Regeling geeft ook ernstig zieke kinderen tussen 1 en 12 jaar uitzicht op een zacht levenseinde

Regeling geeft ook ernstig zieke kinderen tussen 1 en 12 jaar uitzicht op een zacht levenseinde

Voor ouders die het meemaakten is het een nachtmerrie. Je kind is ernstig ziek, lijdt ondraaglijk en zal komen te overlijden. De enige manier om het lijden nog te stoppen is actieve levensbeëindiging door de arts, maar dat was tot voor kort bij kinderen tussen 1 en 12 jaar niet toegestaan. Een speciale regeling maakt het sinds februari 2024 wél mogelijk. Onlangs werd deze voor het eerst toegepast en getoetst. Kind & Zorg was nauw bij de totstandkoming van de regeling betrokken. 

Kinderartsen drongen al jaren aan op de regeling. Voor ernstig zieke pasgeborenen tot 1 jaar is actieve levensbeëingiging wel mogelijk als er geen andere opties meer zijn om het ondraaglijke en uitzichtloze lijden te stoppen. En vanaf 12 jaar, als kinderen volgens de wet wilsbekwaam zijn, is er de mogelijkheid van euthanasie. Maar voor kinderen tussen 1 en 12 jaar en hun ouders konden artsen in een uiterste noodsituatie niets meer betekenen. Met als gevolg soms een doodstrijd die nog wel weken kon aanhouden. 

Zorgvuldig handelen

Het duurde uitiendelijk tot februari 2024 voor er ook voor kinderen in deze leeftijdsgroep een regeling kwam. Kern is dat de arts actieve levensbeëindiging kan toepassen in overleg met de ouders (en het kind als het daartoe in staat is) als er geen enkele andere redelijke mogelijkheid meer is om het lijden te verlichten of te stoppen. Een commissie beoordeelt achteraf of de arts zorgvuldig en volgens de geldende richtlijnen heeft gehandeld en adviseert daarover het Openbaar Ministerie. Dat beslist in laatste instantie of er wel of niet een strafrechterlijk onderzoek komt. 

Enige redelijke optie

Afgelopen zomer werd bekend dat voor het eerst van de regeling gebruik was gemaakt. Het betrof een kind van bijna 2 jaar, extreem vroeg geboren (al na 26 weken zwangerschap), dat door meerdere complicaties (waaronder een zeer ernstige hersenbeschadiging) levensbedreigend ziek was geworden. Het lijden van het kind was niet meer met palliatieve zorg te bestrijden, waarna actieve levensbeëindiging als enige redelijke optie overbleef. Na uitgebreid onderzoek concludeerde de beoordelingcommissie dat de arts zorgvuldig had gehandeld. Het  Openbaar Ministerie besloot op basis van het advies van de commissie om de arts niet te vervolgen. 

“De wetenschap dat er nog een nooduitgang is als alle andere opties zijn mislukt, geeft ouders rust”

Nooduitgang

In het een uitzending van tv-programma Nieuwsuur op 9 september gaf kinderarts en hoogleraar kinderpalliatieve zorg Eduard Verhagen een reactie op de eerste toepassing en toetsing van de regeling. Verhagen was in de afgelopen jaren nauw betrokken bij de totstandkoming ervan. Hij is vooral blij met de regeling, zegt hij, omdat in de praktijk veel ouders graag willen weten wat er nog mogelijk is als alle andere opties mislukken. “De wetenschap dat er dan nog een nooduitgang is geeft ouders rust. Ook al gaan ze ervan uit dat ze hem nooit hoeven te gebruiken.” 

Ervaringen van ouders

Bij de totstandkoming van de regeling speelden verhalen van ouders die hun ernstig zieke kinderen verloren een belangrijke rol, vertelde Verhagen eerder in een interview op Kind en Zorg. Aan een groot onderzoek naar beslissingen rond het levenseinde van kinderen in de leeftijd van 1 tot 12 jaar deden ook ouders mee bij wie het lijden van hun kind nog niet op een menswaardige manier kon worden gestopt. Ze deelden hun ervaringen in de hoop dat andere ouders niet hetzelfde als zij zouden hoeven meemaken. 

In de Nieuwsuur-uitzending van 9 september komt ook een aantal van deze ouders aan het woord. Een van hen:  “Als een kind mag sterven, waarom zou je dan kiezen voor een lijdensweg als het ook zonder lijdensweg kan?” 

Naar de berichtgeving van Nieuwsuur: 

Arts niet vervolgd na actieve levensbeëindiging
Commissie: arts handelde zorgvuldig bij levensbeëindiging
Uitzending Nieuwsuur met reactie hoogleraar Eduard Verhagen (tweede item) 

Podcast De Dag (NPO) over levensbeëindiging bij jonge kinderen

Eerdere artikelen op Kind & Zorg: 

Regeling actieve levensbeëindiging 1 – 12 jaar sinds 1 februari van kracht
Onderzoeker Marije Brouwer: “Voor deze kinderen is het goed dat de regeling er nu is”
Regeling actieve levensbeëindiging komt er dankzij verhalen van ouders 

Meer over levensbeëindiging bij jonge kinderen 

Nederland is het enige land ter wereld met een regeling voor actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen 1 en 12 jaar die uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Naar schatting komt de situatie dat het de enig overgbleven optie is om aan ondraaglijk en uitzichtloos lijden een einde te maken ongeveer 0 tot 5 keer per jaar voor. Doordat de kwaliteit en de toegankelijkheid van de kinderpalliatieve zorg in Nederland in de afgelopen jaren sterk is verbeterd, komt het mogelijk minder vaak voor dan voorheen. 

Naar meer info over levensbeëindiging en euthanasie bij minderjarigen 

Kinderen rouwen gemiddeld 80 jaar: een duurzame dialoog over ziekte en verlies

Praten over ziekte, verlies en dood blijft moeilijk. Een boek kan het verdriet niet wegnemen en geeft geen antwoord dat voor ieder gezin hetzelfde is. Kinderen rouwen ook helpt ouders en professionals wel om woorden te vinden, beter naar kinderen te luisteren en het gesprek niet langer uit angst uit de weg te gaan. 

Kinderen mogen de waarheid weten, in woorden en stappen die bij hen passen. Niet omdat de waarheid geen verdriet doet, maar omdat kinderen recht hebben op volwassenen die naast hen blijven staan en naar hen luisteren.  

Geen perfecte woorden, wel een eerlijk gesprek  

Wat zeg je als een kind vraagt wanneer zijn broertje doodgaat? Hoe leg je uit wat kanker is?  

Het zijn vragen waarop geen eenvoudig antwoord bestaat. Toch hoeven ouders en zorgprofessionals het gesprek niet uit de weg te gaan, zegt Marguerite Gorter-Stam, medeauteur van Kinderen rouwen ook. Kinderen krijgen veel meer mee dan volwassenen denken. Juist door eerlijk te zijn en goed naar het kind te blijven kijken, kun je het vertrouwen en de weerbaarheid van een kind versterken. 

Vragen op de rand van het bad 

De aanleiding voor het boek is voor Marguerite heel persoonlijk. Zij en haar man hebben vier kinderen. Hun zoontje Olivier overleed toen hij zeven maanden oud was. Zijn oudere broer was op dat moment tweeënhalf jaar en stelde indringende vragen: wat is ziek zijn? Waarom kan hij niet spelen? Wanneer gaat hij dan dood? En wat is dood? 

Die vragen kwamen vaak onverwacht, bijvoorbeeld wanneer hij in bad zat en een van zijn ouders op de badrand zat. Hoewel Marguerite en haar man allebei uit de kindzorg komen en professionele ondersteuning kregen, vonden ook zij het moeilijk om de juiste woorden te vinden. 

Ze waren gewend om op volwassen niveau over ziekte en behandeling te praten. Maar hoe vertaal je die informatie naar taal die een jong kind begrijpt? Hoeveel vertel je? En waarom kies je voor een bepaald antwoord? 

Marguerite realiseerde zich dat veel meer ouders en professionals met deze onzekerheid moeten worstelen. Samen met rouwdeskundige Manu Keirse schreef zij daarom een praktisch boek voor iedereen die een kind begeleidt bij ziekte of verlies: ouders, zorgprofessionals, leerkrachten, grootouders en andere mensen uit de omgeving van het kind. 

Eerlijkheid beschermt het vertrouwen 

Ouders willen hun kind beschermen tegen verdriet, angst en zorgen. Dat is begrijpelijk. Maar moeilijke informatie achterhouden of er een mooier verhaal van maken, kan juist nieuwe onzekerheid veroorzaken. Marguerite: 

“Kinderen merken dat er iets speelt. Ze voelen meer en krijgen veel meer mee dan we denken. Thuis en op school.” 

Wanneer ze geen duidelijke uitleg krijgen, vullen ze de ontbrekende informatie zelf in. Hun fantasie kan veel angstiger zijn dan de werkelijkheid. 

Marguerite geeft het voorbeeld van een ouder met kanker. Een kind dat alleen hoort dat papa zich niet lekker voelt en daarom vaak naar de dokter moet, kan op school alsnog het woord kanker horen. Dat kan niet alleen schrik veroorzaken, maar ook het vertrouwen raken: waarom wist iemand anders dit wel en ik niet? Bovendien kan het kind direct van het ergste uitgaan, terwijl de ziekte misschien goed te behandelen is. 

Eerlijk zijn betekent niet dat je een kind in één keer alle medische informatie moet geven. Het betekent dat je gewone, duidelijke woorden gebruikt en de informatie afstemt op wat het kind op dat moment kan begrijpen. Kinderen rouwen ook geeft hiervoor tools per ontwikkelingsfase. 

“Je kunt heel veel vertellen, zolang je maar goed naar je kind blijft kijken”, zegt Marguerite. Verliest het kind de aandacht of wil het gaan spelen, dan mag het gesprek stoppen. Een kind laat vaak zelf zien hoeveel ruimte er op dat moment is. 

Een gesprek dat blijft terugkomen 

Rouw bij kinderen is geen eenmalig proces. Marguerite vat dit kernachtig samen: “Een kind dat iemand verliest, rouwt gemiddeld 80 jaar.“. Wanneer een kind zich verder ontwikkelt, kan het opnieuw de rouw beleven vanuit een ander perspectief. Daardoor kunnen vragen maanden of jaren later terugkomen, soms op een moment waarop je ze niet verwacht. 

Het doel, volgens Marguerite, is daarom niet om één perfect gesprek te voeren. Belangrijker is dat een kind ervaart dat het onderwerp niet verboden is en dat het altijd terug mag komen met vragen, gevoelens of herinneringen. 

Die openheid helpt kinderen om weerbaar te blijven. Niet doordat verdriet wordt weggenomen, maar doordat zij weten dat ze met hun vragen bij volwassenen terechtkunnen.

“Deze vertrouwensband tussen ouders en kind is het allerbelangrijkste om te waarborgen. Dan kunnen kinderen echt ontzettend veel aan en blijven zij in hun kracht.”

Lees onze eerdere kennismaking met het boek Kinderen rouwen ook 

Bekijk of bestel Kinderen rouwen ook van Marguerite Gorter-Stam en Manu Keirse 

Europese belangstelling voor Nederlandse kinder palliatieve zorg

Gewoon kind zijn, kinderdingen doen, dat is wat kinderen willen. Ook als ze ziek zijn of een aandoening hebben en behoefte hebben aan zorg buiten het ziekenhuis. Daarom ontwikkelde Stichting Kind & Zorg samen met kindzorg partners de Medische Kindzorg Samenwerking werkwijze (MKS). Dat is de werkwijze voor kinderen met een zorgbehoefte buiten het ziekenhuis. Onderdeel hiervan zijn ook kinderen met een palliatieve diagnose.  

Een samenhangende infrastractuur

Meggi Schuiling-Otten, bestuurder van het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, kwam onlangs terug van een symposium in München met een opvallende constatering. Waar Nederland vijftien jaar geleden nog inspiratie zocht bij België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op het gebied van kinderpalliatieve zorg, kijken Europese collega’s nu steeds vaker naar ons. In iets meer dan tien jaar is hier een samenhangende infrastructuur opgebouwd, met het Kenniscentrum als verbindende schakel tussen de Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) en de Kinder Comfort Teams (KCT’s). Sommige landen zijn van plan dat organisatiemodel over te nemen. 

Medische Kindzorg Samenwerking werkwijze

Hoe die zorg rond een kind wordt georganiseerd, ligt vast in de Medische Kindzorg Samenwerking werkwijze (MKS). MKS werkt vanuit de juiste zorg op de juiste plek en kijkt naar vier levensdomeinen: medisch, veiligheid, sociaal en ontwikkeling. Kind en gezin zitten in die aanpak zelf aan tafel bij het opstellen van het zorgplan. Daarmee is het recht van een kind om gehoord te worden en mee te beslissen verankerd in de werkwijze zelf. 

Knelpunten

Tegelijk laat het interview zien waar het in Nederland schuurt. Vijf verpleegkundige kinderzorghuizen zijn gesloten of sluiten dit jaar hun deuren, samen goed voor de helft van het huidige aanbod. En de overgang van kind- naar volwassenenzorg rond het achttiende jaar blijft in heel Europa een knelpunt, terwijl kinderen met zeer complexe aandoeningen dankzij medische vooruitgang steeds ouder worden. Voor de gezinnen achter die cijfers gaat het over iets heel concreets: kunnen we de zorg krijgen die past bij ons kind en ons leven, wensen en behoeften, dicht bij huis.  

Dat maakt dit meer dan een verhaal over organisatiemodellen. Netwerken, teams en systemen zijn middelen. Of ze werken, blijkt pas aan de keukentafel, in de vraag of een kind en zijn ouders zich gezien en gehoord voelen in de beslissingen die over hun leven gaan. 

Lees het volledige interview met Meggi Schuiling-Otten over Europese samenwerking en lessen in kinderpalliatieve zorg bij het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.

Wil je meer weten over hoe de zorg rond kind en gezin via MKS is ingericht, kijk dan op integralekindzorgmetmks.nl. 

 

Foto: Meggi Schuiling-Otten
Foto credits: Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg

Proactieve zorgplanning geeft kind en gezin ruimte voor gesprekken en keuzes

Voor Bettina Sandbergen is proactieve zorgplanning geen abstract zorgconcept. Het is verweven met het leven en het overlijden van haar dochter Carmen. Carmen had zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (ZEVMB) en overleed in februari 2024 aan de gevolgen van haar metabole ziekte. Ze werd tien jaar oud.

In het lange, intensieve zorgtraject dat zij als gezin doorliepen, kreeg proactieve zorgplanning gaandeweg een steeds belangrijker betekenis: als houvast, als manier om regie te houden, en uiteindelijk ook als steun bij het afscheid en in de rouw. Bettina had daarin, zoals zij het zelf benoemt, geluk.

Proactieve zorgplanning

Carmen werd behandeld in het Amsterdam UMC, waar ervaring is met proactieve zorgplanning en waar ruimte was om deze gesprekken zorgvuldig, terugkerend en in verbinding te voeren. Daardoor hoefden keuzes niet op crisismomenten gemaakt te worden, maar konden ze ontstaan in gesprek, stap voor stap en samen… ouders en zorgverleners.

Bettina is directeur van Stichting 2CU (Complex Care United uitgesproken als ‘to see you’), een organisatie die oog heeft voor wat er beter kan in de levens van gezinnen met een (volwassen) kind met ZEVMB en daarvoor aandacht vraagt in zorg, beleid en politiek. 2CU zet zich in voor een betere kwaliteit van leven en zorg voor mensen met ZEVMB en hun naasten. Vanuit 2CU geeft zij workshops over proactieve zorgplanning aan ouders en zorgprofessionals, waarbij zij ook haar eigen ervaring als moeder inzet.

“Keuzes hoefden niet op crisismomenten te worden gemaakt. Ze konden ontstaan in gesprekken, stap voor stap”

 “Wat je echt wil voorkomen, is dat er iemand binnenrent terwijl je kind doodziek is en zegt: ‘We moeten nu vastleggen of we gaan reanimeren.’ Dat is ons overkomen, en dan is er paniek.”

Voor Bettina raakt die ervaring de kern van proactieve zorgplanning. Het betekent dat het gesprek ruim vóór crisismomenten wordt gevoerd. Niet wanneer de druk maximaal is, maar op momenten waarop ouders en zorgverleners samen kunnen nadenken over wat echt belangrijk is.

Gesprekken op tijd voeren

Door die gesprekken op tijd te voeren, konden Bettina en haar man Andor stilstaan bij vragen als: wat verstaan wij onder kwaliteit van leven? Waar ligt voor ons de grens? Wat willen we Carmen wel en niet aandoen? En welke pijn of schade vinden we niet meer acceptabel? Het ging daarbij niet om snelle antwoorden, maar om een proces van samen kijken, voelen en begrijpen.

In de gesprekken met artsen werd bovendien zichtbaar dat dezelfde woorden verschillende betekenissen konden hebben. Proactieve zorgplanning hielp om die grote begrippen uit te pakken: hoeveel pijn is te veel? Wat betekent kwaliteit van leven als pijn zich opstapelt? En wanneer schuift een grens ongemerkt op? De uitkomsten van die gesprekken werden vastgelegd in afspraken, bijvoorbeeld in een individueel zorgplan. Dat gaf richting, niet alleen aan zorgverleners, maar ook aan henzelf als ouders.

Werkdocumenten die meebewegen

Tegelijk benadrukt Bettina dat zulke afspraken geen contracten zijn. Het zijn werkdocumenten die mogen meebewegen. “Als ik vandaag zeg: geen reanimatie, en morgen denk: wat heb ik in godsnaam afgesproken, dan moet je dat weer kunnen bespreken.” Juist dat maakt proactieve zorgplanning volgens haar waardevol: het biedt regie zonder alles vast te zetten.

Volgens Bettina is op tijd beginnen de kern van proactieve zorgplanning. Niet wachten tot het spannend wordt, maar het gesprek starten zolang er nog ruimte is. Proactieve zorgplanning is geen crisisoverleg, maar een proces dat meebeweegt met hoe het met een kind gaat en dat begint bij het verhaal van het kind: wie is Carmen, wat maakt haar blij en wat is belangrijk voor ons als gezin?

Pas later gingen die gesprekken over behandelgrenzen en medische keuzes, bijvoorbeeld over beademing of reanimatie. Onderwerpen die je niet kunt bespreken als je voor het eerst met elkaar aan tafel zit. Bettina benadrukt dat zorgvuldige monitoring nodig is. Voor sommige ouders is het gesprek nog te vroeg; het raakt aan iets waar zij zich tegen beschermen.

Verschillen zichtbaar maken

Ook zorgverleners kunnen dit gesprek ingewikkeld vinden. Dat is volgens Bettina  geen reden om te stoppen, maar juist om steeds opnieuw af te stemmen. Niet forceren, maar aansluiten bij waar ouders en zorgverleners zijn, en tóch het gesprek openhouden. Door vroeg te beginnen ontstaat ruimte om samen te verkennen wat kwaliteit van leven en sterven betekent, en om verschillen in denken zichtbaar te maken voordat beslissingen onder druk genomen moeten worden.

Bettina is helder over wat proactieve zorgplanning haar bracht op het moment dat Carmen overleed, en in de periode daarna. Niet omdat het verdriet kleiner werd, maar omdat beslissingen niet meer in paniek genomen hoefden te worden. Alles wat besproken moest worden, was al besproken. De keuzes die gemaakt werden, waren het resultaat van een gezamenlijk proces.

Rust en vertrouwen

“Het gaf rust en vertrouwen’, zegt ze. “Niet dat het daardoor makkelijk werd, maar omdat we wisten: hier hebben we samen goed over nagedacht.’ Die rust werkt ook door na het overlijden van Carmen. Bettina benoemt dat er minder ruimte is voor twijfel of zelfverwijt. Niet steeds de vraag of ze iets anders hadden moeten doen. Omdat beslissingen niet voortkwamen uit haast of druk, maar uit herhaald gesprek en afstemming, kon zij het overlijden zien als een zorgvuldig begeleid afscheid. Dat neemt het gemis niet weg, maar het geeft houvast in de rouw.”

 Als Bettina één boodschap wil meegeven, dan is het deze: blijf in gesprek. Proactieve zorgplanning is geen protocol en geen lijst met beslissingen die afgevinkt moet worden. Het is maatwerk. Ieder gezin is anders, iedere ouder is anders, en iedere zorgverlener is anders. Soms lopen perspectieven uiteen. Volgens Bettina is dat geen reden om het gesprek te forceren. “Als ouders en zorgverleners nog niet op één lijn zitten,” zegt ze, “dan moet je even pas op de plaats maken en een stapje terug doen in het proces.”

Niet alleen medische keuzes

Tot slot benadrukt Bettina dat proactieve zorgplanning niet begint bij dood of sterven, maar bij het verhaal van het kind. Bij wie een kind is, wat belangrijk is voor het gezin en waar zorgen ontstaan. Ouders mogen dat gesprek zelf vragen, ook als het niet vanzelf wordt aangeboden. Van zorgverleners vraagt het om ruimte te maken voor dat verhaal en het gesprek niet te versmallen tot medische keuzes alleen. Niet alles hoeft meteen opgelost te worden. Zolang je echt met elkaar in gesprek blijft, kom je samen verder.

Hulpmiddelen bij proactieve zorgplanning

Proactieve zorgplanning is samen praten over wensen, voorkeuren en doelen van zorg en behandeling voor de komende tijd heet proactieve zorgplanning. Het doel is om zorg en behandeling zoveel mogelijk af te stemmen op wat belangrijk is voor het kind en het gezin.

In één of meerdere gesprekken verkennen ouders, kind en zorgverleners samen vragen als: wat geeft kwaliteit van leven, waar liggen grenzen en welke keuzes passen bij het gezin? De uitkomsten kunnen worden vastgelegd in een individueel zorgplan en gedeeld worden met andere betrokken zorgverleners.

Om kinderen, ouders en zorgverleners hierbij te ondersteunen, zijn verschillende materialen ontwikkeld. Zoals:

  • een praatkaart voor kinderen en ouders die helpt om je voor te bereiden op gesprekken met een arts of verpleegkundige;
  • een gesprekshandleiding voor zorgprofessionals met praktische handreikingen om proactieve zorgplanning zorgvuldig en in verbinding toe te passen.

Je vindt deze en andere hulpmiddeleninstrumenten (en meer) op kinderpalliatief.nl:

https://kinderpalliatief.nl/themas/proactieve-zorgplanning

‘Tussen Ons’: gesprekken tussen ouders van een ernstig ziek kind en hun omgeving

Als een kind niet meer beter wordt, wat hebben de ouders dan nodig van de mensen in hun omgeving? Hoe kunnen vrienden, leerkrachten of werkgevers er zijn voor deze ouders? Daarover gaat de podcastserie ‘Tussen Ons’ van Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.

Ook als naaste kom je in een onbekende situatie terecht als iemand in je omgeving een kind heeft dat ernstig ziek is. Er is geen draaiboek voor hoe je er het beste voor iemand kunt zijn. Juist daarom is het waardevol om de verhalen van anderen te horen.

Vier podcasts

Deze verhalen zijn te horen in de vier podcasts in de serie Tussen Ons op kinderpalliatief.nl en de bekende podcastkanalen. Ouders van een ernstig ziek kind gaan in gesprek met iemand uit hun directe omgeving, zoals een vriend, leerkracht of werkgever.

Samen zoeken ze naar manieren om betrokken te blijven, steun te geven, en nabij te zijn. Juist als het moeilijk wordt. De gesprekken zijn eerlijk, soms confronterend, maar vooral hoopvol.

Alles over de serie en de podcasts zelf vind je hier: https://kinderpalliatief.nl/ervaringen/podcast

Reageer!

Vind je de verhalen herkenbaar? Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg en de podcastmakers ontvangen graag je feedback!

EKO-project van start: meer zicht op omvang en kwaliteit van kinderpalliatieve zorg

Het UMC Groningen, het Prinses Máxima Centrum en ZonMw gaan van start met het EKO-project. Doel is om in 3 jaar meer zicht te krijgen op de omvang en de samenstelling van de groep kinderen die palliatieve zorg ontvangen. Ook moet EKO antwoord geven op de vraag of er structureel kinderen zijn die wel gebaat zijn bij kinderpalliatieve zorg, maar deze zorg niet krijgen.

De term EKO staat voor Epidemiologie en Kwaliteit van Zorg en Organisatie voor kinderen in de palliatieve zorg. Door zoveel mogelijk gegevens te verzamelen hopen de onderzoekers meer zicht te krijgen op de kinderpalliatieve zorg in Nederland.

Ook zullen de onderzoekers indicatoren ontwikkelen waaraan kan worden afgemeten wanneer zorgverleners en ziekenhuizen wel en niet kinderpalliatieve zorg van goede kwaliteit leveren. Basis van die indicatoren is de richtlijn ‘Palliatieve zorg voor kinderen’.

Samenwerking

Resultaat van het project moet zijn dat kinderpalliatieve zorg beschikbaar is en blijft voor alle kinderen die er baat bij hebben, en om de kwaliteit ervan te kunnen blijven verbeteren.

In het project werken de onderzoekers  nauw samengewerkt met kinderartsen en onderzoekers in de Kinder Comfort Teams, met het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, BINKZ ,Vereniging Kinderkanker NL en Stichting Kind en Ziekenhuis.

Meer over het EKO-project:

De EKO-studie maakt kinderpalliatieve zorg inzichtelijk én meetbaar 
Inzicht en meten wat ertoe doet: naar betere palliatieve zorg voor kinderen

“Voor deze kinderen is het goed dat de regeling er nu is”

Interview met onderzoeker Marije Brouwer over de regeling levensbeëindiging 1-12 jaar

Per 1 februari 2024 is de regeling voor levensbeëindiging bij kinderen 1 – 12 jaar die ondraaglijk en uitzichtloos lijden in werking getreden. Voor pasgeborenen en kinderen vanaf 12 jaar bestond zo’n regeling al. Hiermee is nu ook voor de groep 1 – 12-jarigen een regeling getroffen, vertelt Marije Brouwer, medisch ethicus, onderzoeker én lid van de beoordelingscommissie voor deze regeling.

Ze interviewde voor haar onderzoek ervaringsdeskundige ouders van 44 kinderen. Zoals ouders van wie hun ernstig zieke kind in de stervensfase zat. Bijvoorbeeld door het ziekteverloop, of doordat er gekozen was voor stopzetting van de behandeling.

“En vervolgens lukt het dan niet om het kind op een waardige, lijdensvrije manier door dat stervensproces heen te loodsen,” zegt Marije Brouwer. “Ik heb verhalen van ouders gehoord bij wie het sterven van hun kind dagen, zelfs weken kon duren. Ondertussen zien ze dat hun kind ondraaglijk lijdt. En is er niets wat ze kunnen doen.”

Epileptische aanvallen

Ze sprak ook ouders van kinderen die kind langdurig lijden, vaak aan complexe metabole of neurologische aandoeningen. “Dat zijn kinderen bij wie de kwaliteit van leven jaar na jaar achteruitgaat. Ik sprak ouders van kinderen die tientallen, honderden epileptische aanvallen per dag hadden. Deze kinderen lijden ondraaglijk, en je weet: hun situatie zal niet verbeteren.”

Dus ja, Marije Brouwer begrijpt ouders wel die zeggen: dit is ondraaglijk lijden voor mijn kind. Voor deze kinderen, van 1 – 12 jaar, bestond nog geen regeling voor levensbeëindiging bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Zoals die al wel bestond voor pasgeborenen. Voor wilsbekwame kinderen van 12 jaar en ouder is er de euthanasiewet.

Promotie-onderzoek

Om het ondraaglijk en uitzichtloos lijden bij kinderen tussen 1 – 12 jaar beter in kaart te brengen, deed Brouwer er promotieonderzoek naar. Mede door haar onderzoek, waarbij ze ook artsen en ouders van ongeneeslijk zieke kinderen interviewde, besloot het kabinet tot de regeling voor levensbeëindiging voor kinderen tot 12 jaar die ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Deze is sinds 1 februari 2024 van kracht.

“Dat betekent dat artsen, als zij een casus tegenkomen van ondraaglijk uitzichtloos lijden waarbij redelijke alternatieven voor zorg en behandeling ontbreken, kunnen besluiten tot actieve levensbeëindiging. De arts doet daar vervolgens melding van bij de beoordelingscommissie. Zoals dat ook bij de andere gevallen van actieve levensbeëindiging gebeurt.”

Zorgvuldigheidseisen

De beoordelingscommissie toetst de levensbeëindiging vervolgens aan zorgvuldigheidseisen, zegt Brouwer. “Zoals: is de levensbeëindiging zorgvuldig uitgevoerd, waren er geen redelijke alternatieven, is er goed met de ouders overlegd, was er sprake van ondraaglijk en uitzichtloos lijden? Deze eisen worden overigens nog verder uitgewerkt door de beroepsgroep. Tot die tijd kunnen artsen houvast ontlenen aan de zorgvuldigheidseisen die we bij de regeling voor levensbeëindiging bij pasgeborenen hanteren.”

Actieve levensbeëindiging is geen alternatief voor goede zorgverlening, benadrukt Brouwer. “Het is eerder zo dat er ondanks de best mogelijke zorg, en het bespreken van alle redelijke alternatieven, toch een groep kinderen kan overblijven voor wie dit een optie is. Om hoeveel kinderen het gaat, dat weten we niet, maar vermoedelijk jaarlijks niet meer dan enkele kinderen. Het gaat dus om een kleine groep. Maar voor deze kinderen is het goed dat we deze regeling nu hebben.”

door Michel van Dijk, journalist

Meer info:

Regeling actieve levensbeëindiging kinderen van 1 tot 12 jaar per 1 februari 2024 actief

Regeling actieve levensbeëindiging komt er dankzij verhalen van ouders

Regeling actieve levensbeëindiging

Regeling actieve levensbeëindiging 1 – 12 jaar sinds 1 februari van kracht

Sinds 1 februari is er ook voor ernstig zieke kinderen in de leeftijdsgroep tussen 1 en 12 jaar die uitzichtloos en ondraaglijk lijden de mogelijkheid dat artsen na een zorgvuldig traject het leven actief beëindigen, zodat de kinderen een nog langere lijdensweg bespaard blijft.

Het gaat om ongeveer 5 tot 10 kinderen per jaar bij wie geen behandeling meer mogelijk is, die binnen afzienbare tijd zullen overlijden en bij wie palliatieve zorg het uitzichtloze en ondraaglijke lijden niet kan stoppen. Actieve levensbeeïndiging is dan nog de enige optie. De regeling die nu van kracht is geworden, is een uitbreiding van de al bestaande regeling voor de groep pasgeborenen (tot 1 jaar).

Zorgvuldig en verantwoord

De volledig naam van de regeling is nu Regeling beoordelingscommissie Late Zwangerschapsafbreking, Levensbeëindiging bij Pasgeborenen en Levensbeëindiging kinderen 1-12 jaar. De doelen van de Regeling zijn het waarborgen van een zorgvuldige en verantwoorde praktijk van de late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging, het bieden van duidelijkheid en rechtszekerheid aan artsen en het zorgdragen voor transparantie en maatschappelijke controle.

Bij de groep kinderen tussen 1 en 12 jaar spreken we niet over euthanasie, omdat kinderen in deze leeftijdsgroepen niet wilsbekwaam zijn om een dergelijke beslissing te nemen. De besluitvorming zal altijd in samenspraak tussen de arts en ouders – en indien mogelijk het kind – worden gemaakt.

Scholing en informatie

Leidend bij de besluitvorming is het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van het kind. Komende maanden worden de zorgvuldigheidseisen opgesteld door de beroepsgroep, en wordt scholing en informatie ontwikkeld om professionals en gezinnen goed te informeren en te ondersteunen.

Lees meer op de website van het Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg:

https://kinderpalliatief.nl/nieuws/details/regeling-actieve-levensbeeindiging-kinderen-van-1-tot-12-jaar-per-1-februari-2024-actief

Eerdere bericht op Kind & Zorg:

https://kindenzorg.nl/nieuws_achtergrond/regeling-levensbeeindiging-voor-kinderen-1-12-jaar-in-aantocht/

 

Handreiking complementaire zorg

Handreiking complementaire zorg voor kinderen in de palliatieve fase gepubliceerd

De eerste Handreiking complementaire zorg voor kinderen in de palliatieve fase is gepubliceerd. De Handreiking is primair bedoeld voor verpleegkundigen, zorgvrijwilligers en ouders of verzorgers.

Het document komt voort uit een behoefte bij zorgprofessionals, patiënten en naasten aan concrete handvatten over wanneer en hoe complementaire zorg al dan niet in te zetten.

Aanvullende zorg

Complementaire zorg is aanvullende zorg die gegeven kan worden naast de reguliere zorg en in overleg met zorgverleners. Het gaat uit van een holistische benadering die lichamelijke, emotionele, mentale, spirituele en sociale behoeften omvat.

De Handreiking complementaire zorg voor kinderen in de palliatieve fase beschrijft op een praktische manier welke interventies voor bepaalde symptomen bruikbaar kunnen zijn en hoe ze op de juiste manier kunnen worden toegepast.

Meer info

De richtlijn Complementaire zorg stamt uit 2010 en is een consensus-based richtlijn. In juni 2023 is de herziene handreiking Complementaire zorg voor volwassenen in de palliatieve fase uitgebracht. Inmiddels is ook het deel voor kinderen herzien en gepubliceerd.

De richtlijn is te vinden op Palliaweb:
https://palliaweb.nl/richtlijnen-palliatieve-zorg/richtlijn/complementaire-zorg-(kinderen)

Meer over de richtlijn:
https://iknl.nl/nieuws/2023/complementaire-zorg-kinderen-in-palliatieve-fase

Meer over complementaire palliatieve zorg:
https://overpalliatievezorg.nl/zorg-en-hulp/complementaire-zorg

Regeling actieve levensbeëindiging voor ernstig zieke kinderen 1-12 jaar nu echt in aantocht

Ook voor ernstig zieke kinderen tussen 1 en 12 jaar die uitzichtloos en ondraaglijk lijden, komt er de mogelijkheid dat artsen het leven actief beëindigen zodat de kinderen een nog langere lijdensweg bespaart blijft. Bijna 10 jaar nadat kinderartsen voor het eerst aankaartten dat ook kinderen in deze leeftijdgroep recht hebben op een menswaardige dood, lijkt de regeling er dit jaar nog te komen.

Het gaat om ongeveer 5 tot 10 kinderen per jaar bij wie geen behandeling meer mogelijk is, die binnen afzienbare tijd zullen overlijden en bij wie palliatieve zorg het uitzichtloze en ondraaglijke lijden niet kan stoppen. Actieve levensbeeïndiging is dan nog de enige optie, maar bij kinderen tussen 1 en 12 jaar is dit strafbaar.

Voor pasgeborenen tot 1 jaar is er wel een regeling, en vanaf 12 jaar kunnen kinderen om euthanasie vragen. Voor kinderen tussen 1 en 12 jaar betekent dit soms een lijdensweg naar het einde die wel weken kan duren.

Ervaringen van ouders

Bij de totstandkoming van de regeling heeft het uitgebreide onderzoek dat de afgelopen jaren plaastvond naar de ervaringen van ouders een belangrijke rol gespeeld. Ook artsen werd gevraagd naar hun ervaringen en hun dilemma’s.

Volgens hoogleraar kindergeneeskunde Eduard Verhagen, die het onderzoek in het Groningse UMC leidde, waren de gesprekken met ouders “indringend”, zei hij twee jaar geleden tegen Kind & Zorg, toen het onderzoeksrapport net was verschenen.

“Voor veel ouders was het zwaar om hun verhaal weer te vertellen. Ze deden het toch omdat ze daar mogelijk andere ouders en kinderen mee helpen. Dat geldt zeker voor de ouders die graag de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging hadden gehad.”

Onder de indruk

Veel Kamerleden toonden zich in 2020 zeer onder de indruk van de verhalen. Ook minister Kuipers van Volksgezondheid verwees twee weken geleden naar de ervaringen van ouders toen hij de regeling bekendmaakte. “Als je dat leest, dan grijpt het je naar de keel. En dan weet je: hier moet iets gebeuren.”

De regeling voor 1 tot 12-jarigen zal aansluiten bij de al bestaande regeling voor pasgeborenen tot 1 jaar. Die houdt in dat actieve levensbeëindiging overwogen kan worden als ernstig zieke kinderen in de stervensfase zijn en daarbij sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Als artsen zich houden aan zorgvuldigheidseisen, zoals onder meer instemming van de ouders en overleg met andere artsen, worden ze in principe niet vervolgd.

Zorgvuldig handelen

Een commissie toetst of de arts zorgvuldig heeft gehandeld en brengt hierover advies uit aan het openbaar ministerie (OM). De regeling wordt op dit punt aangepast: het advies aan het OM  zal niet langer het medische dossier bevatten. Hierdoor komt het OM meer op afstand te staan.

Er komen geen aanvullende zorgvuldigheidseisen voor 1 tot 12-jarigen, aldus Kuipers in zijn brief aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat de beroepsgroep van artsen “op basis van casuïstiek en verdere normontwikkeling” zelf zorgvuldigheidseisen gaat formuleren.

Het enige redelijke alternatief

“Dit betekent dat een arts op grond van heersend medisch inzicht tot de overtuiging moet komen dat levensbeëindiging het enige redelijke alternatief is om het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van het kind weg te nemen.”

Meer info:

Naar de brief van minister Kuipers aan de Tweede Kamer

3-2-2021 – Regeling actieve levensbeëindiging komt er dankzij verhalen van ouders