Voorzittersduo KAR

Anne en Tamara (landelijke KAR): “Kind en gezin een stem geven, daar komen we niet meer van los”

Afscheidsinterview met voorzittersduo landelijke KinderAdviesRaad

Anne Swinkels en Tamara van den Steen vervulden samen het eerste voorzitterschap van de landelijke KinderAdviesRaad (KAR) van Kind & Ziekenhuis. Begin dit jaar zwaaiden de duovoorzitters af. Hoe hebben ze hun tijd als voorzitter ervaren, en wat hebben ze ervan geleerd? Een interview.

Ze hebben pionierswerk verricht, Anne Swinkels en Tamara van den Steen, de eerste voorzitters van de landelijke KAR van Kind & Ziekenhuis. Dat alleen al: dat ze ervoor kozen om sámen het voorzitterschap te vervullen. Een logische keuze, legt Anne uit.

“We zijn beiden studerend, ook al toen we met het voorzitterschap begonnen. Dan is het fijn als je taken kunt verdelen. Als een van ons een drukke studieweek had, kon de ander het overnemen. Zo hebben we dat bijna drie jaar gedaan, van mei 2020 tot begin dit jaar.”

Anne Swinkels

Mooi en belangrijk werk

De kinderen en jongeren in de landelijke KAR geven advies aan Kind & Ziekenhuis, zodat de stichting zich goed kan inzetten voor het zieke kind, thuis, op school en in het ziekenhuis.

Nee, de KAR was geen onbekend fenomeen voor ze, want voordat ze het duovoorzitterschap aanvaardden, waren ze beiden al actief in de KAR van respectievelijk het Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen (Anne was voorzitter) en het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag (Tamara was lid).

Anne: “Dat was mooi en belangrijk werk. Het verschil is dat je je in de KAR van een zorgorganisatie vooral richt op lokale items, zoals meer speelgoed in de wachtkamer. Terwijl je in de landelijke KAR kunt kijken naar het bredere plaatje. Je denkt dan mee – én je geeft advies – over zaken die álle kinderen in álle ziekenhuizen aangaan. Dat je die invloed hebt, dat is gaaf.”

Tamara van den Steen

Concrete adviezen

Het project Verbeteren wachttijden is één van de voorbeelden waar de landelijke KAR de afgelopen tijd advies over gegeven heeft, vult Tamara aan. “Wachten kan voor kinderen stressvol zijn, want ze weten vaak niet wat er gaat gebeuren. Je kunt daar al iets aan doen door te zorgen voor afleiding, met puzzelboekjes, kleurplaten en potloden in de wachtkamer. Het kost bijna niets, en het is supermakkelijk te organiseren.”

“Wat verder helpt is dat de dokter of verpleegkundige zo nu en dan laat weten hoe lang je nog moet wachten. Als je dat niet weet, neemt de stress toe. Dat zijn concrete adviezen die we als KAR hebben gegeven. Die adviezen staan nu in de Handreiking Wachttijden voor kinderen verbeteren van Kind & Ziekenhuis. Iedere zorgorganisatie kan ze toepassen. Dat er iets met onze adviezen wordt gedaan, dat is heel bevredigend.”

Betere zorg voor kinderen

Waarom ze voorzitter wilden worden? Tamara: “Ik loop zelf al sinds mijn 11e in de zorg, ik ben nu 23. Ik heb veel dingen meegemaakt die niet goed zijn gegaan. Ik wilde me daarom graag inzetten voor betere zorg voor kinderen. Ook omdat ik weet dat ook andere kinderen negatieve ziekenhuiservaringen hebben, maar er niet over durven te praten. Ik wil het graag voor hen opnemen.”

Anne vult aan: “Bij mij is het precies omgekeerd. Ik heb geen nare ervaringen in het ziekenhuis waar ik in behandeling was. Dat gun ik andere kinderen ook. Dat ik actief ben in de KAR komt ook voort uit dankbaarheid. Ik wil graag iets terugdoen voor de zorg die ik heb gekregen.”

Veel geleerd

Hoe verschillend hun motivatie ook was, hun wens om op te komen voor de belangen van kind en gezin komt overeen. Anne: “Uit eigen ervaring weten we hoe kwetsbaar je bent als kind in een ziekenhuis. En als je als kind zelf niet kan zeggen wat je nodig hebt, is het belangrijk dat er anderen zijn die dat voor jou doen. Daarom hebben we dit gedaan.”

Ja, ze hebben veel geleerd de afgelopen drie jaar. Anne: “Ik heb geleerd dat je goed moet luisteren naar de problemen van de ander. Dat gaat niet vanzelf, zeker niet bij een kind van 11 dat niets wil vertellen. Je moet belangstelling tonen, leren doorvragen, vertrouwen winnen. Ik kan dat nu beter dan toen ik begon. Dat is een ervaring die me gevormd heeft.”

“Uit eigen ervaring weten we hoe kwetsbaar je bent als kind in een ziekenhuis”

Tamara: “Ik heb zelf een sterke mening, neem geen blad voor de mond. Dat kan een valkuil zijn als je voorzitter bent. Het risico bestaat dat anderen dan niets meer durven te zeggen. Dat is niet de bedoeling. Ik wil juist dat andere kinderen vertellen wat hen bezighoudt. Dat heb ik zeker geleerd. Ik weet nu hoe ik andere kinderen kan laten vertellen zonder dat ik druk uitoefen.”

“Die sterke mening, zeggen wat ze denkt, dat heb ik bij Tamara altijd gewaardeerd,’ reageert Anne. ‘Ik heb daardoor ook zelf beter geleerd om me uit te spreken. Ik ben minder bescheiden dan toen ik begon. Dat heb ik van Tamara geleerd.”

Tamara: “Van Anne heb ik juist geleerd om meer georganiseerd te werken. Ik ben best een chaotisch persoon, doe duizend dingen tegelijk. Als we dingen moesten regelen, zei Anne: jij doet dit, ik doe dat. Vervolgens belde ze me dan op met: heb je het al gedaan? Gelukkig maar, anders was ik het misschien vergeten.”

Altijd bellen

Ze zijn geen voorzitter meer, maar blijven zeker actief voor Kind & Ziekenhuis. Sterker nog, Anne is inmiddels zelf – naast haar studie – werkzaam als project- en beleidsmedewerker bij Kind & Ziekenhuis, ter vervanging van een zwangerschapsverlof. In deze rol is ze onder meer begeleider van de landelijke KAR, met nu twee nieuwe duovoorzitters Annemijn en Mara.

Anne: “De waarden van Kind & Ziekenhuis, stem geven aan kind en gezin, dat past zo bij ons, we komen daar niet meer van los.’ Tamara: ‘Ik werk nu mee aan het project Een grote stem voor kleine mensen. Ik geef daarin masterclasses Samen beslissen met kinderen. Nee, ik denk niet dat we er ooit mee stoppen. De mensen van Kind & Ziekenhuis mogen altijd bellen als ze ons nodig hebben.”

door Michel van Dijk, journalist

Wat is de landelijke KinderAdviesRaad?

De landelijke KAR is een groep kinderen en jongeren die meedenkt over vragen en adviezen geeft aan Kind & Ziekenhuis. Waarover? Over allerlei zaken over de zorg aan kinderen. Daardoor weet Kind & Ziekenhuis beter wat er speelt en wat kinderen en jongeren denken. Dat nemen wij mee in alles wat wij doen.

Wie zitten erin?

  • kinderen en jongeren die zelf ervaring hebben met ziek zijn of zorg.
  • kinderen en jongeren die een brus (broer of zus) zijn van iemand die zorg nodig heeft (gehad).
  • kinderen en jongeren die nog nooit zorg nodig hebben gehad of dit van dichtbij hebben meegemaakt.

Juist deze mengelmoes van ervaringen maakt dat we samen met elkaar in gesprek kunnen gaan over wat er goed gaat en over wat beter kan! We vergaderen ongeveer 8 x per jaar.

Wat is de landelijke KAR-dag?

1 x per jaar komen we bij elkaar op de gezellige landelijke KAR-dag. Je ontmoet dan ook leden van KinderAdviesRaden van zorgorganisaties in het hele land. Dit jaar is de landelijke KAR dag op zaterdag 18 november. Meer weten? Klik hier!

Heb je vragen of wil je meedoen?

Stuur ons een berichtje via KAR@kindenziekenhuis.nl of bel ons op 085 020 1265. Wij bellen of mailen je persoonlijk terug!

Meer weten? Klik hier!

Heeft jouw zorgorganisatie nog geen KAR?

Ai… Maar geen zorgen, Kind & Ziekenhuis helpt je op weg – klik hier voor meer info!

Landelijke KAR-dag

De landelijke KAR-dag 2023 – die wil je niet missen!

Was je erbij vorig jaar, op de landelijke KAR-dag? Ga dan snel kijken, want de aftermovie staat online. Was je er niet bij? Ga dan ook snel kijken en ontdek waarom je de landelijke KAR-dag op zaterdag 18 november 2023 echt niet mag missen!

Dus noteer in je agenda: zaterdag 18 november 2023 landelijke KAR-dag. Dit jaar niet via de laptop maar lekker live, in levende lijve dus op een leuke locatie!

Traditie

De landelijke KAR-dag is een traditie geworden. In november kropen meer dan honderd leden van KinderAdviesRaden in zorgorganisaties op hun vrije zaterdag achter de laptop voor de zevende landelijke KAR-dag. Wat maakten zij mee?

  • veel lol hebben met elkaar;
  • herkenning wat je meemaakt als je met ziekte maken krijgt;
  • elkaar vertellen wat je in jouw KAR voor elkaar krijgt of juist niet;
  • nog meer lol hebben met elkaar;
  • interessante verhalen over je rechten in de zorg, zoals samen beslissen;
  • elkaar vertellen wat je belangrijk vindt en hoe je je weg kunt vinden in de zorg.

Bo Kramer

En dan was er natuurlijk als zeer speciale gast de inspirerende Bo Kramer, Europees kampioen én wereldkampioen én paralympisch kampioen rolstoelbasketbal, terwijl haar grote droom was voetballer worden bij Ajax. Bekijk in de aftermovie hoe dat zo kwam. Bo: “Je hoeft niet altijd de sterkste of de slimste te zijn. Maar als je je goed kunt aanpassen aan wat van jou gevraagd wordt, dan komt je droom uit.”

Landelijke KAR-dag 2023

Op zaterdag 18 november 2023 hebben we natuurlijk weer zo’n leuk en interessant programma, en weer een inspirerende gast. Wie? En Waar? Dat maken we nog bekend. Dus hou onze berichten in de gaten en meld je meteen aan zodra het kan!

Lid worden

Wil je lid worden van de KinderAdviesRaad in jouw zorgorganisatie? Kijk dan op de website van je zorgorganisatie of er een KAR is, meld je aan en kom ook op de landelijke KAR-dag op 18 november!

Meer weten?

In meer dan dertig zorgorganisaties is een KinderAdviesraad en dit aantal neemt snel toe. Kijk op onze website hoe een KAR werkt en hoe jouw zorgorganisatie er één kan opzetten!

kindenziekenhuis.nl/kar
Mijlpaal: al meer dan 30 zorgorganisaties met een KinderAdviesRaad

Landelijke-KAR-dag

Mijlpaal: al meer dan 30 zorgorganisaties met een KinderAdviesRaad

Eind vorig jaar werd de 30ste KinderAdviesRaad (KAR) opgericht. Een mijlpaal voor Kind & Ziekenhuis. De stem van het kind heeft een vaste plek gekregen in ziekenhuizen en kinderrevalidatiecentra.

Voor sommige kinderen begint de stress al op de parkeerplaats. Je komt zo’n wit ziekenhuisgebouw in, en moet je vervolgens melden bij de balie van afdeling 1.1c. En dan is het wachten op de prik. Allemaal momenten dat een kind zich onveilig kan voelen in een ziekenhuis. En ja, dan helpt het als een afdeling niet 1.1c heet maar Zebra of Giraffe, en als er een speciaal prikteam voor kinderen voor je klaar staat.

Het zijn praktische voorbeelden, maar het zijn juist dit soort veranderingen waar KinderAdviesRaden (KAR’s) in zorgorganisaties zich al tien jaar sterk voor maken, weet Anjet van Dijken, projectmanager bij Kind & Ziekenhuis. “Een kind is geen kleine volwassene. Wat voor ons normaal lijkt, is het voor kinderen niet.”

Tien jaar geleden

Juist daarom moeten kinderen zelf kunnen vertellen hoe zij willen dat een ziekenhuis eruitziet. En er wordt steeds beter naar ze geluisterd, constateert Van Dijken. De eerste KAR werd tien jaar geleden opgezet door Kind & Ziekenhuis, samen met het Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen. “We kregen destijds wel de vraag: waarom is een KAR nodig? Dat horen we nooit meer. Wel: hoe kunnen we een KAR oprichten? Zorgorganisaties ontdekken waarom de stem van het kind belangrijk is. Juist omdat een kind anders kijkt dan een volwassene. Een zorgorganisatie zonder KAR, dat is niet meer van deze tijd.”

Eind vorig jaar werd alweer de 30ste KAR opgericht, en het aantal neemt toe. Begin 2022 publiceerde Kind & Ziekenhuis een handboek, zowel voor volwassenen als kinderen, over hoe je een KAR kunt oprichten én goed kunt laten functioneren (zie kader). Het vindt gretig aftrek. “Bij zorgorganisaties die starten met een KAR, maar ook bij zorgorganisaties die al begonnen zijn. Zij gebruiken het handboek als leidraad om hun KAR een nóg betere plek te geven in het ziekenhuis.”

Jaarlijkse landelijke KAR-dag

Ja, kinderen en jongeren doen graag mee met een KAR, weet Van Dijken. “Ze willen de zorg verbeteren voor andere kinderen. Dat is hun drijfveer. En natuurlijk vinden ze het fijn om elkaar te ontmoeten, van elkaar te leren en samen lol te hebben. Bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse landelijke KAR-dag. Soms hoor ik ziekenhuizen zeggen: we kunnen geen kinderen vinden voor een KAR. Dat geloof ik niet. Maar je moet het ze wél vragen. Dan zul je zien dat kinderen graag meedenken. Ze vinden het fijn als hun stem wordt gehoord. En de zorg voor zieke kinderen, die wordt er beter van.”

door Michel van Dijk, journalist

Hoe zet je een KinderAdviesRaad (KAR) op? Hoe zorg je ervoor dat de KAR goed functioneert? Hoe kom je aan leden, hoe zorg je voor zichtbaarheid en hoe zorg je dat de leiding van het ziekenhuis ook echt naar je luistert?

Allemaal vragen waar de meer dan 30 bestaande KAR’s ook mee te maken kregen. Samen met een aantal van deze KAR’s heeft Kind & Ziekenhuis het Handboek KinderAdviesRaad in de Zorg gemaakt. Boordevol handige tips, tools en ervaringen uit de praktijk van de KAR!

Ben jij die zorgprofessional die in jouw zorgorganisatie een KAR wil opzetten? Of ben je begeleider van een bestaande KAR? Of ben je lid (of misschien wel voorzitter) van een KAR? Dan is dit handboek echt iets voor jou!

Wedden dat het antwoord op die ene vraag, de oplossing voor dat ene probleem of die gouden tip waar je al zo lang op wacht gewoon ergens in het handboek staat?

Het Handboek KinderAdviesRaad- vraag maar raak! is gratis te downloaden. Een theoretisch deel en en een praktisch deel vol tools kun je bij ons opvragen.

Meer weten? Ga naar: kindenziekenhuis.nl/kinderadviesraad

Landelijke-KAR-dag

Landelijke KAR-dag 2022 op zaterdag 19 november over zorg in je eigen omgeving

Nog een maandje en dan is het weer zover! Op zaterdag 19 november houdt Kind & Ziekenhuis voor de 7de keer de Landelijke KinderAdviesRaden-dag (ongeveer van 10.00 tot 13.00 uur). Voor de kinderen en jongeren van KinderAdviesRaden (KAR’s) in het hele land hét moment om elkaar te ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en een supergezellige dag te hebben met elkaar.

Wil je erbij zijn? Jouw KAR kan zich nu aanmelden via het aanmeldformulier. Je kunt ook mailen naar e.doganer@kindenziekenhuis.nl.

De dag vindt traditiegetrouw rond de Dag van de Rechten van het kind (20 november) plaats. Inmiddels zijn er in meer dan 30 ziekenhuizen en andere zorgorganisaties KinderAdviesRaden (KAR’s), en hun aantal groeit.

In deze raden laten kinderen en jongeren hun stem horen (en die van leeftijdgenoten) over de zorg aan kinderen. Ze geven advies en brengen zelf onderwerpen in. Ze zorgen dat de leiding naar kinderen luistert en dat er ook echt dingen veranderen.

Ontmoeten, leren en plezier hebben

De Landelijke KAR-dag is hét moment voor alle KAR-leden om elkaar te ontmoeten. Om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Leuk én belangrijk. Want dingen veranderen gaat vaak niet vanzelf. Zoals zorgen dat gesprekken met dokters goed gaan en dat je kunt meebeslissen over je behandeling

Verder is er altijd een inspirerende gast, bespreken de KAR-leden een belangrijk thema met elkaar en is er ruimte voor ontspanning en plezier. De dag wordt georganiseerd samen met de landelijke KinderAdviesRaad van Kind & Ziekenhuis.

‘Zorg in je eigen omgeving en samenwerken’

Heb je als kind ook een zorgbehoefte na het ziekenhuis of tijdens de revalidatie? Dan heb je recht op zorg die in jouw leven past. Voorop staat wat jij belangrijk vindt. Als het gaat om de zorg zelf, maar dus ook als het gaat om jouw leven. Zoals school, sport en leuke dingen doen met vriendjes en vriendinnetjes.

Daarom moet jou gevraagd worden: wat vind jij belangrijk? En moeten allerlei mensen, in de zorg en daarbuiten, samenwerken om de zorg voor jou goed te regelen. Samenwerken met elkaar, maar ook met jou en je gezin, en bijvoorbeeld de school en de sportclub. Daarom is dit jaar ‘zorg in je eigen omgeving en samenwerken’ het thema.

Hoe gebeurt dit in jouw ziekenhuis of revalidatiecentrum? Regelt jouw organisatie bijvoorbeeld dat school rekening houdt met jouw zorgbehoefte? Hoe kan jouw KAR dit bespreken met de leiding?

Na de KAR-dag brengt Kind & Ziekenhuis naar buiten hoe KAR-leden denken over dit thema. Als boodschap voor zorgverleners, beleidmakers en politici.

Digitaal en toch gezellig!

Door stijgende corona-besmettingen houden we de Landelijke KAR-dag ook dit jaar weer digitaal. Je ziet elkaar dus op schermen. Wij (van Kind & Ziekenhuis en onze gasten) zitten in een leuk aangeklede studio.

Vorig jaar en het jaar daarvoor deden we het ook digitaal. Beide keren was de dag een groot succes. Ook al is het natuurlijk het leukst als je elkaar in het echt ziet.

En de traditionele goodiebag krijgen alle deelnemers natuurlijk van tevoren thuisgestuurd!

  • Wil jij erbij zijn maar is jouw KAR nog niet aangemeld? Dat kan nu via het het aanmeldformulier.
  • Je kunt ook contact opnemen met jullie KAR-voorzitter of mail naar Esen Doganer, e.doganer@kindenziekenhuis.nl. Doe het uiterlijk maandag 24 oktober!
  • Benieuwd naar de vorige landelijke KAR-dagen? Lees en kijk:

Landelijke KAR-dag 2021 (over de overgang naar volwassenzorg)
Landelijke KAR-dag 2020 (over ziek, zorg en school)
Landelijke KAR-dag 2019 (over angst, pijn en stress)
Landelijke KAR-dag 2018 (over ‘bewegen’)

Langer geleden: www.kindenzorg.nl, zoek op Landelijke KAR-dag

Cursus over kinderen als medeonderzoeker

Voor haar promotieonderzoek “Meedoen aan onderzoek: kinderen aan het woord!” interviewde Malou Luchtenberg kinderen over hun ervaringen met het hebben van een ziekte en vroeg ze hen hoe het is om mee te doen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. Ze wil hiermee kinderen een stem geven om hen beter te kunnen betrekken bij onderzoek. Om te voorkomen dat Malou alles wat kinderen hebben verteld verkeerd zou begrijpen, vroeg ze aan kinderen, onder wie Hetteke Hiltermann, om haar te helpen met het analyseren van de interviews. Hetteke zit in groep 8 en is 11 jaar. Laura Postma is een collega van Malou en doet onderzoek naar de manier waarop kinderen het beste betrokken kunnen worden bij een medisch-wetenschappelijk onderzoek. Laura en Malou zijn onderzoekers aan de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Op vrijdag 22 maart gingen Hetteke, Laura en Malou samen naar een cursus over jongerenparticipatie in onderzoek. Hieronder vertellen ze over hun ervaringen.

’s Ochtends zaten we al vroeg in de trein van Groningen naar Utrecht, waar we om half tien aankwamen. Er waren iets meer dan twintig onderzoekers en andere mensen die werken in jongerenorganisaties en tien jongeren, van wie Hetteke veruit de jongste was. Dat was wel even spannend maar was ook juist wel leuk. Na de kennismaking gingen de jongeren met elkaar in overleg over de vraag “Wat is nou een goede onderzoeker?” en kreeg de rest een lezing over participatief onderzoek met jongeren. ’s Middags gingen we in groepjes allerlei interactieve manieren uittesten om samen onderzoek te doen.

Superkracht in Lego

Laura nam deel aan de workshop ‘Lego serious play’. Bij deze methode maak je gebruik van je handen in plaats van woorden voor het beantwoorden van vragen. Het schijnt zo te zijn dat je bij het beantwoorden van vragen met je handen maar liefst 80% van je hersenen gebruikt, terwijl je maar 15% gebruikt wanneer je de vraag met woorden zou beantwoorden. De vraag die aan ons gesteld werd tijdens de Masterclass was: “Wat is je superkracht?” Vervolgens kregen we vijf minuten de tijd om met Lego onze superkracht uit te beelden. Aan het eind vertelde iedereen aan de hand van het kunstwerk wat zijn of haar eigen superpower was. We kwamen allemaal aan het woord en iedereen kon (letterlijk én figuurlijk) een steentje bijdragen!

Aan de knutseltafel

De stroming
De stroming

Hetteke en Malou zaten aan de knutseltafel en maakten samen ‘De stroming’. Met het kunstwerk laten we zien hoe je in verschillende stappen samen onderzoek kunt doen: Je begint tussen de bomen, waar het een beetje chaos is en alles dicht op elkaar staat zodat je even moet zoeken om elkaar te kunnen vinden. Je ziet nog niet direct een uitweg. Als je elkaar vindt, dan stap je in het bootje en brengt de stroming je verder, zodat jullie samen tot een oplossing komen. Soms kom je onderweg dan nog wel wat obstakels tegen, maar uiteindelijk weten jullie je daar samen doorheen te slaan en kom je uit in de fleurige weide. Hiermee willen we laten zien dat als je samen onderzoek doet je daarvoor de tijd moet nemen, dat het soms best wel een beetje chaotisch is, maar dat je samen tot een heel mooi resultaat kunt komen. Je ziet samen namelijk meer dan alleen!

Hetteke vertelt over haar ervaringen als jonge onderzoeker

Ik vond alles heel leuk! Maar in het bijzonder twee dingen. 1: Dat Malou en ik samen het kunstwerk de stroming hebben gemaakt en 2: Dat de jongeren na het kennismaken samen hun perfecte onderzoeker geschetst hebben (maar dan in woorden) en dat we daarna daar een les over gingen geven. We deden tijdens die les het spel ‘over de streep’, daarbij zei dan een van de jongeren: “Ik betrek de kinderen goed bij mijn onderzoek” en dan moesten de volwassenen bij ‘ja’ of bij ‘nee’ gaan staan en daar dan verschillende stellingen van. We deden ook een rollenspel waarbij we twee verschillende toneelstukjes speelden per onderwerp, een waarbij de onderzoeker het niet goed deed en een waarbij de onderzoeker het juist wel goed deed.

Na deze workshop (en ook al tijdens het onderzoek van Malou) heb ik heel erg leren samenwerken. Ik ben namelijk zo’n typetje dat vindt dat haar eigen idee het beste is en je het moeilijk kan voorstellen dat dat andere idee beter is… maar nu kan ik me veel meer inleven in het andere idee, en daar kun je dan (waar ons kunstwerk ook voor staat) een perfecte tussenstroom in vinden.

Ook heb ik nog een tip voor de mensen die de workshop hebben georganiseerd. Ik vind het jammer dat ze alleen maar vertelden over hoe een onderzoeker met een kind moet omgaan maar niet over hoe een kind met een onderzoeker moet omgaan… Ik begrijp ook wel dat deze cursus vooral naar onderzoekers is gericht maar als je toch al vertelt hoe een onderzoeker met een kind om moet gaan waarom dan niet ook andersom.

Al met al vond ik het een hele leuke dag vol met uitdagingen, maar er valt dus wel nog wat te verbeteren. Ik verheug me op nog zo’n dag met Malou en Laura en om nog meer dingen met Malou te doen om kinderen een stem te geven!

Promotieonderzoek Zingeving van kinderen met een chronische aandoening

Iedereen kent wel een kind met een chronische aandoening. Het is goed nieuws dat kinderen steeds beter kunnen leren leven met hun chronische aandoening, maar het maakt sommige andere dingen moeilijker zoals meedoen op school of met vrienden, en later worden waar je van droomt. Om kinderen hierbij te kunnen helpen onderzoeken we (vanuit de universiteit van Groningen en Hogeschool Viaa in Zwolle) wat echt belangrijk is voor nu en voor later volgens kinderen met een chronische aandoening zelf. Waar kom jij je bed voor uit? Wat maakt het de moeite waard om te leren leven met je chronische aandoening? Wat zijn je dromen?

Voor het onderzoek zijn we op zoek naar 25 kinderen uit groep 4 of 5 van 8, 9 of 10 jaar oud die hierover willen vertellen en die één van de volgende vijf chronische aandoening hebben: astma, reuma, diabetes, cystische fibrose of een aangeboren afwijkingen (aan je hart of je spieren bijvoorbeeld). Maar er zijn over een tijdje ook kinderen nodig die willen helpen door een vragenlijst in te vullen.

Voor meer informatie kun je onderstaand filmpje kijken en als jij of je ouders meer informatie willen, als je vragen hebt of je wilt laten weten dat je mee wilt doen, kijk dan op Viaa of mail naar: a.damsma@viaa.nl.

Kindgerichte zorg: Het beleid is goed, nu nog doen!

De meeste zorgorganisaties willen kindgerichte zorg verlenen, maar in de praktijk lukt dat nog niet altijd. Wat is kindgerichte zorg eigenlijk, hoe heeft de zorg voor kinderen zich ontwikkeld en wat zijn de laatste inzichten? Dit artikel zet het op een rij.

Het eerste kinderziekenhuis werd opgericht in 1802 in Parijs. In die tijd hoefden ziekenhuizen geen verantwoording af te leggen en voerden ze allemaal hun eigen bewind. In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw werden ouders vooral gezien als bezoekers die zich niet moesten mengen in de zorgverlening. Zij hadden slechts enkele uren per week de mogelijkheid tot bezoek, vanwege de angst voor infecties bij zorgverleners. Ziekenhuizen waren plaatsen zonder warmte en affectie, wat voor negatieve ervaringen bij kinderen zorgde. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw kwam er meer aandacht voor de soms traumatische ervaringen van kinderen en ouders rondom de ziekte van een kind.

Ouders

Een van de eerste en belangrijkste speerpunten om de kindvriendelijkheid van zorg te vergroten is de aanwezigheid van ouders. Tot de jaren zeventig verbleven kinderen in het ziekenhuis zonder hun ouders en met beperkte bezoekuren. Psychologisch onderzoek naar de ervaringen van kinderen in het ziekenhuis wees uit dat kinderen de aanwezigheid van ouders nodig hebben. Langzaam namen ziekenhuizen beleidsmaatregelen zoals de mogelijkheid voor ouders om te blijven overnachten, open bezoektijden, bezoek van broertjes en zusjes en het begeleiden van kinderen naar de operatiekamer.

Tegenwoordig kunnen ouders vaak 24 uur per dag bij hun kind blijven en is er steeds meer aandacht voor de rol van broertjes en zusjes. Ook wordt steeds meer van ouders verwacht dat zij actief deelnemen aan het zorgproces en (sommige) verpleegkundige handelingen uitvoeren. Dit is tweeledig: aan de ene kant promoot het ouderparticipatie en empowerment, aan de andere kant wordt het steeds meer ingezet als middel om zorgkosten te beperken.

Kinderparticipatie

In het verleden hadden kinderen in het ziekenhuis nauwelijks een stem en werd hun perspectief uitgedragen door ouders en zorgverleners. In de afgelopen decennia heeft kinderparticipatie steeds meer aandacht gekregen, wat geïllustreerd kan worden door het in 1989 opgestelde VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit geeft aan dat er een sterke omslag in gedachten over kindgerichte zorg plaatsvond: in plaats van dat er vóór kinderen werd besloten gingen kinderen participeren in de besluitvorming.

Bewustwording van de voordelen van participatie van kinderen in het beslissingsproces van de zorg is vooral in ontwikkelde landen sterk gegroeid. Om de kwaliteit van zorg voor kinderen goed te kunnen beoordelen, is het belangrijk om zorg voor kinderen vanuit het kind- en ouderperspectief te bekijken en dat kinderen kunnen participeren in hun zorgproces. Vooral kinderparticipatie is belangrijk voor kindgerichte zorg. Kinderparticipatie vergroot het zelfrespect en de eigenwaarde van kinderen, zorgt voor minder weerstand bij kinderen en bereidt ze voor op de toekomst. Binnen de zorg kan participatie bovendien de kwaliteit, efficiency en patiëntgerichtheid verbeteren.

Het is moeilijk om wensen, behoeften en capaciteiten van kinderen rond participatie te generaliseren, aangezien kinderen allemaal verschillend zijn. Kinderen geven de voorkeur aan samen beslissen met ouders en zorgverleners, ze willen meebeslissen, maar niet de totale verantwoordelijk voor de beslissing dragen. Per kind en vaak per situatie verschilt de leeftijd, het beoordelingsvermogen, de persoonlijke ervaring, het soort aandoening, achtergrond van het gezin en opleiding. Ondanks sommige beperkingen is het belangrijk dat kinderen hun capaciteiten voor participatie leren te ontwikkelen door dit te ervaren. Onderzoekers pleiten daarom voor een situationeel perspectief. Dit betekent dat de mate van participatie van het kind afhangt van de persoonlijke wensen van het kind en dat alle betrokken partijen zich hierbij zo flexibel mogelijk opstellen om dit te realiseren.

In Nederland worden om methoden ontwikkeld en ingevoerd waarmee kinderen hun zorg kunnen evalueren. Kinderen kunnen feedback geven op dingen die ze tegenkomen en zo volwassenen in staat stellen om deze te veranderen. Hierdoor kunnen zorgorganisaties en zorgverleners daadwerkelijk aan de wensen en behoeften van kinderen voldoen.

Houding zorgverleners

Er is steeds meer aandacht voor de rol die de houding van zorgverleners kan spelen in het zorgproces. Dit is een steeds belangrijker onderwerp binnen opleidingen voor artsen en verpleegkundigen. UIt een onderzoek naar de wensen van ouders rond communicatie met zorgverleners komt naar voren dat er meer respect moet komen voor het individu en meer begrip voor de effecten van stress en zenuwen van kinderen en hun ouders. De belangrijkste uitkomst van een ander onderzoek is dat de houding van zorgverleners, zoals vriendelijkheid en respect, het belangrijkst is.

Voor kinderen en jongeren zijn de belangrijkste aspecten punten in de houding van zorgprofessionals: ze moeten bekend zijn; toegankelijk en beschikbaar; goed geïnformeerd en competent; informatie kunnen geven; goed kunnen communiceren; deelnemen aan het zorgproces; privacy respecteren en empathie kunnen tonen. Hoewel deze waarden al lang bekend zijn bij zorgprofessionals is er nog steeds te weinig veranderd. Nu is het belangrijk dat zorgprofessionals gestimuleerd worden om de kennis in de praktijk toe te passen.

Fysieke inrichting

Een kindgerichte inrichting van de fysieke omgeving is belangrijk voor het welzijn van het kind, om stress en angst te verminderen. Daarom zijn ziekenhuizen en kinderafdelingen veranderd van een steriele plaats naar een plek met veel kleur, speelkamers en toegang tot computers, films en games. Tot voor kort werd vooral door volwassenen besloten wat een kindgerichte omgeving is. Pas rond de eeuwwisseling werd er onderzoek gedaan naar de wensen van kinderen bij de inrichting van zorgorganisaties.

Uit onderzoek met kindertekeningen blijkt dat voor kinderen de omgeving erg belangrijk is: veel ramen en licht, een tuin, veel activiteiten en een kleurige aankleding. Ook kunst in de zorginstelling die de natuur verbeeldt, bijvoorbeeld plantengroei, bloemen en water, kan angst en stress bij kinderen verminderen. Ook een aquarium en gekleurde kleding van verpleegkundigen kunnen bijdragen aan kindgerichtheid. Tegenwoordig wordt het aangeraden om een kinderadviesgroep op te zetten bij de inrichting van een (afdeling van een) zorgorganisatie voor kinderen.

Bescherming

Kinderen zijn vaak angstig in een ziekenhuis. Dit heeft te maken met onwetendheid van het kind, alleen zijn, het zien van zieke volwassen en de angst voor naalden en pijn. Daarom is het belangrijk dat ouders zoveel mogelijk bij hun kind kunnen zijn. Ook is het essentieel dat het kind voldoende privacy heeft en gescheiden van volwassenen wordt verpleegd.

In het verleden is weinig aandacht geweest voor pijnmanagement bij kinderen. Uit een onderzoek naar de bestaande literatuur op dit gebied blijkt dat kinderen vaak onbehandelde pijn hadden door een gebrek aan kennis van kinderverpleegkundigen en het te weinig toepassen van deze kennis. Ook zagen kinderverpleegkundigen pijnbestrijding niet als een prioriteit binnen hun takenpakket, voornamelijk omdat zij het gevoel hadden dat pijn een onderdeel was van de ziekte of behandeling.

Voor kinderen zijn verpleegkundige handelingen zoals het prikken van bloed of het aanleggen van een infuus vaak het vervelendst. Omdat deze handelingen onbekend zijn en pijn kunnen doen veroorzaakt dit angst. Er zijn verschillende manieren in ontwikkeling om om te gaan met angst bij kinderen. Binnen een Canadees ziekenhuis werd succesvol gebruik gemaakt van toneel. Ook hypnose is middel dat aan populariteit wint. Het bespreiden van de pijn zelf, door verdovende zalf of spray aan te brengen voor het bloed prikken, is een recente ontwikkeling die mogelijk effectief kan zijn.

Informatievoorziening

Informatievoorziening aan kinderen is nog maar relatief kort een centraal thema binnen kindgerichte zorg. Kinderen vinden toegankelijke informatie, duidelijke uitleg over de behandeling en betrokkenheid in besluitvorming belangrijk. Niet alleen vermindert dit angst, door goede informatie op het niveau van het kind kan het actief deelnemen aan het besluitvormingsproces. Hierdoor kan kinderparticipatie in de zorg worden verbeterd. Uit onderzoek naar het gebruik van medicijnkaarten voor kinderen blijkt dat, bij regelmatige herhaling, de kaarten het kennisniveau van kinderen vergroten.

Verblijven in zorgorganisaties en medische ingrepen zijn stressvol voor kinderen, maar een goede uitleg vooraf kan helpen. Zeker het gebruik van visuele hulpmiddelen wordt als kindgericht ervaren. Een voorbeeld hiervan is een kleurboek over de radiologieafdeling in het ziekenhuis waarin een cartoonfiguur aan kinderen vertelt welke testen er zijn, hoe de apparatuur en de afdeling er uitzien en hoe alles ongeveer werkt. Andere middelen zijn een informatieve film die kinderen voorafgaand aan een ingreep te zien krijgen, een rondleiding of een interactieve voorbereidingssessie.

Een belangrijk moment voor informatievoorziening is het ontslag uit het ziekenhuis. Sinds steeds minder kinderen na een ingreep overnachten in het ziekenhuis komt veel van de nazorg onder de verantwoordelijk van ouders te vallen. Ouders ervaren dit vaak als een stressvolle periode en voelen zich niet goed voorbereid. Daarom is het belangrijk dat zorgprofessionals de informatievoorziening naar ouders toe over het herstel na een ingreep optimaliseren. Hierbij moet vooral aandacht worden besteedt aan beoordeling en management van pijn.

Onderzoek

Er is een kloof tussen beleid en praktijk van kindgerichte zorg, het blijkt lastig om verworven inzichten in de dagelijkse praktijk te implementeren. Een manier is om kinderen te vragen de kindgerichtheid van zorg te beoordelen. Op dit moment worden methoden ontwikkeld en ingevoerd waarmee kinderen hun zorg kunnen evalueren.

Een manier om jonge kinderen te laten deelnemen in evaluaties van zorg is bijvoorbeeld een interview met een handpop of via tekeningen. Tieners zijn bovendien in staat om aan kwalitatieve interviews mee te werken waarin naar een beoordeling van de kwaliteit van verleende zorg gevraagd wordt. Door participatieve methoden kunnen kinderen feedback geven op de dingen die zij tegenkomen, en zo volwassen in staat stellen om veranderingen door te voeren. Hierdoor kunnen zorgorganisaties en zorgverleners daadwerkelijk aan de wensen en behoeften van kinderen voldoen.

Toekomst

Diverse ontwikkelingen op het gebied van kindgerichte zorg zijn de revue gepasseerd. De zorg en onze samenleving blijven veranderen. Binnen Europa zijn ontwikkelingen gaande die een uitdaging vormen voor het huidige zorgsysteem. Kinderen hebben andere ziekten of aandoeningen dan voorheen, er is sprake van gezondheidsverschillen en de zorgkosten stijgen. Daarom is het belangrijk om vooruit te kijken naar wat de invloed van huidige en toekomstige ontwikkelingen kan zijn en hoe daar zo goed mogelijk op ingespeeld kan worden. Hierbij kijken we naar de groei van langdurige zorg en de impact hiervan op het kind, transitiezorg en zorg voor jongeren, de groei van extramurale zorg en centralisatie van complexe zorg.

Ten eerste hebben kinderen andere aandoeningen dan voorheen. Er zijn minder acute ziektegevallen door bijvoorbeeld infectieziekten. In plaats daarvan zijn er door nieuwe mogelijkheden in de geneeskunde steeds meer kinderen die een lang leven leiden met beperkingen. Deze kinderen moeten vaak in het ziekenhuis zijn ter controle of voor behandelingen. Om ervoor te zorgen dat zij zo veel mogelijk gewoon kind kunnen zijn is het belangrijk om de langdurige zorg efficiënt in te richten. Bij langdurige zorg dient er veel aandacht te zijn voor een cyclisch proces van proactieve zorg, waarin preventie, herkenning, beoordeling en behandeling zo vaak als nodig worden herhaald en er aandacht is voor de transitie naar herstel of de volwassenenzorg.

Het is belangrijk dat er voldoende leermogelijkheden zijn voor kinderen bij langdurige ziekenhuisopnamen. Dit kan door binnen het ziekenhuis grootschalige leerprojecten te organiseren, onder andere met de kunstobjecten, mensen en apparatuur die in het ziekenhuis beschikbaar zijn. Ook is het belangrijk om het contact met leeftijdsgenootjes te kunnen onderhouden. Door moderne technologieën is het mogelijk om als ziek kind zoveel mogelijk deel van de gewone schoolklas te zijn. Toegang hebben tot laptops en social media geeft kinderen de kans om te leren, contacten te onderhouden en zorgt ervoor dat kinderen het gevoel hebben onderdeel te zijn van het ‘normale leven’.

Verbreden

De focus van kindgerichte zorg, die eerst vooral bij jonge kinderen lag, is aan het verbreden met de zorg voor tieners en adolescenten. Jongeren hebben behoefte aan een eigen plek in het ziekenhuis, een volwassener benadering, het werken aan zelfstandigheid en zelfmanagement en een goede transitie naar volwassenzorg. Sommige jongeren en behoorlijk wat ouderen zien op tegen de transitie naar de reguliere zorg. Voor kwetsbare jongeren, bijvoorbeeld met een verstandelijke beperking of een gebrek aan steun vanuit de omgeving, is de transitie van zorg een lastige periode die goed gepland moet worden samen met zorgverleners, sociale hulpverleners en de huisarts. Er wordt echter steeds meer aandacht aan besteed door ziekenhuizen. De aansluiting tussen de specialisten wordt verbeterd en kinderen gaan een overgangstraject in waarin ze stapsgewijs kennismaken met volwassenzorg. In Nederland is de succesvolle interventie ‘Op eigen benen verder’ opgezet, welke de transitie naar volwassenzorg vergemakkelijkte door knelpunten aan te pakken. Nieuwe ontwikkelingen zijn het invoeren van een transitiepoli, waarbij zorgverleners van de kinderafdeling en de volwassenenzorg gemeenschappelijk zorg aanbieden.

Verder is er, gedreven door stijgende zorgkosten, een veranderende epidemiologie en verbeterde medische technieken, een transitie gaande van intramurale naar extramurale zorg. Minder ernstige aandoeningen en ingrepen waarvoor kinderen ooit werden opgenomen in het ziekenhuizen worden nu op de dagbehandelingen uitgevoerd. Ziekenhuisopnames zijn er voornamelijk nog voor children met enstige of chronische aandoeningen die herhaaldelijk naar het ziekenhuis toe moeten. Dit biedt mogelijkheden voor de kindgerichtheid van zorg. Een kind dat niet wordt opgenomen in een ziekenhuis kan makkelijker naar school, met vriendjes spelen en deelnemen aan het gezinsleven. Echter, niet elk gezin is in staat om dit te organiseren zonder externe ondersteuning. Ook vraagt dit om een gepersonaliseerde en flexibele insteek van zorgverleners en een focus op kindgerichte zorg van zorgorganisaties buiten het ziekenhuis.

Ten slotte is er de ontwikkeling van gecentraliseerde topzorg. Het Princes Maxima Centrum voor kinderoncologie en kindercardiologie is hier het voorbeeld van. Door de centralisatie van gespecialiseerde zorg kan met kinderen met complexe aandoeningen beter helpen en de overlevingskansen verhogen. Het nadeel hiervan is dat afstanden groter worden en dat er bij streekziekenhuizen minder specialisten gericht op kinderen zijn. Moderne technologieën en een juiste inrichting van het zorgnetwerk kunnen oplossing bieden aan deze mogelijke problemen. Specialisten zullen steeds beter in staat zijn om hulp op afstand te kunnen bieden door videoconferenties en bijvoorbeeld Google Glass. Kortom, er is veel aan het veranderen in de zorg, maar is ook heel veel mogelijk. Door deze mogelijkheden effectief in te zetten kunnen we de zorg nog kindgerichter maken.

Dit artikel is gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek. Het complete artikel, inclusief voetnoten, is op te vragen via info@kindenziekenhuis.nl.

Meer info:

Family Integrated Care nu echt regie kind en gezin?

“Meedoen aan onderzoek: kinderen aan het woord!”

Ervaringsmonitor Kind & Ziekenhuis al 5000 keer gebruikt

Handboek Kinderparticipatie van Kind & Ziekenhuis

Rechten van het kind in de medische zorg:

Handvesten Kind&Ziekenhuis en Kind&Zorg

Wetgeving

Kinderparticipatie in de zorg: ‘Zijn ze daar niet te jong voor?’

Kinderen willen gedetailleerde informatie over hun behandeling en signaleren dat zorgprofessionals van verschillende afdelingen soms slecht met elkaar communiceren en samenwerken. Kinderartsen en verpleegkundigen beschouwen kinderparticipatie als de kern van hun werk. Tegelijkertijd zijn ze terughoudend om kinderen verantwoordelijkheid te geven en weten niet altijd hoe ze kinderparticipatie in praktijk moeten brengen. Dat zijn enkele resultaten van het onderzoek waarop gezondheidswetenschapper Inge Schalkers op 10 november 2016 is gepromoveerd.

Het onderzoek had drie doelen: begrijpen wat kinderen en ouders verstaan onder goede kwaliteit van ziekenhuiszorg en of dat overeenkomt met bestaande beleidskaders voor kindgerichte zorg; inzicht krijgen in de perspectieven van zorgverleners op kinderparticipatie in het ziekenhuis; en begrijpen welke methoden geschikt zijn voor het faciliteren van betekenisvolle participatie van kinderen op verschillende niveaus van besluitvorming.

Kwaliteit

Voor het onderzoek werden kinderen via persoonlijke interviews, groepsgesprekken, de Ervaringsmonitor van Stichting Kind en Ziekenhuis en door het schrijven van een ‘brief aan de directeur’ uitgenodigd om hun mening te geven en ervaringen te delen. Ook mochten ze foto’s maken van dingen die ze goed vonden en dingen die ze wilden veranderen. Soms leidden de verhalen van kinderen direct tot veranderingen, bijvoorbeeld bij een twaalfjarig meisje dat een foto had gemaakt van de deur van haar kamer. Ze schreef erbij dat ze niet kon slapen vanwege het licht dat door de deur viel. In eerste instantie ontstond het idee om het glas in de deur af te plakken, maar haar ouders en de verpleegkundigen bleken het juist fijn te vinden dat ze het kind vanaf de gang in de gaten konden houden. Door het onderzoek kwamen de verschillende perspectieven aan het licht en werd gezocht naar een voor alle partijen aanvaardbare oplossing: het installeren van een cameramonitoringsysteem. Kinderen en ouders benadrukten dat ze het belangrijk vinden dat de zorgverlener deskundig is, maar ook oog heeft voor de menselijke kant van de zorg. Wanneer de professional weinig empathie toont voor de gevoelens en emoties van kinderen en ouders, niet luistert naar hun meningen, een beslissing neemt zonder te overleggen of haastig of onzorgvuldig handelt, leidt dat vaak tot negatieve ervaringen.

Rond het toedienen van de narcose gaat het nog wel eens mis. Op de kinderafdeling spreken kinderen bijvoorbeeld met de verpleegkundige af dat ze met een kapje in slaap worden gebracht, maar als ze op de OK komen zegt de anesthesist: ‘daar ben je te oud voor, we doen het met een prik’. Een van de conclusies van het onderzoek is dan ook dat het niet voldoende is om kinderparticipatie alleen op de kinderafdeling goed te organiseren. Ook medewerkers van andere afdelingen zoals chirurgie en spoedeisende hulp moeten weten wat kinderen belangrijk vinden en daarover met elkaar communiceren.

Kinderparticipatie

Bovenstaande voorbeelden benadrukken dat zorgprofessionals aanzienlijke invloed hebben op het proces van kinderparticipatie. Uit interviews met onder meer kinderartsen, kinderverpleegkundigen en pedagogisch medewerkers blijkt dat zij vinden dat een hoge mate van participatie mogelijk is bij eenvoudige beslissingen die relatief weinig gevolgen hebben voor de gezondheid van het kind, zoals beslissingen over de basiszorg. Deelname aan medische besluitvorming wordt als meer complex beschouwd en professionals plaatsen hier serieuze restricties en kanttekeningen bij: Zijn kinderen daar niet te jong voor? Beschikken ze wel over de juiste vaardigheden? Kan een kind de consequenties van een bepaalde beslissing overzien?

De voor het onderzoek gebruikte methoden kunnen ook door zorgprofessionals worden gebruikt om met kinderen de zorg te evalueren

Uit de bijdragen van kinderen aan het onderzoek blijkt dat de zorgen van professionals niet helemaal terecht zijn. Kinderen willen en kunnen wel degelijk participeren in de zorg die hen aangaat en willen als serieuze gesprekspartner worden benaderd. Zij kennen hun lijf immers het beste en weten als geen ander hoe het is om in het ziekenhuis te liggen. Dit betekent niet dat ze volledige controle willen over hun behandeling. Ze vragen vaak om eenvoudige maar belangrijke dingen zoals afleiding en ondersteuning tijdens vervelende ingrepen. Kinderen snappen dat ze niet kunnen kiezen tussen wel of geen infuus voor een operatie, maar willen graag dat de situatie zo prettig mogelijk wordt gemaakt, afgestemd op hun persoonlijke behoeften.

Een meisje dat haar verhaal deelde via de Ervaringsmonitor gaf als voorbeeld dat ze minder pijnstilling wilde na haar operatie, omdat ze uit eerdere ervaringen wist dat ze daarvan moest overgeven. Ze wilde liever meer pijn dan weer te moeten overgeven. Er werd niet naar haar geluisterd omdat ze anders pijn zou hebben en omdat het protocol moest worden gevolgd. Pas nadat de ouders zich ermee gingen bemoeien, werd de pijnstilling verminderd.

Mogelijkheden

Pedagogisch medewerkers hebben allerlei manieren om individuele kinderen te ondersteunen bij het geven van hun mening. Ze stellen algemene vragen zoals ‘Wat heb je nodig?’ of laten kinderen bijvoorbeeld in een pijnpaspoort schrijven hoe en wanneer ze een bepaalde procedure willen ondergaan en wie daarbij aanwezig mag zijn. Moeilijker wordt het als de zorg geëvalueerd moet worden. Dan vragen de zorgprofessionals vaak via de ouders naar de ervaringen van hun kind. De voor het onderzoek gebruikte methoden kunnen ook door zorgprofessionals worden gebruikt om met kinderen de zorg te evalueren. Met Photovoice maken kinderen foto’s van hun omgeving en schrijven daar commentaar bij. De foto’s creëren bij professionals vaak meer begrip en empathie dan alleen woorden. Met persoonlijke interviews kan dieper op de ervaringen van het kind worden ingegaan. Ook het schrijven van een brief aan de directeur van het ziekenhuis is een effectieve methode. Kinderen vullen een format in waarbij ze aangeven wat ze goed vinden in het ziekenhuis en wat ze onmiddellijk zouden veranderen als zij directeur waren. De online Ervaringsmonitor van Kind & Ziekenhuis is een veelbelovende methode om op grote schaal de kwaliteit van zorg te evalueren vanuit het perspectief van kinderen en ouders.

De onderzochte methoden brengen de verhalen van kinderen tot leven en geven concrete verbeterpunten die veel ziekenhuizen direct hebben opgepakt of hoog op de agenda hebben geplaatst. Dit toont aan dat participatieve methoden niet enkel een middel zijn om inzicht te krijgen in de ervaringen van kinderen maar kan dienen als katalysator voor het realiseren van zorg die beter aansluit bij de wensen en behoeften van kinderen.

Inge Schalkers, Heleen Schoone

Inge Schalkers, Quality of Paediatric Hospital Care – Understanding the Perspectives of Children and Families, Vrije Universiteit Amsterdam. Promotor: prof.dr. Joske Bunders, copromotor: dr. Christine Dedding.

Download het gratis Handboek Kinderparticipatie

Ervaringsmonitor

Meedoen door Emma at Work

Hoe houd ik balans tussen werk, studie en rust? Die vraag houdt mij al tweeënhalf jaar bezig. Tot die tijd was school zo goed als het enige waarmee ik mij bezighield. Sociale contacten waren oppervlakkig en incidenteel. Mijn eerste bijbaantje in de supermarkt voelde als een bevrijding, ik voelde me losgebroken uit de sleur van constante tweestrijd tussen leren en rusten vanwege mijn hersenletsel. Het werk kostte energie maar leverde ook energie op; het stelde me in staat om mijn zinnen op iets totaal anders te zetten. Concessies kende ik echter nog niet. Voor studie en werk wilde ik mij inspannen alsof mijn energievoorraad normaal was, in de illusie dat ik dat wel zou volhouden.

Dit eerste serieuze baantje heeft mij veel geleerd over grenzen stellen en aangeven. Tegen de tijd dat mijn derde tijdelijke contract verliep en ik dus weg moest, zette ik mijn studie op een lager pitje, werd lid van een studentenvereniging en probeerde te streven naar zelfstandig wonen. Ik had drie ballen hoog te houden – studie, sociale bezigheden en oefenen met zelfstandig wonen – en slaagde hier aardig in.

De grote afwezige, werk, bleek ook direct de grootste uitdaging. Ik had in de supermarkt zes uur per week gewerkt, en in de vakanties wat vaker. Dit was perfect te combineren met mijn overige bezigheden, zonder dat ik na enige tijd over de schreef ging, waardoor ik afgemat thuis zou komen te zitten. Dus ik ging op zoek naar een bijbaan voor zes uur per week, of in ieder geval een bijbaan waarvoor ik mijn tijd zelf zou kunnen indelen.

De eerste poging was geen succes. Ik moest voor deze baan veel reizen, waar ik veel energie aan kwijt was, naast de energie die het werk mij kostte. Ik nam dan ook vrij snel ontslag. Maar ja, wat nu? Bijbaantjes in mijn vakgebied (ICT) voor maximaal zes uur per week zijn zo goed als niet te vinden. Vaak is de minimumeis acht uur, en zelfs al zou ik voor maximaal acht uur kunnen werken, dan nog zou ik van geluk mogen spreken als het me lukte om aangenomen te worden.

Op dat moment herinnerde ik me Emma at Work, een uitzendbureau voor mensen met een beperking, wat inhoudt dat ik hen één keer mijn situatie uitleg en zij vervolgens voor mij bemiddelen, met het bijbehorende gedoe over mijn beperkingen erbij. Via deze weg ben ik nu werkzaam bij AMC Medical Research als webmaster. Een bijbaan in mijn vakgebied waarbij ik vanuit huis kan werken en mijn werk zelf kan indelen: wat kan ik beter wensen?

Zo ben ik in een ‘participatiesamenleving’ waar ogenschijnlijk geen houvast meer voor mij is, prima terechtgekomen binnen mijn huidige kader van balans zoeken. Ik raad andere werkzoekende studenten die met een beperking leven, dan ook aan om je situatie, naast je uiterste motivatie natuurlijk, vooral goed uit te leggen aan (toekomstige) werkgevers, of contact te zoeken met Emma at Work of gelijkende initiatieven. Meestal is er meer mogelijk dan je denkt. En ook, of eigenlijk bovenal: laat je niet uit het veld slaan door een tegenvallende werk- of sollicitatie-ervaring. Welbeschouwd is een geschikte baan zoeken, net zoals zoveel dingen, een leerproces, een kwestie van trial-and-error. En zoiets heb je vaker getrotseerd.

Luc van der Zandt

Deze blog is voor Kind & Ziekenhuis geredigeerd en verkort samengevat.

Kinderen hebben ons als Bartiméus inzicht gegeven!

Door tijdens het project kinderparticipatie gesprekken te voeren met kinderen hebben we meer inzicht gekregen in wat kinderen spannend vinden aan onderzoeken. Op basis van de uitkomsten zijn we begonnen met het aanscherpen van onze werkwijze en het ontwikkelen van nieuwe materialen.

Bij Bartiméus in Zeist komen jaarlijks veel kinderen voor gespecialiseerd oogheelkundig onderzoek. Kindgerichte benadering is daarbij heel belangrijk. We streven daarnaast ook naar een hoge kwaliteit van onderzoeken bij kinderen. Om onze onderzoeksmethoden op dit vlak naar een hoger plan te tillen is er in 2013 (als onderdeel van het project kinderparticipatie binnen Bartiméus) aan meer dan 70 kinderen gevraagd hoe ze de onderzoeken beleven en wat we zouden kunnen verbeteren.

De kinderen hadden allemaal veel ervaring met onderzoek aan hun ogen in diverse oogheelkundige klinieken in Nederland. Aan het onderzoek deden zowel slechtziende als goedziende kinderen mee in de leeftijd van 12 tot 18 jaar.

‘Kinderen gaven aan dat ze vaak niet goed wisten wat er ging gebeuren’

Uit deze gesprekken bleek dat er vooral veel spanning was bij de elektrofysiologische onderzoeken en bij het oogdruppelen. Kinderen geven aan dat dit vaak te maken heeft met het feit dat ze niet weten wat er gaat gebeuren en dat ze elders al nare ervaringen hebben opgedaan met oogheelkundige onderzoeken. Kinderen denken van alles bij het oogdruppen: “Is die druppel giftig voor mijn oog? Gaat het wazig zien na het druppelen ook weer over?”. De uitspraken van de kinderen zijn verzameld en verwerkt in een filmpje over (een gedeelte van) het oogheelkundig onderzoek. In dit filmpje hebben we expres fouten gemaakt in de uitleg na het onderzoek. Daarbij laten we zien wat kinderen kunnen denken als ze de uitleg niet begrijpen. Download het filmpje!

Om de gewenste kindgerichtheid te borgen binnen onze organisatie hebben we de volgende algemene richtlijnen opgesteld:

  • Geef kinderen waar mogelijk regie (verhoging van controle geeft verlaging van “distress”).
  • Zorg voor goede informatievoorziening (toegankelijk en op niveau) voor kinderen en ouders.
  • Check bij het ontwikkelen van materialen wat kinderen er zelf van vinden.
  • Zorg voor afleiding en ontspanning.
  • Zorg voor onderzoekers die geschoold zijn in het omgaan met kinderen.
  • Kinderen laten wachten en onderzoeken in een kindgerichte omgeving.

Op dit moment hebben we onder andere ontwikkeld:

  • Aanvullende scholing voor medewerkers van Bartiméus die betrokken zijn bij de oogheelkundige onderzoeken van kinderen. In deze scholing was aandacht voor kindgerichte benadering en gesprekstechnieken met kinderen.
  • Een voorbereidingspakketje met de materialen van het elektrofysiologisch onderzoek waarmee kinderen kunnen spelen/ oefenen op hun teddybeer of pop.
  • Het oogdruppelboekje. Hierin kunnen kinderen aangeven hoe zij graag willen dat het oogdruppelen gaat.
  • Ideeën voor afleiding tijdens de onderzoeken.
  • Beschilderde plafondplaten om naar te kijken tijdens het oogdruppelen.
  • Wensbord in de wachtkamer waarop vragen, tips en opmerkingen worden geplaatst.

Voor meer informatie www.bartimeus.nl. Het project kinderparticipatie is mogelijk gemaakt door de vereniging Bartiméus-Sonneheerdt.