martens. Jaren geleden was ze bij een wedstrijd in Barcelona en sprak met Lieke. Dat was zo positief, Lieke wees haar op trucjes om met haar beperkingen om te gaan.”

“Tess probeert altijd overal iets van te maken, haar drang naar revalidatie is enorm. Eigenlijk zou Tess naar een mytylschool moeten, maar ze volgt nog steeds regulier onderwijs. Door haar doorzettingsvermogen én de medewerking van school.”

“Doordat Tess corona kreeg, werd ze echt eenzaam. Eerst liepen vriendinnen in en uit, ze kon naar buiten en naar school. Tess mist vooral dat sociale: klasgenoten, vriendinnen, docenten. Dat is voor haar veel belangrijker dan ‘alleen’ school.”

Met kop en schouders

“We hebben andere manieren van beeldbellen geprobeerd, maar de AV1-robot steekt met kop en schouders boven alles uit. Hij werkt op de school zó ontzettend goed dat ze eigenlijk nooit meer anders wil.”

“Aanvragen van de robot ging fantastisch. Ze pakten snel door bij K&Z en waren vriendelijk. Tess kon de robot heel snel gebruiken. Dat ze na de eerste periode nogmaals de robot mochten lenen, was echt fantastisch.”

Nette voldoendes

“Tess gaat naar het Elde College in Schijndel. De school gaat geweldig om met de robot, iedereen is laaiend enthousiast. Hij werkt perfect. De robot zorgt dat ze haar lessen kan volgen en dat ze steeds nette voldoendes haalt.”

“Door de AV1 kan Tess nog steeds naar het regulier onderwijs. Ze heeft veel vriendinnen, dus het is nooit een probleem wie er op school voor de robot zorgt. Hij ging nog nooit mee naar iets leuks, dat hadden we niet bedacht. Goed idee, als er iets leuks is, kan hij mee!”

Echt een maatje

“De robot bedienen is niet moeilijk. Toen Tess de gebruiksaanwijzing goed had gelezen, ging het perfect. Tess leent de robot voor de tweede keer en heeft de nieuwe versie. Ze ontdekte dat die nog veel meer kan! Ze vindt het leuk om gezichtsuitdrukkingen te gebruiken.”

“Tess zat in een revalidatiecentrum en keek voetbal met andere meisjes. Ze haalde net wat drinken toen er werd gescoord. De meisjes hadden geen idee door welke speler. Ze riepen: ‘Bob heeft gescoord!’ Vanaf die dag heet de robot Bob. Het is een echt maatje, zelfs de zorgcoördinator noemt hem Bob. Bob is feitelijk de held van de school.”

“Op school heet de robot Freya”

Freya (16) is grappig, lief en heeft veel gevoel voor humor. Door complicaties bij de geboorte heeft ze niet-aangeboren hersenletsel. Ze heeft een cognitieve beperking en veel onrealistische angsten.

“Ze is weer onderdeel van de klas”

Moeder Amanda vertelt: “Freya heeft ernstige scoliose en daardoor een aandoening aan haar luchtwegen. Wat haar eenzaam maakte, was dat er door corona geen vriendinnetjes meer thuiskwamen. Ze miste het vrije samen spelen en het persoonlijke contact.”

“We probeerden een tool voor beeldbellen. Maar dat werkt niet bij deze kinderen. Ze vonden het saai, het ‘leeft’ niet en bleek geen oplossing. Ik heb zelf de AV1-robot gevonden. Aanvragen ging soepel, de robot was snel geleverd. Het was natuurlijk belangrijk én heel fijn dat school meewerkte.”

Feestjes

“Op school heet de robot Freya! De robot voelt als een verlengde van Freya en wordt echt als haar gezien. Door de AV1 is ze weer onderdeel van de klas, ze zit dus eigenlijk gewoon op school. De robot gaat mee naar buiten, met uitjes, naar de winkel, gymles, feestjes. Mensen praten tegen de robot, Freya kan reageren. Kinderen zien de robot als haar.”

“Freya gaat naar een fantastische mytylschool in Hilversum. Ze gaan daar heel goed om met langeafstandsonderwijs en zijn heel creatief met de AV1. Freya bedient de robot makkelijk en kan er ondanks haar beperkingen prima mee overweg. Samen met de robot heeft Freya flinke vooruitgang in ontwikkeling geboekt!”

Door de positieve ervaring met de Robot AV1 probeert Freya’s school inmiddels om zélf een robot aan te schaffen.

Ingezonden brief van een dankbare moeder

DE ACHTERBAN | In de zorg draait alles om de patiëntjes, maar hoe gaat het met de mensen om hen heen? Wat zijn de ervaringen van ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden en vriendinnen?

Beste leerkrachten, gezinnen en zorgprofessionals,

Sinds een paar maanden maakt onze zoon Ilias (9) gratis gebruik van een AV1 robot van Kind & Ziekenhuis. We wisten van tevoren niet dat de robot ons zoveel waardevolle momenten zou opleveren. Daarvan zijn we ons nu pas echt bewust geworden.

Ilias heeft onder meer een probleem met zijn afweer (IGAdeficiëntie), waardoor hij erg vatbaar is voor infecties en bacteriën. Alles wat langs komt wapperen krijgt hij geheid, en dan ook net even wat heviger dan anderen. Daarom besloten we hem met de komst van COVID19 in overleg met de huisarts voorlopig thuis te houden. In onze zoektocht naar een oplossing voor online lessen kwamen we uit bij Kind & Ziekenhuis. We konden ons geluk niet op toen bleek dat we in aanmerking kwamen voor een AV1 robot! Op school reageerde de juf ook heel enthousiast. In de schoolnieuwsbrief werd met veel trots gesproken over een heel bijzondere nieuwe leerling, die omgedoopt werd in het Ili-botje.

Elke dag om half negen gaat het Ili-botje aan en staat hij op tafel in zijn eigen groepje op zijn eigen plaats. De juf levert Ilias materialen aan, waardoor hij hele dagen gewoon met alle lessen mee kan doen. Ook draait hij via de robot mee met alle andere activiteiten op school, zoals bijvoorbeeld de sinterklaasviering.

We hebben het erg getroffen met de juf, die met veel liefde het Ilibotje als een volwaardige leerling behandelt. Ook de klasgenoten van Ilias vinden het erg leuk om met het Ili-botje te werken. Ze betrekken hem letterlijk overal bij! En ook voor ons is het uniek om zo een blik te kunnen werpen in het onderwijs en de klas van je kind. Zonder de robot zou Ilias dit jaar absoluut zijn blijven zitten in groep 6, en daar zit hij echt niet op te wachten.

Nu verbleef Ilias in de afgelopen maanden doordeweeks bij zijn opa en oma. Op deze manier kon zijn broer Issam (11) wél elke dag naar school, waar hij natuurlijk in contact komt met veel andere kinderen die hem kunnen besmetten. Oma was vroeger ook juf op de basisschool dus dat kwam mooi uit bij het thuis lessen volgen. Helaas is de oma van Ilias op 7 april overleden aan de gevolgen van corona.

Heel naar en verdrietig. Maar wat fijn dat Ilias de afgelopen tijd door het werken met de robot zo vaak bij zijn oma is geweest. Meer dan een gemiddeld kind ging hij zeer intensief om met zijn lieve oma, mede omdat ze hem met raad en daad bijstond. Dit maakt het gemis voor Ilias momenteel nog pittiger. Oma had een belangrijke plek veroverd in zijn hart, en daar is nu een forse leegte ontstaan. Maar de tijd die ze samen nog hebben gehad is onbetaalbaar en het mooiste geschenk ooit.

Wat de AV1 robot voor ons gezin heeft betekend, is met geen pen te beschrijven. Educatief, sociaal en emotioneel. Ons Ili-botje zorgde ervoor dat Ilias de leerstof kon bijbenen, zijn sociale contacten met klasgenootjes kon onderhouden en een heel innige band met zijn oma had in de laatste periode van haar leven. Ik hoop en wens oprecht dat er nog veel meer kinderen geholpen kunnen worden met de AV1 robot, zoals Ilias of nog beter. Heel erg bedankt!

Liefs,

Marleen, moeder van Ilias

Magazine Kind & Zorg | Juni 2021

Afstandsonderwijs, dè oplossing voor (chronisch) zieke kinderen

Naar schatting zijn er ruim 19.000 kinderen met een langdurige ziekte in Nederland. In iedere reguliere klas zitten zelfs gemiddeld drie leerlingen met een chronische aandoening. Soms is de aandoening zelf onzichtbaar. Veel leerlingen met een chronische aandoening lopen een leerachterstand op. Ze hebben geen energie om op school te zitten. Vaak kan thuis leren wel. Vandaar dat afstandsonderwijs voor deze zieke leerlingen dè oplossing is.

Stichting Zorgeloos naar School heeft een routekaart afstandsonderwijs ontwikkeld. Een wegwijzer voor ouder, leerling en school. Want hoe kies je de juiste optie(s)? Afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van leerling, ouder en leerkracht? Een optie die rekening houdt met de beschikbare techniek? Uit de praktijk blijkt dat een hele puzzel te zijn.

De routekaart afstandsonderwijs geeft antwoord op veel-gestelde vragen. Vragen als; ‘hoe zit het met leerplicht of privacy?’ of ‘wie betaalt het?’. Daarnaast biedt de checklist met vragen voor leerling, ouder en school hulp bij het maken van keuzes. Tenslotte staat er in de routekaart een overzicht waarin negen gangbare opties van afstandsonderwijs met elkaar vergeleken worden. De Av1 robot is één van de negen opties van afstandsonderwijs die in de routekaart vergeleken wordt.

AV1 Robot, dè oplossing voor afstandsonderwijs

Langdurig zieke kinderen missen vaak (buiten-)schoolse activiteiten en de sociale contacten met vrienden. De AV1 robot biedt de oplossing. AV1 is een kleine robot die kan fungeren als de ogen en oren van het kind en wordt door het kind zelf bediend met een app. Met de AV1 robot kunnen zieke kinderen meedoen op school, ook als ze thuis of in een zorgorganisatie zijn. Stichting Kind en Ziekenhuis leent gratis 25 robots uit aan kinderen en jongeren.

Kind & Ziekenhuis zet zich in voor kinderen in de zorg. Als het aan Kind & Ziekenhuis ligt, voelt ieder kind zich gewoon kind. Juist als ze ziek zijn, een aandoening of beperking hebben. Of ze nu thuis behandelt worden of in het ziekenhuis. Of de ziekte tijdelijk is of chronisch.

De medische mogelijkheden nemen gelukkig ook voortdurend toe. Daardoor kunnen (ernstig) zieke kinderen gelukkig steeds vaker en sneller van het ziekenhuis naar huis. Wij willen dat zieke kinderen buiten de ziekenhuizen passend afstandsonderwijs krijgen én sociale contacten met vrienden hebben. En daarom lenen wij de AV1 robots aan kinderen met een (chronische) aandoening uit.

De routekaart kan je hier gratis downloaden of bestellen. En hier vind je meer informatie over de AV1 robot en kan je de Av1 robot aanvragen.

Dutch PEWS van start in twaalf ziekenhuizen

Het wordt een spannend jaar voor het project Dutch PEWS, het nieuwe landelijke systeem dat waarschuwt als de toestand van een kind verslechtert op de kinderafdeling. Twaalf ziekenhuizen en één ambulancedienst gaan het verfijnde systeem invoeren om te kijken of het goed werkt. Het zogenaamde niet-pluisgevoel bij ouders speelt daarbij een belangrijke rol.

Als de toestand van een ziek kind achteruitgaat, wil je dat als behandelteam zo snel mogelijk weten. Daarom werkt bijna elke kinderafdeling met een pediatric early warning score (PEWS), een registratiesysteem waarmee het team de toestand van de kinderen bijhoudt. Het registreert metingen van vitale functies zoals ademhaling, bloeddruk en hartslag, en geeft een waarschuwing als een kind verslechtert. Maar of hun PEWS goed werkt, dat weten de behandelaars in de meeste ziekenhuizen eigenlijk niet.

Schijnveiligheid

Oorzaak: er kon nooit goed onderzoek naar de toegevoegde waarde van PEWS gedaan worden, omdat de systemen onderling teveel verschillen. En dat is een probleem, zegt Joris Fuijkschot, algemeen kinderarts in het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen en projectleider van Dutch PEWS. “Het kan leiden tot schijnveiligheid. Bijvoorbeeld omdat je denkt dat het systeem elk kind dat gereanimeerd moet worden of ongepland naar de kinder-intensive care moet bijtijds signaleert. Terwijl dat in werkelijkheid misschien niet zo is.”

Daarom ontwikkelde een projectgroep in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) één landelijk systeem: Dutch PEWS. Dit verfijnde systeem is uniform, maar biedt ook ruimte voor variatie. Daarom is het geschikt voor zowel algemene ziekenhuizen als topklinische ziekenhuizen en UMC’s. Het komende jaar gaan twaalf proeftuin-ziekenhuizen en de Utrechtse ambulancedienst RAVU het systeem invoeren. Een onderzoeksteam onder leiding van Fuijkschot zal nagaan of Dutch PEWS in de praktijk inderdaad goed werkt.

Niet-pluisgevoel

Kind & Ziekenhuis is, net als bij de ontwikkeling, nauw bij dit invoeringsen evaluatieproject rond Dutch PEWS betrokken. Kind & Ziekenhuis zal onder meer interviews houden met ouders die een grote rol vervullen tijdens het ziektebeloop van hun kind. Omdat de rol van ouders zo belangrijk is, is het zogenaamde niet-pluisgevoel bij ouders één van de indicatoren in Dutch PEWS, naast zaken als ademhaling, bloeddruk en hartslag. “Ouders kunnen het gevoel hebben dat er iets niet klopt, bijvoorbeeld omdat ze hun kind niet zien opknappen”, zegt Fuijkschot.

“Dat niet-pluisgevoel, blijkt uit onderzoek, is vaak een belangrijke voorspeller van verslechtering van de toestand van het kind. Omdat het genoteerd wordt in het systeem, zijn de teamleden zich er iedere dag weer van bewust dat er mogelijk iets aan de hand is, ook al wijzen alle overige indicatoren daar niet op. En zijn ze continu extra alert.”

Alle informatie over het Dutch PEWS-project is te vinden op de website dutchpews.com.

Kind & Ziekenhuis door journalist Pieter Hoogesteijn

Magazine Kind & Zorg | December 2020

Ben je een ouder van een kind met zorgbehoefte? Droom en doe mee met online sessie op 9 december over PGO apps!

Een PGO? Ja, een PGO. Ofwel een Persoonlijke GezondheidsOmgeving. Een PGO is een digitale omgeving bijvoorbeeld een website, of een app op je smartphone of tablet. Een PGO zorgt ervoor dat je op één plek jouw gezondheidsgegevens kan bekijken en beheren. Gegevens die nu verspreid staan opgeslagen kan je samenbrengen op één plek. Deze kan je ook aanvullen met eigen gegevens bijvoorbeeld bloeddruk, gewicht, medicatiedagboek etc. En delen met wie je wil.

Meer info over PGO

Een PGO stimuleert het eenvoudig en overzichtelijk werken aan je gezondheid. Dat is voor iedereen van belang. Of je nu oud of jong bent. Of je nu een (chronische) ziekte hebt of gezond bent.

Maar zover is het nu nog niet. De huidige PGO’s zijn nog niet in volle omvang werkend. De huidige PGO’s moeten nog veel beter aansluiten op de behoefte van de diverse betrokkenen zoals kind en gezin en zorgprofessionals. En daarvoor gaan we dromen. Dromen over:

  • wat gezondheid voor een ieder en vooral jouw kind betekent;
  • hoe je en je kind daar zelf sturing op geeft of zou kunnen geven;
  • wat een PGO daarin kan betekenen;
  • wat een PGO zou moeten omvatten.

Wanneer: Op woensdag 9 december van 19:00 – 21:00 uur organiseert de Patientenfederatie Nederland samen met Stichting Kind en Ziekenhuis een ‘Droom- en doesessie’ voor de groep ouders van kinderen met chronische ziekten / zorgbehoeften.

Op 14 december hebben we ook een sessie voor jongeren van 12 tot 18 jaar. Zie dit bericht.

Waar: Online (je ontvangt een link naar een ZOOM-sessie en een handleiding)

Wat houdt de sessie in?
Het is een online inspiratiesessie van 2 uur. De sessie beslaat drie onderdelen:

  1. Samen Zien: met een frisse blik verkennen we de manier waarop we omgaan met gezondheid. Hoe belangrijk we dat vinden en we nemen stelling op de ‘motivatieladder voor gezondheid’;
  2. Samen Delen: we praten over de manier waarop we omgaan met de gezondheid van je kind, communicatie en hoe handig we hiermee zijn. Ook kijken we naar wat we nog missen als gaat over informatie en gesprekken in de zorg. En verkennen we de (on)mogelijkheden en randvoorwaarden van het gebruik van PGO’s;
  3. Samen Verder: we stappen in de teletijdmachine en werken de gezamenlijke toekomstdroom uit.

Droom en doe je mee?

Wil je meewerken aan de ontwikkeling van deze belangrijke digitale innovatie in de zorg? Dan zien we je graag op woensdag 9 december.

Samen met andere ouderen van kinderen met chronische ziekten verken je wat voor jullie groep nu nodig en wenselijk is voor een zinvolle en toegankelijk gebruik van PGO’s. Je ontvangt een link om online via Zoom deel te nemen aan deze Droom en doesessie.

“Ik ben blij dat Laura met het idee voor de robot kwam”

Tess is een hardwerkende meid die kampt met jeugdreuma. Ze doet havo op de Adriaan Roland Holstschool in Bergen. In het voorexamenjaar trekken haar ouders aan de bel: het gaat niet goed met Tess. Ze is soms zo moe dat ze niet kan slapen. Laura Bal, voorheen ondersteuningscoördinator van deze school, klopt aan bij het samenwerkingsverband vo Noord-Kennemerland. Die bekostigt de aanschaf van klassenrobot AV1. “Het maakte haar week rustiger, school putte haar niet meer uit”, aldus Laura. En Tess is blij – ze heeft inmiddels haar havo diploma op zak.

Klein wit poppetje

Laura ontmoette Tess toen zij vastliep op de school. “Ik heb jeugdreuma”, vertelt Tess. Ik wil graag alles kunnen, maar ik heb een fysieke beperking waardoor alles extra energie kost. De eerste jaren op de havo gingen nog wel. Maar de vermoeidheid werd steeds erger. Ik heb vaak opstartproblemen, mijn gewrichten willen in de ochtend niet. En aan het eind van de dag is de energie meestal op.”

Tess’ ouders trokken aan de bel na de eerste SE-week. “Tess was ontzettend moe en haar reuma speelde op”, vertelt Laura. “Dat was zorgelijk, ze had dat jaar nog veel opdrachten en twee SE-weken voor de boeg. Ik stelde voor klassenrobot AV1 in te zetten. Deze klassenrobot is vrij nieuw. Er was al een klassenmaatje van KPN, maar dat is een gigantisch apparaat. De AV1 is een klein wit poppetje met een groot hoofd. Het is een aandoenlijk ding. Dat helpt hoe de klas ermee omgaat. Twee, drie vriendinnen van Tess werden er verantwoordelijk voor. Ze zetten de robot op een tafel in de klas en het werd Tess.”

 width=Lessen vanuit bed

De AV1 werkt simpel. De leerling kiest op welk apparaat ze hem wil gebruiken en daarmee wordt de AV1 gekoppeld. “Ik had contact via de iPad”, aldus Tess. “Ik zag en hoorde alles. Tegelijk vond ik het heel ik fijn dat mijn klasgenoten mij niet konden zien, ik was vaak te vermoeid om rechtop te zitten. Meestal volgde ik de lessen vanuit mijn bed. Door de AV1 kon ik de eerste of laatste lessen thuis volgen. Vriendinnen haalden de robot bij de receptie op en zetten hem in de klas op de juiste plek. Ze hebben het ook wel eens een hoedje opgezet en een sjaal omgedaan.”

Leerlingen die met de robot werken kunnen swipen en zo in iedere richting kijken. Verder kunnen ze meepraten en met emoticons laten zien wat ze voelen. “Als ik een vraag had, drukte ik op een knopje en dan ging het hoofd van het poppetje branden”, legt Tess uit. “Het was wel belangrijk dat docenten contact met me maakten. Bij de docenten die dat goed deden, haalde ik betere cijfers.”

Effect duidelijk

Het effect van de inzet van AV1 werd snel duidelijk. “We hebben een aantal keer samen met Tess, haar ouders en het samenwerkingsverband geëvalueerd”, aldus Laura. “Doel van de robot was te zorgen dat Tess’ energie beter op peil bleef. Dat was precies wat gebeurde. Tess voelde zich mentaal rustiger. Ze hoefde niet te stressen, omdat ze naar school moest. Dat was het fijnste resultaat.”

Bron: samenwerkingsverband vo Noord-Kennemerland

Meer info of Robot lenen?

Met robot AV1 kunnen zieke kinderen meedoen op school, ook als ze thuis of in een zorgorganisatie zijn. Kind & Ziekenhuis heeft 25 robots in bruikleen van Vodafone Foundation Nederland. Deze kunnen gratis worden geleend door zieke kinderen.

  • Kind en gezin kunnen een Robot aanvragen via onze website mijn-bondgenoot.nl
  • Voor meer informatie die niet op de website staat of als je (zorg)professionals bent kun je mailen aan robot@kindenziekenhuis.nl of bellen naar 085 020 12 65
  • Kind & Ziekenhuis heeft ook posters en flyers beschikbaar

DigiD beschermt privacy minderjarigen

Kinderen toegang tot eigen dossier

Zorgverleners zijn wettelijk verplicht om vertrouwelijk met gezondheidsgegevens van patiënten om te gaan en mogen op grond van hun geheimhoudingsplicht niet zomaar aan anderen gezondheidsinformatie over patiënten verstrekken. Dat geldt ook voor minderjarigen. Daarnaast mogen zorgverleners doorgaans alleen met toestemming van de patiënt informatie uit het (digitale) patiëntendossier met anderen te delen.

Tegenwoordig is een patiëntendossier vaak een elektronisch beheerde verzameling van persoonsgebonden gezondheidsgegevens. Het bevat informatie over de patiënt, zoals ziektebeschrijvingen, operatieverslagen, bloed- en laboratoriumuitslagen, medicatieoverzichten, brieven aan de huisarts of de specialist. Zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, gebruiken digitale systemen waarmee patiëntendossiers elektronisch worden bijgehouden. Dit biedt de nodige praktische voordelen maar roept ook vragen op, onder meer over de vereiste elektronische beveiliging van dossiers en in hoeverre gezondheidsgegevens van de patiënt voldoende zijn beschermd tegen misbruik.

Veilig

Een van de manieren waarop zorginstellingen hun patiënten toegang tot hun digitaal bewaarde gezondheidsgegevens willen verschaffen, is via DigiD. Dat is een als veilig beschouwde inlogmethode, die gekoppeld is aan het Burgerservicenummer (BSN). Voor DigiD geldt geen minimumleeftijd, zodat ook kinderen kunnen aanvragen. Niettemin kunnen instellingen die op DigiD zijn aangesloten, bepalen – hetzij op grond van de wet, hetzij op grond van andere normen – of zij iemand gerechtigd achten om van een bepaalde dienst gebruik te maken. Dat kan ertoe leiden dat websites van instanties iemand onder een bepaalde leeftijd niet toelaten met DigiD.

Vanaf twaalf jaar heeft een minderjarige, mits wilsbekwaam, in beginsel recht op toegang tot zijn/haar gezondheidsgegevens

Een ziekenhuis kan patiënten via DigiD toegang verschaffen tot hun digitale gezondheidsgegevens, zoals de instelling die beheert. De mate waarin kinderen die toegang kan worden verleend, wordt mede bepaald door de juridische positie van minderjarige patiënten. Naar gezondheidsrechtelijke maatstaven is twaalf jaar de leeftijd tot waar de ouders of voogd namens hun kind optreden. Vanaf twaalf jaar heeft een minderjarige, mits wilsbekwaam, in beginsel echter recht op toegang tot zijn/haar gezondheidsgegevens. Dat gebeurt meestal in afstemming met de ouders of voogd, maar kan onder omstandigheden ook zonder hun betrokkenheid. Het ziekenhuis is verplicht om de toegang dan naar behoren te faciliteren en moet samen met de behandelaar bewaken dat onbevoegden geen toegang tot de gegevens krijgen.

Dankzij DigiD kan die toegang worden gecontroleerd, en de patiënt kan alleen de eigen gegevens inzien. Daarmee draagt ook DigiD bij aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van kinderen in de gezondheidszorg.

Jo Dorscheidt, gezondheidsjurist

Over deze en andere juridische kwesties aangaande kinderrechten in de gezondheidszorg, zie Jozef H.H.M. Dorscheidt & Jaap E. Doek (eds.): Children’s Rights in Health Care, Leiden-Boston: Brill / Nijhoff, 2019.

Magazine Kind & Zorg – juni 2020

Ervaringsmonitor Kind & Ziekenhuis

Met andere ogen naar je werk kijken

In workshop aan de slag met patiëntervaringen

Op de kinderafdeling van het Scheper Ziekenhuis in Emmen draait al jaren de Ervaringsmonitor van Kind & Ziekenhuis. In de online monitor kunnen kinderen en ouders hun ervaringen met de zorg in het ziekenhuis delen. Tijdens een interactieve workshop met Kind & Ziekenhuis zijn de verzamelde ervaringen van ouders besproken. Dat leidde direct tot nieuwe inzichten en afspraken.

De ziekenhuizen in Emmen, Hoogeveen en Stadskanaal zijn met elkaar gefuseerd in de Treant Zorggroep. In 2018 werden de drie kinderafdelingen samengevoegd tot één team met verschillende specialismen die hun manier van werken moesten harmoniseren. “In Hoogeveen en Stadskanaal wilden ze ook graag werken met de Ervaringsmonitor omdat wij er altijd een schat aan informatie uit halen”, vertelt senior-kinderverpleegkundige Jelly Lautenbach van het Scheper. Daarom werd besloten om de ervaringen van ouders en kinderen in het Scheper samen te bekijken tijdens een ‘live duidingssessie’ met Kind & Ziekenhuis, een interactieve workshop. Bij de sessie waren onder meer kinderverpleegkundigen, zorgassistenten, kwaliteitsmedewerkers, kinderartsen, de teammanager en sociaalpedagogisch medewerkers aanwezig.

“In Hoogeveen en Stadskanaal wilden ze ook graag werken met de Ervaringsmonitor omdat wij er altijd een schat aan informatie uit halen”, vertelt senior-kinderverpleegkundige Jelly Lautenbach van het Scheper.

De sessie werd geleid door een medewerker van Kind & Ziekenhuis. Ze had alle ervaringen van kinderen en ouders in 2019 geprint en meegenomen. Lautenbach: “We hebben de ervaringen via een speciale methodiek gesorteerd en de urgente onderwerpen direct met elkaar besproken. Een ouder signaleerde bijvoorbeeld dat ze zich ’s morgens om half acht met haar kind moest melden, maar het leek alsof er niemand op de afdeling was. Dat klopt, want op dat moment is de verpleegkundige overdracht, maar het staat niet zo gastvrij. Een van de zorgassistenten kwam direct met een oplossing: ‘Wij zijn er om zeven uur, we kunnen de opnamen in de gaten houden en nieuwe patiënten bij de ingang opvangen’. Zo konden we meerdere knelpunten à la minute oplossen. Een kind klaagde dat het erg druk op de gang was en vroeg of de deur dicht mocht. We hebben met elkaar nog eens doorgenomen wat de afspraken hierover zijn. Sindsdien wijzen we ouders erop dat het druk is op de afdeling en dat zij mogen beslissen of de deur van de kamer openblijft of dichtgaat.”

Spoed

Niet alle onderwerpen konden direct worden aangepakt. Lautenbach: “Over de spoedeisende hulp (SEH) kregen we meerdere signalen. Kinderen moesten wel eens lang wachten voordat ze werden geholpen, en artsen en verpleegkundigen van de SEH bleken soms minder kennis over kinderen te hebben. We zijn met ze in overleg gegaan en dat heeft tot een leuke oplossing geleid: bij spoedopnames van kinderen wordt altijd een kinderverpleegkundige gebeld. Die kan bij de opname ondersteunen, zelf praktische zorg verlenen of de zorg coördineren. Ook hebben we medewerkers van de SEH geschoold in de opvang van het acuut zieke kind. Het loopt nog niet helemaal soepel, de invoering heeft tijd nodig. We willen dat het over een jaar vanzelfsprekend is om de kinderafdeling
te bellen als er een kind binnenkomt, voor een paar extra handen. We hebben door het contact met de SEH gemerkt dat het niet vanzelfsprekend is om goed voor kinderen te zorgen, ze wilden heel graag van ons horen hoe je dat doet.”

‘Het is niet een hobby van een paar verpleegkundigen maar een serieus instrument om ervaringen van kinderen en ouders te monitoren.’

Hoe hebben de medewerkers van de drie ziekenhuizen de live duidingssessie ervaren? Lautenbach: “Het was leuk en leerzaam, we hebben er allemaal veel aan gehad. Bij sommige opmerkingen van ouders dachten wij: is dat nou een probleem? Bijvoorbeeld een klacht over lange wachttijden, terwijl wij vonden dat ze snel geholpen waren. Toen we even door dachten bleek dat wij vaak zeggen: ‘Een ogenblikje, ik kom zó bij u’, en dan begrijpen ouders het niet als ze een half uur moeten wachten. We kunnen dat dus beter anders zeggen. Het leert je om met andere ogen naar je werk te kijken. We zaten nog erg vast in beoordelingen met cijfertjes en zwart-witte conclusies. Daar gaat het bij de Ervaringsmonitor niet om. Het gaat om ervaringen en daar wordt geen waardeoordeel aan gegeven. Soms beschrijft een kind of ouder een negatieve ervaring, terwijl er direct achteraan volgt: de zusters waren lief en we konden lekker spelen. Of iemand geeft een positieve beoordeling terwijl wij uit het verhaal concluderen dat we nog wel wat te verbeteren hebben. Aan zulke ervaringsverhalen heb je veel, maar je kunt er geen cijfer aan hangen.”

Succes

Lautenbach benadrukt dat de Ervaringsmonitor en duidingssessies alleen werken als de hele organisatie erachter staat en meewerkt. “Het is niet een hobby van een paar verpleegkundigen maar een serieus instrument om ervaringen van kinderen en ouders te monitoren. De ene ervaring ligt meer op het gebied van de pedagogisch medewerker, de andere is van belang voor de kinderarts, kinderverpleegkundige of zorgassistent. Van hoog naar laag heb je iedereen nodig om er een succes van te maken.”

Meer informatie

kindenziekenhuis.nl/academy

Stichting Kind en Ziekenhuis door journalist Heleen Schoone

Magazine Kind & Zorg – juni 2020