Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan Medisch Pedagogische zorgverlener Jorinka en Linde

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: Medisch Pedagogische zorgverlener Jorinka (geen foto) en Medisch Pedagogische zorgverlener Linde (foto).

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Jorinka: “Vermindering in het aantal patiënten.”

Linde “Het contact. We kijken extra kritisch naar pedagogische hulpvragen en hebben hierdoor minder contact met patiënten en ouders. In principe bellen met beeld wanneer kinderen/ouders in druppel-contact isolatie zijn opgenomen om mondkapjes te besparen. Ook doen we dit met patiënten ter voorbereiding op hun komst of ter verwerking. Ons vak draait om in contact zijn, afstemmen en anticiperen. Dit is momenteel in sommige gevallen een grotere uitdaging.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Jorinka: “Impact van stress op ouders en op het kind. En ik bedoel hierbij de combinatie van verschillende (mogelijk stressgevende) factoren. Niet alleen de ziekenhuisopname, maar daarbij ook stress/angsten over corona en mogelijke besmetting/gevaren in het ziekenhuis, eventuele financiële zorgen, zorgen om de rest van het gezin thuis, maatschappelijke zorgen, zorgen om familieleden, stress/druk van werk. Daarbij tijdens ziekenhuisopname ook minder mogelijkheden om in balans te blijven (afwisseling met familieleden, minder mogelijkheden voor ontspanning/afleiding et cetera).”

Linde: “Dat de afstemming niet voldoende is, waardoor we de hulpvraag onvoldoende beantwoorden. Daarnaast maak ik me zorgen over belangrijke hulpvragen die we ‘missen’ omdat dit mogelijk onjuist wordt ingeschat door een andere discipline. Daarnaast maak ik me zorgen om de sociale isolatie waar kinderen en gezinnen nu mee te maken hebben, waardoor de draagkracht-draaglast erg uit balans kan raken.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Jorinka: “Creativiteit/out-of-the-box denken om gezien de omstandigheden tóch op heel korte termijn één en ander in het belang van het kind/gezin voor elkaar te krijgen om ziekenhuisopname zo goed mogelijk te laten verlopen. En de tijd/mogelijkheden om aan beleid/innovatie te werken.”

Linde: “We hebben veel projecten af kunnen ronden doordat één collega per dag thuis werkte. Hierbij kun je denken aan klinische lessen voor artsen en laboranten, een plan omtrent bewust belonen en protocollen worden herzien. Dit zijn zaken die we heel graag op willen pakken, wat echter niet altijd haalbaar is door gebrek aan tijd.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Jorinka: “In het begin van de crisis was de impact groot. Er veranderde veel, maar vooral in de omstandigheden. Gelukkig is er niet veel veranderd in de manier waarop ik invulling geef/kan geven aan mijn werk. Dat vind ik belangrijk; ik kan dezelfde zorg blijven leveren aan kinderen en ouders.”

Linde: “Dan kom ik toch weer terug bij de andere manier van contact hebben en soms geen contact hebben wat misschien wel nodig was geweest. Ik hoop niet, maar ben wel bang dat, door deze crisis meer dan anders traumatische ervaringen zijn opgedaan door kinderen en hun gezin.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Jorinka: “Eigenlijk aan alle bovenstaande: Blijf, ondanks de maatregelen die in veel ziekenhuizen gelden, per situatie/gezin bekijken wat er nodig is en wél mogelijk is om stress zoveel mogelijk te minimaliseren. Blijf als gezin/ouder aangeven wat je denkt dat je kind nodig heeft/je zelf nodig hebt, óndanks de maatregelen die er zijn.”

Linde: “Kijk naar de mogelijkheden. Wat kan nog wel? En kijk, luister en lees goed mee zodat de pedagogische hulpvragen zo goed mogelijk ingeschat en beantwoord worden.”

Nathaliesboekjes: Jij bent de ster in je eigen verhaal

Mijn naam is Nathalie en ik ben op een missie. De missie om de verhalen van de kinderen in ziekenhuizen te beschrijven. Een kind dat ziek is wil beter worden. Maar uit eigen ervaring weet ik dat ieder mens bovenal gezien wil worden. “Zie mij, zonder ziekte, zie mij, zie wie ik ben”, fluistert de ziel. Dat verhaal van zie wie ik nu ben in dit ziekenhuis met deze ziekte kan ik vertalen naar een boekje.

Tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis werd ik regelmatig in mijn bed door het ziekenhuis rondgereden voor onderzoeken. Ik hoorde dan letterlijk als ik door de gangen werd gereden de kinderen fluisteren: “Als je beter bent, kom je terug om onze verhalen op te schrijven. Om de mensen te laten herinneren dat onze oorspronkelijkheidsenergie nooit ziek is.”

Wanneer je op vakantie gaat, kun je een fotoboek maken van alle leuke momenten. Maar van een ziekenhuis zijn de foto’s vaak niet zo leuk. Terwijl het bijzonder belangrijke momenten in het leven zijn. Momenten waar wijze levenslessen geleerd worden. Daarom maak ik boekjes die gevuld willen worden met woorden en tekeningen van de verhalen die bij het kind en het ziekenhuis horen. Het boekje is een souvenir dat meereist zo lang het nodig is.

Wat ik maak is een boekje afgestemd op de energie die bij het kind hoort. Dit doe ik door kort met het kind of met één van de verzorgers te praten. Daarna maak ik het boekje en stuur ik het op. Vervolgens mag het boekje gevuld gaan worden met woorden, plaatjes, tekeningen, stickers enzovoort. Alles kan! Ik kan helpen met schrijven als dat wenselijk is. Maar ook kunnen papa en mama, broers, zussen en andere belangrijke mensen woorden schrijven of tekeningen maken in het boekje. Ieder boekje is anders, want ieder kind heeft zijn of haar eigen verhaal. Deze verhalen willen gehoord worden. Ze vragen om even stil te gaan zitten en te luisteren. Zodat je dit vervolgens kunt gaan schrijven, tekenen of plakken. Ze vragen om even niet met de ziekte bezig te zijn maar met het kind en zijn of haar unieke verhaal. Dat is waar ik met nathaliesboekjes tot wil uitnodigen. Ga samen stil zitten en schrijf, teken, plak zodat de tijd even stil staat en alles precies is zoals het nu is.

Wat ik in mijn boekje heb geschreven is wie ik de liefste arts vond, hoe het eerste hapje banaan smaakte, hoe het voelde als de bloeduitslag binnenkwam, hoe mijn moeder me steunde. Het zijn allemaal hele kleine momenten en vragen geweest die er voor hebben gezorgd dat ik zelf kon voelen dat ook dit moment weer verandert. Geen goed of fout. Geen ziek of beter. Luister naar de wijsheid van het kind, want daar kunnen wij als ouders zoveel van leren. Deze wijsheid inspireert om het leven te vieren en beleven. Ik hoop daar met nathaliesboekjes aan bij te dragen.

Wil je meer informatie, kijk op www.nathaliesboekjes.nl.

 

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan jeugdartsen Anneke en Rianne

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: jeugdarts Anneke Kesler van de GGD in Amsterdam (en hoofdredacteur GroeiGids) en jeugdarts Rianne Reijs van de GGD Zuid Limburg.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Anneke: “Ouders en aanstaande ouders kunnen niet zo makkelijk meer naar de verloskundige of jeugdgezondheidszorg om hun vragen te stellen. Zij richten zich daarom meer op de beschikbare online voorlichtingskanalen, zoals de GroeiGids. In de app van de GroeiGids kunnen ouders zelf de ontwikkeling en groei van hun kind of zwangerschap bijhouden. Zij ontvangen via de GroeiGids ook pushberichten, digitale nieuwsbrieven en berichten voor de regio. Ook worden ouders via de app doorgeleid naar de de GroeiGids ouderchat. Wij merken dat de ouderchat nu veel meer wordt gebruikt. Het is voor veel ouders echt een uitkomst, een manier om toch de vragen waar iedere ouder mee zit, te kunnen stellen aan een jeugdverpleegkundige.”

Rianne: “Geen spreekuren meer, geen overleg op school en geen huisbezoek meer! Oftewel, alles via telefoon en beeldbellen. Sommige dingen kunnen nu eenmaal niet via de telefoon, bijvoorbeeld een vaccinatie geven. Dan moet steeds worden besloten of het belangrijk genoeg is om ervoor samen te komen. Overleggen via beeldbellen met scholen en ouders heb ik al best veel gehad. Maar niet met kinderen en jongeren. Dat missen mijn collega’s en ik nu ontzettend: de kinderen en de jongeren zien. Gelukkig denken we nu na over wat er weer wel zal kunnen en hoe dan.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Anneke: “Ik vind het zorgelijk dat ouders de weg naar antwoorden niet zo makkelijk vinden als ze ergens mee zitten. Sommige ouders zijn niet zo digitaal vaardig. Deze ouders gaan niet zelf online opzoek naar informatie en antwoorden. Het is belangrijk om manieren te vinden om deze ouders toch te bereiken.”

Rianne: “Ik maak me het meest zorgen over de kinderen en jongeren die misschien straks ook niet naar school gaan als de scholen weer open zijn. Omdat ze bang zijn voor of door corona, zich niet goed of heel eenzaam zijn gaan voelen of omdat hun ouders het te spannend vinden. En de kinderen die al vaker niet naar school gingen voordat corona ‘er was’, en die misschien niet genoeg hulp of zorg hebben gehad in de afgelopen tijd. En de kinderen waar het thuis lang niet altijd leuk is geweest omdat deze vreemde situatie nu eenmaal spanningen veroorzaakt waar niet iedereen goed mee om kan gaan. Ik hoop dat we snel genoeg kunnen zorgen dat íédereen weer kan doen wat hij wil en wat bij zijn of haar leeftijd hoort. Zoals met je vrienden kunnen afspreken, sporten én naar school gaan.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Anneke: “Zeer positief is dat ouders de GroeiGids ouderchat massaal zijn gaan gebruiken, nu ze minder van spreekuren gebruik kunnen maken. Als samenwerkende GGD-en hebben wij hier alert op gereageerd door meer jeugdverpleegkundigen snel op te leiden en te laten chatten met ouders. We zien dat Jeugdgezondheidsorganisaties versneld aansluiten bij het GroeiGids platform, omdat het belang van online communiceren met ouders is toegenomen. Deze tijd vraagt ook om snel en op de juiste momenten goede informatie over coronamaatregelen aan ouders te verstrekken. Met alle kanalen die we met de GroeiGids tot onze beschikking hebben, gaat dit zeer goed. We passen de digitale berichten en nieuwsbrieven aan zodra er weer nieuwe coronamaatregelen gecommuniceerd moeten worden. Zo bewegen wij met de GroeiGids app soepel digitaal mee.”

Rianne: “Ik vind het wel heel tof om te zien dat bijna iedereen kan leren beeldbellen! Dat wil ik al heel lang vaker gebruiken, bijvoorbeeld in overleg met mensen die van verder weg moeten komen, ouders die verder weg wonen, wat zeker als ze gescheiden zijn wel eens voorkomt. Maar dat vonden veel mensen ‘voor corona’ maar gedoe en niet fijn. Het is ook niet altijd het fijnste of het beste, maar wel vaak heel waardevol en ‘goed genoeg’.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Anneke: “Het geeft ook weer kansen en ruimte voor nieuwe initiatieven. Zo is er landelijk afgestemd over informatie voor ouders. Relatief heb ik meer tijd besteed aan het schrijven en aanpassen van teksten, om (aanstaande) ouders te voorzien van actuele informatie met daarin ook rekening houdend met de coronamaatregelen. Daarnaast werk ik als arts bij de GGD nu ook in het coronabelteam waar huisartsen, arboartsen en artsen ouderengeneeskunde met vragen terecht kunnen. Ook deze artsen kunnen ergens terecht als ze even iets niet weten. Dat is erg leuk om te doen en geeft ook inzicht hoe corona ingrijpt in de samenleving en de gezinnen.”

Rianne: “De Jeugdgezondheidszorg is bij ons een onderdeel van de GGD. In deze tijd zijn veel jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen opeens ingezet voor infectieziektebestrijding. Natuurlijk doet de JGZ altijd al infectieziektebestrijding, namelijk het Rijksvaccinatieprogramma. Maar nu zitten we ook aan de telefoon en we bemonsteren mensen die misschien corona hebben bijvoorbeeld. Dat heeft de samenwerking in de publieke gezondheid weer verstevigd!”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Anneke: “Voor ouders is dit een onzekere tijd. Het is belangrijk om goed in de gaten te houden hoe je contact kunt houden met ouders, ze kunt blijven bereiken. Het is mijn werk om ouders steeds tijdig te voorzien van goede informatie en te zorgen dat ouders antwoorden krijgen op al hun vragen, Ik vind het belangrijk om hierin te streven naar een zo hoog mogelijk bereik, zodat ouders zelf weer verder kunnen en vol zelfvertrouwen hun kind kunnen opvoeden en laten opgroeien.”

Rianne: “We letten met z’n allen op de kinderen en de jongeren, dat moeten we goed blijven doen. Corona is ernstig en moeten we zien te voorkomen. Daarbij moeten we ook in de gaten houden dat de maatregelen tegen corona sommige mensen en kinderen harder treffen dan anderen en dat wij kunnen helpen dit te verzachten of meer gelijk te trekken. Dat is een heel belangrijke opdracht, kansen voor alle kinderen!”

En Rianne voegt nog toe: “Samen met collega’s laat ik via Jeugdarts in Limburg op Facebook en Instagram (@jeugdarts) ons werk zien. Al van voor het coronatijdperk, maar uiteraard ook met aandacht voor de veranderingen.”

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan kinderartsen Jaap en Frederique

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: kinderarts Frederique Hofstede van het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag en kinderarts Jaap de Witte van het Jeroen Bosch Ziekenhuis.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Frederique: “De coronacrisis heeft er in mijn werk toe geleid dat we noodgedwongen andere vormen van contact met kinderen en ouders zijn gaan ontwikkelen. Spoedzorg en noodzakelijke zorg vinden doorgang in het ziekenhuis. De overige contacten lopen via telefonisch overleg vaak wel met ouder en kind. Daarnaast zijn we gestart met ‘beeld bellen’ waarbij je elkaar kunt zien tijdens het gesprek. Het belangrijkste aspect hierbij is, dat we – in welke vorm dan ook- contact houden met onze patiënten en hun ouders. Wat wij missen is het interactieve contact en het vertrouwen dat we opbouwen met de kinderen in onze spreekkamer.”

Jaap: “Het contact met patiënten en hun ouders vindt nu grotendeels op afstand plaats (belconsulten) en dat is minder leuk en, hoe gek dat misschien ook lijkt, soms ook minder efficiënt.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Frederique: “Mijn grootste zorg op dit moment is, dat patiënten onnodig wegblijven uit het ziekenhuis, terwijl zij wel hulp behoeven. We kunnen in de ziekenhuizen veilige zorg bieden net als altijd, en dus ook ten tijde van de coronavirus pandemie. Maar we merken dat er onder een deel van de patiënten en hun ouders een angst is voor besmetting in het ziekenhuis. Deze mensen stellen hun bezoek aan huisarts en/of het ziekenhuis uit en krijgen daardoor niet altijd tijdig adequate hulp. Ik maak me met name zorgen om die patiënten, die ik niet zie.”

Jaap: “Als het gaat om patiënten: dat ze geen contact met het ziekenhuis durven te maken, hetzij uit angst om COVID op te lopen, hetzij uit angst het ziekenhuis te overbelasten. En dat dat lang gaat duren. Als het gaat om collega’s: dat ze het gaan volhouden. Deze situatie lang gaat duren, het wordt een marathon waarvoor lange adem nodig is.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Frederique: “Het klinkt misschien vreemd, maar er zijn ook zeker positieve aspecten aan deze periode. Ten eerste ervaar ik het contact met de patiënten en hun ouders als zeer intens. Er is begrip over en weer, en meer dan ooit werken we als team samen en proberen we met elkaar de juiste oplossingen te zoeken. Daarnaast ben ik enorm trots op ons ziekenhuis en de mensen die er werken. Ik ben onder de indruk hoe we in korte tijd zo ontzettend veel veranderingen hebben kunnen realiseren. Met ongekende energie en positieve instelling hebben we met elkaar de schouders eronder gezet, om voor iedere patiënt de beste zorg te blijven leveren. De saamhorigheid is groot, de sfeer is goed, er is veel flexibiliteit. Het is geweldig om van zo’n team onderdeel te kunnen uitmaken. Daarnaast is de veranderbereidheid groter dan ooit. Innovaties vinden continu plaats.”

Jaap: “Het blijkt dat collega’s en vele ziekenhuismedewerkers voor het overgrote deel erg flexibel zijn, creatief. Plannen voor verandering en vernieuwing waarvan de uitwerking voorheen vaak lang duurde worden nu snel opgepakt en doorgevoerd.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Frederique: “De coronacrisis heeft een enorme impact op mijn werk! Zoals ik al aangaf, is onze hele manier van werken veranderd. Veel telefonisch contact met patiënten en waar nodig mogelijkheden creëren om patiënten veilig te kunnen zien in het ziekenhuis. Ik had verwacht als arts ook ingezet te worden op de volwassen COVID-afdelingen, maar dat is in ons ziekenhuis uiteindelijk nog niet nodig gebleken. De eerste weken waren in ons kinderziekenhuis vooral gericht op het creëren van een nieuwe werkwijze, richtlijnen en inrichting van deze zorg. Nu richten we ons met name op het verder opschalen van de iets minder urgente, maar minstens zo belangrijke zorg rekening houdend met de afstand van 1,5 meter.”

Jaap: “Voor ons als kinderartsen valt dat eigenlijk nog wel mee. Kinderen hebben geen (nauwelijks) verschijnselen van corona. Wel zijn er al enkele collega’s ziek geweest. Belangrijkste impact is de enorme verschuiving van fysieke spreekuren naar belspreekuren (en ook al wat videospreekuren). De meesten van de kinderartsen vinden dat vermoeiender en minder voldoening geven. Het ontmoeten van mensen is toch zoveel fijner dan ze digitaal benaderen? Toch zal de maatschappelijke trend waarschijnlijk zijn dat we er gebruik van zullen blijven maken.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Frederique: “We doen het samen. Echt. Alle (kinder)artsen en het verpleegkundig team, samen met de patiënten en hun ouders. We hebben elkaar nodig om goede zorg te leveren en te ontvangen. Dat betekent dat we goed met elkaar samenwerken, begrip moeten hebben, open moeten staan voor verandering en voor elkaars suggesties. Het is voor ons allemaal zoeken naar de nieuwe juiste manier van zorg, waarbij veiligheid en kwaliteit voorop blijven staan!”

Jaap: “Geniet van wat er blijkt te kunnen, wees trots op je flexibiliteit. Gebruik deze ervaring om het palet van mogelijkheden van omgaan met kinderen, ouders, verwijzers en collega’s uit te breiden, de keuzemogelijkheden te verruimen. Blijf mensen die kennis van buiten naar binnen brengen betrekken en doe omgekeerd hetzelfde.”

“Zitten en luisteren!” zegt de 3-jarige juf

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

“ZITTEN” klinkt het fel uit Isa haar mond. Isa vertelt mij duidelijk wat ik moet doen. “Ik ben de juf en jij kindje.” Ik moet zitten en luisteren naar wat de juf zegt. “Ik ben geen lieve juf, stoute juf”, zegt Isa. Telkens als ik iets wil zeggen zegt ze “nee kindje, luisteren!”. Al spelend word ik kindje en brengt Isa mij naar school en naar bed. Isa is fel, streng en ik moet doen wat ze zegt, anders krijg ik straf. Braaf volg ik alle bevelen op, die niet altijd even vriendelijk klinken.

Sinds gisteren weten Isa en ouders dat ze diabetes heeft. De verpleegkundige moet ieder uur haar bloedsuiker prikken, Isa vindt dit inmiddels verschrikkelijk. Sinds gisteravond is ze al zeker 15 keer geprikt. HELP! zegt de verpleegkunde hoe gaan we dit doen?

Als medisch pedagogisch zorgverlener weet ik dat een onverwachte opname, met veel medische handelingen, voor een jong kind ingrijpend kan zijn. Door het verlies van controle, en het feit dat ouders ook onthand zijn gaan kinderen opzoek naar controle en regie. Isa maakt dit duidelijk zichtbaar via haar spel. Door met haar mee te spelen en dit te stimuleren krijgt Isa regie terug en dit zal haar helpen meer rust te vinden, ook tijdens het prikken.

Maandagochtend loop ik opnieuw de kamer van Isa in, ze pakt haar dokterskoffer en zegt: “Ik ben de zuster en jij kindje.” Ik moet m’n schoenen uit en sokken uit. Met enige aarzeling ga ik hierin mee. Ik krijg de ene prik na de andere in mijn voet. “In bed kindje, jij bent ziek.” Ik ga in bed liggen en moeder en ik geven elkaar een knipoog. Moeder begrijpt het.

De boosheid, angst en het verlies van controle tijdens de opname worden uitgespeeld met mij. Steeds meer komt de vrolijke, enthousiaste en onbezorgde Isa weer boven en daar geniet moeder zichtbaar van. Ook het prikken gaat goed, het is niet meer nieuw. Isa en ouders weten hoe het moet en wat er gaat gebeuren, ze mogen naar huis.

Spelen met kinderen in het ziekenhuis is in veel gevallen meer dan een leuke afleiding. Verwerkingsspel gekoppeld aan psycho-educatie voor de ouders zorgt voor controle bij het kind en de ouder. Resultaat is dat het kind controle herpakt en de ouder weer in staat is zijn/haar kind op een steunende manier te troosten en helpen. De gezonde opvoedrelatie kan verder gaan, ondanks een heftige ziekenhuisopname of diagnose.

Marlous de Gee
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland

Brief van een meisje met een aangeboren hartafwijking

KINDEREN EN JONGEREN | In de kindzorg draait het natuurlijk om de kinderen en de jongeren. Wat zijn hun ervaringen?

Beste mensen in het ziekenhuis,

Ik ben Nynke en ik ben elf jaar. Al bijna drie jaar geef ik les over mijn aangeboren hartafwijking op mijn moeders werk aan de coassistenten. Ik heb nu al zestien groepen van ongeveer acht mensen per groep lesgegeven. Dus al ongeveer 128 mensen!

In de les vertel ik over mijn hartafwijking en over wat ik heb meegemaakt in het ziekenhuis. Ook mogen de coassistenten naar mijn hart luisteren. Tijdens deze les heb ik een aantal keer de vraag gehad: “Heb je een tip voor ons als dokters?” en “Wie vond je de leukste dokter?”

Daarop antwoord ik: “Verpleegkundige Suzan! Zij heeft me tijdens de opname waarin ik een hartoperatie moest veel gesteund, ze heeft vier dagen voor mij gezorgd en daarin mij weer leren lopen en het ALLER belangrijkste: ze heeft haar beloftes nagekomen! Ze had me bijvoorbeeld beloofd dat als ik goed dronk dat ze dan het infuus eruit zou halen, en dat heeft ze gedaan direct nadat ik mijn drinken op had. Dus Suzan zal ik nooit vergeten. Het was superfijn dat zij er meerdere dagen voor mij was. Ik gun elk kind in het ziekenhuis zo’n verpleegkundige!”

Wie ik de leukste dokter vond tijdens de opname, dat kan ik niet vertellen. Elke dag zag ik er verschillende. Ik kan me eigenlijk niet een specifiek herinneren…

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en heb ik heel veel verschillende dokters op de polikliniek gezien. Wat ik zelf heel fijn vind is dat een dokter mij als kind ook goede uitleg geeft en mijn tip is dat ze van tevoren duidelijk vertellen wat ze gaan doen bij lichamelijk onderzoek. Ik vind dat namelijk altijd heel spannend. Als de dokter dan vertelt wat hij/zij gaat doen dan helpt mij dat.

Ook weet ik inmiddels dat er heel veel goede informatie te krijgen is in het ziekenhuis en op de website met goede filmpjes over verschillende onderzoeken. Wat ook superfijn is: dat een speciaal iemand (pedagogisch medewerker) mij uitleg gaf en geruststelde toen ik een MRI kreeg.

Het zou fijn zijn als meer ouders en kinderen weten van deze mogelijkheid en daar mag best meer aandacht aan besteed worden! Het zou mij in elk geval een hele hoop stress gescheeld hebben. Wat voor mij het belangrijkste is in het ziekenhuis: geef duidelijke informatie aan het kind!

Nynke

Magazine Kind & Zorg – november 2019

Videobeelden geven je een kijkje in de ziel van het kind!

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

De ouders van Saar, een verlegen meisje van 4 jaar, vertellen mij dat hun dochter al anderhalf jaar haar ontlasting niet durft los te laten en angstig wordt als zij voelt dat zij moet poepen. De huisarts heeft laxeermiddel voorgeschreven om obstipatie te voorkomen. Ouders zijn de wanhoop nabij en hopen dat ik de oplossing kan aandragen op het spreekuur van de pedagogische poli van de afdeling kindergeneeskunde.

In de anamnese komen geen trauma’s of andere opvallende dingen naar voren. Naast het geven van psycho-educatie stel ik voor om video-interactiebegeleiding te starten. De videobeelden zullen inzicht geven in de signalen van Saar, de interactie tussen Saar en haar ouders en de invloed hiervan op haar gedrag. Ouders zijn verbaasd dat communicatie invloed heeft op een poepprobleem, maar stemmen in.

Ik neem Saar en ouders mee naar de speelkamer om te spelen en tijdens het spel maak ik een video-opname. Saar speelt heerlijk totdat zij weer voelt dat er ontlasting aan komt. Actief ophoudgedrag wordt zichtbaar en maakt Saar onrustig. Ook de ouders worden onrustig en vragen aan haar of ze naar de wc moet. Saar ontkent en de sfeer raakt gespannen.

Een week na het opnemen van de beelden bekijken ik ze samen met ouders en richten we ons op de signalen die Saar kenbaar maakt en wat haar in het contact positief ondersteunt. Saar boft met ouders die mooi afgestemd zijn tijdens het spel wat ze spelen. Zij kunnen de signalen van hun dochter goed interpreteren. Ouders volgen Saar in haar spel, benoemen wat ze zien, wat Saar doet of wat er in haar omgaat. Als Saar het nodig heeft bevestigen ze haar zodat ze rustig verder kan spelen. Saar is ontspannen! Als we vervolgens naar de beelden van het actieve ophoudgedrag gaan kijken dan verandert er iets. Moeder valt het op dat ze ineens veel aan haar dochter vraagt en daarbij ziet ze dat Saar de neiging heeft om uit het contact te gaan en meer gespannen wordt. Op de vraag wat ouders denken dat hun dochter nodig heeft zegt vader dat Saar vertrouwen nodig heeft. De spijker op zijn kop! Maar op welke manier kun je dat dan als ouders bieden?

De ouders van Saar krijgen al snel het inzicht dat zij de vragen rondom het onderwerp poepen beter niet kunnen stellen. In plaats daarvan denken zij dat het een fijnere optie is om het ophoudgedrag en de bijkomende emoties van Saar te benoemen, net zoals zij dit tijdens het spel deden. Ook lijkt het ouders verstandig om niet te vragen of Saar naar de wc wil maar te zeggen dat zij met haar naar de wc gaan. Met deze inzichten gaan ouders thuis aan de slag.

Hoe mooi is het dat ouders met behulp van videobeelden in deze casus zelf het inzicht krijgen wat hun dochter van hen nodig heeft om rustig op de wc te kunnen ontlasten. Na twee consulten zie ik een blije Saar die inmiddels zonder stress naar de wc gaat!

Jessica Boerema
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland