‘ Je wordt dood- en doodmoe van het ziekenhuis’

Vijftien jaar geleden werd Matthijs van Garderen geboren na 26 weken zwangerschap. Hij woog zeven ons en zijn kansen waren klein; toch redde hij het. Matthijs hield er wel beperkingen aan over, maar die horen er voor hem gewoon bij. Zijn vader Harold vertelt.

‘Op de neonatologieafdeling werkten ze op het randje van de mogelijkheden. Het was al proberend kijken of ze Matthijs in leven konden houden. Als ouders leef je in zo’n periode bij de dag. Matthijs kreeg infecties en twee hersenbloedingen, maar hij kwam er doorheen en na drieënhalve maand toen hij normaal gesproken geboren had moeten worden – kon hij mee naar huis. Hij was op dat moment net twee kilo, nog steeds een heel kleine baby.’

‘Door de hersenbloedingen is Matthijs halfzijdig verlamd, dus kwamen we in de kinderrevalidatie terecht. Later ging hij naar het speciaal onderwijs, en tegenwoordig zit hij op het reguliere vmbo. Tussen de bedrijven door is hij een aantal keren opgenomen, onder andere in verband met problemen met de drain die hij heeft om hersenvocht af te voeren en voor botox-behandelingen. De meest recente opname was dit voorjaar: toen hebben ze de groeischijven uit een van zijn knieën gehaald, omdat één been langzaam groeide. Daarom is zijn goede been ‘stilgezet’.’

‘Matthijs is continue revalidatie en af en toe een ziekenhuisopname gewend, hij is daar heel nuchter onder. Ik hoor dat ook van andere ouders van couveusekinderen. Het is iets totaal anders als een verder gezond kind een keer naar het ziekenhuis moet voor de amandelen of een gebroken been. Voor de ouders geldt dat net zo goed, trouwens. Maar ook al zijn wij het veel meer gewend, een paar dingen wennen nooit. Voor de zorg die Matthijs nodig heeft, moeten we naar het academisch ziekenhuis en daar heb je zo zes mensen rond je bed. En als je een speciaal geval bent, komen ze zelfs in drommen langs. Matthijs was altijd een heel vriendelijk en goedlachs joch – nu nog – en ik weet niet hoe vaak hij wel niet als proefobject is gebruikt voor onderwijs of onderzoek. Ik snap dat en ik heb enorme waardering voor wat ze in academische ziekenhuizen klaarspelen, alleen kan het echt te veel zijn.’

‘Wat ook zo blijft: je wordt dood- en doodmoe van het ziekenhuis. Je komt terecht in een logistiek systeem waarbij je nooit weet wat wanneer gebeurt. Dan wacht je uren op de dokter en ga je uiteindelijk toch maar een hapje eten, en dan mis je hem net. Het niet kunnen plannen, het rennen naar het restaurant en terug, de timing van de bezoeken, rooming-in en dan heb je thuis ook nog twee kinderen en ligt een academisch ziekenhuis meestal niet om de hoek. Eigenlijk is het bijna niet te doen. Ik zou wel eens willen weten in hoeverre ze in de ziekenhuizen zien hóe moe patiënten en ouders zijn op het moment dat ze worden ontslagen.’

‘Wat heel goed zou zijn, is als ziekenhuizen meer gaan werken vanuit de beleving van hun patiënten, dat ze leren kijken door de ogen van de patiënt. Zorgprofessionals denken vanuit hun beroep en denken daarom al snel te medisch-technisch. Verpleegkundigen hebben het zo druk dat zij ook eerder naar dan vanuit de patiënt kijken. Het zou helpen als zij meer een hostessfunctie krijgen op de afdeling, en als de dokter er meer te gast is. Dan zou de zorg vanzelf al meer klantgericht worden.’

‘Benoem het voordat ouders het zich afvragen’

Het leek vrij onschuldig. Lisanne (3 jaar) ademde snel en met een klein piepje erbij, dus nam haar moeder Joske Hoomans haar mee naar de huisarts. Het bleek een serieuze benauwdheidsaanval te zijn en de peuter werd met spoed opgenomen.

Joske Hoomans: ‘In het ziekenhuis moest Lisanne gelijk zeven minuten aan een vernevelingsapparaat. We kregen een kamertje toegewezen en daar ging ze aan de monitor. Ze kreeg iets om haar teen om het zuurstofgehalte te meten en plakkertjes op haar borst. Toen begon ze wel een beetje te sputteren, maar ze liet het toch allemaal toe. De verpleegkundigen deden het ook prima, ze legden steeds aan Lisanne uit wat er ging gebeuren. Wat ik fijn vond, was dat er al snel een pedagogisch medewerker kwam, die speelgoed voor haar ging halen.’

‘Om de drie uur moest ze aan de verneveling, en zo ging de dag voorbij. Rond half acht viel Lisanne na het vernevelen als een blok in slaap, ze was hartstikke moe. De verpleging had verteld dat ze misschien aan de zuurstof zou moeten, omdat het zuurstofgehalte kan dalen tijdens de slaap. Dat gebeurde inderdaad: ze sliep nog geen vijf minuten of het alarm ging af; moest ze uit haar diepe slaap worden gehaald. Dat was een drama, een uur lang was ze heel erg overstuur.’

‘Vooraf dacht ik dat Lisanne geen verneveling meer nodig had als ze zuurstof zou krijgen, maar dat was niet zo, het was én én. Dus na twee uur slapen moest ze opnieuw wakker worden gemaakt. Begon het verhaal van voren af aan, weer een uur lang overstuur. Dat ging de hele nacht zo door. Op een gegeven moment raakte ik erdoor geïrriteerd, ik dacht: “Ze ligt toch rustig, ze krijgt zuurstof, is dat nou echt nodig? Dat meisje moet ook slapen wil ze goed kunnen herstellen.” Het voelde als de langste nacht ooit.’

Ik was blij dat ik mijn moedergevoel had gevolgd

‘De ochtend erna gebeurde ook iets onplezierigs. In die periode had Lisanne moeite met poepen en dus hield ze het op. Maar uiteindelijk moest het er natuurlijk toch uit; dan vroeg ze om een luier en dat was dan de manier waarop het met heel veel pijn en moeite lukte. nu voelde ik aan dat het weer zo ver was, en dus wilde ik met haar naar de speelkamer. Daar kon ze rondlopen, had ze afleiding. Maar de verpleegkundige wilde haar niet van de monitor afhalen. Pas na veel praten zei ze: “Oké, heel eventjes dan.” Wij naar de speelkamer en binnen een kwartier was het voor elkaar. Ik was blij dat ik mijn moedergevoel had gevolgd. Natuurlijk had ook de verpleegkundige het beste voor met Lisanne, maar ik ken mijn dochter en ik ga op haar af.’

‘Al met al heeft lisanne drie dagen in het ziekenhuis gelegen. We zijn verder heel tevreden, maar de informatie had echt beter gekund. Waarom niet bij opname en aan het begin van iedere dag als verpleegkundige even tijd maken om vragen te beantwoorden en uitleg te geven? Achteraf begreep ik waarom het zo belangrijk was om ‘s nachts door te gaan met vernevelen. Ik had gewild dat ze me dat van tevoren hadden uitgelegd, dat had veel onrust voorkomen. Benoem het voordat ouders het zich gaan afvragen.’