Waarom het Werkboek Voeding voor zieke kinderen?

Waarom het Werkboek Voeding voor zieke kinderen?

Kort gezegd: omdat voeding een belangrijke rol speelt bij de behandeling van zieke kinderen. Enerzijds gaat het om specifieke voedingseisen waarom een ziekte vraagt, anderzijds om de specifieke voedingsaanpassingen bij de behandeling van bepaalde aandoeningen. Het Werkboek Voeding voor zieke kinderen is de langverwachte tweede druk van het meer dan twintig jaar oude Werkboek Enterale voeding voor kinderen. Daarin was voor het eerst op systematische wijze uitgelegd hoe de behoefteberekening van zieke kinderen tot stand moest komen en wat dat betekende voor een groot aantal aandoeningen. Was die eerste druk indertijd tot stand gekomen op initiatief van de sectie kindergastro-enterologie en voeding van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), voor het nieuwe Werkboek Voeding voor zieke kinderen tekent de Commissie Voeding, wat illustratief is voor het belang dat de NVK aan adequate voeding hecht. En ook de opzet is veranderd, zoals de titel al aangeeft: het behandelt niet alleen enterale voeding (voeding die per sonde wordt toegediend), maar ook parenterale voeding (infuusvoeding) en diëten voor kinderen met bijzondere voedingseisen.

In twintig jaar tijd is het inzicht in het belang van een goede voedingstoestand voor zieke kinderen en in de factoren die daarbij een rol spelen, aanzienlijk toegenomen. Ondervoeding werkt (uiteraard) vertragend op de genezing. Maar dat is niet het hele verhaal. Het is bijvoorbeeld sinds kort bekend dat kritiek zieke kinderen juist een groter risico op ziekenhuisinfecties en vertraagd herstel lopen als zij in de eerste fase van hun verblijf op de intensive care volledige infuusvoeding, met aminozuren en vetten, krijgen. Nu we weten dat ook zieke kinderen die elders in het ziekenhuis worden opgenomen, relatief vaak ondervoed zijn, wordt aan de voedingstoestand bij opname extra aandacht besteed. Voor de herkenning van (dreigende) ondervoeding bij opname is in Rotterdam een simpele methode ontwikkeld, een ‘instrument’ dat STRONGkids wordt genoemd, waarbij ‘STRONG’ staat voor screening tool risk on nutritional status and growth. Zo kan voor elk kind in het ziekenhuis het optimale voedingsbeleid worden afgesproken.

In twintig jaar tijd is het inzicht in het belang van een goede voedingstoestand voor zieke kinderen en in de factoren die daarbij een rol spelen, aanzienlijk toegenomen.

In het Werkboek Voeding voor zieke kinderen komt dat allemaal aan bod. Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt in twaalf hoofdstukken inzicht gegeven in (bepaling van de) voedingstoestand en voedingsbehoeften, voedingsstoffen (macro- en micronutriënten) en de praktische kanten van enterale en parenterale voeding. In deel twee komen in veertien hoofdstukken de voedingsbehoeften aan bod van de relevante ziektebeelden, van de behandeling van kritisch zieke kinderen tot eetstoornissen, van coeliakie en cystische fibrose tot stofwisselingsziekten. (In de pdf-versie van het boek, te vinden op de website van de NVK, staat nog een 27e hoofdstuk, over eetstoornissen bij jonge kinderen). In de appendix ten slotte wordt ingegaan op de antropometrie: de meting van lengte, gewicht en andere met voeding en groei samenhangende maten.

Dus: waarom dit boek? Voor iedereen die beroepsmatig te maken heeft met zieke kinderen, binnen en buiten het ziekenhuis: omdat het niet alleen een actueel overzicht biedt van de voedingswetenschap, maar ook de handvatten om die kennis in de praktijk te benutten.

Frank Kneepkens
Kinderarts maag-darm-leverziekten

Werkboek Voeding voor zieke kinderen

Onder redactie van K.F.M. Joosten, D. Van Waardenburg en C.M.F. Kneepkens
Amsterdam: VU University Press, 2017 [245 pagina’s, 12 figuren, 83 tabellen]

Online bestellen

Maren wint ontwerpwedstrijd AV1 robot

Stichting Kind en Ziekenhuis gaat 20 AV1 robots uitlenen die Vodafone Foundation in bruikleen stelt aan kinderen die hiervoor in aanmerking komen.

Kinderen die langdurig of chronisch ziek zijn, missen vaak (buiten-)schoolse activiteiten en de sociale contacten met vrienden. Het Noorse bedrijf No Isolation bedacht hiervoor een hulpmiddel, de AV1; een robot die kan fungeren als de ‘ogen en oren’ van het kind. De AV1 robot was echter nog wat kaal en dus werden basisschoolleerlingen in heel Nederland gevraagd de AV1 robot een eigen look te geven! Via de website Bondgenoten konden kinderen van 6 tot 12 jaar stemmen op hun favoriete ontwerp.

Winnares Maren met klas naar NEMO

Vandaag is de grote dag voor de trotse winnares Maren. Zij heeft de ontwerpwedstrijd gewonnen. De 20 AV1 robots worden voorzien van haar winnende ontwerp. Vandaag zijn er speciale opnames gemaakt voor de campagne van de AV1 robot bij NEMO in Amsterdam en Maren mag als extra cadeau haar hele klas meenemen naar NEMO.

AV1 robot campagne NEMO Amsterdam
Directeur Stichting Kind en Ziekenhuis Hester Rippen wordt gefilmd voor de campagne AV1 robot bij NEMO Amsterdam.

Bekijk het filmpje hoe Maren haar prijs in ontvangst neemt!

Wil jij ook een AV1 robot lenen?

Kun jij niet (altijd) naar school door ziekte? Of ken je iemand anders?

MELD JE AAN VIA HET AANVRAAGFORMULIER AV1

20 robots voor zieke kinderen

Op afstand meedoen in de klas

Met robot AV1 kunnen zieke kinderen meedoen op school, ook als ze thuis of in een zorgorganisatie zijn. Stichting Kind en Ziekenhuis heeft twintig robots in bruikleen gekregen van Vodafone Foundation Nederland. Ze kunnen het komende jaar gebruikt worden door zieke kinderen.

AV1 is een kleine robot uit Noorwegen, gemaakt door No Isolation, een bedrijf met als doel mensen uit hun isolement halen en eenzaamheid voorkomen. De robot kan langdurig zieke kinderen van zes tot achttien jaar in de klas vervangen. Het kind bestuurt de robot op afstand, met een app op de telefoon of tablet. Als hij of zij inlogt, wordt de robot wakker. De leraar en leerlingen in de klas zien dat de lichtjes op de robot gaan branden en dat het zieke kind dus aanwezig is.

Het kind kan mee luisteren en praten met de klas, de robot rond laten kijken en laten bewegen. Alleen luisteren is ook mogelijk, als het kind zich niet goed genoeg voelt om mee te doen. Doordat de robot klein is, kan hij mee met schoolreisjes. Het zieke kind is niet zichtbaar in de klas, omdat de robot geen scherm heeft. Dit is op verzoek van toekomstige gebruikers zelf, omdat ze liever niet in beeld willen komen als ze er moe en ziek uit zien.

Er is een  ontwerpwedstrijd uitgeschreven omdat AV1 er wit en neutraal uit ziet. Uit driehonderd inzendingen is een winnaar gekozen. Van het winnende ontwerp is een sticker gemaakt die op de robot geplakt kan worden.

Rachelle is geslaagd dankzij de AV1 robot

Rachelle geslaagd dankzij AV1 robot
De AV1 robot is de ogen, oren en stem van zieke kinderen waardoor zij kunnen meedoen in de klas. Mede hierdoor is Rachelle geslaagd!

Wil je een robot AV1 lenen?

MELD JE AAN VIA AANVRAAGFORMULIER AV1

Meer informatie over AVI

Interview met No Isolation over AV1

Primeur Rijndam Kinderrevalidatie: coaching van kind en ouders via videobellen

Ergotherapeuten van Rijndam Kinderrevalidatie zijn de eersten in Nederland die zogeheten Activiteiten Dagelijks Leven (ADL) via een beveiligde beeld- en geluidsverbinding observeren en coachen, oftewel videobellen. Ze kijken op afstand mee hoe kinderen en ouders activiteiten in het dagelijkse leven uitvoeren, zoals aan- en uitkleden of tandenpoetsen. Deze handelingen kunnen voor kinderen met een beperking als lastig worden ervaren.

Thuisomgeving

Voorafgaand aan het zogeheten videoconsult bespreekt de ergotherapeut met het kind en de ouder welke activiteit ze graag thuis willen oefenen. Op het afgesproken tijdstip kijkt de ergotherapeut via een beveiligd systeem thuis mee hoe de activiteit gaat. Voordeel hiervan is dat het kind wordt geobserveerd op het tijdstip en in de omgeving waarin het normaal gesproken ook de activiteit uitvoert. De ergotherapeut geeft tips hoe het makkelijker gaat, zowel aan kind als ouder. Na een aantal weken oefenen, zowel thuis als bij Rijndam, wordt nogmaals een videoconsult ingepland om te kijken of kind, ouders en behandelaren meer tevreden zijn over hoe de activiteit wordt uitgevoerd.

Positieve ervaringen videobellen

De eerste ervaringen zijn erg positief. Femke Rutten, ergotherapeut Kinderrevalidatie geeft aan: “Het is erg zinvol om in de thuissituatie naar de ADL-taak te kijken, omdat we goed zien hoe ouders de activiteit thuis aanpakken. Hierdoor kun je persoonlijk advies geven en meedenken.” Ook de ouders zijn erg enthousiast. Een van de ouders geeft aan: “Het is echt een meerwaarde dat de ergotherapeut bij ons thuis meekijkt hoe we onze zoon zijn pyjama aantrekken op het moment dat hij daadwerkelijk gaat slapen. Ook voor onze zoon is dit erg duidelijk.”

Innovatie

Rijndam bekijkt continu de mogelijkheden om innovatieve ontwikkelingen in te zetten in haar behandelingen. Op deze manier kan Rijndam topzorg leveren en de behandeling van patiënten blijven verbeteren. De inzet van videobellen is hiervan een voorbeeld. Op dit moment loopt er een proef bij Rijndam Kinderrevalidatie locatie De Sitterstraat. Bij positieve ervaringen wordt bekeken hoe videobellen definitief kan worden ingezet binnen Rijndam.

Stem op jouw favoriete AV1 robot!

In een eerder bericht meldden we al dat Stichting Kind en Ziekenhuis 20 AV1 Robots gaat uitlenen die Vodafone Foundation in bruikleen stelt aan kinderen die hiervoor in aanmerking komen.

Kinderen die langdurig of chronisch ziek zijn, missen vaak (buiten-)schoolse activiteiten en de sociale contacten met vrienden. Het Noorse bedrijf No Isolation bedacht hiervoor een hulpmiddel, de AV1; een robot die kan fungeren als de ‘ogen en oren’ van het kind. De AV1 robot was echter nog wat kaal en dus werden basisschoolleerlingen in heel Nederland gevraagd de AV1 robot een eigen look te geven!

Kinderen van 6 tot 12 jaar mogen stemmen

Een jury bestaande uit mensen van de 3 organisaties en 4 kinderen hebben inmiddels een top 10 gemaakt uit ongeveer 300 ingestuurde kleurplaten. Nu moet er gestemd gaan worden door kinderen (dus niet door volwassenen!) op de 10 ontwerpen. Belangrijk is dat zowel jongens als meisje het aanspreekt en leuk is voor kinderen van 6 tot 12 jaar.

Stem op jouw favoriete robot

Van 3 april tot en met 12 april is het mogelijk om via de website Bondgenoten te stemmen op jouw favoriete ontwerp voor de AV1 robot! 20 AV1 robots worden voorzien van het winnende ontwerp. Deze robots worden uitgeleend aan langdurig zieke kinderen namens de Vodafone Foundation en Stichting Kind en Ziekenhuis. De ontwerper van het winnende design mag zijn of haar hele klas bovendien meenemen naar NEMO in Amsterdam!

Meer weten?

Op de website van Bondgenoten kun je meer lezen over de AV1 robot en de ontwerpwedstrijd.

Robot haalt zieke kinderen uit isolement 1

Robot haalt zieke kinderen uit isolement

Contact met school en vrienden via leenrobot van Vodafone

Kinderen die langdurig ziek zijn, kunnen voortaan via een speciale robot in contact blijven met hun klasgenoten, familie en vriendjes. Zo hoeven ze geen les te missen en kunnen ze zelfs virtueel buitenspelen. Op deze manier wordt voorkomen dat deze kinderen in een sociaal isolement komen. Vodafone levert de 4G-connectie en leent twintig van deze robots uit aan langdurig zieke kinderen.

De AV1-robot, bedacht door het Noorse bedrijf No Isolation, zorgt ervoor dat een ziek kind kan deelnemen aan activiteiten in de klas en daarbuiten. Het kleine robotje stuurt de beelden en geluiden rechtstreeks naar de tablet of telefoon van de zieke klasgenoot. Vanaf thuis of ziekenhuis kan hij of zij de robot opdrachten geven en besturen. Via de AV1-robot kan het kind praten, fluisteren en z’n vinger opsteken. Zo ontstaat er interactie die normaal gezien onmogelijk zou zijn, op school, maar ook tijdens speelafspraken, verjaardagen en schoolreisjes.

In Nederland zijn er circa 19.000 langdurig zieke kinderen. Onderzoek wijst uit dat sociale isolatie zeer schadelijk is voor de ontwikkeling van deze kinderen. Daarom stelt de Vodafone Foundation twintig robots beschikbaar, die ze gaat uitlenen aan langdurig zieke kinderen door het hele land. De robots zullen regelmatig rouleren, zodat elk jaar tientallen kinderen er gebruik van kunnen maken. Stichting Kind en Ziekenhuis ziet erop toe dat de twintig robots goed worden verdeeld. Op deze manier maakt de Vodafone Foundation een ‘Internet of Things’-oplossing bereikbaar voor een grotere groep kinderen.

“De robots halen op een speelse manier de zieke kinderen uit hun isolement. Door contact te hebben met vrienden en klasgenoten voelen ze zich minder eenzaam. Ze maken alle leuke en leerzame momenten gewoon mee”, zegt Marieke Dekker, Executive Director External Affairs VodafoneZiggo. “Onze Foundation heeft als doel om uitsluiting in de samenleving tegen te gaan, dus dit project, dat we ‘Bondgenoten’ noemen, sluit daar goed op aan.”

Om scholen, kinderen en ouders kennis te laten maken met de AV1-robot biedt VodafoneZiggo een les aan op scholen. Deze les legt uit hoe de robot werkt en wat hij positief kan bijdragen aan het leven van langdurig zieke kinderen en hun omgeving.

Bondgenoten

Om de (witte) robots leuker te maken voor kinderen, organiseert de Vodafone Foundation een ontwerpwedstrijd, waarbij kinderen hem een nieuw uiterlijk kunnen geven. We roepen kinderen op om mee te doen via scholen en kinderkrant KidsWeek. Vlogster Jill Schirnhofer geeft via onderstaande video tips en trucs voor het ontwerpen. De wedstrijd loopt tot 30 maart 2018. De winnaar wordt eind april bekendgemaakt. Een jury beoordeelt de inzendingen en het mooiste design komt op de twintig AV1-robots te staan. De winnaar mag met de hele klas een bezoek brengen aan het wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam.

Meer informatie: www.mijn-bondgenoot.nl

Download de kleurplaat van de robot. Scan het ontwerp en upload het ontwerp via Kidsweek.

Stichting Kind en Ziekenhuis gaat 20 AV1 Robots uitlenen die Vodafone Foundation in bruikleen stelt aan kinderen die hiervoor in aanmerking komen.

Bron en foto’s©: www.vodafoneziggo.nl

AllerGoGo-app geeft grip op hooikoorts

Deventer Ziekenhuis lanceert allergie-app speciaal voor kinderen

Het Deventer Ziekenhuis lanceert als eerste Nederlandse ziekenhuis een allergie-app speciaal voor kinderen: AllerGoGo. De app is door artsen én patiënten ontwikkeld en geeft kinderen tussen de 7 en 16 jaar meer grip op hun hooikoorts.

Het aantal kinderen met allergische reacties neemt snel toe. Inmiddels heeft zo’n 25 procent van de Nederlandse tieners last van hooikoorts. Als het hooikoortsseizoen rond februari weer start, zijn rode ogen, niesbuien, kriebelhoest, hoofdpijn en vermoeidheid veelvoorkomende klachten.

Hooikoorts teistert steeds meer kinderen

Kinderallergoloog Monique Gorissen: “Steeds meer kinderen krijgen last van hooikoorts, onder meer door luchtvervuiling en een toename van bepaalde soorten pollen. Als kinderen bij de (huis)arts zijn, is het voor hen soms lastig zich uit te drukken of om terug te halen waar of wanneer ze klachten hadden. Met de app krijgen ze pollennieuws, kunnen ze een digitaal dagboek bijhouden, dat goed van pas kan komen bij het bezoek aan de specialist. Hierin kunnen ze hooikoortsklachten en hun medicijngebruik vastleggen. Dit biedt inzicht in wat wel en niet werkt. Ook bevat de app tips om hooikoortsklachten te voorkomen.”

Klachten bijhouden door middel van selfies

Met AllerGoGo krijgen kinderen te maken met een figuurtje genaamd Allergotchi. Bij veel klachten wordt Allergotchi ziek en als er medicijnen worden gebruikt wordt hij weer beter. Ook kunnen kinderen er voor kiezen om de selfie-functie te gebruiken. Ze maken dan een foto van zichzelf en kunnen met smilies aangeven hoe ze zich voelen. Met deze functie wordt inzichtelijk wat er wel of niet wordt gedaan en gebruikt om hooikoorts tegen te gaan.

De tienjarige Laura Weber uit Enschede gebruikt de app al. Het hele jaar door heeft ze last van gras- en boompollen. Twee keer per dag vult Laura haar gegevens in op de app. Allergotchi geeft aan hoe ze zich voelt, voor- en na de medicijnen. Haar moeder laat weten: “Ik vind het belangrijk dat mijn dochter ook zelf leert kijken naar haar klachten. Daar kan de app zeker bij helpen.”

Totstandkoming AllerGoGo

De app is het winnende resultaat van een innovatiewedstrijd in het Deventer Ziekenhuis. Medewerkers konden ideeën voor slimme zorg-apps inzenden. De ontwikkeling van AllerGoGo is een voorbeeld van co-creatie in de zorg. Patiënten, ouders, kinderartsen en ICT’ers zaten namelijk vanaf het begin samen aan de ontwerptafel. Zij brachten de behoeften in kaart en vertaalden deze naar een digitale oplossing voor kinderen tussen 7 en 16 jaar. Binnen een jaar werd de app realiteit en kan deze vanaf nu de snel groeiende groep kinderen met allergieklachten helpen.

Allergie als speerpunt

De lancering van AllerGoGo past bij de ambitie van het Deventer Ziekenhuis om een voorloper te zijn op het gebied van kinderallergie. Daarom is in 2015 in het ziekenhuis het Kinderallergie Behandelcentrum geopend. Daar worden kinderen met allergieklachten geholpen om zo snel mogelijk een klachtenvrij leven te leiden. Het team, bestaande uit onder meer twee kinderarts-allergologen, werkt intensief samen met een dermatoloog, KNO-arts, kinderallergieverpleegkundige, longfunctie-analist, diëtiste en eczeemverpleegkundige, om de meest optimale zorg te kunnen bieden.

AllerGoGo is nu te downloaden voor Apple en Android. Voor meer info: www.dz.nl/allergogo.

Bekijk hoe AllerGoGo werkt

E-health voor kinderen

Beter aansluiten bij de manier waarop kinderen communiceren

E-health kan de zorg voor kinderen laagdrempeliger en toegankelijker maken, ervoor zorgen dat ze minder in het ziekenhuis hoeven te zijn en meer regie krijgen over hun eigen leven, vindt kinderarts Nicole van Eldik. Kinderneurochirurg Erik van Lindert probeert door digitale zorg de samenwerking tussen artsen te stimuleren, de patiëntenvoorlichting te verbeteren en het contact met en tussen kinderen en ouders op een hoger plan te brengen. Twee artsen die e-health omarmen en grote mogelijkheden zien.

Kinderarts Nicole van Eldik zat in de spreekkamer vaak tekeningetjes te maken om uit te leggen hoe het hart, de maag, darmen of longen werken. De tekeningetjes waren niet altijd duidelijk, of haar pen hield ermee op. Dus besloot ze om haar tablet in de spreekkamer te introduceren.

Sinds ze apps als The Human Body gebruikt, kan ze laten zien welke weg een worteltje door het lichaam aflegt en begrijpen kinderen en ouders ineens veel beter hoe organen werken. Van Eldik (1982) is zelf met digitale techniek opgegroeid en probeert aan te sluiten bij de manier van communiceren van de huidige kinderen, die perfect weten hoe een tablet werkt en zelfs als kleuter zelfstandig Dorafimpjes op Youtube kunnen vinden. Ze weet zeker dat e-health een grote rol gaat spelen in de gezondheidszorg en is voorzitter van de nieuwe werkgroep Innovatie van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). Die werkgroep heeft als missie om ‘actuele ontwikkelingen en vernieuwingen binnen de kindergeneeskunde te volgen, te beïnvloeden en vorm te geven’. E-health is een van de aandachtsgebieden.

Betrouwbaar

Thuismeetapparatuur en videoconsulten zijn de technieken waar Van Eldik veel van verwacht, hoewel ze er direct bij zegt dat de technieken nog “verder doorontwikkeld moeten worden” voordat ze zo betrouwbaar zijn dat artsen en verpleegkundigen erop durven te vertrouwen. “Er zijn al veel mogelijkheden om thuis te meten en monitoren, maar bij kinderen is het moeilijk om de effectiviteit en kwaliteit vast te stellen omdat de normaalwaarden voor elke leeftijdsfase anders zijn. We moeten nog veel onderzoek doen, uitproberen, kijken of het klopt en op een gegeven moment kunnen we ze toepassen.”

Je moet wel bedenken dat de arts in de spreekkamer vaak de oudste is.

En als het eenmaal zover is? Dan verwacht ze dat kinderen na een operatie veel eerder naar huis kunnen met wearables, draagbare apparaten zoals slimme pleisters. “Bijvoorbeeld kinderen die geopereerd zijn en die je wilt monitoren omdat er complicaties kunnen ontstaan. Op het moment dat je een betrouwbare slimme pleister hebt die om de dertig seconden je hartfrequentie, ademfrequentie en bloeddruk meet, kunnen ook die kinderen dezelfde dag naar huis omdat je het veel sneller ziet als een kind achteruitgaat. Het algoritme achter de wearable stuurt een seintje als de hartslag of ademhaling te hoog is. Vervolgens gaat er een seintje naar de ouders en dokter of verpleegkundige, en die kunnen kijken hoe het met het kind gaat. Dat is volgens mij de toekomst. Slimme draagbare apparaten nemen de reguliere controles in het ziekenhuis over, zodat kinderen langer en veiliger thuis kunnen blijven. Het is volgens mij een stuk veiliger dan wanneer een kind zonder monitor op de kinderafdeling ligt en er drie keer per dag een kinderverpleegkundige komt controleren. In de zes of acht tussenliggende uren kan enorm veel gebeurd zijn, want kinderen kunnen heel snel achteruit gaan. Als een
apparaat die controletaak kan overnemen, kom je er veel eerder achter wat er aan de hand is.”

“Ze meten hun hartslag met een smartwatch, of de kwaliteit van hun slaap met één van de honderden apps, en komen in de spreekkamer met printscreens van de resultaten.”

Artsen zijn soms bang voor een nieuwe manier van werken, zegt Van Eldik. “Ze vinden het onpersoonlijk omdat ze minder live contact hebben. Maar videobellen of een e-consult is ook contact, en het maakt de drempel voor een patiënt om contact te zoeken lager. Je moet wel bedenken dat de kinderarts in de spreekkamer vaak de oudste is. De kinderen en ouders zijn vaak al veel meer ingesteld op digitaal communiceren dan de arts. Als kinderen kunnen inloggen in hun dossier, kunnen zien welke gegevens zijn verzameld en wat ermee gebeurt, wordt de zorg die ze krijgen inzichtelijker en laagdrempeliger. Daarmee geef je ze kracht. Ze krijgen de gelegenheid om samen met hun ouders en zorgverleners onderdeel te zijn van het team en regie te nemen over hun leven.” Je kunt er als arts trouwens ook niet meer omheen dat kinderen zelf het heft in handen nemen, zegt Van Eldik. “Ze meten hun hartslag met een smartwatch, of de kwaliteit van hun slaap met één van de honderden apps, en komen in de spreekkamer met printscreens van de resultaten. Dan kunnen wij wel zeggen: die apps zijn niet betrouwbaar, maar we moeten er toch wat mee, we kunnen het niet negeren.”

Veiligheid

Twee belangrijke belemmeringen voor brede toepassing van e-health zijn de veiligheid en de koppeling van de resultaten van digitale (zelf)meetapparatuur aan het elektronisch patiëntendossier (EPD), zegt Van Eldik. “En er moeten meer artsen komen die een brug slaan tussen techniek en zorg, zodat goede ontwikkelingen zich als een olievlek kunnen verspreiden en bedrijven niet komen met goedbedoelde apparaten waar een arts niets mee kan. Er is bijvoorbeeld een slimme luier ontwikkeld. Die meet net als de huisarts bijvoorbeeld eiwitten en glucose, maar het kost 450 dollar om de slimme luier twee weken te gebruiken, terwijl het niet erg nuttig is om continu te meten als een kind geen klachten heeft. Als een arts bij zo’n bedrijfje betrokken is, kan die zeggen wat nuttig is en wat niet. Het is ook belangrijk dat professionals ervoor waken dat de toepassingen voor iedereen beschikbaar zijn, we kunnen er niet vanuit gaan dat iedereen zich de nieuwe gadgets kan permitteren.”

Het kinderneurochirurgisch netwerk heeft een forum voor ouders en kinderen, een digitale poli, een kennisbank en een beveiligde omgeving waarin dokters met elkaar kunnen samenwerken.

Kinderneurochirurgisch netwerk

Ook kinderneurochirurg Erik van Lindert van Radboudumc heeft de mogelijkheden van digitale zorg ontdekt. Kinderneurochirurgie is een extreem klein vak, in heel Nederland gaat het misschien om duizend kinderen per jaar, met allemaal zeldzame aandoeningen. In topcentra in bijvoorbeeld Parijs en Toronto werken vier tot zes kinderneurochirurgen samen; in Nederland zijn het er één of soms twee in zeven ziekenhuizen. “Dat is extreem kwetsbaar”, zegt Van Lindert. “Als er een congres is in New York waar we bijna allemaal naartoe gaan, is er bijna geen kinderneurochirurgische expertise in Nederland. Dat is niet goed. We moeten die kinderen beschermen, en dat kan alleen door de zorg nog meer te concentreren.”

Filmpje

Aanvankelijk dacht Van Lindert aan daadwerkelijk fysiek concentreren van de zorg, maar daar bleek onvoldoende draagvlak voor te zijn. Hij kwam op het idee om een digitaal netwerk op te zetten: het Kinderneurochirurgisch Netwerk Nederland (KNNN). Omdat lobbyen en het bewandelen van formele wegen nergens toe leidde, liet hij in 2015 op eigen kosten een filmpje maken en stuurde dat naar het bestuur van Radboudumc.

“Toen ging het leven en begreep men waarom het belangrijk is. Ik kreeg een kwart miljoen van het Radboud voor de ontwikkeling van het netwerk en daarna volgden andere subsidies.” Met als resultaat dat in oktober 2016 de website www.knnn.nl kon worden gelanceerd. De site functioneert al en wordt langzamerhand aangevuld en uitgebreid.

Lotgenotencontact

Van Lindert laat de site zien. Het is een combinatie van een forum voor ouders en kinderen, een digitale poli, een kennisbank en een beveiligde omgeving waarin de dokters met elkaar kunnen samenwerken. Het forum is landelijk en bedoeld voor lotgenotencontact. In de kennisbank kunnen ouders onder meer lezen over recent wetenschappelijk onderzoek, door een vierdejaarsstudent geneeskunde vertaald in zo begrijpelijk mogelijk Nederlands. Van Lindert: “We willen dit onderdeel uitbreiden met video’s die we van internet verzamelen. Onze ambitie is ook dat de patiënt in de toekomst niet meer hoeft te zoeken naar informatie, maar dat wij voor hen relevante informatie kunnen aanklikken en een persoonlijke folder samenstellen. We hebben algemene informatie over bijvoorbeeld operaties en drains, de behandeling van een waterhoofd, epilepsie en spina bifida. Daarnaast heeft elk ziekenhuis een eigen folder over hoe de opname werkt. We willen dat kinderen naar huis gaan met informatie voor opa en oma, voor de buren en voor school, zodat ze niet steeds opnieuw hoeven uit te leggen wat er aan de hand is en waarom ze wel of niet mogen sporten.”

“We kunnen elkaar beveiligd foto’s en filmpjes van patiënten sturen”

In de digitale poli kunnen patiënten communiceren met hun arts en in de werkomgeving kunnen artsen protocollen uitwisselen, onderzoek doen, informatie over moeilijke patiënten met elkaar uitwisselen en vragen wat de anderen zouden doen. “We kunnen elkaar beveiligd foto’s en filmpjes van patiënten sturen”, zegt Van Lindert. “Voorheen deelden we ook al patiënten, maar nu kunnen we dat veel laagdrempeliger doen.”

Foto

Vooral de digitale poli kan volgens Van Lindert van grote waarde zijn voor ouders en kinderen. In Nijmegen werkt die al sinds 2016. “Er kan bijvoorbeeld een vraag gesteld worden over de wond van een kind dat geopereerd is aan een waterhoofd en een week later een rode wond heeft. De huisarts heeft er geen verstand van, dus normaal moeten ze naar het ziekenhuis komen. Nu zeggen we: stuur maar een foto. Op basis van de foto beoordelen we of het nodig is om met het kind te komen. Meestal valt het mee en kan de patiënt thuisblijven. In de digitale poli kan een kind ook vragen om foto’s van een operatie die het heeft ondergaan, voor een spreekbeurt. Een student geneeskunde verzamelt de plaatjes en zet ze in de map van het kind. Patiënten kunnen desnoods midden in de nacht vragen stellen en wij antwoorden op een moment dat ons goed uitkomt. En als een kind een MRI heeft gehad, sturen we na twee dagen al een berichtje met de uitslag, zodat het gezin niet wekenlang in spanning hoeft te zitten.”

Als kinderen bij Medisch Spectrum Twente een afspraak op de poli hebben, ontvangen ze via e-mail een link naar de ‘Obbemodule’ met 3D-visualisaties, foto’s, teksten en video’s waardoor ze ervaren wat er in het ziekenhuis gaat gebeuren. Obbe is een wrattenzwijntje dat naar het ziekenhuis gaat. Voor meer informatie: obbe.co.nl.

Online genezen van chronische vermoeidheid

FitNet, een afkorting van Fatigue In Teenagers on interNET, is een online gedragstherapie voor kinderen van twaalf tot achttien jaar met CVS, het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ze loggen in op een behandelportaal en komen daar in contact met een gedragstherapeut van het Nederlands Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid die gespecialiseerd is in CVS bij kinderen. Eerst werken de kinderen met schema’s en zelf gekozen doelen aan een normaal waak- en slaappatroon, daarna leren ze om weer gewone activiteiten op te bouwen zoals wandelen, fietsen en naar school gaan. In de therapie wordt ook veel aandacht besteed aan welke gedachten helpend of juist niet-helpend zijn, hoe hun ouders kunnen helpen, en wat ze kunnen doen bij een terugval. Tweederde van de deelnemers is na een half jaar hersteld, dan hebben ze gemiddeld zo’n 250 keer ingelogd.

De Utrechtse kinderartsen Elise van de Putte en Sanne Nijhof stonden aan de wieg van FitNet, Nijhof is er in 2013 op gepromoveerd. Ze vergeleek kinderen die deelnamen aan FitNet met een groep kinderen die reguliere zorg kregen zoals revalidatie, psychotherapie of fysiotherapie. Zes maanden na start van het onderzoek bleek dat 8% van de kinderen met reguliere zorg was genezen, tegen 63% van de deelnemers aan FitNet. De helft van de kinderen met reguliere zorg koos na een half jaar alsnog voor FitNet, en ook van deze groep was tweederde na zes maanden hersteld. Na 2,5 jaar bleek nog steeds tweederde van de kinderen die FitNet had gevolgd te voldoen aan de criteria voor herstel. Het resultaat was dus blijvend. Volgens Nijhof is één van de succesfactoren dat kinderen zelf een programma maken. Daarmee krijgen ze controle over hun klachten en herstel. Ouders kunnen ook inloggen en vragen stellen aan de therapeut.

Inmiddels is FitNet beschikbaar voor alle kinderen in Nederland die de diagnose CVS hebben gekregen. Ze kunnen door hun kinderarts worden verwezen naar het AMC in Amsterdam of naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht en krijgen daar een intakegesprek. Daarna gebeurt de therapie volledig online. De vijf beschikbare cognitieve gedragstherapeuten zijn gespecialiseerd in chronische moeheid bij CVS en bij chronische ziekten.

Rustiger

Van Lindert merkt dat zijn spreekuur sinds de invoering van de digitale poli rustiger is geworden. “In het oude systeem moesten kinderen zes weken na een operatie van Winterswijk naar het ziekenhuis komen om de wond te controleren. Papa en mama moesten vrij nemen, het kind kon niet naar school, ze zaten twee keer anderhalf uur in de auto, moesten parkeren, deden er twintig minuten over om bij de poli te komen en zaten dan nog een half uur op mij te wachten. Terwijl ik in een minuut kan zien of de wond goed geneest. Dus nu spreken we af dat de ouders, als het alleen om wondcontrole gaat, na zes weken een foto maken en via de digitale poli naar mij sturen. Meestal is er niets aan de hand en hoeven ze niet te komen. Best jammer, want ik vind het leuk om de patiënten te zien, maar het is onzin dat ouders de hele dag vrij moeten nemen en uren onderweg zijn.”

Laagdrempelig

E-health veroorzaakt geen extra werk, is de ervaring van Van Lindert. “Mijn theorie is dat het minder werk is, maar dat moet ik nog staven. Het feit dat mensen weten dat ze laagdrempelig toegang hebben tot zorg en snel antwoord krijgen als ze een vraag stellen, haalt veel onrust en angst weg. Daardoor stellen ze minder vragen en durven langer af te wachten als ze een zwelling hebben of een pijntje. Ze weten dat ze toch wel terechtkunnen als het nodig is.”

Is het dan misschien heel duur? Nee, dat al helemaal niet, zegt Van Lindert. “De kosten voor de website zijn honderd euro per maand. We willen een toolkit maken waarmee ook andere kleine subspecialismen die moeilijk subsidie krijgen een netwerk kunnen bouwen. Ze kunnen gebruikmaken van alles wat wij geleerd hebben.”

Het Kinderneurochirurgisch Netwerk draait nu een jaar in Nijmegen en breidt nog dit jaar uit naar Maastricht. In 2018 volgen de UMC’s in Amsterdam, Rotterdam Groningen en Leiden.

www.knnn.nl

MKS online

MKS online: Goed voor kind, gezin en zorgverlener

Kinderen die zorg nodig hebben kunnen steeds eerder van het ziekenhuis naar huis. Als die overgang – en de zorg thuis – niet gestroomlijnd is, kunnen gezinnen de regie over hun leven kwijtraken. Kinderartsen zijn verantwoordelijk voor de zorg die thuis gegeven wordt, maar ze hebben er eigenlijk te weinig zicht op. Het digitale verwijssysteem MKS online kan veel problemen voorkomen.

In 2013 is er een landelijk behoefteonderzoek uitgevoerd onder bijna driehonderd gezinnen met een zorgintensief kind. Bij maar liefst 72% van de gezinnen bleek dat in ieder geval één van de ouders minder moest gaan werken, of zelfs helemaal moest stoppen. Dat heeft niet alleen financiële gevolgen – wat extra lastig is vanwege de extra kosten voor een zorgbehoevend kind – maar ook sociale. Wanneer je werkt, word je dagelijks omgeven door collega’s, in een dynamische omgeving. Een zorgbehoevend kind kan als beperkend worden ervaren doordat ouders bijvoorbeeld niet zomaar aan een buurmeisje kunnen vragen of ze even wil oppassen als ze weg moeten. Dit heeft soms effect op de sfeer in huis. In vrijwel alle gezinnen spelen vragen als: hoe houden we het thuis gezellig, hoe zorgen we dat broertjes en zusjes evenveel aandacht krijgen, en hoe kunnen we ons gaan richten op de toekomst?

Overdragen

Omdat het effect van een ziek kind op het hele gezin groot kan zijn, is het essentieel dat gezinnen goed ondersteund worden. Dat wordt stukken makkelijker wanneer de zorgprofessionals met elkaar samenwerken, communiceren, transparant zijn, en de zorg op een goede manier aan elkaar overdragen. Dat is nu vaak nog niet zo, vindt Maaike Klein Ikkink. Ze was betrokken bij het behoefte-onderzoek  toen ze nog werkte bij Kinderthuiszorg Nederland. Klein Ikkink: “Je ziet nu vaak dat in een ziekenhuis heel veel kennis wordt opgebouwd over wat een kind nodig heeft en hoe de behandeling voor het kind zo prettig mogelijk kan worden uitgevoerd. Als het kind het ziekenhuis mag verlaten, moet de zorgorganisatie die de zorg overneemt, opnieuw precies dezelfde kennis opbouwen. Daar zijn het kind en gezin nu vaak de dupe van, terwijl ze op dat moment juist al hun energie nodig hebben om zich te richten op de toekomst. Er wordt bijvoorbeeld nog helemaal geen transfergesprek gehouden als het ziekenhuis de zorg voor een kind overdraagt aan de kinderverpleegkundige. Terwijl het echt heel belangrijk is dat de kinderverpleegkundige uit het ziekenhuis en de kinderverpleegkundige van de zorgorganisatie in de eerste lijn samen met het gezin bespreken welke behoeften er zijn binnen het gezin. Als je dat niet doet, gaat veel kennis verloren.”

MKS online

Stichting Kind en Ziekenhuis, Stichting PAL Kinderpalliatieve Expertise, V&VN Kinderverpleegkunde, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), Vereniging Samenwerkingsverband Chronische Ademhalingsondersteuning (VSCA) en Vereniging Gespecialiseerde Verpleegkundige KIndzorg (VGVK) hebben samen nagedacht over hoe de zorg buiten het ziekenhuis het beste geregeld kan worden voor kind en gezin. Dit resulteerde in de ontwikkeling van het Medische Kindzorgsysteem (MKS), een nieuwe systematiek met vier fasen voor het indiceren, organiseren en uitvoeren van kinderverpleegkundige zorg aan zieke kinderen buiten het ziekenhuis. In het MKS staan kind en gezin centraal. Klein Ikkink is nu in dienst bij Child Healthcare Solutions, een nieuwe organisatie die zich onder andere bezighoudt met de ontwikkeling van MKS online: een digitaal systeem waarmee gewerkt kan worden volgens de vier fasen van het MKS. Het is bedoeld voor zowel het kind en gezin als zorgprofessionals die zorgen voor kinderen buiten het ziekenhuis.

MKS verwijzen gebruik je om na een opname of polibezoek te bepalen hoe het vervolgtraject na het ziekenhuis eruitziet.

De eerste module, MKS verwijzen, is inmiddels gratis te gebruiken via de website of te downloaden in de Apple App Store en de Android Play Store. MKS verwijzen gebruik je om na een opname of polibezoek te bepalen hoe het vervolgtraject na het ziekenhuis eruitziet. Door het beantwoorden van vragen word je naar de juiste wet en instantie geleid die op dit specifieke kind van toepassing zijn.

De module is te gebruiken door zowel zorgprofessionals in het ziekenhuis als professionals bij zorgorganisaties. Maar ook gezinnen kunnen de vragen doorlopen, zodat het voor hen duidelijk is waarom ze naar een bepaalde wet of instantie worden doorverwezen.

Naar verwachting start de pilot voor de tweede module van MKS online, MKS naar huis, eind 2017. MKS naar huis is van toepassing wanneer uit MKS verwijzen blijkt dat een kind nog kinderverpleegkundige zorg nodig heeft binnen de Zorgverzekeringswet. In MKS naar huis hebben de volgende personen een eigen account: het kind en zijn of haar gezin, de kinderverpleegkundige uit het ziekenhuis, de kinderverpleegkundige van de zorgorganisatie buiten het ziekenhuis, en de kinderarts die eindverantwoordelijk is voor de kinderverpleegkundige zorg binnen en buiten het ziekenhuis. Bij het organiseren van zorg is het cruciaal dat alle betrokkenen dezelfde informatie hebben en transparant en makkelijk kunnen samenwerken. Dit is mogelijk binnen de module MKS naar huis, die start met een Hulpbehoeftescan die ingevuld wordt door ouders.

De vragen gaan over de vier kinderleefdomeinen Medisch, Ontwikkeling, Sociaal en Veiligheid. Op deze manier ontstaat een compleet beeld van de hulpbehoefte van het kind en de behoeften binnen het gezin, en een goed beeld van hun persoonlijke beleving van de situatie. Van daaruit is het meteen inzichtelijk welke ondersteuning (nog meer) gewenst is.

Robotje

Klein Ikkink: “We hebben als onderdeel van de Hulpbehoeftescan een vragenlijst ontwikkeld waarmee het gezin kan aangeven hoe zij de situatie beleven. Daarbij is niet alleen aandacht voor de medische situatie maar ook voor de kinderleefdomeinen Ontwikkeling, Sociaal en Veiligheid. Er zijn verschillende versies van de vragenlijst. Kinderen van zes tot twaalf jaar gebruiken een andere versie dan jongeren tussen de twaalf en achttien jaar. Bij jongeren ligt bijvoorbeeld meer de nadruk op relaties, uitgaan en sociale contacten, en is het onderwerp seksualiteit toegevoegd. Vanaf zestien jaar mogen jongeren de vragen zelfstandig invullen. Helemaal volgens de wettelijke bepalingen dus.”

Bij kinderen vertelt robotje Mex – die overigens ook in de jongerenversie te vinden is – een verhaaltje over zichzelf, waarna hij het kind een vraag stelt over diens situatie. Kinderen en jongeren zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van de vragenlijsten. Hun feedback is rechtstreeks verwerkt. Soms zijn er vragen uitgehaald, anders geformuleerd, of antwoordmogelijkheden aangepast. De belevingsvragenlijsten zijn ontwikkeld in samenwerking met Stichting Kind en Ziekenhuis en gefinancierd door Fonds Nuts Ohra.

Transfergesprek

Zodra een kind en gezin de Hulpbehoeftescan volledig hebben ingevuld, kan de kinderverpleegkundige uit het ziekenhuis via haar eigen account de antwoorden inzien en waar nodig aanvullen. Hierna kan de kinderverpleegkundige buiten het ziekenhuis inloggen en zich voorbereiden op het transfergesprek door middel van de gegeven antwoorden. Tijdens het transfergesprek, waar zowel kind en gezin als verpleegkundige binnen en buiten het ziekenhuis aanwezig zijn, wordt een zorgplan opgesteld, waarbij doelen en acties worden opgesteld voor de periode waarin het kind thuis nog zorg nodig heeft. De kinderarts ondertekent het zorgplan in zijn rol als eindverantwoordelijke en dan kan het kind naar huis. “Samenwerking en heldere communicatie zijn essentieel in dit traject en MKS online voorziet hierin”, zegt Klein Ikkink.

Bij het organiseren van zorg is het cruciaal dat alle betrokkenen dezelfde informatie hebben en transparant en makkelijk kunnen samenwerken.

De laatste module van MKS online is MKS zorg thuis. Ook deze module is nog in ontwikkeling. MKS zorg thuis gaat bewaken dat de zorg thuis continu bijgesteld, geëvalueerd en eventueel afgesloten kan worden. Er wordt een compleet zorgdossier opgebouwd waarin kind en gezin regie hebben over de gegevens. Klein Ikkink: “Door het kind en de ouders zelf de regie te geven, krijgen ze de ruimte om zelf keuzes te maken. Zo hebben ze in MKS online alle informatie digitaal bij de hand, waardoor ze hun verhaal niet telkens opnieuw hoeven uit te leggen bij elke zorgverlener. Sterker nog, ze kunnen zorgverleners zelf toegang geven tot de informatie over het kind. Regie voor kind en ouders is de basis voor goede zorg waarbij we gezinnen echt helpen.”

Uitvoerbaar

Klein Ikkink benadrukt dat MKS online uitgaat van de landelijk gedragen systematiek van het MKS en het beleid dat daarop aansluit. MKS online zorgt ervoor dat dit beleid praktisch uitvoerbaar wordt. Het is bijvoorbeeld landelijk bepaald dat de kinderarts niet alleen eindverantwoordelijk is voor de zorg in het ziekenhuis maar ook thuis. De kinderarts heeft nu echter weinig tot geen informatie over welke zorg thuis wordt ingezet en hoe de zorg thuis verloopt. Met MKS online krijgt de kinderarts dit inzicht wel. Zo heeft hij of zij niet alleen op papier de eindverantwoordelijkheid, maar kan deze in de praktijk ook echt nemen.

Bewustwording

Op dit moment bezoeken de medewerkers van Child Healthcare Solutions ziekenhuizen, om te vertellen over het Medische Kindzorgsysteem en MKS online. Volgens Klein Ikkink creëren ze met hun uitleg onbedoeld soms bewustwording bij de ziekenhuizen. “Wij zitten in de ziekenhuizen vaak met afdelingshoofden, kinderartsen en kinderverpleegkundigen”, zegt Maaike.

“Zij gaan zich door ons verhaal afvragen hoe het nu geregeld is, en beseffen vaak op dat moment pas hoe slecht het nu gaat met bijvoorbeeld overdracht en transparantie. De reacties zijn positief. De meeste ziekenhuizen zijn namelijk zelf ook heel erg op zoek naar de juiste communicatie met thuis. Voor kinderartsen is de situatie nu bepaald niet ideaal. Zij blijven eindverantwoordelijk voor een kind dat thuis zorg ontvangt, terwijl ze helemaal geen inzicht hebben in wat er thuis gebeurt. Ze zijn dus blij dat ze nu iets in handen krijgen waarmee ze alleen maar hoeven in te loggen om te weten hoe het gaat. Zo kunnen ze hun eindverantwoordelijkheid echt dragen.”

Uitgenodigd

Kinderen, jongeren en hun ouders maar ook zorgprofessionals die werkzaam zijn bij een ziekenhuis of zorgorganisatie in de eerste lijn (en betrokken zijn bij deze zorg) worden uitgenodigd om mee te denken. Zij kunnen helpen om MKS online echt te laten slagen. Volgens de ontwikkelaars van MKS online draait alles om samenwerken. “Kinderen krijgen pas relatief kort zorg thuis”, legt Klein Ikkink uit. “Alles gebeurde altijd in het ziekenhuis, waardoor het belang van samenwerken met mensen die thuis zorg geven minder groot was. Tegenwoordig kan er echter steeds meer thuis; de apparatuur en techniek ontwikkelen zich in rap tempo. Steeds meer kinderen gaan met complexe zorg naar huis. Daardoor wordt samenwerking veel belangrijker. Goede samenwerking komt het kind en zijn of haar gezin heel erg ten goede. Sterker nog, ze hebben er recht op. Het is een taak van de zorgprofessionals om dit recht na te leven.”

www.mksonline.nl

Meer informatie over het Medische Kindzorgsysteem, In vier fasen naar goede zorg voor kind en gezin: www.hetmedischekindzorgsysteem.nl

Suus Ruis

Gamification: goed voor de zorg én voor kinderen

Trends en ontwikkelingen, steeds sneller moeten bedrijven en publieke sectoren hierop inspelen om bij de tijd te blijven en zich te redden op complexe markten. Publieke sectoren commercialiseren, zo ook de verzekeringsmarkt die een grote rol speelt bij de invulling van de zorg. Daarnaast worden de verwachtingen van consumenten steeds hoger en zijn ze kritischer dan ooit. De gezondheidszorg heeft de laatste jaren ups en downs gekend die het vertrouwen van de burger hebben beschadigd. Zorgverzekeraars worden helaas niet altijd als vrienden gezien.

Toch is Nederland al zeven keer uitgeroepen tot het best functionerende zorgstelsel van Europa, In Nederland vinden wij dat iedereen de perfecte zorg verdient. Natuurlijk zijn er grenzen, maar het welzijn van kinderen wordt nog altijd als eis gezien vanuit de samenleving. Nu kan de zorg altijd beter, maar ook leuker!

Kinderen hoeven tot hun 18e levensjaar geen zorgverzekering af te sluiten, er staan pedagogische medewerkers klaar om kinderen voor of tijdens een ziekenhuisopname op te vangen met boekjes en knuffels om angst te reduceren. Maar zijn al die boekjes en knuffels nog wel van deze tijd? En wordt er nog wel genoeg aan de rechten van het kind gedacht door de zorgverzekeraars? Als het aan kinderreumatoloog en immunoloog Joost Swart van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht ligt zou er nog best wel wat in geïnvesteerd kunnen worden. “Gamification is een onderdeel van de zorg anno 2017 en de toekomst”, aldus dr. Swart. In bijvoorbeeld angstreductie valt volgens dr. Swart nog wel wat te leren. “We hebben pedagogisch medewerkers die in feite toch wel een beetje op de ouderwetse manier met een boekje en geluidjes jonge kinderen proberen af te leiden voordat ze bijvoorbeeld een infuus gaan krijgen. Maar bijvoorbeeld een VR-bril heb ik nog nooit gezien in ons ziekenhuis. Dat zou voor de oudere kinderen leuk zijn.”

Gamification, wat is het?

Maar wat is gamification dan precies? Gamification is een term uit de game-industrie die sinds 2002 wordt gebruikt. De laatste jaren komt deze term steeds vaker terug in andere sectoren, maar vooral in de gezondheidszorg. Gamification is een term die opgekomen is doordat mensen spelelementen in zakelijke contexten gebruikten. “Wij als gameontwikkelaars gaan een stuk verder dan dat. Gamification houdt games verbonden aan de realiteit.” Aldus ‘Jaïn van Nigtevegt, docent van de HKU en specialist in de gamification. Het toepassen van gamedenken en gametechnieken in een niet-gameomgeving kan gebruikers motiveren en ervaringen verrijken. Hierin staat centraal dat gedrag gestimuleerd wordt. Dit door in te spelen op de intrinsieke motivatie van de mens. Simpele gamificationtechnieken kunnen voor grote resultaten zorgen. Een goed voorbeeld hiervan is Linkedin die een balkje op de profielen van de gebruikers toont hoeveel percentages het profiel van jou als gebruiker compleet is.

Gamification in de zorg

GamificationGamification wordt al een aantal jaar toegepast in de zorg, naast andere ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld het gebruiken van VR-brillen voor angstreductie. Zo is er de app ‘MySugar’ voor diabetespatiënten, waarbij patiënten een suikermonster moeten verslaan en zo hun suikergehalte in de gaten houden. Deze app werd bij veel patiënten, waaronder ook kinderen goed ontvangen. Andere voorbeelden van gamification in de zorg (waarvan een aantal in deze blog zijn samengevat) zijn een fietsgame voor kinderen met hersenverlamming, het spel SPARX voor preventie van depressie en de robot Zora die o.a. wordt ingezet bij de revalidatie van kinderen.

Stress-en angstreductie

GamificationMaar hoe kan gamification kinderen helpen bij het verminderen van angst bijvoorbeeld voor of tijdens een ziekenhuisopname? Uit onderzoek van Jellesma, F.C. & Jellesma, A. (2008) blijkt dat kinderen gevoelig zijn voor de kwaliteit van de gezondheidszorg. Medische angst en inschatting van effectiviteit van gezondheidszorg worden door eerdere ervaringen met de gezondheidszorg beïnvloed, zowel door eigen als indirecte ervaringen.

Een MRI-scan zou volgens beide experts al een hele investering zijn. ‘Een MRI of Google glasses zou best goed erbij passen, want nu heb je alleen een muziekje op je oren als je een scan krijgt.’ Aldus dr. Swart. Zo worden kinderen rustiger doordat er een stofje endorfine vrijkomt in hun hersenen. Het gevoel van opwinding en sensatie door gamification zorgt ervoor dat bij kinderen op een natuurlijke manier stress en angst gereduceerd wordt. Endorfines kunnen namelijk in minder dan 10 seconden de stresshormonen (adrenaline en noradrenaline) stilleggen. Kinderen kunnen zich sneller op hun gemak voelen en zijn dus sneller en makkelijker te behandelen. “Je kunt meer mensen helpen in kortere tijd en dat is ook in het belang van de zorgverzekeraar”, aldus dr. Swart.

Waarom investeren in gamification?

Het jaarlijkse Games for Health Europe congres laat met talloze voorbeelden, systematische effecten en succesfactoren zien dat de zorgsector gamification steeds serieuzer neemt. Voor andere sectoren levert het toepassen van gamification minder op. Eigenlijk is er maar één sector waar je echt van opbrengsten kunt spreken en dat is de zorg, schrijft Jeroen van Bree op Frankwatching.

Leuk en aardig, zal een zorgverzekeraar misschien denken. Het is natuurlijk best spannend om ergens in te investeren als je er niet mee bekend bent. En het is lastig om een deel van de zorg uit handen te geven, terug aan de patiënt. Maar het levert de zorgverzekeraar en de samenleving ook zeker wat op. Gamification kan namelijk gedrag beïnvloeden, wat tot onverwachte resultaten kan leiden. Van Nigtevegt licht toe: In een game doe je niet zomaar wat, als speler verhoud je je autonoom tegen de regels en ga je ernaar handelen. Het is niet moeten, maar iets willen. Mensen willen iets bereiken en gaan het belang ervan inzien en dat maakt gamification zo nuttig én leuk.’ ‘Het levert niet alleen gedragsverandering op bij kinderen, maar draagt ook bij aan een gezondere maatschappij. Daarnaast kan gamification ervoor zorgen dat we minder hoeven te investeren in revalidatiediscipline en therapietrouw, geeft van Nigtevegt aan.

Samenwerking

GamificationVolgens van Nigtevegt zouden zorgverzekeraars met een open houding meer uit hun ivoren toren kunnen treden en samenwerking moeten aangaan met externe partners als gameontwikkelaars. ‘Ik snap dat sommige zorgverzekeraars gamification een moeilijk concept vinden om te begrijpen, maar ik denk dat als ze investeren in marktverkenning, er een wereld voor ze open gaat’, aldus van Nigtevegt. Het is niet erg om fouten te maken, dat zeggen ouders ook altijd tegen hun kinderen. Van fouten maken leer je. Er zijn goed werkende en getoetste oplossingen beschikbaar. ‘Als er bijvoorbeeld één zorgverzekeraar is die de angst van mijn kinderen kan wegnemen bij een zorgverlener, dan gaat mijn voorkeur daar vanwege de menselijke kant al gauw naar uit’. Dat is toch wat u als zorgverzekeraar en wij als samenleving willen!? Dus zorgverzekeraar: bent u én het kind verzekerd van een goede toekomst?

Dit artikel is geschreven door Inge Jongejan, derdejaars studente Communicatiemanagement Hogeschool Utrecht.

Gamification