Kindzorg op de juiste plek: deze IBD-zorg verschuift van ziekenhuis naar thuis

Kindzorg op de juiste plek: deze IBD-zorg verschuift van ziekenhuis naar thuis

Kinderen met IBD (chronische darmontsteking) moeten traditioneel bijna iedere maand voor hun infuusmedicatie naar het ziekenhuis. Radboudumc Amalia kinderziekenhuis en KinderThuisZorg Nederland onderzochten of die zorg ook thuis kan plaatsvinden. Het kan in veel gevallen, zo bleek tijdens een pilot. Steeds meer kinderen zijn er blij mee.

Het is voor ieder kind belastend. Iedere vier tot zes weken moet je naar het ziekenhuis voor jouw medicatie. Dat betekent niet naar school of de sportclub, en geen tijd om thuis met vriendjes af te spreken. Ouders moeten een middag vrij nemen.

Voor Radboudumc Amalia kinderziekenhuis en KinderThuisZorg Nederland was dat reden om te proberen het anders te doen. Drie jaar geleden startten ze een pilot om na te gaan of kinderen met IBD (chronische darmontsteking) hun infuusmedicatie niet net zo goed thuis toegediend kunnen krijgen als op de dagbehandeling van het ziekenhuis.

Reguliere zorg

Inmiddels maakt de pilot deel uit van de reguliere zorg. Iedere vier tot zes weken komt een kinderverpleegkundige van KinderThuisZorg bij een aantal kinderen thuis langs om intraveneus het geneesmiddel Infliximab toe te dienen. En dat gaat hartstikke goed, vertelt Simone de Graaf, teamleider Zorg in het Amalia kinderziekenhuis.

“De verpleegkundigen van KinderThuisZorg hebben bij ons op de afdeling ervaring opgedaan met het geven van deze infuusmedicatie. En kinderen zijn blij dat ze niet meer hoeven te reizen, geen lessen meer hoeven te missen en gewoon thuis hun medicatie kunnen krijgen.”

“Kinderen zijn blij dat ze niet meer hoeven te reizen en geen lessen meer hoeven te missen”

Een dergelijke transitie van ziekenhuis naar thuis vereist wel een gedegen voorbereiding en een goede organisatie, vertelt Marguerite Gorter-Stam, medisch adviseur bij KinderThuisZorg Nederland.

“Voorwaarde is dat je thuis dezelfde kwaliteit en veiligheid kunt garanderen als in het ziekenhuis. We hebben daarom goed gekeken hoe we de zorg thuis op dezelfde manier kunnen geven. De kinderen krijgen in het ziekenhuis hun eerste twee behandelingen, zodat geobserveerd kan worden of alles goed gaat en zich bijvoorbeeld geen allergische reacties voordoen. Daarna komen wij van KinderThuisZorg naar het ziekenhuis voor een warme overdracht, en om kennis te maken met kind en ouders.”

Geen intensive care

De kinderverpleegkundigen hanteren thuis dezelfde behandelen medicatieprotocollen als de collega’s in het ziekenhuis.

Marguerite: “Gebeurt er thuis onverhoopt iets, denk aan zelfs maar de meest milde vorm van prikkeling of huidreactie, dan stoppen we de behandeling en sturen we het kind indien nodig naar het Amalia. Totdat we er honderd procent zeker van zijn dat we de thuisbehandeling weer kunnen voortzetten.”

“Thuis is er nu eenmaal geen intensive care-team dat in geval van nood kan bijspringen. Vandaar dat de veiligheidsdrempel thuis hoger ligt dan in het ziekenhuis. Overigens heeft zo’n crisissituatie zich de afgelopen twee jaar nooit voorgedaan.”

Deelnemers aan de pilot zijn kinderen tussen de twaalf en achttienjaar, met een stabiele medische situatie. Simone: “We zijn de pilot met zes kinderen begonnen, maar inmiddels zijn het er al 25. Kinderen – en ouders – die dit graag willen, en er medisch voor in aanmerking komen, kunnen we snel overzetten naar thuisbehandeling.”

De pilot verspreidt zich als een olievlek, vult Marguerite aan. “Inmiddels neemt ook een andere kinderthuiszorgorganisatie er aan deel. Daarnaast komen nu ook kinderen met IBD die intraveneus het medicijn vedolizumab krijgen in aanmerking voor thuisbehandeling. En kinderen met reumatoïde artritis die Infliximab krijgen zijn eveneens welkom.”

Terechte vraag

Simone: “Een meisje met reumatoïde artritis vroeg ons waarom haar vriendinnetje met IBD wél thuis behandeld kon worden en zij niet. Dat vonden we een terechte vraag. Sindsdien kunnen ook kinderen met reumatoïde artritis meedoen.”

Vermoedelijk blijft het hier niet bij, denken ze. Marguerite: “De deur staat wat ons betreft open voor meer thuisbehandelingen voor kinderen die periodiek intraveneus medicijnen moeten krijgen. De overgang van de pilot naar de reguliere zorgverlening per 1 januari 2026 verliep geruisloos, zozeer zit de thuisbehandeling van kinderen met IBD dus al in ons DNA.”

Meer tijd

Ja, de transmurale samenwerking tussen het behandelteam in het Amalia en de kinderverpleegkundigen thuis verloopt uitstekend, constateren beide. Simone: “We hoeven ook niet bang te zijn dat kinderen hierdoor uit beeld verdwijnen. Ze blijven twee keer per jaar voor controle naar de poli komen. Bovendien valt de thuisbehandeling onder medische eindverantwoordelijkheid van onze kinderarts.”

Betekent deze verschuiving naar thuisbehandeling dat de verpleegkundigen in het ziekenhuis minder werk hebben? Simone: “Nee, maar ik zie wel een verschuiving van onze intramurale zorg. Doordat verpleegkundigen nu meer tijd hebben voor andere zorg, kunnen we ze breder inzetten voor de kinderen die we onder sedatie op de dagbehandeling opereren. Die hoeven daardoor niet naar de operatiekamer. Deze verschuiving past bij onze visie: de juiste zorg op de juiste plek.”

“Ik krijg het infuus terwijl ik mijn huiswerk maak”

Lisa (14) zit op school in Enschede. In haar vrije tijd speelt ze waterpolo, danst ze in wedstrijdverband en volgt ze lessen elektrische gitaar. De ziekte van Crohn heeft grote invloed op haar leven. Dankzij de behandeling met infliximab kan ze wel haar dagelijkse dingen doen.

In overleg met haar kinderarts van het ziekenhuis MST Enschede kon Lisa ervoor kiezen haar infuusmedicatie niet meer in het ziekenhuis maar thuis te krijgen. Dat maakt een groot verschil. Nu mist ze geen lessen meer en draait haar leven minder om ziekenhuisafspraken.

En: thuis voelt het minder als ‘ziek zijn’, vertelt Lisa in een mooi interview op kinderthuiszorg.nl. “Thuis is het veel vertrouwder en comfortabeler. Als ik thuis ben, komt er een kinderverpleegkundige van KinderThuisZorg en krijg ik het infuus terwijl ik mijn huiswerk maak.”

Lees het hele interview met Lisa op kinderthuiszorg.nl

Foto’s: Jaleesa Koelen Fotografie

Kind bij de dokter: optimaal op de hoogte via podcast en folder

Kind bij de dokter: optimaal op de hoogte via podcast en folder

Kinderarts in opleiding Lotte Heijerman en kinderarts Gerdine Kamp startten al in 2021 met het maken van toegankelijke en betrouwbare medische content. In hun podcasts is het alsof je er zelf bij bent in de spreekkamer.

Lotte Heijerman en Gerdine Kamp wisten het in 2021 allang uit de vakliteratuur. Van alles wat er besproken wordt in de spreekkamer tussen dokter en patiënt blijft maar een heel klein gedeelte hangen. Terwijl goede informatie van de dokter over behandeling en zorg zo essentieel is voor patiënten. Tegelijk zagen ze dat mensen steeds vaker op zoek gingen naar medische informatie op internet.

Podcast en folder

Ze dachten: waarom brengen we die gesprekken dan niet buiten de muren van de spreekkamer beschikbaar? Het idee voor Kind bij de dokter was geboren. In 2021 begonnen ze met het maken van hun eerste podcasts over vaak voorkomende aandoeningen, zoals astma, ADHD en koorts. Makkelijk te vinden op alle bekende podcastplaforms via sociale media.

Wie de podcasts beluistert, merkt het direct: het is alsof je erbij zit in de spreekkamer. Elke podcast volgt een vast stramien: zeven vragen, zeven antwoorden en zeven tips, met als gasten een kind, een ouder en meestal een medisch deskundige. De ervaringen van kinderen en ouders maken de gesprekken levendig en herkenbaar. Basis van elke podcast is een folder waarin alle informatie terug te lezen is.

Veelbezocht en gewaardeerd

Vijf jaar later is Kind bij de dokter uitgegroeid tot een veelbezocht en gewaardeerd online platform met een website, tientallen podcasts en vakkundig ingerichte sociale mediakanalen. Kind bij de dokter is inmiddels ook een stichting én een uitgebreide vrijwilligersorganisatie, waar meer dan twintig jonge artsen in opleiding en geneeskundestudenten enthousiast aan meewerken.

Veel aandacht is er voor promotie van de onderwerpen, onder meer via filmpjes die op Instagram en TikTok worden verspreid. Het sociale mediateam volgt regelmatig een training om deze content nog efficiënter in te kunnen zetten. Ook zijn er plannen om de folders naar het Engels, Turks en Arabisch te vertalen.

Unieke rol

Kind bij de dokter onderscheidt zich van andere initiatieven door de rol die kinderen, jongeren en ouders vervullen met hun ervaringen en tips in de podcasts. Gerdine Kamp, werkzaam voor Kind bij de dokter naast haar functie als kinderarts in Tergooi in Hilversum, is er trots op.

“Met die belangrijke inbreng van kinderen en ouders zijn we volstrekt uniek. Ik denk dat het bestrijden van desinformatie via sociale media een steeds belangrijker taak wordt voor ons als artsen. Ik ben blij dat we daar als Kind bij de dokter met z’n allen een steentje aan kunnen bijdragen.”

Naar de podcasts en folders van Kind bij de dokter

Niet-medische ondersteuning bij kinder-IC-opname: essentieel voor kind én gezin

Niet-medische ondersteuning bij kinder-IC-opname: essentieel voor kind én gezin

Een opname op de kinder-intensive care (PICU) is voor een kind en gezin een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die er zijn. Twee kwalitatieve onderzoeken van Stichting Kind & Zorg laten zien dat niet-medische ondersteuning daarin van grote betekenis is. Niet als extraatje naast de zorg, maar als wezenlijk onderdeel van goede kind- en gezinsgerichte zorg.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 4.400 kinderen opgenomen op een PICU. Na ontslag krijgt 10 tot 36 procent van de kinderen te maken met langdurige lichamelijke, emotionele of cognitieve klachten. Ook ouders en andere naasten kunnen langdurig ontregeld raken; ongeveer 60 procent ervaart in de eerste zes maanden stress, angst, depressieve klachten of verdriet.

Met twee kwalitatieve onderzoeken bracht Stichting Kind & Zorg in kaart welke niet-medische ondersteuning kinderen, ouders en naasten nodig hebben tijdens en na een PICU-opname. Het ene onderzoek beschrijft het perspectief van ouders, op basis van interviews en focusgroepen. Het andere onderzoek brengt het perspectief van zorgprofessionals in beeld, op basis van twaalf kwalitatieve interviews met professionals uit alle zeven kinder-IC’s in Nederland. Samen laten deze rapporten zien dat goede zorg meer is dan medische behandeling alleen.

Wat laten de onderzoeken zien?

Beide onderzoeken maken duidelijk dat kind en gezin behoefte hebben aan ondersteuning die ook op menselijk vlak houvast geeft. Denk aan:

  • duidelijke, afgestemde en herhaalde informatie;
  • emotionele steun en erkenning;
  • ruimte voor regie en betrokkenheid;
  • praktische hulp en een omgeving die rust biedt;
  • aandacht voor privacy, afleiding en nabijheid;
  • passende psychosociale ondersteuning en nazorg.

Zorgprofessionals benadrukken daarbij vooral dat ondersteuningsbehoeften per fase verschillen en dat juist transities, zoals opname, overplaatsing en ontslag, extra kwetsbare momenten zijn. Ook laten zij zien hoe belangrijk het is dat informatie aansluit bij timing, herhaling en de emotionele draagkracht van gezinnen.

Ouders leggen vooral de nadruk op iets anders: serieus genomen worden, betrokken zijn bij zorg en besluitvorming, en informatie krijgen die niet alleen duidelijk, maar ook volledig en mensgericht is.

Kleine dingen kunnen grote impact hebben

De waarde van niet-medische ondersteuning zit vaak in dingen die klein lijken, maar op cruciale momenten het verschil maken: uitleg die wél binnenkomt, een ouder die mag meedoen, een rustige ruimte, aandacht voor broers en zussen, of steun bij verwerking en herstel.

Een ouder verwoordt dat treffend:

“Mijn zoon werd klaar gemaakt voor overplaatsing naar een ander ziekenhuis en ik kon niet bij hem zijn. Na twee uur dacht ik dat er misschien iets heel erg mis was of dat ze misschien al vertrokken waren zonder mij. Uiteindelijk was alles goed en was het normaal dat het zo lang duurde, maar dat wist ik niet en dat was heel erg naar.”

Juist dit soort ervaringen maken zichtbaar hoe belangrijk goede, tijdige en sensitieve ondersteuning is. Niet-medische ondersteuning helpt om stress te verlagen, regie te versterken en de draagkracht van kind en gezin te ondersteunen tijdens een zeer kwetsbare periode.

Samen verder ontwikkelen

De rapporten zijn niet bedoeld om met de vinger te wijzen. Ze laten juist zien hoeveel kennis, betrokkenheid en motivatie er al is bij ouders én professionals. Tegelijk maken ze duidelijk dat er nog stappen te zetten zijn om niet-medische ondersteuning structureler onderdeel te maken van PICU-zorg.

De kernboodschap is daarom helder: breng medische en niet-medische zorg nog sterker samen. Niet door iets “extra’s” toe te voegen, maar door samen verder te bouwen aan zorg die kind en gezin in de volle breedte ondersteunt. Samen met kinderen, gezinnen en zorgprofessionals naar een volgend niveau van kind- en gezinsgerichte zorg.

Infosheet en rapporten

Om de inzichten uit beide rapporten toegankelijk en overzichtelijk bijeen te brengen, heeft Stichting Kind & Zorg ook een infosheet ontwikkeld. Daarin zijn de belangrijkste resultaten, conclusies en aanbevelingen helder samengevat.

Lees hier verder:

Symposium Kind & Chronische Pijn: de opbrengsten op een rij

Symposium Kind & Chronische Pijn: de opbrengsten op een rij

Hoe zorgen we ervoor dat kinderen met chronische pijn overal in Nederland de juiste zorg en ondersteuning krijgen? Die vraag stond centraal tijdens het symposium Kind & Chronische Pijn. Zorgprofessionals, onderzoekers, beleidsmakers, ouders en ervaringsdeskundigen gingen met elkaar in gesprek over de bouwstenen voor een landelijk zorgpad. De belangrijkste inzichten zijn nu samengebracht in een infographic.

Dit zijn de belangrijkste opbrengsten

Tijdens het symposium ontstond brede overeenstemming over wat nodig is om de zorg voor kinderen met chronische pijn te verbeteren. De belangrijkste inzichten:

  • Kind en gezin staan centraal
  • Vroege signalering en preventie zijn essentieel
  • Een biopsychosociale benadering vormt de basis van passende zorg
  • Multidisciplinaire samenwerking is onmisbaar
  • Zorg, onderwijs en het sociale domein moeten beter met elkaar verbonden worden
  • Er is veel draagvlak om samen verder te bouwen aan een landelijk zorgpad voor kinderen met chronische pijn

Van symposium naar actie

Het symposium bracht niet alleen waardevolle inzichten, maar ook veel enthousiasme om samen verder te werken. 47 deelnemers willen betrokken blijven bij het vervolg, 15 deelnemers hebben zich aangemeld om actief mee te werken in werkgroepen en 25 deelnemers hebben aangegeven serieus geïnteresseerd te zijn om aan te sluiten. Daarmee is een stevige basis gelegd voor de volgende stap: de verdere ontwikkeling van het Nationaal Programma Chronische Pijn, met een specifiek spoor voor kinderen.

Bekijk én deel de infographic

Benieuwd naar alle inzichten en vervolgstappen? Download de infographic hier.

We nodigen je van harte uit om de infographic ook te delen binnen je eigen netwerk. Zo zorgen we er samen voor dat de opbrengsten van het symposium zoveel mogelijk professionals bereiken en bouwen we samen verder aan passende zorg voor kinderen met chronische pijn.

 

Samen beslissen begint met begrijpelijke informatie

Samen beslissen begint met begrijpelijke informatie

Hoe zorgen we ervoor dat kinderen en ouders écht kunnen meepraten, meedenken en meebeslissen over de zorg? Die vraag stond centraal tijdens ons lunchwebinar over samen beslissen bij beperkte gezondheidsvaardigheden. Een belangrijk thema binnen medische kindzorg, omdat begrijpelijke informatie een voorwaarde is voor kind- en gezinsgerichte zorg.

Gezondheidsvaardigheden gaan over het kunnen vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen van gezondheidsinformatie. Dat is meer dan kunnen lezen en schrijven. Ook stress, emoties, digitale vaardigheden en de hoeveelheid informatie die iemand krijgt, hebben invloed op wat iemand kan onthouden en thuis kan uitvoeren.

In de medische kindzorg krijgen kinderen en ouders vaak veel informatie in korte tijd. In de spreekkamer lijkt die informatie soms helder, maar thuis blijkt pas wat er allemaal bij komt kijken. Medicatie geven, afspraken plannen, signalen herkennen of digitale stappen doorlopen vraagt om begrip, overzicht en regelkracht.

Van begrijpen naar doen

Tijdens het webinar bespraken we hoe zorgprofessionals gezinnen hierbij kunnen ondersteunen. Een praktische methode is de teach-back-methode. Daarbij vraag je bijvoorbeeld:

“Ik wil even checken of ik het goed heb uitgelegd. Kun je in je eigen woorden vertellen wat jullie straks thuis gaan doen?”

Zo wordt duidelijk of de uitleg goed is overgekomen en ontstaat ruimte om informatie waar nodig anders uit te leggen.

Ook kinderen en jongeren kunnen stap voor stap leren om mee te beslissen over hun eigen zorg. Door hen actief te betrekken bij gesprekken, groeien hun gezondheidsvaardigheden én hun zelfvertrouwen.

De kracht van eenvoudige communicatie

Een bijzonder onderdeel van het webinar was het verhaal van Ingrid, taalambassadeur bij Stichting ABC. Zij vertelde hoe moeilijk het kan zijn om toe te geven dat je informatie niet begrijpt. Haar boodschap was helder: leg rustig uit, gebruik eenvoudige taal en vraag wat iemand nodig heeft.

Ook zorgorganisaties kunnen hierin veel betekenen, bijvoorbeeld met begrijpelijke brieven en folders, toegankelijke websites en duidelijke digitale processen. Hulpmiddelen van onder andere Pharos, Stichting ABC, Eye-Able, Tolkie, Lees Simpel en Ditto kunnen daarbij ondersteunen.

Samen aan de slag

Samen beslissen begint met informatie die kinderen en ouders kunnen begrijpen en gebruiken. In de spreekkamer, maar ook daarna: thuis, op school of op andere plekken waar de zorg invloed heeft op het dagelijks leven.

Stichting Kind & Zorg helpt zorgorganisaties om samen beslissen in de praktijk vorm te geven. We denken mee over begrijpelijke communicatie, het betrekken van kinderen en ouders bij gesprekken en het gebruik van hulpmiddelen.

Wil je hiermee aan de slag binnen jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op. We denken graag mee over wat past bij jullie praktijk.

Nieuwsgierig? Neem contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken.