Nooit meer ‘even doorbijten’; succesvolle pilot lichte sedatie met lachgas

Lachgas sedatieBloed laten prikken of een infuus krijgen is voor sommige kinderen best spannend, of zelfs pijnlijk. Lichte sedatie kan voor deze kinderen een oplossing zijn, zo blijkt uit de pilot die Kinderdagverpleging en de polikliniek Kindergeneeskunde hebben uitgevoerd. Het gaat om het toedienen van lachgas bij kinderen vanaf 4 jaar, die angstig zijn en een pijnlijke ingreep of onderzoek moeten ondergaan. De pilot is een samenwerking tussen kinderartsen, kinderverpleegkundigen, de afdeling Inkoop, technische dienst, de ARBO en de apotheek, zo meldt het Jeroen Bosch Ziekenhuis.

Ouders en kinderen reageren unaniem enthousiast op deze vorm van sedatie, vertelt coördinerend verpleegkundige Anne-Marie van der Staak – van Loon. “Zo was er een meisje voor wie het katheteriseren zo ingrijpend was geweest, dat zij ook bij volgende ziekenhuisbezoeken in paniek raakte. Toen ze opnieuw een katheter zou krijgen, boden we haar lachgas aan. Met een heel rustig kind en een van opluchting huilende moeder tot gevolg.” Ook wat oudere kinderen zijn er blij mee, zo blijkt uit een reactie van een 17-jarige patiënt op Zorgkaart Nederland: “Wat een geweldig spul is dat lachgas zeg. De pijn voelde ik bijna niet meer. Ik zou dit iedereen aanraden!”

De lichte sedatie voorziet ook in de behoefte vanuit kindergeneeskunde en andere ziekenhuismedewerkers die met kinderen werken. Anne-Marie: “Onze missie van dit project was: ‘nooit meer een kwestie van even doorbijten’. Het is voor medewerkers ook niet fijn om een kind -soms met meerdere mensen – gedwongen te fixeren om een vervelende handeling te ondergaan. Dat is niet meer van deze tijd.”

Sedatie voor jongere kinderen

Kinderen die jonger zijn dan vier jaar, kunnen geen lachgassedatie krijgen omdat het kind mee moet werken (zoals rustig blijven liggen en instructies kunnen begrijpen). Voor deze jongere groep is nasale midazolam beschikbaar. Ook deze methode heeft de laatste maanden bewezen een effectieve en kindvriendelijke methode te zijn bij angst en pijnlijke ingrepen.

Werkwijze

Op dit moment zijn vier verpleegkundigen gekwalificeerd om kinderen lachgas toe te dienen. In juni worden nog eens vier verpleegkundigen opgeleid. Daarnaast kijkt de kinderarts middels een snelle, korte ‘keuring’ of er geen contra-indicaties voor lachgas sedatie zijn. De midazolam neusspray mag door alle verpleegkundigen worden toegediend.

Beide vormen van sedatie sluiten aan op de toegepaste niet-farmacologische manieren, zoals goede uitleg op het niveau van het kind, ondersteuning door pedagogisch hulpverleners of hypnosetechnieken.

Ook voor verwijzingen

Kinderen die door de huisarts verwezen worden om bloed te laten prikken, kunnen ook lichte sedatie krijgen (de verwijzing is in ZorgDomein te vinden bij  Kindergeneeskunde, onder ‘overige zorgvragen’). Als een kind rechtstreeks via het laboratorium komt, bellen ouders zelf met de huisarts om een verwijzing te regelen. Lukt dit niet direct, dan mag dit achteraf gedaan worden. Ook deze kinderen worden van tevoren kort ‘gekeurd’ door de kinderarts.

Meer weten?
Lees ook de voorlichtingsfolder ‘Sedatie bij kinderen’.

Bron: Jeroen Bosch Ziekenhuis

Gamification: goed voor de zorg én voor kinderen

Trends en ontwikkelingen, steeds sneller moeten bedrijven en publieke sectoren hierop inspelen om bij de tijd te blijven en zich te redden op complexe markten. Publieke sectoren commercialiseren, zo ook de verzekeringsmarkt die een grote rol speelt bij de invulling van de zorg. Daarnaast worden de verwachtingen van consumenten steeds hoger en zijn ze kritischer dan ooit. De gezondheidszorg heeft de laatste jaren ups en downs gekend die het vertrouwen van de burger hebben beschadigd. Zorgverzekeraars worden helaas niet altijd als vrienden gezien.

Toch is Nederland al zeven keer uitgeroepen tot het best functionerende zorgstelsel van Europa, In Nederland vinden wij dat iedereen de perfecte zorg verdient. Natuurlijk zijn er grenzen, maar het welzijn van kinderen wordt nog altijd als eis gezien vanuit de samenleving. Nu kan de zorg altijd beter, maar ook leuker!

Kinderen hoeven tot hun 18e levensjaar geen zorgverzekering af te sluiten, er staan pedagogische medewerkers klaar om kinderen voor of tijdens een ziekenhuisopname op te vangen met boekjes en knuffels om angst te reduceren. Maar zijn al die boekjes en knuffels nog wel van deze tijd? En wordt er nog wel genoeg aan de rechten van het kind gedacht door de zorgverzekeraars? Als het aan kinderreumatoloog en immunoloog Joost Swart van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht ligt zou er nog best wel wat in geïnvesteerd kunnen worden. “Gamification is een onderdeel van de zorg anno 2017 en de toekomst”, aldus dr. Swart. In bijvoorbeeld angstreductie valt volgens dr. Swart nog wel wat te leren. “We hebben pedagogisch medewerkers die in feite toch wel een beetje op de ouderwetse manier met een boekje en geluidjes jonge kinderen proberen af te leiden voordat ze bijvoorbeeld een infuus gaan krijgen. Maar bijvoorbeeld een VR-bril heb ik nog nooit gezien in ons ziekenhuis. Dat zou voor de oudere kinderen leuk zijn.”

Gamification, wat is het?

Maar wat is gamification dan precies? Gamification is een term uit de game-industrie die sinds 2002 wordt gebruikt. De laatste jaren komt deze term steeds vaker terug in andere sectoren, maar vooral in de gezondheidszorg. Gamification is een term die opgekomen is doordat mensen spelelementen in zakelijke contexten gebruikten. “Wij als gameontwikkelaars gaan een stuk verder dan dat. Gamification houdt games verbonden aan de realiteit.” Aldus ‘Jaïn van Nigtevegt, docent van de HKU en specialist in de gamification. Het toepassen van gamedenken en gametechnieken in een niet-gameomgeving kan gebruikers motiveren en ervaringen verrijken. Hierin staat centraal dat gedrag gestimuleerd wordt. Dit door in te spelen op de intrinsieke motivatie van de mens. Simpele gamificationtechnieken kunnen voor grote resultaten zorgen. Een goed voorbeeld hiervan is Linkedin die een balkje op de profielen van de gebruikers toont hoeveel percentages het profiel van jou als gebruiker compleet is.

Gamification in de zorg

GamificationGamification wordt al een aantal jaar toegepast in de zorg, naast andere ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld het gebruiken van VR-brillen voor angstreductie. Zo is er de app ‘MySugar’ voor diabetespatiënten, waarbij patiënten een suikermonster moeten verslaan en zo hun suikergehalte in de gaten houden. Deze app werd bij veel patiënten, waaronder ook kinderen goed ontvangen. Andere voorbeelden van gamification in de zorg (waarvan een aantal in deze blog zijn samengevat) zijn een fietsgame voor kinderen met hersenverlamming, het spel SPARX voor preventie van depressie en de robot Zora die o.a. wordt ingezet bij de revalidatie van kinderen.

Stress-en angstreductie

GamificationMaar hoe kan gamification kinderen helpen bij het verminderen van angst bijvoorbeeld voor of tijdens een ziekenhuisopname? Uit onderzoek van Jellesma, F.C. & Jellesma, A. (2008) blijkt dat kinderen gevoelig zijn voor de kwaliteit van de gezondheidszorg. Medische angst en inschatting van effectiviteit van gezondheidszorg worden door eerdere ervaringen met de gezondheidszorg beïnvloed, zowel door eigen als indirecte ervaringen.

Een MRI-scan zou volgens beide experts al een hele investering zijn. ‘Een MRI of Google glasses zou best goed erbij passen, want nu heb je alleen een muziekje op je oren als je een scan krijgt.’ Aldus dr. Swart. Zo worden kinderen rustiger doordat er een stofje endorfine vrijkomt in hun hersenen. Het gevoel van opwinding en sensatie door gamification zorgt ervoor dat bij kinderen op een natuurlijke manier stress en angst gereduceerd wordt. Endorfines kunnen namelijk in minder dan 10 seconden de stresshormonen (adrenaline en noradrenaline) stilleggen. Kinderen kunnen zich sneller op hun gemak voelen en zijn dus sneller en makkelijker te behandelen. “Je kunt meer mensen helpen in kortere tijd en dat is ook in het belang van de zorgverzekeraar”, aldus dr. Swart.

Waarom investeren in gamification?

Het jaarlijkse Games for Health Europe congres laat met talloze voorbeelden, systematische effecten en succesfactoren zien dat de zorgsector gamification steeds serieuzer neemt. Voor andere sectoren levert het toepassen van gamification minder op. Eigenlijk is er maar één sector waar je echt van opbrengsten kunt spreken en dat is de zorg, schrijft Jeroen van Bree op Frankwatching.

Leuk en aardig, zal een zorgverzekeraar misschien denken. Het is natuurlijk best spannend om ergens in te investeren als je er niet mee bekend bent. En het is lastig om een deel van de zorg uit handen te geven, terug aan de patiënt. Maar het levert de zorgverzekeraar en de samenleving ook zeker wat op. Gamification kan namelijk gedrag beïnvloeden, wat tot onverwachte resultaten kan leiden. Van Nigtevegt licht toe: In een game doe je niet zomaar wat, als speler verhoud je je autonoom tegen de regels en ga je ernaar handelen. Het is niet moeten, maar iets willen. Mensen willen iets bereiken en gaan het belang ervan inzien en dat maakt gamification zo nuttig én leuk.’ ‘Het levert niet alleen gedragsverandering op bij kinderen, maar draagt ook bij aan een gezondere maatschappij. Daarnaast kan gamification ervoor zorgen dat we minder hoeven te investeren in revalidatiediscipline en therapietrouw, geeft van Nigtevegt aan.

Samenwerking

GamificationVolgens van Nigtevegt zouden zorgverzekeraars met een open houding meer uit hun ivoren toren kunnen treden en samenwerking moeten aangaan met externe partners als gameontwikkelaars. ‘Ik snap dat sommige zorgverzekeraars gamification een moeilijk concept vinden om te begrijpen, maar ik denk dat als ze investeren in marktverkenning, er een wereld voor ze open gaat’, aldus van Nigtevegt. Het is niet erg om fouten te maken, dat zeggen ouders ook altijd tegen hun kinderen. Van fouten maken leer je. Er zijn goed werkende en getoetste oplossingen beschikbaar. ‘Als er bijvoorbeeld één zorgverzekeraar is die de angst van mijn kinderen kan wegnemen bij een zorgverlener, dan gaat mijn voorkeur daar vanwege de menselijke kant al gauw naar uit’. Dat is toch wat u als zorgverzekeraar en wij als samenleving willen!? Dus zorgverzekeraar: bent u én het kind verzekerd van een goede toekomst?

Dit artikel is geschreven door Inge Jongejan, derdejaars studente Communicatiemanagement Hogeschool Utrecht.

Gamification

Om te kotsen

Maandelijks op de nieuwsblog Kind&Zorg: een column van de Vakgroep Pedagogische Zorg in het Ziekenhuis Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

Bij de ingang van het ziekenhuis voelt hij de misselijkheid al opkomen, precies waar hij bang voor is. Willem is 17 jaar en heeft acute lymfatische leukemie. Hij moet nog zes maanden chemo en ziet hier steeds meer tegenop. Ook buiten het ziekenhuis wordt Willem al misselijk bij het zien van gele vloeistof of het horen van geluiden die hij associeert met zijn chemokuren. Best een beetje onhandig wanneer je biomedische wetenschappen studeert. De angst om misselijk te worden wordt steeds groter.

Samen met Willem en moeder ga ik in gesprek. Willem kan zelf goed aangeven dat de misselijkheid voortkomt uit angst voor misselijkheid. Ik stel hypnose voor en leg uit wat het inhoudt. Willem wil het graag proberen. We spreken af dat Willem een keer in het ziekenhuis komt wanneer hij geen chemo hoeft.

Tijdens de eerste sessie zweeft Willem weg in een luchtballon. Hij komt makkelijk in trance en geeft zich over aan de oefening. Na de oefening moet hij letterlijk even landen. Hij kan niet meteen opstaan maar ervaart de oefening als erg prettig. Willem is enthousiast en gaat thuis fanatiek aan de slag om zich de oefening eigen te maken. Tijdens de volgende chemo past Willem de oefening toe maar overheerst het geluid van de infuuspomp waardoor hij niet in trance komt.

Het mooie van hypnose is dat je het negatieve een positieve rol kan geven in je verbeelding. Willem gaat in zijn verbeelding naar het strand. Het geluid van de infuuspomp buigt hij om tot het geluid van boten waardoor het niet meer negatief is en opgaat in het geheel. We nemen het geluid van de infuuspomp op zodat hij hier thuis mee kan oefenen.

Bij ons binnen de kindergeneeskunde wordt hypnose ingezet bij o.a. angst, pijn en misselijkheid. Het is een mooie methode die past bij onze rol als medisch pedagogisch zorgverlener. Met het aanleren van zelfhypnose krijgt het kind een tool in handen om zelf invloed uit te oefenen op zijn klacht. Daarmee zetten we het kind in zijn eigen kracht. Bij hypnose gaat het om het geven van positieve suggesties. Ook zonder trance heeft deze manier van communiceren een positieve uitwerking op de patiënt. Dit noemen we medische hypnose / Positief ondersteunend praten. Als een opmerking zowel positief als negatief kan worden geïnterpreteerd, zal een gestreste patiënt of iemand die pijn heeft bijna altijd de negatieve interpretatie kiezen. Daarom is medische hypnose / Positief ondersteunend praten een goede methode om toe te passen binnen een stressvolle omgeving zoals het ziekenhuis.

Na een paar weken bel ik met Willem en vertelt hij trots dat hij het ziekenhuis in kan gaan zonder misselijk te worden. Ook tijdens de chemo’s daarna kan hij de behandeling redelijk ontspannen ondergaan. Dit succes heeft hij helemaal te danken aan zijn eigen inzet en motivatie!

Willem kotst niet meer van de angst, maar alleen nog van de chemo. Nog een paar maandjes, zet hem op Willem!

Hanneke Heinen & Maaike Wamelink
Vakgroep pedagogische zorg ziekenhuis Nederland

Lees ook het artikel over kinderhypnose in de medische setting en Positief ondersteunend praten

Kindgerichte zorg: Het beleid is goed, nu nog doen!

De meeste zorgorganisaties willen kindgerichte zorg verlenen, maar in de praktijk lukt dat nog niet altijd. Wat is kindgerichte zorg eigenlijk, hoe heeft de zorg voor kinderen zich ontwikkeld en wat zijn de laatste inzichten? Dit artikel zet het op een rij.

Het eerste kinderziekenhuis werd opgericht in 1802 in Parijs. In die tijd hoefden ziekenhuizen geen verantwoording af te leggen en voerden ze allemaal hun eigen bewind. In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw werden ouders vooral gezien als bezoekers die zich niet moesten mengen in de zorgverlening. Zij hadden slechts enkele uren per week de mogelijkheid tot bezoek, vanwege de angst voor infecties bij zorgverleners. Ziekenhuizen waren plaatsen zonder warmte en affectie, wat voor negatieve ervaringen bij kinderen zorgde. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw kwam er meer aandacht voor de soms traumatische ervaringen van kinderen en ouders rondom de ziekte van een kind.

Ouders

Een van de eerste en belangrijkste speerpunten om de kindvriendelijkheid van zorg te vergroten is de aanwezigheid van ouders. Tot de jaren zeventig verbleven kinderen in het ziekenhuis zonder hun ouders en met beperkte bezoekuren. Psychologisch onderzoek naar de ervaringen van kinderen in het ziekenhuis wees uit dat kinderen de aanwezigheid van ouders nodig hebben. Langzaam namen ziekenhuizen beleidsmaatregelen zoals de mogelijkheid voor ouders om te blijven overnachten, open bezoektijden, bezoek van broertjes en zusjes en het begeleiden van kinderen naar de operatiekamer.

Tegenwoordig kunnen ouders vaak 24 uur per dag bij hun kind blijven en is er steeds meer aandacht voor de rol van broertjes en zusjes. Ook wordt steeds meer van ouders verwacht dat zij actief deelnemen aan het zorgproces en (sommige) verpleegkundige handelingen uitvoeren. Dit is tweeledig: aan de ene kant promoot het ouderparticipatie en empowerment, aan de andere kant wordt het steeds meer ingezet als middel om zorgkosten te beperken.

Kinderparticipatie

In het verleden hadden kinderen in het ziekenhuis nauwelijks een stem en werd hun perspectief uitgedragen door ouders en zorgverleners. In de afgelopen decennia heeft kinderparticipatie steeds meer aandacht gekregen, wat geïllustreerd kan worden door het in 1989 opgestelde VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit geeft aan dat er een sterke omslag in gedachten over kindgerichte zorg plaatsvond: in plaats van dat er vóór kinderen werd besloten gingen kinderen participeren in de besluitvorming.

Bewustwording van de voordelen van participatie van kinderen in het beslissingsproces van de zorg is vooral in ontwikkelde landen sterk gegroeid. Om de kwaliteit van zorg voor kinderen goed te kunnen beoordelen, is het belangrijk om zorg voor kinderen vanuit het kind- en ouderperspectief te bekijken en dat kinderen kunnen participeren in hun zorgproces. Vooral kinderparticipatie is belangrijk voor kindgerichte zorg. Kinderparticipatie vergroot het zelfrespect en de eigenwaarde van kinderen, zorgt voor minder weerstand bij kinderen en bereidt ze voor op de toekomst. Binnen de zorg kan participatie bovendien de kwaliteit, efficiency en patiëntgerichtheid verbeteren.

Het is moeilijk om wensen, behoeften en capaciteiten van kinderen rond participatie te generaliseren, aangezien kinderen allemaal verschillend zijn. Kinderen geven de voorkeur aan samen beslissen met ouders en zorgverleners, ze willen meebeslissen, maar niet de totale verantwoordelijk voor de beslissing dragen. Per kind en vaak per situatie verschilt de leeftijd, het beoordelingsvermogen, de persoonlijke ervaring, het soort aandoening, achtergrond van het gezin en opleiding. Ondanks sommige beperkingen is het belangrijk dat kinderen hun capaciteiten voor participatie leren te ontwikkelen door dit te ervaren. Onderzoekers pleiten daarom voor een situationeel perspectief. Dit betekent dat de mate van participatie van het kind afhangt van de persoonlijke wensen van het kind en dat alle betrokken partijen zich hierbij zo flexibel mogelijk opstellen om dit te realiseren.

In Nederland worden om methoden ontwikkeld en ingevoerd waarmee kinderen hun zorg kunnen evalueren. Kinderen kunnen feedback geven op dingen die ze tegenkomen en zo volwassenen in staat stellen om deze te veranderen. Hierdoor kunnen zorgorganisaties en zorgverleners daadwerkelijk aan de wensen en behoeften van kinderen voldoen.

Houding zorgverleners

Er is steeds meer aandacht voor de rol die de houding van zorgverleners kan spelen in het zorgproces. Dit is een steeds belangrijker onderwerp binnen opleidingen voor artsen en verpleegkundigen. UIt een onderzoek naar de wensen van ouders rond communicatie met zorgverleners komt naar voren dat er meer respect moet komen voor het individu en meer begrip voor de effecten van stress en zenuwen van kinderen en hun ouders. De belangrijkste uitkomst van een ander onderzoek is dat de houding van zorgverleners, zoals vriendelijkheid en respect, het belangrijkst is.

Voor kinderen en jongeren zijn de belangrijkste aspecten punten in de houding van zorgprofessionals: ze moeten bekend zijn; toegankelijk en beschikbaar; goed geïnformeerd en competent; informatie kunnen geven; goed kunnen communiceren; deelnemen aan het zorgproces; privacy respecteren en empathie kunnen tonen. Hoewel deze waarden al lang bekend zijn bij zorgprofessionals is er nog steeds te weinig veranderd. Nu is het belangrijk dat zorgprofessionals gestimuleerd worden om de kennis in de praktijk toe te passen.

Fysieke inrichting

Een kindgerichte inrichting van de fysieke omgeving is belangrijk voor het welzijn van het kind, om stress en angst te verminderen. Daarom zijn ziekenhuizen en kinderafdelingen veranderd van een steriele plaats naar een plek met veel kleur, speelkamers en toegang tot computers, films en games. Tot voor kort werd vooral door volwassenen besloten wat een kindgerichte omgeving is. Pas rond de eeuwwisseling werd er onderzoek gedaan naar de wensen van kinderen bij de inrichting van zorgorganisaties.

Uit onderzoek met kindertekeningen blijkt dat voor kinderen de omgeving erg belangrijk is: veel ramen en licht, een tuin, veel activiteiten en een kleurige aankleding. Ook kunst in de zorginstelling die de natuur verbeeldt, bijvoorbeeld plantengroei, bloemen en water, kan angst en stress bij kinderen verminderen. Ook een aquarium en gekleurde kleding van verpleegkundigen kunnen bijdragen aan kindgerichtheid. Tegenwoordig wordt het aangeraden om een kinderadviesgroep op te zetten bij de inrichting van een (afdeling van een) zorgorganisatie voor kinderen.

Bescherming

Kinderen zijn vaak angstig in een ziekenhuis. Dit heeft te maken met onwetendheid van het kind, alleen zijn, het zien van zieke volwassen en de angst voor naalden en pijn. Daarom is het belangrijk dat ouders zoveel mogelijk bij hun kind kunnen zijn. Ook is het essentieel dat het kind voldoende privacy heeft en gescheiden van volwassenen wordt verpleegd.

In het verleden is weinig aandacht geweest voor pijnmanagement bij kinderen. Uit een onderzoek naar de bestaande literatuur op dit gebied blijkt dat kinderen vaak onbehandelde pijn hadden door een gebrek aan kennis van kinderverpleegkundigen en het te weinig toepassen van deze kennis. Ook zagen kinderverpleegkundigen pijnbestrijding niet als een prioriteit binnen hun takenpakket, voornamelijk omdat zij het gevoel hadden dat pijn een onderdeel was van de ziekte of behandeling.

Voor kinderen zijn verpleegkundige handelingen zoals het prikken van bloed of het aanleggen van een infuus vaak het vervelendst. Omdat deze handelingen onbekend zijn en pijn kunnen doen veroorzaakt dit angst. Er zijn verschillende manieren in ontwikkeling om om te gaan met angst bij kinderen. Binnen een Canadees ziekenhuis werd succesvol gebruik gemaakt van toneel. Ook hypnose is middel dat aan populariteit wint. Het bespreiden van de pijn zelf, door verdovende zalf of spray aan te brengen voor het bloed prikken, is een recente ontwikkeling die mogelijk effectief kan zijn.

Informatievoorziening

Informatievoorziening aan kinderen is nog maar relatief kort een centraal thema binnen kindgerichte zorg. Kinderen vinden toegankelijke informatie, duidelijke uitleg over de behandeling en betrokkenheid in besluitvorming belangrijk. Niet alleen vermindert dit angst, door goede informatie op het niveau van het kind kan het actief deelnemen aan het besluitvormingsproces. Hierdoor kan kinderparticipatie in de zorg worden verbeterd. Uit onderzoek naar het gebruik van medicijnkaarten voor kinderen blijkt dat, bij regelmatige herhaling, de kaarten het kennisniveau van kinderen vergroten.

Verblijven in zorgorganisaties en medische ingrepen zijn stressvol voor kinderen, maar een goede uitleg vooraf kan helpen. Zeker het gebruik van visuele hulpmiddelen wordt als kindgericht ervaren. Een voorbeeld hiervan is een kleurboek over de radiologieafdeling in het ziekenhuis waarin een cartoonfiguur aan kinderen vertelt welke testen er zijn, hoe de apparatuur en de afdeling er uitzien en hoe alles ongeveer werkt. Andere middelen zijn een informatieve film die kinderen voorafgaand aan een ingreep te zien krijgen, een rondleiding of een interactieve voorbereidingssessie.

Een belangrijk moment voor informatievoorziening is het ontslag uit het ziekenhuis. Sinds steeds minder kinderen na een ingreep overnachten in het ziekenhuis komt veel van de nazorg onder de verantwoordelijk van ouders te vallen. Ouders ervaren dit vaak als een stressvolle periode en voelen zich niet goed voorbereid. Daarom is het belangrijk dat zorgprofessionals de informatievoorziening naar ouders toe over het herstel na een ingreep optimaliseren. Hierbij moet vooral aandacht worden besteedt aan beoordeling en management van pijn.

Onderzoek

Er is een kloof tussen beleid en praktijk van kindgerichte zorg, het blijkt lastig om verworven inzichten in de dagelijkse praktijk te implementeren. Een manier is om kinderen te vragen de kindgerichtheid van zorg te beoordelen. Op dit moment worden methoden ontwikkeld en ingevoerd waarmee kinderen hun zorg kunnen evalueren.

Een manier om jonge kinderen te laten deelnemen in evaluaties van zorg is bijvoorbeeld een interview met een handpop of via tekeningen. Tieners zijn bovendien in staat om aan kwalitatieve interviews mee te werken waarin naar een beoordeling van de kwaliteit van verleende zorg gevraagd wordt. Door participatieve methoden kunnen kinderen feedback geven op de dingen die zij tegenkomen, en zo volwassen in staat stellen om veranderingen door te voeren. Hierdoor kunnen zorgorganisaties en zorgverleners daadwerkelijk aan de wensen en behoeften van kinderen voldoen.

Toekomst

Diverse ontwikkelingen op het gebied van kindgerichte zorg zijn de revue gepasseerd. De zorg en onze samenleving blijven veranderen. Binnen Europa zijn ontwikkelingen gaande die een uitdaging vormen voor het huidige zorgsysteem. Kinderen hebben andere ziekten of aandoeningen dan voorheen, er is sprake van gezondheidsverschillen en de zorgkosten stijgen. Daarom is het belangrijk om vooruit te kijken naar wat de invloed van huidige en toekomstige ontwikkelingen kan zijn en hoe daar zo goed mogelijk op ingespeeld kan worden. Hierbij kijken we naar de groei van langdurige zorg en de impact hiervan op het kind, transitiezorg en zorg voor jongeren, de groei van extramurale zorg en centralisatie van complexe zorg.

Ten eerste hebben kinderen andere aandoeningen dan voorheen. Er zijn minder acute ziektegevallen door bijvoorbeeld infectieziekten. In plaats daarvan zijn er door nieuwe mogelijkheden in de geneeskunde steeds meer kinderen die een lang leven leiden met beperkingen. Deze kinderen moeten vaak in het ziekenhuis zijn ter controle of voor behandelingen. Om ervoor te zorgen dat zij zo veel mogelijk gewoon kind kunnen zijn is het belangrijk om de langdurige zorg efficiënt in te richten. Bij langdurige zorg dient er veel aandacht te zijn voor een cyclisch proces van proactieve zorg, waarin preventie, herkenning, beoordeling en behandeling zo vaak als nodig worden herhaald en er aandacht is voor de transitie naar herstel of de volwassenenzorg.

Het is belangrijk dat er voldoende leermogelijkheden zijn voor kinderen bij langdurige ziekenhuisopnamen. Dit kan door binnen het ziekenhuis grootschalige leerprojecten te organiseren, onder andere met de kunstobjecten, mensen en apparatuur die in het ziekenhuis beschikbaar zijn. Ook is het belangrijk om het contact met leeftijdsgenootjes te kunnen onderhouden. Door moderne technologieën is het mogelijk om als ziek kind zoveel mogelijk deel van de gewone schoolklas te zijn. Toegang hebben tot laptops en social media geeft kinderen de kans om te leren, contacten te onderhouden en zorgt ervoor dat kinderen het gevoel hebben onderdeel te zijn van het ‘normale leven’.

Verbreden

De focus van kindgerichte zorg, die eerst vooral bij jonge kinderen lag, is aan het verbreden met de zorg voor tieners en adolescenten. Jongeren hebben behoefte aan een eigen plek in het ziekenhuis, een volwassener benadering, het werken aan zelfstandigheid en zelfmanagement en een goede transitie naar volwassenzorg. Sommige jongeren en behoorlijk wat ouderen zien op tegen de transitie naar de reguliere zorg. Voor kwetsbare jongeren, bijvoorbeeld met een verstandelijke beperking of een gebrek aan steun vanuit de omgeving, is de transitie van zorg een lastige periode die goed gepland moet worden samen met zorgverleners, sociale hulpverleners en de huisarts. Er wordt echter steeds meer aandacht aan besteed door ziekenhuizen. De aansluiting tussen de specialisten wordt verbeterd en kinderen gaan een overgangstraject in waarin ze stapsgewijs kennismaken met volwassenzorg. In Nederland is de succesvolle interventie ‘Op eigen benen verder’ opgezet, welke de transitie naar volwassenzorg vergemakkelijkte door knelpunten aan te pakken. Nieuwe ontwikkelingen zijn het invoeren van een transitiepoli, waarbij zorgverleners van de kinderafdeling en de volwassenenzorg gemeenschappelijk zorg aanbieden.

Verder is er, gedreven door stijgende zorgkosten, een veranderende epidemiologie en verbeterde medische technieken, een transitie gaande van intramurale naar extramurale zorg. Minder ernstige aandoeningen en ingrepen waarvoor kinderen ooit werden opgenomen in het ziekenhuizen worden nu op de dagbehandelingen uitgevoerd. Ziekenhuisopnames zijn er voornamelijk nog voor children met enstige of chronische aandoeningen die herhaaldelijk naar het ziekenhuis toe moeten. Dit biedt mogelijkheden voor de kindgerichtheid van zorg. Een kind dat niet wordt opgenomen in een ziekenhuis kan makkelijker naar school, met vriendjes spelen en deelnemen aan het gezinsleven. Echter, niet elk gezin is in staat om dit te organiseren zonder externe ondersteuning. Ook vraagt dit om een gepersonaliseerde en flexibele insteek van zorgverleners en een focus op kindgerichte zorg van zorgorganisaties buiten het ziekenhuis.

Ten slotte is er de ontwikkeling van gecentraliseerde topzorg. Het Princes Maxima Centrum voor kinderoncologie en kindercardiologie is hier het voorbeeld van. Door de centralisatie van gespecialiseerde zorg kan met kinderen met complexe aandoeningen beter helpen en de overlevingskansen verhogen. Het nadeel hiervan is dat afstanden groter worden en dat er bij streekziekenhuizen minder specialisten gericht op kinderen zijn. Moderne technologieën en een juiste inrichting van het zorgnetwerk kunnen oplossing bieden aan deze mogelijke problemen. Specialisten zullen steeds beter in staat zijn om hulp op afstand te kunnen bieden door videoconferenties en bijvoorbeeld Google Glass. Kortom, er is veel aan het veranderen in de zorg, maar is ook heel veel mogelijk. Door deze mogelijkheden effectief in te zetten kunnen we de zorg nog kindgerichter maken.

Dit artikel is gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek. Het complete artikel, inclusief voetnoten, is op te vragen via info@kindenziekenhuis.nl.

Meer info:

Family Integrated Care nu echt regie kind en gezin?

“Meedoen aan onderzoek: kinderen aan het woord!”

Ervaringsmonitor Kind & Ziekenhuis al 5000 keer gebruikt

Handboek Kinderparticipatie van Kind & Ziekenhuis

Rechten van het kind in de medische zorg:

Handvesten Kind&Ziekenhuis en Kind&Zorg

Wetgeving

Paarden en Michael Jackson

Maandelijks op de nieuwsblog Kind&Zorg: een column van de Vakgroep Pedagogische Zorg in het Ziekenhuis Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

Een aanvraag van een arts, voor pedagogische zorg: “Ik kan bij een patiënte de diagnose niet stellen omdat ze de bloedafname weigert. Kunnen jullie haar begeleiden?”

Leuk zo’n uitdaging. Ik lees het dossier en bel moeder. Ze geeft mij meer informatie over haar dochter met autisme en we maken een plan: als ze komen, zal ik haar eerst voorbereiden en afspraken maken over de bloedafname. Zodat zij deze op een zo prettig mogelijke manier kan doorstaan. Moeder oppert iets leuks te bedenken om samen te doen na de bloedafname. Met een medewerker van het priklab overleg ik over een geschikte tijd. Een samenwerking die al eerder tot succes leidde.

Het is dinsdagochtend, ik krijg twee telefoontjes tegelijk: “Graag een 3-jarige begeleiden bij het inbrengen van een infuus” en “moeder en dochter hebben zich gemeld in de hal!”. Ik kies ervoor om moeder en dochter even te laten wachten. Ik heb nog ruim een uur voor hen. Het preventieve werk bij de peuter krijgt voorrang. Ik loop naar de hal om uitleg te geven over de situatie. Ik tref een puber aan, verscholen achter een groot knuffelpaard. Ze geeft geen hand en vanachter het paard hoor ik: ”Ik ga het toch niet doen!” Ik vertel dat ik eerst een bang jongetje ga helpen.

Het zit mee, de peuter krijgt vlot een infuus en verlaat trots met een glimlach de behandelkamer. Terug in de hal, tref ik het meisje weer, kijkend naar Youtube-filmpjes. Ik klets wat met hen over het dansprogramma dat ze kijkt, er lijkt af en toe contact. Als we eenmaal in een rustige ruimte zitten, vraag ik waar ze voor komt en wat ze al weet. Starend naar haar knuffelpaard zegt ze dat ik niets hoef te vertellen: ze weet het allemaal en ze wil het toch niet.

We praten over paarden. Naast de knuffel zijn er meer tekenen van haar hobby: een telefoonhoesje, een T-shirt en een tas met paarden erop. Ik zeg dat ikzelf bang ben voor paarden en ze nooit zou durven borstelen. Dat snapt ze niet. We praten over angst en hoe moeilijk het te begrijpen is voor anderen. Moeder praat als iedere moeder die het beste voor haar kind wil: “De bloedafname kan hen zoveel vertellen over haar gezondheid!” Duhhh, dat snapt zij ook wel! Maar ja, die angst….

Als praten herhalen wordt en niets meer toevoegt, besluit ik over te gaan van praten naar actie. We gaan het een kans geven op een manier die voor onze paardenliefhebster te doen is. De iPad, meegenomen voor een voorbereidingsfilmpje, ligt nutteloos op tafel. Plots verandert deze van functie. Teruggrijpend op haar eerder getoonde interesse opper ik dat ze tijdens de afname een filmpje kijkt. Ze pakt het apparaat en typt ‘Michael Jackson’. Moeder stelt een bezoek aan een ‘paardenwinkel’ in het vooruitzicht. Langzaam voel ik bereidheid komen. Gewapend met paard en iPad loopt ze mee naar het priklab. Zoals afgesproken treffen we een ervaren medewerker die even mee kijkt naar het gekozen filmpje….Thriller night!

Daar zit ze… maar het kost haar moeite om haar arm op de leuning te leggen. Ik probeer dit samen met haar te doen. Dat werkt averechts, vooral niet aanraken! Dit moet ze echt zelf doen dus gebruik ik alleen woorden, positief, stimulerend en complimenterend: “Kom op, jij kan het. Je bent al zo ver gekomen en dat is heel knap!” Dat werkt, ze laat haar arm zakken en focust op Michael. Weinig reactie op de prik. We kijken het filmpje af en samen met de bloedafname komt de thriller night ten einde.

Op weg naar de uitgang vraag ik of ze trots is…een vage glimlach. Bij het afscheid geeft ze een hand en kijkt me aan.

Met een glimlach op mijn gezicht, mail ik de arts: “Zij heeft het gedaan!”

Aline Kalisvaart
Vakgroep pedagogische zorg ziekenhuis Nederland

Groeiende belangstelling voor kinderhypnose in de medische setting en Positief ondersteunend praten

Wat wil je als hulpverlener graag meewerken aan het vermogen tot herstel van de kinderen die je verzorgt of in ieder geval het kind en ouders handvatten geven om deze moeilijke, stressvolle en spannende tijd goed door te laten komen. Medische kinderhypnose verheugt zich in groeiende belangstelling binnen de kindergeneeskunde in Nederland, ondermeer dankzij recent nationaal en internationaal onderzoek. Dit heeft geleid tot een toename van interesse voor het gebruik van hypnotische technieken, vooral voor beïnvloeding van acute pijn en angst voor en tijdens ingrepen alsook in de behandeling van chronische aandoeningen.

Het is mogelijk om de focus te verleggen door ander taalgebruik. Positief ondersteunend praten dat ik zie als de basis van hypnose is een communicatieve procedure ter ondersteuning van -medische- ingrepen. Positief ondersteunend praten is het effect van taal op angst en pijn voor en tijdens medische ingrepen, verzorging en behandeling. Het is een aanvulling op reeds toegepaste ontspannings- en afleidingstechnieken. Met Positief ondersteunend praten heb je een extra middel om een kind te laten ontspannen. Dit kun je kinderen zelf aanleren zodat ze zelf tools hebben als het nodig is. Hoe mooi is dat! Positief ondersteunend praten wordt momenteel geïmplementeerd en steeds meer toegepast in het UMC Groningen op de kinderafdelingen en op de polikliniek, waar ik werkzaam ben.

Hypnose gaat verder en is een toestand van geconcentreerde aandacht, waardoor men zich losmaakt van de uitwendige omgeving en opgaat in een innerlijke wereld. Deze toestand noemt men ook wel ‘trance’. In wezen is er geen verschil tussen dergelijke alledaagse trances en de hypnotische trance. Hypnose is dus geen opzienbarend verschijnsel. Denk als voorbeeld maar eens dat je een boek leest en zo opgaat in het verhaal dat je niemand de kamer in hoort komen. Hypnose wordt ingezet in de kinderkliniek van het UMCG als behandeling door behandelaars om klachten te laten verminderen of zelf te laten verdwijnen.

De toverhandschoen

Wat er uitgelegd wordt in dit filmpje, kun/mag je pas toepassen na het doen van de cursus. Het lijkt heel erg makkelijk en toch luistert het erg nauw als je dit doet bij een kind. Het gaat om de hypnotische woorden die maken dat het werkt!

Hypnoord: Medische Hypnose Noord

Er zijn gelukkig veel kinderen waarbij een ziekenhuisopname of polikliniek bezoek niet nodig is. Deze kinderen help ik dan ook vanuit mijn praktijk Hypnoord. Hypnoord is mijn praktijk voor medische hypnose. Ik ben verpleegkundige en pas medische hypnose toe. Daarnaast geef ik presentaties, training en advies over hypnose, comfort talk en taalgebruik in de medische setting. Volwassen patiënten hebben door positieve verhalen de weg naar mijn praktijk inmiddels ook gevonden.

Elroly Groeneveld, Medische Hypnose Noord
info@hypnoord.nl

Meer informatie:
www.hypnoord.nl
www.medischehypnose.nl
www.nvvh.com

Boeken:
P.Cohen; Hypnosis and hypnotherapie with children, 2011
L.Hudson; Scripts & strategies in hypnotherapy with children, 2013
A.Fleming, Pijn en het brein, 2016

Koortsstuip: “Ik dacht dat ze dood was…”

Maandelijks op de nieuwsblog Kind&Zorg: een column van de Vakgroep Pedagogische Zorg in het Ziekenhuis Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

“Ik dacht dat ze dood was. Ze werd helemaal slap en ademde niet meer. Ik stond aan de grond genageld en wist niet meer wat ik moest doen. Gelukkig belde mijn vader 112 en zorgde hij dat ik weer kon denken en handelen.”

Een koortsstuip. Voor kersverse moeders en vaders een grote schrik. Zo ook voor de moeder van Mia, die met tranen in haar ogen vertelt de angst haar kindje kwijt te raken in de ogen gekeken te hebben. De paniek en onmacht overvielen haar. In het ziekenhuis voelt ze zich veilig, maar toch heeft ze ieder uur naast Mia haar bedje gestaan om te controleren of ze nog ademde.

In het ziekenhuis zien we baby’s zoals Mia met regelmaat. Na een korte observatie mogen ze vaak naar huis. “Het is meestal eenmalig en we zien het heel vaak” is waarmee we ze mee gerust stellen. Voor ouders is het echter meestal een nieuwe ervaring met een heftige en grote lading en is naar huis gaan niet zo simpel als het lijkt…

Als medisch pedagogisch zorgverlener in het ziekenhuis probeer ik in de korte opname stil te staan bij de emoties die het voor ouders met zich meebrengt samen met verpleging. Het uitspreken van de angst en ruimte en aandacht voor hun persoonlijke gevoel zorgt dat het kan en mag ontladen. Daarnaast heb ik aandacht voor de mogelijke gevoelens die voorbij komen of zullen komen zoals schuld en schaamte.

De moeder van Mia voelt zicht onzeker en schuldig doordat ze niet direct zelf gehandeld heeft. “Wat was er gebeurd als mijn vader er niet was?” en “Ben ik als moeder wel oplettend genoeg geweest?” zijn vragen die voorbij komen. Luisteren en haar gevoel serieus nemen zorgt dat we ook samen kunnen bedenken hoe ze verwacht er thuis mee om te gaan.

Voorspellen hoe deze moeder, Mia en de rest van het gezin thuis de draad weer oppakken kan ik niet. Ik zorg dat ze weet dat de angst, alertheid, bezorgdheid en/of mogelijke andere gevoelens heel normaal zijn. Met deze moeder bespreek ik dat deze gevoelens na enkele tijd geleidelijk horen af te nemen en ze wanneer dit niet gebeurt, ze het best via de huisarts ondersteuning kan vragen. Het is en blijft namelijk en heel indrukwekkend moment dat ze samen meegemaakt hebben.

Het is van belang voor gezinnen dat er duidelijke informatie en uitleg is over een koortsstuip. Niet alleen op medisch vlak maar ook op psychosociaal vlak. Het is belangrijk dat ouders weten hoe te handelen bij een herhaling maar ook dat er ruimte en aandacht is voor de emoties die de koortsstuip opriepen. Deze emoties dienen te allen tijde ook bespreekbaar te zijn. Multi disciplinaire aandacht voor advies in het ziekenhuis en ook advies voor thuis bepalen onder andere hoe kind en ouders na een opname hun dagelijkse leven weer met een vertrouwd gevoel kunnen oppakken.

Anne Weenink
Vakgroep pedagogische zorg in het ziekenhuis Nederland

Zieke kinderen meer kind laten zijn door 360 graden beamer

Kind zijn is één van de belangrijkste fases in het leven van een mens. Want als je geen kind hebt kunnen zijn, zie je vaak dat men later problemen krijgt, met name op emotioneel gebied. Wanneer een kind langdurig ziek wordt, kan het niet altijd kind zijn. Door onderzoeken, behandelingen en controles ontstaat een routine in het leven van het kind dat niet bij het beeld van kind zijn hoort. Hoe kun je een kind ook kind laten zijn dat langer dan een week in het ziekenhuis moet verblijven? Wij gingen opzoek naar een oplossing en kwamen uit op een interactieve 360 graden beamer.

Wij zijn Lonneke Feijten en Sanne te Focht, studenten Communicatie & Multimedia Design aan de Hogeschool van Utrecht. Voor het vak User Experience design hebben wij onderzoek gedaan aan de hand van de probleemstelling ‘heeft de inrichting/indeling van een ziekenhuiskamer negatieve invloed op het emotionele gedrag van kinderen die langdurig in het ziekenhuis verblijven?’

De impact van het zieke kind

Wij hebben ons gericht op kinderen tussen de 4 en 10 jaar oud die voor een lange periode in het ziekenhuis moeten verblijven. In ons onderzoek hebben we interviews gehouden, een enquête afgenomen en deskresearch gedaan. Stichting Kind en Ziekenhuis heeft o.a. bijgedragen aan ons onderzoek. Hierdoor kregen wij een goed beeld van het dagelijkse leven van een kind in een ziekenhuis en de impact hiervan op het kind en wat wel of niet goed voor hen is.

De animaties reageren op de bewegingen van het kind

In de loop van ons onderzoek kwamen wij erachter dat ‘het niet van het bed af kunnen of mogen’, grote invloed heeft op een kind. Voor dit probleem hebben wij een interactieve oplossing bedacht die aansluit bij de behoeftes van een kind. Namelijk een beamer die 360 graden kan projecteren en dus op alle muren van een kamer een animatie kan laten zien, naar de wensen van het kind zelf. Bijvoorbeeld een vlinder die rondvliegt of een raket die door de kamer heen zweeft. De animaties reageren op de bewegingen van het kind. Hierdoor kan het kind ontspannen, tegelijk spelen en het even laten doen vergeten in welke situatie hij/zij zich bevindt.

Kind kunnen zijn zal overal moeten kunnen, met deze oplossing zouden we een stap dichterbij kunnen zijn!

Bent u benieuwd naar ons onderzoek? Of ideeën over hoe wij de beamer in deze vorm zouden kunnen ontwikkelen? Neem dan contact op via Stichting Kind en Ziekenhuis.

Mick van 8 jaar vertelt over zijn ervaring met de 360 beamer

De tekening

Maandelijks op de nieuwsblog Kind&Zorg: een column van de Vakgroep Pedagogische Zorg in het Ziekenhuis Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

Het gaat de laatste tijd niet goed met Lieke, dit merken we ook tijdens een van haar ziekenhuisbezoeken. Ze maakt nauwelijks oogcontact en geeft geen antwoord op vragen. Ze sluit zich letterlijk af van alles en iedereen om haar heen. Lieke laat de medische handelingen steeds moeilijker toe. Tijdens het toedienen van de chemo, uit zich die angst in huilen en gillen en moet ze overgeven van de spanning.

Als medisch pedagogisch zorgverlener krijg ik geregeld te maken met kinderen die door bepaalde ervaringen in een ziekenhuis, angsten ontwikkelen. Problematisch wordt het als een kind met regelmaat het ziekenhuis moet bezoeken en de angst de ontwikkeling van het kind, maar ook de behandeling, in de weg komt te staan.

Het gaat hier om Lieke, een meisje van 6 jaar met een hersentumor. Iedereen die bij Lieke betrokken is probeert met alle goede bedoelingen haar af te leiden door bijvoorbeeld vragen te stellen over haar knuffel. Maar de spanning en angst blijken niet te doorbreken met dit soort vragen. Daarom wilde ik proberen of een non verbale ingang haar de ruimte zou geven om weer kind te kunnen zijn en de leiding weer te kunnen nemen. Dit doe ik door af en toe een keus voor haar te maken.

Zo had ik bij het volgende ziekenhuisbezoek een tekening in mijn hand toen ik Lieke tegemoet liep. Ik begroette haar en haar moeder, en liep met ze mee naar de speelkamer. Onderweg zag ik dat ze nieuwsgierig keek naar wat ik in mijn handen had. Voordat we in de speelkamer kwamen, had ze de tekening al uit mijn handen gepakt. Eenmaal in de speelkamer aangekomen, vroeg ze; ‘Mag ik nu de stiften anders kan ik toch niet kleuren?!’. Door de tekening kon ze zich op een ontspannen manier afzonderen van de medische wereld. Tussen het kleuren door, ging ik met moeder in gesprek over koetjes en kalfjes. Ook Lieke mengde zich soms in het gesprek, maar wanneer ze geen zin had kon ze onopgemerkt weer verder met haar tekening.

De dokter die Lieke komt halen, richt zich niet meteen op Lieke, maar op haar tekening. Dit lijkt een prettige afleiding, de nadruk ligt nu niet op haar, maar op haar tekening. Trots laat ze haar tekening zien en gaat mee naar de behandelkamer waar ze haar chemo krijgt.

In de behandelkamer kijkt Lieke angstig en kruipt in elkaar, ik weet haar af te leiden door te kletsen over haar tekening. De tekening blijft het onderwerp van het gesprek, niet haar ziekzijn. De medische handeling blijft vervelend, we proberen het zo goed en snel mogelijk te doen zodat ze met mama weer lekker naar huis kan. Als de medische handeling klaar is, zegt Lieke met een glimlach ‘mama, niet de tekening vergeten he?!’, en ze gaat met mama weer naar huis.

Lieke kon door haar tekening samen met haar moeder, de verpleging, de arts en mij haar focus verleggen, en dit bood haar veiligheid in een voor haar onveilige omgeving. Later die dag mailt moeder mij een foto van Lieke met de tekening die ze thuis verder heeft afgemaakt. Ik besef meteen dat ik de leukste baan van de wereld heb. Waar je met de voor ons kleine dingen, als een tekening, grote angsten kunt overwinnen.

Chantal van den Akker
Vakgroep pedagogische zorg in het ziekenhuis Nederland

Nieuwe onderzoekskamer in gebruik genomen op de kinderafdeling

Ziekenhuis Rivierenland heeft een nieuwe onderzoekskamer in gebruik genomen op de kinderafdeling. Die is heel bijzonder: er is bewegend beeld op de muur. Kinderen kunnen de animatie met een afstandsbediening zelf beinvloeden. Doel is ze af te leiden van onderzoeken, die op de kinderafdeling zelf gebeuren in plaats van op een poli.

Dit artikel is eerder geplaatst op Facebook door V&VN Kinderverpleegkunde