De juiste zorg op de juiste plek, liefst dicht bij huis. Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Toch lukt het steeds beter om, ondanks tekorten aan capaciteit en personeel, kinderen en zwangere vrouwen die ziekenhuiszorg nodig hebben op tijd aan een geschikt bed te koppelen. Kinderarts-neonatoloog Tim Antonius won afgelopen zomer een prijs voor zijn baanbrekende werk op dit terrein. Hij geeft ons een kijkje achter de schermen.
door Pieter Hoogesteijn, journalist
Nederland telt negen NICU’s, afdelingen voor baby’s (vaak te vroeg geboren) die gespecialiseerde intensieve zorg nodig hebben. Als zich ergens in het land zo’n baby aandient, is de eerste vraag voor zorgprofessionals: waar is plek voor moeder en kind? Tim Antonius, kinderarts-neonatoloog in Radboudumc Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen, weet nog goed hoe dat ongeveer tien jaar geleden ging.
“Je maakte toen nog ouderwets een belrondje langs die NICU’s. Dat kostte veel tijd, zeker als je pas na een paar keer doorverbinden de juiste collega te pakken had. Die tijd heb je eigenlijk niet. Het gaat om vitaal bedreigde kinderen die je het liefst niet meer vervoert als ze eenmaal geboren zijn. Wat je wil is in één oogopslag de beschikbaarheid in het hele land zien, en meteen je collega bellen in de dichtstbijzijnde geschikte NICU waar plek is.”
Programmeren op de basisschool
Technisch moest dat geen probleem zijn, wist Antonius, die zich op de basisschool al bezighield met programmeren en software schrijven. Je maakt gewoon een website, zegt hij, waarop de NICU’s hun bezetting handmatig bijhouden en (op een afgeschermde pagina) een rechtsreeks telefoonnummer delen. Groen is vrij, rood is bezet.
“Maar ik wist ook: het werkt alleen als iedereen zijn bezetting bijtijds en naar waarheid bijwerkt. Het is natuurlijk verleidelijk om een of twee plekken achter de hand te houden voor noodgevallen in je eigen ziekenhuis. Maar als iedereen dat doet, zijn er wel continu negen tot achttien NICU-plekken niet beschikbaar voor noodgevallen in de rest van Nederland.”
Baby zoekt bed
De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) was enthousiast over Antonius’ idee. De hoofden van de NICU’s maakten harde afspraken over het trouw bijwerken van hun bezetting en Antonius kluste in twee avonden de website babyzoektbed.com in elkaar. Daarmee was het eerste digitale patiëntenspreidingssysteem in de kindergeneeskunde een feit.
Voor kinderen en hun gezinnen was dat een grote vooruitgang. In acute situaties kon voortaan sneller de best mogelijke plek worden gevonden. Was dat noodgedwongen ver van huis, bijvoorbeeld omdat een bepaalde operatie alleen daar kan plaatsvinden, kon het kind na die ingreep ook makkelijker weer overgeplaatst worden naar een NICU dichterbij. “Hoe dichterbij huis hoe beter het is voor het hele gezin,” zegt Antonius.
Draagvlak
Het systeem werkte prima, al had de ene collega’s iets meer aansporing nodig om zijn bezetting goed bij te houden dan andere, zegt Antonius fijntjes. “Wij zijn als NICU-collega’s natuurlijk een klein clubje dat elkaar goed kent, dus je spreekt elkaar makkelijk aan. En wij zien de zorg voor pasgeborenen als een landelijke infrastructuur waar we gezamenlijk voor verantwoordelijk zijn. Dat zorgt voor draagvlak.”
Het succes wekte de interesse van de kinderarts-intensivisten in de zeven PICU’s in Nederland, de intensive-careafdelingen voor oudere kinderen. Zij meldden zich bij Antonius: dit willen wij ook graag. Binnen een week zag de website ickindzoekbed.com het levenslicht. En niet lang daarna vroeg de NVK of Antonius ook voor de algemene kinderafdelingen in alle ziekenhuizen een website wilde maken. Oftewel voor alle andere, ‘gewone’ bedden in de kindergeneeskunde. Ook die website maakte Antonius: kindzoektbed.com.
Gevoel van urgentie
Antonius: “Die laatste website was wel een heel ander verhaal. Vanwege de veel grotere aantallen: je hebt het over zeventig ziekenhuizen. Maar ook omdat het gevoel van urgentie nogal verschilt. In de NICU’s en de PICU’s heb je te maken met levensbedreigende situaties, waardoor je het belang van het bijhouden van je bezetting en het delen van plekken aan den lijve ervaart. In een klein ziekenhuis in de regio voel je dat logischerwijs veel minder.”
Met als gevolg, vertelt Antonius, dat de NVK toch regelmatig de algemene kinderafdelingen moest oproepen om hun bezetting bij te werken op de website. Een aansporing die vooral tijdens de jaarlijkse epidemie van het RS-virus in de winter navolging kreeg. Antonius: “Dan lagen alle afdelingen overvol en drong het door wat de waarde is van patiëntenspreiding. Maar na afloop van het RS-seizoen zwakte het altijd weer af.”
Landelijk Platform Zorgcoördinatie
Inmiddels is patiëntenspreiding in de kindergeneeskunde een volgende fase ingegaan. In 2024 werden babyzoektbed en ickindzoektbed geïntegreerd in het landelijke coördinatiesysteem LPZ (Landelijk Platform Zorgcoördinatie). In april van dit jaar volgde ook kindzoektbed. Daarmee zit voor Antonius en zijn websites het werk erop. Afgelopen zomer ontving Tim Antonius voor zijn baanbrekende werk de prestigieuze NVK Award.
Antonius: “Het LPZ, ontstaan tijdens de coronacrisis, is een professionele organisatie met veel kennis en expertise. Ook is er een goede overlegstructuur met alle betrokkenen in de kindergeneeskunde opgezet. Die zaken waarborgen de continuïteit en de verdere verbetering. Zo is het een groot voordeel dat de LPZ-dashboards kindergeneeskunde nu gekoppeld zijn aan de elektronische patiëntendossiers in de ziekenhuizen. Komt er een bed vrij, dan verschijnt dat vanzelf in het overzicht.”
“Het zou niet mogen gebeuren dat er wel een passende plek is voor een kind, maar dat je die niet kunt vinden”
Coronacrisis
Het belang van het delen van zorgcapaciteit staat anno 2026 wel op de kaart, zegt Antonius. En ja, daar heeft ook hij aan bijgedragen. Maar dat is niet te vergelijken met de impact van de coronacrisis, toen het zorgstelsel bijna bezweek onder de explosieve toename van volwassen patiënten op de IC’s. Antonius: “Nooit eerder was het belang van een goed landelijk systeem voor patiëntenspreiding zo zichtbaar. Dat inzicht is toen ook in de hoofden van de zorgverleners gaan zitten, en niet langer alleen in die van de managers.”
Kinderen en gezinnen profiteren ervan, zegt Tim Antonius. Toch kan er altijd nog meer gedaan worden om de juiste zorg op de juiste plek te realiseren, vindt hij. “Nog steeds kan het je als kinderarts overkomen dat je weet dat er een passende plek is voor een kind dat zorg nodig heeft, maar je die plek niet kunt vinden. Eigenlijk zou dat niet mogen gebeuren.”








