Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan kindzorgprofessionals Lotte en Maarten

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: logopedist Lotte Hannes en kinderfysiotherapeut Maarten Wojakowski. Zij zijn werkzaam bij Merem Medische Revalidatie.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Lotte: “Door de Coronacrisis zagen wij ‘onze’ kinderen ineens niet meer voor directe behandeling, dus niet meer face-to-face. Kinderen en hun ouders bleven thuis; een groot gemis natuurlijk! Daarnaast stelde het ons als behandelaren voor een uitdaging: ‘wat kunnen we in deze tijd dan nog wél doen?’. We hebben ons als organisatie verdiept in indirecte behandelvormen, zoals videobellen en telefonische coaching, wat een deel van het gemis heeft kunnen ondervangen. Echter; het directe contact met de kinderen en hun ouders blijft de meest prettige en zinvolle manier van werken, en het is dan ook heel fijn dat we daar nu voorzichtig weer in aan het opbouwen zijn!”

Maarten: “Het feit dat je niet lijflijk kunt behandelen. Je mag niets meer met je handen doen. Daar ik van de oudere stempel ben en gewend ben aan lijflijk contact is dit een enorme aderlating. Alles wat je inmiddels als tweede natuur hebt ontwikkeld moet je proberen uit te leggen aan diegene die wel met het kind mag werken. Ik mis het stimulerende schouderklopje, de minimale maar o zo nodige steun van een hand zodat kinderen weten dat je er voor hun bent, hierbij denk ik aan het klimmen en klauteren in een wandrek, het gaan staan, et cetera, Letterlijk hands off…”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Lotte: “Buiten de zorg om het gezond blijven van de kinderen en hun ouders, is er een gevoel van ‘grip verliezen’ op de voortgang van de behandeling, en daarmee mogelijk op vooruitgang en ontwikkeling bij het kind. Hoe langer de crisis duurt, hoe sterker de behoefte wordt aan weer kunnen werken op de manier die we gewend zijn.”

Maarten: “Belangrijkste is dat men niet besmet raakt. Dit betekent vaak dat mensen zich zorgen maken en de vraag is of dat terecht is. Hierdoor komen ouders met hun kinderen niet. Dat is een zorg want continuïteit van behandelen is er niet meer.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Lotte: “Zowel collega’s als ouders zijn begripvol, doen het wat rustiger aan, en houden rekening met elkaar. Dit stukje ‘onthaasten’ hoop ik (deels) vol te kunnen houden binnen ons team, ook na de coronacrisis.”

Maarten: “Dat bijna alle neuzen dezelfde kant zijn gericht. Iedereen helpt mee. Er is niemand die tegenwerkt in deze coronatijd. Niet is iedereen het met elkaar eens, maar wel als het om het doel gaat niet besmet te raken en gezond uit deze crisis te komen. Het is ook mooi te zien hoe mensen nog een bron van energie aanboren om zich te kunnen inzetten. Het heeft een verbindende factor en dat is heel mooi.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Lotte: “Een grote impact, omdat we van de één op de andere dag flink moesten ‘omdenken’ met z’n allen, en sindsdien op een hele andere manier moeten werken, zowel inhoudelijk als ook praktisch. Dingen waar je tot half maart niet over nadacht, worden nu breed uitgemeten. Dat kost tijd en energie.”

Maarten: “Je kunt weinig. Positiviteit uitstralen middels beeldbellen. Zoeken naar de wegen waarop mensen bereikt kunnen worden. Beeldbellen is voor mij een ramp en je wordt er ontzettend moe van. Als het er niet zou zijn mis je natuurlijk ook veel. Deze moderne vorm van communiceren vind ik te afstandelijk.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Lotte: “Gezondheid is het belangrijkst, dat is gebleken, en daar moet al het andere voor wijken. Of op z’n minst moeten dingen daardoor op een andere manier ingevuld worden, wat soms erg lastig is. Het is in deze tijd een grote uitdaging om te blijven denken in mogelijkheden, en ons te richten op wat (nog) wél kan.”

Maarten: “Dit heeft een duidelijk effect op de hele maatschappij, maar we zullen eruitkomen. Als we nu alle positieve veranderingen aangrijpen om naast medisch ook maatschappelijk de juiste stappen te zetten. Veranderingen die positief zijn doorzetten. Meer thuiswerken voor diegenen die dat kunnen. Respect tonen aan diegene die ongemerkt onze helden zijn. Stoppen met negativiteit. Zoals Herman van Veen zong: Getuigen zijn zelden helden, echte helden zie je zelden.”

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan kinderverpleegkundigen Eline, Jolanda en Lisette

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: kinderverpleegkundige UMC Eline (geen foto), kinderverpleegkundige streekziekenhuis Jolanda (geen foto) en kinderverpleegkundige kinderthuiszorg Lisette (foto).

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Eline: “De grootste verandering is het patiëntenstroom. Van een constante beddendruk, via heel veel corona verdachte patiënten (de eerste weken) naar een stop van de electieve zorg met alleen spoedzorg. Dit betekende dat we weken hebben gehad dat er tussen de 4 en 8 patiënten lagen, waar we 28 bedden hebben, inclusief dagopnames. Daarbij werd de kinder IC verhuisd naar onze afdeling, zodat op hun locatie ook volwassen IC patiënten opgenomen konden worden. De kinderverpleegkundigen werden ingezet op de volwassen IC om daar te helpen; bijvullen, mondkapjes bestralen, brillen poetsen, omkleedinstructie geven, helpen met bezoek omkleden et cetera. Dat was dankbaar werk, maar na verloop van tijd ga je je eigen patiëntenzorg toch missen. Verder moesten we een plan opstellen om van onze afdeling een cohortafdeling te maken indien nodig. Dat had wat voeten in aarde, maar we hebben het plan uiteindelijk niet in werking hoeven stellen. Ik denk dat de grootste verandering bij mij persoonlijk was, dat niks meer automatisch kon. Je moet overal over nadenken, beslissingen over maken en niks was meer zoals het was. Dat was een uitdaging.”

Jolanda: “Dat het in het begin extreem rustig was op onze kinder- en jeugdafdeling. Dat baarde me zorgen. Ouders zijn bang om naar het ziekenhuis te komen en daarnaast zitten kinderen nu natuurlijk minder op ‘elkaar’ door sluiting van scholen en reguliere kinderopvang. Gelukkig weten ouders van bijvoorbeeld huilbaby’s ons weer te vinden. Het werken in isolatiekleding is ons niet vreemd, echter nu moet je bij elk kind met hoesten/verkoudheid helemaal in beschermende kleding inclusief bril. Een kind aan de zuurstof leggen kan zonder overleg gedaan worden, echter als een kind meer zuurstofbehoefte krijgt, waar we normaal highflow starten, dient nu eerst de COVID-19 test negatief te zijn. Dit omdat high-flow zorgt voor dusdanig grote verspreiding van het virus dat dit een ontoelaatbaar risico is. Gelukkig hebben we dit niet mee gemaakt bij ons op de afdeling. Normaal sta je hier niet zo bij stil.”

Lisette: “De grootste verandering is dat er veel zorgen door ouders zijn afgezegd, doordat ze nu beiden meer thuis werken en de zorg door ons op school niet meer noodzakelijk is. Tevens door angst vanwege de kwetsbaarheid van hun kinderen waardoor ouders zo min mogelijk mensen in huis willen.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Eline: “Eigenlijk maak ik me niet zo’n zorgen. Als ik zie hoe weinig covid positieve patiënten wij hebben, dan lijken onze patiënten niet de doelgroep van dit virus. Ik denk dat vooral ouders veel zorgen hebben, over hun kind. Zal ik mijn kind wel of niet naar school sturen? Wel of niet sporten? Opa en oma? Verder is de teruglopende patiëntenstroom ook een zorg, we vragen ons op de afdeling soms wel af, waar blijven de kinderen? Het valt echt op dat er minder spoedopnames waren. Natuurlijk kun je een en ander best verklaren maar dan nog is het verschil behoorlijk. Ik heb me wel even zorgen gemaakt over het aantal collega’s dat hier rondloopt en waar je ongemerkt toch mee in aanraking komt. Er zijn diverse maatregelen genomen om contact zoveel mogelijk te verkleinen, maar in bepaalde situaties kun je deze niet voorkomen. We werden laagdrempelig getest gelukkig en het aantal besmettingen op onze afdeling van collega’s was zeer minimaal. Voor de toekomst is het best even puzzelen en wennen aan de nieuwe maatregelen denk ik. De polikliniek afspraken zijn bijvoorbeeld veelal via videobellen en telefonisch. Het bezoek is geminimaliseerd tot 2 bezoekers per persoon. Dat geeft veel druk bij ouders, met name rondom de zorg voor andere broertjes of zusjes. Zo zijn er meer maatregelen die best wat ‘gedoe’ geven.”

Jolanda: “Zoals bovenstaand al omschreven dat ouders niet durven komen met hun kind en dat
hierdoor bijvoorbeeld meer complicaties optreden, als ze uiteindelijk wel komen.”

Lisette: “De meeste zorgen maak ik mij om de draagkracht versus draaglast van de ouders die er nu grotendeels alleen voor staan. Hoe houden zij dit vol?”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Eline: “De samenwerking! Wat was het gaaf om te zien dat we met elkaar ruimte konden maken voor kinder IC. Binnen 48 uur was het geregeld, daar waar je normaal gesproken maanden doet om dit soort dingen te plannen, werkte nu iedereen meteen mee, knopen werden snel doorgehakt, alles was mogelijk en iedereen stond paraat. Ook de dankbaarheid van de volwassen IC was goed merkbaar. Men waardeerde onze hulp en we hebben zo laten zien dat we flexibel zijn waar nodig. Al met al voelt het echt alsof we het samen doen, dat was heel mooi. De contacten met andere afdelingen, zoals de neonatologie, werd ook beter. Hun patiëntenzorg gaat natuurlijk gewoon door, want deze is niet van corona afhankelijk en dus hebben we met elkaar gekeken waar wij op de kinderafdeling kunnen ondersteunen. We hebben nieuwe handelingen aangeleerd zodat we kinderen van de neon eerder op onze afdeling konden overnemen. Wat ik ook bijzonder vond om te merken was dat we ook door de buitenwereld ineens gezien werden. Natuurlijk was het applaus in de eerste week een mooi moment maar ik vond het vooral fijn om te merken dat ik van alle kanten hulp aangeboden kreeg en lieve berichten van familie, vrienden en relatief onbekenden. Mijn echtgenoot werkt als ambulance- en IC verpleegkundigen en met 3 kleine kinderen thuis was de hulp en steun erg welkom!”

Jolanda: “Dat de zorg nu meer in de picture staat en dat men nu lijkt te beseffen hoe belangrijk we zijn. Hopelijk blijft dit zo.”

Lisette: “De betrokkenheid onder elkaar wordt sterker, we bellen ouders hoe het met ze gaat en direct vragen ze terug hoe het met ons gaat, de onderlinge band tussen gezin en verpleegkundige is in de thuiszorg vaak heel sterk.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Eline: “Het werk verandert enigszins. Er is de afgelopen weken meer tijd geweest voor de patiënten en diens naasten. Omdat ook alle scholing verviel, was er extra tijd voor de kwaliteitspaspoorten, de bekwaamheidsverklaringen en werkgroepen die opgepakt moesten worden. Je kan weer even echt de tijd nemen voor datgene wat je aan het doen bent. Ook de werkbegeleiding had alle tijd om studenten mee te nemen in het klinisch rederneren proces. Wel moet je waken dat je niet ‘lui’ wordt van zo weinig patiënten. We hebben ook echt met elkaar kunnen lachen en ook dat is soms zo lekker!”

Jolanda: “Dat je je werk niet zo kunt uitvoeren als normaal. Dat je niet een ouder kunt steunen zoals je anders doet. Dat bepaalde werkzaamheden geen doorgang vinden.”

Lisette: “De grootste impact is dat er veel dingen nu per videobellen gaan wat voorheen tijdens een thuisbezoek gebeurde, dit maakt het werk wat afstandelijker terwijl een thuisbezoek altijd juist zo fijn is om goed met elkaar in gesprek te kunnen gaan. Vergt meer creativiteit wat betreft opbouwen van een goede werkrelatie.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Eline: “Aan alle zorgprofessionals voor de zorg voor zieke kinderen; Samen zijn we sterker dan alleen, laten we vooral de verbinding en de samenwerking met elkaar opzoeken. Goede ideeën met elkaar delen, want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde, dat de zorg zo optimaal mogelijk geregeld is voor het zieke kind en zijn omgeving.”

Jolanda: “Houd je doel voor ogen dat je altijd hebt: zorgen voor kind en ouders.”

Lisette: “Met elkaar gaan we dit volhouden, ik ben trots op hoe we in deze tijd met elkaar inhoud geven aan de problematiek waar we met zijn allen inzitten. Voor alle collega’s petje af voor de flexibiliteit en inzet ook op andere gebieden dan normaal. Voor alle ouders, blijf in gesprek met de zorgverlener, durf aan te geven waar er een eventueel knelpunt zit zodat we met elkaar daar invulling en oplossing aan kunnen geven zodat we ons gezamenlijke doel, het kind, zo optimaal mogelijk kunnen begeleiden.”

Zullen we de mooie dingen uit de coronacrisis behouden?

Bij kinderen maken we ons gelukkig bij een besmetting van het coronavirus minder zorgen omdat een besmetting over het algemeen mild verloopt. Met uitzondering van de risicogroepen. Maar wat als je kind nu wel ziek is of behandeling/onderzoek nodig heeft? Meer dan 50% van de ouders heeft te maken met het uitstellen van afspraken van hun kind in het ziekenhuis. Het overgrote deel geeft aan dat ze zich zorgen maken over de gevolgen van uitstel van zorg. Vrijwel alle ouders van kinderen met een (chronische) aandoening maken zich ook in algemene zin zorgen over hun kind in tijden van corona. Dat blijkt uit
onderzoek dat wij als Kind & Ziekenhuis van 31 maart tot en met 21 april 2020 hebben gehouden onder 750 ouders.

Een grote pluim voor het harde werk om weer toekomst te bieden, vooral aan de zorg! Iedereen ziet het belang van het weer zo snel mogelijk opstarten van de reguliere zorg. Laten we dit echter doen in samenwerking. De coronacrisis heeft vele negatieve gevolgen, maar ook positieve. Waar we al jaren bezig zijn om digitaal patiënten uit te wisselen tussen onder meer ziekenhuizen, kon het nu opeens binnen één week geregeld worden. Waar het videoconsult nog vele obstakels kende, werd het binnen een paar weken overal toegepast. Laten we dit vasthouden!

Zoals wij zo vaak zeggen: kinderen zijn geen kleine volwassenen, zo ook bij het weer opstarten van de zorg en maatschappij. Aanwezigheid van ouders bij medisch handelen is bijvoorbeeld noodzakelijk om zoveel mogelijk angst en stress te voorkomen en ontwikkeling en hechting niet te verstoren. Denk hierbij vooral niet alleen aan zorg in ziekenhuizen en bij huisartsen. Maar juist ook aan alle kinderen die thuis of in verpleegkundige kinder(dag)verblijven zorg krijgen of ergens anders wonen. Solidariteit is ook onderdeel van de corona-aanpak. Elk gezin wil straks weer zoveel mogelijk meedoen. Gezinnen met een kind met zorgbehoefte in quarantaine laten zodat anderen meer bewegingsruimte hebben past niet bij solidariteit. Zullen we daar ook allemaal aan denken?

De samenhorigheid en de zeer snelle samenwerking over de muren van (zorg)organisaties heen van de laatste twee maanden kunnen in mijn ogen het voorbeeld zijn om landelijk als kindzorg een gezamenlijk plan van aanpak te maken. Een plan waarbij in elke regio alle zorg voor kinderen weer beschikbaar komt, er rekening wordt gehouden met wie welke zorg nu aankan. Ontwikkel één screening voor wie waar naartoe kan, één beleid wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing zijn, één informatiefolder voor kind en gezin. Neem de persoonlijke situatie per gezin mee in de volgorde van afspraken. Zet ook vooral de vele mooie digitale toepassingen in om de zorg efficiënter en bijvoorbeeld op afstand te laten plaatsvinden. Maar bovenal: denk vanuit kind en gezin, zet hen in het midden en niet de logistiek en organisatie. Denk over de lijnen en muren heen! Wie pakt mede met ons deze handschoen op?

Hester Rippen
Stichting Kind en Ziekenhuis

Informatie over het coronavirus en kinderen: kindenzorg.nl/coronavirus.

Magazine Kind & Zorg – juni 2020

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan zwangere Anne

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: Anne is ten tijde van het interview 20 weken zwanger en in verwachting van haar tweede kind.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering voor jou als zwangere door de coronacrisis?

Anne: “De grootste verandering is het aantal controlemomenten tijdens de zwangerschap en dat mijn partner en kind niet meer mee mogen. Vooral tijdens de 20 weken echo was dat een gemis.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om jezelf en je ongeboren kind door corona?

Anne: “Ik heb begrepen dat artsen en verloskundigen niet goed weten wat het virus in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap met de baby doet. Ik ben in het tweede trimester behoorlijk ziek geweest. De symptomen waren niet typisch corona maar het zou wel corona kunnen zijn geweest. Ik hoop dat de baby hiervan geen gevolgen heeft meegekregen.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief door de coronacrisis als zwangere?

Anne: “Ik vind het eigenlijk wel fijn om minder controles te hebben. Het is toch altijd best een gedoe om naar de praktijk te gaan en dat te combineren met werk en kind. Ik ervaar ook niet iedere controle als erg zinvol, dus ik vind minder controles wel positief. Ook vind ik het positief dat de telefonische bereikbaarheid nu een stuk beter is. Toen ik mij zorgen maakte kon ik telefonisch meteen terecht terwijl dat normaal maar 1 uur per dag is. En ik vaak ook vergeet welk uur dat ook alweer is. Ook heb ik een paar telefonische consultenten gehad van een bekkenfysiotherapeut, dat ging echt heel goed.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis op jouw gezinsleven/sociale leven als zwangere?

Anne: “Momenteel probeer ik thuis zoveel mogelijk te werken aan de eettafel en mijn man ook. Ondertussen loopt ons kind van 1,5 jaar rond. Dat is best een uitdaging. Al doende hebben we gemerkt dat we het best elkaar kunnen afwisselen in tijdblokken van 1,5 uur/2 uur. Het is dus heel veel schakelen en werken met veel achtergrondgeluid. Het gekke is dat het ook wel weer went. Ik vind het wel erg jammer dat er nu geen sport is, ook niet voor zwangere vrouwen natuurlijk. De vorige zwangerschap vond ik dat erg leuk en het hielp mij in beweging te blijven. Ik ben bang dat als het sporten straks weer mag mijn zwangerschap straks al te ver is om nog te beginnen. Wat ik wel heel positief vind is de hoeveelheid tijd die ik nu heb voor mijn man en kind. Ik besef mij wel weer dat zij het belangrijkste zijn voor mij. Al mis ik sociaal contact en uitjes ook, maar minder dan ik in het begin van de crisis had gedacht.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven aan andere zwangere vrouwen en/of aan zorgprofessionals en andere belanghebbende?

Anne: “Blijkbaar zijn niet alle controlemomenten echt noodzakelijk. Het zou best fijn zijn als je zelf kan bepalen of niet noodzakelijke controles nodig zijn of niet. Wat meer flexibiliteit dus.”

Je kind testen op corona? Ja of nee?

Ondersteunende keuze-informatie voor ouders

Iedereen met klachten die passen bij het coronavirus kan zich vanaf 1 juni 2020 laten testen. Laat jij je kind dan zonder meer testen bij klachten? Welke afwegingen kun je maken? Ten eerste zijn kinderen geen kleine volwassenen. Hierdoor houd je met andere dingen rekening. Ten tweede is de test met een wattenstaafje diep in de neus en keel niet prettig. Ook al duurt het maar kort. Zo zijn er meer overwegingen. Stichting Kind en Ziekenhuis en Charlie Braveheart Foundation hebben vanuit hun ervaring en betrouwbare informatie overwegingen voor ouders op een rijtje gezet.

Komt jouw kind in aanmerking voor een coronatest? Het laten testen van je kind is een persoonlijke keuze met voor- en nadelen. Een test afnemen is een gezamenlijk besluit van kind, gezin en zorgprofessional. Onderstaande overwegingen kunnen helpen. Uiteraard zijn er uitzonderingen door medische noodzaak of de medische achtergrond van je kind.

Onderstaande informatie ondersteunt je bij het besluit

  • Meerwaarde test: Vraag je af wat de uitslag toevoegt. Verandert er iets in de behandeling van je kind als er corona wordt vastgesteld? Is dit niet het geval? Vraag je dan af of het testen echt nodig is.
  • Onprettig: De coronatest kan voor je kind een nare ervaring zijn. Zorg dat je weet hoe de test wordt gedaan. Bedenk hoe je kind hierop zal reageren.
  • Beschermende kleding: Testmedewerkers kunnen beschermende middelen zoals een pak, mondkapje en spatbril dragen. Dit kan kinderen een onveilig of angstig gevoel geven. Van dit gevoel kan je kind ook na de test nog last hebben.
  • Eerdere Ervaring: Bij kinderen die negatieve ervaringen in de medische zorg hebben (gehad) is het extra belangrijk om hierbij stil te staan.
  • Huisgenoten: Hebben volwassen huisgenoten klachten? Kun je hun uitslag afwachten?
  • Corona binnen gezin: Is bij andere huisgenoten corona vastgesteld? Moet je testen of kun je ervan uitgaan dat je kind corona heeft?
  • Klachten: Weeg mee hoe lang de klachten bestaan en hoe ernstig deze zijn.

Wie beslist het eigenlijk?

In de wet is vastgelegd dat een patiënt toestemming moet geven voor een behandeling. Dus ook voor een coronatest. Wat jij beslist en wat je kind beslist hangt af van de leeftijd van je kind. Hieronder de 3 leeftijdsgroepen in de wet.

  • Bij kinderen tot 12 jaar beslissen de ouders over de medische zorg. Kinderen hebben wel altijd recht op voor hen begrijpelijke informatie
  • Kinderen van 12 tot 16 jaar beslissen samen met hun ouders en moeten zelf toestemming geven voor een test
  • Kinderen vanaf 16 jaar beslissen zelf

Langdurig neusverkouden of luchtwegproblemen?

Het kan ook zijn dat jouw kind langdurig klachten of een bestaande aandoening heeft. Je kind is langdurig neusverkouden, heeft chronische luchtwegklachten of heeft bijvoorbeeld hooikoorts of astma. Voor deze kinderen is een speciale handreiking opgesteld. Hierin staat informatie over wanneer het zinvol is om je kind te testen en wanneer dit niet hoeft. Gaat je kind naar school of de kinderopvang? Wijs ze op de handreiking langdurig neusverkouden kinderen.

Ons advies? Test je kind alleen als het echt nodig is.

Meer info?

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan Medisch Pedagogische zorgverlener Jorinka en Linde

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: Medisch Pedagogische zorgverlener Jorinka (geen foto) en Medisch Pedagogische zorgverlener Linde (foto).

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Jorinka: “Vermindering in het aantal patiënten.”

Linde “Het contact. We kijken extra kritisch naar pedagogische hulpvragen en hebben hierdoor minder contact met patiënten en ouders. In principe bellen met beeld wanneer kinderen/ouders in druppel-contact isolatie zijn opgenomen om mondkapjes te besparen. Ook doen we dit met patiënten ter voorbereiding op hun komst of ter verwerking. Ons vak draait om in contact zijn, afstemmen en anticiperen. Dit is momenteel in sommige gevallen een grotere uitdaging.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Jorinka: “Impact van stress op ouders en op het kind. En ik bedoel hierbij de combinatie van verschillende (mogelijk stressgevende) factoren. Niet alleen de ziekenhuisopname, maar daarbij ook stress/angsten over corona en mogelijke besmetting/gevaren in het ziekenhuis, eventuele financiële zorgen, zorgen om de rest van het gezin thuis, maatschappelijke zorgen, zorgen om familieleden, stress/druk van werk. Daarbij tijdens ziekenhuisopname ook minder mogelijkheden om in balans te blijven (afwisseling met familieleden, minder mogelijkheden voor ontspanning/afleiding et cetera).”

Linde: “Dat de afstemming niet voldoende is, waardoor we de hulpvraag onvoldoende beantwoorden. Daarnaast maak ik me zorgen over belangrijke hulpvragen die we ‘missen’ omdat dit mogelijk onjuist wordt ingeschat door een andere discipline. Daarnaast maak ik me zorgen om de sociale isolatie waar kinderen en gezinnen nu mee te maken hebben, waardoor de draagkracht-draaglast erg uit balans kan raken.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Jorinka: “Creativiteit/out-of-the-box denken om gezien de omstandigheden tóch op heel korte termijn één en ander in het belang van het kind/gezin voor elkaar te krijgen om ziekenhuisopname zo goed mogelijk te laten verlopen. En de tijd/mogelijkheden om aan beleid/innovatie te werken.”

Linde: “We hebben veel projecten af kunnen ronden doordat één collega per dag thuis werkte. Hierbij kun je denken aan klinische lessen voor artsen en laboranten, een plan omtrent bewust belonen en protocollen worden herzien. Dit zijn zaken die we heel graag op willen pakken, wat echter niet altijd haalbaar is door gebrek aan tijd.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Jorinka: “In het begin van de crisis was de impact groot. Er veranderde veel, maar vooral in de omstandigheden. Gelukkig is er niet veel veranderd in de manier waarop ik invulling geef/kan geven aan mijn werk. Dat vind ik belangrijk; ik kan dezelfde zorg blijven leveren aan kinderen en ouders.”

Linde: “Dan kom ik toch weer terug bij de andere manier van contact hebben en soms geen contact hebben wat misschien wel nodig was geweest. Ik hoop niet, maar ben wel bang dat, door deze crisis meer dan anders traumatische ervaringen zijn opgedaan door kinderen en hun gezin.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Jorinka: “Eigenlijk aan alle bovenstaande: Blijf, ondanks de maatregelen die in veel ziekenhuizen gelden, per situatie/gezin bekijken wat er nodig is en wél mogelijk is om stress zoveel mogelijk te minimaliseren. Blijf als gezin/ouder aangeven wat je denkt dat je kind nodig heeft/je zelf nodig hebt, óndanks de maatregelen die er zijn.”

Linde: “Kijk naar de mogelijkheden. Wat kan nog wel? En kijk, luister en lees goed mee zodat de pedagogische hulpvragen zo goed mogelijk ingeschat en beantwoord worden.”

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan jeugdartsen Anneke en Rianne

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: jeugdarts Anneke Kesler van de GGD in Amsterdam (en hoofdredacteur GroeiGids) en jeugdarts Rianne Reijs van de GGD Zuid Limburg.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Anneke: “Ouders en aanstaande ouders kunnen niet zo makkelijk meer naar de verloskundige of jeugdgezondheidszorg om hun vragen te stellen. Zij richten zich daarom meer op de beschikbare online voorlichtingskanalen, zoals de GroeiGids. In de app van de GroeiGids kunnen ouders zelf de ontwikkeling en groei van hun kind of zwangerschap bijhouden. Zij ontvangen via de GroeiGids ook pushberichten, digitale nieuwsbrieven en berichten voor de regio. Ook worden ouders via de app doorgeleid naar de de GroeiGids ouderchat. Wij merken dat de ouderchat nu veel meer wordt gebruikt. Het is voor veel ouders echt een uitkomst, een manier om toch de vragen waar iedere ouder mee zit, te kunnen stellen aan een jeugdverpleegkundige.”

Rianne: “Geen spreekuren meer, geen overleg op school en geen huisbezoek meer! Oftewel, alles via telefoon en beeldbellen. Sommige dingen kunnen nu eenmaal niet via de telefoon, bijvoorbeeld een vaccinatie geven. Dan moet steeds worden besloten of het belangrijk genoeg is om ervoor samen te komen. Overleggen via beeldbellen met scholen en ouders heb ik al best veel gehad. Maar niet met kinderen en jongeren. Dat missen mijn collega’s en ik nu ontzettend: de kinderen en de jongeren zien. Gelukkig denken we nu na over wat er weer wel zal kunnen en hoe dan.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Anneke: “Ik vind het zorgelijk dat ouders de weg naar antwoorden niet zo makkelijk vinden als ze ergens mee zitten. Sommige ouders zijn niet zo digitaal vaardig. Deze ouders gaan niet zelf online opzoek naar informatie en antwoorden. Het is belangrijk om manieren te vinden om deze ouders toch te bereiken.”

Rianne: “Ik maak me het meest zorgen over de kinderen en jongeren die misschien straks ook niet naar school gaan als de scholen weer open zijn. Omdat ze bang zijn voor of door corona, zich niet goed of heel eenzaam zijn gaan voelen of omdat hun ouders het te spannend vinden. En de kinderen die al vaker niet naar school gingen voordat corona ‘er was’, en die misschien niet genoeg hulp of zorg hebben gehad in de afgelopen tijd. En de kinderen waar het thuis lang niet altijd leuk is geweest omdat deze vreemde situatie nu eenmaal spanningen veroorzaakt waar niet iedereen goed mee om kan gaan. Ik hoop dat we snel genoeg kunnen zorgen dat íédereen weer kan doen wat hij wil en wat bij zijn of haar leeftijd hoort. Zoals met je vrienden kunnen afspreken, sporten én naar school gaan.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Anneke: “Zeer positief is dat ouders de GroeiGids ouderchat massaal zijn gaan gebruiken, nu ze minder van spreekuren gebruik kunnen maken. Als samenwerkende GGD-en hebben wij hier alert op gereageerd door meer jeugdverpleegkundigen snel op te leiden en te laten chatten met ouders. We zien dat Jeugdgezondheidsorganisaties versneld aansluiten bij het GroeiGids platform, omdat het belang van online communiceren met ouders is toegenomen. Deze tijd vraagt ook om snel en op de juiste momenten goede informatie over coronamaatregelen aan ouders te verstrekken. Met alle kanalen die we met de GroeiGids tot onze beschikking hebben, gaat dit zeer goed. We passen de digitale berichten en nieuwsbrieven aan zodra er weer nieuwe coronamaatregelen gecommuniceerd moeten worden. Zo bewegen wij met de GroeiGids app soepel digitaal mee.”

Rianne: “Ik vind het wel heel tof om te zien dat bijna iedereen kan leren beeldbellen! Dat wil ik al heel lang vaker gebruiken, bijvoorbeeld in overleg met mensen die van verder weg moeten komen, ouders die verder weg wonen, wat zeker als ze gescheiden zijn wel eens voorkomt. Maar dat vonden veel mensen ‘voor corona’ maar gedoe en niet fijn. Het is ook niet altijd het fijnste of het beste, maar wel vaak heel waardevol en ‘goed genoeg’.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Anneke: “Het geeft ook weer kansen en ruimte voor nieuwe initiatieven. Zo is er landelijk afgestemd over informatie voor ouders. Relatief heb ik meer tijd besteed aan het schrijven en aanpassen van teksten, om (aanstaande) ouders te voorzien van actuele informatie met daarin ook rekening houdend met de coronamaatregelen. Daarnaast werk ik als arts bij de GGD nu ook in het coronabelteam waar huisartsen, arboartsen en artsen ouderengeneeskunde met vragen terecht kunnen. Ook deze artsen kunnen ergens terecht als ze even iets niet weten. Dat is erg leuk om te doen en geeft ook inzicht hoe corona ingrijpt in de samenleving en de gezinnen.”

Rianne: “De Jeugdgezondheidszorg is bij ons een onderdeel van de GGD. In deze tijd zijn veel jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen opeens ingezet voor infectieziektebestrijding. Natuurlijk doet de JGZ altijd al infectieziektebestrijding, namelijk het Rijksvaccinatieprogramma. Maar nu zitten we ook aan de telefoon en we bemonsteren mensen die misschien corona hebben bijvoorbeeld. Dat heeft de samenwerking in de publieke gezondheid weer verstevigd!”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Anneke: “Voor ouders is dit een onzekere tijd. Het is belangrijk om goed in de gaten te houden hoe je contact kunt houden met ouders, ze kunt blijven bereiken. Het is mijn werk om ouders steeds tijdig te voorzien van goede informatie en te zorgen dat ouders antwoorden krijgen op al hun vragen, Ik vind het belangrijk om hierin te streven naar een zo hoog mogelijk bereik, zodat ouders zelf weer verder kunnen en vol zelfvertrouwen hun kind kunnen opvoeden en laten opgroeien.”

Rianne: “We letten met z’n allen op de kinderen en de jongeren, dat moeten we goed blijven doen. Corona is ernstig en moeten we zien te voorkomen. Daarbij moeten we ook in de gaten houden dat de maatregelen tegen corona sommige mensen en kinderen harder treffen dan anderen en dat wij kunnen helpen dit te verzachten of meer gelijk te trekken. Dat is een heel belangrijke opdracht, kansen voor alle kinderen!”

En Rianne voegt nog toe: “Samen met collega’s laat ik via Jeugdarts in Limburg op Facebook en Instagram (@jeugdarts) ons werk zien. Al van voor het coronatijdperk, maar uiteraard ook met aandacht voor de veranderingen.”

Corona en de medische kindzorg | Vijf vragen aan kinderartsen Jaap en Frederique

Tot welke veranderingen leidt de coronacrisis in de medische kindzorg? Wat is daar zorgelijk of positief aan? Kind & Ziekenhuis legt vijf vragen voor aan kinderen, ouders en zorgprofessionals in de kindzorg.

Vandaag: kinderarts Frederique Hofstede van het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag en kinderarts Jaap de Witte van het Jeroen Bosch Ziekenhuis.

Vraag 1

Wat is dé grootste verandering in je werk door de coronacrisis?

Frederique: “De coronacrisis heeft er in mijn werk toe geleid dat we noodgedwongen andere vormen van contact met kinderen en ouders zijn gaan ontwikkelen. Spoedzorg en noodzakelijke zorg vinden doorgang in het ziekenhuis. De overige contacten lopen via telefonisch overleg vaak wel met ouder en kind. Daarnaast zijn we gestart met ‘beeld bellen’ waarbij je elkaar kunt zien tijdens het gesprek. Het belangrijkste aspect hierbij is, dat we – in welke vorm dan ook- contact houden met onze patiënten en hun ouders. Wat wij missen is het interactieve contact en het vertrouwen dat we opbouwen met de kinderen in onze spreekkamer.”

Jaap: “Het contact met patiënten en hun ouders vindt nu grotendeels op afstand plaats (belconsulten) en dat is minder leuk en, hoe gek dat misschien ook lijkt, soms ook minder efficiënt.”

Vraag 2

Waar maak jij je het meeste zorgen om als het gaat om je werk en/of cliënten/patiënten en corona?

Frederique: “Mijn grootste zorg op dit moment is, dat patiënten onnodig wegblijven uit het ziekenhuis, terwijl zij wel hulp behoeven. We kunnen in de ziekenhuizen veilige zorg bieden net als altijd, en dus ook ten tijde van de coronavirus pandemie. Maar we merken dat er onder een deel van de patiënten en hun ouders een angst is voor besmetting in het ziekenhuis. Deze mensen stellen hun bezoek aan huisarts en/of het ziekenhuis uit en krijgen daardoor niet altijd tijdig adequate hulp. Ik maak me met name zorgen om die patiënten, die ik niet zie.”

Jaap: “Als het gaat om patiënten: dat ze geen contact met het ziekenhuis durven te maken, hetzij uit angst om COVID op te lopen, hetzij uit angst het ziekenhuis te overbelasten. En dat dat lang gaat duren. Als het gaat om collega’s: dat ze het gaan volhouden. Deze situatie lang gaat duren, het wordt een marathon waarvoor lange adem nodig is.”

Vraag 3

Wat ervaar je als positief in je werkveld door de coronacrisis?

Frederique: “Het klinkt misschien vreemd, maar er zijn ook zeker positieve aspecten aan deze periode. Ten eerste ervaar ik het contact met de patiënten en hun ouders als zeer intens. Er is begrip over en weer, en meer dan ooit werken we als team samen en proberen we met elkaar de juiste oplossingen te zoeken. Daarnaast ben ik enorm trots op ons ziekenhuis en de mensen die er werken. Ik ben onder de indruk hoe we in korte tijd zo ontzettend veel veranderingen hebben kunnen realiseren. Met ongekende energie en positieve instelling hebben we met elkaar de schouders eronder gezet, om voor iedere patiënt de beste zorg te blijven leveren. De saamhorigheid is groot, de sfeer is goed, er is veel flexibiliteit. Het is geweldig om van zo’n team onderdeel te kunnen uitmaken. Daarnaast is de veranderbereidheid groter dan ooit. Innovaties vinden continu plaats.”

Jaap: “Het blijkt dat collega’s en vele ziekenhuismedewerkers voor het overgrote deel erg flexibel zijn, creatief. Plannen voor verandering en vernieuwing waarvan de uitwerking voorheen vaak lang duurde worden nu snel opgepakt en doorgevoerd.”

Vraag 4

Welke impact heeft de coronacrisis  op je werk?

Frederique: “De coronacrisis heeft een enorme impact op mijn werk! Zoals ik al aangaf, is onze hele manier van werken veranderd. Veel telefonisch contact met patiënten en waar nodig mogelijkheden creëren om patiënten veilig te kunnen zien in het ziekenhuis. Ik had verwacht als arts ook ingezet te worden op de volwassen COVID-afdelingen, maar dat is in ons ziekenhuis uiteindelijk nog niet nodig gebleken. De eerste weken waren in ons kinderziekenhuis vooral gericht op het creëren van een nieuwe werkwijze, richtlijnen en inrichting van deze zorg. Nu richten we ons met name op het verder opschalen van de iets minder urgente, maar minstens zo belangrijke zorg rekening houdend met de afstand van 1,5 meter.”

Jaap: “Voor ons als kinderartsen valt dat eigenlijk nog wel mee. Kinderen hebben geen (nauwelijks) verschijnselen van corona. Wel zijn er al enkele collega’s ziek geweest. Belangrijkste impact is de enorme verschuiving van fysieke spreekuren naar belspreekuren (en ook al wat videospreekuren). De meesten van de kinderartsen vinden dat vermoeiender en minder voldoening geven. Het ontmoeten van mensen is toch zoveel fijner dan ze digitaal benaderen? Toch zal de maatschappelijke trend waarschijnlijk zijn dat we er gebruik van zullen blijven maken.”

Vraag 5

Wat wil je als boodschap meegeven en aan wie? Denk aan je collega’s in hetzelfde werkveld, kind & gezin, andere kindzorgprofessionals en andere belanghebbende?

Frederique: “We doen het samen. Echt. Alle (kinder)artsen en het verpleegkundig team, samen met de patiënten en hun ouders. We hebben elkaar nodig om goede zorg te leveren en te ontvangen. Dat betekent dat we goed met elkaar samenwerken, begrip moeten hebben, open moeten staan voor verandering en voor elkaars suggesties. Het is voor ons allemaal zoeken naar de nieuwe juiste manier van zorg, waarbij veiligheid en kwaliteit voorop blijven staan!”

Jaap: “Geniet van wat er blijkt te kunnen, wees trots op je flexibiliteit. Gebruik deze ervaring om het palet van mogelijkheden van omgaan met kinderen, ouders, verwijzers en collega’s uit te breiden, de keuzemogelijkheden te verruimen. Blijf mensen die kennis van buiten naar binnen brengen betrekken en doe omgekeerd hetzelfde.”

Zo wordt de anderhalvemetersamenleving ook toegankelijk voor mensen met een beperking

Voor mensen met een beperking of chronische aandoening is de anderhalvemetersamenleving geen mogelijk toekomstscenario. Daarom moet het kabinet met een integraal crisisplan komen zodat ook deze groepen kunnen meedoen aan het ‘nieuwe normaal’. Illya Soffer, directeur van koepelorganisatie Ieder(in): ‘Voldoende beschermingsmaterialen moet het startpunt zijn, dat zou al een groot deel van de problemen oplossen. De deur naar de samenleving komt dan weer op een kiertje te staan.’

De coronamaatregelen zijn verlengd. Tegelijk wordt nagedacht over de inrichting van de anderhalvemetersamenleving. Voor mensen met een beperking of chronische aandoening is dat niet haalbaar zonder voldoende ondersteuning. Kun je dat toelichten?

‘Bij dit vraagstuk is het belangrijk om twee groepen te onderscheiden. Bij de eerste groep gaat het om mensen met een verstandelijke, zintuigelijke of lichamelijke beperking. Voor hen is participeren aan de anderhalvemetersamenleving niet mogelijk omdat zij in hun dagelijks functioneren afhankelijker zijn van anderen dan mensen zonder beperking. Bij sommige (ernstige) beperkingen of chronische ziekten is zorg en begeleiding vaak heel nabij en fysiek. Dat kan niet anders. Voor deze mensen is nabijheid dus heel belangrijk: nabijheid van zorgverleners, maar ook van naasten en mantelzorgers. De tweede groep bestaat uit mensen met een chronische aandoening. Zij kunnen niet deelnemen aan de anderhalvemetersamenleving omdat zij kampen met een verhoogd gezondheidsrisico. Neem bijvoorbeeld mensen met een aangeboren hartafwijking, een immuunziekte of COPD, zij zullen zich nooit onbeschermd in de ‘nieuwe samenleving’ kunnen bewegen. Natuurlijk is de kans op besmet raken even groot als bij gezonde mensen, maar COPD-patiënten lopen een veel groter risico op complicaties als gevolg van Covid-19. Sommigen van hen weten nu al dat zij bij complicaties nooit op de IC zullen worden opgenomen, omdat hun herstelkansen ten gevolge van hun beperking te klein zijn. Anderen weten dat zelfs al zou er een vaccin komen tegen Covid-19, dat dit hen geen soelaas biedt, omdat hun immuunsysteem dat niet aankan. Kortom: voor beide groepen is het heel belangrijk dat er rekening met hen gehouden wordt als het gaat om het inrichten van de anderhalvemetersamenleving.’

Lees het volledige artikel op Zorgvisie