Artsen in opleiding leren van ouders in de collegezaal

Toekomstige artsen leren in hun opleiding veel over ziektebeelden en behandelingen bij zorgkinderen. Hoe het is om de ouders te zijn van deze kinderen, komt minder aan bod. In Amsterdam UMC ontmoeten geneeskundestudenten deze ouders daarom wél – live in de collegebanken.

Alles mogen ze aan de ouders vragen, merkte geneeskundestudent Charissa de Herdt toen ze als co-assistent bij de afdeling kindergeneeskunde deelnam aan de onderwijssessie Samen zorgen, samen leren. Ook over persoonlijke onderwerpen.

“Je wil niet over persoonlijke grenzen heengaan,” vertelt Charissa. “Maar dat gebeurde niet. Ouders stonden ervoor open om antwoord te geven op alles wat we wilden weten. Ze lieten foto’s en video’s zien van hun kind, vertelden wat het mankeerde en deelden persoonlijke verhalen met ons. Hierin stond de liefde voor hun kind voorop. Tegelijkertijd konden ze zeggen dat het écht zwaar is als je ouder bent van een zorgkind. Die mix van emoties vond ik indrukwekkend.”

Een topzware baan erbij

In de onderwijssessies vertellen ouders aan co-assistenten kindergeneeskunde hoe het is om ouder te zijn van een zorgkind. Ook studenten pedagogische wetenschappen en studenten van andere zorgopleidingen schuiven aan. Initiatiefnemer is universitair docent Anne de la Croix. Anne is zelf moeder van een ernstig ziek zoontje dat drie jaar geleden overleed.

“In de geneeskunde ligt het accent sterk op het medische aspect: de ziekte en de behandeling van een zorgkind,” zegt Anne. “Hoe het is om ouder te zijn van zo’n kind wordt wel eens vergeten. Terwijl jij als ouder jouw kind vaak het beste kent. Je bent veelal de spil in een enorm zorgnetwerk. Je hebt soms met wel tachtig verschillende zorgverleners te maken: huisarts, neuroloog, fysiotherapeut, logopedist. Je hebt er een topzware baan bij. Een baan waar je niet om hebt gevraagd en waar je ook niet per se goed in bent. Maar die je wel moet invullen, iedere dag opnieuw. Want jouw kind heeft jou keihard nodig.”

Pijn en verdriet verwerken

Margot Schoorl is moeder van een kind met een complexe zorgvraag, Kristian. Hij is nu dertien jaar, maar hij functioneert op het niveau van een kind van anderhalf. Margot doet als ouder al vijf jaar mee aan de onderwijssessies.

“Ik vind het nog steeds ontzettend leuk om te doen, studenten zijn nieuwsgierig naar mijn ervaringen. Bovendien heeft het mij persoonlijk veel gebracht. Door mijn verhaal te mogen delen met telkens nieuwe groepen studenten, zijn voor mij de meest scherpe kanten van het leven met een zorgintensief kind eraf gehaald. Het heeft me geholpen de pijn en het verdriet te verwerken.”

“Ik wil graag dat zorgverleners mij zien als gelijkwaardig partner is de zorg. Dat gebeurt niet altijd”

Margot doet mee aan de onderwijssessies omdat ze zich als moeder niet altijd serieus genomen voelde door zorgverleners.

“Je kunt als dokter niet met mijn zoon communiceren, hij heeft dat begrip niet. Als er iets is met mijn kind, ben ik dus de enige die dat ziet. Ik wil daarom dat zorgverleners meer gebruik maken van mijn expertise. Ik wil graag dat ze me betrekken bij hun behandelbeslissingen, en dat ze mij zien als gelijkwaardig partner in de zorg. Mijn ervaring is dat dat niet altijd gebeurt. Ik hoop daarom dat toekomstige artsen beter gaan beseffen hoeveel expertise en ervaring ouders hebben opgebouwd over hun kind. En dat zij daar veel van kunnen leren.”

Vraag het ons

Drie uur duurt een onderwijssessie met een ouder voor de coassistenten. Anne de la Croix: “Het begint met een half uur speeddaten, waarbij ze in korte tijd meerdere ouders vragen mogen stellen. Daarna gaan de studenten in kleinere groepjes een uur lang in gesprek met één ouder. In dat uur gaan ze echt de diepte in over diens ervaringen als ouder van een zorgkind.”

Charissa de Herdt reageert: “Ik heb daar veel van geleerd. De belangrijkste boodschap van de ouders is: vraag ons hoe je moet communiceren met ons kind. Vraag ons wat ons kind nodig heeft, vraag ons wat het mist. Wij kunnen het je vertellen, wij kennen ons kind het beste. Ik vond dat zeer behulpzaam. Het maakt volgens mij ook niet uit welke richting je uiteindelijk opgaat als arts in opleiding. Dit is een ervaring die je later in elk vakgebied goed kunt gebruiken. Ik zal het in ieder geval niet meer vergeten.”

Menselijke verhalen

Menselijkheid en menselijke verhalen toevoegen aan de opleiding voor artsen en andere zorgverleners. Dat is dat is volgens Anne de la Croix de essentie van de onderwijssessies Samen zorgen, samen leren.

“In deze sessies doen studenten meer én diepere kennis op dan alleen de klinische kennis uit de studieboeken. En het stimuleert de erkenning van deze ouders als partner in de zorg. Ik ben ook blij dat veel ouders hieraan mee willen doen. Zo krijgen ouders een rol in steeds meer lesonderdelen van de geneeskundeopleiding. Van vakken tijdens de bachelor tot deze onderwijssessies voor co-assistenten. We willen de ouderrol echt integreren in de geneeskundeopleiding.”

door Michel van Dijk, journalist
Fotografie: Arend Jan Hermsen (Par-pa fotografie)

‘Meerzorg’ steeds vaker afgewezen, steeds meer gezinnen in grote problemen

Steeds meer ouders en andere naasten van kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen komen in grote problemen omdat zorgkantoren hun aanvraag voor extra professionele ondersteuning afwijzen. Het gaat om duizenden mensen die 24 uur per dag intensieve zorg verlenen aan hun – al dan niet volwassen – kind.

Het gaat om de zogeheten ‘Meerzorgregeling’, bedoeld voor kinderen, jongeren en volwassenen met een zeer intensieve en complexe zorgvraag. Zij hebben meer zorg en ondersteuning nodig dan de gewone zorgprofielen in de Wet langdurige zorg bieden.

In de praktijk is deze extra ondersteuning van levensbelang voor ouders en andere naasten, omdat hun kind 24 uur per dag intensieve zorg en ondersteuning nodig heeft.

Toch wijzen zorgkantoren aanvragen voor deze zorg steeds vaker af. Dat schrijven cliëntondersteunings-organisatie Metgezel, Stichting 2CU en ZEVMB-kenniscentrum in een brandbrief aan politiek en zorgautoriteiten.

De gevolgen zijn groot. Omdat hun Meerzorg wegvalt, krijgen ouders en andere naasten te maken met uitputting, verlies van werk, psychische overbelasting en in sommige gevallen zelfs crisissituaties.

Geen verlenging

Uit een recente steekproef bleek dat maar liefst 50 procent van de verlengingsaanvragen voor Meerzorg afgewezen wordt. Het gaat daarbij om situaties waarin Meerzorg eerder wél werd toegekend. Hoewel de omstandigheden in deze situatie niet zijn verbeterd, of zelfs zijn verslechterd, wordt verlenging toch geweigerd.

“Dit betekent onder meer dat naasten geen PGB’ers meer kunnen inschakelen of gebruik kunnen maken van logeervoorzieningen. Waardoor naasten nog meer uitgeput raken, zich genoodzaakt zien hun werk op te geven en zelf complexe medische zorg verlenen die eigenlijk niet bij hen thuishoort.”

Verschillen

Ook zien de ZEVMB-organisaties grote regionale verschillen tussen zorgkantoren. Veel zorgkantoren wijzen de laatste tijd aanvragen af, terwijl sommige zorgkantoren wél als vanouds toekennen.

In een notitie bij de brandbrief brengen Metgezel, Stichting 2CU en ZEVMB-kenniscentrum de problemen indringend in beeld en doen ze voorstellen voor oplossingen. Ze benadrukken dat Meerzorg voor gezinnen geen luxe is maar basiszorg die écht nodig is “om niet kapot te gaan”, zoals een moeder het verwoordt.

Debat Tweede Kamer op 9 september

Dinsdag 9 september debatteert de Tweede Kamer over de toekomst van de gehandicaptenzorg. Een cruciaal moment,  aldus Metgezel, Stichting 2CU en  ZEVMB-kenniscentrum.

“Naasten van mensen met (zeer ernstige) verstandelijke en lichamelijke beperkingen vragen niet om een gunst, maar om erkenning van hun realiteit en een eerlijk, menswaardig beleid.”

Naar de brandbrief, de notitie en berichtgeving in de media over ‘Meerzorg’

‘Tussen Ons’: gesprekken tussen ouders van een ernstig ziek kind en hun omgeving

Als een kind niet meer beter wordt, wat hebben de ouders dan nodig van de mensen in hun omgeving? Hoe kunnen vrienden, leerkrachten of werkgevers er zijn voor deze ouders? Daarover gaat de podcastserie ‘Tussen Ons’ van Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.

Ook als naaste kom je in een onbekende situatie terecht als iemand in je omgeving een kind heeft dat ernstig ziek is. Er is geen draaiboek voor hoe je er het beste voor iemand kunt zijn. Juist daarom is het waardevol om de verhalen van anderen te horen.

Vier podcasts

Deze verhalen zijn te horen in de vier podcasts in de serie Tussen Ons op kinderpalliatief.nl en de bekende podcastkanalen. Ouders van een ernstig ziek kind gaan in gesprek met iemand uit hun directe omgeving, zoals een vriend, leerkracht of werkgever.

Samen zoeken ze naar manieren om betrokken te blijven, steun te geven, en nabij te zijn. Juist als het moeilijk wordt. De gesprekken zijn eerlijk, soms confronterend, maar vooral hoopvol.

Alles over de serie en de podcasts zelf vind je hier: https://kinderpalliatief.nl/ervaringen/podcast

Reageer!

Vind je de verhalen herkenbaar? Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg en de podcastmakers ontvangen graag je feedback!

“Mensen die over mij praten in plaats van met mij, die vind ik stom”

Een interview via de spraakcomputer

Eline Baauw (18) heeft, zoals dat heet, ernstige meervoudige beperkingen. Haar spraakcomputer én haar ouders, vader Anne en moeder Kim, zijn haar steun en toeverlaat in het communiceren met anderen. Hoe werk dat? En hoe verloopt het contact met zorgverleners? Journalist Astrid van Walsem vroeg het Eline. Het werd een bijzonder interview.

door Astrid van Walsem

De sneeuw knerpt onder haar skis. Eline straalt. Wie had ooit gedacht dat ze deze indoorpiste zou afdalen? Haar begeleider vraagt of ze nog een keertje wil, maar dan harder naar beneden. Dat hoeft hij haar geen twee keer te vragen!

Eline is net 18 geworden. Kim noemt haar een echte puber: gek op TikTok, vloggers, af toe een beetje eigenwijs. Haar favoriete luisterboek op dit moment is De Gorgels. Ze heeft een broer en is gek op haar kat Donder die vaak in haar kamer te vinden is. Kim: “Eline is gewoon Eline, een puber die van alles wil.”

Spraakcomputer met oogbesturing

Zes maanden na haar geboorte ontdekten de artsen bij Eline een aangeboren hersenafwijking. Hierdoor heeft ze ernstige meervoudige beperkingen. Ze zit in een rolstoel en kan niet praten. Om duidelijk te maken wat ze wil zeggen, gebruikt ze een spraakcomputer met oogbesturing. Met haar ogen wijst ze afbeeldingen aan die door de computer omgezet worden in woord en geluid. Vader Anne en moeder Kim ondersteunen haar in de communicatie en vormen de brug tussen Eline en de buitenwereld.

Ziekenhuisbezoeken vindt Eline niet leuk. De ene dokter vindt ze aardiger dan de andere. Het meest irritant vindt ze het als dokters met haar moeder óver haar praten, terwijl ze er gewoon naast zit. Als dit haar te lang duurt, zet ze de dierengeluiden op haar computer aan. Dan klinkt er ineens gehinnik of een boe-geluid door de kamer.

Oprecht contact maken

Eline zit gevangen in haar lichaam en is beperkt in haar communicatie met anderen. Maar als je verder kijkt, als je oprecht contact probeert te maken, dan laat ze jou toe in haar wereld. Dan ontdek je als buitenstaander dat er een creatief, humoristisch en muzikale jongvolwassene schuilgaat achter het meisje in de rolstoel. Een jonge vrouw die op zaterdagochtend op het voetbalveld te vinden is als speelster, op dansles zit en idolaat is van André Rieu, maar ook van Nijntje.

Eline heeft rond de klok zorg nodig. Een hecht zorgteam staat om haar heen. Zij ondersteunen en begeleiden Eline’s ouders bij de zorg en begeleiding van hun dochter. Voor de teamleden is het belangrijk om een persoonlijke klik met Eline te hebben.

Mensen met witte jassen buigen zich over Eline heen. Ze lijkt te willen schreeuwen: hallo, ziet niemand mij!

Kim beschrijft die ene ervaring tijdens een ziekenhuisopname die uiteindelijk bepalend zou blijken te zijn voor de verdere communicatie tussen Eline en de zorgverleners in het ziekenhuis. Communicatie waarin ze gehoord en gezien wordt.

Eline ligt in een kamer in een bed. Om haar heen staan mensen met witte jassen. Wie zijn dit? Ongerust zoekt Eline met haar ogen contact met mij. Ik zie hoe haar lijf verstijft. Dan buigen de mensen met witte jassen zich over Eline heen. Ze zeggen haar kort gedag, maar richten zich dan meteen tot mij. Eline lijkt te willen schreeuwen: hallo, ziet niemand mij!

In paniek raken

Kim ziet haar dochter in paniek raken door de witte jassen. Ze wil haar helpen, maar hoe? Ze wil woorden vinden die verbinding maken en zorgen voor angstreductie bij Eline. Ze loopt er dagen op te broeden. Dan heeft ze de oplossing gevonden.

Vanaf het eerstvolgende ziekenhuisbezoek plakken haar ouders steeds een groot vel papier op de kamerdeur van Eline met de tekst: ‘Hallo ik ben Eline. Wie ben jij?’ Daaronder een protocol dat dokters handvatten geeft om het gesprek met Eline aan te gaan. En dat Eline de mogelijkheid geeft zich meer te ontspannen.

Dit is de volledige tekst:

  • Hallo, ik ben Eline. Wie ben jij?
  • Wil je op de deur kloppen en zeggen wie je bent?
  • Je kunt er vanuit gaan dat ik alles begrijp.
  • Soms heb ik een ‘absence’ waardoor ik niet hoor wat je zegt. Wil je dan herhalen wat je zegt, totdat ik laat zien dat ik je hoor?
  • Ik vind het fijn als je oogcontact maakt. Ik kan non-verbaal dingen duidelijk maken.
  • Ik vind het fijn als je mij bij het gesprek betrekt.
  • Papa en mama kunnen jou helpen mij te begrijpen.
  • Ik kan niet vragen wat je gaat doen. Daarom is het fijn als je eerst alles rustig uitlegt.
  • Wil je vragen of ik er klaar voor ben?
  • Als je over mij wilt praten, dan is het goed om dit op de gang te doen.

Het effect is enorm. Vanaf die dag lopen dokters bij binnenkomst direct naar Eline toe. Stellen zich voor en door de aanwezigheid van Kim, die ze vanaf de zijlijn helpt, maken dokters voor het eerst echt contact met Eline.

Met enige regelmaat ligt Eline het ziekenhuis. Ze kan soms opeens heel ziek worden en wordt dan met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Hier heeft Eline geen fijne herinneringen aan. Ze weet nog goed dat ze de laatste keer heel benauwd was en een zuurstofmasker op haar gezicht gedrukt kreeg. Verder associeert Eline acute ziekenhuisopnames met vervelende prikken, omdat het aanleggen van een infuus bijna nooit in een keer goed gaat.

Zoals die ene keer toen Eline 10 jaar was. Kim weet het nog goed. “Er kwamen steeds meer artsen bij. Na veel mislukte pogingen zag ik Eline’s ogen gitzwart worden. Ze wierp mij een smekende blik toe: laat dit stoppen! Toen realiseerde ik mij dat het onze taak als ouders is om een stukje van de regie in de zorg aan onze dochter over te nemen. Zodat het nooit meer zover komt.”

Over ziekenhuizen in het algemeen zegt Eline, niet verwonderlijk: “Die vind ik stom. Mensen die óver mij praten in plaats van mét mij, ook.”

Dan heeft ze met haar ogen de computer bediend en klinken er sinterklaasliedjes door de kamer

Tijdens het interview is Eline razend enthousiast over mijn vragen. Haar ogen vliegen over haar spraakcomputer, ik kan het soms niet bijhouden. We blijken allebei een voorliefde voor paarden te hebben. En voordat ik het weet, heeft Eline met een blikrichting haar moeder duidelijk gemaakt dat het speelgoedpaard Ozosnel uit de kast gehaald moet worden.

Ik moet lachen, want daarna heeft ze de computer met haar ogen bediend en klinken er sinterklaasliedjes door de kamer die ik uit volle borst meezing. We hebben samen lol. Eline herkent veel gebaren en haar moeder leert mij hoe ik het woord ‘paard’ in gebarentaal kan zeggen, en ‘olifant’, en ‘hond’. Zo komt het gesprek op dokter Willem, een favoriet van Eline. Hij doet echt zijn best om Eline te begrijpen en hij kent gebarentaal. Een grote plus, vindt Eline.

Kwetsbaar opstellen

Kim: “Het beste werkt het als artsen en verpleegkundigen zich kwetsbaar op durven stellen. Zo creëren ze menselijk contact. Dat is zo belangrijk voor Eline.”

Ook leuk in het ziekenhuis vindt Eline de CliniClowns, ze is dol op ze. Verder heeft ze altijd een eigen kamer als ze in het ziekenhuis ligt, en blijven haar moeder of vader slapen.

Kim: “Het is fijn dat we in het ziekenhuis ook altijd als gezin samen kunnen eten. Ook is het prettig dat familie Eline altijd mag bezoeken en zich niet hoeft te houden aan bezoekuren. Wijzelf zijn tijdens ziekenhuisopnames 24/7 bij Eline. Als er dan familie komt, kunnen wij even pauze nemen. Ik hoop dat dit zo blijft nu Eline 18 jaar is en ze in principe nu overgaat van de kinderafdeling naar de zorg voor volwassenen. We gaan het zien…”

Naschrift Astrid van Walsem:

Als interviewer vond ik het soms lastig om vragen zodanig te formuleren dat Eline ze begreep. Als ik er niet uitkwam, gaf ik dat ook ruiterlijk toe aan Eline. Ze keek mij dan aan en wachtte rustig af, totdat ik samen met haar moeder een manier gevonden had om de vraag begrijpelijk te maken. Met zn drieën kwamen wij er altijd uit en ontstond er een mooi interview waarin ruimte was voor kwetsbaarheid en begrip.

Kind & Zorg en EMB

  • Kind & Zorg onderzoekt momenteel (in samenwerking met de VU) hoe ouders en zorgprofessionals denken over samen beslissen met kinderen met een verstandelijke of (ernstige) meervoudige beperking. Wat zijn hun ervaringen? Met de uitkomsten willen we onder meer de samenwerking tussen ouders en zorgverleners verbeteren. Er zullen onder meer tips en tools worden ontwikkeld voor in de dagelijkse praktijk.
  • Kind & Zorg neemt deel aan het STAP-OP-project, dat samen met ouders en verzorgers onderzoekt hoe de overstap naar de zorg voor volwassenen (transitiezorg) verbeterd kan worden voor jongeren en jongvolwassenen met een verstandelijke beperking en bijkomende gezondheidsproblematiek.
  • Kind & Zorg doet mee aan de Informatietafel EMB, een samenwerkingsverband tussen organisaties die zich bezighouden met EMB. Doel is om beschikbare informatie voor cliënten, naasten, ondersteuners en professionals vindbaar te maken en aan te vullen. Via schouders.nl/informatietafel-emb is al deze informatie te vinden, waaronder de praktische EMB-kaarten en de Vink Wijzer over de transitie naar 18+.

Ouders profiteren van samengaan (Sch)ouders en Kind & Ziekenhuis

In het voorjaar van 2024 werd Ervaringskenniscentrum (Sch)ouders onderdeel van Stichting Kind en Ziekenhuis. Doel van het samengaan is om ouders van zorgkinderen nog beter te ondersteunen, door de bundeling van de expertise en het netwerk van zowel het platform als van Kind & Ziekenhuis. Ruim een jaar later zijn daar al voorbeelden van te zien.

Ervaringskenniscentrum (Sch)ouders werd zeven jaar geleden opgericht door Kind & Ziekenhuis en de toenmalige patiëntenvereniging BOSK. Doel was om ouders van zorgkinderen te ondersteunen in hun complexe en vaak belastende rol. Gemaakt door én voor ouders groeide het uit tot een uitgebreid online platform (www.schouders.nl) vol informatie, wegwijzers en tools.

“We kunnen ouders van zorgkinderen nu nog beter ondersteunen”

Belangrijke reden voor het samengaan is dat Kind & Ziekenhuis ouders niet alleen ondersteuning wil geven op het gebied van de medische kindzorg, maar ook op andere terreinen van het leven. Onderwijs, financiën, aanvragen voor hulpmiddelen – juist op die gebieden lopen ouders vaak vast. Op het platform is hiervoor een digitale routekaart (zie afbeelding hieronder) te vinden. Het platform is er voor álle ouders die te maken krijgen met medische zorg, zowel eenmalig of kortdurend als langere tijd of levenslang.

Tijd en energie

Een mooi voorbeeld van die ondersteuning is de ‘burn-on-tool’ (zie afbeelding hieronder), een instrument dat ouders helpt om overeind te blijven als de fysieke en mentale belasting te groot wordt. Platform-manager Bianca Hierck: “Als ouder van een zorgkind kun je je geen burn-out veroorloven. Je situatie verandert niet, je moet door. De burn-on tool geeft je handvatten hoe je het toch kunt volhouden. Het is een enorm succes.”

Bianca noemt het voorbeeld van ouders die de gemeente proberen te bewegen om de speeltuin toegankelijk te maken voor kinderen met een beperking. “Via ons netwerk, dat door het samengaan fors is uitgebreid, kunnen wij zo’n ouder heel goed in contact brengen met ouders die zoiets eerder hebben gedaan.”

“Ouders willen gewoon leven en meedoen”

Een oerkracht noemt Bianca Hierck het: de kracht die in ouders van zorgkinderen schuilt om het voor hun kind en andere gezinnen beter te maken. “Er is op alle leefdomeinen nog heel veel te verbeteren. Ouders hebben geen grote, dure wensen voor henzelf en andere gezinnen. Ze willen gewoon leven en meedoen. Dat zit hem in kleine dingen. Zoals ook naar de speeltuin kunnen als je in een rolstoel zit.”

www.schouders.nl

“Een traan van een zorgverlener kan diverse reacties oproepen”

Beste zorgverleners,

Eind 2019 verloren mijn vriendin Marrit en ik onze jongste zoon Lev. Hij was toen anderhalf jaar oud. Twee maanden daarvoor was vastgesteld dat hij een kwaadaardige tumor in zijn hoofd had. Dat had onze wereld op zijn kop gezet.

Al sinds de 20 wekenecho waren er zorgen geweest, maar wat er precies aan de hand was werd destijds niet helder. Lev groeide redelijk probleemloos op, totdat het in het najaar van 2019 dus misging. Er volgde een intensieve periode met onderzoeken en behandelingen. Uiteindelijk is Lev vredig gestorven in onze armen.

Een goed gevoel

Wat mij van deze periode in het ziekenhuis erg bijbleef waren de zorgverleners die hun emoties lieten zien. Zo kwamen we op de dag na het overlijden van Lev op de gang van het Prinses Máxima Centrum een van de zorgprofessionals tegen die nauw betrokken was bij de behandeling van Lev. Ze vroeg hoe het met ons ging. We vertelden hoe onze laatste momenten met Lev waren geweest en dat we daar met een goed gevoel op terugkeken.

De zorgprofessional was zichtbaar geraakt, de tranen liepen over haar wangen. Tot mijn verbazing verontschuldigde ze zich daar direct voor. “Wij zijn er om jullie te troosten en niet andersom,” zei ze. Maar ik vond haar kwetsbaarheid op dat moment juist mooi. Haar tranen vertelden ons dat het overlijden van Lev haar evenzeer aangreep. Daardoor voelden wij ons emotioneel juist erg gesteund.

“Door de zichtbare emoties bij deze zorgverlener voelden we ons juist erg gesteund”

Zo maakte ik als ouder mee wat een enkele traan van een zorgverlener teweeg kan brengen. Het intrigeerde mij dat de zorgprofessional zich niet comfortabel voelde bij iets wat voor ons heel helpend was. Daarom startte ik in 2020 met mijn onderzoek naar emoties in de kinderpalliatieve zorg. Welke behoefte aan emotionele ondersteuning hebben ouders? En hoe verhoudt die zich tot de kwetsbaarheid van zorgverleners?

In mijn eerste studie onderzocht ik wat ouders vinden van kinderartsen en kinderverpleegkundigen die hun emoties tonen. Daaruit blijkt dat er veel omstandigheden zijn die bepalen of een traan wel of niet als gepast wordt ervaren. In vervolgonderzoek ga ik dieper in op de behoefte aan emotionele ondersteuning en de kwetsbaarheid van zowel ouders als zorgprofessionals.

Uiteenlopende gevoelens

Zichtbare emoties mogen er zijn, ook bij zorgprofessionals. Dat een enkele traan zoveel uiteenlopende gevoelens oproept, maakt dat zorgprofessionals ook verschillend aankijken tegen de gepastheid ervan. Ik heb erg veel respect voor de zorgprofessionals die betrokken waren bij het ziekbed van Lev. Zij gaven de beste zorg aan een doodziek jongetje. Daarnaast hadden ze oog voor ons verdriet, maar tegelijk zelf moeite met de slechte afloop.

Ik zie het zo: er is een gedeelde kwetsbaarheid én een gedeelde behoefte aan emotionele ondersteuning. Met mijn ervaringen en mijn onderzoek hoop ik handvatten te ontwikkelen voor huidige en toekomstige zorgprofessionals. Zodat zowel zij als ouders zich gesteund kunnen voelen.

Melle Foijer

Vader van Lev
Onderzoeker Emoties in de kinderpalliatieve zorg

Meer info:

  • Melle Foijer is een van de sprekers op symposium ‘De kunst van contact’ op 22 mei (door CliniClowns en Kind & Ziekenhuis) . Nog niet aangemeld? Doe het nu!

 

 

Tweede Kamer wil een zorgverlofregeling voor ouders ernstig zieke kinderen

Op 11 februari heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen voor een zorgverlofregeling voor ouders van ernstig zieke kinderen.

De motie werd ingediend door Kamerleden Lisa Westerveld en Mariëtte Patijn, naar aanleiding van de petitie ‘Werkende ouders met ernstig zieke kinderen; klem tussen arbeid en zorg(en) die op 14 januari mede namens Kind & Ziekenhuis werd aangeboden aan de Tweede Kamer.

Oproep aan het kabinet

In de motie roept de Tweede Kamer het kabinet op om een zorgverlofregeling uit te werken. Dit is nodig  omdat ouders van ernstig zieke kinderen zich vaak gedwongen voelen om te kiezen tussen hun kind en het gezinsinkomen. Doorwerken lukt meestal niet, terwijl dit wel van ouders verwacht wordt.

Ook werkgevers worden beperkt in hun mogelijkheden om hun medewerkers ruimte te geven. Vaak komt het uiteindelijk tot baanverlies. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de gezinnen met een ernstig ziek kind  financiële problemen ervaart. Oorzaken zijn inkomensverlies en/of hoge zorgkosten die niet vergoed worden. Tien procent van de gezinnen ervaart zelfs financiële nood.

Voor het zomerreces

Aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gevraagd om vóór het zomerreces uitvoering aan te geven aan de motie, in samenwerking met belangenorganisaties, vakbonden, werkgevers en uitvoeringsorganisaties.

De initiatiefnemers, onder wie de Vereniging Kinderkanker Nederland en Kind & Ziekenhuis, hebben de minister uitgenodigd in gesprek te gaan over wat het voor ouders van ernstig zieke kinderen betekent om klem te zitten tussen werk en zorg. Ook willen zij oplossingsrichtingen bespreken.

Het onderwerp staat ook op de agenda van het commissiedebat in de Tweede Kamer over het arbeidsmarktbeleid op 6 maart aanstaande.

Naar de motie over een zorgverlofregeling voor ouders van ernstig zieke kinderen

Meer info:

Ouders van ernstig zieke kinderen eisen een passende betaalde verlofregeling

Naar meer info en ervaringsverhalen bij de Vereniging Kinderkanker Nederland

 

 

Ouders van ernstig zieke kinderen eisen een passende betaalde verlofregeling

Zorg voor verlof! Dat zeggen ouders van ernstig zieke kinderen volgende week dinsdag 14 januari met kracht tegen de politiek in Den Haag. Zorg voor een passende, betaalde zorgverlofregeling, zeggen ze, zodat ouders niet klem komen te te zitten tussen de zorg voor hun kind en hun werk. Een petitie met deze boodschap werd door maar liefst 65.293 mensen ondertekend.

De petitie wordt op 14 november aan de Tweede Kamer aangeboden door initiatiefnemer René Kops en de Vereniging Kinderkanker Nederland, mede namens Kind & Ziekenhuis en andere (patiënten)organisaties.

Het aanbieden volgt op de campagne in het afgelopen halfjaar waarin aandacht werd gevraagd voor de noodzaak van een  zorgverlofregeling. Als (patiënten)organisaties vinden wij dat alle ouders van ernstig zieke kinderen hier recht op hebben.

Doorwerken lukt meestal niet

De boodschap aan de Tweede Kamer is dat ouders van ernstig zieke kinderen zich vaak gedwongen voelen om te kiezen tussen hun kind en het gezinsinkomen. Naast de praktische zorg, kampen ouders met vermoeidheid, emoties en stress.

Het hele gezin beweegt mee rond het behandeltraject en de zorg van het zieke kind en moet veel incasseren. Doorwerken lukt meestal niet, terwijl dit wel van ouders wordt verwacht.

Kinderrechtenverdrag

Dit staat haaks op het VN Kinderrechtenverdrag, zo blijkt uit het arbeidsrechtelijk artikel ‘Werkende ouders met ernstig zieke kinderen: klem tussen arbeid en zorg(en)’ dat werd gepubliceerd in het tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties. Hieruit blijkt dat een kind recht heeft op zorg en ondersteuning van beide ouders.

Dat wordt nu in Nederland onmogelijk gemaakt met de huidige regelingen. De gevolgen zijn schrijnend voor kinderen én ouders.

Handschoen oppakken

Met het aanbieden van de petitie vragen wij als (patiënten)organisaties en ouders aan de Tweede Kamer om de handschoen op te pakken en te zorgen voor een passende betaalde zorgverlofregeling.

Meer over de petitie-aanbieding en de achtergronden

Ervaringsverhalen van ouders die in de knel kwamen:

“Nooit kon ik me voorstellen hoe afhankelijk je bent van je werkgever als je kind ernstig ziek wordt”

“Deze situatie is voor zowel mij als mijn werkgever heel ongemakkelijk”

“Als je kind ernstig ziek is, heb je tijd van je werkgever nodig om je leven weer op de rit te krijgen”

“Ik ben moeder of medewerker, maar mezelf ben ik de afgelopen periode maar weinig”

 

 

“Hoopvolle verhalen van andere ouders geven je moed”

Beste zorgverleners,

Onlangs is onze zoon Fabian gestart op het gymnasium! Dat hadden we echt niet durven dromen toen hij twaalf jaar geleden ter wereld kwam, na een zwangerschap van 27 weken.

Bijna twee maanden bracht hij door op de intensive care voor pasgeborenen (NICU), daarna nog een dikke maand op de afdeling high care, met verschillende complicaties. Daaronder een infectie en bloedingen in zijn hersenkamers, met een herseninfarct als gevolg.

Niet ons eerste kind

Fabian was niet ons eerste kind. Een jaar eerder was onze dochter Feline* geboren, na een termijn van krap 24 weken. Een dag na de geboorte overleed zij.

Daarna raakte ik vrij snel weer in verwachting. Gezien de ervaring met onze dochter stond ik onder strenge controle van het ziekenhuis. Maar de vroeggeboorte van Fabian was niet te voorkomen, en zo stond ik een jaar later op dezelfde NICU.

Wat ik enorm fijn vond is dat alle artsen en verpleegkundigen van het bestaan van Feline wisten en haar ook altijd benoemden. Wij waren natuurlijk zwaar getraumatiseerd door die ervaring. We hadden er bijzonder weinig vertrouwen in dat het met Fabian wél goed zou aflopen.

Hartverwarmend

Hartverwarmend hoe ongelooflijk begaan het verplegend personeel met ons was. Zoveel oog voor ons welzijn! Zij lieten ons, toen het eenmaal kon, zoveel mogelijk zelf doen in de verzorging van Fabian. En zij gaven ons het couveusedagboek van Care4Neo, de vereniging voor te vroeg geboren kinderen en hun gezinnen. Daar hadden wij veel aan, het schrijven hielp ons tot rust te komen.

De medische informatie die we kregen was over het algemeen duidelijk. Toch hadden wij behoefte aan meer, waarschijnlijk om grip te krijgen op een situatie waarin die controle totaal ontbreekt. Dus struinde mijn vriend het internet af op zoek naar wetenschappelijke artikelen. Ikzelf maakte dankbaar gebruik van een enorm dik Amerikaans boek over ‘preemies’ dat ik van mijn schoonzus had gekregen. Een Nederlandse variant kende ik niet.

“Ervaringsverhalen van ouders bij wie alles goed was gekomen hadden ons kunnen helpen”

Wat ik wel enorm heb gemist in die tijd is een beeld vooraf van hoe zo’n periode op de NICU eruit kan zien. De zorgverleners benadrukten dat een prematuur heel ‘grillig’ is en dat je het verloop dus niet kunt voorspellen. Dat klopt natuurlijk en ik begrijp dat je als zorgverlener daar enorm voorzichtig mee moet zijn.

Toch hadden ervaringsverhalen van andere ouders, bijvoorbeeld bij wie alles uiteindelijk goed was gekomen, ons kunnen helpen. Dan waren we niet zo enorm geschrokken toen Fabian opnieuw geïntubeerd moest worden kort nadat hij van de beademing was gehaald. Dan hadden we namelijk geweten dat het met een te vroeg geboren baby twee stappen vooruit en één stap terug is.

Herkenning

Ook miste ik informatie over meer praktische zaken. Wat kunnen we zelf doen op de NICU? Hoe regelen andere ouders hun leven in een periode dat ze zoveel mogelijk bij hun kind willen zijn? Hoe zit het met verlof en werk?

Ik denk nog steeds met warme gevoelens terug aan het geweldige zorgpersoneel. Toch wil ik jullie op het hart drukken om ouders goed door te verwijzen naar deze informatie. Op de website van Care4Neo vinden zij naast betrouwbare medische informatie en praktische zaken ook hoopvolle verhalen van andere ouders. De herkenning geeft moed en zorgt ervoor dat je je minder alleen voelt.

Tatiana van Lier 

Meer info:
Ervaringsverhalen, medische en praktische informatie voor ouders

Lees ook:
Interview Nanon Labrie: “Ouders van te vroeg geboren baby’s willen hoop en houvast”

 

Megabedrag voor Metakids, maar ook aandacht en erkenning

3FM Serious Request heeft ruim 11,5 miljoen euro opgehaald voor Stichting Metakids, de organisatie die zich inzet voor kinderen met een metabole ziekte en hun gezinnen. De actie leverde een grote boost op voor onderzoek naar behandelingen. De enorme media-aandacht maakte metabole ziekten en de gezinnen daarnaast in één klap zichtbaar.

Metabole ziekten zijn de meest dodelijke ziekten bij kinderen in Nederland: eén op de vier kinderen wordt niet ouder dan 18 jaar. Op dit moment is slechts 15 procent van behandelbaar (er zijn er in totaal meer dan 1900 metabole ziekten). Onderzoekers hebben wel goede hoop dat ze door onderzoek, mits daar geld voor is,  het percentage omhoog kunnen brengen van 15 naar 50 procent in de komende 10 jaar.

Aandacht en erkenning

Het recordbedrag van ruim 11,5 miljoen van 3FM Serious Request geeft dit onderzoek een grote boost. Tijdens en na de actie benadrukte Metakids-aanvoerder Jan-Matthijs van Eendenburg steeds ook het grote belang van de aandacht en de erkenning die ruim 10.000 gezinnen door de actie kregen voor hun strijd tegen metabole ziekten en de gevolgen.

“3FM Serious Request heeft niet alleen financiële steun gegenereerd, maar ook ontelbare persoonlijke verhalen naar voren gebracht,” zegt hij op de Metakids-website. “Ouders, kinderen en medisch specialisten hebben in de media hun ervaringen gedeeld, wat heeft bijgedragen aan een golf van begrip en erkenning in de samenleving.”

Meer over de impact van 3FM Serious Request op de website van Metakids