‘Tussen Ons’: gesprekken tussen ouders van een ernstig ziek kind en hun omgeving

Als een kind niet meer beter wordt, wat hebben de ouders dan nodig van de mensen in hun omgeving? Hoe kunnen vrienden, leerkrachten of werkgevers er zijn voor deze ouders? Daarover gaat de podcastserie ‘Tussen Ons’ van Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.

Ook als naaste kom je in een onbekende situatie terecht als iemand in je omgeving een kind heeft dat ernstig ziek is. Er is geen draaiboek voor hoe je er het beste voor iemand kunt zijn. Juist daarom is het waardevol om de verhalen van anderen te horen.

Vier podcasts

Deze verhalen zijn te horen in de vier podcasts in de serie Tussen Ons op kinderpalliatief.nl en de bekende podcastkanalen. Ouders van een ernstig ziek kind gaan in gesprek met iemand uit hun directe omgeving, zoals een vriend, leerkracht of werkgever.

Samen zoeken ze naar manieren om betrokken te blijven, steun te geven, en nabij te zijn. Juist als het moeilijk wordt. De gesprekken zijn eerlijk, soms confronterend, maar vooral hoopvol.

Alles over de serie en de podcasts zelf vind je hier: https://kinderpalliatief.nl/ervaringen/podcast

Reageer!

Vind je de verhalen herkenbaar? Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg en de podcastmakers ontvangen graag je feedback!

EKO-project van start: meer zicht op omvang en kwaliteit van kinderpalliatieve zorg

Het UMC Groningen, het Prinses Máxima Centrum en ZonMw gaan van start met het EKO-project. Doel is om in 3 jaar meer zicht te krijgen op de omvang en de samenstelling van de groep kinderen die palliatieve zorg ontvangen. Ook moet EKO antwoord geven op de vraag of er structureel kinderen zijn die wel gebaat zijn bij kinderpalliatieve zorg, maar deze zorg niet krijgen.

De term EKO staat voor Epidemiologie en Kwaliteit van Zorg en Organisatie voor kinderen in de palliatieve zorg. Door zoveel mogelijk gegevens te verzamelen hopen de onderzoekers meer zicht te krijgen op de kinderpalliatieve zorg in Nederland.

Ook zullen de onderzoekers indicatoren ontwikkelen waaraan kan worden afgemeten wanneer zorgverleners en ziekenhuizen wel en niet kinderpalliatieve zorg van goede kwaliteit leveren. Basis van die indicatoren is de richtlijn ‘Palliatieve zorg voor kinderen’.

Samenwerking

Resultaat van het project moet zijn dat kinderpalliatieve zorg beschikbaar is en blijft voor alle kinderen die er baat bij hebben, en om de kwaliteit ervan te kunnen blijven verbeteren.

In het project werken de onderzoekers  nauw samengewerkt met kinderartsen en onderzoekers in de Kinder Comfort Teams, met het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, BINKZ ,Vereniging Kinderkanker NL en Stichting Kind en Ziekenhuis.

Meer over het EKO-project:

De EKO-studie maakt kinderpalliatieve zorg inzichtelijk én meetbaar 
Inzicht en meten wat ertoe doet: naar betere palliatieve zorg voor kinderen

“Voor deze kinderen is het goed dat de regeling er nu is”

Interview met onderzoeker Marije Brouwer over de regeling levensbeëindiging 1-12 jaar

Per 1 februari 2024 is de regeling voor levensbeëindiging bij kinderen 1 – 12 jaar die ondraaglijk en uitzichtloos lijden in werking getreden. Voor pasgeborenen en kinderen vanaf 12 jaar bestond zo’n regeling al. Hiermee is nu ook voor de groep 1 – 12-jarigen een regeling getroffen, vertelt Marije Brouwer, medisch ethicus, onderzoeker én lid van de beoordelingscommissie voor deze regeling.

Ze interviewde voor haar onderzoek ervaringsdeskundige ouders van 44 kinderen. Zoals ouders van wie hun ernstig zieke kind in de stervensfase zat. Bijvoorbeeld door het ziekteverloop, of doordat er gekozen was voor stopzetting van de behandeling.

“En vervolgens lukt het dan niet om het kind op een waardige, lijdensvrije manier door dat stervensproces heen te loodsen,” zegt Marije Brouwer. “Ik heb verhalen van ouders gehoord bij wie het sterven van hun kind dagen, zelfs weken kon duren. Ondertussen zien ze dat hun kind ondraaglijk lijdt. En is er niets wat ze kunnen doen.”

Epileptische aanvallen

Ze sprak ook ouders van kinderen die kind langdurig lijden, vaak aan complexe metabole of neurologische aandoeningen. “Dat zijn kinderen bij wie de kwaliteit van leven jaar na jaar achteruitgaat. Ik sprak ouders van kinderen die tientallen, honderden epileptische aanvallen per dag hadden. Deze kinderen lijden ondraaglijk, en je weet: hun situatie zal niet verbeteren.”

Dus ja, Marije Brouwer begrijpt ouders wel die zeggen: dit is ondraaglijk lijden voor mijn kind. Voor deze kinderen, van 1 – 12 jaar, bestond nog geen regeling voor levensbeëindiging bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Zoals die al wel bestond voor pasgeborenen. Voor wilsbekwame kinderen van 12 jaar en ouder is er de euthanasiewet.

Promotie-onderzoek

Om het ondraaglijk en uitzichtloos lijden bij kinderen tussen 1 – 12 jaar beter in kaart te brengen, deed Brouwer er promotieonderzoek naar. Mede door haar onderzoek, waarbij ze ook artsen en ouders van ongeneeslijk zieke kinderen interviewde, besloot het kabinet tot de regeling voor levensbeëindiging voor kinderen tot 12 jaar die ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Deze is sinds 1 februari 2024 van kracht.

“Dat betekent dat artsen, als zij een casus tegenkomen van ondraaglijk uitzichtloos lijden waarbij redelijke alternatieven voor zorg en behandeling ontbreken, kunnen besluiten tot actieve levensbeëindiging. De arts doet daar vervolgens melding van bij de beoordelingscommissie. Zoals dat ook bij de andere gevallen van actieve levensbeëindiging gebeurt.”

Zorgvuldigheidseisen

De beoordelingscommissie toetst de levensbeëindiging vervolgens aan zorgvuldigheidseisen, zegt Brouwer. “Zoals: is de levensbeëindiging zorgvuldig uitgevoerd, waren er geen redelijke alternatieven, is er goed met de ouders overlegd, was er sprake van ondraaglijk en uitzichtloos lijden? Deze eisen worden overigens nog verder uitgewerkt door de beroepsgroep. Tot die tijd kunnen artsen houvast ontlenen aan de zorgvuldigheidseisen die we bij de regeling voor levensbeëindiging bij pasgeborenen hanteren.”

Actieve levensbeëindiging is geen alternatief voor goede zorgverlening, benadrukt Brouwer. “Het is eerder zo dat er ondanks de best mogelijke zorg, en het bespreken van alle redelijke alternatieven, toch een groep kinderen kan overblijven voor wie dit een optie is. Om hoeveel kinderen het gaat, dat weten we niet, maar vermoedelijk jaarlijks niet meer dan enkele kinderen. Het gaat dus om een kleine groep. Maar voor deze kinderen is het goed dat we deze regeling nu hebben.”

door Michel van Dijk, journalist

Meer info:

Regeling actieve levensbeëindiging kinderen van 1 tot 12 jaar per 1 februari 2024 actief

Regeling actieve levensbeëindiging komt er dankzij verhalen van ouders

Regeling actieve levensbeëindiging

Regeling actieve levensbeëindiging 1 – 12 jaar sinds 1 februari van kracht

Sinds 1 februari is er ook voor ernstig zieke kinderen in de leeftijdsgroep tussen 1 en 12 jaar die uitzichtloos en ondraaglijk lijden de mogelijkheid dat artsen na een zorgvuldig traject het leven actief beëindigen, zodat de kinderen een nog langere lijdensweg bespaard blijft.

Het gaat om ongeveer 5 tot 10 kinderen per jaar bij wie geen behandeling meer mogelijk is, die binnen afzienbare tijd zullen overlijden en bij wie palliatieve zorg het uitzichtloze en ondraaglijke lijden niet kan stoppen. Actieve levensbeeïndiging is dan nog de enige optie. De regeling die nu van kracht is geworden, is een uitbreiding van de al bestaande regeling voor de groep pasgeborenen (tot 1 jaar).

Zorgvuldig en verantwoord

De volledig naam van de regeling is nu Regeling beoordelingscommissie Late Zwangerschapsafbreking, Levensbeëindiging bij Pasgeborenen en Levensbeëindiging kinderen 1-12 jaar. De doelen van de Regeling zijn het waarborgen van een zorgvuldige en verantwoorde praktijk van de late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging, het bieden van duidelijkheid en rechtszekerheid aan artsen en het zorgdragen voor transparantie en maatschappelijke controle.

Bij de groep kinderen tussen 1 en 12 jaar spreken we niet over euthanasie, omdat kinderen in deze leeftijdsgroepen niet wilsbekwaam zijn om een dergelijke beslissing te nemen. De besluitvorming zal altijd in samenspraak tussen de arts en ouders – en indien mogelijk het kind – worden gemaakt.

Scholing en informatie

Leidend bij de besluitvorming is het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van het kind. Komende maanden worden de zorgvuldigheidseisen opgesteld door de beroepsgroep, en wordt scholing en informatie ontwikkeld om professionals en gezinnen goed te informeren en te ondersteunen.

Lees meer op de website van het Kenniscentrum Kinderpalliatieve zorg:

https://kinderpalliatief.nl/nieuws/details/regeling-actieve-levensbeeindiging-kinderen-van-1-tot-12-jaar-per-1-februari-2024-actief

Eerdere bericht op Kind & Zorg:

https://kindenzorg.nl/nieuws_achtergrond/regeling-levensbeeindiging-voor-kinderen-1-12-jaar-in-aantocht/

 

Handreiking complementaire zorg

Handreiking complementaire zorg voor kinderen in de palliatieve fase gepubliceerd

De eerste Handreiking complementaire zorg voor kinderen in de palliatieve fase is gepubliceerd. De Handreiking is primair bedoeld voor verpleegkundigen, zorgvrijwilligers en ouders of verzorgers.

Het document komt voort uit een behoefte bij zorgprofessionals, patiënten en naasten aan concrete handvatten over wanneer en hoe complementaire zorg al dan niet in te zetten.

Aanvullende zorg

Complementaire zorg is aanvullende zorg die gegeven kan worden naast de reguliere zorg en in overleg met zorgverleners. Het gaat uit van een holistische benadering die lichamelijke, emotionele, mentale, spirituele en sociale behoeften omvat.

De Handreiking complementaire zorg voor kinderen in de palliatieve fase beschrijft op een praktische manier welke interventies voor bepaalde symptomen bruikbaar kunnen zijn en hoe ze op de juiste manier kunnen worden toegepast.

Meer info

De richtlijn Complementaire zorg stamt uit 2010 en is een consensus-based richtlijn. In juni 2023 is de herziene handreiking Complementaire zorg voor volwassenen in de palliatieve fase uitgebracht. Inmiddels is ook het deel voor kinderen herzien en gepubliceerd.

De richtlijn is te vinden op Palliaweb:
https://palliaweb.nl/richtlijnen-palliatieve-zorg/richtlijn/complementaire-zorg-(kinderen)

Meer over de richtlijn:
https://iknl.nl/nieuws/2023/complementaire-zorg-kinderen-in-palliatieve-fase

Meer over complementaire palliatieve zorg:
https://overpalliatievezorg.nl/zorg-en-hulp/complementaire-zorg

Regeling actieve levensbeëindiging voor ernstig zieke kinderen 1-12 jaar nu echt in aantocht

Ook voor ernstig zieke kinderen tussen 1 en 12 jaar die uitzichtloos en ondraaglijk lijden, komt er de mogelijkheid dat artsen het leven actief beëindigen zodat de kinderen een nog langere lijdensweg bespaart blijft. Bijna 10 jaar nadat kinderartsen voor het eerst aankaartten dat ook kinderen in deze leeftijdgroep recht hebben op een menswaardige dood, lijkt de regeling er dit jaar nog te komen.

Het gaat om ongeveer 5 tot 10 kinderen per jaar bij wie geen behandeling meer mogelijk is, die binnen afzienbare tijd zullen overlijden en bij wie palliatieve zorg het uitzichtloze en ondraaglijke lijden niet kan stoppen. Actieve levensbeeïndiging is dan nog de enige optie, maar bij kinderen tussen 1 en 12 jaar is dit strafbaar.

Voor pasgeborenen tot 1 jaar is er wel een regeling, en vanaf 12 jaar kunnen kinderen om euthanasie vragen. Voor kinderen tussen 1 en 12 jaar betekent dit soms een lijdensweg naar het einde die wel weken kan duren.

Ervaringen van ouders

Bij de totstandkoming van de regeling heeft het uitgebreide onderzoek dat de afgelopen jaren plaastvond naar de ervaringen van ouders een belangrijke rol gespeeld. Ook artsen werd gevraagd naar hun ervaringen en hun dilemma’s.

Volgens hoogleraar kindergeneeskunde Eduard Verhagen, die het onderzoek in het Groningse UMC leidde, waren de gesprekken met ouders “indringend”, zei hij twee jaar geleden tegen Kind & Zorg, toen het onderzoeksrapport net was verschenen.

“Voor veel ouders was het zwaar om hun verhaal weer te vertellen. Ze deden het toch omdat ze daar mogelijk andere ouders en kinderen mee helpen. Dat geldt zeker voor de ouders die graag de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging hadden gehad.”

Onder de indruk

Veel Kamerleden toonden zich in 2020 zeer onder de indruk van de verhalen. Ook minister Kuipers van Volksgezondheid verwees twee weken geleden naar de ervaringen van ouders toen hij de regeling bekendmaakte. “Als je dat leest, dan grijpt het je naar de keel. En dan weet je: hier moet iets gebeuren.”

De regeling voor 1 tot 12-jarigen zal aansluiten bij de al bestaande regeling voor pasgeborenen tot 1 jaar. Die houdt in dat actieve levensbeëindiging overwogen kan worden als ernstig zieke kinderen in de stervensfase zijn en daarbij sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Als artsen zich houden aan zorgvuldigheidseisen, zoals onder meer instemming van de ouders en overleg met andere artsen, worden ze in principe niet vervolgd.

Zorgvuldig handelen

Een commissie toetst of de arts zorgvuldig heeft gehandeld en brengt hierover advies uit aan het openbaar ministerie (OM). De regeling wordt op dit punt aangepast: het advies aan het OM  zal niet langer het medische dossier bevatten. Hierdoor komt het OM meer op afstand te staan.

Er komen geen aanvullende zorgvuldigheidseisen voor 1 tot 12-jarigen, aldus Kuipers in zijn brief aan de Tweede Kamer. Het is de bedoeling dat de beroepsgroep van artsen “op basis van casuïstiek en verdere normontwikkeling” zelf zorgvuldigheidseisen gaat formuleren.

Het enige redelijke alternatief

“Dit betekent dat een arts op grond van heersend medisch inzicht tot de overtuiging moet komen dat levensbeëindiging het enige redelijke alternatief is om het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van het kind weg te nemen.”

Meer info:

Naar de brief van minister Kuipers aan de Tweede Kamer

3-2-2021 – Regeling actieve levensbeëindiging komt er dankzij verhalen van ouders 

 

Herziening van de richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen

Het is vandaag een bijzondere dag. De herziene richtlijn Palliatieve zorg voor kinderen is gepubliceerd. In deze versie zijn nieuwe inzichten in de kinderpalliatieve zorg verwerkt. De richtlijn geeft professionals, ouders en verzorgers handvatten en een naslagwerk om de zorg voor kinderen met een levensduurverkortende of levensbedreigende ziekte en hun gezin nog beter te kunnen realiseren.

door Esther Prins

In 2013 kwam de eerste richtlijn palliatieve zorg voor kinderen uit. Evidence based en voor de eerste, tweede en derde lijn. In de jaren daarvoor waren er duidelijk tekenen dat er behoefte was aan kennis. Op allerlei plaatsen werd al ervaring opgedaan met palliatieve zorg voor kinderen, maar deze kennis en ervaring werd niet gemakkelijk gedeeld, waardoor iedereen weer het wiel opnieuw moest uitvinden. Met de richtlijn uit 2013 kwam daaraan een eind.

In de richtlijn staat alle kennis gebundeld op de onderwerpen symptomen, besluitvorming en organisatie van zorg. Binnen deze hoofdstukken staan allerlei subhoofdstukken die weergeven wat belangrijk is om te doen en wat belangrijk is om niet te doen. De richtlijn geeft houvast en vormt als het ware een nieuwe praktijk van evidence based palliatieve zorg voor kinderen.

Inbreng van ouders

Sinds 2013 is er veel veranderd. Nieuwe ontwikkelingen in Nederland en wereldwijd krijgen een plek in de nieuwe richtlijn. De herziening is tot stand gekomen door een nauwe samenwerking tussen zorgprofessionals, onderzoekers én ouders. Deze ouders hebben een belangrijke rol vervuld. Zo gaven zij aan welke aanvullingen noodzakelijk waren en beoordeelden ze de geschreven teksten. Hierin onderscheidt de herziene richtlijn zich duidelijk van de oude richtlijn: de inbreng van ouders was al aanzienlijk, maar is met deze richtlijn nog vele malen groter geworden. Dat is bijzonder.

Moderniseren en hoofdstukken toevoegen

De grootste verandering is dat er hoofdstukken zijn toegevoegd en sommige stukken zijn gemoderniseerd. Een belangrijke toevoeging is het hoofdstuk ‘refractaire symptomen’, waaronder palliatieve sedatie en onthouding van vocht en voeding is uitgewerkt. Refractaire symptomen zijn lichamelijke of psychische symptomen waarvan de behandeling niet (voldoende snel) effectief is of gepaard gaat met onaanvaardbare bijwerkingen. Denk hierbij aan dyspnoe (kortademigheid, benauwdheid), pijn of delier/onrust. Mede naar aanleiding van een onderzoek onder kinderen in de leeftijd van 1-12 jaar die palliatieve zorg krijgen, zijn deze twee onderdelen sterk uitgebreid en vormen zo een belangrijke kapstok om handelen zorgvuldig te laten plaatsvinden.

Daarnaast werd een hoofdstuk over Advance Care Planning (ACP) en gezamenlijke besluitvorming, psychosociale zorg en nazorg en rouw toegevoegd. Psychosociale zorg, aandacht voor het hele gezin en nazorg wordt veel vaker als reguliere zorg ingezet.

Artsen, verpleegkundigen en ouders gaven aan dat er bij bovenstaande onderwerpen een uitwerking nodig was. De nieuwe richtlijn sluit aan bij die vraag. Daarnaast is er voortdurend rekening gehouden met de wens dat de richtlijn goed toegankelijk moet zijn voor andere beroepsgroepen dan artsen. En voor ouders en kinderen zelf.

“De grote kracht van deze richtlijn is dat bij zorgprofessionals en ouders de behoefte was om kennis te bundelen, zodat dit ook in de praktijk bruikbaar was. Daarbij is zowel de inhoud als de totstandkoming internationaal gezien uniek. Daarnaast is het echt bijzonder dat deze richtlijn gekoppeld wordt aan het project van het Individuele Zorgplan, waar de vertaling wordt gemaakt van de generieke kennis vanuit de richtlijn naar een voor de patiënt toepasbare vorm. Het maken van een richtlijn heeft weinig zin als niet ook bedacht is hoe die in de praktijk gebracht kan worden en hoe we ervoor kunnen zorgen dat die gaat werken. Bij deze richtlijn is daar heel goed over nagedacht.” – Eduard Verhagen, kinderarts en hoogleraar kinderpalliatieve zorg in het UMC Groningen.

De richtlijn is ontwikkeld door vertegenwoordigers van Stichting Kind en Ziekenhuis, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Kenniscentrum kinderpalliatieve zorg en ziekenhuizen waaronder UMC Groningen en Prinses Máxima Centrum. IKNL is als procesbegeleider van de richtlijnen palliatieve zorg betrokken.

Rol kinderen, ouders en Kind & Ziekenhuis

Kinderen en ouders zijn via Kind & Ziekenhuis nauw bij de herziening van de richtlijn betrokken. In 2020 riep Kind & Ziekenhuis kinderen en ouders op om hun ervaringen met kinderpalliatieve zorg te delen en aan te geven welke onderwerpen zij belangrijk vonden voor de herziening. Een deel van de ouders die reageerden vormden de klankbordgroep voor het verdere ontwikkelproces.

Meer informatie

De nieuwe richtlijn staat op Pallialine. Meer informatie over palliatieve zorg voor kinderen en ondersteunende middelen zijn te vinden op de themapagina op Palliaweb.

Informatie voor ouders/verzorgers over dit onderwerp is te vinden op de website van Over palliatieve zorg. en via Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) en Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg met bijbehorende sites voor ouders en kind, zoals:

Samen spreken over de toekomst als een kind ernstig ziek is

Wat vind jij belangrijk?

Voor iedereen bevat de toekomst onzekerheden. Wanneer je als kind ernstig ziek bent of ouder bent van een ernstig ziek kind, zijn die onzekerheden extra groot. Denken en praten over de toekomst is confronterend. Je staat stil bij moeilijke gebeurtenissen die er in de toekomst kunnen zijn, zoals zieker worden en uiteindelijk verlies van het leven zelf. Tegelijkertijd blijven hoop, dromen, wensen en verwachtingen bestaan. Door met elkaar gedachten over de toekomst te delen, kunnen kind en gezin zorg ontvangen die bij hun voorkeuren past.

Samen spreken over toekomstige zorg en behandeling wordt Advance Care Planning (ACP) genoemd. In een gesprek kunnen kind en gezin met hun zorgverlener delen wat zij belangrijk vinden voor de toekomst.

Recent is een toolkit ontwikkeld om gezinnen en zorgverleners te helpen om met elkaar te praten over de toekomst. Deze toolkit, IMPACT genoemd, bevat materialen ter voorbereiding op het gesprek en handleidingen die bij het gesprek gebruikt kunnen worden. In het gesprek staan het kind en gezin als mens centraal en niet de ziekte.

In het gesprek komen diverse thema’s aan de orde. Wie ben je als persoon? Wat vind je leuk om te doen? Hoe ziet jouw dagelijks leven eruit? Wat merk je van de ziekte die je hebt? Waar hoop je op? Waar ben je bang voor? Wat vind je belangrijk als het minder goed met je zou gaan? Stel dat je niet lang meer te leven hebt, wat vind je dan belangrijk? Wat wil je graag dat dokters, verpleegkundigen en anderen voor je doen? Wat moeten zij juist niet doen? Wat moeten andere mensen over jouw wensen weten?

Ook als kinderen zelf niet kunnen praten, wordt in het gesprek gezocht naar de stem van het kind. Aan de ouders of aan anderen die voor het kind zorgen wordt gevraagd wat zij goede zorg en behandeling vinden in belang van het kind.

In het gesprek geven zorgverleners vanuit hun expertise inzicht in de betekenis van verschillende vormen van zorg en behandeling. Wat betekent het als een behandeltraject wordt ingezet? Wat betekent het als er geen behandelingen tegen de ziekte zijn? Waar richt de zorg zich dan op? Gezamenlijk komen kind en gezin met de zorgverleners tot doelen van zorg en behandeling. Samen denken ze na over welke concrete medische zorg en behandeling hierbij past. Als er iets verandert gaan kind, gezin en zorgverlener opnieuw met elkaar in gesprek.

Juist als er veel onzekerheden zijn, geeft het omarmen van die onzekerheden in een gezamenlijk gesprek rust. Door naar de ander te luisteren kunnen kind, gezin en zorgverleners richtingwijzers zijn voor elkaar, met als doel de beste zorg en behandeling te verlenen aan kind en gezin van begin tot eind, ook als dit het levenseinde is.

Via deze website kan iedereen IMPACT gebruiken. IMPACT is tot stand gekomen door een samenwerking van het UMC Utrecht (dr. J.C. Fahner, dr. M.C. Kars, prof.dr. J.J.M. van Delden) en het Erasmus MC (dr. J.A.C. Rietjens, prof.dr. A. van der Heide) met medewerking van Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg, Stichting Kind en Ziekenhuis, kinderen, ouders en professionals die in de kindzorg en kinderziekenhuizen werken. De ontwikkeling van IMPACT is gefinancierd door ZonMw.   

Contact: j.c.fahner@umcutrecht.nl

Regeling actieve levensbeëindiging komt er dankzij verhalen van ouders

Er komt een regeling voor actieve levensbeëindiging bij ernstig zieke kinderen tussen 1 en 12 jaar die ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Een belangrijke stap, zegt kinderarts en hoogleraar kinderpalliatieve zorg Eduard Verhagen. De indringende verhalen van ouders hebben een doorslaggevende rol gespeeld.

Donderdag 15 oktober 2020 was een bijzondere dag in de Tweede Kamer. Minister De Jonge van VWS legde uit waarom hij een regeling gaat opstellen die actieve levensbeëindiging mogelijk maakt voor ernstig zieke kinderen tussen 1 en 12 jaar. Ongeneeslijk zieke kinderen moeten de best mogelijke zorg krijgen, zei hij, en dat betekent dat onnodig lijden moet worden voorkomen. De meeste kamerleden stemden ermee in en prezen het besluit van de minister. Kamerlid Corinne Ellemeet noemde het besluit van de minister ‘groots’.

Geen politieke strijd

Het bijzondere was dat het uitermate gevoelige thema uiteindelijk geen onderwerp van politieke strijd werd. Verhagen is er opgelucht over. In de afgelopen vijf jaar leidde hij namens de NVK het onderzoek naar medische beslissingen rond het levenseinde bij jonge kinderen. Het ministerie had daar destijds om verzocht. Uit het onderzoek bleek dat voor een kleine groep jonge kinderen (ongeveer 5 tot 10 per jaar) actieve levensbeëindiging de enige manier is om ondraaglijk en uitzichtloos lijden in de stervensfase te stoppen. Voor kinderen tussen 1 en 12 jaar is daar nu geen regeling voor. Dat betekent voor kinderen soms een lijdensweg naar het einde die wel weken kan duren.

Het onderzoeksrapport, dat in september 2019 verscheen, kwam onder meer tot stand na gesprekken met 34 artsen en 64 ouders die in 2015 één of meerdere kinderen verloren. De bevindingen werden door Verhagen en zijn mede-onderzoekers uitgebreid toegelicht in meerdere sessies in Den Haag. “Zowel de minister als de kamerleden deden echt veel moeite om te begrijpen wat er in de praktijk nou precies gebeurt. Ze wilden het tot in detail weten. Sommige kamerleden belden ons later nog op, dan hadden ze toch nog een vraag over een casus of een tabel. Die belangstelling heb ik enorm gewaardeerd.”

Onvoldoende beschermd

Verhagen is ook erg positief over wat minister en kamerleden uiteindelijk hebben gedaan naar aanleiding van het rapport en de toelichting. “De verhalen van ouders en artsen laten zien dat het sterven van jonge kinderen helaas vaak met problemen en obstakels gepaard gaat. En soms is actieve levensbeëindiging de enige manier om het goede te doen. Maar omdat er geen regeling is, voelen ouders en artsen zich onvoldoende beschermd. Minister en kamerleden hebben dat heel goed begrepen. Ze hebben gezegd: daar moeten we iets mee doen, ook al is dat politiek, ethisch en juridisch ingewikkeld. Daar ben ik ze erkentelijk voor.”

Zo gaven veel ouders aan dat ze onvoldoende betrokken waren geweest bij levenseindebeslissingen rond hun kind.

Het onderzoek van Verhagen en zijn groep bracht nog meer knelpunten in de zorg rond het levenseinde van kinderen van 1 tot 12 jaar aan het licht. Zo gaven veel ouders aan dat ze onvoldoende betrokken waren geweest bij levenseindebeslissingen rond hun kind. Ook op het terrein van communicatie, organisatie, symptoomverlichting en aandacht voor familieleden en kind werden problemen ervaren.

De onderzoekers deden de aanbeveling om de kennis over palliatieve zorg voor kinderen bij artsen te vergroten, door er in de opleiding meer aandacht aan te besteden en door het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg een belangrijker rol te geven. Ook deden ze de aanbeveling om knelpunten aan te pakken in het kader van de herziening van de NVK-richtlijn (zie herziening richtlijn voor nog betere kinderpalliatieve zorg). De minister van VWS zegde in zijn reactie op het rapport toe deze initiatieven, die worden opgepakt door de NVK en het Kenniscentrum, te zullen ondersteunen.

Verhagen benadrukt hoe belangrijk de verhalen van de 64 ouders uiteindelijk zijn geweest voor de beoordeling van het rapport door de politiek. “We hebben zeer uitgebreid met deze ouders gesproken over wat ze meemaakten in de laatste levensfase van hun kind. Dat waren natuurlijk heel indringende gesprekken, waarin alle emotie en al het verdriet weer naar boven kwam. Voor ons als onderzoekers is het erg belangrijk dat ouders toch hun hele verhaal willen delen. Alleen zo krijgen we inzicht in alle aspecten van die ingewikkelde en verdrietige laatste periode.”

Negatieve ervaringen

Vooral voor ouders met negatieve ervaringen rond het levenseinde van hun kind was het zwaar om hun verhaal opnieuw te vertellen, zegt Verhagen. “Ze deden het toch omdat ze daar mogelijk andere ouders en kinderen mee helpen. Dat geldt zeker voor de ouders die graag de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging hadden gehad. Zij hebben tegen ons gezegd: neem dit stukje van mij mee, en probeer te voorkomen dat andere ouders hetzelfde moeten meemaken. De verhalen van ouders hebben de doorslag gegeven dat er nu een regeling komt, daar ben ik van overtuigd.”

Zij hebben tegen ons gezegd: neem dit stukje van mij mee, en probeer te voorkomen dat andere ouders hetzelfde moeten meemaken.

De ervaringen van de 64 ouders blijven een rol spelen. Over een deel ervan zal binnenkort gepubliceerd worden in wetenschappelijke tijdschriften. Een ander deel zal in overleg met de ouders en andere betrokkenen gedetailleerd worden uitgewerkt en openbaar toegankelijk worden gemaakt. Het ministerie gaat dit financieren. Deze verhalen kunnen artsen en ouders helpen die te maken krijgen met beslissingen rond het levenseinde. Ook kunnen ze de commissie helpen die in de toekomst gevallen van actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen 1 en 12 jaar gaat beoordelen.

Kind & Ziekenhuis door journalist Pieter Hoogesteijn

Magazine Kind & Zorg | December 2020

Ervaring met kinderpalliatieve zorg als kind en gezin? Deel je ervaring!

Hebben jullie als gezin input voor de herziening van de Richtlijn Palliatieve zorg aan kinderen?

Palliatieve zorg voor kinderen (0-18 jaar) is de integrale zorgbenadering voor kinderen met een levensbedreigende of levensduurbeperkende aandoening. Het start bij diagnose waardoor een kind dus vele jaren in palliatieve zorg kan zijn. Het is gericht op kwaliteit van leven. De zorg omvat de lichamelijke, psychologische, sociale, pedagogische, culturele en spirituele aspecten. Het wordt voornamelijk bepaald door de individuele behoeften en mogelijkheden van jouw kind en jouw gezin. Ook de zorg en ondersteuning aan jou als ouder(s) en eventuele broers en zussen van jouw zieke kind, inclusief de nazorg na een eventueel overlijden, behoort tot kinderpalliatieve zorg.

Input herziening richtlijn

De medische Richtlijn Palliatieve zorg aan kinderen wordt op dit moment herzien. Een richtlijn is een document met aanbevelingen ter ondersteuning van zorgprofessionals en zorggebruikers. Het is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Het gaat uit van wetenschappelijk onderzoek aangevuld met expertise en ervaringen van zorgprofessionals en zorggebruikers. Een richtlijn is opgebouwd uit uitgangsvragen.

Ervaringen van gezinnen

Ervaringen van gebruikers van palliatieve zorg aan kinderen is belangrijke input tijdens de ontwikkeling van deze richtlijn. Heel graag horen wij van kinderen en ouders welke onderwerpen in de uitgangsvragen aanbod dienen te komen.

Vragenlijst

Delen jullie als gezin je ervaring? De vragenlijst duurt ongeveer 15 tot 20 minuten. Alle input nemen wij mee in het richtlijn ontwikkeltraject.

Klik op de link om deel te nemen

https://vragenlijst.dezorgvraag.nl/richtlijnkinderpalliatievezorg

Als je vragen hebt kun je ook contact opnemen met Stichting Kind en Ziekenhuis, of met het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg. Contactgegevens vind je hieronder.

Alvast bedankt voor jullie deelname! Je kunt de link van de vragenlijst ook doorsturen aan andere gezinnen die hier hun mening over zouden kunnen geven.

met vriendelijke groet,

Hester Rippen                             Johannes Verheijden
Stichting Kind en Ziekenhuis        Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg

Stichting Kind en Ziekenhuis is al bijna dan 45 jaar de patiëntenorganisatie voor kinderen in de medische zorg.

info@kindenziekenhuis.nl085 020 12 65www.kindenziekenhuis.nl

Het Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg is een initiatief van Stichting PAL Kinderpalliatieve Expertise (PAL) en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). Ze werken samen in een groot landelijk netwerk van zorgorganisaties, branche-, beroeps- en patiëntenverenigingen.

info@kinderpalliatief.nl | 06 44 21 37 65 | www.kinderpalliatief.nl