Minder angst en stress bij bloedafname in het IJsselland Ziekenhuis

Een goed voorbeeld van aandacht voor prikangst bij kinderen. Het IJsselland Ziekenhuis is sinds kort gestart met een kindvriendelijk bloedafnamepunt op de kinderpolikliniek. In het speciale spreekuur is er meer tijd en aandacht voor het kind. Het doel: angst en stress verminderen. Zo kunnen kinderen vooraf verdovende zalf krijgen en worden er verschillende afleidingsmaterialen en helpend taalgebruik ingezet. Dit alles in een kindgerichte omgeving. De medisch pedagogisch zorgverlener zorgt voor een passende begeleiding en is er ook om dit vooraf met ouders te bespreken. Tijd en aandacht voor en maatwerk per individueel kind, de basisprincipes voor kindgerichte en traumavrije zorg.

Er is een nieuw speciaal kindvriendelijk bloedafnamepunt op de kinderpolikliniek in het IJsselland Ziekenhuis gestart. Met gerichte begeleiding en afleiding door een medisch pedagogisch zorgverlener dragen we er zorg voor dat kinderen bloedafname als minder angstig ervaren. Alle kinderen vanaf 6 maanden tot 18 jaar kunnen van deze extra service gebruik maken. Dit kan iedere week op vrijdagmiddag tussen 13.00 – 16.00 uur, op afspraak.

Een bloedafname kan voor kinderen een stressvolle ervaring zijn. Door een kindvriendelijke omgeving kunnen zij beter omgaan met de spanning en onzekerheid die dit met zich mee kan brengen. Daarom is op de poli Kindergeneeskunde een nieuw spreekuur in een bijzondere kamer ingericht. Op het speciale spreekuur wordt meer tijd ingepland en is er meer aandacht voor zowel het kind als de ouder of verzorger. We maken op de polikliniek gebruik van verschillende afleidingsmaterialen en (ontspannings-)technieken en het taalgebruik wordt aangepast (comfort talk).

Van te voren kan worden gekozen voor het gebruik van verdovende Emlazalf. Dit zorgt ervoor dat het kind de bloedafname minder voelt. De huisarts kan de zalf voorschrijven die thuis wordt aangebracht, minimaal 1 uur voor de bloedafname. Een andere optie is de Emlapleister. Deze pleister kan van te voren worden afgehaald bij de kinderpolikliniek in het IJsselland Ziekenhuis. Ook hier is de minimale inwerktijd 1 uur. Op de website staat een filmpje over het gebruik van de pleister.

Het IJsselland gaat tevens werken met een ziekenhuispaspoort. Hierin kunnen kinderen tot op zekere hoogte hun wensen aangeven. Daarnaast kan de ouder, indien gewenst, van tevoren de werkwijze met de medisch pedagogisch zorgverlener bespreken. Alle kinderen zijn welkom, de medisch pedagogische zorgt voor passende begeleiding voor ieder kind.

Uiteraard kunnen kinderen ook nog gewoon gebruik maken van de kortere afspraakmogelijkheid op het algemeen afnamelaboratorium. Ook hier is een speciale kinderplaats.

Dit initiatief is mogelijk gemaakt i.s.m. de Lionsclub Capelle IJsselrijck en de Stichting Vrienden van het IJsselland Ziekenhuis.

Bron: IJsselland Ziekenhuis

Pijn en angst vermijden bij kinderen moet net zo’n belangrijk doel zijn als de medische verrichting zelf

Onmiskenbaar begint procedurele comfortzorg bij kinderen zich te verspreiden over Nederland. De opleiding Procedureel Comfort voor Kinderen van het PROSA Kenniscentrum brengt steeds meer zorgteams de grondige kennis bij die nodig is voor traumavrije kindzorg. Een interview met initiatiefnemer Piet Leroy: “Procedureel comfort vereist dat je weet hoe pijn, angst en focus werkt bij kinderen.”

Opgewekt meldt James (3 jaar) * zich elke maand bij het procedureel sedatie team van Maastricht UMC+, de afdeling van Piet Leroy. James is altijd goedgemutst, terwijl hij toch verdoofd gaat worden en een forse naald in zijn arm gaat krijgen om zijn medicijn toe te dienen.

Maar James weet precies wat er gaat gebeuren. Eerst verdovende EMLA-zalf op zijn armen. Dan spelen. Daarna zal die sedatiemevrouw dat watje even zachtjes in zijn neus duwen. Niet leuk, maar het is zo voorbij, hij heeft het vaak geoefend thuis. Weer even spelen en dan lekker in slaap vallen. Als hij wakker wordt, zal alles voorbij zijn. Net als de vorige keer, en net als de keer daarvoor.

Kinderarts-intensivist Piet Leroy vertelt het verhaal van James graag om duidelijk te maken waar het bij procedurele comfortzorg, medische verrichtingen zonder pijn en angst, in de kern om gaat. Niet om bellenblazen, afleiden, een virtual reality-bril opzetten, hypnose, goede informatie geven, focustaal gebruiken of sederen. Natuurlijk, dat zijn allemaal belangrijke technieken, die in bepaalde situaties goed werken maar in andere omstandigheden niet. In de kern gaat het bij procedureel comfort om vertrouwen.

Duurzame vertrouwensrelatie

“Het doel is het sturen van de individuele emotie van angst naar vertrouwen”, doceert Leroy. “Als dat vertrouwen er eenmaal is en niet wordt geschaad, zal er bijna altijd een duurzame vertrouwensrelatie tussen enerzijds het kind en zijn ouders en anderzijds de behandelaars ontstaan. James heeft een chronische aandoening, hij zal zijn leven lang deze medicijnen toegediend moeten krijgen. Maar daar hoeft hij in principe nooit last van te ondervinden.”

De boodschap van Piet Leroy bevat goed en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat angst, pijn en stress bij kinderen tijdens medische procedures in de meeste gevallen te voorkomen zijn. Van tal van technieken zoals hierboven beschreven staat inmiddels wel vast dat ze bijdragen aan procedureel comfort, maar dan moeten zorgprofessionals deze technieken wel deskundig inzetten, consistent en professioneel, in de juiste situatie en op het juiste moment.

“Angst, pijn en stress bij kinderen tijdens medische procedures zijn in de meeste gevallen te voorkomen”

Posttraumatische stress

En daar heb je het slechte nieuws: in de praktijk gebeurt dat vaak niet. Waardoor angst, pijn en stress in de praktijk nog erg vaak voorkomt bij handelingen als bloed afnemen, een infuus aanbrengen, een maagsonde plaatsen of een blaaskatheter inbrengen. Ook dwang door zorgverleners, als reactie op verzet bij het kind, komt in de praktijk nog voor. Dit kan wantrouwen en zelfs posttraumatische stress veroorzaken. Bijna 80 procent van de kinderen met een chronische ziekte ontwikkelt angst voor opnames en medische handelingen, bijna altijd als gevolg van een eerdere traumatische ervaring in de zorg.

Hoe kan dit? Zorgprofessionals willen toch geen angst en pijn veroorzaken bij kinderen?
Leroy: “Dat klopt natuurlijk. Maar het is goed te verklaren waarom het toch gebeurt. Allereerst: in de basisopleidingen voor zorgprofessionals is nauwelijks aandacht voor procedureel comfort. De nadruk in de opleidingen ligt zozeer op het goed leren uitvoeren van de medische handelingen, dat er bij zorgprofessionals-in-spe zelfs een soort empathische blindheid ontstaat, een blinde vlek voor het discomfort bij de patiënt.”

Werkprocessen bepalend

Een tweede belangrijke oorzaak, legt Leroy uit, is dat in de ziekenhuizen de logistieke werkprocessen vaak leidend zijn bij het inplannen van verrichtingen, en niet wat uit oogpunt van comfort het beste uitkomt. “In het voorbeeld van de kleine James is het andersom: het procedurele comfort staat centraal, de logistieke werkprocessen zijn daarop aangepast. Dat is een omslag die veel ziekenhuizen nog moeten maken. Procedurele comfortzorg, het vermijden van angst en pijn, moet als een minstens net zo belangrijk doel worden beschouwd als de medische behandeling zelf.”

Leroy gebruikt graag de metafoor van de gereedschapskist. Zorgteams moeten idealiter beschikken over een goed gevulde toolbox, een ruim assortiment van strategieën en technieken, zodat bij elk kind en in elke situatie procedureel comfortzorg op maat kan worden geleverd. “Er bestaat niet één wondermiddel, zoals afleiding, hypnose, speltherapie of sedatie. Toch denkt menig zorgprofessional dat dit wel zo is. In de praktijk is het realiseren van procedureel comfort daarom nog vaak een intuïtieve, toevallige activiteit, met veel goede bedoelingen, maar zonder professionele of wetenschappelijke basis.”

Weten hoe angst en pijn werkt

Belangrijker dan kennis van afzonderlijke technieken, zegt Leroy, is dat je als zorgprofessional weet hoe pijn en angst werkt bij kinderen, en welke rol de focus van het kind daarbij speelt. “Medici en paramedici hebben de neiging pijn bij kinderen te onderschatten én zich ervan af te sluiten. Terwijl effectieve pijnbestrijding essentieel is voor goede comfortzorg. Angst en stress ontstaan als een kind zich bedreigd voelt. Als je daar niet goed mee omgaat, kan de angst groter worden en een traumatische ervaring veroorzaken.”

Het is dan niet voldoende om te weten dat je door afleiding angst kunt voorkomen, aldus Leroy. “Je moet ook doorgronden waarom dat gebeurt. Afleiden heeft alles te maken met de focus, de mate waarin een kind zich richt op datgene dat het ervaart. Richt de aandacht zich op angst en pijn, dan nemen deze toe. Andersom nemen angst en pijn af als de aandacht op iets anders wordt gericht. Maar dat bereik je niet door zomaar een beetje gek te doen of een spelletje te spelen. Om dit goed te doen moet je afleidingstechnieken gebruiken die gebaseerd zijn op wetenschappelijk inzichten rond onder meer communicatie en kinderspel.”

7P-model: zeven strategieën

Piet Leroy heeft niet allemaal zelf uitgevonden wat goede comfortzorg is, benadrukt hij. Die eer gaat naar het hele procedurele sedatieteam van het Maastricht UMC+, waar Leroy deel van uitmaakt. Dat team, verantwoordelijk voor de procedurele comfortzorg in het kinderziekenhuis, onderzocht in de afgelopen jaren wat er in de eigen praktijk wel werkte en wat niet. Honderden behandelingen werden gefilmd en geanalyseerd.

Op basis van de bevindingen ontwikkelde het team het zogenaamde 7P-model: zeven elkaar aanvullende strategieën die elk zorgteam zou moeten beheersen om procedurele comfortzorg te kunnen leveren (zie kader). Leroy: “Dit model werd vervolgens getoetst aan de expertise van vele anderen. Op die manier weten we dat het model waardevol is om in de praktijk als leidraad te dienen.”

Dit 7P-model is de basis van de nieuwe interdisciplinaire opleiding Procedureel Comfort voor Kinderen, die Leroy samen met een aantal collega’s uit andere relevante disciplines en ervaringsdeskundige ouders twee jaar geleden ontwikkelde. In deze driedaagse cursus krijgen multidisciplinaire zorgteams de kennis, skills, attitudes en technologieën aangereikt die nodig zijn voor goede procedurele comfortzorg. Tegelijk leren de teams hoe ze deze zorg in hun eigen ziekenhuis of zorginstelling kunnen invoeren en verankeren.

PROSA Kenniscentrum

Om de nieuwe opleiding te borgen en de kennis over procedureel comfort verder te verspreiden, richtte Leroy vorig jaar samen met een groot aantal geestverwanten uit verschillende disciplines vorig jaar het PROSA Kenniscentrum (www.prosanetwork.com) op. Het centrum wil een lerend netwerk worden van zorgprofessionals die procedurele comfortzorg in hun eigen omgeving gaan realiseren, vertelt Leroy.

De activiteiten van het kenniscentrum worden gefinancierd door de Charlie Braveheart Foundation. Deze stichting ondersteunt ook de organisatie van het internationale PROSA congres dat op 2 en 3 december 2021 plaatsvindt in Maastricht. Nagenoeg alle wereldexperts op het vlak van procedureel comfort bij kinderen zullen daar hun kennis delen.

Menselijke waarden

Door corona kwam de nieuwe opleiding wat langzaam op gang, maar inmiddels zijn de meerdaagse trainingen weer gestart. Leroy merkt dat het PROSA-gedachtengoed bij steeds meer mensen aanslaat. Deelnemers aan de opleiding zijn vrijwel zonder uitzondering zeer enthousiast over de inzichten die ze opdoen.

En zo ziet Leroy zijn ideaal, procedureel comfort voor elk kind in Nederlandse ziekenhuizen en zorginstellingen, ondanks de weerbarstige praktijk, toch met kleine stapjes dichterbij komen.

Leroy: “Het is mooi om te zien als zorgprofessionals zich realiseren dat kindzorg zonder angst en pijn meestal mogelijk is. En dat de sleutel niet ligt in wondermiddelen, hocus pocus of technische hoogstandjes, maar in menselijke waarden als empathie en vertrouwen. En die zitten in ons allemaal.”

* James is niet de werkelijke naam van het kind

Kind & Ziekenhuis door journalist Pieter Hoogesteijn

Het 7P-model** in een notendop: zeven strategieën

1. Procedure evalueren: betekenis
Nagaan wat de betekenis is van de ingreep voor het individuele kind. Dit is voor ieder kind anders. De comfortzorg dus ook.

2. Preventie
Is deze ingreep nu echt nodig? Kan hij wachten, of gecombineerd worden met een andere ingreep?

3. Psychologisch-cognitieve strategieën
Verminderen of voorkomen van angst en het creëren van vertrouwen, bijvoorbeeld door afleiden of een leertaak.

4. Procedurele pijnstilling
Cruciaal voor het voorkomen van procedureel leed. Pas zonodig het logistieke wekproces aan, bijvoorbeeld op de inwerktijd van EMLA of Rapydan.

5. Procedureel proces
Maak het proces voorspelbaar en vertrouwenwekkend. Pas het logistieke werkproces aan op de comfortzorg.

6. Procedurele sedatie
Kan nodig zijn, evenals eventueel anesthesie. Let op: bepaalde sedatie-handelingen kunnen juist weer angst en stress veroorzaken.

7. Post-procedure zorg
O.a. debriefen, construeren van een juiste herinnering. Basis leggen voor de volgende keer.

** Over het 7-P model is gepubliceerd in Praktische Pediatrie, maart 2021: Van trauma naar Vertrouwen – procedurele comfort zorg als de missing link voor goede zorg, auteur Piet Leroy.

Meer info:

Bas is elke prik de baas! Filmpje voor kinderen om angsten voor de dokter / medisch handelen te overwinnen

Kinderen zijn soms bang bij de dokter. Mogelijk hebben ze eerder een nare ervaring hebben gehad. Of vinden ze spannend wat er gaat gebeuren. Soms neemt die angst het helemaal over en gaat het kind zich heel anders gedragen. Hoe leg je dan uit hoe dat komt en hoe stel je het kind gerust? Hoe kun je samen een manier zoeken om hiermee om te gaan?

Het filmpje “Bas is elke prik de baas!” helpt angst te overwinnen

Het filmpje “Bas is elke prik de baas!” helpt je hierbij. Het filmpje is ontwikkeld door Ann (kinder- & pijnverpleegkundige) en Aline (medisch pedagogisch zorgverlener) in samenwerking met Stichting Kind en Ziekenhuis. An en Aline zijn twee zorgprofessionals die veel met  zieke kinderen werken. In dit filmpje laten ze zien hoe dit werkt. In het filmpje neemt Bas het kind mee in een angstige belevenis en vertelt wat er gebeurt in zijn hersenen. Hij heeft bij angst eigenlijk veel last van ‘meneer André’ die hem meesleept in stress en onrust. Maar Bas leert manieren om de Baas te worden over ‘meneer André’. Zodoende gaat hij met een gerust hart en met vertrouwen medische situaties tegemoet.

Klik op het filmpje te bekijken:

Bas is elke prik de baas!
Voor kinderen om angsten voor de dokter / medisch handelen te overwinnen

De voorbeelden uit het filmpje van Bas werken voor veel kinderen. Elk kind is echter uniek. Het is daarom van belang dat zorgprofessionals en ouders samen met het kind kijken wat bij hem of haar past. Wil je meer weten over hoe je angstige kinderen kunt ondersteunen tijdens medische handelingen? Neem contact op met info@kindenziekenhuis.nl.

 

PROSA-onderwijs traumavrije kindzorg na zomer weer van start

Het PROSA Kenniscentrum voor angst- en traumavrije kindzorg hervat na de zomer het landelijke onderwijs voor zorgprofessionals Procedureel Comfort voor Kinderen. De driedaagse training voor multidisciplinaire teams vindt plaats in september, oktober en november. Voor de training in september kunnen teams zich nog aanmelden.

Procedurele comfortzorg betekent dat vanaf het begin van de medische behandeling in en buiten het ziekenhuis traumatische ervaringen vermeden worden en er een vertrouwensrelatie ontstaat tussen enerzijds het kind en zijn ouders en anderzijds de zorgprofessionals.

De driedaagse PROSA-training stelt teams van zorgprofessionals in staat comfortzorg rond medische handelingen in te voeren en up-to-date te houden in hun ziekenhuis. Centraal staat het 7P-model. Dit model omvat de 7 strategieën die een team integraal moet kunnen inzetten wil het goede comfortzorg kunnen leveren.

Onnodige pijn en angst

Het landelijke PROSA-onderwijs is opgezet omdat procedures als bloed afnemen, een infuus aanbrengen, een maagsonde of blaaskatheter inbrengen of het behandelen van letsel op de SEH nog veel onnodige pijn, angst en stress veroorzaakt bij kinderen. Dwang door zorgverleners als reactie op verzet bij een angstig kind veroorzaakt wantrouwen of zelfs posttraumatische stress.

Er zijn methodes om pijn, angst en stress te voorkomen, zoals goede informatie geven, afleiden, focustaal gebruiken, hypnose en pijnstilling. Maar in de praktijk worden deze niet of onvoldoende deskundig toegepast. Tijdens de opleiding leren zorgteams onder meer hoe pijn, angst en stress werkt bij kinderen, welke rol de focus van het kind daarbij speelt en hoe ze op deskundige, wetenschappelijk verantwoorde wijze hierop kunnen inspelen.

De driedaagse training vindt grotendeels fysiek plaats, waarbij de deelnemers ook collega’s uit andere ziekenhuizen ontmoeten. Per zorgteam kunnen ongeveer 4 tot 8 zorgverleners deelnemen. Vanaf maart 2020 waren er in verband met corona geen fysieke driedaagse trainingen.

PROSA Congres

Op 2 en 3 december vindt in Maastricht het tweede internationale PROSA-congres plaats, waarop experts op het gebied van procedurele comfortzorg uit de hele wereld hun inzichten delen. Het congres staat open voor alle zorgprofessionals die met kinderen werken.

Het eerste PROSA Congres vond in 2018 plaats. Vorig jaar werd het congres in verband met corona vervangen door een webinar.

In september lees je op Kind & Zorg een uitgebreid interview met Piet Leroy, oprichter en drijvende kracht achter het PROSA Kenniscentrum en het PROSA Congres.

De PROSA-activiteiten worden mede mogelijk gemaakt door de Stichting Charlie Braveheart.

Stichting Kind en Ziekenhuis werkt intensief samen met het PROSA Kenniscentrum en de Stichting Charlie Braveheart in het project Voorkomen van pijn, angst en dwang in de medische kindzorg. Dit project richt zich op het genereren van bewustzijn voor het onderwerp en het ontwikkelen van tools voor kinderen, ouders en zorgprofessionals.

Naar de PROSA-opleiding Procedureel Comfort voor Kinderen (info en aanmelden)

Naar het congres PROSA 2021 (info en aanmelden)

Jennifer je bent niet de enige die je kind moest dwingen om een prik te nemen!

“Jennifer Ewbank moest dochter dwingen om prik te nemen”, “Paniek sloeg om in boosheid” “Jennifer Ewbank intens verdrietig: Mama, ik haat je…”

Nieuwskoppen dit weekend van het AD, RTL Boulevard en de Telegraaf die me meteen pakken…

Jennifer Ewbank, schrijft na het traumatische ongeval van haar dochter Emily (7 jaar) met een pony, waarbij zij een schedelbreuk oploopt, van zich af… Ik ken Jennifer niet, maar herken haar verhaal, vanuit mijn eigen ervaringen, maar ook van de verhalen van veel andere ouders die ik door mijn werk spreek. Het is een herkenbaar verhaal van de machteloze, radeloze ouder, die het liefst het leed van haar kind op zich zou nemen en zoekende is hoe ze haar kind het beste kan ondersteunen tijdens medische handelingen. Eerst hield ze zich groot, maar dat was niet vol te houden.

Ik lees in haar post woorden als #forceren en ik vraag me af hoe het is gegaan. Haar dochter heeft duidelijk #prikangst, is dat wel echt serieus genomen? Hebben ze haar dochter daarbij voldoende betrokken? Hebben ze haar wel verdovende “tover” zalf aangeboden? En hoezo moest Jennifer haar dochter forceren?

De afwijzing van haar dochter die volgt en die harde woorden “mama, ik haat je”… zijn helaas herkenbaar. Kinderen die zich van hun ouders afwenden, omdat ze zich verraden voelen, niet gehoord en niet gekend voelen. Ouders die ik zelf spreek, zitten vaak in een spagaat. Ze willen voor hun kind die veilige ouder zijn, maar als een medische handeling dan “moet” gebeuren ontstaat er een spanningsveld. Veelal kampt men achteraf met een schuldgevoel. Kinderen geven aan dat hun ouder(s) op zo’n moment juist zo belangrijk voor ze zijn. Maar krijgen ouders wel altijd die mogelijkheid om in zo’n situatie vertrouwd en veilig te zijn? Gezien de reactie van de dochter van Jennifer is dat hier toch mis gegaan.

De impact op zowel kind als ouder, kan groot zijn, langdurig nawerken en het vertrouwen tussenbeide schaden.

Daarom een oproep aan zorgprofessionals in Nederland. Ouders zouden zich nooit gedwongen moeten voelen om hun kinderen te forceren tijdens medische handelingen. De impact op zowel kind als ouder, kan groot zijn, langdurig nawerken en het vertrouwen tussenbeide schaden. Er wordt in de praktijk helaas nog te weinig bij stil gestaan. Daarnaast is #dwang bij kinderen in de medische zorg, tenzij in levensbedreigende situaties, nooit ok of goed te praten. Neem de #angst van het kind altijd serieus!

Samen met haar dochter vindt Jennifer een weg, door eerst hun verdriet en daarna hun boosheid te delen en te uiten. Gooi die beker inderdaad maar door de kamer. Ik wens haar dochter in ieder geval een voorspoedig en traumavrij herstel en ben blij dat Jennifer haar ervaring deelt. Haar verhaal is een verhaal van velen.  Wij van Stichting Kind en Ziekenhuis willen dat kinderen met een gezondheidsprobleem en hun gezin zich gezien, gehoord, veilig en zo normaal mogelijk voelen. Voor, tijdens en na het medische proces. Kinderen hebben ook het recht om gehoord te worden.  Wij maken ons hard voor #trauma-vrije kindzorg en het versterken van de rol van kind en ouder. Er zijn ook meer dan voldoende mogelijkheden om angstige kinderen door medische handelingen heen te helpen.

Het is een plicht van zorgprofessionals om goede zorg te leveren en daar is kindgerichte zorg een onderdeel van. Ouders spelen daarin een belangrijke rol, maar dan moeten  ze wel de kans krijgen om een veilige rol aan te nemen. Begin vanuit vertrouwen en neem angsten serieus!

Jorien Mulder-van ‘t Riet
moeder en projectmanager Stichting Kind en Ziekenhuis

Lees het verhaal van Jennifer Ewbank

De lego kampioen!

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

Als ik binnenkom is Lars druk aan het kleuren op een mooie lego kleurplaat. Hij reageert terughoudend op wat we hem vertellen en contact maken is lastig. Lars is 8 jaar en wil niets weten van witte jassen. Hij laat zich moeilijk onderzoeken door de arts en vindt de bloedafname die komen gaat erg spannend. Voor de arts een reden om Medisch Pedagogische Zorg in consult te vragen.

Ik ga rustig naast Lars zitten en klets over de mooie kleurplaat die hij aan het maken is. Tussendoor vertel ik wie ik ben en dat ik er ben om hem te helpen. Ik neem de tijd en klets met Lars om vertrouwen te winnen. Het creëren van contact is 80% van het werk. Daarnaast probeer ik helder te krijgen waar zijn interesses liggen zodat we samen een plan kunnen maken wat zo goed mogelijk aansluit bij Lars.

Wanneer ik benoem dat wij ook lego hebben om mee te bouwen kijkt Lars op en reageert enthousiast; Lego? Ik merk dat ik zijn interesse heb gewekt en stel voor om samen een mooi lego bouwwerk te maken. Het maken van het plan is begonnen. Lars blijkt gek te zijn op lego. Ik haal een grote bak met lego op zodat Lars alvast kan gaan bouwen. Ondertussen kletsen we verder over het plan. Het maken van een groot lego bouwwerk tijdens de bloedafname gaat hem helpen zegt hij. Ik bekrachtig dit door te zeggen dat hij dit kan en dat ik er ben om hem te helpen. Samen lukt het ons! Dit geeft hem zelfvertrouwen. Door te geloven en te verwachten dat iets werkt, werkt het ook. Verwachting is van grote invloed. We kijken ondertussen of het hem ook lukt om met één hand te bouwen, zodat de andere hand vrij is voor de handeling. Ook dat gaat prima.

Lars benoemt nog dat hij bang is dat het pijn gaat doen. We spreken af om voordien Rapidan,‘de toverpleister’ te plakken zodat hij de bloedafname minder voelt. Daarnaast leggen we de focus op afleiding. Wanneer de focus gelegd wordt op de handeling of pijn dan zal dit ook op de voorgrond zijn. Leg je de focus op afleiding, dan zal de handeling of pijn op de achtergrond zijn.

Wanneer ‘de toverpleister’ goed is ingewerkt, zijn we klaar voor de bloedafname.

De laborant wordt vooraf goed geïnstrueerd over het afgesproken plan. Tijdens de handeling zit moeder veilig naast Lars en ik bouw samen met hem met lego. Tussendoor stel ik hem vragen over zijn bouwwerk om de focus nog meer op de afleiding te leggen. De laborant werkt zoals afgesproken zo stil mogelijk zodat Lars goed gefocust kan blijven op zijn mooie bouwwerk. Voordat Lars het doorheeft is de handeling al klaar. Hij is opgelucht en verbaasd. Hij heeft er namelijk niets van gevoeld en gemerkt. Lars zegt zelfs dat hij het leuk vond.

Sanne Alberink
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland

Helpend taalgebruik bij ingrepen

Positief taalgebruik werkt goed tegen angst en pijn

Folder leert ouders hoe je met taal je kind kunt helpen bij een ingreep

Bloedafname, een vaccinatie, het inbrengen van een infuus: het zijn geen fijne momenten voor kinderen. Gelukkig weten we inmiddels dat zorgverleners met goed gekozen woorden veel angst, pijn en stress kunnen voorkomen. Minder bekend is dat ook ouders met positieve taal hun kinderen kunnen helpen. Daarom is er nu de folder Helpend taalgebruik.

Als ouder kun je er zelf buikpijn van hebben als je kind een ingreep moet ondergaan. Je wilt hem of haar natuurlijk bijstaan, maar hoe doe je het goed? Zeggen dat het pijn gaat doen, dus even de tanden op elkaar? Of aangeven dat het wel mee zal vallen? Het antwoord luidt: geen van beide. Praten over pijn of waarschuwen voor een prik leidt juist tot meer angst en pijn. Wat wel helpt is tijdens de ingreep over iets anders praten, zoals de vakantie. En na afloop benadrukken wat er goed ging. Kinderen onthouden dat als een positieve ervaring. Het geeft vertrouwen voor de volgende keer.

Prettige sfeer en afleiding

Woorden kunnen helpen, is de hoofdboodschap van de nieuwe folder Helpend taalgebruik bij ingrepen als bloedafname, een vaccinatie, het inbrengen van een infuus. Door positief taalgebruik tijdens de ingreep en door afleiding ervaart het kind minder angst, pijn en stress. Steeds meer zorgverleners krijgen er training in, zegt Jorien Mulder – van `t Riet, projectleider bij Kind & Ziekenhuis, maar bij ouders is het nog nauwelijks bekend. “Terwijl ook zij met positief taalgebruik hun kinderen kunnen helpen. Tijdens de ingreep, maar ook vooraf in de voorbereiding en na afloop thuis. De folder geeft adviezen hoe ouders dat kunnen aanpakken.”

“Positieve taal leidt de aandacht af, waardoor het kind minder angst en pijn ervaart”

De folder is ontwikkeld door Kind & Ziekenhuis in samenwerking met het kenniscentrum PROSA en de stichting Charlie Braveheart, de organisatie die initiatieven stimuleert die angst en pijn bij zieke kinderen verminderen. De inhoud kwam tot stand samen met kinderarts Arine Vlieger en (hypno-) therapeute Carla Frankenhuis. Zij zijn beiden gespecialiseerd in medische hypnose en suggestief taalgebruik. Vanuit hun organisatie Skills4Comfort trainen ze zorgverleners in vaardigheden tegen angst, pijn en stress bij patiënten.

Focustaal

“De term hypnose kennen we van goochelshows”, zegt Arine Vlieger. “Daar heeft dit niets mee te maken. De enige truc is dat je kinderen zich op iets anders laat focussen dan op de ingreep zelf. Kinderen zijn daar van nature erg goed in. Ze kunnen zo in iets opgaan dat ze hun omgeving niet meer opmerken. Positieve of helpende taal, we noemen het ook wel focustaal, leidt de aandacht ook weg van de ingreep. Het gevolg is dat het kind minder angst en pijn ervaart.”

Ouders denken vaak dat ze weinig kunnen doen tijdens een ingreep, aldus Vlieger. Ze hoopt dat de folder ze doet ontdekken dat ze hun kind juist wél kunnen helpen. “Het is niet ingewikkeld, de folder bevat vooral eenvoudige, praktische tips. Zoals het advies om zelf rustig en ontspannen te zijn. Ben je dat niet, dan kan je eigen angst overslaan op je kind. En zoals de tip dat sommige kinderen juist wél hun aandacht bij de ingreep willen hebben, omdat ze dat een gevoel van controle geeft. Ieder kind is weer anders.”

Traumatiserende impact

De folder voor ouders maakt deel uit van het project Het voorkomen van pijn, angst en dwang bij kinderen van Kind & Ziekenhuis en de stichting Charlie Braveheart, vertelt Jorien Mulder – van `t Riet. Doel is meer bewustwording genereren over de negatieve en traumatiserende impact die medische ingrepen op kinderen kunnen hebben, en over de mogelijkheden om dat te voorkomen.

“We hopen dat ook deze folder ertoe bijdraagt dat ouders zich realiseren dat ze een actieve rol kunnen vervullen bij een ingreep. Ouders voelen zich daar nogal eens onzeker over. Ons advies is: bespreek dat met het team. Medische ingrepen zijn spannend, je wilt voorkomen dat frustraties over hoe het allemaal gaat de boventoon gaan voeren. Niet iedere ouder kan of wil een actieve rol spelen, en dat hoeft ook niet. Maar het is wel belangrijk om te weten dat je er een keuze in hebt.”

De folder Helpend taalgebruik bij ingrepen kwam tot stand dankzij:

Aanbevelingen voor verbeteringen van de VMS-thema’s kindzorg ‘lijnsepsis’ en ‘pijn’

De implementatie van de VMS-thema’s (veiligheidsmanagementsysteem) ‘Vroege herkenning en behandeling van pijn’ (kortweg ‘Pijn’) en ‘Voorkomen van lijnsepsis en behandeling van ernstige sepsis’ (kortweg ‘Lijnsepsis’) is niet optimaal op kinderafdelingen in Nederlandse ziekenhuizen. Dit constateerden de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Stichting Kind en Ziekenhuis maakte deel uit van de werkgroep. Uit onderzoek van het Nivel komen concrete aanbevelingen voort ter verbetering van deze twee zorgstandaarden en de implementatie ervan.

De aanbevelingen kan het NVK inzetten om de kwaliteit van deze zorgstandaarden te verbeteren en de implementatie ervan een impuls te geven. Het Nivel heeft de concrete aanbevelingen overzichtelijk samengevat in twee afzonderlijke factsheets, een over het VMS-thema kindzorg ‘Pijn’ en een over het VMS-thema kindzorg ‘(Lijn)sepsis’. Daarnaast is het complete onderzoeksrapport beschikbaar.

Een van de aanbevelingen uit de factsheet Veiligheidsmanagementsysteem (VMS) kindzorg, thema Pijn.

Aanbevelingen VMS-thema kindzorg, Pijn

78% van de respondenten geeft aan dat de huidige richtlijn ‘Pijnmeting en behandeling van pijn bij kinderen’ aan herziening toe is. Bij deze herziening zouden de volgende aandachtspunten opgenomen moeten worden:

Hanteer een holistische benadering, met aandacht voor comfort, pijn, angst en stress:

  • Met minder focus op details van medicatie en meer op copingstrategie bij individuele kind.
  • Met meer maatwerk bij pijnmeting en -behandeling, afgestemd op beleving van het individuele kind:
    • Breng de oorzaak van pijn in kaart en ook de aangrijpingspunten voor behandeling.
    • Benoem pijnmetingen niet alleen getalsmatig, maar vertaal de uitkomst naar input voor het verdere behandelplan van het kind.
    • Hanteer een aparte module voor kinderen met een verstandelijke beperking.
    • Verwijs kinderen met SOLK naar een pijnexpert.
    • Met nieuwe procesindicatoren die aansluiten bij holistische benadering.

Over het onderzoek

Het Nivel heeft in opdracht van de NVK onderzoek gedaan naar knelpunten en verbeterpunten om concrete aanbevelingen te bieden aan de NVK waarmee zij de kwaliteit van deze zorgstandaard kunnen verbeteren. Daartoe hebben ze allereerst knelpunten en verbeteringen van de huidige zorgstandaarden Pijn en (Lijn)sepsis geëvalueerd aan de hand van interactieve sessies met NVK, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) en Stichting Kind en ziekenhuis (K&Z). Op grond hiervan hebben ze een vragenlijst opgesteld die ze samen met de NVK en V&VN hebben uitgezet onder betrokken zorgprofessionals. Van de 209 respondenten was 18% werkzaam in een UMC, 29% in een topklinisch ziekenhuis en 51% in een algemeen ziekenhuis.

Bron: nivel.nl

Koning Thijs

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

Thijs kijkt met grote ogen naar de artsen en verpleegkundigen die de kamer betreden. Ik klop op de deur en blijf in de deuropening staan, ik zeg tegen Thijs; ‘Volgens mij ben jij een koning geworden?’. Hij kijkt mij wat verbaasd aan, zoals alleen Thijs dat kan.
Ik benoem wat ik zie; ‘Iedereen die bij jou binnen wil komen trekt een mooie jurk aan, pas dan mogen ze jouw kamer in komen. Ik maak een dansje met mijn schort, trek de onderkant omhoog en maak een diepe buiging. ‘Hallo koning Thijs, zou ik misschien verder mogen komen?’. Thijs begint te lachen. Hij gaat op zijn bed staan en maakt ook buigingen. Hij pakt met zijn ene hand zogenaamd iets beet en buigt helemaal voorover terwijl hij met zijn andere hand koninklijk rondjes maakt.

Thijs is een jongetje van 4 jaar oud dat voor langere tijd wordt behandeld in een kinderziekenhuis. Door een virus in zijn bloed heeft hij een zo genoemde “contactisolatie”. Thijs mag niet van de kamer en iedereen die de kamer binnen gaat moet een schort en handschoenen aan. Thijs snapt hier niets van, hij herkent door de mondkapjes en schorten de artsen en verpleegkundigen minder goed, hij kan moeilijker onderscheid maken tussen de verschillende disciplines en lijkt daardoor bang te worden van medewerkers die zijn kamer betreden. Om deze stress/angst bij hem weg te nemen en hem weer wat meer te laten ontspannen besluit ik de schorten tot jurken te bestempelen.

Ik zeg tegen Thijs dat ik deze jurk wel zó mooi vind, dat ik er wel in zou kunnen trouwen. ‘Met mij?!’ roept Thijs. ‘Ja, natuurlijk!’ zeg ik. En de volgende dag is het zover, we gaan trouwen. De hele afdeling helpt mee, we maken met papieren ziekenhuistape ringetjes, er wordt een luier om mijn hoofd gebonden en ik bind een hydrofiele doek onder mijn elastiekje waardoor het lijkt alsof ik een sluier heb. Op de balie van de afdeling staan nep bloemen die ik als bruidsboeket in mijn handen houdt. Thijs staat ondertussen op zijn bed te springen met zijn armen in de lucht; ‘Trouwen! Trouwen! Trouwen!’. Een andere collega blaast bellen terwijl ik de kamer binnenloop. En zo wordt het enge schort een prachtige trouwjurk.

Een isolatie kan voor kinderen in het ziekenhuis veel indruk maken, kapjes voor mond en neus zorgen voor verlies van mimiek waardoor je minder makkelijk contact kunt maken en je al snel bedreigend kunt overkomen. Schorten zorgen voor afstand en minder voorspelbaarheid. Het is erg belangrijk om hier iets mee te doen, het tekenen van een lachende mond of een snor op een mondkapje voordat je het opzet kan al direct heel anders overkomen. Met een beetje creativiteit in acties of in woorden kun je er al voor zorgen dat stress en angst verminderd.

Toen de virus uit Thijs zijn bloed was en de isolatie was opgeheven was hij zelfs een beetje teleurgesteld dat de jurken weer weg waren.

Sophie Haverkate – Uitdehaag
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland

Moet het NU?

Maandelijks op de nieuwsblog Kind & Zorg: een column van de Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland over wat zij meemaken in de praktijk.

’s Morgens tijdens het inlezen van mijn patiënten word ik door de kinderverpleegkundige gevraagd of ik bij de bloedafname van de negenjarige Emre kan helpen. Ze zijn al begonnen. Het lukt Erme echter niet om mee te werken.

Gisteren heeft mijn collega met Emre en moeder een stappenplan voor de bloedafname opgesteld. De inschatting was dat het hem met moeder zou lukken, helaas was dit toch niet het geval. Het verzoek van de kinderverpleegkundige is of ik er nu bij kan komen voor begeleiding. Ze geeft aan dat Emre zegt dat het hem zodirect wel zal lukken. De laborant kan ieder moment weer terug komen voor poging twee. Ik zie een angstige jongen op bed die geen oogcontact maakt. Wanneer ik kennis maak en vragen stel geeft hij nauwelijks antwoord. De spanning is voelbaar.

Is het echt Emre die denkt dat het zodirect wel lukt? Welke rol speelt de wens van moeder? Wat zijn de beweegredenen dat het nu nodig is? Is er sprake van tijdsdruk voor de verpleegkundige en de laborant? Vragen die ik in mijn achterhoofd meeneem om de juiste stap te zetten voor Emre.

Moeder is liefdevol en ondersteunend betrokken en helpt Emre met antwoorden. Snel wordt mij duidelijk dat moeder graag wil dat het snel voorbij is voor Emre. Emre zit ‘op slot’ en de druk van de laborant die zo gaat komen draagt hieraan bij. Nadat ik gecheckt heb bij de kinderverpleegkundige of het mogelijk is, maak ik samen met Emre de keuze om op een eigen gekozen moment de laborant terug te laten komen zodat er even een adempauze komt.

Deze ruimte zorgt direct voor een meer ontspannen Emre. Hij geeft antwoorden op mijn vragen en samen kijken we kritisch naar wat anders kan. De laborant en verpleegkundige hebben het gemaakte stappenplan goed gevolgd. Wat maakte dat het hem toch niet lukte om mee te werken? We komen erachter dat Emre geen vertrouwen heeft in de verdovende zalf die al wel goed ingewerkt is. Tijdens een vorige labafname is er een ‘verdovende’ spray gebruikt en is er gezegd dat dit erg goed zou helpen. Dit is echter niet het geval, deze spray heeft geen enkel verdovend effect. We spreken af dat we de verdovende zalf nog een extra uur laten zitten, zodat ik hem nog beter kan laten voelen dat dit wel echt een verschil maakt.

Na een uur verwijderen we de zalf en laat ik hem voelen wat voor een groot verschil dit maakt.

Ik leg in het bijzijn van Emre uit aan de laborant en de kinderverpleegkundige wat de afspraken zijn en hoe Emre het graag wil.

Net voordat de daadwerkelijke labafname plaatsvindt verstijft Emre en trekt hij zijn arm iets terug. Ik pak zacht zijn hand en zeg nogmaals dat dit gaat lukken. ‘De zalf is goed ingewerkt, dat heb je gevoeld. Je zal merken hoe veel minder je zult voelen en hoeveel meer jij kan nu jij de baas bent over hoe het vandaag gaat.’ Ik knik naar de laborant en ze neemt het bloed af.

Verstijfd, met een opgetrokken en toch stille arm roept hij hard met hoge stem: ‘Ik voel niets! Ik voel niets! Ik voel niets!’ Meteen begint hij te stralen en ontspant. Emre is trots en heeft zijn vertrouwen in zijn kunnen en in de zorgverlening terug.

Linde Tornabene
Vakgroep Medisch Pedagogische Zorg Nederland