Brief voor Bommel (6 jaar)

Lief Bommeltje,

Als ik bedenk dat je vandaag zes jaar wordt, dan voelt dat best een beetje gek. Als je zes wordt, ben je geen kleuter meer en ga je naar Groep 3. Jij moet überhaupt nog beginnen met kleuteren! Het getal past dan ook niet bij mijn meisje. Aan de ene kant vind ik dat verdrietig. Het gat met leeftijdsgenootjes is ondertussen enorm groot. Aan de andere kant merk ik dat ik jouw leeftijd loslaat. Je bent geen zes. Jij bent Bommel! 

Het is zo’n genot om jou om me heen te hebben. Je brabbelt de oren van mijn kop, meer dan ooit. En gezellig dat dit klinkt. Je vult ons hele huis met je verhalen! Iemand vroeg me laatst of je al kon praten. Toen ik nee zei vroeg ze: ‘Zelfs geen papa of mama?’ Want ja, dat is toch wel het minimum… ‘Nee, zelfs dat niet’. Maar weet je lieverd, ondanks dat ik dat heus wel eens wens, is het belangrijkste voor mij dat jij het weet. En dat weet je. Overduidelijk. En dat gevoel, dat is wat echt telt. Dus nee, je kunt (nog) niet praten, maar omdat je mij hebt leren luisteren met mijn hart, versta ik je toch wel!

Het gaat goed met je. Je zit lekker in je vel. Ook gaat het goed met het verdelen van de prikkels over de dag en het slapen. Omdat ik nu weet van je prikkelverwerkingsstoornis, weet ik ook hoe ik je kan helpen. Heel fijn om op terug te grijpen op de dagen dat het minder gaat en het je teveel is. Slechte nachten zijn er zeker nog wel, maar ze vallen in het niet vergeleken bij de vijf voorgaande jaren. Een genot.

Het beter gaan slapen was de doorbraak van vorig jaar. Dit jaar ben ik hard voor je aan het werk, samen met onze Arts voor Verstandelijk Gehandicapten, om een grote verbetering op een ander vlak te realiseren. Namelijk dwangvrij (zonder houdgreep) en pijnvrij handelen als het op onderzoeken en tests aankomt. Inmiddels ligt er voor bijna elk onderzoek dat jij moet ondergaan een plan. En deze plannen lijken hun werk goed te doen. Je hebt al een paar keer onderzoeken gehad waarbij we je niet meer in de houdgreep hoefden te nemen. Zo ontzettend fijn! We zijn er nog niet helemaal, maar we zijn op de goede weg.

Je bent actiever en mobieler geworden. Je gaat meer op onderzoek uit in de wereld om je heen. Zo is in de woonkamer niks meer veilig. Bleef je eerst nog op 1 plek zitten, nu tijger je door de woonkamer naar de glazen vaas waar je niet aan mag komen, of de mand met tijdschriften die jij uit elkaar wilt scheuren en ik trek soms een sprintje als je bij de plantenbak zit en even lekker in de aarde wilt gaan wroeten! Ook sleur je sinds kort alle bakken met speelgoed uit de mand. Het liefst voel je overal even aan en smijt je het daarna door de kamer. Leuk man!

In de zomervakantie eiste je zelfs een stukje autonomie op in het zwembad op de camping. Als jij in je zwemband ronddobberde, moest ik je vooral met rust laten. Als ik je maar aanraakte mopperde je al. ‘Ik dobber zelf wel, hoor mam!’, leek je te zeggen. Ik moest er iedere keer erg om lachen hoe jij dit moment voor jezelf opeiste. 

Daar waar mij regelmatig gevraagd wordt ‘wat je allemaal nog niet kunt’, wil ik iets benadrukken wat jij ontzettend goed kunt: liefde geven! Het zit hem in de lieve blik als je me aankijkt en dat je dan ook nog even je oogjes samenknijpt, in je stevige knuffels en in de soort van kusjes die je geeft. Voor mij gaat het er dan ook niet om wat jij wel of niet gaat kunnen. Het gaat erom waar je nu staat. Wie je nu bent. En jij bent zo’n mooi persoontje!

Jij bent alles wat je moet zijn.

Ik hou van jou.

Mama

Mantelmama

Vera (37), trotse moeder van 2 dochters (waarvan 1 zorgintensief zonder diagnose), getrouwd, tekstschrijver en spreker. Baant zich een weg door het oerwoud van de medische wereld en schrijft blogs & columns over haar avonturen. Spreekt over haar persoonlijke ervaringen om bij te dragen aan het verbeteren van de Kindzorg.

www.mantelmama.nl

De Leeuwin

Zojuist heb ik de ijzeren plaat van de rolstoellift van de taxi-bus op mijn voet gekregen, ik weet even niet hoe ik het heb. Daar sta ik dan op de stoep met Bommel bij me in haar rolstoel, te creperen van de pijn. Ik zeg tegen de chauffeur dat het wel meevalt, maar ik heb geen idee hoe ik vanmiddag verder moet. Ik heb geen idee of mijn voet misschien gebroken is. Ik voelde net wel een enorme ‘krak’…

Ik strompel, de rolstoel duwend, naar de voordeur. Ineens lijkt onze oprit eindeloos lang. Eenmaal binnen til ik met moeite Bommel uit haar rolstoel en ga met haar op de bank zitten. En er gebeurt iets geks: ik krijg een soort lachkick. Want wat een ontzettend absurd en knullig ongeluk is dit! Tegelijkertijd kan ik wel janken. Janken van de pijn, maar ook omdat ik even niet weet wat te doen. Hoe moet ik de middag doorkomen met mijn kind dat niet mobiel is, nu ik zelf amper kan lopen?

Ik bel Tycho en vertel hem wat er is gebeurd. ‘Ik heb geen idee of mijn voet gebroken is, maar ik moet denk ik even naar de huisarts’, zeg ik. Tycho’s antwoord is kort en krachtig: ‘Ik kom nu naar huis.’ Hij laat alles direct uit zijn handen vallen, gooit zijn overvolle agenda om en komt terug naar huis, voor mij. Zoals hij dat in de afgelopen vijf jaar al ontelbare keren heeft gedaan. Mijn redder in nood.

Een Mantelmama mag niks mankeren

Terwijl ik zit te wachten op Tycho gaat er maar één ding door mijn hoofd: mijn voet mag niet gebroken zijn. Absurd eigenlijk, want als het zo is, dan is het zo. En een gebroken moedervoet is nou ook niet bepaald het einde van de wereld, zelfs niet van die van een zorgintensieve.

Maar toch, ik heb dit gevoel al eerder gehad. Nu ik een Mantelmama ben, mag ik niks mankeren. Want wie neemt de zorg over? Ik kan het me niet veroorloven om te verslappen. Ik moet waakzaam zijn, scherp en alert. Ik moet overal bovenop zitten, aanjagen, doorgaan. Ik kan niet ziek zijn, zwak zijn of instorten. Anderen typeerden me meer dan eens als een leeuwin en misschien ben ik dat ook wel.

Een leeuwin

Zoals zoveel ouders vecht ik voor mijn gezin. Als je als ouder van een zorgintensief kind niet kunt vechten, dan heb je een probleem. Vrijwel alles is een strijd. De juiste zorg, hulpmiddelen, school, vervoer en medische zaken regelen. Je moet sterk in je schoenen staan om dat wat jouw kind nodig heeft voor elkaar te krijgen. Opgeven is daarin geen optie. Als je nog geen vechtersbaas was, dan word je het wel. Simpelweg omdat je kind anders belangrijke zaken misloopt die bijdragen aan kwaliteit van leven.

Bij mij is dat leeuwinnetje al vroeg geactiveerd. Het gebeurde rond de scheiding van mijn ouders, ik was enorm beschermend naar mijn ouders en mijn zus toe. ‘Kom niet aan hen, want dan kom je aan mij!’ Dat principe. Dit was ook een periode dat ik vol zat met adrenaline. Het waren vrij tumultueuze jaren. Toen ben ik begonnen met vechten. Ik was acht.

Vechtjas

Het heeft me veel moeite gekost om die adrenaline ook weer weg te kunnen laten vloeien. Om de vechtjas die ik had aangetrokken, en jarenlang stevig aan had gehouden, weer uit te doen. Toen ik eindelijk een beetje wist hoe dat voor mij werkte, werd Bommel geboren. Ik had nooit gedacht dat ik die leeuwinneneigenschappen zo hard nodig zou hebben. Van kwetsbaar weekdier toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, transformeerde ik in een super leeuwin. Er is zelfs een soort titaniumlaagje overheen gekomen. Hierdoor ben ik onverwoestbaar geworden in mijn strijd voor Bommels gezondheid en voor haar welzijn en dat van mijn gezin. Ook nu weer vind ik het soms moeilijk om de jas uit te trekken en de vechtersbaas in mij los te laten. Die jas zit me immers al vanaf mijn achtste als gegoten.

Bommel maakt me op haar eigen non-verbale manier duidelijk dat ik ons handjeklapspelletje moet doen en trekt me daarmee uit mijn gedachten over mijn innerlijke leeuwin. Tycho zal inmiddels wel onderweg zijn naar ons. Dat geeft me een gerust gevoel, hulp komt eraan.

Zonder pantser

De enige die mij zonder pantser ziet, is mijn lief. Bij hem durf ik onzeker te zijn, laat ik mijn tranen vloeien en toon ik mijn kwetsbare kant. Wij worstelen ons samen door het oerwoud van de medische wereld heen en leunen op elkaar. Het is zwaar om de balans te bewaken in ons gezin met een gehandicapt kind, maar we doen het. Samen.

Na de zoveelste onderbroken nacht zat ik een paar avonden terug in de woonkamer, niet wetend of ik nóg zo’n nacht zou trekken. Er vloeiden stille tranen over mijn wangen. Ik keek naar Tycho en zei: ‘Je moet het even zeggen hoor.’ ‘Het komt allemaal goed, schat,’ zei hij. Dat is in de afgelopen vijf jaar ons ritueeltje geworden. Deze woorden uit zijn mond slepen me door de moeilijke momenten heen.

Mijn leeuw

Wij tweeën. In onze eigen cocon. Alleen wij weten wat er precies allemaal gebeurd is en welke doodsangsten we hebben uitgestaan toen Bommel geboren werd en heel ziek bleek. Als ik een leeuwin ben, is Tycho mijn leeuw. We vechten ons er samen doorheen. En omdat hij er voor mij is, vind ik het niet erg om op veel momenten in mijn leven van titanium te zijn en te moeten vechten voor ons welzijn. Voor ons geluk. Natuurlijk is dat soms slopend en heb ik dagen waarop ik mijn pantser niet eens kan vinden, maar aan de andere kant is ‘ie helemaal op maat gemaakt en past hij als een tweede huid. Op dat soort dagen pak ik de draad weer op, de wonden likkend die nooit helemaal de kans krijgen om te helen, en neem ik mijn plek weer in op de barricaden. Ik houd de wacht voor ons gezin en trek ten strijde als het moet. In de wetenschap dat, als het echt niet meer gaat, mijn leeuw er voor me zal zijn.

Ik hoor de sleutel in het slot en de voordeur gaat open. Hij is thuis.

Mantelmama

Vera (37), trotse moeder van 2 dochters (waarvan 1 zorgintensief zonder diagnose), getrouwd, tekstschrijver en spreker. Baant zich een weg door het oerwoud van de medische wereld en schrijft blogs & columns over haar avonturen. Spreekt over haar persoonlijke ervaringen om bij te dragen aan het verbeteren van de Kindzorg.

www.mantelmama.nl

Brief van een dankbare moeder

DE ACHTERBAN | In de zorg draait alles om de patiëntjes, maar hoe gaat het met de mensen om hen heen? Wat zijn de ervaringen van ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden en vriendinnen?

Beste begeleiders van het medisch kinderdagverblijf,

Vijf jaar geleden wist ik niet eens van jullie bestaan. Ik had onze nog-niet-geboren dochter ingeschreven bij een kinderdagverblijf, in de verwachting een paar maanden na haar geboorte weer aan het werk te gaan en op weg naar mijn werk een Maxi-Cosi met baby af te leveren en die na mijn werkdag weer op te halen. Niks aan de hand.

Toen Evi te vroeg en met een te laag gewicht geboren werd, bleek al snel dat ze veel zorg nodig zou hebben. Ze kwam na lange en intensieve maanden thuis met sondevoeding. Ook was ze snel overprikkeld en ging haar ontwikkeling geheel in haar eigen tempo. We hadden de reguliere opvang al wel afgezegd, maar een alternatief hadden we niet. Totdat het echt misging. Ik brak mijn arm en kon eigenlijk niet alleen zijn met mijn kleine, afhankelijke baby. Er volgden maanden van mantelzorg en thuiszorgschema’s. Toen bleek dat Evi toch niet voldoende zelfstandig kon ademhalen, kreeg ze een zuurstofbrilletje en was bij mij de koek op.

Heel voorzichtig polste een verpleegkundige of ik weleens had nagedacht over een verpleegkundig kinderdagverblijf. En zodra we zelf over de denkbeeldige drempel waren, leek de rode loper wel uitgerold voor ons. Het proces van aanmelding, intake en plaatsing ging heel snel en voor we het wisten reed er een busje voor dat de Maxi-Cosi meenam, inclusief baby, voedingspomp en zuurstof.

Het gedwongen loslaten voor drie dagen per week was zo moeilijk, maar dankzij foto’s, schriftjes, geruststellende telefoontjes en lieve verpleegkundigen kregen we steeds meer vertrouwen.

Evi is er gebleven tot ze vier jaar werd. Ze heeft zichzelf omgetoverd van een kwetsbaar meisje omringd met protocollen, vol met slangetjes, naar een huppelend, nog steeds kwetsbaar (maar ook vrolijk!) dametje. De sonde heeft ze nog, de zuurstof is verleden tijd.

Het waren drie jaren gevuld met indicatieaanvragen, evaluaties, zorgplannen, vervoersplanning, medicatieschema’s. Wat een enorm gedoe om steeds weer alles te moeten beschrijven en bewijzen. Te verantwoorden waarom ons kind net dat beetje extra nodig heeft. Maar als ik terugdenk aan ‘Kleine Maatjes’ denk ik aan hoe betrokken de begeleiders waren, aan de knutsels en de schriftjes. Het enthousiasme bij het zien van haar ontwikkeling. De strijdvaardigheid om de papieren tijgers samen met ons te lijf te gaan. Ik denk aan de kinderverpleegkundige die in het ziekenhuis op bezoek kwam, aan hoe Evi erbij hoorde, thuis was.

Inmiddels is ze een echte kleuter. Eentje met gebruiksaanwijzing. En juist nu ze naar een school gaat waar alle extra zorg niet vanzelfsprekend is, waar niet altijd tijd en aandacht is, en waar niet iedereen dezelfde ‘taal’ spreekt, ben ik extra dankbaar voor het verpleegkundig kinderdagverblijf.

Evi komt er wel. We blijven ook nu zoeken naar een plek die goed bij haar past, waar ze tot haar recht komt. Of die er is, dat weten we niet zeker. Maar dat er mensen bestaan die alles uit de kast halen om een kind zo vrij mogelijk kind te laten zijn, daar zijn we door ‘Kleine Maatjes’ nu wel van overtuigd!

Suzanne Struiksma

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis

Ingezonden brief van een moeder die hoopt op meer eerlijkheid

DE ACHTERBAN | In de zorg draait alles om de patiëntjes, maar hoe gaat het met de mensen om hen heen? Wat zijn de ervaringen van ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden en vriendinnen?

Beste kinderthuiszorgorganisaties van Nederland,

Op 17 april 2015 werd ons zoontje geboren te Tenerife, na een zwangerschap van 26 weken. Een piepklein poppetje van 915 gram dat moest vechten voor zijn leven. Na twee maanden op Tenerife was ons zoontje sterk genoeg om naar Nederland te vliegen. Op 12 juni 2015 zijn wij in Rotterdam geland. Na nog ruim twee maanden ziekenhuis in Nederland mochten wij eindelijk met z’n drietjes naar huis.

Door de vroeggeboorte heeft ons zoontje tal van problemen. Zo heeft hij hersenschade, hoort niet of nauwelijks, is erg gevoelig voor infecties en heeft een maagsonde.

Na vele ziekenhuisopnames in zijn eerste levensjaar kregen wij in 2016 thuiszorg voor hem. Een viertal topverpleegkundigen, heel bekwaam en netjes. Helaas viel dit team binnen een jaar uiteen. Mijns inziens door de hoge werkdruk. Ze hadden zoveel patiëntjes dat ze dag en nacht moesten werken. De ene verpleegkundige werd ziek, de andere kreeg thuis problemen omdat ze haar eigen kinderen bijna niet meer zag. De verpleging heeft meerdere malen de directie gealarmeerd over de te hoge werkdruk. Dit heeft echter niet geleid tot actie vanuit de directie. Wel tot vertrek van een groot deel van ons team naar andere zorginstanties.

Schep geen verwachtingen als u deze niet kunt waarmaken.

Het gevolg was dat voor onze zoon nog maar één wat oudere verpleegkundige overbleef. Dat is te weinig, want wij zijn werkende ouders en ons kind heeft 24 uur per dag zorg nodig. De verpleegkundige was bekwaam, maar voor haar werd het natuurlijk ook te veel.

Over het wegvallen van verpleging zijn ook wij in gesprek getreden met de directie. Er zijn ons keer op keer een groot aantal beloftes gedaan over het aanvullen van het team. Echter is geen van de beloftes waargemaakt. Wat ik u dan ook wil meegeven is hoe belangrijk het is om eerlijk te zijn. Schep geen verwachtingen als u deze niet kunt waarmaken. Ook als u de hulpvraag niet in kunt vullen. Als u geen kinderverpleegkundigen heeft om in te zetten, geef dat dan aan. Dat is geen leuke boodschap, maar ik ben van mening dat eerlijkheid boven alles gaat. Het is dan beter om ouders te verwijzen naar andere kinderthuiszorgorganisaties.

Wij hebben het geluk gehad dat wij met de hulpvraag voor ons zoontje terecht konden bij een andere kinderthuiszorginstantie. Op dit moment nog niet voor de volledige zorgvraag. Wellicht in de toekomst wel. Hierover wordt – gelukkig – transparant en eerlijk gecommuniceerd. Mijns inziens zijn alle partijen gebaat bij eerlijkheid.

Mariska van der Hee

Guido zorgde zelf voor zijn prothese

Guido zorgde zelf voor zijn prothese

De negenjarige Guido Sibering kreeg eind 2016 als eerste in Nederland een handprothese uit de 3D-printer. Het UMC Groningen hielp hem de hand te realiseren, nadat hij er een internetfilmpje van had laten zien. Guido’s tip voor andere artsen: luister goed naar wat kinderen willen en probeer aan hun wensen tegemoet te komen.

Een bal oprapen om te tennissen, een beker vastpakken en eruit drinken en z’n telefoon vasthouden. Dit kan Guido allemaal met zijn handprothese uit de 3D-printer. Bij zijn geboorte bleek hij geen linkerhand te hebben, alleen een knuistje. Hij had nooit behoefte aan een prothese, totdat hij vorig jaar juni op internet een filmpje zag over kinderen met een 3D-hand. “Ik dacht meteen: dat is precies wat ik ook wil”, zegt hij. “Want ik wilde graag een hand die dingen kan vastpakken.”

Sinds zijn geboorte komt Guido jaarlijks bij het ‘handenteam’ van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Afgelopen september vertelde hij er dat hij graag een 3D-hand wilde. “Ze hadden daarmee nog geen ervaring, maar stonden er wel meteen voor open”, zegt vader René Sibering. “Ze zeiden: laat dat filmpje maar eens zien dan.” Revalidatiearts Corry van der Sluis benaderde vervolgens werktuigbouwkundige Stefan Veldman. Hij had net onderzoek naar de toepassing van 3D-printen gedaan voor het bedrijf OIM Orthopedie. Via het onlineplatform van de Amerikaanse stichting Enabling the Future kon Stefan een ontwerp voor een hand downloaden dat hij vervolgens samen met Guido aanpaste.

Goedkoop

Een prothese kost al snel € 20.000 en een bionische hand met elektronica zelfs € 50.000. De 3D-hand was slechts € 52 aan materiaalkosten. De ouders van Guido hebben dit zelf betaald en niet ingediend bij de zorgverzekering, omdat het zo’n laag bedrag en hun eigen initiatief was, vertelt René. De verzekering vergoedde wel de extra uren voor begeleiding van het UMCG. De lage kosten zijn gunstig, omdat Guido nog groeit, zodat hij nog enkele keren een nieuwe hand nodig zal hebben. Hijzelf vindt een groot voordeel van de 3D-hand dat je het ontwerp kunt aanpassen en alles kunt printen. “En je kunt de kleur kiezen. Ik koos rood en wit: de kleuren van mijn favoriete voetbalclub Bayern München.” Er bestaan ook cosmetische handen die eruit zien als een echte hand. “Maar die kun je niet besturen, dus je hebt er niks aan”, vindt hij. Verder is de 3D-hand licht, omdat daarin geen elektronica zit.

Guido: “Vandaag gingen Dennis en ik handje drukken en wie won er? Ik”

Guido is er een keer of zeven voor naar het UMCG geweest, denkt moeder Ilona. Eerst om te brainstormen en vervolgens om te meten, passen en oefenen. Eind november was de hand klaar en half december kon die mee naar huis. “Ik kon er haast niet meer op wachten”, herinnert Guido zich. Hoe de kinderen in zijn klas de hand vonden? “Cool, leuk, vet en stoer”, zegt hij enthousiast. “Mijn hand is ook heel sterk. Vandaag gingen Dennis en ik handje drukken en wie won er? Ik!”

Handenteam

De aansturing gaat met polsbewegingen: als Guido zijn pols strekt, gaat de hand open en als hij hem naar binnen buigt, sluit de hand. “Het is heel makkelijk, kijk maar”, demonstreert hij, terwijl hij even aan zijn kin krabt. Bij gym doet hij de hand af, want die is wel kwetsbaar. Klimmen kan hij er ook niet mee, maar daarvoor is de hand ook niet bedoeld. Ook gamen gaat makkelijker zonder. Beide ouders zijn erg te spreken over de manier waarop het UMCG meedacht. De expertise van het handenteam was onmisbaar, met name op het gebied van materiaalgebruik, vindt René. “Je wilt natuurlijk niet iets maken dat iemand nauwelijks draagt en al snel thuis in de kast ligt.” Er is zorgvuldig aan gewerkt. Zo was de ruimte aan de binnenkant breder dan Guido’s linkerpols. “Daarvoor moesten we dus samen een goede oplossing bedenken. Guido bedacht om er een kokertje tussen te plaatsen en dat is ook gedaan.”

Guido vindt dat de mensen in het ziekenhuis goed naar hem hebben geluisterd en goed hebben meegedacht. “Maar ik deed het zelf ook goed”, voegt hij er vrolijk aan toe. Volgens z’n moeder is hij zelfverzekerder geworden door de 3D-hand. Guido beaamt dit: “Vroeger durfde ik niet zoveel, maar nu ik dit hele avontuur heb beleefd, denk ik meer: ik kan alles. Ik wilde nu zelfs op skivakantie.” Vroeger wilde hij dat nooit, vertelt zijn moeder, omdat mensen dan zijn hand zagen. “Maar hij kon met één stok skiën als de beste.” Guido kwam met de 3D-hand in de media en kreeg een persoonlijke brief en een t-shirt met handtekening  van Arjen Robben van Bayern München. “Bij Langs de Lijn En Omstreken op Radio 1 kwam Arjen Robben zelfs op de koptelefoon”, vertelt Guido, zichtbaar nagenietend. Zijn mediaoptredens zorgden ervoor dat inmiddels meer mensen in Nederland een 3D-hand hebben.

“Dat was ook Guido’s bedoeling”, zegt Ilona. “Zo heeft een jongetje dat hem in het Jeugdjournaal zag, inmiddels een Ironmanhand via Stichting Enable.” Deze internationale stichting heeft als doel om mensen met een arm- of handreductie tegen zo laag mogelijke kosten te ondersteunen bij het creëren van een hand en is sinds kort ook actief in Nederland. Zowel mensen met een 3D-printer als mensen die een hand nodig hebben kunnen zich aanmelden en worden dan aan elkaar gekoppeld. Inmiddels zijn er zo’n vier of vijf handen gemaakt, steeds met behulp van een ziekenhuis. “Het UCMG gaat ook bij andere ziekenhuizen langs om te vertellen over de ervaringen met de 3D-hand”, weet Ilona.

Doorzetten

Over de vraag of Guido een tip heeft voor artsen, hoeft hij niet lang na te denken: “Luister goed naar een kind. En doe het dan gewoon.” Zijn tip voor kinderen is: zet door. “Als je echt iets wilt, moet je ervoor gaan.” Zelf heeft hij alweer ideeën voor verbeteringen, zoals een zacht kussentje rond zijn pols, omdat het kunststof van het kokertje z’n huid irriteert als hij het warm heeft en zweet. Ook blijft hij op internet volgen wat voor type handen er zijn. “Misschien wordt het ooit een hand met een motortje, zodat de vingers los van elkaar kunnen bewegen, of met een sensor waardoor je kunt zien hoe hard je moet drukken”, zegt z’n moeder. “Dat zijn allemaal dingen waar Stefan voor openstaat en waarvan Guido ook zegt: laten we het gewoon doen.”

www.enablingthefuture.org

Elke van Riel

Ingezonden brief van een moeder die blijft lachen

DE ACHTERBAN | In de zorg draait alles om de patiëntjes, maar hoe gaat het met de mensen om hen heen? Wat zijn de ervaringen van ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden en vriendinnen?

Beste zorgverleners van Nederland,

Onze zoon Martijn heeft ernstige refluxproblemen, waarvan hij vooral overdag last heeft. Hij heeft gastroscopieën en vier antirefluxoperaties gehad. Bij de laatste operatie ontstond een maag- en slokdarmperforatie. Zijn maag werkt vrijwel niet meer. Sinds 2015 heeft hij een jejunumstoma om de maag te ontzien. Hij eet mee zover het gaat en voor de gezelligheid en hij wil ondanks alles graag naar school. Meestal krijg ik om een uur of elf een telefoontje dat het niet meer gaat en moet ik hem ophalen. De artsen staan met hun rug tegen de muur, ze weten niet wat ze moeten doen en durven hem niet meer te opereren. De enige oplossing lijkt naar Londen te gaan voor een maagpacemaker, maar voorlopig geeft de arts geen toestemming omdat de techniek nog niet betrouwbaar is.

Om toch iets te doen is Martijn in 2015 gestart met een revalidatieprogramma. Dat is niet goed gegaan. De ergotherapeut heeft alleen gewerkt aan zijn conditie, terwijl zijn spieren versterkt moesten worden. Anderhalf jaar oefenen heeft niets opgeleverd. Nu heeft Martijns school een ergotherapeut voor hem ingeschakeld en wordt daar wel aan gewerkt. We werden door de revalidatiearts gedwongen om met Martijn naar de psycholoog te gaan, want anders zou hij Veilig Thuis op ons afsturen. We zijn er een paar keer naartoe gegaan, maar het viel ons op dat de psycholoog vrijwel niets over Martijn wist. Ze wilde dat hij zou stoppen met sondevoeding, terwijl de arts vlak daarvoor nog tegen ons had gezegd dat hij er voorlopig mee door moet gaan. De psycholoog heeft een rapport over Martijn opgesteld, onder meer over zijn IQ en ontwikkeling, waarin zoveel fouten stonden dat we geen toestemming wilden geven om het naar de andere behandelaren te sturen. We hebben alles toegelicht en ze zou het aanpassen, maar er is geen nieuw rapport gekomen. Alleen de fysiotherapie gaat goed. Hij is intensief bezig met onder meer voetbal, het gebruik van de spacescooter en hardlopen, maar volgens de fysiotherapeut is Martijn ondanks alles nog net zover als toen hij begon.

Het valt ons op dat de communicatie binnen het behandelend team moeizaam verloopt. Er worden dingen toegezegd, maar in de praktijk gebeurt daar niets mee. We moeten na zes weken terugkomen, maar krijgen pas na zeven maanden een afspraak. Ook hebben we een aantal onaangename gesprekken met de revalidatiearts gehad waar Martijn angstig van is geworden. De revalidatiearts dreigde met Veilig Thuis, waarop wij dreigden met het tuchtcollege. We zijn er na een paar gesprekken wel uitgekomen, maar voor Martijn was het niet goed. Hij is pas elf jaar, je moet ontzettend oppassen dat je een kind niet voor de rest van zijn leven beschadigt. Als de betrokken partijen zich bezighouden met hun discipline en ook op de hoogte zijn van de achtergrond van het kind, voorkom je veel frustraties. Je moet samen om het kind heen gaan staan en hem samen zo goed mogelijk
helpen. Martijn is trouwens een fantastische, vrolijke jongen, hij laat zich door niemand op zijn kop zitten. Mensen vragen zich af hoe we ons staande houden. Doordat we blijven lachen. Zonder humor red je het niet.

Grietje Kroon

“Meedoen aan onderzoek: kinderen aan het woord!”

Als zorgprofessional bent u een belangrijke schakel in de zorg voor het zieke kind. Nog te weinig is bekend over effectieve behandelingen voor kinderen en wetenschappelijk onderzoek is dan ook van groot belang. Om de kwaliteit van onderzoek te verbeteren is meer inzicht nodig in de ervaringen van het kind zelf. Daarom is een landelijk, kwalitatief interviewonderzoek opgezet naar de informed consentprocedure bij onderzoek met kinderen. Help mee en geef kinderen een stem, want alleen zij kunnen ons als echte experts op dit gebied helpen!

Wij zijn op zoek naar:

  • Kinderen in de leeftijd 9-16 jaar,
  • die een ziekte hebben en van daaruit meedoen aan een klinische trial (min. 75% van de trial voltooid of tot max. een jaar na eindigen van de trial), OF die gevraagd zijn deel te nemen aan een klinische trial maar besloten hebben niet mee te doen,
  • en die in staat en bereid zijn om hun verhaal te vertellen (middels een interview bij hen thuis of op een plek naar hun keuze).

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door MD/PhD-student Malou Luchtenberg vanuit de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen, afdeling Kindergeneeskunde en afdeling Ethiek. Haar promotors zijn dr. E.L.M. Maeckelberghe (ethicus) en prof.mr.dr. A.A.E. Verhagen (kinderarts en hoof,kinderafdeling UMCG).

Contactgegevens

Malou Luchtenberg

E-mail: m.l.luchtenberg@umcg.nl

Tel nr.: 06-25649659

“Op advies van de kinderarts hebben wij hem helemaal alleen per ambulance laten overbrengen”

Ingezonden brief van een verdrietige moeder

Beste kinderartsen en kinderverpleegkundigen van Nederland,

TweelingOp 18-10-2013 ben ik, Imke Emons, bevallen van de tweeling Xavi en Fleur. Dat wij langer in het ziekenhuis moesten verblijven dan andere papa`s en mama`s werd duidelijk toen ons zoontje bij de geboorte een ernstige aangeboren hartafwijking bleek te hebben. Direct moest ik, zonder hem te hebben vastgehouden of even iets liefs in zijn oortje te kunnen fluisteren, mijn zoontje aan jullie toevertrouwen. Op advies van de kinderarts hebben wij hem helemaal alleen per ambulance laten overbrengen naar een ander ziekenhuis (zestig minuten verderop). Ja, helemaal alleen, zonder papa of mama, ging hij de wijde wereld in.

Ik stel continu mijn verwachtingen bij

Ons gezin staat in het teken van ons zorgenkindje. Mijn man stortte na een jaar volledig in. Diagnose: PTSS door alles rondom de geboorte. Mijn dochter Fleur heeft het zwaar, en ze moet mij soms onverwachts dagen tot weken missen. Mij gaat ook niet alles in de koude kleren zitten, maar ik stel continu mijn verwachtingen bij en probeer er voor mijn gezin te zijn. Wij hebben maanden in het ziekenhuis gezeten, en ik heb mij daar eenzaam en onbegrepen gevoeld en begeleiding gemist. Je zit uren te wachten op de arts, die misschien wel heel belangrijk nieuws heeft. Maar als er één kinderarts op 75 zieke kindjes is, weet je nooit wanneer en zelfs óf de arts die dag wel komt. Verpleegkundigen hebben geen tijd voor het echte zorgen of om een praatje te maken. Hierdoor wordt het observeren van een kindje vaak niet volledig uitgevoerd.

Drie jaar later weet ik dat dit gevoel 100% klopt

Als ik terugkijk op deze zwarte periode kan ik mijzelf wel voor de kop slaan, dat ik als kersverse mama mijn kindje `zomaar` heb meegegeven. Natuurlijk kiest iedere kinderarts en kinderverpleegkundige dit beroep vanuit het hart, en hebben jullie hier jaren voor gestudeerd. Maar bij ons is er behoorlijk veel mis gegaan. Dat had niet hoeven gebeuren als er gewoon naar mij geluisterd was, of als de tijd genomen was. Mijn moedergevoel heb ik van de artsen/verpleegkundigen opzij moeten zetten, het werd soms zelfs lachend weggewuifd. Drie jaar later weet ik dat dit gevoel 100% klopt en dat het mij nooit in de steek heeft gelaten. Ik ben altijd opgekomen voor mijn moedergevoel, soms heb ik zelfs pittiger gedaan dan ik zou willen, maar er is bijna nooit echt geluisterd. Onduidelijkheid over de hoofdbehandelaar, iedere keer een andere arts, verpleegkundigen die door alle drukte fouten maken, artsen die handelen uit boeken maar niet naar het kind kijken: het kan ook echt anders zijn. Waren wij hier niet tegenaan gelopen, dan was alles naar ons inzien anders geweest. Dan hadden wij nu wel een ‘gezond kind’ dat tot zijn achttiende onder controle moest blijven bij de cardioloog, maar dat had dan niet zoveel te betekenen. Nu hebben ons gezin en mijn ouders ontzettend geleden.

Een wederzijdse eerlijke en open communicatie is voor ouders ontzettend belangrijk. Daarnaast lijkt het mij goed dat artsen en verpleegkundigen eens aan de andere kant gaan staan, want alleen zo weet je hoe het is om deze ouders of zorgenouders te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dit oplossingen en verbeteringen zal geven in de zorg voor zorgenkindjes. `Samen slaan wij er ons doorheen!’ Want alleen door beter samen te werken, zal de zorg voor kinderen beter worden in Nederland.

Lieve groet,

Imke Emons

“Ik geef natuurlijk niet op”

Niet voor softies: Waarom dit boek?

Tonja Elbers had een hersentumor en schreef haar eerste boek ‘Niet voor softies’ over haar ervaringen, voor kinderen en volwassenen.

Ik was acht toen mijn hersentumor in de hersenstam werd ontdekt. Dat was fijn want ik had zoveel hoofdpijn. Maar ik voelde tegelijk aan de reacties van artsen, mijn ouders en mensen om me heen dat het goed mis was. Ik kreeg een hersendrain om het opgehoopte vocht te kunnen afvoeren. Een paar weken later kreeg ik een hersenoperatie voor een biopt. Het was een grote operatie maar de schade bleef beperkt. Ik ging terug naar school en pakte het leven op waar ik was gebleven, met controles in het ziekenhuis. Ik was/ben overigens altijd behandeld in het LUMC. Een jaar later kreeg ik weer erge hoofdpijn. Ik kreeg een nieuwe MRI.

De tumor was fors gegroeid

Waar iedereen bang voor was werd bewaarheid: de tumor was fors gegroeid. Ik kreeg een zwaardere hersenoperatie. En ik hield er meer handicaps aan over: mijn uiterlijk veranderde (mijn mond trekt scheef als ik lach, ik ben scheel, stopte eerder met groeien) mijn motoriek veranderde (evenwicht, lopen, handcoördinatie) en ik werd langzamer met dingen onthouden, in praktijk en theorie. Toen moest ik heel lang revalideren om terug te kunnen komen op school, waar ik nooit meer mijn oude niveau kon behalen. En dat is gewoon kei- en keihard werken. Weinig mensen maken zo’n gevecht mee. Maar goed het ging wel (nou ja, op de sociale acceptatie na) en de tumor bleef stabiel. Totdat ik achttien was en een bloeding kreeg in mijn hoofd en slechthorend werd. Maar goed, weer doorvechten…

En toen knapte er iets…

Tot ik 23 was en mijn baan mislukte die ik toen had. Er knapte iets. Al dat vechten! Al die tegenslagen! Die teleurstellingen! Het sociale onbegrip! Ik kookte over…

En toen ben ik gaan schrijven. Schrijven, schrijven, schrijven en nog driehonderd keer SCHRIJVEN! Dat was mijn redding. Over hoe het komt dat ik zo ben als ik ben; er zo uitzie als ik eruit zie; me voel zoals ik me voel. Eerst gewoon met de hand op papier en later op de computer. Met in mijn hoofd: als de hele wereld straks leest hoe het komt word ik overal geaccepteerd en word ik vele malen gelukkiger. En dat is gelukt. Niet dat de hele wereld het nou leest, maar ik ben zoveel gelukkiger. Na het schrijven durfde ik pas op singlereis te gaan. Waar ik de liefde van mijn leven vond en daar nu supergelukkig mee ben. Schrijven gaf me zelfvertrouwen.

Durf jezelf te zijn

Mijn boek is voor iedereen bedoeld over de hele wereld. Maar vooral voor kinderen die er nieuwe inzichten door krijgen. Een boek lezen over Iets Ergs maar er toch niet heel verdrietig van worden en anders naar ANDERS gaan kijken. Ik heb goede reacties gekregen. Maar het zijn er niet zo veel. Volgens mij lezen niet zoveel mensen mijn boek. Dat komt ook doordat mijn naam niet bekend is. Maar goed, ik geef natuurlijk niet op. Toen mijn eerste boek af was ben ik volgens mij dezelfde week nog begonnen met mijn tweede boek dat ook absoluut geschreven moest worden. Dat boek is voor volwassenen en gaat over de moeilijkste fase uit mijn leven. Dat is niet de fase die ik in mijn eerste boek ‘Niet voor Softies!’ beschrijf maar de levensfase na de middelbare school totdat ik mijn vriendje ontmoette. Dat boek gaat over jezelf durven zijn en jezelf accepteren maar vooral over DOORZETTEN. Dat boek schrijven is voor mij een enorme aderlating want ik schrijf al mijn frustraties van me af. Gelukkig krijg ik goede begeleiding van mijn uitgeefster en literair agent om niet uit de bocht te vliegen. Ik houd het wel netjes. Een beetje dan….

Tonja Elbers
Uitgeverij Kluitman
ISBN 9789020674453 | 9 jaar en ouder | € 13,99

Kinderkracht

Maandelijks op de nieuwsblog Kind&Zorg: een column van de Vakgroep Pedagogische Zorg in het Ziekenhuis Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

Met mijn collega fiets ik naar huis. We kletsen na over de afgelopen weken in het ziekenhuis. Er zijn veel echt zieke kinderen geweest. Kinderen waar de diagnose lang onduidelijk bleef. Wat automatisch veel onderzoeken en wachten op uitslagen betekende voor het kind en ouders. Een tijd waarin verschillende emoties zoals angst, pijn, ongemakken en isolatie niet vreemd zijn. Sebas en Jesse zijn me speciaal bijgebleven. Twee totaal verschillende kinderen. Twee totaal verschillende manieren om met hun situatie om te gaan.

Sebas, van 6 jaar oud, had meerdere ontstekingen aan zijn buikvlies, en trok zich bijna volledig terug. Als een schildpad in zijn schild. Alleen wanneer het voor hem belangrijk was opende hij zijn ogen of antwoordde hij kort. ‘Wil je een pannenkoek?’ Ik zag een knikje. Wanneer ik met de pop het onderzoek uitlegde, keek hij stil toe. Zijn ogen sloten zich weer toen ik klaar was. Vanuit een natuurlijke filtering reageerde Sebas op wat echt nodig was en liet hij alleen de noodzakelijke informatie binnen. De kracht van Sebas.

Jesse, 4 jaar oud, had een lange tijd onverklaarbare hoge koorts en liet regelmatig zijn frustratie zien. Als een leeuw die liet weten dat je niet onnodig binnen zijn territorium moest komen. Wanneer je naar zijn tekening vroeg vlogen de stiften door de kamer. Als hij moest douchen verweerde hij zich en kreeg wie te dicht bij kwam kreeg een klap. Wanneer hij geprikt moest worden gilde hij het uit, zijn been hield hij echter netjes stil. Hij wist namelijk heel goed dat het belangrijk was de medicijnen uit de prik te krijgen. De kracht van Jesse.

De basis van de kracht van het kind ligt bij de ouders. Zij zijn het voorbeeld voor hun kind, ook tijdens de stressvolle dagen in het ziekenhuis. In deze dagen ervaren ouders vaak weinig controle en voelen ze zich onmachtig en angstig. Vaak is het de eerste keer dat ze de overlevingsmechanismen van hun kind zien.

Als pedagogisch zorgverlener ga ik in gesprek met ouders. Ik neem de tijd om naar hun ervaringen te luisteren en emoties te zien. Ik hoor hun zorgen en stel vooral gerust. Geruststellen door de kracht van hun kind te laten zien. Psycho-educatie, over kinderen en stressregulatie helpt hierbij. Psycho-educatie is een methodiek die gebruikt wordt om kinderen en ouders door middel van theoretische uitleg meer inzicht te geven in de situatie. En voor ouders vaak belangrijk: kleine, praktische handvatten passend bij hun kind.

De ouders van Sebas gingen Sebas iedere dag rustig voorlezen uit een komisch verhalenboek. Zij kenden Sebas namelijk als een grappenmaker en grote fan van mister Bean. Nu zagen ze ook de glimlach als reactie, welke hen geruststelde. De moeder van Jesse ging regelmatig samen met hem balonnen meppen. Die mogen namelijk de hele kamer door en maken bijna nooit iets kapot. Een fijn ontladingsmoment voor Jesse en ook voor zijn moeder.

Zo zien ouders hoe hun eigen gedrag invloed heeft op dat van hun kind en krijgen zij weer vertrouwen in hun ‘eigen opvoeding’. Met wat praktische handvatten en tips staan ze weer in hun kracht en zien ze dat ze samen krachting zijn. Teruggetrokken en stil of luid en aanwezig: de kracht van het gezin zorgt dat ze de ziekenhuisopname samen aankunnen.

Anne Weenink
Pedagogische zorg in het ziekenhuis Nederland