Transitiebeleid: een soepele overgang voor jongeren én ouders

Voor veel jongeren met een chronische aandoening is de overgang naar de volwassenenzorg op achttienjarige leeftijd veel te abrupt. In het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen zien verpleegkundig specialisten Femke Glaap-Roeven en Lucy Gossens daarom toe op een geleidelijke ‘transitie’ op maat.

Je wordt achttien en ineens is alles anders. Deed je eerst samen met je ouders het gesprek met de dokter, nu verwacht men dat je dat alleen kunt. Waren het eerst vooral je ouders die erop letten dat je iedere dag je pillen nam, nu ben je zelf verantwoordelijk.

Die plotse overgang (‘transitie’) is voor veel jongeren te abrupt, zegt Lucy Gossens. “Ze moeten in te korte tijd allerlei vaardigheden aanleren om zelfstandig te kunnen functioneren als volwassene met een chronische aandoening. Zoals: zelf je vragen stellen, zelf aangeven hoe je je voelt, zelf je behandeling uitvoeren.”

Transitiebeleid

Vandaar dat het Amalia kinderziekenhuis ruim twee jaar geleden begon met een transitiebeleid waarbij jongeren de tijd krijgen zich voor te bereiden op de overstap naar de volwassenenzorg. Verpleegkundig specialisten Lucy Gossens en Femke Glaap-Roeven coördineren dit beleid.

Femke Glaap-Roeven: “We willen jongeren de tools meegeven die ze nodig hebben voor de overstap. Daarom bereiden we ze al vanaf hun twaalfde jaar voor. Dat is de leeftijd waarop ze naar de middelbare school gaan, waar ook meer zelfstandigheid van ze wordt gevraagd. Vervolgens bouwen we het proces geleidelijk op.”

Eerst krijgt de jongere en zijn ouders een introductie over de verschillen tussen kind- en volwassenenzorg en de veranderingen die ze kunnen verwachten. Zo vullen ze een vragenlijst in, vertelt Lucy, met vragen als: wat weet je van je ziekte, welke medicijnen gebruik je, ken je de bijwerkingen?

Bij de ouders

“Velen weten dat op hun twaalfde niet goed, omdat de zorg altijd vooral bij hun ouders lag. Ook vrienden, vrije tijd en school komen aan bod. Hoe vertel je je vrienden dat je een ziekte hebt? En dat je bepaalde dingen niet mag of kunt doen?”

Vervolgens krijgt de jongere zijn eerste transitiegesprek, met de vragenlijst als praatpapier. Daarin bespreken ze wat hij of zij wil leren richting de overstap, en hoe Lucy en Femke daarbij kunnen helpen. Ook de ouders nemen deel aan het gesprek, aan de hand van een aparte vragenlijst.

“Hun rol wordt meer coachend en minder uitvoerend. Ouders zijn gewend om te vechten voor de gezondheid van hun kind, maar nu moeten ze een stap achteruit zetten. Hoe doe je dat? Vertrouw je erop dat je kind meer zelfstandigheid aankan?”

Warme overdracht

Daarna volgt ieder jaar weer een transitiegesprek. Er komen steeds nieuwe gespreksonderwerpen bij, afgestemd op de leeftijd. Femke: “Als je veertien bent, zijn dat bijvoorbeeld vragen over seksualiteit, ook in relatie tot je ziekte. Ook kan het dan gaan over zwangerschap en vruchtbaarheid. Stel dat je bij bepaalde medicatie niet zwanger mag worden, dan moet je dat tijdig bespreken.”

Wordt een jongere eenmaal achttien jaar, dan is het van groot belang dat de overgang plaatsvindt op een moment dat zijn ziekte in een stabiele fase zit, vertelt Lucy. Ook moet de volwassenenarts niet ineens een andere behandeling starten. “Dat stellen wij als voorwaarde. In principe moet alles gewoon doorgaan zoals het vóór de overgang was.”

Femke: “Om die reden werken we bij jongeren vanaf zestien jaar al met een transitie-mdo. Dat is een multidisciplinair overleg waar zowel zorgverleners uit de kindergeneeskunde als de volwassenenzorg aan deelnemen. We bespreken hoe het met de jongere gaat: medisch, maar ook psychosociaal. En we nemen samen de behandeling door. Ze ontmoeten de volwassen behandelaar voor de overstap, dat is een warme overdracht.”

Aanspreekpunt

Transitiecoördinatoren Lucy en Femke spelen een belangrijke rol in het transitiebeleid. Lucy: “Wij houden het transitieproces van de jongeren op de agenda en zijn voor hun het aanspreekpunt, ook voor de ouders. Voor de jongeren is dit een periode met veel veranderingen en onzekerheden. Dan is het fijn dat ze bij een vertrouwd persoon terecht kunnen.”

De aanpak van het Amalia valt bij jongeren en hun ouders in goede aarde, zeggen Lucy en Femke. Jongeren vinden het fijn dat ze weten wat er op hen afkomt en dat ze zich kunnen voorbereiden. Femke: “Ook al vinden ze de gesprekken soms lastig. Het drukt ze met de neus op de feiten dat ze een ziekte hebben. Daar willen ze niet iedere dag mee bezig zijn.”

Uitdagingen

Beide transitiecoördinatoren zijn tevreden met de ingeslagen weg, maar zien nog wel uitdagingen. Zo wordt het transitiebeleid nog steeds niet bekostigd. En ze zouden graag zien dat ook de zorgverleners in de volwassenenzorg het onderwerp oppakken.

“De overgang naar volwassenheid loopt tot 25 jaar”, zegt Femke. “Jongeren gaan zelfstandig wonen, krijgen een baan, een eerste relatie. Allemaal nieuwe ontwikkelingen. Dan is het fijn als je bij iemand terecht kunt.” Lucy vult aan: “Wij zeggen daarom: besteed aandacht aan deze jongeren. Ze zitten in een kwetsbare levensfase, laten we hen daar zo goed mogelijk bij helpen.”

Naar het transitieloket van het Amalia

Het transitiebeleid van het Amalia is gebaseerd op de Kwaliteitstandaard Transitie uit 2022. Kind & Ziekenhuis werkte mee aan de standaard, en is nu partner in het project Transitie draait door 2024 – 2028. Dit heeft als doel een overgang op maat voor iedere jongere.

Meer weten?

Ga naar www.opeigenbenen.nu.

door Michel van Dijk, journalist

Kind & Ziekenhuis over transitiezorg: tijd voor concrete stappen

Zorgorganisaties moeten concrete stappen gaan zetten om alle jongeren met een chronische aandoening een transitieproces op maat aan te bieden. De overgang van kindergeneeskunde naar volwassenzorg is op nog teveel plaatsen te groot. Zorgorganisaties moeten bereid zijn hun werkprocessen aan te passen, zodat goede transitiezorg echt van de grond komt.

Die oproep doet Kind & Ziekenhuis aan zorgorganisaties, ter gelegenheid van het symposium Goede Voorbeelden van Transitiezorg vandaag van de Hogeschool Rotterdam. Tijdens dit symposium worden de succesfactoren gepresenteerd van transitiepoli’s in zes ziekenhuizen.

Bij goede transitiezorg krijgen jongeren met een chronische aandoening die vaak het ziekenhuis bezoeken een overgang naar de volwassenzorg op maat. Die overgang is vaak abrupt: op zijn of haar achttiende gaat de jongere niet meer naar de kinderarts maar naar de volwassenzorg. Terwijl niet iedere jongere er op dat moment aan toe is.

Overgangsfase

De overgang kan in plaats van één moment beter een fase zijn, afgestemd op de individuele omstandigheden van jongeren zelf. Zodat zij, goed begeleid, geleidelijk de verantwoordelijkheid en regie over hoe ze met hun aandoening en hun zorg omgaan kunnen overnemen.

Directeur-bestuurder Hester Rippen: “Goede transitiezorg is belangrijk, daar zijn we het inmiddels allemaal wel over eens. We weten dat zorgorganisaties het kunnen organiseren, en er zijn genoeg goede voorbeelden hoe ze het kunnen aanpakken.”
“Bovendien hebben we als betrokken partijen in de onlangs gepubliceerde Kwaliteitsstandaard Transitiezorg met elkaar afgesproken dat we de overgang tussen kind- en volwassenzorg ook echt gaan verbeteren. Nu is het dus wel tijd voor concrete stappen.”

Transitiecoördinator

In de Kwaliteitsstandaard staan deze stappen beschreven. In de eerste plaats is dat het aanstellen van een transitiecoördinator die het contact tussen zorgprofessionals, de jongere en zijn of haar ouders verzorgt en het aanspreekpunt is voor de jongere. Ook moet er een transitiepoli komen, waarin kinderartsen de jongere ‘warm’ overdragen aan artsen in de volwassenzorg. En iedere jongere moet een individueel transitiezorgplan krijgen met alle afspraken en te ondernemen stappen.

Maar: goede transitiezorg komt alleen van de grond als zorgorganisaties ook echt bereid zijn hun werkprocessen aan te passen, aldus Kind & Ziekenhuis. Hester Rippen: “Met alleen goede intenties komen kinderen en jongeren niet verder. Dus zorgorganisaties, ga concreet aan de slag, met de Kwaliteitsstandaard onder je arm en in samenspraak met de jongeren van de KinderAdviesRaad. Zij vertegenwoordigen de jongeren om wie het gaat en weten wat ze nodig hebben.”

Kind & Ziekenhuis is er van overtuigd dat alle zorgorganisaties van goede wil zijn. Met deze oproep wil Kind & Ziekenhuis toch de urgentie van het probleem van een abrupte overgang onderstrepen.

“Als je geen transitiezorg opzet, dan lever je eigenlijk gewoon geen goede zorg”

“Jongeren zeggen tegen ons: het is essentieel dat we in ons eigen tempo kunnen leren zelfstandig met onze aandoening om te gaan en met de zorg die daarbij komt kijken. Laatst nog, tijdens onze landelijke KinderAdviesRadendag, zeiden de kinderen uit ruim twintig KinderAdviesRaden: een transitiecoördinator, die begeleiding geeft als je dat wil, die moet er echt komen.”

En eerlijk gezegd, aldus Rippen, roepen jongeren al jaren dat er goede transitiezorg moet komen. Het probleem ligt niet bij hun, maar in het zorgsysteem. Als je geen transitiezorg opzet, dan lever je eigenlijk gewoon geen goede zorg.”

Meer info

Hogeschool Rotterdam en ZonMw presenteren vandaag de resultaten van het project Goede Voorbeelden van Transitiezorg tijdens het gelijknamige symposium.

Naar de resultaten en het symposium

Ook komt vandaag een 5-delige podcastserie beschikbaar over ervaringen met transitiezorg (goede voorbeelden),de transistiepoli, de transitiecoördinator, het individueel transitiezorgplan en de Kwaliteitsstandaard.

De oproep van Kind & Ziekenhuis tot concrete stappen is te horen in de laatste podcast (nr. 5, onderwerp Kwaliteitsstandaard)

Naar de 5-delige podcastserie

Kwaliteitsstandaard

Kind & Ziekenhuis is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de Kwaliteitsstandaard Transitiezorg. Op basis van input van kinderen en jongeren heeft Kind & Ziekenhuis ervoor gepleit dat zorgorganisaties concrete stappen nemen om jongeren te begeleiden en te ondersteunen in hun transitieproces.

Lees meer over de Kwaliteitsstandaard op Kind & Zorg

Tools

Zorgorganisaties vinden praktische voorbeelden en tools op opeigenbenen.nu. Informatie, ervaringsverhalen en tools voor kinderen en jongeren zijn te vinden op de website van JongPIT.

De Kwaliteitsstandaard staat op richtlijnendatabase.nl.

Kwaliteitsstandaard voor betere overgang naar volwassenzorg

1,3 miljoen jongeren in Nederland groeien op met een chronische aandoening. Als ze 18 jaar worden, staan zij voor een vaak abrupte overgang van de kinderarts naar een arts voor volwassenen. De nieuwe Kwaliteitsstandaard Jongeren in transitie van kindzorg naar volwassenzorg moet deze overgang gaan ondersteunen. Deze standaard beschrijft de norm voor goede transitiezorg en geeft concrete aanbevelingen, handvatten en een stappenplan.

De Kwaliteitsstandaard is ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) in samenwerking met onder meer alle relevante beroepsverenigingen van artsen en verpleegkundigen, JongPIT en Stichting Kind en Ziekenhuis.

Kinderarts Desiree Creemers, betrokken bij de ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard: “Ons doel is om de overgang van de jongerenzorg naar volwassenzorg beter te organiseren. De basisprincipes die we hierbij hanteren zijn: bereid jongeren en hun familie tijdig voor, zorg voor een goede overdracht en warme ontvangst in de volwassenzorg en luister naar wat jongeren te zeggen hebben. De kwaliteitsstandaard geeft voor elk van deze punten handvatten, bijvoorbeeld het aanstellen van een transitiecoördinator, de organisatie van een goede overdracht tussen de kinderarts en de zorgverleners waar de jongere straks mee te maken krijgt en het stimuleren van zelfmanagement.”

Grote veranderingen

Voor een jongere met een chronische aandoening die 18 jaar wordt, verandert er veel. Internist Richard IJzerman: “Niet alleen moet er vaak worden gewisseld van arts en ziekenhuis, ook wordt er plotseling verwacht dat je als 18-jarige de zorg volledig zelfstandig kunt regelen. Je ouders worden niet meer betrokken bij het gesprek over je behandeling, de nieuwe arts heeft minder tijd in de spreekkamer en je bent zelf verantwoordelijk voor afspraken inplannen, medicijnen aanvragen en nabellen van zorgverzekering of ziekenhuis. De regie nemen over je ziekte is best moeilijk. Veel jongeren zijn niet goed voorbereid op deze omslag en verdwijnen soms zelfs van de zorgradar met mogelijke gezondheidsschade tot gevolg.”

Sanne (22) deelt deze ervaring: “Ik heb diabetes type 1 en toen ik overstapte naar de volwassenzorg was de behandeling ineens veel meer gericht op het medische aspect van mijn aandoening, en kwamen andere aspecten zoals de invloed van mijn aandoening op veranderingen in mijn leven zoals gaan studeren en op mezelf wonen veel minder aan bod. Ik was hier niet echt op voorbereid en vond dat lastig. De nieuwe kwaliteitstandaard geeft jongeren en zorgverleners hopelijk meer houvast voor betere begeleiding bij deze overgang.”

Praktische hulpmiddelen

Bij de kwaliteitsstandaard zijn voor zowel jongeren als zorgverleners praktische toolkits (her)ontwikkeld. Op de website opeigenbenen.nu vinden zorgprofessionals instrumenten en interventies die zij kunnen inzetten. Jongerenorganisatie JongPIT heeft een transitietoolkit ontwikkeld met informatie en tips voor jongeren. In bijvoorbeeld podcasts en video’s wordt aandacht besteed aan onderwerpen zoals timing, het betrekken van jongeren bij hun zorgtraject, zelfmanagement, de rol van ouders en ondersteuning voor en na de overdracht. Ook wordt er verwezen naar gerelateerde thema’s zoals de gevolgen van chronische ziekte op bijvoorbeeld onderwijs, werk & inkomen en seksualiteit.

Samenwerking

De kwaliteitsstandaard is ontwikkeld door de NVK in samenwerking met de verenigingen voor internisten, psychiaters, neurologen, revalidatieartsen, chirurgen, artsen voor verstandelijk gehandicapten, psychologen, verpleegkundigen en huisartsen en verder met JongPIT, Stichting Kind en Ziekenhuis, Revalidatie Nederland, NFU en Patiëntenfederatie Nederland. Het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten heeft het traject begeleid, met financiering door FNO, ZonMw en Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Bekijk de kwaliteitsstandaard

Lees het artikel in het ledenblad van de NVK

Kind & Ziekenhuis: “Het is nu tijd voor concrete stappen”

Directeur Hester Rippen van Kind & Ziekenhuis is blij dat de Kwaliteitsstandaard er is. “Met deze standaard spreken we met z’n allen af dat we de overgang tussen kind- en volwassenzorg gaan verbeteren. Kinderen en jongeren zeggen tegen ons hoe belangrijk een geleidelijke overgangsfase met begeleiding op maat is. We moeten ze in staat stellen om in hun eigen tempo zelfstandig met hun aandoening om te gaan en met de zorg die daarbij komt kijken.”

Transitiecoördinator

Rippen vindt wel dat de zorgorganisaties nu concrete stappen moeten zetten, conform de aanbevelingen in de kwaliteitsstandaard. “Wijs een transitiecoördinator aan die het contact tussen zorgprofessionals, de jongere en zijn of haar ouders coördineert en het aanspreekpunt is voor de jongere. Zorg dat er gezamenlijke consulten komen waarin kinderartsen de jongere als patiënt en als persoon overdragen aan de volwassenartsen. En zorg dat er voor iedere jongere een individueel transitiezorgplan komt waarin alle afspraken en te ondernemen stappen staan.”

Kwaliteitsstandaard Transitiezorg bevordert soepele overgang

Goed nieuws voor alle kinderen met een chronische aandoening. De Kwaliteitsstandaard Versterken Transitiezorg is nagenoeg gereed. Daarmee staat op papier wat zorgorganisaties zouden moeten doen om de overgang van kindzorg naar volwassenenzorg soepeler te laten verlopen. En hoe ze dat kunnen doen. Nu is het aan zorgorganisaties zelf om daar invulling aan te geven.

Ieder kind met een chronische aandoening krijgt ermee te maken: de overgang van de kindzorg naar de volwassenenzorg vanaf je 18e verjaardag. En dat gaat lang niet altijd even soepel. Plotseling zit je tegenover een onbekende arts, in plaats van de kinderarts die je soms al je hele leven kent. Je ouders gaan niet meer mee, de zorgprofessionals hebben minder tijd, ze kennen jou en je aandoening minder goed en ze verwachten van jou als volwassene een zelfstandige houding. Terwijl je juist rond je 18e ook al op andere terreinen in een overgangsfase zit. Zoals die van middelbare school naar vervolgonderwijs of naar werk.

Uit beeld

Niet iedere jongere is precies op zijn of haar 18e aan die overgang toe. Maar die verjaardag is wel de exacte grens tussen beide zorgsystemen. En omdat deze zoveel van elkaar verschillen, kunnen er problemen ontstaan. Sommige jongeren verschijnen na de overgang naar de volwassenenzorg niet meer op afspraken en raken uit beeld bij zorgverleners, zo is uit onderzoek gebleken.

Maar in bestaande richtlijnen en protocollen is nauwelijks aandacht voor transitiezorg. Daarom startten JongPIT, de NVK en het Kennisinstituut Medisch Specialisten (KIMS) twee jaar geleden met het ontwikkelen van een Kwaliteitsstandaard Versterken Transitiezorg.
Doel is om aan alle zorgorganisaties duidelijk te maken wat goede transitiezorg is en hoe je dat kunt organiseren. Zoals het aanstellen van een transitiecoördinator, zorgen voor een warme overdracht en het houden van gezamenlijke spreekuren.

Verder bevat de Kwaliteitsstandaard vooral aanbevelingen en goede voorbeelden uit de praktijk, vertelt projectleider Dunya Dreesens van KIMS. Bij de lancering zullen er ook praktische tools beschikbaar komen, maar vervolgens moeten zorgorganisaties zelf aan de slag. Dreesens hoopt dat de Kwaliteitsstandaard vooral leidt tot meer bewustwording. Bij zorgprofessionals, maar ook bij verzekeraars en beleidmakers. “Deze zorg moet er gewoon komen”, zegt Dreesens. “We moeten deze jongeren met z’n allen in staat stellen die adolescentiefase goed door te komen.”

Kind & Ziekenhuis en transitiezorg

Kind & Ziekenhuis is betrokken bij de totstandkoming van de Kwaliteitsstandaard. Verder heeft Kind & Ziekenhuis de Peerbuddy methode ontwikkeld en gewerkt aan implementatie hiervan. Hierin worden jongeren met een aandoening door een leeftijdsgenoot begeleid in het proces van zelf meer regie nemen over je aandoening en je zorg. Zorgorganisaties kunnen gratis aan de slag met de materialen. Op de afgelopen Landelijke KinderAdviesRadendag was Transitie naar de volwassenenzorg het onderwerp van de dag. Alle KAR’s gaan hier extra aandacht aan besteden.

Magazine Kind & Zorg | December 2021

Zorgtransitie 18- naar 18+ van chronisch zieke jongeren moet beter

De 24-jarige Elise werd vlak voor haar achttiende verjaardag aan haar dikke darm geopereerd. Vanwege complicaties moest ze zonder voorbereiding voor heropname naar de volwassenpoli. ‘Ik kende de nieuwe artsen niet, er was geen overdracht, ik kreeg verkeerde medicatie en er werd niet naar mij geluisterd.’ Nu helpt ze als ervaringsdeskundige bij JongPIT mee om de zorgtransitie van 18- naar 18+ te verbeteren. Daarvoor is onder meer een kwaliteitsstandaard in de maak.

Elise kwam via een vriendin van haar studie Geneeskunde bij Stichting JongPIT terecht. JongPIT is samengesteld vanuit drie losse initiatieven waaronder het Jongerenpanel ZeP. Hun missie is onder andere jongeren met een chronische aandoening verder helpen naar de volgende stap en de transitie van 18- naar 18+ te versoepelen. Elise vertelt:

‘Ik kamp vanaf mijn dertiende met gezondheidsproblemen en ben sinds die tijd vaak opgenomen in het ziekenhuis. Uiteindelijk bleek ik last te hebben van een glutenallergie en lactose-intolerantie en heb ik een grote buikoperatie ondergaan. Ik had een goede band met de kinderarts en de chirurg. Zij hebben mij in die tijd heel erg goed geholpen en ik had veel vertrouwen in hen. Daarom heb ik nog vlak voor mijn achttiende verjaardag een grote buikoperatie ondergaan, zodat dat bij mijn eigen chirurg kon. Kort daarna werd ik twee keer opnieuw opgenomen. De eerste keer mocht ik nog wel op de kinderafdeling liggen. De tweede keer moest ik naar de volwassenafdeling vanwege de regels rondom de financiering. Er was nog geen overdracht geweest en de kinderarts mocht niet meer voor mij zorgen. Ik kwam op een afdeling waar ik de artsen niet kende. Ik kreeg verkeerde medicatie en er werd voor mijn gevoel totaal niet naar mij geluisterd. Al met al gaf dat geen vertrouwen. Tijdens de vervolgconsulten op de volwassenpoli ging het er opeens heel anders aan toe. De kinderarts neemt je veel uit handen, maar bij de volwassenpoli ben je opeens zelf verantwoordelijk. Daarop was ik totaal niet voorbereid. Daarnaast werd er nauwelijks aandacht besteed aan het psychosociale aspect, zoals het gaan studeren en op jezelf gaan wonen.’

Lees verder…

Rapport belang kinderafdeling

Leeftijdsgrens voor kinderafdeling achttien jaar?

Kinderen tot en met achttien jaar kunnen het best verpleegd worden op een kinderafdeling. Kinderen willen minder betutteld worden en de overgang naar de volwassenenafdeling verdient extra aandacht. Ook het concept adolescentiegeneeskunde dient nader verkend te worden. Die aanbevelingen staan in het rapport Geschiktheid van een kinderafdeling van Kind & Ziekenhuis.

De Verenigde Naties Conventie voor de Rechten van het Kind is het meest geratificeerde verdrag in de geschiedenis van de rechten van de mens. Ook de handvesten van Kind & Ziekenhuis zijn erop gebaseerd. Het verdrag geeft duidelijk weer welke rechten zieke kinderen hebben, maar niet in elk land en elke zorginstelling wordt naar die rechten gehandeld.

Discussie

Hoewel kinderen onder de achttien jaar meestal automatisch opgenomen worden op een kinderafdeling, wordt in sommige ziekenhuizen over de leeftijdsgrens gediscussieerd. Het komt steeds vaker voor dat oudere kinderen op een volwassenenafdeling worden geplaatst of dat volwassenen en jongeren tot 23 jaar op een kinderafdeling worden opgenomen. Kind & Ziekenhuis heeft laten onderzoeken wat (kind)zorgprofessionals, kinderen, ouders/verzorgers en managers de voor- en nadelen vinden van een kinderafdeling en tot welke leeftijd een kinderafdeling geschikt is. Nederlandse kinderen, ouders en zorgprofessionals hebben hierover hun mening gegeven en ervaringen gedeeld in zowel kwalitatieve interviews als met een vragenlijst onder een groter publiek.

Betuttelend

Alle deelnemers waren het erover eens dat de zorg rond de emotionele en fysieke behoeften van het kind gepland moet worden en dat informatie begrijpelijk moet zijn voor zowel kind als ouders. Kinderen dienen altijd verzorgd te worden door in kinderen gespecialiseerde professionals, maar kinderen vinden zorgprofessionals soms te betuttelend. Ze willen ondersteund worden in hun streven naar zelfstandigheid.

Over het algemeen vonden de respondenten dat kinderen alleen in speciale gevallen op volwassenafdelingen verzorgd mogen worden. Hoewel sommigen geen bezwaar hebben tegen het vrijwillig opnemen van jongvolwassenen op kinderafdelingen, vinden anderen dat dit de veiligheid van de jongere kinderen in gevaar brengt. De algemene conclusie van het onderzoek is dan ook dat kinderen tot achttien jaar het best op een kinderafdeling verzorgd kunnen worden en dat (jong)volwassenen daar geen plek hebben. Jongvolwassenen hebben andere behoeften waar zowel de kinder- en volwassenafdeling niet aan voldoen. Het concept adolescentiegeneeskunde dient daarom verder verkend te worden.

Lees het rapport in het Engels of de Nederlandse samenvatting: kindenziekenhuis.nl/rapportkinderafdeling

Magazine Kind & Zorg – november 2019

Buddy’s helpen jongeren bij overstap naar volwassenenzorg

Heb je een chronische aandoening, ben je een jaar of zeventien en kom je vaak in het ziekenhuis? Dan wordt er binnenkort misschien wel gevraagd of je een buddy wilt, die helpt bij de overstap naar de volwassenenzorg.

‘De kindzorg is in een ziekenhuis heel anders ingericht dan de zorg voor volwassenen’, vertelt Hester Rippen van de Stichting Kind en Ziekenhuis. ‘Dat maakt die overstap ook zo lastig. Jongeren zitten in een spannende fase van hun leven; dan lukt het ze lang niet altijd om goed om te gaan met de extra verantwoordelijkheid die gevraagd wordt in de volwassenenzorg.’ Het gevolg is dat een groep jongeren – ondanks hun chronische aandoening – minder vaak op consult komt of zelfs afhaakt.

Niet gehoord en gezien

Als jongeren in de volwassenenzorg terecht komen, moeten ze ineens zelf hun afspraken regelen. ‘Dat moet je dan natuurlijk wel doen’, zegt Rippen. ‘Maar als je ineens een arts krijgt die minder tijd voor je heeft, minder afweet van jou en jouw verleden en die bovendien meer gewend is om met senioren om te gaan dan met jongeren, dan kan het al gauw gebeuren dat de jongere zich niet gehoord en gezien voelt.’

Peerbuddy

De problemen met de overgang van kindzorg naar de zorg voor volwassenen worden door Kind & Ziekenhuis al heel lang onderkend. Nu kunnen er, mede dankzij subsidie van het programma Voor elkaar! grote stappen gezet worden. ‘Kern van ons project is dat jongeren die die transitie zelf al hebben meegemaakt, zich inzetten als peerbuddy voor jongeren die daar nog aan moeten beginnen. Die peerbuddy’s zijn razend enthousiast’, vertelt Rippen. ‘Zij willen graag andere jongeren helpen zodat die het niet allemaal alleen hoeven te doen, net als zij. Maar we leren ze wel grenzen te bewaken. Ze zijn gelijkwaardig aan de jongere en moeten niet de rol van ouder of hulpverlener overnemen.’

‘Zodra dat kan laten we het project los en kan het zelf verder vliegen.’

Training

Kenmerkend aan het project van Kind & Ziekenhuis is dat het heel systematisch stap-voor-stap is opgezet, waarbij jongeren in elke fase hebben meegedacht en meegeholpen. Rippen: ‘Dat geldt ook voor de buddytraining, die is met de jongeren zelf ontwikkeld. Er zijn pilots geweest om te kijken of het lukt jongeren en peerbuddy’s te matchen en om te zien hoe die begeleidingstrajecten liepen. In het door Voor elkaar! gefinancierde project maakt en test Kind & Ziekenhuis in samenwerking met onderzoeksbureau Curias een stappenplan om de Peerbuddy-methode te implementeren in een ziekenhuis.’

Ziekenhuis verantwoordelijk

Dat ziekenhuis is het Radboudumc geworden. Zij gaan dit peerbuddyproject voor het eerst van A tot Z uitvoeren. Kind & Ziekenhuis is daar nog nauw bij betrokken, al staat het Radboud aan het roer. ‘Het ziekenhuis is de verantwoordelijke partij. Wij kijken hoe het gaat, waar ze behoefte aan hebben, wat de do’s en don’ts zijn, welke tips en tricks belangrijk zijn en welke materialen we eventueel nog moeten aanpassen. Zij werven zowel de buddy’s als de jongeren die begeleid worden. Wij bieden de toolkit, trainen de buddy’s en evalueren elke stap.’

Peerbuddy Harke (22 jaar):

‘Ik wil voorkomen dat andere jonge mensen met een chronische aandoening zich verloren voelen in de overgang naar de volwassenzorg. Daarom ben ik peerbuddy geworden.’

Peer Janine (16 jaar)

‘Ik kan echt wel voor mezelf opkomen maar ik ben heel blij met Harke. Er blijven echt dingen die ik liever niet met mijn arts bespreek! Harke weet daar alles van en heeft het zelf meegemaakt. Ik kan daar veel van leren en het is ook nog gezellig.’

Zelf kunnen

Op dit moment zijn in het Radboudumc alle voorbesprekingen aan de gang. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de vraag wie verantwoordelijk is voor het project: de kindzorg of de volwassenenzorg. Maar ook over vragen als: ‘Wie vragen we als buddy’ en ‘Welke patiënten bieden we hulp aan en hoe doen we dat’. Wat dat laatste betreft, zegt Rippen dat niet elke jongere gelijk enthousiast is. ‘Ja, je bent 17 en denkt het allemaal zelf wel te kunnen. Dus waarom een buddy? Het helpt als de arts uitlegt dat die buddy’s zelf het achteraf een gemis vonden dat zij er alleen voor stonden. Dat het allemaal best tegenviel.’

Belangstelling

Als alles goed gaat in het Radboudumc, wil Kind & Ziekenhuis dit project aanbieden aan andere ziekenhuizen. Rippen weet zeker dat daar belangstelling voor is. ‘Zodra dat kan laten we het project los en kan het zelf vliegen. We hebben met alle ziekenhuizen in Nederland contact en belangstelling voor het buddyproject is er al. Onze taak is om het zo aan te bieden dat zij het zelf kunnen uitvoeren.’

Wil je weten welke vijf cruciale vragen aan Hester Rippen zijn gesteld?

Lees meer op ZonNw

Goede overgang van kinderarts naar volwassenzorg

Nederland telt ongeveer 700.000 jongeren met een chronische ziekte zoals diabetes, reuma of taaislijmziekte. Zodra ze achttien jaar zijn, gaan ze van hun kinderarts over naar een arts voor volwassenen. Ze moeten meer zelf regelen en krijgen minder tijd in de spreekkamer. Die overgang gaat lang niet altijd goed.

Jongeren kunnen soms niet zelf de weg in de zorg vinden of verdwijnen zelfs helemaal uit beeld bij zorgverleners. Dat is een probleem, want ze hebben wel zorg nodig. Een landelijke Kwaliteitsstandaard Transitie in de Zorg moet er in de toekomst voor zorgen dat de overgang wel goed loopt.

De kwaliteitsstandaard wordt ontwikkeld op initiatief van vermogensfonds FNO, samen met onder meer ervaringsdeskundige jongeren, kinderartsen, internisten, Kind & Ziekenhuis, zorgverzekeraars en het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (KIMS). In de Kwaliteitsstandaard wordt de landelijke norm voor goede transitiezorg omschreven en worden concrete aanbevelingen gedaan. De kwaliteitsstandaard is naar verwachting eind 2020 gereed. Op 1 februari 2019 hebben alle partijen bovendien een pledge ondertekend, een belofte om samen met onmiddellijke ingang te zorgen dat alle jongeren met een chronische ziekte goed worden begeleid van kinderarts naar zorg voor volwassenen.

Meer informatie: fnozorgvoorkansen.nl, zoek op transitie in zorg en
opeigenbenen.nu, zoek op pledge.

Van gewoon kind zijn soepel over naar volwaardig volwassen

Gewoon kind zijn. Kinderdingen doen. Dat is wat kinderen willen. Ook als ze ziek zijn. Ook als ze na opname of poliklinisch bezoek buiten het ziekenhuis kinderverpleegkundige zorg in de eigen omgeving nodig hebben. Het Medische Kindzorgsysteem (MKS) helpt kind en gezin om vanuit eigen regie de zorg goed te organiseren. Zorg zo nodig, waar nodig. Oftewel: de juiste zorg op de juiste plek. Elk kind heeft er recht op, zoals beschreven in ons Handvest Kind & Zorg. Toch is integrale kindzorg niet altijd vanzelfsprekend.

Het MKS borgt de continuïteit van zorg op de vier kinderleefdomeinen: medisch, veiligheid, sociaal en ontwikkeling. Het gaat om integrale kindzorg, thuis én in het ziekenhuis, in vier fasen: Verwijsboom, Hulpbehoeftenscan, Zorgplan en Afsluiten zorg. We hebben samen met onze partners instrumenten ontwikkeld zoals een opleiding, handreikingen, een kennisbank en een individueel zorgplan kinderpalliatieve zorg, we hebben het MKS in proeftuinen getoetst en samen met zorgprofessionals de kwaliteitsstandaard ‘Zorg aan het zieke kind in de eigen omgeving’ ontwikkeld. Nu is het tijd voor de volgende stap. We hebben een mooie kennisbank voor (kind)zorgprofessionals, organisaties en regio’s die zelf aan de slag gaan met integrale kindzorg volgens het MKS. De kennisbank helpt bij het regelen van de juiste zorg op de juiste plek en is te vinden op integralekindzorgmetmks.nl. Ben jij hierin al stappen aan het zetten als kind, jongere, ouder of (zorg)professional?

Het belangrijkste is dat jongeren zelf de regie leren nemen over de zorg rondom hun chronische aandoening

Ook overkoepelend zijn nog slagen te maken. Bijvoorbeeld in fase 4 van het MKS: het afsluiten van de zorg. Het afsluiten en vooral het regelen van goede nazorg en overdracht is een uitdaging. Ook de transitie van kindzorg naar volwassenzorg kan beter. Het
belangrijkste is dat jongeren zelf de regie leren nemen over de zorg rondom hun chronische aandoening. Zodat ze zich niet in het diepe gegooid voelen en de overgang naar de volwassenzorg soepel verloopt. Wij hebben hiervoor als Kind & Ziekenhuis een
peerbuddytraject ontwikkeld, uiteraard samen met jongeren.

Peerbuddy’s zijn jongeren met een chronische aandoening die de transitie al hebben meegemaakt. Ze worden gekoppeld aan kinderen die net overgaan van de kindzorg naar de volwassenzorg en ondersteunen het jongere kind als ‘peer’, gelijke. Het concept is ontwikkeld in een door Fonds Nuts Ohra gefi nancierd project en succesvol gebleken. We hebben onder meer een peerbuddytraining ontwikkeld en de ontwikkelde producten zijn bewezen succesvol en klaar om ingebed te worden binnen een ziekenhuis. Laat het weten
als je hiermee aan de slag wilt!

Maar dit is nog niet genoeg… een gedragen kwaliteitsstandaard met een goed implementatieplan is hard nodig om transitiezorg voor eens en altijd goed te regelen, en dit gaat er nu komen! Waarom dit zo belangrijk is in de ogen van een jongere legt Tamara van
onze Landelijke KinderAdviesRaad uit in haar brief. Kortom: we zijn een stap dichter bij nóg betere zorg die aansluit bij de wensen en behoeften van kinderen, jongeren en ouders.

Hester Rippen,
Directeur Stichting Kind en Ziekenhuis

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis

Brief van een jongvolwassene die soms nog kind wil zijn

KINDEREN EN JONGEREN | In de kindzorg draait het natuurlijk om de kinderen en de jongeren. Wat zijn hun ervaringen?

Beste zorgverleners,

Vorig jaar werd ik achttien, volwassen volgens de wet. Deze verandering van leeftijd heeft gezorgd voor een grote verandering in mijn leven. Als een kind namelijk achttien jaar wordt, moet het volgens jullie behandeld worden als volwassene, in de volwassenzorg. Voor mij betekende dit dat ik naar een andere arts moest, om in het ‘grote’ ziekenhuis verder geholpen te worden.

Ik heb gehuild toen ik afscheid moest nemen van mijn kinderarts, die ik al vijf jaar kende. Deze arts heeft mij zien opgroeien van kind tot een jonge vrouw. Bij haar was ik niet zomaar een patiënt, ik was mezelf en zij kende mij ook als persoon. Ze voerde gesprekken op de polikliniek met mij, maar betrok ook mijn ouders erbij. Tijdens ziekenhuisopnames was de tienerkamer op de afdeling mijn toevluchtsoord. Even weg van alle stress, even ontspannen. De pedagogische zorg nam me mee voor bijvoorbeeld spelletjes of zelf iets creatiefs maken. Ik voelde me daar goed, ondanks mijn ziekte. Van de ene op de andere dag moest ik weg uit het kinderziekenhuis om een afspraak te maken bij een nieuwe arts in een groter gebouw. Daar zat ik, tussen oude mensen in een wachtkamer. De doktersassistente vertelde me dat ik nu echt alles zelf moet regelen. De nieuwe arts praatte met mij, mijn ouders hadden net zo goed niet mee kunnen gaan. Een belafspraak kan wel over een paar maanden, ik hoef niet zo vaak langs te komen.

Toen ik in het kinderziekenhuis aan een medewerker vertelde hoe lastig ik het heb met de transitie van kindzorg naar volwassenzorg, kreeg ik als antwoord ‘Ja, maar je hoort nu toch niet meer in het kinderziekenhuis.’ Ja, maar wat nou als ik vind dat ik daar nog wel hoor? Wat nou als ik nog naar de tienerkamer wil, wil vertellen aan mijn arts hoe het gaat op school, een spelletje wil spelen op de interactieve muur in de wachtkamer? Wat nou als ik niet alleen beslissingen kan nemen, maar wil dat mijn ouders erbij betrokken worden? Wat nou, als ik nog even kind wil zijn…

Bij de Landelijke KinderAdviesRaad zijn we ook bezig met het onderwerp van de transitie. Daarom wil ik ten slotte nog kwijt, als we een advies gevormd hebben: neem dit serieus. Behoed de rest van de ‘volwassen’ kinderen voor de nare gevoelens die ik heb. Luister
naar het kind dat in hen schuilt.

Tamara van den Steen,
lid Landelijke KinderAdviesRaad Kind & Ziekenhuis

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis