Als Raad van Toezicht en directeur-bestuurder van Stichting Kind & Zorg zijn we verheugd te kunnen melden dat Dineke Amsing en Willemijn Klein zijn toegetreden tot de Raad van Toezicht.
Met hun komst versterkt de Raad van Toezicht zich op twee belangrijke terreinen: bestuurlijke en beleidsmatige kennis van het medische domein én directe inhoudelijke expertise vanuit de kindzorg.

Dineke Amsing is sinds 2019 verbonden aan de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen in Den Haag, momenteel in de functie van directeur beleid en samenwerking. Daarnaast is ze onder meer bestuurslid van de Dutch Clinical Research Foundation. Tot 2024 maakte ze ook deel uit van het bestuur van de Stichting Darmkanker Nederland.

Willemijn Klein is sinds 2010 als kinderradioloog verbonden aan het Radboudumc in Nijmegen. Sinds 2022 is ze tevens associate professor kinderradiologie. Buiten het ziekenhuis is ze onder meer voorzitter van de sectie kinderradiologie van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie en lid van de Belanghebbendenraad kindzorg van de Federatie Medisch Specialisten.
Achtergronden
Hun achtergronden vullen elkaar mooi aan. Dineke brengt brede ervaring mee op het snijvlak van beleid, samenwerking, geneesmiddelenontwikkeling en patiëntenorganisaties. Willemijn brengt als kinderradioloog en associate professor directe expertise mee vanuit de dagelijkse praktijk van de medische kindzorg.
Hun komst helpt ons om onze maatschappelijke opdracht verder te versterken: optimale gezondheidszorg voor ieder kind en gezin, waarbij de stem van kind en gezin altijd het uitgangspunt is.
Trots
“We zijn bijzonder trots en blij dat Dineke Amsing en Willemijn Klein ons komen versterken,” zegt Raad van Toezicht – voorzitter John de Kok. “Met hun jarenlange inhoudelijke en bestuurlijke ervaring in het medische domein én hun relevante netwerk zullen ze een belangrijke bijdrage leveren aan het werk van Stichting Kind & Zorg.”

Het boek Broers en zussen in en om het ziekenhuis is opgebouwd rond 21 vragen die geschikt zijn om te peilen hoe het met broers en zussen van pakweg zes tot zestien jaar oud gaat. Een voorbeeld? Wat ze zouden doen als ze een dagje konden ruilen met hun broer of zus. Wat ze graag met hun ouders zouden willen doen als die tijd hadden. En waar ze bang voor waren tijdens het verblijf van hun broer of zus in het ziekenhuis. Anjet van Dijken: ‘Ouders zeggen soms te snel dat het hun gezonde kind gelukkig goed gaat. Met behulp van dit boek kunnen ze erachter komen hoe het echt zit. Ouders denken bijvoorbeeld vaak dat de angst van de broer of zus verdwijnt zodra alles weer normaal is, maar bij kinderen kunnen stresservaringen juist nog heel lang doorwerken.’
‘Op Koers biedt een gedegen aanpak, maar verder is het aanbod voor lotgenotencontact in zorginstellingen helaas nog steeds erg beperkt’, constateert Hester Rippen van Kind & Ziekenhuis. Ze hoopt dat nieuwe online-initiatieven uitkomst bieden en dat ouders en zorgverleners iets hebben aan de Praatwijzer bij het Doeboek voor brussen als ze met broers en zussen in gesprek gaan over de situatie in het gezin. Dankzij een subsidie kan de Stichting Dapper Kind duizend gratis exemplaren van het boek verspreiden via het zogenaamde ‘Dapperdagboeken’-netwerk. Daarnaast heeft Kind & Ziekenhuis voor zorgverleners een visiedocument opgesteld over de noodzaak om meer aandacht te besteden aan de behoeften van broers en zussen. De aandacht voor broers en zussen telt voortaan ook mee bij de toekenning van de Bronzen, Zilveren en Gouden Smileys, het kwaliteitsinstrument voor kind- en gezinsgerichte zorg van Kind & Ziekenhuis. Als vervolg op de Brussen Boost wil Kind & Ziekenhuis ouders van zieke kinderen ondersteunen bij het vinden en behouden van de zorgwerk-levenbalans op een praktische en zelfstandige manier. ‘In 2019 komt voor ouders van een zorgkind een soort e-learning beschikbaar via Kind & Ziekenhuis en het Ervaringskenniscentrum (sch)ouders dat net is opgestart, mede door ons. Uiteraard komt de aandacht voor broers en zussen ook daar weer in terug.’