In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Beatrix Kinderziekenhuis hier meer over.
Binnen het Beatrix Kinderziekenhuis wordt al langer gewerkt om MKS geïmplementeerd te krijgen en vanaf begin 2023 is hier écht serieus werk van gemaakt. Het vraagt een lange adem, maar levert ook zeker wat op.
Het BKZ heeft haar visie op integrale (kind)zorg duidelijk omschreven. Dit vormt een mooie basis om vanuit verder te werken. Met maar liefst 600 verpleegkundigen die moeten worden meegenomen in dit gedachtengoed is een lange adem nodig. De focus ligt nu op het scholen van de kinderverpleegkundigen. “In eerste instantie merkten we dat mensen dachten: oh nee, niet weer een project! Zegt Cecile Ketelaar, kwaliteitsadviseur en projectleider MKS. “Maar als je dan in gesprek gaat met mensen, klinische lessen aanbiedt en praat vanuit voorbeelden, dan merk je dat mensen enthousiast worden.”
Veranderingen kosten tijd, weet ook Michel van Vliet, kinderarts sociale pediatrie en medisch manager van de polikliniek kindergeneeskunde “We organiseren ook nu al MDO’s en brengen de vier leefgebieden in kaart, we zijn zo ontzettend gewend om vanuit het medische te denken dat daarin veranderen soms lastig is. Dat betekent dus dat we elkaar scherp moeten houden. En dan helpt het om overal in het ziekenhuis ambassadeurs te hebben, zodat we samen de kar kunnen trekken.”
Wat dit het ziekenhuis en de patiënt oplevert
Uiteindelijk zorgt de MKS-werkwijze ervoor dat de zorg beter op elkaar wordt afgestemd en beter past in het leven van kind en gezin. “Soms kom je er bijvoorbeeld tijdens een MDO achter dat iedereen net iets anders bedoelt. Bijvoorbeeld wanneer het gaat over een crisismaatregel. Dat soort discussies moet je eigenlijk voor zijn en daar kan MKS bij helpen” zegt Van Vliet. “En net zo belangrijk is het dat kind en gezin naar huis kunnen met een veilig gevoel, dit geldt voor zowel complexe als minder complexe zorgvragen. Dat ze denken: dit kunnen we.”
Tips voor andere ziekenhuizen en het delen van ervaringen
Het BKZ heeft de afgelopen jaren vooral gemerkt dat het helpt om het samen te doen en de lijntjes warm te houden. Komend jaar starten zij bijvoorbeeld met intervisie bijeenkomsten met verpleegkundigen van thuiszorg en ziekenhuis. “We merken dat vooral dicht bij de praktijk blijven enorm aanspreekt.” Zegt Gerda van Bergen, hoofd kinderverpleegkundige “en dat kan op allerlei manieren: vind ambassadeurs binnen je eigen organisatie, geef klinische lessen, maak de verbinding met thuiszorg organisaties, etc. “Houdt het paadje warm met aansprekende en praktisch toepasbare info voor de mensen op de werkvloer.”
In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Amphia Ziekenhuis hier meer over.
Mirjam Zeebregts, kinderverpleegkundige MKS 2023, is de drijvende kracht achter het invoeren van Medische Kindzorg Samenwerking in het Amphia ziekenhuis en in de regio Breda. Onder haar leiding worden de werkprocessen in het Amphia heringericht, zodat elk dossier van ieder kind dat na het ziekenhuis zorg nodig heeft informatie uit alle kinderleefdomeinen bevat. Ook zet Mirjam samenwerking op met aanbieders van zorg en ondersteuning buiten het ziekenhuis. Haar doel is standaard een warme overdracht en multidisciplinaire overleggen waaraan alle betrokkenen kunnen deelnemen. Verpleegkundig leiderschap is Mirjams drijfveer.
Al vanaf het begin af aan heeft Mirjam MKS gevolgd. Zij was degene die in haar ziekenhuis heeft gezegd: hier moeten we iets mee. “De MKS-visie sluit aan bij de onze, zei ik, er is landelijk een werkwijze ontwikkeld, de beroepsverenigingen staan erachter – wij moeten dit gewoon gaan doen. En wij als verpleegkundigen moeten daarbij in de lead zijn. Vanuit die gedachte is er in het ziekenhuis subsidie vrijgemaakt, waardoor ik aan de slag mocht om MKS in Amphia op te gaan zetten.”
En dat ging niet vanzelf en was niet altijd eenvoudig vertelt Mirjam. Soms is er weerstand en er zijn tegenslagen. Ook is nog niet duidelijk hoe de financieringsstromen gaan lopen en in het ziekenhuis is dat wel een belangrijk gegeven. Ook zitten mijn collega’s niet te wachten op extra werk. Ik waak er dan ook voor dat zij door MKS taken erbij krijgen, de werkdagen puilen al uit. “Het is ontzettend leuk om te zien dat steeds meer collega’s in Amphia enthousiast raken over MKS. Vooral als ze doorkrijgen dat MKS betekent dat je gezamenlijk, binnen en buiten het ziekenhuis, gewoon de zorg en ondersteuning levert die kind en gezin nodig hebben en die bij hun past.”
Welke eerste stappen raad jij andere kinderverpleegkundigen aan?
Een mooi begin is om te kijken naar wat er al is. “Veel dingen worden al gevraagd en genoteerd, maar dan gaat het soms om losse flodders. Als kinderverpleegkundige kun je bijvoorbeeld starten met in je rapportage aandacht te geven aan alle vier de kinderleefdomeinen. “Het is de kunst om het niet te groot te maken, om het met elkaar te doen en vooral om keuzes te maken. Je kunt niet alles tegelijk aanpakken, dat zorgt alleen maar voor teleurstellingen. Je wil vooral dat het uiteindelijk werkt.”
Kinderen die medische zorg nodig hebben en hun ouders willen dat de zorg in hun leven past. Daarvoor is het essentieel dat kind en gezin samen beslissen met zorgverleners en zelf de regie voeren over hun zorg. In het huidige proces van indicatiestelling voor zorg in de eigen omgeving is dit goed geregeld, met een centrale rol voor kind, ouders en de kinderverpleegkundige. Ook de overige betrokken zorg- en hulpverleners hebben er een relevante rol in. Het is dan ook van groot belang dat de huidige werkwijze blijft bestaan.
Dat is de boodschap van Stichting Kind en Ziekenhuis aan de politiek aan de vooravond van het debat in de Tweede Kamer over de medische kindzorg.
Huidige werkwijze verloopt steeds beter
In een brief aan staatssecretaris Maeijer en de vaste kamercommissie van VWS stelt directeur-bestuurder Hester Rippen-Wagner dat het indiceren van zorg door kinderverpleegkundigen over het algemeen zorgvuldig verloopt.
In de afgelopen jaren komen steeds minder casussen bij Kind & Ziekenhuis terecht waarin ouders vastlopen. Ook van organisaties, werkgroepen en officiële loketten die helpen om knelpunten in het indicatieproces op te lossen hoort Kind & Ziekenhuis dergelijke geluiden. Dit is een teken dat het indiceren en daarmee de zorg steeds beter aansluit bij de behoeften van gezinnen, aldus Kind & Ziekenhuis.
Rol van kinderverpleegkundigen
“We vinden het daarom van groot belang dat het indicatieproces zoals het nu is vormgegeven in de Handreiking Indicatieproces Kindzorg (HIK), en daarmee de huidige rol van kinderverpleegkundigen, behouden blijft. In de huidige werkwijze dragen kinderverpleegkundigen bij aan het mogelijk maken van de beste zorg voor het kind en zijn zij een gelijkwaardig klankbord voor de ouders. Alle andere betrokken zorg- of hulpverleners hebben in het huidige proces ook een relevante rol,” aldus Hester Rippen-Wagner in de brief.
Draagkracht van het gezin
In de brief benadrukt Kind & Ziekenhuis dat samen beslissen en regie voeren niet alleen essentieel is voor het welzijn van het kind, maar ook voor de draagkracht van het gezin. “Wij zien dagelijks dat ouders die zich gehoord en ondersteund voelen, beter in staat zijn om de zorg voor hun kind te organiseren zonder zichzelf uit het oog te verliezen.”
Kind & Ziekenhuis roept de politiek dan ook op om vertrouwen te hebben in de autonomie van indicerend kinderverpleegkundigen en van de gezinnen zelf.
Medische Kindzorg Samenwerking (MKS)
In de brief wijst Kind & Ziekenhuis verder op het belang van het centraal blijven stellen van kind en gezin, in het ziekenhuis maar zeker ook in de eigen omgeving. Kinderen kunnen na een ziekenhuisopname steeds eerder naar huis. Dit is waardevol, maar vraagt om goede afstemming en samenwerking tussen kind, ouders en alle betrokken zorgprofessionals.
Medische Kindzorg Samenwerking is de beste manier om dit te organiseren. Het indiceren volgens de HIK sluit hier naadloos op aan, én heeft laten zien dat het indiceren enorm is verbetert. Deze door alle kindzorgpartijen onderschreven en afgesproken werkwijzen zorgen ervoor dat kind en gezin de regie kunnen voeren over hun leven en de zorg die daarbij past. Kind & Ziekenhuis vraagt de politiek daarom de huidige indicatie volgens de HIK te handhaven.
Aandacht voor knelpunten
Kind & Ziekenhuis vraagt tenslotte aan de politiek om aandacht te hebben voor een aantal knelpunten. Zoals aandacht voor casussen waarin het indiceren van zorg toch nog vastloopt, bestaanszekerheid voor PGB-gebruikers, het (nog) ontbreken van goede digitale gegevensuitwisseling, niet-optimale samenwerking tussen de loketten van Jeugdwet, Wmo en Zorgverzekeringswet, ongelijkheid in vergoedingen en de niet-optimale overgang van kindzorg naar volwassenenzorg.
In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt Kinderzorg Bijzonder hier meer over.
KinderZorg Bijzonder biedt eerstelijnszorg voor kinderen van 0 tot 23 jaar. De hulpbehoeftescan heeft een vaste plek in de werkwijze. Wanneer een zorgvraag binnenkomt wordt altijd gevraagd naar de hulpbehoefte van kind en gezin. Onder andere door het laten invullen van de hulpbehoeftescan door ouders, maar ook door het laten invullen van een cliëntverhaal door het kind.
Denise (eigenaar) geeft aan “Bij aanmelding van het kind wordt via ‘Carenzorgt’ (dit is het patiënt portaal van Nedap) de mogelijkheid geboden om digitaal een hulpbehoeftescan en intake formulier in te vullen. Daaropvolgend gaat de indicatiesteller op indicatiegesprek waarin de zorgvraag en hulpbehoefte samen met kind en gezin wordt vastgesteld op alle kinderleefdomeninen. Samen met kind en gezin kijken we wat nodig is en wat wij daarin kunnen bieden. Het kind kan zelf een ‘cliëntverhaal’ invullen over wie hij/zij is en wat hij/zij belangrijk en/of leuk vindt.”
Verdieping na MKS Advies Visitatie
“Het hoofddoel van KinderZorg Bijzonder is het in balans houden van draaglast en draagkracht van ouders.” gaat Denise verder. “In de gesprekken die wij voeren met ouders staat deze vraag altijd centraal. Wanneer blijkt dat de draaglast niet in verhouding is met de daadkracht, wordt met elkaar gekeken wat er kan worden bijgesteld.”
Tijdens de MKS Advies Visitatie bleek dat door de ouders de ‘draagkracht/draaglast’ werd gescoord met één rapportcijfer. Tijdens het bezoek is de suggestie gedaan om deze score uit te breiden voor een rapportcijfer over alle vier de leefdomeinen (sociaal, ontwikkeling, medisch en veiligheid). Zo kan nog beter het goede gesprek worden gevoerd over waar eventueel extra zorg of ondersteuning nodig is.
Tips voor andere organisaties
Onze tips aan anderen is om Stichting Kind en Ziekenhuis zeker een keer mee te laten kijken naar het intake- en zorgproces. Zo kun je zien wat je in de organisatie nog allemaal kunt verbeteren, maar ook zeker wat je al allemaal juist doet. Zo deden wij blijkbaar al veel meer in de trant van MKS dan dat we van te voren in de gaten hadden.
Daarnaast hebben wij ervaren dat als cliënten zelf de intakeformulieren invullen, je er veel beter achter komt wat belangrijk is in het leven van en zorg voor de cliënt. Daarbij is het ook belangrijk om de administratieve last zoveel mogelijk te beperken. Doordat Stichting Kind en Ziekenhuis met ons mee keek, kwamen wij erachter dat we soms wel 3x dezelfde vraag stelden. Wij gaan er het komende jaar dan ook mee aan de slag om de informatie die we nodig hebben zoveel mogelijk te bundelen en overbodige vragen te schrappen.
In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Deventer Ziekenhuis hier meer over.
Kinderen met een zorgbehoefte na het ziekenhuis is geen dagelijkse kost in het Deventer Ziekenhuis. Toch besloten zij ongeveer 5 jaar geleden om te starten met een MDO met kind en gezin als gelijkwaardige gesprekspartner. Het gaat dan bijvoorbeeld om het bespreken van kinderen die met een sonde of antibiotica IV naar huis gaan. Daarnaast worden ook MDO’s van psychosociale opnames met kind en gezin gedaan (eetproblematiek, slaapproblematiek, onveilige thuissituatie)
Inmiddels zijn de agenda’s van alle betrokkenen bij kindzorg in het Deventer Ziekenhuis op donderdag tussen 12u en 13u gereserveerd voor het MDO. Zowel vanuit het ziekenhuis als vanuit de eerstelijn kan worden aangesloten. Denk aan: kinderartsen, diëtisten, fysiotherapeuten, logopedisten, kinderverpleegkundigen, thuiszorg, jeugdpsychiatrie en gemeente. Wie niet mogen ontbreken? Ouders en kinderen zelf, want zij zijn er natuurlijk bij.
Hans van der Deure, kinderarts in Deventer Ziekenhuis geeft aan: “We zijn circa 5 jaar geleden gestart met deze manier van werken. Dit kwam voort vanuit de vaststelling dat ouders en kinderen soms andere doelstellingen hebben dan wij als zorgprofessionals. We merkten dat we soms langs elkaar heen praatten en dat was zonde. De invoering van het MDO met ouder en kind ging wel gepaard met wat scepsis. Als zorgprofessionals zijn we nou eenmaal gewend om eerst te bedenken wat goed is voor de ander en dat vervolgens aan hen voor te leggen. Ook dachten we dat ouders en kinderen deze rol niet konden spelen. Het is mooi om te zien dat het nu bij ons eigenlijk heel normaal is dat we dit zo doen.”
Wat het MDO het ziekenhuis en de patiënt oplevert
De eerste stap was het visite lopen aan bed. De kinderarts en de verpleegkundige bespreken hoe het gaat en bepalen beleid samen met kind en ouder. Hierover waren alle betrokkenen positief, omdat beslissingen worden genomen waarbij rekening wordt gehouden met wensen en behoeften van ouders.
Een volgende stap was het doen van MDO’s met kind en gezin. Alle betrokkenen disciplines werden uitgenodigd. Er vormt zich op de patiëntenkamer een grote kring waar kind en ouder onderdeel van zijn. Alle zorgprofessionals geven inbreng over de zorg die geleverd wordt vanuit zijn vakgebied. Na een aantal MDO’s is geëvalueerd: iedereen was positief. Ouders gaven aan dat zij zich gehoord en serieus genomen voelen. Daarnaast vinden zij het prettig om deel uit te maken van beslissingen die gemaakt worden. Het verminderd onzekerheid over afspraken/beleid tijdens de opname omdat tijdens het MDO alles wordt besproken. De zorgprofessionals vinden het prettig om op de hoogte te zijn van de afspraken die gemaakt zijn en in dezelfde koers vooruit te gaan. Doordat kind en ouders goed geÏnformeerd zijn tijdens het MDO, zorgt dit ook voor minder vragen van hen tijdens de rest van de opname.
Bij kinderen opgenomen met eetproblematiek waarbij in de thuissituatie al een behandelaar vanuit de jeugdpsychiatrie betrokken was, merk je dat het prettig is dat een behandeling die al was opgestart goed voortgezet kan worden. De behandelaar heeft tijdens een MDO naast de eigen kinderarts een grote rol. Soms merk je wat spanning bij tieners met eetproblematiek, omdat beslissingen die tijdens een MDO gemaakt worden van invloed zijn op de rest van de opname. Toch kiezen bijna alle tieners er ook bij een volgende keer weer voor om erbij te zijn. Soms is de inbreng van de tiener dan zelf niet groot, maar dit wordt ook niet verwacht. Ze horen wel wat er wordt besproken en begrijpen beslissingen op deze manier beter.
Samengevat zorgt deze manier van werken voor een betere samenwerking tussen professionals. Daarnaast zorgt het voor minder stress bij kind en ouder omdat zij goed geïnformeerd zijn en een grote stem hebben in beslissingen die worden gemaakt.
In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt Slingeland Ziekenhuis hier meer over.
Eigenlijk liep alles op de afdeling al goed, dit bleek ook uit de feedback van patiënten. Toch wilde Slingeland kritisch naar zichzelf kijken omdat er nou eenmaal altijd ruimte is voor verbetering. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij was dat de veranderingen gedragen werden door het team en moesten plaatsvinden in een veilige omgeving.
Het begon allemaal met de vraag aan Kinderthuiszorg of zij verbeterpunten zagen voor de samenwerking. Daarop volgde een best kritische mail. Dit was even slikken, in het ziekenhuissysteem kwamen namelijk geen klachten naar voren. Veronie Gebbinck (teammanager vrouw & kind) begreep wel waar de kritiek vandaan kwam en besloot om samen met haar team in een veilige omgeving aan de slag te gaan om samen te leren. De sleutel? Gezamenlijke gedragenheid. Want als je de veranderingen als groep gedragen hebt, dan maak je ook dat het geborgd wordt.
Wat heeft het kind nodig om thuis weer mee te kunnen draaien?
Het uitgangspunt is eigenlijk heel eenvoudig. En dat is de vraag wat een kind nodig heeft zodat het thuis weer mee kan draaien. Als ziekenhuis zou je dus altijd de vraag moeten stellen aan kind en gezin wat hiervoor nodig is. Veronie “We willen de kinderleefdomeinen steeds meer en nadrukkelijker toepassen. En eigenlijk is dit helemaal niet zo’n groot iets. Maar als je het zo benoemd in het land en je weet niet wat het betekent, dan klinkt het als iets heel ingewikkelds. Zeker voor jonge professionals.” “Het hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn”, zegt Veronie “als een kind bijvoorbeeld zegt dat ze graag weer zou willen voetballen als ze thuis is, dan kan het zomaar zo zijn dat er een potje wordt gevoetbald op de gang.”
Stage lopen bij elkaar
In het Slingeland zijn er hele korte lijnen met de kinderthuiszorg. Het uitgangspunt is dat kinderen thuis moeten zijn tenzij. Onlangs is een blauwdruk interprofessionele thuiszorg ontwikkelt in samenwerking met RUMC, UMCG en de kinderthuiszorg, waarin dit uitgangspunt wordt onderstreept. De jarenlange samenwerking(15 jaar) tussen Slingeland Ziekenhuis en kinderthuiszorg onderschrijft dit. Wanneer een kind naar huis gaat met zorg is er nagenoeg altijd een warme overdracht met de kinderthuiszorg, niet alleen bij complexe medische gevallen. Voor ons is dat normaal.
Heel praktisch lopen kinderverpleegkundigen van het ziekenhuis ook stage bij de kinderthuiszorg en vice versa. Voordeel is dat kinderverpleegkundigen elkaars wereld leren kennen, maar misschien nog veel belangrijker: elkaar leren kennen. Dat praat nou eenmaal makkelijker.
Visites aan bed niet eerst voorbespreken, maar meteen met kind en gezin
Om te veranderen gaan wij er in Slingeland vanuit dat je het beste kunt beginnen daar waar de energie zit. Neem twee verbeterpunten en ga daarmee aan de slag. In het Slingeland Ziekenhuis werden ze daarbij ondersteund met gelden van het Safety2 project. Dit is gericht op al werkend onderzoek doen in de praktijk. Ook is er ondersteuning geweest vanuit de afdeling kwaliteit, die ervaring hebben met dit soort trajecten.
Rianne Godschalk (kinderverpleegkundige) geeft als concreet voorbeeld de visite aan bed. “Voorheen bespraken we de visite aan bed voor tussen arts, kinderverpleegkundige en medisch pedagogisch zorgverlener (MPZ), zonder het kind en zonder de ouder. Eigenlijk kwamen we dan aan het bed en zeiden we: zullen we samen beslissen over wat wij al bedacht hebben? Er waren veel beren op de weg om de visites te veranderen: want, dat kon toch helemaal niet? Dat zou toch heel veel tijd kosten? Wat blijkt? Het levert zelfs tijd op en het is leuker! Het is ook wennen, met name in de praktische zaken zoals planning en logistiek. Al doende leert men, dus dat gaat steeds beter.”
Een mooi voorbeeld is een casus van een kind met ernstige astma exacerbaties. Moeder bleek al veel ervaring te hebben hiermee doordat een ouder broertje dit ook had. De signalen die moeder gaf werden vanaf het eerste moment serieus genomen waardoor uiteindelijk de behandeling ook anders is ingestoken.
“We merken soms ook dat het voor kinderen overweldigend kan zijn, al die mensen aan bed” vervolgt Rianne. “Ook daar leren we van. Zo gaf een medisch pedagogisch zorgverlener aan ons terug dat er niemand was die na de visite aan bed terug ging naar het kind om te vragen hoe het ermee was. We schaven dus ook steeds bij.”
Tips voor andere organisaties
Onze tip is om niet te ingewikkeld te denken en de samenwerking op te zoeken. Ook is het belangrijk om te beginnen waar de energie zit en om te kijken welke (financiële) mogelijkheden er zijn om de verandering voor elkaar te krijgen. Wees niet bang om het verkeerd te doen, maar begin met elkaar in een veilige omgeving.
Kind & Ziekenhuis start volgende week met de online bewustwordingscampagne van het project ‘Een grote stem voor kleine mensen’. Hierin vragen kinderen met een aandoening aan zorgverleners om even stil te staan en écht naar ze te luisteren – al is het maar heel even. Op de campagnepagina’s op de website van Kind & Ziekenhuis vertellen ze waarom dat zo belangrijk is.
Met de campagne willen wij – de kinderen en Kind & Ziekenhuis – duidelijk maken dat écht meepraten en meebeslissen in behandeling en zorg essentieel is voor kinderen met een aandoening. Aan de hand van hun eigen ervaringen laten de kinderen zien dat ‘echt samen beslissen’ een voorwaarde is om hun eigen leven vorm te kunnen geven. Ze nodigen zorgverleners daarom uit om even stil te staan bij hun verhaal – in woord, beeld en geluid.
Hun eigen leven leiden
De kinderen zijn voor de campagne uitgebreid geïnterviewd en gefotografeerd. In hun verhalen staat hun leven centraal en niet hun aandoening, ook al speelt die wel een beperkende en soms zelfs bepalende rol. De kinderen maken duidelijk dat ze hun eigen leven willen leiden en hun eigen keuzes willen maken. De zorg moet daarom passen bij hun leven. Zorgverleners kunnen helpen, zeggen ze, door de stem van kinderen de ruimte te geven, écht naar ze te luisteren en ze optimaal te betrekken bij de behandeling en de zorg.
Concept ‘samen beslissen’
In het project ‘Een grote stem voor kleine mensen’ is de afgelopen twee jaar onderzocht wat kinderen zelf vinden van het concept van ‘samen beslissen’ en wat zij nodig hebben om hun stem te kunnen laten horen. Ook is onderzocht hoe gespreksinstrumenten als de Kindtool Mijn positieve gezondheid en de IMPACT-tool daarbij kunnen worden ingezet. De inzichten zijn verwerkt in meerdere onderwijsproducten over samen beslissen met kinderen, variërend van zelfstudie via e-learning tot een intensieve implementatiescholing voor het hele team.
Zorginstituut Nederland (ZIN)
Het project loopt tot september en vindt plaats in het kader van de subsidieregeling Leren gebruiken van uitkomstinformatie voor Samen beslissen van Zorginstituut Nederland (ZIN). Partners in het project zijn de MKS-partijen (Medische Kindzorg Samenwerking): Kind & Ziekenhuis, branchevereniging BINKZ, Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg en de beroepsverenigingen Kinderverpleegkunde.nl, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en V&VN Vrouw en Kind.
Voorzichtig, maar onmiskenbaar beginnen de muren tussen kinderverpleegkunde binnen en buiten de muren van het ziekenhuis af te brokkelen. Vooroplopers zijn onder meer de transmuraal werkende kinderverpleegkundigen. Zij brengen de wereld van het ziekenhuis en die van de kindzorg thuis langzaam maar zeker bij elkaar.
Dat is echt iets voor mij, dacht Jorien Bouma, toen ze de vacature zag voor een opleidingsplaats tot transmuraal kinderverpleegkundige. “Het medische aspect van het werken in het ziekenhuis trekt me heel erg, maar de kinderthuiszorg heb ik ook altijd interessant gevonden. Zeker toen ik ontdekte welke mogelijkheden er thuis allemaal zijn. Ik vind het een mooie uitdaging om eraan bij te dragen dat die overgang van ziekenhuis naar thuis voor kind en gezin soepel verloopt.”
Jorien is als kinderverpleegkundige transmuraal opgeleid. Ze is in dienst bij het Beatrix Kinderziekenhuis van het UMC Groningen, waar ze elke maand twee weken werkt. De andere twee weken is ze werkzaam bij KinderThuisZorg Nederland. Ze vormt nu nog een koppel met Rianne Doornbos, die het werken binnen en buiten de ziekenhuismuren om de maand afwisselt.
Transmurale samenwerking
De transmuraal werkende kinderverpleegkundige gaat de muren tussen beide werelden verder afbreken in de regio Groningen. Want dat is het idee achter het transmuraal opleiden en werken, zegt Jorien. “Als transmuraal werkende kinderverpleegkundige bevorder je de samenwerking tussen de zorg binnen en buiten het ziekenhuis. We zijn in beide disciplines opgeleid en werken nu in beide settings.”
Jorien en Rianne delen continu hun ervaringen in beide werelden met hun collega’s. Rianne: “De manier van werken in de ziekenhuizen verschilt toch nog steeds met die in de kinderthuiszorg. Ook tussen ziekenhuizen onderling is er veel variatie in onder meer protocollen. Een warme overdracht gaat veel makkelijker als je de werkwijze van de ander goed kent.”
“We horen: wat fijn dat we jullie ook hier tegenkomen, wat mooi dat dit kan!”
Jorien en Rianne zien veel enthousiasme over hun dubbelrol. Bij collega’s, die een steeds beter beeld krijgen van de ins en outs van die andere werkplek van Jorien en Rianne. Maar ook kinderen en gezinnen. Jorien: “Wij komen in het ziekenhuis regelmatig kinderen tegen die we kennen uit de kinderthuiszorg, en andersom. Voordeel is dan dat je meteen de hele situatie rond het kind kent.”
Rianne: “Het is zo leuk als kind en het gezin jou herkennen! We horen dan vaak: wat fijn dat we jullie ook hier tegenkomen, wat mooi dat dit kan. Een vertrouwd gezicht geeft een veilig gevoel. Dat is goud waard.”
Maar ook in andere situaties bewijst het transmuraal werken zijn meerwaarde, zegt Jorien. “We kennen natuurlijk onze collega’s in het ziekenhuis en in de kinderthuiszorg heel goed. Dus in de dagelijkse zorg voor kinderen zijn de lijntjes heel kort. Je belt makkelijk even een collega in de andere setting. Of je zoekt snel even iets op, we hebben immers toegang tot beide digitale systemen.”
Een uitdaging
De samenwerking tussen het Beatrix Kinderziekenhuis en KinderThuisZorg in Groningen rond het gezamenlijk opleiden en aanstellen van transmurale kinderverpleegkundigen werd een paar jaar geleden opgezet als pilot.
In algemene zin ziet men in het land de meerwaarde van transmuraal werken. Ook op een aantal andere plaatsen in Nederland zijn ziekenhuizen en kinderthuiszorgorganisaties transmurale pilotprojecten gestart. Het blijkt nog niet heel makkelijk om voor twee organisaties te werken, onder meer qua arbeidscontract en dienstroosters. Het CWZ ziekenhuis in Nijmegen is daarom samen met onder anderen KinderThuisZorg Nederland een grootschalig onderzoek gestart naar de meest optimale inzet van transmuraal opgeleide kinderverpleegkundigen.
Jorien en Rianne kunnen zich voorstellen dat het vormgeven van transmurale werkplekken een uitdaging kan zijn. Maar aan de andere kant: het is ook pionieren, je loopt voorop en dan is de praktijk soms weerbarstig. Ze geloven allebei dan ook dat transmurale kinderverpleegkundige zorg de toekomst heeft.
Jorien: “Sinds kort biedt de HBO-V opleiding in Groningen stages in de kinderthuiszorg aan. Ook dat is natuurlijk een heel goede ontwikkeling, dat je in de opleiding al met beide settings kennismaakt. De leerlingverpleegkundigen zijn er zeer enthousiast over.”
Geen muur
“Je merkt gewoon aan alles hoe goed het is voor kind en gezin als er een vloeiende overgang is van het ziekenhuis naar thuis”, zegt Rianne. “Soms is het wel zoeken naar je rol. Maar op een ander moment krijg je weer een enthousiaste reactie, of word je weer bij een project betrokken vanwege je transmurale functie. Dan lever je via dat project ook weer een bijdrage. Het zijn kleine stapjes, maar met elk stapje raak ikzelf ook weer enthousiaster.”
Het project ‘Een grote stem voor kleine mensen’ loopt tot 1 september 2024. Wat heeft het dan opgeleverd? In ieder geval een uitgebreid onderwijspakket waarmee in principe iedere kindzorgprofessionals zichzelf kan bekwamen in hoe je dat nou doet, samen beslissen met kinderen. Variërend van zelfstudie via e-learning tot een intensieve implementatiescholing voor het hele team.
Zorgverleners in de kindzorg, zowel binnen als buiten het ziekenhuis, willen graag samen beslissen met kinderen, bleek eerder uit onderzoek door Kind & Ziekenhuis. En ze willen graag weten hoe je dat doet. Na vele masterclasses en kennissessies beaamt Cecilia Kalsbeek, projectleider én een van de trainers van het project ‘Een grote stem’ dat zorgverleners in de kindzorg inderdaad leergierig zijn.
Kwartje is gevallen
“Het kwartje is overal wel gevallen dat samen beslissen met kinderen écht iets anders is dan met volwassenen”, zegt Cecilia. “Kinderen hebben een totaal andere belevingswereld, en dat vergt een specifieke benadering. Daarom werkt het zo goed dat in al ons onderwijs de door kinderen ontwikkelde schijf van vijf (zie onder dit artikel) leidend is. Wat verwachten zij van samen beslissen en wat hebben ze daarbij van jou als zorgverlener nodig? Liefst verteld door kinderen en jongeren zelf, hetzij via een filmpje, hetzij live.”
State-of-the art expertise
In de afgelopen twee jaar ontwikkelde het projectteam samen met kinderen, ouders, experts én zorgverleners zelf state-of-the art expertise, die na de einddatum van het project op1 september door Kind & Ziekenhuis en haar samenwerkingspartners wordt aangeboden. Er zijn 4 verschillende onderwijsproducten, variërend van zelfstudie tot een implementatiescholing. “Het pakket is zo samengesteld dat we in principe iedere zorgprofessional en iedere zorgorganisatie die met kinderen werkt op maat kunnen bedienen,” aldus Cecilia Kalsbeek.
1. E-learning
Deze zomer wordt de laatste hand gelegd aan een primeur: een e-learning volledig gewijd aan samen beslissen met kinderen. Een laagdrempelige kennismaking met het thema voor in prinicipe iedere kindzorgprofessional, die samen beslissen met kinderen en het gebruik van gespreksinstrumenten in al zijn facetten behandelt. De e-learning bevat onder meer filmpjes, animaties en voorbeelden van praktijksituaties.
“De e-learning ontwikkelen we op uitdrukkelijke verzoek van zorgprofessionals,” zegt Cecilia Kalsbeek. “Zelfstudie over samen beslissen specifiek met kinderen bestaat nog niet. We zijn trots dat we hem straks kunnen presenteren.”
2. Kennissessie
Ook laagdrempelig en voor een breed publiek (in de kindzorg) is de Kennissessie Samen beslissen met kinderen en met elkaar. De Kennissessie, waar er deze zomer 2 van zijn gehouden heeft een open inschrijving, duurt een dagdeel en vindt live plaats door het hele land. Tijdens de sessie komt in principe alle expertise die tijdens het project is opgedaan aan bod, én wordt de link gelegd tussen samen beslissen en Medische Kindzorg Samenwerking (MKS).
“Met de Kennissessie willen we bereiken dat bij veel zorgverleners in het hele land het vonkje overspringt,” aldus Cecilia Kalsbeek. “We hopen dat mensen enthousiast worden en liefst ook in hun eigen team of organisatie ermee aan de slag gaan. Speciaal daarvoor ontwikkelen wij nu een spel, een serious game, waarmee je spelenderwijs samen beslissen met kinderen een stapje verder brengt.”
3. Masterclass
De Masterclass Samen beslissen met kinderen is het basisproduct in het onderwijspakket. Een dagdeel onderwijs voor jouw team of zorgorganisatie over samen beslissen in al zijn facetten, die wel wat meer de diepte ingaat, aldus Cecilia Kalsbeek. “Omdat de training incompany is, kan de inhoud op specifieke situaties die vaak voorkomen in jouw organisatie worden toegesneden. We hebben de Masterclass al vaak gegeven. Wat leuk is dat we ook vaak nieuwsgierige zorgverleners van andere disciplines aantreffen.”
4. Implementatiescholing
Het vierde onderwijsproduct uit het pakket is de meest intensieve. De implementatiescholing voor teams of zorgorganisaties, net als de Masterclass. In 4 dagdelen komen alle aspecten van samen beslissen met kinderen voorbij en oefen je met gedrag aan de hand van concrete voorbeelden uit de praktijk. In verschillende interactieve werkvormen. Waarbij ervaringsleren voorop staat. De modules kunnen los van elkaar worden gegeven, maar zijn zo opgezet dat ze elkaar aanvullen en daarmee een mooi afgerond geheel vormen. Samen beslissen met kinderen vormt het uitgangspunt en wordt geplaats in het grotere geheel van kind- en gezinsgerichte zorg.
Attitudetraining
“Ja, het is echt een attitudetraining”, aldus Cecilia Kalsbeek. “Best intensief, maar ook heel waardevol. Je merkt tijdens zo’n meerdaagse scholing dat er op een zeker moment een omslagpunt is, dat ‘we het allemaal ineens doorhebben’. Mooi om te zien, en ik denk dan ook: hier gaan ze vanaf nu samen beslissen zoals het bedoeld is, dit gaat niet meer weg. En daar doen we het natuurlijk voor.”
Wie maken het onderwijs?
De onderwijsproducten ‘Samen beslissen met kinderen’, zijn tot stand gekomen in samenwerking met o.a. Alice Bakker (onderwijskundige, e-learning), Christel van Batenburg, Anjet Brouwer-van Dijken, Cecilia Kalsbeek, Wing Yan Man (serious game), zorgverleners en medewerkers van KinderThuisZorg Nederland, Tergooi MC en LUMC Willem-Alexander Kinderziekenhuis, kinderen, ouders en leden van de expertgroep ‘Grote Stem’.
Wat is de ‘schijf van vijf’ voor samen beslissen met kinderen?
De schijf van vijf is wat kinderen zeggen nodig te hebben van zorgverleners om samen te kunnen beslissen:
Geef onze stem de ruimte.
Gun ons de tijd om te bedenken wat wij belangrijk vinden.
Luister écht naar ons.
Vertel ons steeds alles, in taal die wij begrijpen.
Het project ‘Een grote stem voor kleine mensen’ vindt plaats in het kader van het programma Leren gebruiken van uitkomstinformatie voor Samen beslissen van Zorginstituut Nederland. De jaargang 2022 staat in het teken van Samen beslissen met kinderen met als doel meer zeggenschap voor kinderen over hun zorg. Het Zorginstituut voert deze regeling uit in opdracht van het ministerie van VWS.
Het project richt zich in eerste instantie op kinderen die ook zorg nodig hebben in de eigen omgeving (MKS). De begeleiding door zorgverleners vindt plaats in de fase in MKS waarin bekeken wordt welke zorg een ondersteuning een kind in de eigen omgeving moet krijgen (fase ‘hulpbehoeftescan’).
Samenwerking
Kind & Ziekenhuis werkt in het project samen met de andere MKS-partners: Kenniscentrum kinderpalliatieve zorg, Kinderverpleegkunde.nl, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), V&VN Kinderverpleegkunde en Brancheorganisatie Integrale Kind Zorg (BINKZ).
Ook nemen deel KinderThuisZorg Nederland, diverse experts en andere patiëntenorganisaties. Maar de grootste rol in het project is weggelegd voor de kinderen zelf.
Meer weten over het project ‘Een grote stem voor kleine mensen’? Klik hier.
De samenwerkende partijen in de medische kindzorg (Medische Kindzorg Samenwerking partners*) hebben hun zorgen geuit over de impact van de voorgestelde wijzigingen in de Wet langdurige zorg (Wlz) zoals aangekondigd door demissionair minister Helder in haar kamerbrief van 15 april 2024. De wijzigingen, die een doelmatigheidsbesparing van € 170 miljoen vanaf 2025 beogen, zouden volgens de MKS-partners ernstige gevolgen hebben voor gezinnen met kinderen die medische en palliatieve zorg nodig hebben.
In haar kamerbrief stelt minister Helder dat zorgaanbieders een efficiëntieslag binnen de Wlz moeten maken, waarbij een structurele taakstelling op de tarieven van zorgzwaartepakketten (zzp’s) wordt doorgevoerd. De MKS-partners wijzen erop dat dit besluit ingrijpende gevolgen zal hebben voor de circa 10.615 kinderen met een Wlz-indicatie (peildatum november 2022, Staat van Volksgezondheid en Zorg). Vooral voor de 5110 kinderen die intensieve medische en verpleegkundige zorg nodig hebben, is de bestaande zorgprofielstructuur ontoereikend.