“Zitten en luisteren!” zegt de 3-jarige juf

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

“ZITTEN” klinkt het fel uit Isa haar mond. Isa vertelt mij duidelijk wat ik moet doen. “Ik ben de juf en jij kindje.” Ik moet zitten en luisteren naar wat de juf zegt. “Ik ben geen lieve juf, stoute juf”, zegt Isa. Telkens als ik iets wil zeggen zegt ze “nee kindje, luisteren!”. Al spelend word ik kindje en brengt Isa mij naar school en naar bed. Isa is fel, streng en ik moet doen wat ze zegt, anders krijg ik straf. Braaf volg ik alle bevelen op, die niet altijd even vriendelijk klinken.

Sinds gisteren weten Isa en ouders dat ze diabetes heeft. De verpleegkundige moet ieder uur haar bloedsuiker prikken, Isa vindt dit inmiddels verschrikkelijk. Sinds gisteravond is ze al zeker 15 keer geprikt. HELP! zegt de verpleegkunde hoe gaan we dit doen?

Als medisch pedagogisch zorgverlener weet ik dat een onverwachte opname, met veel medische handelingen, voor een jong kind ingrijpend kan zijn. Door het verlies van controle, en het feit dat ouders ook onthand zijn gaan kinderen opzoek naar controle en regie. Isa maakt dit duidelijk zichtbaar via haar spel. Door met haar mee te spelen en dit te stimuleren krijgt Isa regie terug en dit zal haar helpen meer rust te vinden, ook tijdens het prikken.

Maandagochtend loop ik opnieuw de kamer van Isa in, ze pakt haar dokterskoffer en zegt: “Ik ben de zuster en jij kindje.” Ik moet m’n schoenen uit en sokken uit. Met enige aarzeling ga ik hierin mee. Ik krijg de ene prik na de andere in mijn voet. “In bed kindje, jij bent ziek.” Ik ga in bed liggen en moeder en ik geven elkaar een knipoog. Moeder begrijpt het.

De boosheid, angst en het verlies van controle tijdens de opname worden uitgespeeld met mij. Steeds meer komt de vrolijke, enthousiaste en onbezorgde Isa weer boven en daar geniet moeder zichtbaar van. Ook het prikken gaat goed, het is niet meer nieuw. Isa en ouders weten hoe het moet en wat er gaat gebeuren, ze mogen naar huis.

Spelen met kinderen in het ziekenhuis is in veel gevallen meer dan een leuke afleiding. Verwerkingsspel gekoppeld aan psycho-educatie voor de ouders zorgt voor controle bij het kind en de ouder. Resultaat is dat het kind controle herpakt en de ouder weer in staat is zijn/haar kind op een steunende manier te troosten en helpen. De gezonde opvoedrelatie kan verder gaan, ondanks een heftige ziekenhuisopname of diagnose.

Marlous de Gee
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland

Brief van een meisje met een aangeboren hartafwijking

KINDEREN EN JONGEREN | In de kindzorg draait het natuurlijk om de kinderen en de jongeren. Wat zijn hun ervaringen?

Beste mensen in het ziekenhuis,

Ik ben Nynke en ik ben elf jaar. Al bijna drie jaar geef ik les over mijn aangeboren hartafwijking op mijn moeders werk aan de coassistenten. Ik heb nu al zestien groepen van ongeveer acht mensen per groep lesgegeven. Dus al ongeveer 128 mensen!

In de les vertel ik over mijn hartafwijking en over wat ik heb meegemaakt in het ziekenhuis. Ook mogen de coassistenten naar mijn hart luisteren. Tijdens deze les heb ik een aantal keer de vraag gehad: “Heb je een tip voor ons als dokters?” en “Wie vond je de leukste dokter?”

Daarop antwoord ik: “Verpleegkundige Suzan! Zij heeft me tijdens de opname waarin ik een hartoperatie moest veel gesteund, ze heeft vier dagen voor mij gezorgd en daarin mij weer leren lopen en het ALLER belangrijkste: ze heeft haar beloftes nagekomen! Ze had me bijvoorbeeld beloofd dat als ik goed dronk dat ze dan het infuus eruit zou halen, en dat heeft ze gedaan direct nadat ik mijn drinken op had. Dus Suzan zal ik nooit vergeten. Het was superfijn dat zij er meerdere dagen voor mij was. Ik gun elk kind in het ziekenhuis zo’n verpleegkundige!”

Wie ik de leukste dokter vond tijdens de opname, dat kan ik niet vertellen. Elke dag zag ik er verschillende. Ik kan me eigenlijk niet een specifiek herinneren…

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en heb ik heel veel verschillende dokters op de polikliniek gezien. Wat ik zelf heel fijn vind is dat een dokter mij als kind ook goede uitleg geeft en mijn tip is dat ze van tevoren duidelijk vertellen wat ze gaan doen bij lichamelijk onderzoek. Ik vind dat namelijk altijd heel spannend. Als de dokter dan vertelt wat hij/zij gaat doen dan helpt mij dat.

Ook weet ik inmiddels dat er heel veel goede informatie te krijgen is in het ziekenhuis en op de website met goede filmpjes over verschillende onderzoeken. Wat ook superfijn is: dat een speciaal iemand (pedagogisch medewerker) mij uitleg gaf en geruststelde toen ik een MRI kreeg.

Het zou fijn zijn als meer ouders en kinderen weten van deze mogelijkheid en daar mag best meer aandacht aan besteed worden! Het zou mij in elk geval een hele hoop stress gescheeld hebben. Wat voor mij het belangrijkste is in het ziekenhuis: geef duidelijke informatie aan het kind!

Nynke

Magazine Kind & Zorg – november 2019

Videobeelden geven je een kijkje in de ziel van het kind!

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

De ouders van Saar, een verlegen meisje van 4 jaar, vertellen mij dat hun dochter al anderhalf jaar haar ontlasting niet durft los te laten en angstig wordt als zij voelt dat zij moet poepen. De huisarts heeft laxeermiddel voorgeschreven om obstipatie te voorkomen. Ouders zijn de wanhoop nabij en hopen dat ik de oplossing kan aandragen op het spreekuur van de pedagogische poli van de afdeling kindergeneeskunde.

In de anamnese komen geen trauma’s of andere opvallende dingen naar voren. Naast het geven van psycho-educatie stel ik voor om video-interactiebegeleiding te starten. De videobeelden zullen inzicht geven in de signalen van Saar, de interactie tussen Saar en haar ouders en de invloed hiervan op haar gedrag. Ouders zijn verbaasd dat communicatie invloed heeft op een poepprobleem, maar stemmen in.

Ik neem Saar en ouders mee naar de speelkamer om te spelen en tijdens het spel maak ik een video-opname. Saar speelt heerlijk totdat zij weer voelt dat er ontlasting aan komt. Actief ophoudgedrag wordt zichtbaar en maakt Saar onrustig. Ook de ouders worden onrustig en vragen aan haar of ze naar de wc moet. Saar ontkent en de sfeer raakt gespannen.

Een week na het opnemen van de beelden bekijken ik ze samen met ouders en richten we ons op de signalen die Saar kenbaar maakt en wat haar in het contact positief ondersteunt. Saar boft met ouders die mooi afgestemd zijn tijdens het spel wat ze spelen. Zij kunnen de signalen van hun dochter goed interpreteren. Ouders volgen Saar in haar spel, benoemen wat ze zien, wat Saar doet of wat er in haar omgaat. Als Saar het nodig heeft bevestigen ze haar zodat ze rustig verder kan spelen. Saar is ontspannen! Als we vervolgens naar de beelden van het actieve ophoudgedrag gaan kijken dan verandert er iets. Moeder valt het op dat ze ineens veel aan haar dochter vraagt en daarbij ziet ze dat Saar de neiging heeft om uit het contact te gaan en meer gespannen wordt. Op de vraag wat ouders denken dat hun dochter nodig heeft zegt vader dat Saar vertrouwen nodig heeft. De spijker op zijn kop! Maar op welke manier kun je dat dan als ouders bieden?

De ouders van Saar krijgen al snel het inzicht dat zij de vragen rondom het onderwerp poepen beter niet kunnen stellen. In plaats daarvan denken zij dat het een fijnere optie is om het ophoudgedrag en de bijkomende emoties van Saar te benoemen, net zoals zij dit tijdens het spel deden. Ook lijkt het ouders verstandig om niet te vragen of Saar naar de wc wil maar te zeggen dat zij met haar naar de wc gaan. Met deze inzichten gaan ouders thuis aan de slag.

Hoe mooi is het dat ouders met behulp van videobeelden in deze casus zelf het inzicht krijgen wat hun dochter van hen nodig heeft om rustig op de wc te kunnen ontlasten. Na twee consulten zie ik een blije Saar die inmiddels zonder stress naar de wc gaat!

Jessica Boerema
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland

iCAN: een netwerk over zorg en onderzoek vóór en dóór kinderen!

iCAN (International Children’s Advisory Network) is een wereldwijd netwerk waarin groepen kinderen en jongvolwassenen zich samen sterk maken voor de stem van jonge patiënten in zorg en in wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers Laura Postma en Malou Luchtenberg van de Universiteit van Groningen en het UMCG bezochten eind juni het jaarlijkse iCAN congres in Kansas City (Amerika) om meer te leren over het netwerk, de activiteiten die kinderen in andere landen organiseren en hun eigen onderzoek te presenteren. Hieronder vertellen zij over hun ervaringen.

iCanDe week begon met posterpresentaties van de verschillende iCAN-groepen, die ook wel ‘chapters’ worden genoemd. Hierdoor werd meteen duidelijk wat er zo bijzonder was aan dit congres: de kinderen gaven zélf de presentaties. Ze vertelden enthousiast over wat ze bereikt hadden het afgelopen jaar. Sommigen hadden zelf een onderzoek opgezet, anderen hadden activiteiten georganiseerd voor een patiëntengroep of hadden advies gegeven aan onderzoekers om bijvoorbeeld patiënteninformatie voor onderzoek kindvriendelijker te maken.

Laura en Malou kregen de mogelijkheid om een onderzoeksteam uit Groningen te vertegenwoordigen dat onder leiding staat van dr. Els Maeckelberghe (ethicus) en prof.dr.mr. Eduard Verhagen (kinderarts). Laura heeft een poster gepresenteerd over haar onderzoek “Not about us without us!” Attitudes of researchers and children about the involvement of children as co-researchers in pediatric medical research (Nederlands: “Niet over ons, zonder ons!” Meningen van onderzoekers en iCankinderen over het betrekken van kinderen als medeonderzoekers bij medisch onderzoek met kinderen). Hieruit bleek dat onderzoekers kinderen graag medeonderzoekers willen laten zijn, maar dat ze vaak niet weten hoe dat moet omdat het nog maar zo weinig wordt gedaan en onderzoekers er niet in zijn getraind. Het was daarom waardevol om van de deelnemers op het congres te horen dat zowel onderzoekers, ouders als kinderen het goed vonden dat dit onder de aandacht van de artsen en onderzoekers werd gebracht. Als kers op de taart werd de poster verkozen tot de beste poster!

iCan

Malou gaf een workshop met de titel “It actually felt like a was a researcher myself” Involving children in medical research: a VIP (very interactive presentation)! (Nederlands: “Het voelde alsof ik zelf een onderzoeker was” Het betrekken van kinderen bij medisch onderzoek: een interactieve presentatie). Zij deelde ervaringen van kinderen die haar als medeonderzoeker geholpen hebben in het analyseren van interviews. Die interviews gingen over wat jonge patiënten belangrijk vinden als zij meedoen aan wetenschappelijk onderzoek. Daarna was het tijd om met z’n allen aan de slag te gaan. Met een stift in de aanslag liepen zowel kinderen als volwassenen door de zaal om hun stem te laten horen. Zij beantwoordden vragen over hoe zij dachten dat kinderen en volwassenen het beste samen onderzoek kunnen doen. Er werd bijvoorbeeld gevraagd hoe een perfecte onderzoeker eruit zou horen te zien en hoe kinderen het beste beloond kunnen worden als zij helpen als medeonderzoeker. Er werden onderling ervaringen uitgewisseld en we hadden een discussie over de antwoorden die waren opgeschreven. Een workshop die vele ideeën opleverde voor het verbeteren van de samenwerking tussen kinderen en volwassenen in wetenschappelijk onderzoek.

 width=

Al met al was het een bijzondere week waarin we veel geleerd hebben door samen te werken met kinderen, jongvolwassenen en andere onderzoekers vanuit de hele wereld. Het was mooi om te zien hoe een netwerk als iCAN kinderen helpt hun stem te laten horen en wij hopen hier in de toekomst ook een steentje aan bij te kunnen dragen!

Wil je meer weten over onze ervaringen met het betrekken van kinderen als medeonderzoeker in onderzoek? Neem dan gerust contact op via m.l.luchtenberg@umcg.nl.

Brief van een jongvolwassene die soms nog kind wil zijn

KINDEREN EN JONGEREN | In de kindzorg draait het natuurlijk om de kinderen en de jongeren. Wat zijn hun ervaringen?

Beste zorgverleners,

Vorig jaar werd ik achttien, volwassen volgens de wet. Deze verandering van leeftijd heeft gezorgd voor een grote verandering in mijn leven. Als een kind namelijk achttien jaar wordt, moet het volgens jullie behandeld worden als volwassene, in de volwassenzorg. Voor mij betekende dit dat ik naar een andere arts moest, om in het ‘grote’ ziekenhuis verder geholpen te worden.

Ik heb gehuild toen ik afscheid moest nemen van mijn kinderarts, die ik al vijf jaar kende. Deze arts heeft mij zien opgroeien van kind tot een jonge vrouw. Bij haar was ik niet zomaar een patiënt, ik was mezelf en zij kende mij ook als persoon. Ze voerde gesprekken op de polikliniek met mij, maar betrok ook mijn ouders erbij. Tijdens ziekenhuisopnames was de tienerkamer op de afdeling mijn toevluchtsoord. Even weg van alle stress, even ontspannen. De pedagogische zorg nam me mee voor bijvoorbeeld spelletjes of zelf iets creatiefs maken. Ik voelde me daar goed, ondanks mijn ziekte. Van de ene op de andere dag moest ik weg uit het kinderziekenhuis om een afspraak te maken bij een nieuwe arts in een groter gebouw. Daar zat ik, tussen oude mensen in een wachtkamer. De doktersassistente vertelde me dat ik nu echt alles zelf moet regelen. De nieuwe arts praatte met mij, mijn ouders hadden net zo goed niet mee kunnen gaan. Een belafspraak kan wel over een paar maanden, ik hoef niet zo vaak langs te komen.

Toen ik in het kinderziekenhuis aan een medewerker vertelde hoe lastig ik het heb met de transitie van kindzorg naar volwassenzorg, kreeg ik als antwoord ‘Ja, maar je hoort nu toch niet meer in het kinderziekenhuis.’ Ja, maar wat nou als ik vind dat ik daar nog wel hoor? Wat nou als ik nog naar de tienerkamer wil, wil vertellen aan mijn arts hoe het gaat op school, een spelletje wil spelen op de interactieve muur in de wachtkamer? Wat nou als ik niet alleen beslissingen kan nemen, maar wil dat mijn ouders erbij betrokken worden? Wat nou, als ik nog even kind wil zijn…

Bij de Landelijke KinderAdviesRaad zijn we ook bezig met het onderwerp van de transitie. Daarom wil ik ten slotte nog kwijt, als we een advies gevormd hebben: neem dit serieus. Behoed de rest van de ‘volwassen’ kinderen voor de nare gevoelens die ik heb. Luister
naar het kind dat in hen schuilt.

Tamara van den Steen,
lid Landelijke KinderAdviesRaad Kind & Ziekenhuis

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis

‘Hier voel je je tenminste geen zeur’

Marleen, de moeder van Joas: ‘Toen Joas geboren werd, leek alles goed. Hij overstrekte wel vaak en huilde veel. Ook werd hij zo’n acht keer per nacht wakker. Toen hij ouder werd begon hij gewoon met praten, maar later viel zijn spraak weer weg. Als moeder zag ik al heel snel, dat er iets niet klopte.’ Maar Marleen en Corné, de ouders van Joas, werden telkens gerustgesteld; hij lag toen nog niet erg achter op het gemiddelde.

Opeens vallen

Vanwege het slaapprobleem en het vele huilen verwees de huisarts Marleen en Corné met hun zoon naar de kinderarts. Later bleken zijn voetjes naar binnen te groeien en kreeg Joas ook nog allergieën, astmatische klachten, luchtweginfecties, bultjes op zijn buik en spontane huiduitslag. Ondanks alle onderzoeken kon er geen diagnose worden gevonden. Toen Joas opeens ging vallen, zonder aanleiding, verwees de kinderarts Joas naar het Centrum voor Ontwikkelingsachterstand in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (UMC Utrecht). Joas was toen inmiddels drie jaar.

Wisselend en onvoorspelbaar

Corné: ‘We hadden daar een uitgebreide afspraak met verschillende artsen. Het viel me op dat de kinderarts geen detail over het hoofd zag, en zelf ook dingen benoemde. We hoefden als ouders niet overal zelf mee te komen.’ Tijdens de afspraak viel Joas, van het ene op het andere moment in slaap. Dat vonden de artsen ook opmerkelijk. Er volgden meerdere onderzoeken. Wat het er niet makkelijker op maakte, is het feit dat Joas’ problemen zo wisselend en onvoorspelbaar zijn. Corné: ‘Als de fysiotherapeut hem bijvoorbeeld testte, werkten zijn spieren goed. Dan kwam hij daarna bij een pedagoog, en dan zakte hij door zijn benen.’ Toen de nachtelijke koorts terugkwam, die Joas eerder had gehad, is hij ook een tijdje opgenomen geweest in het ziekenhuis.

Geen doorsnee ziekenhuis

Inmiddels is uit de eerste uitslagen gebleken dat Joas geen stofwisselingsziekte heeft. En dat er een stukje chromosoom iets anders is dan normaal. Corné: ‘Er wordt nog onderzocht of dat met Joas’ achterstand te maken kan hebben, en of wij het ook hebben.’ Vanuit het centrum werd de verwijzend kinderarts geïnformeerd, dat vonden Joas’ ouders fijn. Ze waren om meer redenen positief over het centrum. Marleen: ‘Het is geen doorsnee zorg. Je hebt meteen meerdere soorten artsen bij elkaar en je hoeft maar één keer te rijden. Ze nemen echt de tijd en je krijgt het verhaal dus in één keer compleet. Omdat we al die jaren telkens opnieuw aan de bel moesten trekken, voel je je weleens een zeur. Dat had ik hier helemaal niet. Irene van ’t Slot-Zollinger, de coördinator, weet van alle onderzoeken, regelt praktische dingen en kijkt en denkt mee. Ze kwam bijvoorbeeld ook even langs toen Joas was opgenomen. Zij begrijpt hoe moeilijk het is als je als ouders niet weet wat er is. We kunnen haar ook altijd bellen als er iets is. Maar wat zo fijn is, ze belt zelf ook regelmatig. Je vertelt dan makkelijker dingen, ook wat er goed gaat.’

Joas is inmiddels vier en krijgt nu logopedie en fysiotherapie. Het gaat goed met hem op het speciaal onderwijs. Zijn ouders wachten nog op de uitslag van de ‘WES’; een uitgebreid DNA-onderzoek waarin naar alle bekende genen wordt gekeken. Corné: ‘We proberen er niet te hard op te rekenen dat daar nu wel iets uitkomt. Mocht er inderdaad niets uitkomen, dan hopen we op nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. Zodat er alsnog een diagnose kan worden gevonden, en we hem passende zorg kunnen geven.’

Stichting Kind en Ziekenhuis door Anne-Marie de Ruiter

Lees ook het artikel ‘Een lange zoektocht is belastend voor ouders en kind’

Centrum voor Ontwikkelingsachterstand

Loopt je kind achter in zijn of haar ontwikkeling, maar je weet (nog) niet hoe dit komt? Of twijfel je of de ontwikkeling van jouw kind wel goed verloopt? Misschien is er sprake van een ontwikkelingsachterstand. Het Centrum voor Ontwikkelingsachterstand helpt jou en jouw kind zo snel mogelijk een antwoord te krijgen op twee vragen: ‘Wat heeft mijn kind?’ en ‘Wie helpt mij?’.

Centrum voor Ontwikkelingsachterstand

6 x waterpokken en een zorgintensief kind

Ik had al een melding voorbij zien komen van school ‘er heerst waterpokken’. Dus het was een kwestie van tijd. En ja hoor, afgelopen week verschenen de eerste ‘pokkies’ bij Bommel. Toen werd ik er weer even fijntjes aan herinnerd dat niks simpel is bij een zorgintensief kind zoals zij, zelfs de waterpokken niet…

De waterpokken staat bekend als een weliswaar vervelende, maar onschuldige kinderziekte. Ieder kind krijgt het vroeg of laat en ieder kind moet er dus doorheen. Zo ook Bommel. Alleen zorgen deze pokken bij haar wel voor de nodige uitdagingen:

1. Ze blijft krabben tot het bloedt

De eerste rode vlek zat op haar hand. We dachten nog dat het een muggenbult was, of zo. Toen dacht ik al: oh ja, het insectenbeten seizoen komt er weer aan, *zucht*. Bommel en jeukende bultjes gaan namelijk niet samen. Ook deze vlek op haar hand was al knalrood van het krabben en er verscheen al een wondje. Want dat is wat Bommel doet, net zo lang krabben tot alles bloedt. Dat ik de jeuk weg kan nemen met iets als Azaron of in dit geval met waterpokken-spul, snapt Bommel niet. Er is jeuk en dat moet stoppen, dus krab je tot je een ons weegt.

2. Pleisters trekt ze er af

Nu denk je misschien: dan smeer je toch wat spul en plak je er een pleister op? Dat zou ik inderdaad graag doen, maar Bommel vindt dat pleisters niet op haar lichaam horen. Het zijn rare dingen en daar krijgt ze kortsluiting van in haar koppie. Dus waar ze ook zitten en of ik ze nou nog met extra plakkers hebt vastgeplakt, of niet, ze zal ze er altijd af slopen. Ze is er helaas ook wonderbaarlijk goed in.

3. Wat ik opsmeer likt zij er weer af

Wat ook zo lekker helpt is dat ze, daar waar ze er met haar tongetje bij kan, alles wat ik op haar smeer er net zo snel weer aflikt. Crème, zonnebrand en dus ook waterpokken-spul. Dus daar waar ik haar probeer te helpen, zit zij dat – onwetend – te saboteren. Weg is de jeuk remmende werking, met nog meer krabben tot gevolg én Bommel heeft ook nog iets in haar mond wat er niet in hoort. Dus dat wordt snel spoelen met drinken. Bezigheidstherapie ten top!

4. Wondjes verhogen het risico op krentenbaard

Een andere consequentie van al dat krabben – waar de moed me dus van in de schoenen zakt als ik het haar zie doen – is dat Bommel dan een verhoogde kans heeft op krentenbaard. Ook al zo’n lekker besmettelijk iets. We hebben het bij Bommel al een paar keer gehad met haar dwangmatige krabben. Ik heb nu dan ook al visioenen van bekers uitkoken, elk doekje heet wassen en het speelgoed iedere avond in de vaatwasser gooien. Immers: hoe meer wondjes, hoe meer kans. En laten waterpokken nou nooit in hun eentje komen…

5. We kunnen niet communiceren

Op dit soort momenten realiseer ik me weer extra hoe irritant het is als je niet met elkaar kunt praten, op wat voor manier dan ook. Voor Bommel vind ik het sneu, want ze kan me niet vertellen hoe ze zich voelt of wanneer ze de jeuk op voelt komen. Ze is nu dus extra afhankelijk van mijn goede gok kunsten en dat ik dan hopelijk in 1 x het juiste gok en doe. Op mijn beurt probeer ik me niet te frustreren dat ze mijn pogingen om haar te helpen vaak saboteert (door dat likken) en dat ik haar niet duidelijk kan maken dat ik haar dus alleen maar wil helpen.

6. Mantelmama in overdrive

Ook al zijn het ‘maar’ de waterpokken, ik heb als getrainde Mantelmama meteen een plan in mijn hoofd, wat ik ook direct uitvoer: nagels knippen, want die moeten kort zijn i.v.m. het krabben, paracetamol geven voor de lichte verhoging en waterpokken-spul kopen en direct opsmeren tegen de jeuk. Alles. Nu. Meteen. Direct!

Als Bommel eenmaal rustig ligt te slapen, zit ik op de bank. Mijn hart bonkt als een bezetene en de adrenaline giert door mijn lijf. Echt, ik zit erbij alsof Bommel net met grote spoed met de ambulance naar het ziekenhuis is afgevoerd. Een herkenbaar gevoel dat ik regelmatig heb gehad, alleen nu zo onnodig. Dat slijt dus kennelijk niet. Stiekem dus toch niet zo simpel, die waterpokken. Het zijn immers vaak de kleinste vlekjes die zorgen voor de grootste uitdagingen…!

Mantelmama

Vera, trotse moeder van 2 dochters (waarvan 1 zorgintensief zonder diagnose), getrouwd, tekstschrijver en spreker. Baant zich een weg door het oerwoud van de medische wereld en schrijft blogs & columns over haar avonturen. Spreekt over haar persoonlijke ervaringen om bij te dragen aan het verbeteren van de Kindzorg.

www.mantelmama.nl