Dit is een kind en geen tolk

Minister van Ark van Medische Zorg en Sport zette zwart op wit in antwoord op vragen van radiojournalisten van Human/VPRO: “Het is onwenselijk om minderjarigen in te zetten als tolk.”.[1] In de praktijk gebeurt dat echter dagelijks, overal in Nederland, met ernstige psychische gevolgen voor het kind.

Daarom lanceerden de Johannes Wier Stichting voor gezondheidszorg en mensenrechten, AJN Jeugdartsen Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie op 7 april, Wereldgezondheidsdag, een postercampagne die zorgprofessionals oproept een einde te maken aan deze praktijk. Want een tolk heb je vaak hard nodig, maar een kind moet je nooit laten tolken.

Jeugdarts Petra de Jong, bestuurslid van de JWS, wordt vaak geconfronteerd met kinderen die lijden onder die tolkenrol die ze voor hun ouders vervullen. “Een kind wil zijn ouders graag helpen, en zal dus niet snel uit zichzelf die rol weigeren. Tegelijk heeft een kind de angst dat hij de vaktaal niet begrijpt, dus tekortschiet. En hij hoort dingen die niet voor zijn oren bestemd zijn. Die omdraaiing van de verantwoordelijkheid tussen ouder en kind, die beschadigt het kind enorm. Daar groeit een kind niet zomaar overheen. En laten we ook niet vergeten dat dat kind op dat moment iets fundamenteels mist, namelijk school.”

Buiten deze evidente bezwaren van psychische belasting en schoolverzuim zijn er, zoals de minister ook schreef in antwoord op de Kamervragen, nog andere “voor de hand liggende redenen” om een kind niet te laten tolken. Zo heeft elke zorgverlener de wettelijke plicht goede zorg te verlenen, en is de WGBO in januari 2020 nog aangescherpt met de verplichting met patiënten te overleggen en ze uit te nodigen vragen te stellen.[2] Bij een taalbarrière kan een tolk hierbij onontbeerlijk zijn. Een tolk heeft een vakbekwaamheid die van geen enkele welwillende kennis of verwante verwacht kan worden, laat staan van een kind.

Minister Van Ark is er ondubbelzinnig over: Zorgverleners moeten professionele tolken inschakelen als dit “noodzakelijk is om goede zorg te kunnen verlenen” omdat anders “de kwaliteit van zorg in het geding kan komen.”[3]. De Johannes Wier Stichting beschouwt dit standpunt van VWS van groot belang, in het licht van zijn campagne Tolken terug in de zorg alstublieft, die in 2019 van start is gegaan met een openbare oproep, gesteund door de Patiëntenfederatie Nederland, beroepsorganisaties als de KNMG, Pharos, CNV Zorg en Welzijn en door tientallen hoogleraren, psychiaters, en andere zorgverleners. Het standpunt is er, nu moet de financiering nog goed worden geregeld.

Meer informatie:

Tolken terug in de zorg, alstublieft

[1] Human/VPRO Argos, Spraakverwarring in de spreekkamer, 6 februari 2021

[2] KNMG, Toelichting wijzigingen in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)

[3] Antwoorden van Minister Van Ark op Kamervragen d.d. 1 februari 2021

EACH statement: Kinderen zijn geen kleine volwassenen

EACH, de European Association for Children in Hospital, is een internationale overkoepelende organisatie die openstaat voor Europese niet-gouvernementele, non-profit nationale verenigingen die zich bezighouden met het welzijn van kinderen in ziekenhuizen en andere gezondheidsdiensten.

EACH roept alle regeringen, beleidsmakers, personeel in ziekenhuizen en in alle andere zorginstellingen, evenals huisartsen op om de behoeften en rechten van kinderen te respecteren met betrekking tot de gevolgen van het coronavirus, zoals bepaald in EACH CHARTER.

Bekijk het EACH statement

Dertig jaar Rechten van het Kind

20 november 2019 bestond het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind dertig jaar. Het verdrag gaat over alles waar kinderen van nul tot achttien jaar mee te maken kunnen krijgen. Handvest Kind & Ziekenhuis stamt uit 1988 en is in overstemming met het verdrag.

Het verdrag gaat over zaken als het recht op voeding, onderwijs, spelen, wonen en gezondheid, maar ook over mishandeling, kinderarbeid, oorlog, en vluchten. Nederland heeft het Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995 bekrachtigd en heeft zich dus verplicht om het na te leven. In 2000 en 2014 is het verdrag uitgebreid met bijlagen over de noodzaak om kinderen te beschermen tegen mensenhandel, seksuele exploitatie en gewapende conflicten. Het VN-Kinderrechtencomité houdt toezicht op naleving van de afspraken uit het Kinderrechtenverdrag. De deelnemende landen moeten iedere vijf jaar verantwoording afleggen. Kind & Ziekenhuis is lid van het Kinderrechtencollectief en draagt bij aan het Nederlandse schaduwrapport aan het comité. Het comité heeft geen bevoegdheid tot het opleggen van straffen maar de aanbevelingen genieten internationaal gezag en een land dat in gebreke blijft kan dan ook internationale druk ondervinden om zich te verbeteren.

Verdragstekst, geschiedenis en uitleg Kinderrechtenverdrag: kinderrechten.nl.

Handvesten Kind & Zorg en Kind & Ziekenhuis

In 1977 hebben tweehonderd ouders Kind & Ziekenhuis opgericht. Hun kinderen waren langere tijd in het ziekenhuis opgenomen en hadden daardoor soms hechtingsproblemen en gedragsmoeilijkheden. De ouders wilden meer te zeggen hebben over de begeleiding en behandeling van hun kind, wilden kunnen overnachten en zochten contact met belangenorganisaties in andere landen. Dat leidde in 1988 tot de eerste Europese conferentie waar het EACH Charter, Handvest Kind & Ziekenhuis, ontstond met tien punten over de rechten van kind en gezin voor, tijdens en na een ziekenhuisbezoek. Het Handvest vormde het werkprogramma voor het in 1993 opgerichte netwerk EACH, de European Association for Children in Hospital en is nog steeds actief. Voorzitter op dit moment is de directeur van Kind & Ziekenhuis.

Omdat kinderen steeds meer buiten het ziekenhuis verzorgd worden heeft Kind & Ziekenhuis samen met partners zoals kinderartsen en kinderverpleegkundigen in 2014 Handvest Kind & Zorg opgesteld. De Handvesten zijn de basis van waaruit Kind & Ziekenhuis de kinderstem en rechten van het kind vertegenwoordigt. In de Handvesten en artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag staat dat kinderen het recht hebben om hun mening te geven over zaken die hen aangaan. Helaas is het naleven van kinderrechten in de zorg nog steeds niet overal vanzelfsprekend, ook niet in Nederland.

De handvesten van Kind & Ziekenhuis: kindenziekenhuis.nl/handvest
Geschiedenis EACH Charter (Engels): each-for-sick-children.org/home/history
Children’s Rights in Health Care from a Child and Parent Perspective, door directeur Hester Rippen: brill.com

Magazine Kind & Zorg – november 2019

Medisch-wetenschappelijk onderzoek bij kinderen

Kinderen informeren en betrekken

Het is belangrijk dat het effect van medicijnen en behandelingen op kinderen wetenschappelijk wordt onderzocht, maar je wilt een kind er niet onnodig mee belasten en al helemaal geen schade toebrengen. Dat is het dilemma van medisch-wetenschappelijk onderzoek bij kinderen. Kindenonderzoek.nl geeft zowel kinderen en ouders als zorgprofessionals uitgebreide informatie.

De gemiddelde deelnemer aan onderzoek naar de werking van medicijnen en behandelingen is een gezonde volwassen man. De uitkomsten zeggen weinig over het effect op kinderen en jongeren omdat hun lichaam heel anders kan reageren, maar ondertussen krijgen ze als ze ziek zijn wel allerlei medicijnen. Sinds een wetswijziging in 2016 is het beter mogelijk om de effecten op kinderen en jongeren te testen, maar hoe doe je dat, wat zijn de wettelijke kaders, hoe betrek en informeer je kinderen en ouders? Dat zijn vragen waarop veel onderzoekers het antwoord zoeken.

Promotie

 width=Gelukkig hebben Irma Hein, Mira Staphorst en Ronella Grootens daar verstand van. Hein is kinder- en jeugdpsychiater en gepromoveerd op wilsbekwaamheid bij kinderen, Grootens promoveerde op informatievoorziening voor kinderen in onderzoek en ontwikkelde de strip ‘Anne en de Groeneneuzengriep’ om jonge deelnemers beter te informeren, Staphorst deed promotieonderzoek naar de ervaringen van kinderen die deelnemen aan onderzoek. Samen hebben ze hun kennis verwerkt in Kindenonderzoek.nl. “Ons eerste doel is dat kinderen actiever bij beslissingen over onderzoek betrokken worden”, zegt Hein, “en ons einddoel is dat kinderen beter geïnformeerd worden over medisch-wetenschappelijk onderzoek. Als we via de site meer kinderen kunnen bereiken is dat al winst, en als ze beter kunnen beslissen is dat nog mooier.”

Kindenonderzoek.nl is een bron van kennis voor iedereen die te maken heeft met medisch-wetenschappelijk onderzoek bij kinderen. Kinderen en ouders kunnen lezen wat medisch-wetenschappelijk onderzoek inhoudt, wat hun rechten zijn en hoe andere kinderen hun deelname aan onderzoek hebben ervaren. Kinderen kunnen anoniem een vragenlijst invullen over hun ervaringen met onder meer bloedonderzoek, allergietesten en MRI-scans, en suggesties geven om die minder vervelend te maken. De uitkomsten van de vragenlijst
worden direct verwerkt in een database voor zorgprofessionals en ethische commissies.

Voor ouders is er uitgebreide achtergrondinformatie en voor professionals informatie over wilsbekwaamheid, beleid en regelgeving, methodes om kinderen te informeren en betrekken, en wetenschappelijke literatuur. Bovendien staat op de site een vragenlijst die onderzoekers kunnen gebruiken om de belasting van hun onderzoek te meten, suggesties om die te verminderen, en bijvoorbeeld de Besliswijzer die kinderen de mogelijkheid geeft om goed geïnformeerd te beslissen of ze willen meewerken.

“Ons eerste doel is dat kinderen actiever bij beslissingen over onderzoek betrokken worden”

Ook de door Grootens ontwikkelde patiëntinformatiebrief voor kinderen is binnenkort op de site te vinden, samen met een database met plaatjes over onderzoeksprocedures die in de brief verwerkt kunnen worden, zodat kinderen beter begrijpen wat er gaat gebeuren. Onderzoekers kunnen de brief en plaatjes gratis gebruiken.

Reacties

Staphorst gaat bij onderzoekers en ethische commissies langs om de site onder hun aandacht te brengen. Ze ontvangt veel positieve reacties en voorstellen om de site uit te breiden. “Bijvoorbeeld een onderzoeksgroep in Groningen heeft kinderen gefilmd die vertellen over hun ervaringen in wetenschappelijk onderzoek. Dat zou goed op de site passen want we hebben nu alleen tekst en plaatjes. We hebben ook de vraag gekregen of we een database kunnen toevoegen met alle studies waaraan kinderen kunnen meedoen. Dat ligt wat lastiger want hoe ga je zoiets bijhouden, en gaan we dan voorwaarden aan de studies stellen? Over zulke dingen moeten we goed nadenken. Voor het uitbreiden en actueel houden van de site is het nodig dat we financiering vinden. Daar zijn we nu hard naar op zoek.”

kindenonderzoek.nl

Het recht op begrijpelijke informatie

Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP) en Stichting Kind en  Ziekenhuis vinden het belangrijk dat kinderen zelf meebeslissen over deelname aan onderzoek. Kind en gezin hebben het recht om goed geïnformeerd te worden zodat ze gefundeerd kunnen oordelen en beslissen. Zoals in het Handvest Kind & Ziekenhuis staat:

Artikel 4: Kinderen en ouders hebben recht op informatie. De informatie wordt aangepast aan leeftijd en bevattingsvermogen van het kind.

Artikel 5: Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.

Handvest Kind & Ziekenhuis is in overeenstemming met het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties.

Kindenonderzoek.nl is een gezamenlijk initiatief van de Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP), Stichting Kind en Ziekenhuis en Kind in Onderzoek (onderzoekers Ronella Grootens, Irma Hein en Mira Staphorst).

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis

Kiddy Goodpills

Kinderen hebben recht op de juiste medicijnen

Stichting Kiddy Goodpills werft Fondsen om noodzakelijk geneesmiddelen onderzoek bij kinderen mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat álle kinderen de juiste dus goed geteste medicatie krijgen. 20-40% van de medicijnen die de huisarts voorschrijft zijn niet door de farmaceut getest op veiligheid, werkzaamheid en toepasbaarheid. Bij ernstige en/of chronische ziektes loopt dit percentage op tot wel 80%. Stichting Kiddy Goodpills hoopt behandelingen effectiever en veiliger te maken zodat meer kinderen beter worden met minder bijwerkingen. Kinderen hebben recht op de juiste medicijnen!

Approach Studie

Samen met de Medische Wetenschappelijke Adviesraad (MWAR) heeft Kiddy Goodpills in oktober 2018 hun eerste onderzoek geselecteerd: de Approach Studie.

Approach Studie: onderzoek naar de effecten van langdurig antibioticagebruik bij jonge kinderen met terugkerende luchtweginfecties

10% van alle kinderen in Nederland kampt zo vaak met luchtweginfecties dat dit een belemmering vormt voor hun ontwikkeling. Deze kinderen krijgen vaak langdurig antibiotica voorgeschreven. Steeds meer wordt duidelijk dat het gebruik van antibiotica op de lange termijn nadelige effecten met zich meebrengt.

Lilly Verhagen (Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht) en Gertjan Driessen (Juliana Kinderziekenhuis, Den Haag) vinden het daarom hoog tijd voor onderzoek naar de zin van langdurig gebruik van antibiotica bij terugkerende luchtweginfecties bij jonge kinderen; is dit wel de beste remedie? Deze studie, de Approach Studie genaamd, is het eerste onderzoek dat door Kiddy Goodpills wordt gefund.

Onderzoek onder twee groepen

De Approach Studie richt zich op de vraag of het gebruik van langdurige onderhoudsantibiotica zorgt voor minder luchtweginfecties bij kinderen die hier bovengemiddeld vaak last van hebben. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder een groep van 158 kinderen tussen de 6 maanden en 5 jaar met regelmatige luchtweginfecties en deze wordt in tweeën gedeeld: Groep 1 krijgt een antibioticum toegediend en Groep 2 een placebo (nepmedicatie).

Dagelijks dagboek

Gedurende 3 maanden krijgen de kinderen de antibiotica of nepmedicijn. Gedurende 6 maanden wordt door de ouders van deze kinderen via een app een dagelijks dagboek bijgehouden. Naast onderzoek naar het effect van langdurig gebruik van antibiotica op de klachten die gepaard gaan met luchtweginfecties, wordt ook naar andere effecten, zoals resistentie ontwikkeling, gekeken.

Risico van resistentie

Een belangrijk nadeel van antibiotica is namelijk resistentie; bacteriën kunnen er ongevoelig voor worden. Hoe meer antibiotica wordt gebruikt, hoe groter de kans dat bacteriën resistent worden. Het langdurig gebruik van onderhoudsantibiotica bij kinderen geeft dus veel kans op de ontwikkeling van resistentie.

In de loop van 2019 hoopt Kiddy Goodpills een tweede onderzoek te kunnen selecteren dat in 2020 van start zal gaan. Op deze manier willen zij ervoor zorgen dat de kennis over de toepassing van geneesmiddelen bij kinderen vergroot wordt en de zorg voor kinderen verbetert.

Meer informatie over de Stichting Kiddy Goodpills kun je vinden op de website www.kiddygoodpills.com.

Tips voor betere kindzorg

Kinderadviesraden geven gratis advies

Steeds meer ziekenhuizen hebben een kinderadviesraad. Ze bestaan uit ervaringsdeskundige kinderen en geven waardevolle tips. Luister naar hun gratis organisatieadvies en doe er iets mee!

Tips van kids van de kinderadviesraden

Do’s & Don’ts

Goede communicatie met kinderen leidt tot zorg die beter aansluit bij de behoeften van het kind. En beter afgestemde zorg leidt tot betere gezamenlijke besluitvorming en minder angst, verdriet, paniek en boosheid bij kinderen. Hoe doe je het goed, en wat moet je vooral niet doen? Je vindt het in de Handreiking voor zorgprofessionals ‘Communiceren met kids in de zorg’.

Communiceren met kinderen werkt anders dan met volwassenen. Ze verschillen anatomisch en fysiologisch en reageren emotioneel anders dan volwassenen op ziekte en letsel. Kinderen en adolescenten willen graag meebeslissen over onderzoeken en behandelingen, en wettelijk hebben ze het recht om in elk geval geïnformeerd te worden. In artikel 5 van Handvest Kind & Ziekenhuis staat het zo: “Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.”

Lees het volledige artikel

Inventarisatie kindzorgthema’s

De afstand tussen het aanbod van zorgverleners en de vraag van kinderen en gezinnen is nog steeds groot. Dat blijkt uit de inventarisatie die Kind & Ziekenhuis heeft gehouden onder 27 patiëntenorganisaties en belangenverenigingen voor kinderen, jongeren en ouders in de medische zorg. Betere communicatie en meer aandacht voor het dagelijks leven van kind en gezin komen als hoofdthema’s naar voren. De gezamenlijke organisaties bundelen nu hun krachten voor snellere veranderingen in de medische kindzorg.

Lees het volledige artikel

Communiceren met kids in de zorg do's en don'ts

Handreiking communiceren met kinderen in de zorg: Do’s & Don’ts

Goede communicatie met kinderen leidt tot zorg die beter aansluit bij de behoeften van het kind. En beter afgestemde zorg leidt tot betere gezamenlijke besluitvorming en minder angst, verdriet, paniek en boosheid bij kinderen. Hoe doe je het goed, en wat moet je vooral niet doen? Je vindt het in de Handreiking voor zorgprofessionals ‘Communiceren met kids in de zorg’.

Communiceren met kinderen werkt anders dan met volwassenen. Ze verschillen anatomisch en fysiologisch en reageren emotioneel anders dan volwassenen op ziekte en letsel. Kinderen en adolescenten willen graag meebeslissen over onderzoeken en behandelingen, en wettelijk hebben ze het recht om in elk geval geïnformeerd te worden. In artikel 5 van Handvest Kind & Ziekenhuis staat het zo: “Kinderen en ouders hebben recht op alle informatie die noodzakelijk is voor het geven van toestemming voor onderzoeken, ingrepen en behandelingen.”

Het goed informeren en betrekken van kinderen is in het belang van zorgprofessionals. Uit onderzoek is gebleken dat ze daardoor meer bereid zijn om mee te werken aan een behandeling, pijnlijke behandelingen geduldiger ondergaan, minder boosheid ervaren, hun ziekte en behandeling beter begrijpen en beter herstellen. Kinderen laten participeren in het zorgproces leidt tot zorg die beter aansluit bij hun behoeften.

Voor kinderen is praten met zorgprofessionals vaak spannend en ingewikkeld. Ze willen eigenlijk niet bezig zijn met praten over hun ziekte, opties en behandeling. Maar het gaat om hun leven, en hun mening zou dus voorop moeten staan. Hier is voor zorgprofessionals een belangrijke taak weggelegd. Stop met te veel en te ingewikkeld praten en verdiep je in de emotionele behoeften en cognitieve mogelijkheden van peuters, schoolkinderen en tieners. Daar wordt iedereen beter van.

Uitgangspunten voor goede communicatie met kinderen:

  • kinderen zijn geen kleine volwassenen
  • kinderen hebben recht op de beste medische zorg

De wettelijke rechten van kinderen per leeftijdsgroep:

  • 0 t/m 11 jaar: kinderen dienen informatie te ontvangen; ouders dienen informatie te ontvangen en toestemming te geven.
  • 12 t/m 15 jaar: kinderen en ouders dienen informatie te ontvangen en toestemming te geven.
  • 16 t/m 18 jaar: adolescenten dienen informatie te ontvangen en toestemming te geven. Medische geheimhouding geldt ook voor ouders en verzorgers.

 

Voorbeelden van do’s en don’ts

Welke informatie mogen (gescheiden) ouders over hun kind(eren) ontvangen?

Casus

Een gescheiden vader vraagt mij, kinderarts, om hem te vertellen welke behandelingen zijn 13-jarige zoontje afgelopen jaar heeft ondergaan en waarom. Dit in verband met rekeningen die hij via de zorgverzekeraar krijgt. Ik weet van de moeder dat de vader nauwelijks betrokken is bij de opvoeding van zijn zoontje en de andere kinderen, maar wel iedere keer moeilijk doet als er betaald moet worden. Mag ik vader informeren?

Advies

Een met gezag belaste ouder heeft recht op alle informatie over de behandelingen die zijn kind ondergaat of heeft ondergaan tot dat het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Op deze regel bestaan enkele uitzonderingen. Omdat ouders na een echtscheiding doorgaans beiden het gezag behouden, dient u de informatie te verstrekken – tenzij sprake is van een bijzondere situatie. Bij kinderen van 12 jaar is het verstandig het kind te laten weten dat vader informatie heeft gevraagd.

Toelichting

Algemeen

Tot kinderen de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, treden ouders bij geneeskundige behandelingen op als hun wettelijk vertegenwoordigers. In deze hoedanigheid beslissen ouders over de medische behandelingen die hun kind ondergaat, vanaf 12 jaar tot 16 jaar samen met het betrokken kind. Ouders hebben dan als wettelijk vertegenwoordiger ook, apart en gezamenlijk, recht op de benodigde medische informatie over hun kinderen om dergelijke beslissingen te kunnen nemen. Maar ook om bijvoorbeeld de facturen te kunnen controleren.

Hoewel de ouders volgens de wet recht hebben op informatie, kan een arts het verstrekken daarvan geheel of gedeeltelijk weigeren als:

  • die informatieverstrekking kennelijk strijdig is met de belangen van het kind; of
  • het kind nadrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen informatieverstrekking aan een ouder.

Echtscheiding en gezag

Na echtscheiding behouden beide ouders gelijke bevoegdheden over hun kinderen, tenzij de rechter het gezag slechts aan één van de ouders heeft toegewezen. De niet met het gezag belaste ouder heeft dan een recht op informatie over de kinderen met een beperktere strekking en omvang. Maatgevend is dan dat die ouder zich op grond van die informatie een algemeen beeld moet kunnen vormen over de staat van opvoeding en gezondheid van de kinderen. Alléén wanneer de rechter na echtscheiding het gezag aan één ouder toewijst heeft dit consequenties voor de rechten en bevoegdheden van de andere, niet-gezagdragende, ouder ten opzichte van de arts.

Gezagsregister biedt inzage in gezag ouders

Allereerst is natuurlijk de vraag of een arts in geval van een echtscheiding gehouden is na te gaan of een ouder gezagdragend is of niet. En zo ja, hoe dan. Als daartoe geen aanleiding bestaat, behoeft de arts dat niet te doen. Gezamenlijk gezag is immers na echtscheiding de hoofdregel. Bij twijfel is het echter raadzaam wél na te gaan wie het gezag heeft/hebben over een minderjarig kind. Hiervoor kunt u het Centraal Gezagsregister raadplegen. Dit register bevindt zich bij alle rechtbanken en is openbaar. Iedereen heeft het recht dit register in te zien en daarvan een uittreksel te vragen. Voorts verdient aanbeveling in het dossier van het kind aantekening te maken van de gezagsverhoudingen. Als blijkt dat slechts één van beide ouders gezagdragend is, dan treedt de andere ouder niet meer op als wettelijk vertegenwoordiger. Deze ouder beslist dientengevolge niet meer mee over de behandeling en heeft ook niet meer de aan dat beslissingsrecht gekoppelde rechten en bevoegdheden.

Het recht op informatie van de niet-gezagdragende ouder

Wel is in het Burgerlijk Wetboek voorzien in een recht voor de niet-gezagdragende ouder om op verzoek belangrijke informatie aangaande de verzorging en opvoeding van het kind te kunnen verkrijgen. Dit recht geldt ten opzichte van derden die beroepsmatig over die informatie beschikken, zoals leerkrachten, maatschappelijk werkers en artsen. Op die manier moet de niet-gezagdragende ouder zich, onafhankelijk van de gezagdragende ouder, een beeld kunnen vormen van de verzorging en opvoeding van het kind. Krijgt een arts dus een verzoek om informatie van een niet-gezagdragende ouder, dan hoeft hij voor het verstrekken daarvan geen toestemming te vragen aan de gezagdragende ouder. Het recht op informatie van de niet-gezagdragende ouder omvat geen inzagerecht. Ook kan de arts zich beperken tot globale, feitelijke en belangrijke informatie.

Meer weten?

Rechten van de patiënt (WGBO)

Ja Dokter Nee Dokter

 

Bron: KNMG Artseninfolijn

GEZOCHT: Kinderen (8 tot 12 jaar) en Jongeren (12 tot 18 jaar) die zorg ontvangen en met ons mee willen denken!

Moet er rekening worden gehouden met jouw mening?

Wie beslist er eigenlijk wat het beste voor je is als je ziek bent? Moet er rekening worden gehouden met jouw mening? Natuurlijk is jouw mening belangrijk. Samen met jou, je ouders en de zorgverlener beslissingen nemen is vaak het beste. Dat noemen we Samen Beslissen.

Samen beslissen in de zorg gaat nog lang niet altijd goed. In 2015 is daarom de campagne ‘3 goede vragen’ door de Patiëntenfederatie Nederland gestart. Deze ‘3 goede vragen’ zijn: Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat betekent dat in mijn situatie? Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden?

Waarom zoeken we jou?

Kinderen en jongeren zijn geen kleine volwassenen. Jullie hebben een eigen mening. Je hebt ook het recht om samen met je ouders en arts te beslissen. Uit onderzoek blijkt zelfs dat als je meebeslist dit een positief effect heeft op de behandeling. Wij willen nu onderzoeken of deze ‘3 goede vragen’ ook aansluiten bij kinderen en jongeren.

Daar hebben we jullie hulp bij nodig! Want wie kan er beter vertellen wat er belangrijk is in jouw leven dan jij?! Wij organiseren verschillende bijeenkomsten waarin we samen met jou willen praten over het samen beslissen in de zorg. Op deze manier willen wij er achter komen wat jij interessant en belangrijk vindt.

Waar? Wanneer?

Bernhoven (Uden)

Datum: dinsdag 17 januari 2017

Leeftijd: 12 tot 18 jaar

Tijd: 18.30 – 20.30 uur

Rijnstate (Arnhem)

Datum: woensdag 18 januari 2017

Leeftijd: 8 tot 12 jaar

Tijd: 14.00 – 16.00 uur

Emma Kinderziekenhuis (Amsterdam)

Datum: maandag 30 januari 2017,

Leeftijd: 12 tot 18 jaar

Tijd: 18.30 – 20.30 uur

Emma Kinderziekenhuis (Amsterdam)

Datum: woensdag 25 januari 2017

Leeftijd: 8 tot 12 jaar

Tijd: 14.00 – 16.00 uur

Vergoeding: Reiskosten worden vergoed en je ontvangt een cadeaubon van €10.

Wil je ons hierbij helpen? Super!

Stuur een mail naar projectmanager@kindenziekenhuis.nl met je naam, leeftijd en je telefoonnummer en waar je wilt komen. Als je eerst meer wilt weten dan mag je altijd bellen naar (085) 020 12 65 en vragen naar Eva. Ben je jonger dan 14 jaar? Dan heb je toestemming nodig van je vader en/of moeder.

Groetjes,

Eva Schmidt – Cnossen (Projectmanager Stichting Kind en Ziekenhuis)
Merit Tabbers (Kinderarts AMC)
Christel Walhof (Kinderarts Rijnstate)
Inge Blokzijl – Boezeman (Kinderarts Bernhoven)

Meer info over meebeslissen en jouw rechten in de zorg: www.jadokterneedokter.nl en www.mijnrechtenalsziekkind.nl

Meer informatie over de 3 goede vragen voor volwassenen:  www.3goedevragen.nl 

Kinderombudsvrouw

Kinderen zijn onze belangrijkste informatiebron

Er is in Nederland te weinig kennis over kinderrechten, vindt kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer. Het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties en de aanbevelingen van het Kinderrechtencomité zijn vrijwel onbekend bij professionals in de zorg, rechterlijke macht en hulpverlening. Kalverboer wil dat kinderen veel meer rechtstreeks invloed krijgen op het beleid van haar instituut.

In het eerste half jaar na haar aantreden heeft de nieuwe kinderombudsvrouw veel professionals en kinderen ontmoet. Tot 19 oktober maakt ze een kinderrechtentour langs kinderen en instellingen in het land. De informatie die daar uitkomt, gebruikt ze om eind 2016 de speerpunten voor haar beleid vast te stellen. In de tussentijd hoopt Kalverboer dat zoveel mogelijk kinderen haar vragenlijst invullen om goed in beeld te krijgen hoe kinderen denken over hun leven en hun rechten. In december maakt de ombudsvrouw de speerpunten bekend.

Kalverboer wil in elk geval de stem van kinderen sterker laten klinken binnen haar instituut: ‘We willen niet meer óver kinderen praten, maar mét kinderen. We willen de kindervertegenwoordiging bij de ombudsman structureel regelen en gaan het kantoor verbouwen om ze goed te kunnen ontvangen. We leggen lijnen naar kinderadviesraden en alle medewerkers gaan één dag in de week naar kinderen in het hele land toe. Onze onderzoeksvragen zetten we voortaan uit bij kinderen zelf, zij worden een veel belangrijkere informatiebron.  Nu klagen maar weinig kinderen bij ons. Van alle klachten komt vier procent van kinderen. Dat percentage moet omhoog.’

Je moet altijd het kind horen voordat je een beslissing neemt.

Kalverboer is onder meer bij het Beatrix Kinderziekenhuis in Groningen geweest. Wat heeft ze daar gehoord? ‘De artsen en het verpleegkundig personeel hebben een complexe casus aan me voorgelegd die ze vaak hebben nabesproken, omdat ze zich afvragen of ze daarin goed gehandeld hebben. Het ging om een meisje met kanker dat zou gaan overlijden. Ze wilde graag naar huis, maar haar ouders hadden een lichte verstandelijke beperking en het was de vraag of ze voor hun dochter konden zorgen. De ene medewerker wilde haar naar huis laten gaan, de andere vond het beter als ze in het ziekenhuis zou blijven. Ze hebben haar laten gaan en thuis heeft ze nog een goede tijd gehad. De medewerkers vertelden dat ze tijd hebben verloren door verzekeringstechnische problemen. Daar zie ik voor mezelf wel een taak. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat een kind niet de juiste begeleiding krijgt omdat de verzekering niet wil betalen.’

Kalverboer denkt dat zorgverleners in dit soort complexe gevallen veel kunnen hebben aan de aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité. Er is zelfs een speciale richtlijn opgesteld: General Comment nr. 14. ‘Dat is bijna een protocol waarmee je systematisch alle belangen afweegt. Het Kinderrechtencomité zegt dat je altijd het kind moet horen voordat je een beslissing neemt en dat de continuering van de gezinsbanden gewaarborgd moet worden. Als een kind in een revalidatiecentrum zit, verbreek je die banden niet volledig, maar het kind is niet bij zijn of haar familie. De richtlijnen van de VN maken het gemakkelijker om belangen te wegen en beslissingen te nemen.’

In het Beatrix Kinderziekenhuis heeft Kalverboer ook met kinderen gesproken. Kalverboer: ‘Van de kinderadviesraad hoorde ik dat kinderen nu vaak drie uur op een handtekening moet wachten als ze verlof aanvragen; ze willen dat die tijd korter wordt. Ze vinden ook dat zorgverleners te kinderachtig met ze praten, en ze willen dat het mogelijk wordt om een vriend of vriendin op de afdeling te laten logeren.

Dat kan nu niet om verzekeringstechnische redenen, het ziekenhuis wil niet verantwoordelijk worden gesteld als er iets met een logee gebeurt. Twee meisjes vertelden dat ze graag een adolescentenafdeling zouden willen. Nu liggen tieners met baby’s en kleine kinderen op een kamer en hangen er kinderlijke plaatjes aan de muur.’

Heleen Schoone

Ook als Stichting Kind en Ziekenhuis zien we nog steeds ruimte voor verbetering van de rechten van het kind in zorgorganisaties. Al sinds 1988 is de basis van ons werk het Europese Handvest Kind & Ziekenhuis, dat in overeenstemming is met de het VN-verdrag voor de rechten van het kind. Via ons kwaliteitskeurmerk Smiley werken we aan het bevorderen van goede kindgerichte zorg. Daarnaast hebben we de eerste Kinderadviesraad in een ziekenhuis in Nederland opgericht, samen met het Amalia Kinderziekenhuis-Radboudumc. Binnenkort zit Kind & Ziekenhuis met de kinderombudsvrouw om tafel om te bezien hoe we samen de kindgerichtheid in de gezondheidszorg kunnen bevorderen.