Kom jij ook in onze Landelijke KinderAdviesRaad?

Ben jij ± tussen de 10 en 18 jaar, heb jij ervaringen met kindzorg (bij jou of in je omgeving) of zou je het gewoon heel leuk vinden om hierover mee te denken en te praten? Dan zijn we op zoek naar jou! 

Wie zijn wij?

Stichting Kind en Ziekenhuis wil graag weten wat er goed gaat en wat er beter kan in de zorg voor kinderen en jongeren. Wij vinden het belangrijk dat jullie stem gehoord wordt. Daarom luisteren wij naar wat jullie te zeggen hebben en zorgen wij dat de dokters en verpleegkundigen hier ook naar luisteren samen met jullie. Inmiddels doen we dat al ruim 43 jaar.

Wat is een Landelijke KinderAdviesRaad?

Dit is een groep van kinderen en jongeren die ervoor zorgen dat er niet alleen geluisterd wordt, maar dat er ook echt dingen veranderen. In een kinderadviesraad mag je meedenken over wat nou goede zorg is voor een kind en wat daar voor nodig is.

In een kinderadviesraad zitten soms kinderen en jongeren die zelf ervaring hebben met ziek zijn of zorg ontvangen of kinderen die een brus (broer of zus) zijn van een kind dat zorg nodig heeft (gehad). Maar ook kinderen die nog nooit zorg nodig hebben gehad of dit van dichtbij hebben meegemaakt zijn welkom. Juist deze mengelmoes van ervaringen maakt dat we samen met elkaar in gesprek kunnen gaan over wat er goed gaat en over wat beter kan!

Wat vragen we aan je?

  • We vragen je mee te denken met ons, bijvoorbeeld over hoe een gesprek bij de dokter zou moeten gaan, hoe de zorg op school geregeld kan worden et cetera.
  • We bepalen samen met elkaar hoe dit er uit gaat zien, bijvoorbeeld hoe vaak we elkaar gaan zien en wat de onderwerpen zijn waar we het over willen hebben. We willen in ieder geval 2 keer per jaar 2 uur op een woensdagmiddag met elkaar afspreken. Jullie komen dan naar ons kantoor toe in Utrecht. Je ontvangt reiskosten en een leuk cadeautje :-). Uiteraard mogen je ouders/verzorgers ook meekomen, maar die mogen dan op je wachten in een andere kamer; het gaat om jou.
  • Naast dat we jullie in het echt willen zien, doen we uiteraard ook veel digitaal; je mag bijvoorbeeld deelnemen aan de groepsapp van de KAR.
  • Behalve dat we praten over verschillende onderwerpen is het ook gewoon hartstikke gezellig! Je ontmoet leeftijdsgenoten en wordt ook uitgenodigd voor de landelijke KAR-dag waar alle kinderadviesraden samen komen.

Twijfel je of dit iets voor jou is of heb je andere vragen aan ons?

Neem contact op met voorzitter Anne & Tamara (en onze KAR-begeleider Giselle) via kar@kindenziekenhuis.nl. Vraag je ook even toestemming aan je ouders/verzorgers?

Aanmelden

Je kan je aanmelden door op onderstaande link te klikken:

Aanmelden KAR

Leestip

Artikel over Landelijke KAR-dag 2019

Integrale kindzorg in 2024

Plan van aanpak met acties en afspraken

Kinderen hebben recht op de juiste zorg op de juiste plek, of dat nu thuis is, in het ziekenhuis, op school of in een verpleegkundig kinderdagverblijf. Het is belangrijk dat ze zo zelfstandig mogelijk leven en opgroeien, ook als ze ziek zijn en misschien nooit herstellen. Om dat te bereiken, is de ‘Routemap Plan van aanpak op weg naar Integrale Kindzorg voor kinderen met zorgbehoefte in 2024’ opgesteld [1]. In de Routemap zijn alle noodzakelijke acties tot en met 2024 ingepland. Kind & Ziekenhuis coördineert de landelijke uitvoering.

Organisaties in de kindzorg werken met grote toewijding samen aan invoering van het Medische Kindzorgsysteem (MKS). Het MKS is een methodiek voor het integraal indiceren, organiseren en uitvoeren van verpleegkundige zorg buiten het ziekenhuis, door alle bij het kind en gezin betrokken professionals. Met het MKS kunnen professionals en kind en gezin de zorg en hulp zo inrichten dat het zieke kind zoveel mogelijk ruimte krijgt om uit te groeien tot een zelfstandige volwassene. Belangrijkste uitgangspunt is dat de behoeften en wensen van zieke kinderen en hun gezin altijd centraal staan en dat kind en gezin de regie kunnen voeren over de zorg en hulp die ze nodig hebben in de vier kinderleefdomeinen: medisch, sociaal, ontwikkeling en veiligheid. Het MKS kan alleen gerealiseerd worden als de kindzorg op een nieuwe manier georganiseerd wordt. Opleidingen, wet- en regelgeving, financiering en de manier waarop alle betrokken partijen met elkaar samenwerken, dienen te worden aangepast.

Regionale samenwerking

Voor een optimale regionale samenwerking is onder meer nodig:

  • De bestaande multidisciplinaire regionale Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) verbreden voor alle zieke kinderen met een complexe zorgvraag.
  • Kwaliteitskader voor de kindzorg binnen de wijkverpleging met onder meer een normen- en begrippenkader voor indiceren dat bij kinderen past.
  • Een nieuw classificatiesysteem voor het inventariseren van de zorgen hulpvraag van kind en gezin.
  • Een uniform model voor de hulpbehoeftescan. Met de scan wordt de zorgbehoefte van het zieke kind en gezin vastgesteld, nog voordat het kind met ontslag gaat uit het ziekenhuis.
  • Lokale en regionale afspraken voor optimale samenwerking rond kind en gezin.

Beroepsprofiel

Het vak van kinderverpleegkundige is veranderd doordat steeds meer zorg buiten de zorgorganisaties wordt gegeven. Bovendien krijgen kind en gezin steeds meer de regie over de zorg en kunnen deze ook (gedeeltelijk) uitvoeren. Ook de kinderarts dient steeds meer over de muren van het ziekenhuis heen te werken.

  • De beroepsprofielen van kinderverpleegkundigen en kinderartsen dienen in 2024 aan te sluiten bij de integrale MKS-methodiek.

Reacties

Kinderpalliatieve Zorg, Carolien Huizinga: “Werken met de hulpbehoeftescan, een individueel zorgplan kinderpalliatieve zorg en een multidisciplinaire aanpak zijn fundamenteel voor de kinderpalliatieve zorg. De belangrijkste projecten voor ons in de Routemap Plan van aanpak zijn het verbreden van de doelgroep van de Netwerken Integrale Kindzorg (NIK) naar ernstig zieke kinderen en de pilot domeinoverstijgend indiceren.”

Gerda van Bergen, voorzitter V&VN Kinderverpleegkunde: “Ik ga niet beweren dat het een simpele omschakeling is. Het MKS is een andere manier van indiceren, organiseren en regelen van medische zorg thuis. Kortom een omslag in denken, waarbij integraliteit de belangrijkste voorwaarde is. Dat vergt tijd. Het is een omslag die we met z’n allen moeten maken.”

BINKZ, Christa van der Born: “Goede zorg bied je niet alleen maar samen. Om dit doel te bereiken zul je dus ook met zijn allen moeten samenwerken.”

Patiënt Jeroen: “Voor mij is belangrijk dat er bij de overgang van ziekenhuis naar huis gekeken wordt naar mij als kind en wat ik nodig heb, niet alleen het medische stuk. Zodat ik buiten het ziekenhuis niet in het diepe word gegooid.”

Capaciteitstekort

Veel behandelmogelijkheden kunnen het best in de leefomgeving van het kind worden uitgevoerd. Op dit moment is er een kinderverpleegkundig tekort. Kinderverpleegkundigen dienen transmuraal opgeleid te worden, zodat zij zowel bekend zijn met de zorg in het ziekenhuis als daarbuiten.

  • In een visiedocument worden de toekomst en de kwaliteit van de zorg aan zieke kinderen beschreven. Op basis daarvan wordt per regio een raming gemaakt voor het aantal benodigde kinderverpleegkundigen.
  • In 2024 zijn er voldoende kinderverpleegkundigen zodat alle kinderen met zorgbehoeften, in alle lijnen van de zorg, kunnen rekenen op verpleegkundige zorg van een kinderverpleegkundige.

Zorgplan

Voor elk ziek kind wordt een overkoepelend zorgplan gemaakt, zodat kind en gezin weten op welke zorg en hulp ze kunnen rekenen. Alle betrokken professionals weten wat de doelen en activiteiten zijn. De wensen en behoeften van kind en gezin zijn hierbij het uitgangspunt. De behandelafspraken worden hiervan afgeleid en zijn erop gericht om de doelen van kind en gezin te realiseren. Als het zorgplan zo tot stand komt hoeft het niet te worden gewijzigd wanneer een kind in het ziekenhuis wordt opgenomen omdat behandelingsafspraken niet automatisch een aanpassing van het zorgplan betekenen.

  • In 2024 werken alle bij het zieke kind en gezin betrokken professionals in en buiten het ziekenhuis met één digitaal en integraal zorgplan.
  • In 2024 is er een eenduidig kader voor de uitwerking van het integraal zorgplan.
  • In 2024 hebben zowel kind en gezin als (zorg)organisaties in een digitale omgeving inzage in het overkoepelende integrale zorgplan.

Bekostiging

De financiering van zorg voor kinderen is nog niet eenduidig geregeld, inkoopcriteria voor zorg in de persoonlijke omgeving zijn niet op kinderen afgestemd en de toegang tot zorg is complex.

  • In 2024 dient er een eenduidige en passende bekostiging te zijn.

integralekindzorgmetmks.nl

[1] Door Stichting Kind en Ziekenhuis, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, V&VN Kinderverpleegkunde, Branchevereniging Integrale Kindzorg BINKZ en Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.

Magazine Kind & Zorg – juni 2020

NVK kennisagenda kindergeneeskunde

Kennisagenda voor betere kindergeneeskunde

De werkgroep Kennisagenda van de Nederlandse vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) heeft samen met onder meer Kind & Ziekenhuis voor het eerst een top tien van kennishiaten in de algemene kindergeneeskunde opgesteld. Ze variëren van de effectiviteit van medicijnen bij kinderen met functionele buikpijn tot aandacht voor psychosociale zorg. Vanaf mei kunnen kinderartsen subsidie aanvragen voor onderzoek naar onderwerpen in de top tien. Doel is het evalueren van bestaande zorg, komen tot eenduidige afspraken en daarmee het verbeteren van de medische zorg voor kinderen.

Een kennishiaat is ontbrekende kennis over een kindergeneeskundig onderwerp in de medische literatuur, en dus niet een kennisgebrek van een individuele arts, benadrukt Jolita Bekhof. Ze is kinderarts in ziekenhuis Isala, epidemioloog en voorzitter van de werkgroep Kennisagenda. De werkgroep heeft alle richtlijnen voor kinderartsen uitgeplozen en aan patiëntenverenigingen, kinderverpleegkundigen en kinder-, huis- en jeugdartsen gevraagd om kennishiaten te melden. Daaruit kwam een lijst van 450 onderwerpen, waar uiteindelijk samen met de partners een top tien voor de komende drie jaar is vastgesteld.

Concreet

Bekhof: “Ik heb gemerkt dat je van mening kunt verschillen over wat een kennishiaat is. Het verbeteren van de psychosociale zorg en samen met patiënten beslissen zijn belangrijke thema’s, maar het kostte moeite om die onderwerpen zo te formuleren dat je ze met wetenschappelijk onderzoek kunt oplossen. Concrete kennishiaten over bijvoorbeeld het geven van antibioticum a of b zijn gemakkelijker te onderzoeken. Uiteindelijk hebben we tien kennishiaten geformuleerd die binnen drie jaar te onderzoeken en op te lossen zijn.”

SPIN

De onderzoeken kunnen voor een deel betaald worden via het Samenwerkingsverband Pediatrie In Nederland (SPIN). Ze moeten wel gedaan worden in minimaal vijf algemene ziekenhuizen. Bekhof: “We hebben bewust gekozen voor algemene kindergeneeskunde omdat daar weinig belangenbehartigers voor zijn. Veel kinderen hebben longontsteking, maar die patiënten zijn niet georganiseerd omdat het niet om chronische zorg gaat. Bovendien is in algemene ziekenhuizen veel praktijkvariatie en kan het wetenschappelijk onderzoek daar wel wat stimulans gebruiken.”

Samenvatting

Bekijk de top 10 kennishiaten van de Kennisagenda algemene kindergeneeskunde via deze link.

Magazine Kind & Zorg – juni 2020

Een probleem met je zorgverzekeraar, wat nu?

Heb je een probleem met je zorgverzekeraar? Bijvoorbeeld omdat je met je kind naar een specifieke arts wilt. Of omdat je de kosten voor geneesmiddelen van je kind niet vergoed krijgt. Dan kun je terecht bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De SKGZ helpt problemen tussen de consument en zorgverzekeraar op te lossen. Dit doet de SKGZ door bemiddeling en ook door geschilbeslechting.

Bemiddeling en geschilbeslechting door de SKGZ, hoe werkt dat?

Heb je een probleem waar je samen met de verzekeraar niet uitkomt? Dan kan de SKGZ bemiddelen. Bij bemiddeling luistert de Ombudsman Zorgverzekeringen naar je verhaal en naar dat van je zorgverzekeraar. Vervolgens kijken deskundigen van de SKGZ naar de wet- en regelgeving en je polisvoorwaarden. Ook kijken zij naar eerdere uitspraken van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen. Op basis hiervan kijkt de Ombudsman of er een oplossing kan worden gevonden. Daarvoor kan de Ombudsman aanvullende vragen stellen aan jou of aan jouw verzekeraar.

Ben je niet tevreden met de uitkomst van de bemiddeling? Of wil je liever geen bemiddeling, maar meteen een bindend advies? Dan kun je de klacht ook voorleggen aan de Geschillencommissie Zorgverzekeringen. Dat is een laagdrempelig alternatief voor de rechter.

De Geschillencommissie Zorgverzekeringen behandelt je klacht. Hiervoor bekijkt de Geschillencommissie je dossier. Tijdens een zogenoemde hoorzitting krijg je de mogelijkheid je klacht toe te lichten. De zorgverzekeraar krijgt deze kans ook. Vervolgens geeft de Geschillencommissie een bindend advies. Zowel jij als de zorgverzekeraar moet zich aan dit bindende advies houden.

Bemiddeling door de Ombudsman is gratis. Je klacht voorleggen aan de Geschillencommissie kost € 37. Krijg je gelijk van de Geschillencommissie? Dan krijg je deze kosten vergoed.

Je klacht voorleggen aan de SKGZ?

Dat kan. Wel is het belangrijk dat je jouw klacht ook eerst bij de zorgverzekering hebt ingediend. Vaak lost dat al veel problemen op. Leidt de klachtenprocedure bij de zorgverzekeraar niet tot een oplossing voor jou? Dan kun je de klacht voorleggen aan de SKGZ. Dit kan via het klachtenformulier op www.skgz.nl/klacht-indienen/. Je kunt de klacht ook indienen met een papieren klachtenformulier. Dit klachtenformulier kun je opvragen via het telefoonnummer: 088 900 6900. De SKGZ is op werkdagen telefonisch bereikbaar tussen 8:30 en 17:00 uur.

Voorkom zorgverzekeringsproblemen voor je kind met deze tips

  1. Meld je kind direct na de geboorte aan bij een zorgverzekeraar. Doe je dat binnen 4 weken na de geboorte? Dan is je kind vanaf de geboorte verzekerd. Let op: dit geldt alleen voor de basisverzekering! Voor een aanvullende verzekering kunnen andere regels gelden. Lees hiervoor de verzekeringsvoorwaarden goed.
  2. Voor de basisverzekering zijn kinderen gratis verzekerd. Wil je je kind aanvullend verzekeren? Vaak is dat ook gratis, maar niet altijd. Let daar vooraf goed op.

Wordt je kind behandeld in een ziekenhuis en wil je met je kind veranderen van zorgverzekeraar? En kies je voor een natura verzekering? Kijk dan of het ziekenhuis waar je kind behandeld wordt een contract heeft met de nieuwe zorgverzekeraar.

Een probleem met je zorgverzekeraar, wat nu?

Heb je een probleem met je zorgverzekeraar? Bijvoorbeeld omdat je met je kind naar een specifieke arts wilt. Of omdat je de kosten voor geneesmiddelen van je kind niet vergoed krijgt. Dan kun je terecht bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De SKGZ helpt problemen tussen de consument en zorgverzekeraar op te lossen. Dit doet de SKGZ door bemiddeling en ook door geschilbeslechting.

Bemiddeling en geschilbeslechting door de SKGZ, hoe werkt dat?

Heb je een probleem waar je samen met de verzekeraar niet uitkomt? Dan kan de SKGZ bemiddelen. Bij bemiddeling luistert de Ombudsman Zorgverzekeringen naar je verhaal en naar dat van je zorgverzekeraar. Vervolgens kijken deskundigen van de SKGZ naar de wet- en regelgeving en je polisvoorwaarden. Ook kijken zij naar eerdere uitspraken van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen. Op basis hiervan kijkt de Ombudsman of er een oplossing kan worden gevonden. Daarvoor kan de Ombudsman aanvullende vragen stellen aan jou of aan jouw verzekeraar.

Ben je niet tevreden met de uitkomst van de bemiddeling? Of wil je liever geen bemiddeling, maar meteen een bindend advies? Dan kun je de klacht ook voorleggen aan de Geschillencommissie Zorgverzekeringen. Dat is een laagdrempelig alternatief voor de rechter.

De Geschillencommissie Zorgverzekeringen behandelt je klacht. Hiervoor bekijkt de Geschillencommissie je dossier. Tijdens een zogenoemde hoorzitting krijg je de mogelijkheid je klacht toe te lichten. De zorgverzekeraar krijgt deze kans ook. Vervolgens geeft de Geschillencommissie een bindend advies. Zowel jij als de zorgverzekeraar moet zich aan dit bindende advies houden.

Bemiddeling door de Ombudsman is gratis. Je klacht voorleggen aan de Geschillencommissie kost € 37. Krijg je gelijk van de Geschillencommissie? Dan krijg je deze kosten vergoed.

Je klacht voorleggen aan de SKGZ?

Dat kan. Wel is het belangrijk dat je jouw klacht ook eerst bij de zorgverzekering hebt ingediend. Vaak lost dat al veel problemen op. Leidt de klachtenprocedure bij de zorgverzekeraar niet tot een oplossing voor jou? Dan kun je de klacht voorleggen aan de SKGZ. Dit kan via het klachtenformulier op www.skgz.nl/klacht-indienen/. Je kunt de klacht ook indienen met een papieren klachtenformulier. Dit klachtenformulier kun je opvragen via het telefoonnummer: 088 900 6900. De SKGZ is op werkdagen telefonisch bereikbaar tussen 8:30 en 17:00 uur.

Voorkom zorgverzekeringsproblemen voor je kind met deze tips

  1. Meld je kind direct na de geboorte aan bij een zorgverzekeraar. Doe je dat binnen 4 weken na de geboorte? Dan is je kind vanaf de geboorte verzekerd. Let op: dit geldt alleen voor de basisverzekering! Voor een aanvullende verzekering kunnen andere regels gelden. Lees hiervoor de verzekeringsvoorwaarden goed.
  2. Voor de basisverzekering zijn kinderen gratis verzekerd. Wil je je kind aanvullend verzekeren? Vaak is dat ook gratis, maar niet altijd. Let daar vooraf goed op.

Wordt je kind behandeld in een ziekenhuis en wil je met je kind veranderen van zorgverzekeraar? En kies je voor een natura verzekering? Kijk dan of het ziekenhuis waar je kind behandeld wordt een contract heeft met de nieuwe zorgverzekeraar.

Community Psoriasis live voor kinderen, jongeren, jongvolwassenen en hun ouders

Bij kinderen met psoriasis treedt de meeste verbetering in kwaliteit van leven op als hun huidafwijkingen door behandeling met minimaal 90% afnemen, laat onderzoek van dermatoloog dr. Marieke Seyger van het Radboudumc onder 319 kinderen zien. Nooit eerder is zo’n grootschalig onderzoek gedaan naar het effect van behandeling op de kwaliteit van leven bij kinderen met psoriasis. De uitkomsten van de studie zijn eerder gepubliceerd in JAMA Dermatology. 

Het onderzoek van dr. Marieke Seyger is gebaseerd op gegevens van 319 kinderen (183 meisjes en 136 jongens) die tussen 2008 en 2018 patiënt zijn geweest bij de afdeling Dermatologie van het Radboudumc. De gegevens zijn gedurende ruim 10 jaar verzameld in het Child-CAPTURE register. De belangrijkste conclusie is dat kinderen, adolescenten en jongvolwassenen hun kwaliteit van leven enorm zien toenemen op het moment dat de psoriasisplekken zo veel mogelijk weg zijn. Bij een afname van minimaal 90% is hun kwaliteit van leven zo optimaal mogelijk.

Dermatoloog Marieke Seyger: “Deze kinderen en jongvolwassenen durven weer een sociaal leven te hebben en deel uit te maken van de maatschappij. Hoewel psoriasis goed te behandelen is, lopen veel patiënten tegen problemen aan. Er is bijvoorbeeld nog steeds veel onwetendheid over psoriasis: andere kinderen en ook volwassenen denken soms dat psoriasis besmettelijk is, wat het absoluut niet is. Of pubers durven niet te gaan zwemmen vanwege hun psoriasis. En jongvolwassenen met psoriasis staan voor keuzes in hun leven op het gebied van werk, relaties en een eventuele kinderwens. Door ons onderzoek en de behandeling van hun klachten zien we dat we een deel van de zorgen kunnen wegnemen.”

Persoonlijk behandelplan

Tegenwoordig is steeds meer bekend over goede behandelmethoden voor kinderen met psoriasis, en ook welke eventuele bijwerkingen er zijn. “Er zijn de laatste jaren enorm veel ontwikkelingen geweest. Nieuwe medicijnen zijn beschikbaar gekomen, en van de oude medicijnen weten we meer over de veiligheid bij kinderen en adolescenten dan in het verleden. Maar het belangrijkste is dat we voor ieder kind een individueel behandelplan maken, samen met de ouders. We kijken hierbij niet alleen naar de ernst van de ziekte, maar ook naar de kwaliteit van leven. Door deze persoonsgerichte zorg zijn we hier in het Radboudumc goed in staat om gezamenlijk te kijken naar wat voor ieder individu het beste werkt. Zo maken we de ziekte draaglijk en wordt een kind zo min mogelijk belemmerd door psoriasis”, aldus Marieke Seyger. Voor het ontwikkelen van persoonsgerichte zorg voor patiënten met psoriasis ontving zij van de Raad van Bestuur van het Radboudumc het predicaat Principal Clinician.

Community psoriasis

In de online community psoriasis die 1 december 2019 live ging kunnen kinderen, jongeren en jongvolwassenen met psoriasis en hun ouders met elkaar in contact komen. In de community kunnen zij, binnen aparte leeftijdsgroepen, ervaringen uitwisselen en elkaar steunen. Bovendien kunnen zij het laatste nieuws en de ontwikkelingen over de ziekte vinden.

Over psoriasis

Psoriasis is een niet-besmettelijke huidziekte met rode en schilferende plekken, die verspreid over het hele lichaam kunnen voorkomen. Psoriasis begint bij 1 op de 3 patiënten al op de kinderleeftijd. Bij kinderen zijn de psoriasisplekken meestal vlakker dan bij volwassenen en zitten ze vaker in het gezicht. Kinderen hebben bovendien meer last van jeuk, problemen met slapen en soms met het insmeren van de huid. In Nederland hebben ongeveer 500.000 mensen psoriasis, waarvan meer dan 30.000 kinderen.

Meer info over de community

Screening op kindermishandeling: wat levert het op?

Vijfentwintig jaar geleden introduceerde Compernolle een vragenlijst op de Spoedeisende Hulp met negen open vragen, SPUTOVAMO, een acroniem van de eerste letters van de negen vragen. Dit signaleringsinstrument was uitsluitend bedoeld om toe passen bij kinderen met letsel en gericht op bewustwording van kindermishandeling. De daaropvolgende verplichting door de Inspectie van het gebruik van een signaleringsinstrument werd ingegeven door het gebrek aan meldingen bij Veilig Thuis door de ziekenhuizen.

Daarna transformeerde elk ziekenhuis dit signaleringsinstrument SPUTOVAMO tot een screeningstest met ja/nee vragen met als uitkomst wel of niet een vermoeden van kindermishandeling met daaraan gekoppeld een dwingend protocol ter bespreking van dit vermoeden in een multidisciplinair (MD) team.

Screeningtest SPUTOVAMO alleen is onvoldoende

Drie academische kinderziekenhuizen onderzochten of dit screeningsinstrument betrouwbaar was. De conclusie na 15 jaar onderzoek moet zijn dat SPUTOVAMO niet voldoet als screeningstest in de strikte zin van het woord: SPUTOVAMO is onvoldoende in staat om onderscheid te maken tussen risicogroepen en niet-risicogroepen. Niet alle kinderen die risico op kindermishandeling lopen worden opgespoord (fout negatieve screening) en bij lang niet alle kinderen waarbij de screening positief is, wordt kindermishandeling opgespoord (fout positieve screening). Maar, als signaleringsinstrument kan het in een of andere vorm nog steeds een nuttige rol spelen, zoals oorspronkelijk de bedoeling was bij de introductie ervan. Dan is het belangrijk om het instrument niet in te zetten als een ‘test’ maar meer als een alert: stel de goede vragen om zicht te krijgen op een onveilige opvoedsituatie die bijgedragen kan hebben aan de klachten waarmee het kind de spoedeisende hulp bezoekt.

Stel vooral vragen

Stel vooral ook vragen aan het kind en let op de reacties van het kind. En realiseer je dat geen enkel symptoom specifiek is voor kindermishandeling, dat wil zeggen dat er ook altijd nog andere redenen kunnen zijn voor dat symptoom of die klacht. En realiseer je dat kindermishandeling zich op allerlei manieren kan presenteren. Daarom werkt een screeningsinstrument ook niet: kindermishandeling kan niet ‘gevangen’ worden met enkele vragen. Maar een signaleringsinstrument met open vragen, kan wel je alertheid verhogen en kan jou voldoende redenen hebben om nader in gesprek te gaan met ouders en/of een deskundige te raadplegen over de feiten die je waarneemt.

Lees het volledige artikel van Maartje C.M. Schouten, Judith S. Sittig en Elise M. van de Putte.

Betere behandeling voor baby met zuurstofgebrek

Zuurstoftekort rond de geboorte is nog steeds een van de belangrijkste oorzaken van hersenschade bij pasgeborenen met overlijden en handicaps tot gevolg. De enige behandeling tot nu toe is het tijdelijk koelen van het kind tot een lichaamstemperatuur van 33,5°C. Maar er kan meer, concludeert ziekenhuisapotheker en onderzoeker Laurent Favié. “De winst zit deels in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, maar vooral ook in beter gebruik van bestaande geneesmiddelen. Daarvoor is wel nodig dat er internationaal veel meer geneesmiddelenonderzoek bij kinderen komt, en met name bij pasgeborenen.”

Jaarlijks komt ernstig zuurstoftekort rond de geboorte in Nederland bij honderd tot honderdvijftig pasgeborenen voor. De oorzaak kan een infectie zijn, het loslaten van de placenta of een afknelling van de navelstreng, maar is vaak onbekend. Ernstig zuurstoftekort kan bij de pasgeborenen leiden tot schade aan organen zoals het hart, de longen, de lever en de nieren, maar schade aan de hersenen is het grootste probleem. Dit wordt ook wel hypoxisch-ischemische encefalopathie (HIE) genoemd. In ontwikkelde landen overlijdt een op de drie pasgeboren baby’s met deze vorm van hersenschade binnen een week. Vijftien procent ontwikkelt blijvende handicaps zoals epilepsie, spierspasmen, schade aan ogen en gehoor en een ontwikkelingsachterstand.

Extreem schadelijk

Schade aan de hersencellen door zuurstoftekort rond de geboorte gebeurt in twee fases: bij de geboorte zelf (de primaire fase) en tussen 6 en 72 uur nadat de pasgeborene is gereanimeerd en de bloedsomloop is hersteld. In die tweede fase lijken de hersenen eerst weer normaal te functioneren, maar juist dan worden stoffen gevormd die extreem beschadigend zijn voor de hersenen. Deze fase is verantwoordelijk voor een groot deel van de totale schade, direct en op latere leeftijd.

Lees het volledige artikel van Laurent Favié op UMC Utrecht.

Visiedocument-Centralisering-Kindergeneeskunde

Centralisering van de kindergeneeskunde: De visie van kind & gezin

Kindergeneeskunde omvat veel, van laag tot hoog specialistische en van acute tot chronische zorg. Het is dan ook lastig om van concentratie van de kindergeneeskunde zorg te spreken. Voor veel voorkomende aandoeningen en voor de routine zorg bij complexe aandoeningen moet zorg dichtbij aanwezig zijn. En dat blijkt ook het geval te zijn bij de respondenten. Het betekent in ieder geval dat kind en gezin vaker moeten reizen en dat er dus verblijfs- en logeervoorzieningen moeten zijn. Afspraken dienen zoveel mogelijk op één dag gepland te worden en ook shared care met regionale ziekenhuizen is een basisvoorwaarde voor kind- en gezinsgerichte zorg. Dat zijn enkele conclusies uit het Visiedocument Centralisering van de kindergeneeskunde van Kind & Ziekenhuis en VSOP (vereniging voor zeldzame en genetische aandoeningen).

Op basis van het Rapport ‘Concentratie van zorg en de effecten daarvan op de kwaliteit van de kindergeneeskunde in Nederland vanuit het perspectief van het kind en de ouders’, en extra onderzoek door Kind & Ziekenhuis en VSOP is het visiedocument opgesteld. Het perspectief van kind en gezin ontbrak, terwijl Kind & Ziekenhuis en VSOP vinden dat dit gelijkwaardig dient te worden meegewogen. Naast het feit dat de discussie over centralisering van de medische kindzorg vooral gesproken werd over kwaliteit, het bundelen van deskundigheid en efficiëntie.

Twaalf kernvoorwaarden

Uit het onderzoek in 2016 kwamen twaalf kernvoorwaarden voor centralisering naar voren die in dit onderzoek verder zijn getoetst. Ouders vinden ‘kwaliteit van zorg’ de belangrijkste  voorwaarde. ‘Samenwerking tussen de zorgverleners’ is bijna even belangrijk, dan komt ‘toegankelijke zorg (bereikbaarheid), shared care (laagcomplexe zorg in de buurt van huis), ‘planning’ (zoveel mogelijk afspraken op één dag). Slechts 15% vindt reistijd een belangrijke factor.

Ouders vinden ‘kwaliteit van zorg’ de belangrijkste  voorwaarde.

Er is in de medische zorg een trend naar centralisering maar er zijn ook andere ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld ‘Zorg zonder muren’. Dit uitgangspunt is terug te vinden in het rapport ‘Samen op weg naar gezonde zorg voor ernstig zieke kinderen’, dat werd opgesteld door onder meer Stichting KinderThuisZorg, Stichting Kind en Ziekenhuis, V&VN Kinderverpleegkunde en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), met Handvest Kind en Zorg als leidraad. De derde paragraaf van dit handvest luidt: “Zieke kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben ook in dagbehandeling, poliklinisch of thuis kan worden verleend.” Inspelen op deze ontwikkeling loont.

Netwerkzorg zien we bij het Prinses Máxima Centrum voor oncologie en neurofibromatose, bij Treant. Het gaat om een drietrapsmodel: er is een expertisecentrum, organisaties voor shared care en centra voor basiszorg. Door de basisstructuur is er goede spreiding van de kindergeneeskundige zorg in deze specialismen. Het is belangrijk dat de transitie van het ene naar het andere niveau goed verloopt. Het probleem is dat er niet voor alle aandoeningen een expertisecentrum is waardoor niet de hele medische kindzorg op deze manier ingericht kan worden.

Acute zorg

Concentratie van zorg heeft dus zeker voordelen. Voor de acute zorg heeft het helaas ook nadelen. Door de concentratie gaat kennis (nu en in de toekomst) over opvang van het acuut zieke kind namelijk (sneller) verloren. Vele spoedeisende hulpen en kinder- en SEH-artsen zullen dan te weinig kinderen met acute aandoeningen zien om hun kennis up-to-date te houden. Bovendien kan concentratie leiden tot verlies van bekwaamheid bij andere disciplines. Gaat de hartchirurgie voor kinderen bijvoorbeeld naar één centrum dan betekent dit ook iets voor andere specialisme als bijvoorbeeld röntgenologen, anesthesisten en OK-verpleegkundigen meegaan naar de nieuwe locatie.

Oplossing

Een transportnetwerk opzetten in Nederland zou een oplossing kunnen zijn. Hiermee zou je snel een bekwaam team ter plekke kunnen hebben of kan het acuut zieke het kind snel naar een bekwaam team worden getransporteerd per ambulance of helikopter.

“Zieke kinderen worden niet in een ziekenhuis opgenomen als de zorg die zij nodig hebben ook in dagbehandeling, poliklinisch of thuis kan worden verleend.”

Dergelijke ideeën dienen verder uitgedacht te worden. Daarvoor zijn cultuurverandering, netwerkzorg over muren in de zorg heen en andere bekostiging nodig. Deze zouden moeten worden uitgewerkt en getest. Een andere oplossing is concentratie van kennis die niet aan één plek gebonden is, oftewel kinderspecialisten die op meerdere plekken werken. Ook telemedicine kan meer ingezet worden, zodat de kennis op afstand kan worden overgebracht tijdens consulten of behandelingen.

Het Visiedocument Centralisering van de kindergeneeskunde geeft inzicht en beleidsadviezen vanuit het perspectief van kind en gezin. De belangrijkste:

  • Een belangrijke voorwaarde voor centralisering is het bewerkstelligen van Shared care, volgens het model van de VSOP. Dit model is beschikbaar via de website kwaliteitvoorzeldzaam.nl.
  • Invoering van Integrale kindzorg met het Medische Kindzorgsysteem (MKS) als methodiek is een voorwaarde voor het laten slagen van centralisering. Het garandeert de juiste zorg op de juiste plek: integralekindzorgmetmks.nl.
  • Meer concentratie van zorg kan betekenen dat kind en gezin meer en verder moeten reizen. Dat vraagt om verblijfsvoorzieningen voor kind en gezin.
  • Een goede en efficiënte planning van afspraken en onderzoeken. Het combineren of clusteren van afspraken verdient aanbeveling. De planning van expertisecentra moet hier goed op inspelen en eventuele one-stop-shops faciliteren zodat mensen in één dag zoveel mogelijk afspraken en disciplines kunnen combineren.
  • De transitiezorg (overgang van medische kindzorg naar volwassenenzorg) dient beter ingericht te worden.

Magazine Kind & Zorg – november 2019

In gesprek met minister De jonge over Volwaardig Leven

De klankbordgroep Volwaardig Leven, waar Eva Schmidt-Cnossen Senior projectmanager bij Stichting Kind en Ziekenhuis in zit, in gesprek met minister De Jonge.

Hoe verbeteren we de zorg voor mensen met een beperking? Hoe zorgen we ervoor dat ouders en andere naasten zich gesteund voelen en hun weg vinden in het doolhof van de zorg? En hoe realiseren we dat medewerkers in de gehandicaptenzorg hun werk met plezier blijven doen? Over deze onderwerpen sprak de klankbordgroep Volwaardig leven – met ervaringsdeskundige cliënten, naasten en zorgmedewerkers – op 20 januari met minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Gewoon meedoen

Snel bestaande innovaties in de gehandicaptenzorg doorvoeren is volgens de klankbordgroep en de minister hard nodig. Apps die iedereen al gebruikt, moeten ook toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Daardoor kunnen zij ‘gewoon meedoen’ in de samenleving en maken we mogelijk dat ze in het dagelijks leven mensen zonder beperking tegenkomen.

Nieuwe dingen uitproberen

Ook voor medewerkers is vernieuwing dringend nodig. Nu zijn zaken onhandig georganiseerd, is er veel bureaucratie en profiteren we nog te weinig van al bestaande goede voorbeelden. Dat maakt dat zorgmedewerkers soms zwaar belast zijn en dat veel gemotiveerde en gedreven mensen de zorg verlaten. Het is goed dat het programma Volwaardig Leven aandacht besteedt aan innovaties, er moet vooral ook worden gekeken hoe medewerkers die kunnen uitproberen en invoeren. Een belangrijke vraag is: waarom krijgt de ene zorgorganisatie het wel voor elkaar om medewerkers aan zich te binden en ruimte te maken voor innovaties, terwijl een andere organisatie veel vacatures heeft en geen nieuwe dingen kan ontwikkelen/introduceert?

Zoektocht naar oplossingen

Naasten hebben grote behoefte aan ondersteuning bij hun zoektocht naar passende oplossingen. De regelgeving en de financiering zijn ingewikkeld. Er wordt gedacht in hokjes en als je niet in het goede hokje zit, moet je naar een ander loket. Soms worden naasten zo vaak doorverwezen dat ze er moedeloos van worden. Zij maken zich ook zorgen over de toekomst. ‘Hoe gaat het straks met mijn kind, als ik er niet meer ben?’ Minister De Jonge gaf aan dat hij in het land al veel goede voorbeelden heeft gehoord uit de 5 pilots gespecialiseerde cliëntondersteuning, maar dat er over mogelijke oplossingen nog te weinig bekend is.

De minister bedankte alle leden van de klankbordgroep. “Het is goed om te horen wat zowel cliënten, ouders en medewerkers vinden van de zorg.” Hij beloofde aan de slag te gaan met de adviezen. Tegelijkertijd zette de minister de Klankbordgroep aan de slag met twee vraagstukken die hieraan raken:

  • Denk mee over wat we kunnen doen om naasten te helpen met het vraagstuk: ‘Wat als ik er niet meer ben?’ of ‘Wat als ik het niet meer kan?’.
  • Geef advies over cliëntondersteuning: ‘Hoe ziet de ideale cliëntondersteuning eruit, rekening houdend met de context en de arbeidsmarkt’.

De klankbordgroep beloofde haar denkkracht en ervaring in te zetten om op deze onderwerpen adviezen te maken!