Kind vindt bed

Kind vindt bed

De juiste zorg op de juiste plek, liefst dicht bij huis. Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Toch lukt het steeds beter om, ondanks tekorten aan capaciteit en personeel, kinderen en zwangere vrouwen die ziekenhuiszorg nodig hebben op tijd aan een geschikt bed te koppelen. Kinderarts-neonatoloog Tim Antonius won afgelopen zomer een prijs voor zijn baanbrekende werk op dit terrein. Hij geeft ons een kijkje achter de schermen.

door Pieter Hoogesteijn, journalist 

Nederland telt negen NICU’s, afdelingen voor baby’s (vaak te vroeg geboren) die gespecialiseerde intensieve zorg nodig hebben. Als zich ergens in het land zo’n baby aandient, is de eerste vraag voor zorgprofessionals: waar is plek voor moeder en kind? Tim Antonius, kinderarts-neonatoloog in Radboudumc Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen, weet nog goed hoe dat ongeveer tien jaar geleden ging.

“Je maakte toen nog ouderwets een belrondje langs die NICU’s. Dat kostte veel tijd, zeker als je pas na een paar keer doorverbinden de juiste collega te pakken had. Die tijd heb je eigenlijk niet. Het gaat om vitaal bedreigde kinderen die je het liefst niet meer vervoert als ze eenmaal geboren zijn. Wat je wil is in één oogopslag de beschikbaarheid in het hele land zien, en meteen je collega bellen in de dichtstbijzijnde geschikte NICU waar plek is.” 

Programmeren op de basisschool

Technisch moest dat geen probleem zijn, wist Antonius, die zich op de basisschool al bezighield met programmeren en software schrijven. Je maakt gewoon een website, zegt hij, waarop de NICU’s hun bezetting handmatig bijhouden en (op een afgeschermde pagina) een rechtsreeks telefoonnummer delen. Groen is vrij, rood is bezet.  

“Maar ik wist ook: het werkt alleen als iedereen zijn bezetting bijtijds en naar waarheid bijwerkt. Het is natuurlijk verleidelijk om een of twee plekken achter de hand te houden voor noodgevallen in je eigen ziekenhuis. Maar als iedereen dat doet, zijn er wel continu negen tot achttien NICU-plekken niet beschikbaar voor noodgevallen in de rest van Nederland.” 

Baby zoekt bed

De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) was enthousiast over Antonius’ idee. De hoofden van de NICU’s maakten harde afspraken over het trouw bijwerken van hun bezetting en Antonius kluste in twee avonden de website babyzoektbed.com in elkaar. Daarmee was het eerste digitale patiëntenspreidingssysteem in de kindergeneeskunde een feit. 

Voor kinderen en hun gezinnen was dat een grote vooruitgang. In acute situaties kon voortaan sneller de best mogelijke plek worden gevonden. Was dat noodgedwongen ver van huis, bijvoorbeeld omdat een bepaalde operatie alleen daar kan plaatsvinden, kon het kind na die ingreep ook makkelijker weer overgeplaatst worden naar een NICU dichterbij. “Hoe dichterbij huis hoe beter het is voor het hele gezin,” zegt Antonius.

Draagvlak

Het systeem werkte prima, al had de ene collega’s iets meer aansporing nodig om zijn bezetting goed bij te houden dan andere, zegt Antonius fijntjes. “Wij zijn als NICU-collega’s natuurlijk een klein clubje dat elkaar goed kent, dus je spreekt elkaar makkelijk aan. En wij zien de zorg voor pasgeborenen als een landelijke infrastructuur waar we gezamenlijk voor verantwoordelijk zijn. Dat zorgt voor draagvlak.” 

Het succes wekte de interesse van de kinderarts-intensivisten in de zeven PICU’s in Nederland, de intensive-careafdelingen voor oudere kinderen. Zij meldden zich bij Antonius: dit willen wij ook graag. Binnen een week zag de website ickindzoekbed.com het levenslicht. En niet lang daarna vroeg de NVK of Antonius ook voor de algemene kinderafdelingen in alle ziekenhuizen een website wilde maken. Oftewel voor alle andere, ‘gewone’ bedden in de kindergeneeskunde. Ook die website maakte Antonius: kindzoektbed.com. 

Gevoel van urgentie

Antonius: “Die laatste website was wel een heel ander verhaal. Vanwege de veel grotere aantallen: je hebt het over zeventig ziekenhuizen. Maar ook omdat het gevoel van urgentie nogal verschilt. In de NICU’s en de PICU’s heb je te maken met levensbedreigende situaties, waardoor je het belang van het bijhouden van je bezetting en het delen van plekken aan den lijve ervaart. In een klein ziekenhuis in de regio voel je dat logischerwijs veel minder.” 

Met als gevolg, vertelt Antonius, dat de NVK toch regelmatig de algemene kinderafdelingen moest oproepen om hun bezetting bij te werken op de website. Een aansporing die vooral tijdens de jaarlijkse epidemie van het RS-virus in de winter navolging kreeg. Antonius: “Dan lagen alle afdelingen overvol en drong het door wat de waarde is van patiëntenspreiding. Maar na afloop van het RS-seizoen zwakte het altijd weer af.” 

Landelijk Platform Zorgcoördinatie

Inmiddels is patiëntenspreiding in de kindergeneeskunde een volgende fase ingegaan. In 2024 werden babyzoektbed en ickindzoektbed geïntegreerd in het landelijke coördinatiesysteem LPZ (Landelijk Platform Zorgcoördinatie). In april van dit jaar volgde ook kindzoektbed. Daarmee zit voor Antonius en zijn websites het werk erop. Afgelopen zomer ontving Tim Antonius voor zijn baanbrekende werk de prestigieuze NVK Award. 

Antonius: “Het LPZ, ontstaan tijdens de coronacrisis, is een professionele organisatie met veel kennis en expertise. Ook is er een goede overlegstructuur met alle betrokkenen in de kindergeneeskunde opgezet. Die zaken waarborgen de continuïteit en de verdere verbetering. Zo is het een groot voordeel dat de LPZ-dashboards kindergeneeskunde nu gekoppeld zijn aan de elektronische patiëntendossiers in de ziekenhuizen. Komt er een bed vrij, dan verschijnt dat vanzelf in het overzicht.” 

“Het zou niet mogen gebeuren dat er wel een passende plek is voor een kind, maar dat je die niet kunt vinden”

Coronacrisis

Het belang van het delen van zorgcapaciteit staat anno 2026 wel op de kaart, zegt Antonius. En ja, daar heeft ook hij aan bijgedragen. Maar dat is niet te vergelijken met de impact van de coronacrisis, toen het zorgstelsel bijna bezweek onder de explosieve toename van volwassen patiënten op de IC’s. Antonius: “Nooit eerder was het belang van een goed landelijk systeem voor patiëntenspreiding zo zichtbaar. Dat inzicht is toen ook in de hoofden van de zorgverleners gaan zitten, en niet langer alleen in die van de managers.” 

Kinderen en gezinnen profiteren ervan, zegt Tim Antonius. Toch kan er altijd nog meer gedaan worden om de juiste zorg op de juiste plek te realiseren, vindt hij. “Nog steeds kan het je als kinderarts overkomen dat je weet dat er een passende plek is voor een kind dat zorg nodig heeft, maar je die plek niet kunt vinden. Eigenlijk zou dat niet mogen gebeuren.” 

Meer tijd voor de patiënt dankzij AI-tool Ask Aletta

Net als velen hebben ook dokters AI ontdekt. In de dagelijkse patiëntenzorg gebruiken ze niet ChatGPT of Claude, maar steeds vaker het speciaal voor zorgprofessionals gemaakte Ask Aletta.  Daarmee halen ze op elk gewenst moment die medische informatie tevoorschijn die ze dan nodig hebben. Betrouwbaar, veilig én supersnel, waardoor er meer tijd is voor de patiënt. 

door Pieter Hoogesteijn, journalist 

Kom je wel eens bij de kinderarts? Dan is de kans groot dat hij of zij in de spreekkamer Ask Aletta open heeft staan op laptop of telefoon. Al meer dan de helft van alle kinderartsen gebruikt deze AI-tool in de dagelijkse patiëntenzorg om snel de juiste medische informatie op te zoeken. Ook steeds meer huisartsen kennen ​Ask ​Aletta: één op de vijf heeft een abonnement. En dat terwijl Ask Aletta nog maar twee jaar bestaat. 

Jarenlange ergernis

Tijs Stehmann, kinderarts in Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar, is bedenker en medeoprichter van Ask Aletta. “Medische kennis die wij dagelijks nodig hebben staat verspreid over talloze websites, kennisbanken en online bibliotheken. Daar ergerde ik mij al jaren aan. Wij dokters weten echt niet alles uit ons hoofd: het meeste moeten we opzoeken in richtlijnen en andere medische bronnen. Maar door die versnippering kost je dat gruwelijk veel tijd. Liever besteed je die aan je patiënt.” 

Toen AI zijn intrede deed, dacht Stehmann: zou je met deze nieuwe techniek niet een einde kunnen maken aan die ergernis? Dat je voortaan alles op één plek kunt vinden? Stehmann ontdekte al snel: ja, dat kan. In een paar avonden kluste hij een eerste versie in elkaar van een AI-chatbot die in richtlijnen zoekt. Samen met software-engineers Luuk Gruijs en Aram Zegerius bouwde hij het idee uit tot een professionele AI-zoekmachine, klaar voor gebruik door zorgverleners. En zo zag in oktober 2024 Ask Aletta het daglicht, vernoemd naar de eerste vrouwelijke arts in Nederland​:​ Aletta Jacobs.  

Ask Aletta is vernoemd naar Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts van Nederland en voorvechtster voor vrouwenrechten.

Betrouwbare bronnen

“Anders dan bijvoorbeeld ChatGPT en Claude zoekt Aletta alleen in betrouwbare, door ons geverifieerde bronnen,” legt Stehmann uit. “Denk aan richtlijnen op officiële websites van bijvoorbeeld wetenschappelijke verenigingen of die van​ een​ kwaliteitsinstituut​ als het RIVM​. Bronnen die artsen herkennen en vertrouwen. ​Ask ​Aletta neemt het tijdrovende zoekwerk naar en in die bronnen over. Binnen een paar seconden heb je als dokter al de informatie die je zoekt op je scherm, toegespitst op jouw vakgebied. Mét daarbij een link naar de bron of bronnen waar ​Ask ​Aletta het heeft gevonden.” 

Tijs Stehmann staat nog steeds te kijken van de snelle toename van het aantal gebruikers met een account. Anderzijds wist hij ook wel: ik ben niet de enige die van die eeuwige zoektochten af wil. Als Ask Aletta echt goed werkt, zullen artsen het graag omarmen. “Dokters zullen voor patiëntenzorg geen AI-tool gebruiken die fouten maakt of ​vaak​ hallucineert, zoals bijvoorbeeld ChatGPT. Essentieel is daarom dat ​Ask ​Aletta standaard de bron vermeldt, die je ook meteen kunt controleren. Artsen die het uitproberen gaan eerst na, zo horen we van ze, of ze zelf ook op die bronnen zouden kunnen uitkomen. ​Het controleren van bronnen draagt bij aan het vertrouwen.​” 

“Artsen vertellen ons dat ze zich door Ask Aletta beter geïnformeerd voelen”

Veiligheid

Naast betrouwbaarheid is ook veiligheid een belangrijke voorwaarde voor artsen om een AI-tool te gebruiken, zegt Stehmann. Persoonsgebonden informatie mag volgens de wet niet gedeeld worden met derden. Dus ook niet in een zoekopdracht aan een chatbot. “Artsen weten dat en zullen dat ook niet doen. Gebeurt het per ongeluk toch, dan slaan onze systemen die gegevens niet op en krijg je een alert met het verzoek ze te vervangen door geanonimiseerde of algemene informatie. Verder staat alle data op ​onze eigen​ servers ​binnen Europa ​en niet op die van Amerikaanse techbedrijven.” 

Patiënten hebben er baat dat dokters Ask Aletta gebruiken, zegt Stehmann. Niet alleen omdat artsen meer tijd kunnen besteden aan patiënten, maar ook omdat dokters zich beter geïnformeerd voelen door het gebruiken van de AI-tool. “Als je een vraag stelt aan ​Ask ​Aletta, krijg je als arts niet alleen een of twee antwoorden uit voor de hand liggende bronnen, maar ook een paar resultaten waar je misschien niet direct aan dacht. We horen van artsen terug dat ze dat erg waarderen. Je weet nu eenmaal niet wat je niet weet. Met ​Ask ​Aletta is de kans groter dat je als dokter ook een spoor natrekt dat je anders niet zou hebben gevonden.” 

Zelf blijven nadenken

Net als iedereen die AI gebruikt, zegt Stehmann, moeten ook zorgprofessionals die Ask Aletta inzetten zelf blijven nadenken en de regie houden. Op geen enkele AI-tool kun je honderd procent blindvaren, dus ook niet op Ask Aletta. Stehmann legt uit: “Sinds kort geeft ​Ask ​Aletta je ook feedback op prompts, de opdrachten die je formuleert. Ze zegt dan bijvoorbeeld: dat is een goede vraag, maar als je nou deze specifieke info toevoegt kan ik je een beter antwoord geven. Met dit soort functies voeden we onze gebruikers op in het inzetten van AI. We willen dat je AI-geletterd wordt: dat je de mogelijkheden kent, maar ook de beperkingen.”  

Inmiddels raakt Ask Aletta steeds meer ingeburgerd in de zorgwereld. Behalve artsen nemen steeds vaker ook ander zorgverleners een account, zoals fysiotherapeuten, verpleegkundigen en diëtisten. Er zijn al ziekenhuizen en huisartsenpraktijken met een groepsabonnement op maat, waar ook praktijkondersteuners en doktersassistenten met Ask Aletta aan de slag gaan. 

De oprichters van Ask Aletta: Luuk Gruijs, Tijs Stehmann en Aram Zegerius

Volgende fase

Tijs Stehmann en zijn medeoprichters werken intussen al aan de volgende fase in hun project Ask Aletta: ondersteuning van artsen in besluitvormingsprocessen. Wat drijft ze in deze ontdekkingstocht? Stehmann: “AI is een nieuwe technologie waar we allemaal nog aan moeten wennen. Het gaat onze samenleving veranderen, alleen hoe, dat weten we niet precies. Maar zo ging het ook met de computer, en daarna met internet. Ook deze technologie geeft ons enorm veel mogelijkheden, dat weet ik zeker. Ik gun het mijn collega-zorgprofessionals én onze patiënten dat we daar optimaal van gaan profiteren.” 

Meer weten? Ga naar Askaletta.com

Als het gezin op zondagochtend compleet is – dat is het grootste compliment

Als het gezin op zondagochtend compleet is – dat is het grootste compliment

Sinds eind 2025 nemen in Almelo kinderverpleegkundigen van KinderThuisZorg de verpleegkundige nazorg van pasgeborenen over van Ziekenhuisgroep Twente (ZGT), topklinisch ziekenhuis in Almelo. Ida Olde Hanter, kinder- en neonatologieverpleegkundige van ZGT, en Carina de Munck, kinderverpleegkundige van KinderThuisZorg, over een bijzondere samenwerking.

Wederzijds vertrouwen, dat is hét sleutelwoord in de samenwerking tussen Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) en KinderThuisZorg bij de zorg rondom sondevoeding van pasgeborenen thuis in Almelo.

“We hebben er alle vertrouwen in dat we het kind vanuit onze zorg in het ziekenhuis kunnen overdragen aan onze collega-kinderverpleegkundigen van KinderThuisZorg,” legt Ida Olde Hanter uit. “Zij kunnen deze zorg prima van ons overnemen. Ze zijn ervoor opgeleid, we hebben dezelfde werkprotocollen en op onze afdeling hebben ze al kennis kunnen maken met de ouders. Er vindt een warme overdracht plaats.”

Geschoold door onze collega’s

“Bovendien zijn we geschoold door onze collega’s van het ZGT,” vult Carina de Munck aan. “Bijvoorbeeld tijdens onze gezamenlijke besprekingen. Hoe bouw je bij een kind thuis geleidelijk de sondevoeding af, hoe begeleid je moeders bij de borstvoeding? Door deze scholingsmomenten zijn we meer gaan samenwerken als één team.”

Sinds eind 2025 verzorgt KinderThuisZorg Almelo de verpleegkundige nazorg thuis van pasgeborenen uit het ZGT. Die thuisbegeleiding heeft veel toegevoegde waarde, legt Carina uit. “Je maakt ouders mee in hun thuissituatie, ziet de context waarin ze leven. Redden ze het, zijn er andere kinderen in huis? Allemaal aspecten waar je als kinderverpleegkundige op kunt inspelen.”

Ouders zijn soms onzeker

Ida vult aan: “Ouders zijn soms onzeker. Ze hebben al veel meegemaakt met hun kindje in het ziekenhuis. Daar konden ze op alle zorg rekenen, nu moeten ze het zelf doen. Ouders missen soms het vertrouwen dat ze dat kunnen. De begeleiding van een kinderverpleegkundige thuis is dan van onschatbare waarde.”

De meeste ouders doen het thuis uitstekend, benadrukt Carina. “Maar soms twijfelen ze. Bijvoorbeeld als hun kindje huilt, en ze niet weten wat ze moeten doen. Dan is het fijn als ze ons even kunnen bellen. Vaak is geruststellen dan al genoeg. En soms komen we even langs, om te kijken hoe de ouders het doen. We geven dan tips & tricks, maar ook dan is geruststellen en complimenteren meestal meer dan voldoende. Zo van: jullie doen het goed! Als je ouders die eerste dagen extra aandacht geeft, hebben ze ons in de dagen daarna al snel niet meer nodig.”

Thuis met het hele gezin

Ja, ouders zijn blij met de thuiszorg. Carina: “Het grootste compliment dat ze ons geven is dat ze nu als compleet gezin thuis kunnen zijn. Dus niet de ene ouder in het ziekenhuis en de andere ouder thuis, maar met z’n allen zondagochtend aan het ontbijt. Heerlijk toch?”

Minder baby’s onnodig in het ziekenhuis dankzij antibiotica-rekenhulp

Minder baby’s onnodig in het ziekenhuis dankzij antibiotica-rekenhulp

Pasgeboren baby’s die mogelijk een bacteriële infectie hebben, hoeven voortaan minder vaak onnodig antibiotica te krijgen. Dankzij een slimme rekenhulp kunnen artsen beter inschatten of een behandeling met antibiotica echt nodig is. Hierdoor worden veel baby’s beter beschermd én hoeven ze niet meer onnodig in het ziekenhuis te verblijven.

Van alle pasgeboren baby’s krijgt circa 5 procent antibiotica, omdat de kinderarts de kans op een bacteriële infectie aanwezig acht. De arts maakt die inschatting op basis van een richtlijn. Vaak blijkt die behandeling achteraf overbodig, omdat in werkelijkheid minder dan 0,1 procent van de baby’s ook echt een bacteriële infectie heeft.

Om die overbodige behandelingen terug te dringen, bekeken onderzoekers van Tergooi MC, Amsterdam UMC en Erasmus MC wat er gebeurt als je als arts de zogenaamde ‘EOS-calculator’gebruikt. Deze slimme rekenhulp berekent of er een verhoogd risico is dat een baby vlak na de geboorte daadwerkelijk een infectie krijgt. Alleen als dat verhoogde risico er is, zou je uit voorzorg moeten starten metantibiotica.

Geen nadelige effecten

De onderzoekers volgden 1830 baby’s in 10 ziekenhuizen om navte gaan of de methode met de rekenhulp veilig is. Ze vergeleken toepassing van de bestaande richtlijn met het gebruik van de EOS-calculator. Dat leidde in de studie tot een vermindering van antibioticagebruik met 72 procent, zonder nadelige effecten voor de baby. “Bij een laag risico blijft oplettendheid natuurlijk wel nodig”, aldus kinderarts en onderzoeker Niek Achten van het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis.

Beter beschermd

Het grote voordeel van de nieuw ontwikkelde aanpak is dat veel pasgeborenen niet meer onnodig 2 tot 7 dagen in het ziekenhuis hoeven te verblijven voor een antibiotica-behandeling, zegt Achten. “Dat scheelt onder meer een infuus, meerdere prikken en veel stress voor het kind en zijn ouders. Ook is de baby beter beschermd tegen nadelige effecten van antibiotica, zoals een verhoogde kans op allergieën en astma op lagere leeftijd en het gevaar op het ontwikkelen van resistentie tegen antibiotica.”

Lange tijd is over het toedienen van antibiotica gedacht: baat het niet, dan schaadt het niet. Maar de ideeën daarover zijn dus veranderd, aldus Achten. Met als gevolg dat, naar aanleiding van het onderzoek, de EOS-calculator al in steeds meer ziekenhuizen in Nederland gebruikt wordt.

Lekker thuis met elkaar

“De resultaten van ons onderzoek worden meegenomen door de commissie die de huidige richtlijn voor kinderartsen gaat herzien,” vertelt Achten. “Het zou ideaal zijn als de rekenhulp uiteindelijk door alle ziekenhuizen gebruikt gaat worden. Dat zou voor veel pasgeborenen een vervelende én onnodige ziekenhuisbehandeling schelen. Wij gunnen het natuurlijk ieder gezin om in die eerste periode lekker thuis te zijn met elkaar en niet in het ziekenhuis.”

Niet-medische ondersteuning bij kinder-IC-opname: essentieel voor kind én gezin

Niet-medische ondersteuning bij kinder-IC-opname: essentieel voor kind én gezin

Een opname op de kinder-intensive care (PICU) is voor een kind en gezin een van de meest ingrijpende gebeurtenissen die er zijn. Twee kwalitatieve onderzoeken van Stichting Kind & Zorg laten zien dat niet-medische ondersteuning daarin van grote betekenis is. Niet als extraatje naast de zorg, maar als wezenlijk onderdeel van goede kind- en gezinsgerichte zorg.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 4.400 kinderen opgenomen op een PICU. Na ontslag krijgt 10 tot 36 procent van de kinderen te maken met langdurige lichamelijke, emotionele of cognitieve klachten. Ook ouders en andere naasten kunnen langdurig ontregeld raken; ongeveer 60 procent ervaart in de eerste zes maanden stress, angst, depressieve klachten of verdriet.

Met twee kwalitatieve onderzoeken bracht Stichting Kind & Zorg in kaart welke niet-medische ondersteuning kinderen, ouders en naasten nodig hebben tijdens en na een PICU-opname. Het ene onderzoek beschrijft het perspectief van ouders, op basis van interviews en focusgroepen. Het andere onderzoek brengt het perspectief van zorgprofessionals in beeld, op basis van twaalf kwalitatieve interviews met professionals uit alle zeven kinder-IC’s in Nederland. Samen laten deze rapporten zien dat goede zorg meer is dan medische behandeling alleen.

Wat laten de onderzoeken zien?

Beide onderzoeken maken duidelijk dat kind en gezin behoefte hebben aan ondersteuning die ook op menselijk vlak houvast geeft. Denk aan:

  • duidelijke, afgestemde en herhaalde informatie;
  • emotionele steun en erkenning;
  • ruimte voor regie en betrokkenheid;
  • praktische hulp en een omgeving die rust biedt;
  • aandacht voor privacy, afleiding en nabijheid;
  • passende psychosociale ondersteuning en nazorg.

Zorgprofessionals benadrukken daarbij vooral dat ondersteuningsbehoeften per fase verschillen en dat juist transities, zoals opname, overplaatsing en ontslag, extra kwetsbare momenten zijn. Ook laten zij zien hoe belangrijk het is dat informatie aansluit bij timing, herhaling en de emotionele draagkracht van gezinnen.

Ouders leggen vooral de nadruk op iets anders: serieus genomen worden, betrokken zijn bij zorg en besluitvorming, en informatie krijgen die niet alleen duidelijk, maar ook volledig en mensgericht is.

Kleine dingen kunnen grote impact hebben

De waarde van niet-medische ondersteuning zit vaak in dingen die klein lijken, maar op cruciale momenten het verschil maken: uitleg die wél binnenkomt, een ouder die mag meedoen, een rustige ruimte, aandacht voor broers en zussen, of steun bij verwerking en herstel.

Een ouder verwoordt dat treffend:

“Mijn zoon werd klaar gemaakt voor overplaatsing naar een ander ziekenhuis en ik kon niet bij hem zijn. Na twee uur dacht ik dat er misschien iets heel erg mis was of dat ze misschien al vertrokken waren zonder mij. Uiteindelijk was alles goed en was het normaal dat het zo lang duurde, maar dat wist ik niet en dat was heel erg naar.”

Juist dit soort ervaringen maken zichtbaar hoe belangrijk goede, tijdige en sensitieve ondersteuning is. Niet-medische ondersteuning helpt om stress te verlagen, regie te versterken en de draagkracht van kind en gezin te ondersteunen tijdens een zeer kwetsbare periode.

Samen verder ontwikkelen

De rapporten zijn niet bedoeld om met de vinger te wijzen. Ze laten juist zien hoeveel kennis, betrokkenheid en motivatie er al is bij ouders én professionals. Tegelijk maken ze duidelijk dat er nog stappen te zetten zijn om niet-medische ondersteuning structureler onderdeel te maken van PICU-zorg.

De kernboodschap is daarom helder: breng medische en niet-medische zorg nog sterker samen. Niet door iets “extra’s” toe te voegen, maar door samen verder te bouwen aan zorg die kind en gezin in de volle breedte ondersteunt. Samen met kinderen, gezinnen en zorgprofessionals naar een volgend niveau van kind- en gezinsgerichte zorg.

Infosheet en rapporten

Om de inzichten uit beide rapporten toegankelijk en overzichtelijk bijeen te brengen, heeft Stichting Kind & Zorg ook een infosheet ontwikkeld. Daarin zijn de belangrijkste resultaten, conclusies en aanbevelingen helder samengevat.

Lees hier verder:

Zorgverleners gaan zelf aan de slag met betrouwbare info op sociale media

Moeten kinderen multivitamines nemen? Zijn echo’s schadelijk voor mijn ongeboren baby? Zijn vaccins te vertrouwen? Via sociale media worden kind en gezin overspoeld door dubieuze, onjuiste of gevaarlijke informatie over ziekte en gezondheid. Zorgverleners gaan daarom zelf aan de slag met het verspreiden van informatie die wél betrouwbaar is.

Artsen zien het in hun spreekkamer voor hun ogen gebeuren. Mensen laten zich steeds vaker beïnvloeden door misleidende informatie op sociale media. Door tips en adviezen van zelfbenoemde deskundigen, al dan niet met een verdienmodel zoals een webshop voor voedingssupplementen.

Tegenstrijdige informatie

De gevolgen zijn groot. Zowel jongeren als volwassenen raken verstrikt in tegenstrijdige informatie, kopen online levensgevaarlijke pillen, nemen geen vaccinaties en weigeren noodzakelijke medische behandelingen. Steeds meer artsen realiseerden zich: we moeten niet alleen desinformatie tegenspreken in de spreekkamer, maar ook zélf betrouwbare content gaan maken en verspreiden. Velen zijn inmiddels gestart met een eigen kanaal, al dan niet in combinatie met een website.

En die worden goed bezocht. Zoals Dokters Vandaag, het kanaal op Instagram en TikTok waarop artsen sinds april 2024 in korte video’s medische informatie delen. Ook de podcasts en folders van Kind bij de dokter (gestart in 2021, zie dit artikel) hebben een grote vlucht genomen.

Jeugdartsen op TikTok

“Jongeren vinden gezondheid belangrijk, maar halen hun info daarover van Instagram en TikTok,” zegt Martijn Spoelstra, jeugdarts en bestuurslid van AJN Jeugdartsen Nederland. “De betrouwbaarheid daarvan is vaak twijfelachtig.” Daarom startte de AJN in mei een eigen kanaal op Instagram en TikTok, met behulp van Prappers, het mediabedrijf dat Dokters Vandaag mede oprichtte.

In korte video’s geven jeugdartsen, onder wie Spoelstra zelf, uitleg over onderwerpen die jongeren bezighouden. In taal die aansluit bij hun belevingswereld. Zoals: waarom krijgen jongeren overgewicht? Maar ook: zijn gamen, scrollen en tv kijken een goede vorm van ontspanning? En: moet je meteen naar een psycholoog als je niet lekker in je vel zit?

Algoritme van Instagram en TikTok

“Als jeugdartsen proberen we jongeren onder meer mee te geven dat je niet alles wat vervelend, moeilijk of ongemakkelijk is meteen als een medisch probleem hoeft te zien. Maar dit zijn wel kwesties waar jongeren erg mee kunnen zitten. We zien dat ook in de reacties bij de video’s en de vragen die via de mail binnenkomen.”

Voor jonge ouders maken de jeugdartsen onder meer video’s over vaccineren, bijvoorbeeld of dat veilig is tijdens de zwangerschap. Net als Dokters Vandaag gebruikt het kanaal het algoritme van Instagram en TikTok. Wie sowieso geïnteresseerd is in een bepaald onderwerp, krijgt dus óók de filmpjes van de jeugdartsen in zijn tijdlijn.

Naast jongeren staan

Bezoekers vinden de video’s van de jeugdartsen betrouwbaar, zegt Spoelstra. “We presenteren ons als dokters die naast jongeren en jonge ouders staan, die hun wereld en hun zorgen begrijpen. Dokters die vervolgens zo helder mogelijk eerlijke en wetenschappelijk onderbouwde uitleg geven. Dat werkt het beste.”

De Babydoctors

Jonge ouders vormen ook de doelgroep van de Babydoctors, opgericht in september 2024 door Ineke de Kruijff, al ruim twintig jaar kinderarts in het Antonius ziekenhuis in Utrecht. Ze ziet de jeugdartsen niet als concurrent, maar als medestanders. Zoals dat geldt voor alle online actieve dokters. Hoe meer artsen op Instagram en TikTok hoe beter, vinden ze.

Maar De Kruijff zou het wel leuk vinden als de Babydoctors hét adres zouden worden voor onafhankelijke, wetenschappelijk betrouwbare informatie voor aanstaande en jonge ouders van kinderen tot 2 jaar. Samen met een collega-kinderarts, twee artsen in opleiding en twee geneeskundestudenten maakt ze video’s voor Instagram en TikTok over alles wat de doelgroep interesseert.

Angstige jonge ouders

De Kruijff kwam op het idee toen ze in haar spreekkamer steeds vaker angstige jonge ouders aantrof. “Dat bleek vaak te komen door iets dat ze op sociale media hadden gezien. Toen dacht ik: wij moeten niet alleen in de spreekkamer de juiste informatie geven aan ouders, maar ook op Instagram en TikTok. Want daar zitten ze.”

De video’s geven antwoord op vragen die ouders zelf aan de Babydoctors stellen. Over reflux, over borst- en flesvoeding, over feiten en fabels over huilbaby’s. Maar ook over slapen in dezelfde kamer als je baby, liedjes zingen, het RS-virus en de vraag of er nu wel of niet meer pesticiden zitten in zelfgemaakte babyvoeding dan die uit de fabriek.

Onderbouwd

De filmpjes zijn kort, toegankelijk en sluiten wat vorm betreft aan bij de laatste trends. De enthousiaste jonge teamleden weten daar wel raad mee, zegt De Kruijff. “Maar alle informatie is gegarandeerd wetenschappelijk onderbouwd. Ook teksten die zo uit de losse pols lijken te komen worden eerst gecheckt en altijd ook nog door mij gescreend.”

Het gaat hard met de Babydoctors. Na iets meer dan een jaar had het kanaal al ruim 12.000 volgers en meer dan een half miljoen weergaves per maand. Er is een website, er is een ANBI-stichting in oprichting, er wordt nagedacht over structurele financiering. Er is samenwerking met een paar grote platforms en met ‘momfluencers’, er zijn plannen voor een boek.

Droom

De Kruijff is er een beetje beduusd van, zegt ze. “Het kost veel tijd, maar het geeft ook veel energie. Mijn droom is dat ooit iedere aanstaande ouder denkt: er komt een baby, dus ik ga de blije doos aanvragen én de Babydoctors volgen. Dat zou toch gaaf zijn?”

Klik verder:

Dokters Vandaag
Kind bij de dokter
AJN Jeugdartsen Nederland
De Babydoctors

Symposium Kind & Chronische Pijn: “Kinderen en ouders verdwalen nog te vaak in de zorg”

Kinderen met chronische pijn en hun ouders maken te vaak een lange zoektocht langs verschillende zorgverleners voordat ze passende zorg vinden. Dit komt omdat een samenhangende aanpak ontbreekt. Tijdens het symposium Kind & Chronische Pijn op donderdag 12 maart bespraken zorgprofessionals, onderzoekers en ervaringsdeskundigen hoe deze zorg beter georganiseerd kan worden.

Chronische pijn bij kinderen komt vaker voor dan gedacht. Een aantal van deze kinderen kan daardoor niet normaal naar school of deelnemen aan andere dagelijkse activiteiten. Toch bestaat er in Nederland nog geen eenduidige structuur voor de zorg aan deze kinderen.

Met het symposium  Kind & Chronische Pijn op 12 maart 2026 wilden organisatoren Kind & Zorg, Pijnpatiënten naar één stem en de Pijn Alliantie in Nederland (PAiN) samen met ervaringsdeskundigen, pijnspecialisten en zorgverleners concrete stappen zetten richting een landelijk zorgpad voor kinderen en jongeren met chronische pijn.

Grote gevolgen

In een film werd tijdens de bijeenkomst getoond welke grote gevolgen chronische pijn heeft voor het dagelijks leven van kinderen en hun gezinnen. Gewone dingen zijn voor deze kinderen vaak niet meer vanzelfsprekend.

“Als ik veel pijn heb kan ik heel weinig doen,” vertelt een van de kinderen in de film. “Dan kan ik niet met mijn vrienden spelen.” Omdat de pijn vaak niet zichtbaar is, begrijpen anderen het niet altijd. “Het stomme is dat mensen niet aan mij zien dat ik iets heb. Mensen kunnen heel domme dingen zeggen.”

Van versnippering naar samenhang

Tijdens het symposium werkten deelnemers in gemengde groepen aan de contouren van een landelijk zorgpad voor kinderen met chronische pijn.

Duidelijk werd dat de zorg aan kinderen met chronische pijn en hun gezinnen nu te versnipperd is. Volgens zorgprofessionals vraagt passende zorg juist  om samenwerking tussen verschillende disciplines, zoals die van artsen, fysiotherapeuten en psychologen. In de praktijk blijkt dat vaak lastig te organiseren.

Ook ouders ervaren dat zij, door de versnippering, vaak zelf de regie moeten houden over de zorg.

“Ik mis iemand die naast ons staat,” vertelde een moeder tijdens de bijeenkomst. “Iedereen vraagt iets van ons, maar er is niemand die met ons meeloopt.”

Meedoen in het dagelijks leven

Een landelijk zorgpad is daarom essentieel, waarbij niet zozeer de pijn zelf centraal staat maar veel meer het leven van kind en gezin. Wat hebben kinderen, jongeren en ouders nodig om ondanks chronische pijn zo goed mogelijk te kunnen meedoen in het dagelijks leven?

“Kinderen leven niet in zorgstelsels, maar in een gezin, op school en in hun dagelijks leven,” aldus Hester Rippen – Wagner, directeur-bestuurder van Kind & Zorg. “Juist daarom vraagt chronische pijn bij kinderen om een aanpak waarin medische zorg, psychologische ondersteuning en het dagelijks functioneren samenkomen.”

Verdere stappen naar een landelijk zorgpad

Passende zorg vraagt om betere samenwerking tussen zorgverleners, meer aandacht voor het gezin en een sterkere verbinding met school en het sociale leven van het kind. Dat was het belangrijkste conclusie van het symposium.

Alle inzichten uit het symposium worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het Nationaal Programma Chronische Pijn, waarin ook een specifiek spoor voor kinderen wordt uitgewerkt.

Volgens de organisatoren is dat hard nodig. “Chronische pijn bij kinderen vraagt om een andere manier van organiseren dan we nu gewend zijn,” zegt Hester Rippen – Wagner.

“Dit symposium heeft laten zien dat er veel kennis, betrokkenheid en gedrevenheid is om die stap samen te zetten.”

Wetswijziging brengt aantal houders persoonsgebonden budget mogelijk in de knel

Een wetswijziging die per 1 januari 2026 moet ingaan brengt een aantal houders van een persoonsgebonden budget (pgb) mogelijk in de knel. Belangenorganisatie Per Saldo is in actie gekomen om te proberen te voorkomen dat deze groep straks ongeveer een kwart minder te besteden heeft aan zorg en ondersteuning thuis.

Lees hier om welke pgb-houders het gaat en welke niet

Het gaat om een wetswijziging van de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah), die gepland staat om op 1 januari 2026 in te gaan. Maar nog niet alles is goed geregeld in de uitvoering, stelt Per Saldo.

Werkgeverspremies

Als dit niet bijtijds wordt opgelost, komt een deel van de houders van een pgb uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) die nu onder deze regeling valt straks mogelijk in de problemen. Deze ontstaan omdat zij  straks werkgeverspremies moeten afdragen voor hun zorgverlener(s) aan huis, en dit bedrag niet vergoed krijgen.

Dit bedrag (ongeveer 20 tot 25 procent van het salaris) moeten zij dan zelf betalen uit hun pgb. Of ze moeten, als dit niet kan, het probleem oplossen door hun zorgverlener aan huis minder salaris te geven. Het is de vraag of die daarmee akkoord gaat.

Problemen het hoofd bieden

Per Saldo is in actie gekomen om te proberen de problemen te voorkomen. Zo is er een inventarisatie gehouden onder pgb-houders en zijn er gesprekken met de ministeries van VWS en Sociale Zaken en Tweede Kamerleden. Op 22 november besteedde het NPO-programma Kassa uitgebreid aandacht aan het onderwerp.

Per Saldo heeft op de eigen website een rij gezet om welke groep pgb-houders het gaat en wat deze pgb-houders kunnen doen om de dreigende problemen het hoofd bieden.

Naar de informatie van Per Saldo over de Rdah-problematiek

Naar de website en de uitzending van Kassa op 22 november

Infographic over huid-op-huidcontact met pasgeborene: zo doe je het veilig

Kind & Zorg heeft samen met de organisaties van kinderartsen, gynaecologen, verloskundigen en verpleegkundigen een infographic gemaakt over veilig huid-op-huidcontact tussen ouders en pasgeborenen. De infographic is bedoeld voor zowel ouders als voor zorgverleners die ze begeleiden.

Huid-op-huidcontact is belangrijk voor de binding tussen ouder en kind, maar kan ook tot onveilige situaties leiden. De infographic geeft aan hoe het contact veilig kan plaatsvinden zonder het hechtingsproces te verstoren.

Meest veilige houding

Zo laat de infographic zien welke houding het meest veilig is. Ook waarschuwt de infographic dat huid-op-huidcontact onverstandig is als je slaperig of suf bent, en dat je niet moet laten afleiden door je telefoon.

De infographic maakt deel uit van een nieuwe leidraad van de NVK voor zorgverleners over veilig huid-op-huidcontact. Stichting Kind & Zorg was bij de totstandkoming betrokken.

Ga naar de pagina van de leidraad op de NVK-website om de infographic te downloaden:

Naar de Leidraad Preventie Plotselinge Onverwachte Postnatale Collaps (POPC) en de infographic

 

Symposium Kind & Chronische Pijn op 12 maart 2026: de inschrijving is geopend!

Op donderdag 12 maart 2026 vindt in Veenendaal het symposium ‘Kind & Chronische Pijn’ plaats. Stichting Kind & Zorg organiseert dit samen met patiëntenorganisaties Pijnpatiënten naar één stem, de Pijn Alliantie in Nederland (PAiN) en een brede vertegenwoordiging van deskundigen en professionals op het gebied van pijn bij kinderen.

Kom kennis delen, ervaringen verbinden en samen bouwen aan een landelijk zorgpad chronische pijn bij kinderen! Uitgangspunt is de ‘Aandachtpuntenkaart Nationaal Programma Chronische Pijn (NPCP) mét een stevig kinderspoor’. Het programma is bekend, de inschrijving is geopend!

Naar meer info, programma en aanmelden

Highlights:

  • keynote voordracht: de stand van zaken rond chronische pijn bij kinderen
  • paneldiscussie: wat is passende zorg bij chronische pijn?
  • snelkookpansessie: het ideale zorgpad uitwerken
  • evidence update: arts, psycholoog, kinderrevalidatie
  • debat & call-to-action: van kaart naar actie

Symposium ‘Kind & Chronische Pijn’

  • Wanneer: donderdag 12 maart 2026, 9.00 uur – 17.00 uur
  • Waar: Van der Valk Hotel, Veenendaal
  • Voor wie: iedereen die met kinderen met chronische pijn te maken heeft:

kinderartsen, (kinder)anesthesiologen/ pijnspecialisten, huisartsen, kinderrevalidatieartsen, (kinder fysiotherapeuten, (kinder)psychologen, (kinderpijn)verpleegkundigen, beleidsmakers, verzekeraars, patiënten‑ en oudervertegenwoordigers, gezinnen, onderwijsprofessionals

Accreditatie is aangevraagd.

Naar meer info, programma en aanmelden