Geboortezorg: Meer aandacht voor leefstijl en sociale omstandigheden

Er is in de geboortezorg meer aandacht nodig voor leefstijl en sociale omstandigheden van gezinnen. Dat was de belangrijkste uitkomst van het in december 2020 verschenen RIVM-onderzoek Beter weten, een beter begin naar de stagnerende daling van de babysterfte in Nederland. Overgewicht, obesitas en sociaaleconomische factoren zijn de belangrijkste risicofactoren voor sterfte rond de geboorte.

Aanleiding voor het onderzoek waren de verontrustende cijfers van de afgelopen jaren over de babysterfte in Nederland. Terwijl het aantal pasgeborenen dat rond de geboorte overlijdt in het afgelopen decennium sterk daalde, stagneerde deze trend vanaf 2015. De laatste jaren is er zelfs weer sprake van een lichte stijging.

Die toename is verontrustend, omdat de geboortezorgpartijen (onder meer de verenigingen van gynaecologen, verloskundigen en kinderartsen) sinds 2009 intensief met elkaar en met de overheid samenwerken om de babysterfte in Nederland terug te dringen. Destijds bleek het Nederlandse cijfer veel hoger te liggen dan dat in andere westerse landen. Het RIVM-rapport markeert daarom een belangrijk moment in de geboortezorg, hoewel het door de coronacrisis weinig aandacht kreeg in de media.

Het kabinet vroeg het RIVM uit te zoeken wat de oorzaken zijn van de stagnerende daling en recente stijging. De verandering in de cijfers blijkt niet zozeer te maken te hebben met kenmerken van de moeder en de geboortezorg, vond het RIVM uit, zoals leeftijd van de moeder, inleidingen tijdens de bevalling, de overdracht naar de het ziekenhuis of het uur van de geboorte. Deze risicofactoren namen in de afgelopen jaren niet in belang toe.

Leefstijl en afkomst

Anders blijkt dat te liggen als het gaat om risicofactoren rond leefstijl en afkomst. Zo stijgt in Nederland het aantal vrouwen tussen de 25 en 45 jaar met overgewicht en obesitas. Ook neemt het aantal geboortes toe in de groep vrouwen van Aziatische en Afrikaanse herkomst, waaronder asielzoekers en statushouders. Ook stelde het RIVM vast dat sociaal-economische factoren nog steeds een belangrijke rol spelen. Er is sprake van een hogere babysterfte in achterstandswijken in grote steden, maar ook in krimpregio’s. Onder meer armoede, taalachterstand en laaggeletterdheid zijn van invloed.

De geboortezorgpartijen gaan het rapport gebruiken als een belangrijke impuls voor kwaliteitsverbetering en verbreding van de ingezette koers. Ze gaan aan de slag met de verbetervoorstellen, zoals meer samenwerken met organisaties in het sociale domein. Dit jaar komen ze gezamenlijk met een verdere uitwerking. Daarin nemen ze ook mee de resultaten van de midterm review van de strategische agenda van de geboortezorg en de resultaten van de evaluatie van de Zorgstandaard (zie kennisnetgeboortezorg.nl).

College perinatale zorg

Het College Perinatale Zorg (CPZ), het orgaan waarin de geboortezorgpartijen  samenwerken, stelde in december 2020 al dat verbreding naar het sociale domein inderdaad prioriteit moet krijgen. Hester Rippen, directeur van Kind & Ziekenhuis, heeft namens de Patiëntenfederatie zitting in het bestuur van het CPZ. In het bestuur vertegenwoordigt zij het perspectief van kind en ouders en bevordert ze kind- en gezinsgerichte zorg rond de geboorte.

Magazine Kind & Zorg | Juni 2021

Onrust over PGB Zorgverzekeringswet. Oplossing hard nodig! Nieuwe Routemap Plan van Aanpak biedt oplossing

Donderdag 16 januari stond er een artikel in de NRC over ouders die thuis hun ernstig zieke kind verzorgen. Zij krijgen, zo schrijft het NRC n.a.v. signalen van ouders, een lager Persoonsgebonden Budget (PGB) binnen de zorgverzekeringswet (Zvw). Sommigen komen daardoor in financiële nood. Medische zorg, die ouders thuis geven aan hun kind, wordt plotseling beschouwd als ‘gebruikelijke’ ouderlijke zorg, en die moeten ze gratis verlenen. Hoe kan dit?

In een interview afgenomen door Kenniscentrum kinderpalliatieve Zorg komt Hester Rippen, directeur van Stichting Kind en Ziekenhuis – de onafhankelijke patiëntenorganisatie voor kind en gezin in de medische zorg – aan het woord.

Er zijn uitdagende stappen die nog gezet moeten worden, maar we gaan er komen en we zijn al ver op weg. Zoals aangegeven staan in de recent gepubliceerde ‘Routemap Plan van Aanpak op weg naar Integrale Kindzorg in 2024’ de te nemen stappen specifiek benoemd die wij nodig achten. Uiteraard betrekken wij als Kind & Ziekenhuis kinderen, jongeren en ouders bij alle stappen.

Ben jij kind, jongere of ouder van een zorgkind en wil je melding maken van jullie situatie of wil je met ons meedenken over deze uitdagingen? Mail dan naar info@kindenziekenhuis.nl.

Klik hier om het hele artikel op de site van Kenniscentrum kinderpalliatieve zorg te lezen

Als je je zieke kind thuis verzorgt

Ouders van ernstig zieke kinderen moeten allerlei medische handelingen vaak zelf thuis uitvoeren. Denk aan een sonde aanleggen, een prik geven of een stoma verzorgen. Als ouder wil je dan goed geïnstrueerd zijn. Helaas ontbreekt het nogal eens aan duidelijke instructies. Daar komt nu verandering in. Vanaf nu is informatie over medische handelingen te vinden op een website voor ouders en professionals.

De vijfjarige Harmen is een goed voorbeeld van een ‘zorgintensief kind’. Veel van de speciale verzorging die hij nodig heeft geven Jorien en haar man zelf. “Harmen is geboren met een erfelijke aandoening”, vertelt moeder Jorien. “Hij heeft het Silver Russell syndroom. Daardoor is hij, eenvoudig gezegd, resistent voor zijn eigen groeihormoon. Hij groeit slecht en is dus wat klein van stuk.” Kinderen met deze ziekte hebben vaak voor de geboorte al een groeiachterstand, legt Jorien uit.

Zo ook Harmen. Het hoofd van de kinderen groeit wel normaal en lijkt daardoor in verhouding groot. Die scheve verhouding zorgt voor problemen. Hersenen hebben namelijk veel glucose nodig, maar die hoeveelheid kan een relatief klein lijfje met kleine organen, niet aanleveren. Jorien: “Harmen heeft daarbij geen hongerprikkel, terwijl hij elke vier tot zes uur iets moet eten. Anders raken zijn reserves op. Als dát gebeurt, raakt zijn stofwisseling van slag, gaat hij braken, raken zijn reserves verder op, verzwakt hij nog meer, et cetera. Een vicieuze cirkel die al vaak uitmondde in een ziekenhuisopname.”

Als je je zieke kind thuis verzorgtAl jaren houden Jorien en haar man zelf de bloedsuikerwaarden van Harmen in de gaten met een vingerprik, ze geven hem onderhuidse injecties met groeihormonen en dagelijks krijgt hij extra sondevoeding om te zorgen dat hij voldoende energie heeft.

Gebrekkige informatie

Van wie Jorien dit allemaal geleerd heeft? Ze lacht. “Geleerd? Echt duidelijke instructies of een training, heb ik niet gekregen. Meer dan eens kreeg ik een stoffig A4-tje in mijn handen geduwd. Een tekst zonder plaatjes. Een soort knip-en-plak-werkje in elkaar gezet door een ijverige verpleegkundige. Of we dat maar even wilden doorlezen. Dan konden we later, eventjes tussendoor, oefenen met een verpleegkundige. Dat was alles. Mochten we het daarna zelf thuis doen.”

Jorien schetst hoe onvolledige informatie tot vervelende situaties kan leiden. “Voor het aanleggen van een neusmaagsonde bij Harmen kregen wij bijvoorbeeld een tabel om in op te zoeken hoever je de sonde naar binnen moest schuiven. Zo’n tabel gaat uit van een normale lichaamsbouw, maar dat klopte bij Harmen niet. Wij duwden dus een veel te lang stuk naar binnen. De sonde stak tot in zijn dunne darm met alle problemen van dien. Uiteindelijk hebben we zelf, door goed te kijken naar zijn lichaamsbouw, uitgevonden wat voor Harmen de juiste lengte was.”

“Hoe regel je de zorg op school? Mag iemand anders, de juf bijvoorbeeld, handelingen overnemen?”

Naast dit soort praktische zaken, hebben ouders ook te maken met het alledaagse gezinsleven. “Hoe regel je de zorg op school? Mag iemand anders, de juf bijvoorbeeld, handelingen overnemen? Wat als je op vakantie gaat? En dan is er nog de impact van bepaalde handelingen. Een neusmaagsonde inbrengen is best invasief. De eerste keer gaf Harmen zich eraan over, maar later niet meer. Wat doe je dan? Probeer jij maar eens aan een kind van twee jaar in paniek uit te leggen dat hij rustig moet blijven en een slikbeweging moet maken. Hoe moet je omgaan met dit soort stress? Hoe houd je de relatie met je kind goed? Over die aspecten is van alles te vertellen.”

Informatie over medische handelingen

Jorien is dan ook blij dat er sinds kort een website bestaat met allerlei informatie over medische handelingen die ouders thuis zelf kunnen doen. Zelf was ze als ervaringsdeskundige en later als projectleider hierbij betrokken. De website bestaat uit drie onderdelen. Voor ouders biedt de site een online leeromgeving. Er zijn instructies te vinden over een tiental medische handelingen, met folders en video’s. Voor zorgprofessionals is er informatie over het instrueren van ouders. Het derde deel richt zich op jongeren, met kort en krachtige informatie over medische handelingen in relatie tot thema’s die voor jongeren belangrijk zijn, zoals uitgaan, sporten en school.

Jorien: “Het was een behoorlijke klus, maar het resultaat mag er zijn. De website is een mooi eerste begin, van waaruit we verder kunnen bouwen. De meerwaarde zit ‘m vooral in de gedegenheid en eenduidigheid van de informatie. Het geeft ouders iets om op terug te kunnen vallen. En alle ziekenhuizen kunnen de informatie gratis van de website halen en gebruiken bij de praktijkinstructie van ouders.”

De website en de instructies zijn tot stand gekomen binnen het project Ouder- en Kind Educatie (OKE), waarin de volgende partners samenwerken: Amsterdam UMC – Emma Kinderziekenhuis, Belangenvereniging voor Intensieve Kindzorg, Allerzorg Kindzorg en Stichting Kind en Ziekenhuis. Het project is financieel mogelijk gemaakt door het Ministerie van VWS.

Bron: Amsterdam UMC

Het programma Ouder en Kind Educatie (OKE) heeft als doel ouders, jongeren en zorgprofessionals te ondersteunen bij het (aan)leren van diverse verpleegtechnische handelingen. Het educatiemateriaal is ontwikkeld voor ouders/verzorgers én voor jongeren die zelfstandig een handeling willen kunnen uitvoeren. Daarnaast biedt OKE zorgprofessionals een onderwijsmodule aan, gericht op het (verder) ontwikkelen van vaardigheden om ouders en jongeren handelingen aan te leren.

De zorg voor je kind met diabetes op school

Bij Diabetesvereniging Nederland krijgen we vaak vragen over hoe je de zorg voor je kind op school moet regelen. Welke plichten heeft de school? Welke rechten heb jij als ouder? Wij hebben het voor ouders en leerkrachten op een rijtje gezet.

Je kind gaat voor het eerst naar de basisschool. Spannend! Bij een kind met diabetes is dit extra spannend. Al vanaf de aanmelding bij een school. Een kind mag niet geweigerd worden op school enkel vanwege de diabetes. Kinderen met diabetes kunnen ook prima naar school gaan. Maar ga op tijd in overleg over het organiseren van de zorg voor je kind op school.

Diabeteszorg op school

Oudere kinderen kunnen zelfstandig hun insuline toedienen en meten. Bij jongere kinderen op de basisschool is hier begeleiding nodig. Dit kan begeleiding zijn van iemand op school op vrijwillige basis, een verpleegkundige op school of door jullie zelf. Je maakt hier afspraken over met de school. Je kunt deze documenten gebruiken:

  • Stappenplan: een praktische leidraad om samen met de school de zorg te organiseren.
  • Factsheet: waarin je leest hoe diabeteszorg op school wettelijk geregeld is.

Wie helpt jouw kind op school?

De juf of meester, de conciërge of een andere medewerker mag jouw kind helpen bij diabeteshandelingen. Dat betekent: bloedglucose meten en interpreteren, de hoeveelheid insuline bepalen en insuline toedienen. Er gelden wel voorwaarden: het gebeurt vrijwillig, niet tegen betaling en er zijn afspraken over achtervang bij calamiteiten. En natuurlijk zorg je dat deze vrijwilliger een goede uitleg krijgt van jullie als ouders of van een diabetesverpleegkundige.

Belangrijk is dat uitgezocht wordt of de diabeteshandelingen vallen onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering van school. Is dat niet zo? Ga dan met school in gesprek over (het afvangen) van de risico’s, bijvoorbeeld doordat je als ouders de premie betaalt.

Maak afspraken

Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken met de school van je kind. Wat verwacht je van de leerkracht of begeleider bij een hyper of hypo? Wie is bereikbaar in geval van nood? Je kind en jij als ouder zijn verantwoordelijk voor de juiste diabeteshulpmiddelen, maar waar bewaar je deze op school? Voer dit gesprek aan de hand van de checklist, zodat je niets vergeet.

Informeer klasgenoten

Informeer de klasgenoten van je kind en eventueel de ouders van deze kinderen over diabetes. Uitleggen wat diabetes is kan in een brief maar je kind kan ook zelf een presentatie hierover geven. Laat bijvoorbeeld de bloedglucosemeter en insulinepomp zien. En geef antwoord op vragen als: ‘wat is een hypo of een hyper en wat kun je doen bij een hypo?’

Traktaties

Je kind mag best een traktatie. Vaak eet je kind een tussendoortje, een traktatie kan dat vervangen. Je kind moet dan (met hulp) de koolhydraten van de traktatie met het tussendoortje vergelijken. Deze traktatielijst kan daarbij helpen. Of een app zoals Koolhydraatkenner of Sweetbee Platemate. Een alternatief is dat je kind de traktatie mee naar huis neemt, of een eigen, vervangende traktatie eet.

Speciale uitjes

Speciale uitjes als schoolkamp, sportdag en zwemmen zijn activiteiten die van invloed kunnen zijn op de bloedglucosewaarden van je kind. Daarom vragen deze dagen speciale aandacht. Zorg dat de begeleiders van de activiteit en de school weten welke extra hulp eventueel nodig is. Vertel ook welke invloed de activiteit op de bloedglucosewaarden van je kind kan hebben.

Toetsen

Stress heeft invloed op de bloedglucosewaarde van je kind. Door te hoge of te lage waarden kan je kind zich niet meer concentreren en de toets, presentatie of spreekbeurt niet goed doen. Het is goed met school afspraken te maken over hoe om te gaan met diabetes in toets- of examentijd. Maak gebruik van het formulier voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs om dit vooraf goed te regelen.

Problemen?

Toch problemen op school? Neem dan contact op met het Klantcontactcentrum van Diabetesvereniging Nederland.

Diabetesvereniging Nederland

Diabetesvereniging Nederland (DVN) komt op voor de belangen van alle mensen met diabetes. Goede zorg en voluit leven met diabetes, daar zetten zij zich voor in!

Een kind met diabetes is net als ieder ander kind. Toch komt er veel op jou en je kind af: meten, insuline toedienen en letten op voeding. DVN helpt je hierbij. Ze geven je tips voor op school en thuis. En geef je kind op voor leuke activiteiten en spelenderwijs leren over diabetes bij de SugarKidsClub!

www.dvn.nl

Fototherapie thuis voor Bossche baby’s met geelzucht

Baby’s in de Bossche regio met geelzucht (of die bij geboorte geel zien) kunnen sinds begin dit jaar gewoon naar huis dankzij een speciale lichtgevende slaapzak die fototherapie geeft. Normaliter wordt deze fototherapie op de couveuseafdeling gegeven. De baby’tjes blijven hiervoor minimaal tot 48 uur na geboorte in het ziekenhuis. Door de speciale slaapzak kunnen ouders direct naar huis en aan de kraamtijd beginnen. Het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch start deze pilot voor niet-prematuren.

Inmiddels zijn twaalf kinderen geholpen met fototherapie, met een gemiddelde behandeltijd van 1,5 dag. Baby Gerard was in januari de eerste die met fototherapie naar huis kon. “Het is enorm fijn dat we met zijn viertjes thuis konden zijn, en niet langer in het ziekenhuis hoefden te blijven” vinden trotse ouders David en Neus.

Op de roze wolk blijven

Het geel zien gebeurt pas op de derde of vierde dag na de geboorte, vertelt coördinerend medewerker Couveuseafdeling Sanne Scheepens. Is het bilirubinegehalte te hoog (waardoor je geel ziet), dan blijven moeder en kind minstens 48 uur in het ziekenhuis, legt Sanne uit. “Dat is best ingrijpend, want daarmee wordt de kraamtijd verstoord; je haalt mensen van hun roze wolk. Terwijl de therapie die het kindje in het ziekenhuis krijgt, heel goed thuis kan plaatsvinden. De zorg is hetzelfde.”

Thuistherapie biedt veel voordelen. Het gezin blijft bij elkaar, en de behandeling vindt plaats in de vertrouwde omgeving. Borstvoeding en dagelijkse verzorging door de kraamzorg kunnen zo gewoon doorgaan. “Dat sluit aan bij onze werk- en denkwijze, die uitgaat van family-centered care. Ook de ouders die we geholpen hebben, zijn tevreden over de mogelijkheid voor thuisbehandeling”, aldus Sanne.

Ook voor de verloskundigen is het een prettige verandering vindt kinderarts Petr Jira: “Deze ziekenhuisverplaatste zorg is fijn voor de ouders, maar ook voor de verloskundigen; zij hebben de hele zwangerschap begeleid en willen ook graag het kraambed ondersteunen.”

Een lichtgevende slaapzak

Het kindje ligt, net als in het ziekenhuis, in een lichtgevend slaapzakje. In het Jeroen Bosch Ziekenhuis krijgen ouders uitleg hoe het werkt. Eenmaal thuis neemt de prikdienst dagelijks bloed af om de bilirubinewaardes te bepalen en heeft de kinderarts contact met ouders en verloskundige over het te volgen beleid.

“Als de therapie klaar is, wordt de slaapzak eerst gecontroleerd door onze afdeling MICT (Medische Informatie en Communicatie Technologie). Periodieke controle, zoals we op de couveuseafdeling doen, volstaat niet; na elke uitleen willen we zeker zijn dat het slaapzakje nog voldoet aan onze eisen”, zegt klinisch fysicus in opleiding Teun Minkels.

“Jaarlijks volgen zo’n 150 baby’s fototherapie bij het JBZ. Een groot deel daarvan is prematuren; zij zijn opgenomen en volgen hier de therapie”, vertelt kinderarts Petr. “Thuistherapie is een welkome optie voor de ‘gewone geboortes’ met een verhoogde bilirubinewaarde en voor de ‘randprematuren’ (geboren 35-37 weken). Dat zijn er in totaal 25 tot 50 per jaar.”

Meer informatie

Op 19 juni presenteren Sanne Scheepens en Petr Jira dit onderwerp op het congres Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

AV1 Robot

‘Als Fiona (8) moe wordt, neemt de robot haar plek in de klas over’

Door een energiestofwisselingsziekte is de dochter van Selma (38) altijd moe. ‘Naar school gaan of speeldates met vriendjes zijn voor Fiona niet vanzelfsprekend.’

Naar schatting zijn er ruim 19.000 kinderen met een langdurige ziekte in Nederland. Zij missen hierdoor vaak (buiten-)schoolse activiteiten en de sociale contacten met vrienden. Zo ook Fiona. Maar nu is Botje er, een AV1 robot die haar plek overneemt in de klas wanneer zij er niet is en fungeert als haar ‘ogen, oren en stem’. Via het programma bondgenoten kan zij deze robot gratis lenen.

Lange zoektocht

Selma: ‘Als baby huilde Fiona veel. Ze was altijd moe en weigerde de borst en fles. Voor ons was al snel duidelijk dat er iets mis was, een gevoel dat met de jaren alleen maar meer bevestigd werd. Ze was te moe om zelf te eten en leefde op sondevoeding. Tijdens het lopen zakte ze regelmatig door haar benen en later op school merkten de leraren dat Fiona zich naar moeilijk warm kon houden tijdens het buitenspelen. Artsen bevestigden onze zorgen, maar konden er jarenlang geen diagnose op plakken. Op haar vierde kwamen we in contact met een nieuwe kinderarts en hij sprak voor het eerst over een energiestofwisselingsziekte. Alles lijkt erop dat de cellen in Fiona’s lichaam te weinig energie produceren. Als wij opstaan voelen we ons fit, Fiona wordt wakker met het gevoel net een marathon gelopen te hebben. Je ziet niets geks aan haar, maar alles wat ze doet kost haar bergen energie. Ook nadenken en zich concentreren. Daarom kan ze ook niet alle dagen naar school. Ze krijgt een paar dagen per week thuisles en gaat vier dagen om twaalf uur naar huis.’

Botje

‘Door haar ziekte mist Fiona helaas veel. Lessen, maar vooral ook de sociale contacten. Ze is er bijvoorbeeld nooit bij als er aan het einde van de middag speelafspraakjes worden gemaakt op het schoolplein. Dat vind ik zo jammer voor haar! Maar nu is Botje er, een AV1 robot beschikbaar gesteld door Vodafone Foundation en Stichting Kind en Ziekenhuis, die haar plek overneemt in de klas wanneer zij er niet is. Hij fungeert als het ware als haar ‘ogen, oren en stem’. De robot, die Fiona en haar klasgenoten Botje hebben genoemd naar het gelijknamige boek van Janneke Schotveld, wordt op Fiona’s tafel gezet als zij er niet is. Voor haar de ideale oplossing: ze zit in alle rust thuis, maar is er dankzij Botje toch altijd bij.’

Samen buiten spelen

‘Zodra Fiona inlogt, gaan in de klas de lampjes van Botje branden. “Hallo Fiona!”,  roepen haar klasgenootjes dan. Zo’n grappige, kleine robot vinden alle kinderen natuurlijk heel interessant. Via een app op de tablet kijkt Fiona al swipend rond in de klas. Ze kan ervoor kiezen om wel of geen geluid te horen en of ze wil terugpraten. Als de juf uitleg geeft over klokkijken luistert Fiona even mee, om daarna vanuit haar slaapkamer aan de opdrachten te werken. Spelen de kinderen buiten? Dan gaat Botje mee zodat Fiona niets hoeft te missen. Weet Fiona het antwoord op een vraag? Dan kan ze met een knopje haar vinger opsteken. Al logt ze maar even vijf minuten per dag in, dat doet al zo veel voor haar betrokkenheid met de klas. Fantastisch toch?’

Afscheid nemen

‘Botje is nu vier maanden in het leven van Fiona en het liefst doet ze hem nooit meer weg. Het is echt haar maatje geworden en ze geniet enorm van het contact dat ze via Botje met haar vrienden heeft. Ook tijdens de vakantie of als ze drie weken lang met griep op bed ligt. We mogen de AV1 robot nog twee maanden langer houden en dan gaat hij door naar een volgend kind dat langdurig ziek is (lees hierover meer onder de foto, red.).  Fiona gunt het andere kinderen ook, maar missen gaat ze hem zeker. Hoe mooi zou het zijn als er voor alle zieke kinderen altijd een Botje klaarstaat? Daar dromen we nu van.’

Ken jij een kind dat ook een robot nodig heeft?

Het Noorse bedrijf No Isolation bedacht voor kinderen als Fiona een hulpmiddel, de AV1; een robot die kan fungeren als de ‘ogen, oren en stem’ van het kind. De AV1 robot is niet voor iedereen bereikbaar en daarom stellen de Vodafone Foundation en Stichting Kind en Ziekenhuis 21 AV1 robots gratis beschikbaar aan kinderen met een langdurige ziekte. Omdat de meeste kinderen de robot tijdelijk nodig hebben, kunnen ze rouleren zodat nog meer kinderen er gebruik van kunnen maken. Via www.mijn-bondgenoot.nl kunnen ouders een aanvraag indienen.

Bron: Dit artikel verscheen eerder op Kek Mama.

Mooi nieuws uit het MMC over ‘integrale geboortezorg’

Sinds enige tijd wordt na toestemming elke aanstaande moeder in het vrouw Moeder Kind-centrum (VMK-centrum) van Máxima Medisch Centrum (MMC) besproken tijdens een multidisciplinair overleg. Naast de afdeling gynaecologie van MMC zijn hierbij nu al zestien eerstelijns verloskundigenpraktijken uit de regio betrokken. Ook met kraamzorgorganisaties wordt nauw samengewerkt. Deze samenwerking tussen de eerstelijns en tweedelijns zorgaanbieders valt onder de pilot ‘integrale geboortezorg’.

“Er lopen landelijk ongeveer twintig pilots. Het doel is om te komen tot een betere samenwerking binnen de gehele geboortezorg keten, waardoor de overgang van thuis naar het ziekenhuis en weer terug naar huis zo vloeiend mogelijk verloopt. MMC behoort tot de koplopers met het uitzetten van integrale geboortezorg”, weet gynaecoloog Pieter van Runnard Heimel. “Voor alle zwangeren binnen onze regio wordt tijdens een multidisciplinair overleg een zorgpad uitgezet. Op deze manier worden al vroeg in de zwangerschap eventuele risico’s in kaart gebracht en afspraken gemaakt over de begeleiding tijdens de zwangerschap, de bevalling en de kraamtijd. Het is de bedoeling dat de zorg naadloos op elkaar aansluit”, zegt Piet Verhappen van thuiszorgorganisatie Zorgmed.

Eerstelijns verloskundige wordt casemanager

De aanstaande moeder krijgt vanaf het begin een casemanager toegewezen, haar eigen verloskundige. Deze verloskundige gaat ook mee naar het ziekenhuis als daar de bevalling gaat plaatsvinden. Thelma Govaarts van Verloskundigenpraktijk Bergeijk e.o. is enthousiast over het project. “Het multidisciplinair overleg is erg leerzaam. Coördinatie en communicatie zijn hierbij het uitgangspunt. In nauwe samenwerking met de gynaecologen houden we het gehele proces in de gaten en komen we tot nog betere zorg.”

Als eerstelijns verloskundige begeleidt Govaarts de normale zwangerschappen en geboortes. Deze nemen jaarlijks toe. Zo kozen zwangere vrouwen zonder medische complicaties in MMC steeds meer voor ‘thuis bevallen in het ziekenhuis’ (poliklinische bevalling) in een kraamsuite met een huiselijke uitstraling. In 2015 kozen 414 vrouwen hiervoor. Dit zijn er 82 meer dan het jaar ervoor.

De aan MMC verbonden tweedelijns verloskundigen begeleiden onder verantwoording van de gynaecoloog de bevallingen die worden doorgestuurd vanwege een complicatie. In totaal zijn er in MMC in 2015 2595 vrouwen bevallen: gemiddeld 7 per dag. Het aantal bevallingen is in 2015 met 87 bevallingen toegenomen ten opzichte van 2014.

Verhoogde kans op natuurlijke bevalling

Het delen van kennis binnen de samenwerking leidde er onder meer toe dat het sacred hour ook tijdens thuisbevallingen wordt toegepast. Als het medisch verantwoord is wordt de baby het eerste uur na de geboorte op de borst van de moeder gelegd. Dat het project zijn vruchten afwerpt is inmiddels duidelijk. Van Runnard Heimel: “De kans op een natuurlijke bevalling is in dit ziekenhuis hoger dan het regionaal en landelijk gemiddelde. Dit is te danken aan de samenwerking, de uniforme transparante werkwijze en betere zorg binnen het project.”

In de nacht van 15 februari werd Koen van Gemert in het Vrouw Moeder Kind-centrum van MMC geboren. “Het is ons heel goed bevallen”, vertellen zijn ouders vanuit de kraamsuite van MMC.