“De AV1-robot van Tess (16) is de held van de school”

Het gezin van Tess (16) bestaat uit vader Edwin, moeder Jolanda, zus Marel en Tess zelf. Tess is sociaal, lief en een enorme doorzetter. Altijd dol geweest op sporten, maar dat lukt haar niet meer. Ze heeft een beperking door een bloedvatvernauwing tussen haar maag en lever. Daardoor zit Tess in een rolstoel. Ze was erg ziek door corona en heeft nu vaak ernstige hoofdpijnen. Hierdoor kan ze minder dan eerst.

“Bob, de held van de school”

Moeder Jolanda vertelt: “Omdat Tess zo’n doorzetter is, redt ze het. Ze is voetbalfan, vooral van Lieke Martens. Jaren geleden was ze bij een wedstrijd in Barcelona en sprak met Lieke. Dat was zo positief, Lieke wees haar op trucjes om met haar beperkingen om te gaan.”

“Tess probeert altijd overal iets van te maken, haar drang naar revalidatie is enorm. Eigenlijk zou Tess naar een mytylschool moeten, maar ze volgt nog steeds regulier onderwijs. Door haar doorzettingsvermogen én de medewerking van school.”

“Doordat Tess corona kreeg, werd ze echt eenzaam. Eerst liepen vriendinnen in en uit, ze kon naar buiten en naar school. Tess mist vooral dat sociale: klasgenoten, vriendinnen, docenten. Dat is voor haar veel belangrijker dan ‘alleen’ school.”

Met kop en schouders

“We hebben andere manieren van beeldbellen geprobeerd, maar de AV1-robot steekt met kop en schouders boven alles uit. Hij werkt op de school zó ontzettend goed dat ze eigenlijk nooit meer anders wil.”

“Aanvragen van de robot ging fantastisch. Ze pakten snel door bij K&Z en waren vriendelijk. Tess kon de robot heel snel gebruiken. Dat ze na de eerste periode nogmaals de robot mochten lenen, was echt fantastisch.”

Nette voldoendes

“Tess gaat naar het Elde College in Schijndel. De school gaat geweldig om met de robot, iedereen is laaiend enthousiast. Hij werkt perfect. De robot zorgt dat ze haar lessen kan volgen en dat ze steeds nette voldoendes haalt.”

“Door de AV1 kan Tess nog steeds naar het regulier onderwijs. Ze heeft veel vriendinnen, dus het is nooit een probleem wie er op school voor de robot zorgt. Hij ging nog nooit mee naar iets leuks, dat hadden we niet bedacht. Goed idee, als er iets leuks is, kan hij mee!”

Echt een maatje

“De robot bedienen is niet moeilijk. Toen Tess de gebruiksaanwijzing goed had gelezen, ging het perfect. Tess leent de robot voor de tweede keer en heeft de nieuwe versie. Ze ontdekte dat die nog veel meer kan! Ze vindt het leuk om gezichtsuitdrukkingen te gebruiken.”

“Tess zat in een revalidatiecentrum en keek voetbal met andere meisjes. Ze haalde net wat drinken toen er werd gescoord. De meisjes hadden geen idee door welke speler. Ze riepen: ‘Bob heeft gescoord!’ Vanaf die dag heet de robot Bob. Het is een echt maatje, zelfs de zorgcoördinator noemt hem Bob. Bob is feitelijk de held van de school.”

“Op school heet de robot Freya”

Freya (16) is grappig, lief en heeft veel gevoel voor humor. Door complicaties bij de geboorte heeft ze niet-aangeboren hersenletsel. Ze heeft een cognitieve beperking en veel onrealistische angsten.

“Ze is weer onderdeel van de klas”

Moeder Amanda vertelt: “Freya heeft ernstige scoliose en daardoor een aandoening aan haar luchtwegen. Wat haar eenzaam maakte, was dat er door corona geen vriendinnetjes meer thuiskwamen. Ze miste het vrije samen spelen en het persoonlijke contact.”

“We probeerden een tool voor beeldbellen. Maar dat werkt niet bij deze kinderen. Ze vonden het saai, het ‘leeft’ niet en bleek geen oplossing. Ik heb zelf de AV1-robot gevonden. Aanvragen ging soepel, de robot was snel geleverd. Het was natuurlijk belangrijk én heel fijn dat school meewerkte.”

Feestjes

“Op school heet de robot Freya! De robot voelt als een verlengde van Freya en wordt echt als haar gezien. Door de AV1 is ze weer onderdeel van de klas, ze zit dus eigenlijk gewoon op school. De robot gaat mee naar buiten, met uitjes, naar de winkel, gymles, feestjes. Mensen praten tegen de robot, Freya kan reageren. Kinderen zien de robot als haar.”

“Freya gaat naar een fantastische mytylschool in Hilversum. Ze gaan daar heel goed om met langeafstandsonderwijs en zijn heel creatief met de AV1. Freya bedient de robot makkelijk en kan er ondanks haar beperkingen prima mee overweg. Samen met de robot heeft Freya flinke vooruitgang in ontwikkeling geboekt!”

Door de positieve ervaring met de Robot AV1 probeert Freya’s school inmiddels om zélf een robot aan te schaffen.

Ingezonden brief van een dankbare moeder

DE ACHTERBAN | In de zorg draait alles om de patiëntjes, maar hoe gaat het met de mensen om hen heen? Wat zijn de ervaringen van ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden en vriendinnen?

Beste leerkrachten, gezinnen en zorgprofessionals,

Sinds een paar maanden maakt onze zoon Ilias (9) gratis gebruik van een AV1 robot van Kind & Ziekenhuis. We wisten van tevoren niet dat de robot ons zoveel waardevolle momenten zou opleveren. Daarvan zijn we ons nu pas echt bewust geworden.

Ilias heeft onder meer een probleem met zijn afweer (IGAdeficiëntie), waardoor hij erg vatbaar is voor infecties en bacteriën. Alles wat langs komt wapperen krijgt hij geheid, en dan ook net even wat heviger dan anderen. Daarom besloten we hem met de komst van COVID19 in overleg met de huisarts voorlopig thuis te houden. In onze zoektocht naar een oplossing voor online lessen kwamen we uit bij Kind & Ziekenhuis. We konden ons geluk niet op toen bleek dat we in aanmerking kwamen voor een AV1 robot! Op school reageerde de juf ook heel enthousiast. In de schoolnieuwsbrief werd met veel trots gesproken over een heel bijzondere nieuwe leerling, die omgedoopt werd in het Ili-botje.

Elke dag om half negen gaat het Ili-botje aan en staat hij op tafel in zijn eigen groepje op zijn eigen plaats. De juf levert Ilias materialen aan, waardoor hij hele dagen gewoon met alle lessen mee kan doen. Ook draait hij via de robot mee met alle andere activiteiten op school, zoals bijvoorbeeld de sinterklaasviering.

We hebben het erg getroffen met de juf, die met veel liefde het Ilibotje als een volwaardige leerling behandelt. Ook de klasgenoten van Ilias vinden het erg leuk om met het Ili-botje te werken. Ze betrekken hem letterlijk overal bij! En ook voor ons is het uniek om zo een blik te kunnen werpen in het onderwijs en de klas van je kind. Zonder de robot zou Ilias dit jaar absoluut zijn blijven zitten in groep 6, en daar zit hij echt niet op te wachten.

Nu verbleef Ilias in de afgelopen maanden doordeweeks bij zijn opa en oma. Op deze manier kon zijn broer Issam (11) wél elke dag naar school, waar hij natuurlijk in contact komt met veel andere kinderen die hem kunnen besmetten. Oma was vroeger ook juf op de basisschool dus dat kwam mooi uit bij het thuis lessen volgen. Helaas is de oma van Ilias op 7 april overleden aan de gevolgen van corona.

Heel naar en verdrietig. Maar wat fijn dat Ilias de afgelopen tijd door het werken met de robot zo vaak bij zijn oma is geweest. Meer dan een gemiddeld kind ging hij zeer intensief om met zijn lieve oma, mede omdat ze hem met raad en daad bijstond. Dit maakt het gemis voor Ilias momenteel nog pittiger. Oma had een belangrijke plek veroverd in zijn hart, en daar is nu een forse leegte ontstaan. Maar de tijd die ze samen nog hebben gehad is onbetaalbaar en het mooiste geschenk ooit.

Wat de AV1 robot voor ons gezin heeft betekend, is met geen pen te beschrijven. Educatief, sociaal en emotioneel. Ons Ili-botje zorgde ervoor dat Ilias de leerstof kon bijbenen, zijn sociale contacten met klasgenootjes kon onderhouden en een heel innige band met zijn oma had in de laatste periode van haar leven. Ik hoop en wens oprecht dat er nog veel meer kinderen geholpen kunnen worden met de AV1 robot, zoals Ilias of nog beter. Heel erg bedankt!

Liefs,

Marleen, moeder van Ilias

Magazine Kind & Zorg | Juni 2021

Brussupporter Judith

Jongleren is het leren loslaten

Judith (26) kan heel goed jongleren want ze is circustrainer én brus[1]. Volgens haar is ‘brus zijn’ een ervaring die niet aan mensen uit te leggen valt die het niet hebben meegemaakt. Weten dat een ander (ongeveer) hetzelfde meemaakt en voelt, geeft een enorme opluchting: ik ben niet de enige! Daarom wordt Judith brussupporter.

Judith komt uit een creatief gezin en heeft van haar passie haar werk kunnen maken: ze is circustrainer. Ze groeide op in Friesland met haar ouders, een oudere broer en 2 jongere zusjes. Haar broer Matthijs (30) was meervoudig complex gehandicapt maar is recent overleden. Haar zusje Emma (20) heeft het Syndroom van Down. Judith deelt haar verhaal.

Zussenmomentje

‘Ik ben Judith. Ik ben brus. Mijn broer Matthijs was meervoudig complex gehandicapt met epilepsie en één van mijn zusjes Emma heeft het Syndroom van Down. Ze woont al een tijdje niet meer thuis, maar op een zorgboerderij en daar is ze goed op haar plek. We hebben een hele hechte band, wat het soms lastig maakt dat ik ver weg woon en niet eventjes op de koffie kan komen. We bellen elke woensdagavond en ik merk dat die structuur haar heel erg goed doet. Het is ons zussenmomentje. Ze kijkt er altijd naar uit om mij te spreken en door middel van onze wekelijkse belsessies oefent ze ook in vertellen wat ze die week gedaan heeft, wat ze gaat doen en vragen aan mij te stellen.

Het Syndroom van Down is de laatste jaren steeds zichtbaarder geworden. Ondanks dat mijn zusje een veel lager niveau heeft dan de mensen die je op TV ziet, is ze wel makkelijk in de omgang, onderneemt graag dingen en is niet eenkennig.’

Soort van opluchting

Mijn broer Matthijs had 24-uurszorg nodig. Iets wat bepalend is geweest voor onze thuissituatie. Vorig jaar in mei is hij overleden, onverwachts, maar we wisten allemaal dat hij geen 80 jaar zou worden. Op een vreemde manier was ik er ook wel op voorbereid. Ik begreep al jong dat hij heel kwetsbaar was en zeer waarschijnlijk voor mij zou komen te overlijden en op jonge leeftijd. Het voelt dan ergens ook als een soort opluchting; die angst werd in één klap weggevaagd. Dat neemt niet weg dat ik vaak verdrietig ben en nog altijd in een rouwproces zit.

Wat is dat, brus?

‘Door het overlijden van mijn broer ben ik me nog meer bewust geworden van mijn brus zijn en dan vooral het feit dat eigenlijk weinig mensen weten wat het inhoudt. Ik wil graag mensen mijn verhaal vertellen en met andere brussen in contact komen om ervoor te zorgen dat onze verhalen meer aan het licht komen. Er zijn weinig mensen met wie ik over mijn broer kan praten. Mensen willen het graag wel begrijpen, maar omdat deze doelgroep zo onzichtbaar is, is het lastig om er een voorstelling van te maken. Voor mijn zusje Emma is dat anders, omdat het Syndroom van Down bekender is. Ik heb dus een dubbele bruservaring. Er zitten gelijkenissen in, maar ik zie ook zeker de verschillen tussen zus zijn van mijn broer en mijn zus. Met Emma kun je eigenlijk alles gewoon doen, zolang je het maar duidelijk uitlegt. Ik moet natuurlijk wel bedenken of het iets voor haar is, maar ze kan makkelijk mee naar de bioscoop, theater, pretpark, even winkelen, nachtje ergens slapen, et cetera. Je merkt ook dat mensen dat geweldig vinden dat ik met haar op stap ben. Met Matthijs daarentegen was dat altijd lastiger. Het is al gebeurd dat onze pakjesavond met Sinterklaas in het honderd liep omdat hij een epileptische aanval kreeg. Dan zijn mijn ouders daar mee bezig en gaat het feestje niet meer door. Het is daarentegen nog nooit gebeurd dat we iets niet konden doen omdat Emma iets had.’

Zoektocht

‘De laatste jaren ben ik meer bezig om voor mezelf te begrijpen wat het betekent om brus te zijn. Ik probeer nu actief brussen op te zoeken, bijvoorbeeld in een Facebookgroep. Maar een tijd heb ik er niks mee gedaan en soms zelfs verzwegen dat ik een brus was naar mensen om me heen, maar dat voelde toch verkeerd. Het brus zijn is een belangrijk en groot deel van mij geworden. Het is iets wat nooit weggaat. Ik ben m’n leven lang brus, al sinds ik geboren ben. Het is een verantwoordelijkheidsgevoel dat altijd aanwezig is. Als Emma even niet lekker in haar vel zit, slaat dat vaak ook over op mij en voel ik me ook niet goed.

Brus zijn betekent voor mij dat ik ook altijd heel veel moet geven omdat Emma en Matthijs dat uit zichzelf niet kunnen. Pas als ik iets geef (aandacht, liefde, tijd) krijg ik het terug. Maar het initiatief zal eigenlijk altijd bij mij moeten liggen.’

Luisterend oor voor anderen

‘Het lijkt me ontzettend fijn om een luisterend oor voor andere brussen te kunnen zijn. Het is een ervaring die niet aan mensen uit te leggen valt die het niet hebben meegemaakt. Ik vertel veel over Matthijs en Emma aan vrienden, maar zij zullen het toch nooit helemaal kunnen begrijpen, terwijl bij brussen een paar woorden vaak al genoeg is. Weten dat jouw ervaring niet op zich staat en dat er meer brussen zijn die hetzelfde meemaken en voelen, geeft een enorme opluchting! Daarom ga ik ook de training tot brussupporter volgen om andere brussen bij te kunnen staan in hun zoektocht.’

Ouder en brus support

Samen met Ervaringskenniscentrum (Sch)ouders en vanuit het Volwaardig Leven programma van het Ministerie van VWS ontstond het supporter project voor ouders en brussen.

[1] Een brus is een broer of zus van iemand met een (chronische) aandoening, ziekte of verslaving.

Oudersupporter Alja van Maanen

Overbelasting: Vaak ertegenaan, soms er vet overheen

Alja van Maanen (44) is spreker en ervaringsdeskundige ouder. Toen haar dochter Nova (8) het Rett syndroom bleek te hebben kon ze echt wat extra zuurstof gebruiken. Van hulpverleners, maar ook van ouders die ‘het’ al hadden meegemaakt. Daarom wordt Alja oudersupporter om andere ouders te helpen die wel eens naar adem happen.

De impact van een ernstig gehandicapt kind op de rest van het gezin is groot. Ouders zijn in die eerste jaren echt zoekende naar hulp. Maar niet alle zorgverleners zijn daarop ingesteld. Ook is het ver zoeken naar een ouder op het schoolplein die jou begrijpt. Alja van Maanen uit Hendrik-Ido-Ambacht wil met haar verhaal in beide situaties verandering brengen.

Zuurstof voor ouders en gezin

‘Als je in een vliegtuig zit volgen de instructies van de stewardess al snel. Je kent het wel; handbagage onder uw stoel, roken en het gebruik van mobiele telefoons is niet toegestaan en de nooduitgangen vindt u daar. Als de luchtdruk wegvalt, komen er automatisch zuurstofmaskers tevoorschijn. Zet dan eerst zelf uw masker op en help daarna pas uw kind’ wordt dan omgeroepen. Dit laatste wil ik nog een keer herhalen: zet eerst zelf uw masker op en help daarna pas uw kind. Daar gaat het om: zorg eerst dat je zelf stabiel bent dán pas kun je je kind goed helpen.’

Ik heb 3 dochters van 14 jaar, 12 jaar en 8 jaar. Zij zullen allen op momenten dat het vliegtuig even flink heen en weer schudt mijn hulp nodig hebben. Maar mijn jongste, zorgintensieve dochter Nova, is éxtra kwetsbaar. Zij heeft het Rett syndroom en is daardoor ernstig meervoudig gehandicapt. Haar ontwikkelingsniveau schommelt tussen 9 maanden en 2 jaar. Zij zal niet alleen met flinke turbulentie, maar haar hele leven volledig van mij afhankelijk zijn. Haar hele leven. Waarschijnlijk mijn hele leven. En die verantwoordelijkheid vraagt ontzettend veel van mij.

‘Ik ben haar benen, evenwicht, zintuigen, hoofd en stem’

Ik ben haar benen, want ze loopt niet. Dus ik til haar de hele dag door. Uit bed, in haar stoel, naar de grond om te spelen, weer in haar stoel, in bad en weer naar bed. Ik houd haar in evenwicht, want zitten kan ze niet goed zelf, haar spieren zijn niet sterk genoeg om haar stabiel te houden. Ik ben haar handen, want die kan ze niet goed gebruiken, die friemelen en wrijven de hele dag door. Dus ik houd haar beker vast als ze drinkt. Ik ben haar zintuigen, want bijvoorbeeld pijnprikkels, daar reageert ze niet zomaar op, dus wij moeten opletten of ze zichzelf geen pijn doet of pijn heeft.

Vorig jaar bleek achteraf dat ze al zeker twee weken haar bovenbeen had gebroken.

De pijnsignalen hadden wij helaas niet herkend, omdat ze tegelijk ook ‘gewoon’ flink ziek was. Ik ben haar hoofd, want ik denk voor haar. Ik bedenk of ze wil spelen of slapen, of ze wil knuffelen of eten of drinken. Maar ook wát en hoeveel ze wil eten en hoeveel sondevoeding ze daarbij nog krijgt. En oeps, soms is het teveel, nou dat merk je pas als het al te laat is. Ik lees haar, of probeer haar te lezen. Ik moet altijd alert zijn. Signalen oppikken of ze moe is of er misschien iets serieus aan de hand is.

En tenslotte ben ik haar stem, want zelf kan ze die niet gebruiken. Ze communiceert met haar lach of haar tranen en gelukkig zien we bijna altijd die lach in combinatie met vrolijke geluidjes. Haar kleine wereldje is wel ietsje groter aan het worden. Sinds drie jaar heeft ze een spraakcomputer, die ze met haar ogen kan aansturen. Een nieuwe communicatievorm die we ons steeds meer eigen proberen te maken. Waarmee ze ons soms bewust dingen kan vertellen, zodat ik minder voor haar hoef te denken en waarmee ze hopelijk een beetje regie krijgt. Het leven overkomt haar nu vooral.

Langdurig zorgen

Ik wil jullie meenemen naar het moment dat we per brief bevestigd kregen dat Nova recht heeft op langdurige zorg. Nova was op dat moment drie jaar, nog een klein droppie. Met het recht op die langdurige zorg kon ze bijvoorbeeld vaker naar het kinderdagcentrum en zou het niet nodig zijn om elk jaar opnieuw voor de nodige zorg te vechten. Een stukje tekst uit deze brief luidt: “Er is sprake van een lichamelijke handicap én van een verstandelijke beperking. Uw dochter is afhankelijk van zorg en die afhankelijkheid zal naar verwachting blijven. Zij heeft ernstige beperkingen ten aanzien van het bewegen en verplaatsen. De verwachting is dat zij niet in staat zal zijn om de regie over haar leven te voeren, haar dagen te structureren en zelfstandig te wonen. Omdat uw dochter blijvend is aangewezen op langdurige, intensieve zorg, is deze indicatie voor onbepaalde tijd geldig.” Zo, dát komt binnen. Dat geeft ineens besef van hoe haar en onze toekomst eruitziet.

Zonder hulp red ik het niet

Om Nova zuurstof te kunnen geven, alles wat zij nodig heeft voor een zo fijn mogelijk leven, moet ik dus stabiel zijn. Ik moet zorgen dat ik eerst mijn zuurstofmasker omdoe. En wat als me dat niet lukt, wat als de verantwoordelijkheid zo ontzettend veel van mij vraagt? Wat doe ik dan als ouder? Dan zorg ik toch eerst voor mijn kinderen, ook ten koste van mezelf. En dan kom ik op een punt waar ik mezelf, mijn man en veel ouders van ernstig meervoudig gehandicapte kinderen zie schommelen rond de grens van overbelasting. Vaak ertegenaan en soms er vet overheen. En zonder hulp lukt het echt niet om bij die grens vandaan te blijven. Ook niet sinds ik noodgedwongen mijn betaalde werk buitenshuis heb opgegeven en dus de hele week thuis ben.

Begrip en support

Als ouder van mijn ernstig meervoudig gehandicapte dochter en met een achtergrond in communicatie, deel ik graag mijn verhaal, mijn ervaring en mijn kennis om meer begrip te krijgen voor het ouderperspectief in een gezinssituatie als de onze. Ik hoop over te brengen dat de impact van een ernstig meervoudig gehandicapt kind ontzettend groot is op het hele gezin en dat wij ondersteuning op veel vlakken nodig hebben om ons staande te kunnen houden. Haar hele leven en waarschijnlijk ons hele leven. Daarom doe ik mee. Jij ook? Als ouder (of brus)supporter of juist als vraagouder: voor de extra zuurstof.’

Word ook oudersupporter of brussupporter

Samen met Ervaringskenniscentrum (Sch)ouders en vanuit het Volwaardig Leven programma van het Ministerie van VWS onstond het support project voor ouders en brussen.

(Sch)ouders vormt de thuisbasis van een landelijk laagdrempelig netwerk ‘Ouder en Brus support’ waarbinnen Vraagouders/brussen gekoppeld worden aan ervaringsdeskundige en opgeleide Oudersupporters/Brussupporters. Ouder en Brus support biedt emotionele en informatieve ondersteuning aan ouders, brussen en familieleden van zorgkinderen en heeft als doel de kwaliteit van leven van deze ouders, brussen en gezinnen te verbeteren.

Lees meer over Ouder en Brus support op (Sch)ouders.nl of meld je aan als supporter:

Ouder en Brus support

Zorgtransitie 18- naar 18+ van chronisch zieke jongeren moet beter

De 24-jarige Elise werd vlak voor haar achttiende verjaardag aan haar dikke darm geopereerd. Vanwege complicaties moest ze zonder voorbereiding voor heropname naar de volwassenpoli. ‘Ik kende de nieuwe artsen niet, er was geen overdracht, ik kreeg verkeerde medicatie en er werd niet naar mij geluisterd.’ Nu helpt ze als ervaringsdeskundige bij JongPIT mee om de zorgtransitie van 18- naar 18+ te verbeteren. Daarvoor is onder meer een kwaliteitsstandaard in de maak.

Elise kwam via een vriendin van haar studie Geneeskunde bij Stichting JongPIT terecht. JongPIT is samengesteld vanuit drie losse initiatieven waaronder het Jongerenpanel ZeP. Hun missie is onder andere jongeren met een chronische aandoening verder helpen naar de volgende stap en de transitie van 18- naar 18+ te versoepelen. Elise vertelt:

‘Ik kamp vanaf mijn dertiende met gezondheidsproblemen en ben sinds die tijd vaak opgenomen in het ziekenhuis. Uiteindelijk bleek ik last te hebben van een glutenallergie en lactose-intolerantie en heb ik een grote buikoperatie ondergaan. Ik had een goede band met de kinderarts en de chirurg. Zij hebben mij in die tijd heel erg goed geholpen en ik had veel vertrouwen in hen. Daarom heb ik nog vlak voor mijn achttiende verjaardag een grote buikoperatie ondergaan, zodat dat bij mijn eigen chirurg kon. Kort daarna werd ik twee keer opnieuw opgenomen. De eerste keer mocht ik nog wel op de kinderafdeling liggen. De tweede keer moest ik naar de volwassenafdeling vanwege de regels rondom de financiering. Er was nog geen overdracht geweest en de kinderarts mocht niet meer voor mij zorgen. Ik kwam op een afdeling waar ik de artsen niet kende. Ik kreeg verkeerde medicatie en er werd voor mijn gevoel totaal niet naar mij geluisterd. Al met al gaf dat geen vertrouwen. Tijdens de vervolgconsulten op de volwassenpoli ging het er opeens heel anders aan toe. De kinderarts neemt je veel uit handen, maar bij de volwassenpoli ben je opeens zelf verantwoordelijk. Daarop was ik totaal niet voorbereid. Daarnaast werd er nauwelijks aandacht besteed aan het psychosociale aspect, zoals het gaan studeren en op jezelf gaan wonen.’

Lees verder…

De vlinder

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

In haar mooie jurk komt ze bij ons voor ‘de vlinder’, zoals zij het noemt. Nora is zes en krijgt chemotherapie via de port a cath (PAC). Nora vindt de naald namelijk lijken op een vlinder. Nora wil graag zoeken in het zoekboek van ‘Waar is Wally?’ tijdens de handeling. De verpleegkundige weet dat zij niets mag zeggen zodat Nora de kans krijgt om zich volledig te focussen op de afleiding. Eén ouder zit achter haar en een Medische Pedagogisch Zorgverlener zoekt samen met Nora in het boek. Nora gaat helemaal op in het zoeken en reageert nauwelijks op het aanprikken.

In haar mooie jurk komt ze weer bij ons voor ‘de vlinder’. Nu zoeken Nora en haar moeder samen naar Wally zónder Medisch Pedagogisch Zorgverlener terwijl de verpleegkundige stilletjes de PAC inbrengt. Het aanprikken verloopt nu soepel zonder mijn hulp. Met een grote glimlach komt Nora naar de speelkamer om te knutselen terwijl haar chemo in loopt.

In Nora haar dossier lees ik terug welke stappen we samen met haar en haar ouders gezet hebben. Ieder kind heeft een ander ritueel en andere woorden voor de PAC en de chemo. Om aan te sluiten bij het kind is het belangrijk om dezelfde taal te spreken. In het dossier staat dan ook bij ieder kind vermeld welke woorden en rituelen zij en wij gebruiken. Chemo Kaspertjes die naar binnen marcheren, het kastje, er komt van alles voorbij. Voor Nora de vlinder en niet te vergeten haar feestjurk, omdat Nora het een feestje vindt om te komen.

In mijn werk vind ik het van groot belang om aan te sluiten bij de wens van zowel kind als ouders. Gevoel van controle en inspraak en vertrouwen zijn hierbij de rode draad. Als Medisch Pedagogisch Zorgverlener (MPZ) assisteer ik en geef ik advies aansluitend bij de mogelijkheden en wensen van het kind en de ouders. Het is erg makkelijk om als MPZ-er onderdeel te worden van het ritueel. Wat een krachtige functie heeft. Eigen kracht is echter nog sterker. Zodra de rituelen en handelingen op elkaar afgestemd zijn en goed gaan, zetten wij een stapje terug en streven we ernaar ouders zoveel mogelijk in hun kracht te zetten als team met hun kind.

Zo zijn we er bij Nora na verloop van tijd uitgestapt. Als Nora is aangeprikt komt ze altijd nog wel even knutselen bij ons in de speelkamer. Het contact met Nora is erg belangrijk zodat de vertrouwensband met ons blijft bestaan. Mocht er dan ooit toch ondersteuning nodig zijn dan kunnen we makkelijker inspringen. Ze blijft helaas nog wel even komen voor haar vlinder in haar mooie feestjurk.

Maaike Labee-Wamelink
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland

“Ik ben blij dat Laura met het idee voor de robot kwam”

Tess is een hardwerkende meid die kampt met jeugdreuma. Ze doet havo op de Adriaan Roland Holstschool in Bergen. In het voorexamenjaar trekken haar ouders aan de bel: het gaat niet goed met Tess. Ze is soms zo moe dat ze niet kan slapen. Laura Bal, voorheen ondersteuningscoördinator van deze school, klopt aan bij het samenwerkingsverband vo Noord-Kennemerland. Die bekostigt de aanschaf van klassenrobot AV1. “Het maakte haar week rustiger, school putte haar niet meer uit”, aldus Laura. En Tess is blij – ze heeft inmiddels haar havo diploma op zak.

Klein wit poppetje

Laura ontmoette Tess toen zij vastliep op de school. “Ik heb jeugdreuma”, vertelt Tess. Ik wil graag alles kunnen, maar ik heb een fysieke beperking waardoor alles extra energie kost. De eerste jaren op de havo gingen nog wel. Maar de vermoeidheid werd steeds erger. Ik heb vaak opstartproblemen, mijn gewrichten willen in de ochtend niet. En aan het eind van de dag is de energie meestal op.”

Tess’ ouders trokken aan de bel na de eerste SE-week. “Tess was ontzettend moe en haar reuma speelde op”, vertelt Laura. “Dat was zorgelijk, ze had dat jaar nog veel opdrachten en twee SE-weken voor de boeg. Ik stelde voor klassenrobot AV1 in te zetten. Deze klassenrobot is vrij nieuw. Er was al een klassenmaatje van KPN, maar dat is een gigantisch apparaat. De AV1 is een klein wit poppetje met een groot hoofd. Het is een aandoenlijk ding. Dat helpt hoe de klas ermee omgaat. Twee, drie vriendinnen van Tess werden er verantwoordelijk voor. Ze zetten de robot op een tafel in de klas en het werd Tess.”

 width=Lessen vanuit bed

De AV1 werkt simpel. De leerling kiest op welk apparaat ze hem wil gebruiken en daarmee wordt de AV1 gekoppeld. “Ik had contact via de iPad”, aldus Tess. “Ik zag en hoorde alles. Tegelijk vond ik het heel ik fijn dat mijn klasgenoten mij niet konden zien, ik was vaak te vermoeid om rechtop te zitten. Meestal volgde ik de lessen vanuit mijn bed. Door de AV1 kon ik de eerste of laatste lessen thuis volgen. Vriendinnen haalden de robot bij de receptie op en zetten hem in de klas op de juiste plek. Ze hebben het ook wel eens een hoedje opgezet en een sjaal omgedaan.”

Leerlingen die met de robot werken kunnen swipen en zo in iedere richting kijken. Verder kunnen ze meepraten en met emoticons laten zien wat ze voelen. “Als ik een vraag had, drukte ik op een knopje en dan ging het hoofd van het poppetje branden”, legt Tess uit. “Het was wel belangrijk dat docenten contact met me maakten. Bij de docenten die dat goed deden, haalde ik betere cijfers.”

Effect duidelijk

Het effect van de inzet van AV1 werd snel duidelijk. “We hebben een aantal keer samen met Tess, haar ouders en het samenwerkingsverband geëvalueerd”, aldus Laura. “Doel van de robot was te zorgen dat Tess’ energie beter op peil bleef. Dat was precies wat gebeurde. Tess voelde zich mentaal rustiger. Ze hoefde niet te stressen, omdat ze naar school moest. Dat was het fijnste resultaat.”

Bron: samenwerkingsverband vo Noord-Kennemerland

Meer info of Robot lenen?

Met robot AV1 kunnen zieke kinderen meedoen op school, ook als ze thuis of in een zorgorganisatie zijn. Kind & Ziekenhuis heeft 25 robots in bruikleen van Vodafone Foundation Nederland. Deze kunnen gratis worden geleend door zieke kinderen.

  • Kind en gezin kunnen een Robot aanvragen via onze website mijn-bondgenoot.nl
  • Voor meer informatie die niet op de website staat of als je (zorg)professionals bent kun je mailen aan robot@kindenziekenhuis.nl of bellen naar 085 020 12 65
  • Kind & Ziekenhuis heeft ook posters en flyers beschikbaar

Onbegrepen lichamelijke klachten bij jongeren

Zie mij nu!

Vijftien tot 25 procent van de jongeren heeft last van SOLK, ‘somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten’: buikpijn, hoofdpijn, chronische vermoeidheid, maar ook longontsteking en bijvoorbeeld astma. Ze kunnen jaren ziek zijn, verzuimen school, gaan niet meer met leeftijdgenoten om en krijgen van zorgverleners te horen: het zit tussen je oren want we kunnen geen lichamelijke oorzaak vinden. Het initiatief ‘Zie mij nu’ geeft inzicht in hoe jongeren beter geholpen kunnen worden. Met meer aandacht voor de relatie tussen lichamelijke klachten, emoties en geestelijk welbevinden.

‘Zie mij nu’ bestaat uit een website en vanaf september ook een boek. Je kunt er verhalen en adviezen lezen van jongeren met onbegrepen lichamelijke klachten, hun ouders en zorgprofessionals. Bijvoorbeeld het verhaal van Isabelle, 23 jaar. De studie ging goed, ze kreeg een leuke baan en moest alleen nog even haar masterscriptie schrijven. Ze ontwikkelde heftige pijn in haar handen en armen en kon soms niet eens meer tandenpoetsen. ‘Een zwakke pols’, was de medische conclusie, ‘een verkeerde houding’. Ze kreeg oefeningen en hield een paar weken rust, maar dat hielp niet. Pas toen ze zelf concludeerde dat stress en verdrongen emoties een grote rol speelden, en dat ze altijd bezig was met uitblinken en presteren, lukte het haar om de lichamelijke klachten te overwinnen. Op de site staan veel meer van dit soort verhalen, ook van middelbare scholieren en kinderen van soms niet ouder dan acht jaar. Ze delen een hang naar perfectionisme, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en gevoeligheid voor de mensen om zich heen.

Kinderen en jongeren kunnen (net als volwassenen) SOLK ontwikkelen door de scheiding die in de westerse wereld is aangebracht tussen lichaam en geest, zegt jeugdarts Wico Mulder in een webinar over solk bij jongeren. De nadruk in de samenleving en vooral op scholen ligt op IQ: wetenschap en nadenken. Veel kinderen (en volwassenen) weten daardoor niet goed wat ze voelen en in de gezondheidszorg is geen kennis over de relatie tussen denken en voelen. Er is wel degelijk iets met het kind of de jongere aan de hand, maar ze hebben hun probleem onbewust verpakt en verborgen. De oorzaak kan bijvoorbeeld liggen in gepest worden, schulden, Covid 19, (v)echtscheidingen of agressie. Om de klachten aan te pakken, dienen zorgprofessionals maar ook docenten de klachten serieus te nemen, naar jongeren te luisteren en op zoek te gaan naar de achterliggende oorzaken.

Ervaringsdeskundige Iris: ‘Luister goed en neem de klachten of problemen van de jongere serieus. Kijk of er een oplossing voor te vinden is, of in elk geval of er iets is om het makkelijker te maken voor het kind of de jongere. Denk hierbij niet alleen maar aan de standaard regeltjes, maar maak het echt individueel. Zoek samen naar een oplossing.’

Dat is belangrijk omdat het gaat om veel jongeren, bijna een kwart. Daarom hebben het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Alles is gezondheid, Emovere en Proscoop de handen ineen geslagen en de site www.ziemijnu.nl samengesteld. Op de site staan verhelderende interviews met jongeren, kinderen en ouders, maar ook toelichtingen van zorgprofessionals en informatie wat SOLK is en hoe je kinderen en jongeren met onbegrepen lichamelijke klachten kunt helpen om beter te worden. Zoals ervaringsdeskundigen Luna en Erik het zeggen: ‘Er zou in de medische wereld veel meer naar het gehele individu gekeken moeten worden in plaats van alleen naar de fysieke klacht. Er zou meer gedacht moeten worden in mogelijkheden in plaats van problemen. Dat geldt ook voor opleidingen: denk in mogelijkheden.’

www.ziemijnu.nl (ook voor het boek met ervaringsverhalen)

Stichting Kind en Ziekenhuis door journalist Heleen Schoone

Ingezonden brief van een moeder die hoopt op meer vertrouwen

DE ACHTERBAN | In de kindzorg draait alles om kinderen (de patiënten), maar hoe gaat het met de mensen om hen heen? Wat zijn de ervaringen van ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden en vriendinnen?

Beste ambtenaar,

Het telefoontje van de gemeente heeft mij diep geraakt. Ik kreeg te horen dat de indicatie voor de ambulante begeleider voor mijn zoontje op het speciaal onderwijs bijna was afgelopen en dat de gemeente niet wist of hij nog wel ‘uit hun potje’ betaald moest worden. Woorden als stoppen, thuiszitten, andere school zoeken, vlogen mij om de oren. De grond zakte weg onder mijn voeten. Als moeder van een zorgintensieve zoon die vanaf dag één heeft moeten vechten voor passende ondersteuning uit verschillende ‘potjes’ viel het mij deze keer extra zwaar. Verdriet, vermoeidheid, paniek waren de eerste emoties die langzaam werden omgetoverd naar vechtlust.

We zijn namelijk zo ontzettend trots dat ons zoontje vijf ochtenden in de week naar speciaal onderwijs mag; iets wat artsen nooit hebben durven uitspreken en wij nooit hebben durven dromen. Zo ontzettend trots zijn wij op zijn school, leraren, ambulante begeleider die hem EN ons alle ruimte bieden om samen te kijken wat het beste bij ons zoontje past. Wat is het toch fijn om zo’n goede samenwerking te hebben en maatwerk te kunnen bieden.

Wat volgde was een gemeente die niet goed wist hoe zij deze casus moest beoordelen vanwege de ‘medische’ achtergrond van ons zoontje. Begrip hiervoor; je kunt niet alles weten, daarvoor win je advies in van zorgprofessionals. Toch? Daar volgde de tweede mokerslag. De gemeente gaf aan dat de zorgprofessionals (en dat zijn er nogal wat) niet onafhankelijk waren en dat de gemeente dus niet hun advies kon opvolgen. Dit moest ik even goed op mij laten inwerken; oké, ik ben niet onafhankelijk, maar de zorgprofessionals toch wel? Waarom krijgen zij geen vertrouwen?

Uiteindelijk schakelde de gemeente een onafhankelijk adviesbureau in om de medische achtergrond van ons zoontje te toetsen. Ook dit moest ik even op me laten inwerken: twee nieuwe zorgprofessionals die onze situatie dienen te beoordelen – zonder medische kindzorgkennis en zonder kennis van de aandoening van ons zoontje.

Ook hier weer de vraag: “Waarom krijgen de zorgprofessionals geen vertrouwen van de gemeente?” Wat ik graag wil meegeven aan ambtenaren die dit soort casussen beoordelen: neem de tijd om na te gaan welke stappen het gezin al heeft gezet, welke zorgprofessionals hier een rol in hebben gespeeld. Wat hebben kind, gezin en zorgprofessionals nodig om passend onderwijs goed aan te bieden?

Durf zorgprofessionals en ouders te zien als experts rondom het kind. En dan nog een kleine tip: bepaal ‘uit het zicht’ van het gezin uit welk potje dit betaald dient te worden.

Dankuwel!

Eva Schmidt – Cnossen

Magazine Kind & Zorg – juni 2020