Keuzehulp amandelen verwijderen

Amandelen zijn lymfeklieren die helpen om virussen en bacteriën te bestrijden. Vooral neus- en keelamandelen worden bij een ontsteking dikker. De klieren kunnen hierdoor ook dik worden en pijn gaan doen. Bij de neusamandel kan dit zorgen voor een voortdurende of telkens optredende verkoudheid met een vieze neus. Bij de keelamandel gaat slikken dan moeilijk en doet pijn. Dit noemen we ook wel keelontsteking. Meestal gaat een ontsteking van de amandelen binnen 1 week vanzelf over. Bij sommige kinderen duurt de ontsteking veel langer.

Wanneer is het gewenst om amandelen te verwijderen?

Houden de klachten aan? Komen ze regelmatig terug? Of werkt de medicatie niet of niet voldoende? Dan kan het verstandig zijn om de amandelen te verwijderen. Vanzelfsprekend hangt het hierbij van de klachten af, of alleen de neusamandel of zowel keel- als neusamandelen verwijderd zullen worden.

De leeftijd van het kind speelt eveneens een rol, hoe jonger het kind hoe terughoudender jouw arts zal zijn. Een absolute leeftijdsgrens is er echter niet, de ernst van de klachten is en blijft de belangrijkste factor.

Keuzehulp amandelen verwijderen bij kinderen

Om je te helpen bij het maken van een beslissing is er een ‘keuzehulp amandelen verwijderen bij kinderen’ gemaakt, waaraan Kind & Ziekenhuis een belangrijke bijdrage heeft geleverd. Deze keuzehulp bedoeld als hulpmiddel om te beslissen wat voor jouw kind de beste keuze is.

Bekijk de keuzehulp amandelen verwijderen bij kinderen

Bron: kno.nl

Je kind testen op corona? Ja of nee?

Ondersteunende keuze-informatie voor ouders

Iedereen met klachten die passen bij het coronavirus kan zich vanaf 1 juni 2020 laten testen. Laat jij je kind dan zonder meer testen bij klachten? Welke afwegingen kun je maken? Ten eerste zijn kinderen geen kleine volwassenen. Hierdoor houd je met andere dingen rekening. Ten tweede is de test met een wattenstaafje diep in de neus en keel niet prettig. Ook al duurt het maar kort. Zo zijn er meer overwegingen. Stichting Kind en Ziekenhuis en Charlie Braveheart Foundation hebben vanuit hun ervaring en betrouwbare informatie overwegingen voor ouders op een rijtje gezet.

Komt jouw kind in aanmerking voor een coronatest? Het laten testen van je kind is een persoonlijke keuze met voor- en nadelen. Een test afnemen is een gezamenlijk besluit van kind, gezin en zorgprofessional. Onderstaande overwegingen kunnen helpen. Uiteraard zijn er uitzonderingen door medische noodzaak of de medische achtergrond van je kind.

Onderstaande informatie ondersteunt je bij het besluit

  • Meerwaarde test: Vraag je af wat de uitslag toevoegt. Verandert er iets in de behandeling van je kind als er corona wordt vastgesteld? Is dit niet het geval? Vraag je dan af of het testen echt nodig is.
  • Onprettig: De coronatest kan voor je kind een nare ervaring zijn. Zorg dat je weet hoe de test wordt gedaan. Bedenk hoe je kind hierop zal reageren.
  • Beschermende kleding: Testmedewerkers kunnen beschermende middelen zoals een pak, mondkapje en spatbril dragen. Dit kan kinderen een onveilig of angstig gevoel geven. Van dit gevoel kan je kind ook na de test nog last hebben.
  • Eerdere Ervaring: Bij kinderen die negatieve ervaringen in de medische zorg hebben (gehad) is het extra belangrijk om hierbij stil te staan.
  • Huisgenoten: Hebben volwassen huisgenoten klachten? Kun je hun uitslag afwachten?
  • Corona binnen gezin: Is bij andere huisgenoten corona vastgesteld? Moet je testen of kun je ervan uitgaan dat je kind corona heeft?
  • Klachten: Weeg mee hoe lang de klachten bestaan en hoe ernstig deze zijn.

Wie beslist het eigenlijk?

In de wet is vastgelegd dat een patiënt toestemming moet geven voor een behandeling. Dus ook voor een coronatest. Wat jij beslist en wat je kind beslist hangt af van de leeftijd van je kind. Hieronder de 3 leeftijdsgroepen in de wet.

  • Bij kinderen tot 12 jaar beslissen de ouders over de medische zorg. Kinderen hebben wel altijd recht op voor hen begrijpelijke informatie
  • Kinderen van 12 tot 16 jaar beslissen samen met hun ouders en moeten zelf toestemming geven voor een test
  • Kinderen vanaf 16 jaar beslissen zelf

Langdurig neusverkouden of luchtwegproblemen?

Het kan ook zijn dat jouw kind langdurig klachten of een bestaande aandoening heeft. Je kind is langdurig neusverkouden, heeft chronische luchtwegklachten of heeft bijvoorbeeld hooikoorts of astma. Voor deze kinderen is een speciale handreiking opgesteld. Hierin staat informatie over wanneer het zinvol is om je kind te testen en wanneer dit niet hoeft. Gaat je kind naar school of de kinderopvang? Wijs ze op de handreiking langdurig neusverkouden kinderen.

Ons advies? Test je kind alleen als het echt nodig is.

Meer info?

Goed voorbereid naar de afspraak in het ziekenhuis!

Kinderen met een (chronische) aandoening en hun ouders moeten regelmatig naar een afspraak in het ziekenhuis. Het voorbereiden van zo’n afspraak is erg belangrijk om ervoor te zorgen dat alles wat relevant is voor het kind en ouders, ook aan bod komt. Om hierbij te helpen ontwikkelde het KLIK team van het Amsterdam UMC in samenwerking met de Cyberpoli educatieve video’s voor kinderen en ouders. Deze zijn voor iedereen vrij toegankelijk via de KLIK website.

Uit gesprekken met jonge patiënten en hun ouders komt regelmatig naar voren dat tijdens de afspraak met de zorgverlener niet alles besproken wordt wat belangrijk is voor hen. Onderwerpen die vaak niet besproken worden, zijn bijvoorbeeld de thuissituatie, seksualiteit, psychosociaal functioneren en toekomstperspectieven. Dit is jammer, want hierdoor heeft de zorgverlener niet altijd een volledig beeld van hoe het met kind en ouders gaat en kan er geen optimale zorg of juiste doorverwijzing plaatsvinden. Het kan voor kind en ouders ook heel frustrerend zijn dat sommige onderwerpen niet worden besproken.

Om deze reden zijn educatieve video’s ontwikkeld. In deze video’s, waarvan een versie voor kinderen en een versie voor ouders is, worden tips gegeven over hoe je je goed kan voorbereiden op de afspraak met de zorgverlener. Met het gebruik van deze tips, wordt het hopelijk gemakkelijker om tijdens de afspraak met de zorgverlener wél aan bod te laten komen wat kind en ouders belangrijk vinden. In het filmpje voor kinderen worden ook de ‘3 Goede Vragen’ voor kinderen en jongeren genoemd die zijn ontwikkeld door Stichting Kind en Ziekenhuis, deze zijn hier te zien.

Video voor kinderen

Video voor ouders

Onderzoek patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden

Kinderen en ouders met een Turks-Nederlandse of Marokkaans-Nederlandse achtergrond willen betrokken zijn bij beslissingen rond hun gezondheid en meebeslissen over behandelingen. Ze vinden het belangrijk dat zorgprofessionals makkelijke woorden gebruiken, de tijd nemen, uitleg geven over ziekte en behandelopties en over de voor- en nadelen van die opties. Ze willen niet gedwongen worden tot snelle beslissingen, maar de tijd krijgen om thuis met hun familie te overleggen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van onderzoek onder mensen met een beperkte gezondheidsvaardigheid door Stichting Kind en Ziekenhuis.

‘Wat verwacht je eigenlijk van mij?’

“Voor ons is de belangrijkste boodschap dat het niet uitmaakt of je een kind, een blanke hoogopgeleide ouder bent of een vader of moeder met weinig opleiding en weinig kennis van de Nederlandse taal”, zegt Eva Schmidt-Cnossen, senior projectmanager bij Kind & Ziekenhuis. “Vaak nemen zorgprofessionals aan dat jonge kinderen en mensen met een beperkte gezondheidsvaardigheid niet willen of kunnen meebeslissen. Terwijl uit ons onderzoek blijkt dat deze doelgroep er juist veel behoefte aan heeft. Alleen hebben zij in vergelijking met hoogopgeleide volwassenen meer informatie nodig om beslissingen te kunnen nemen.”

Voorlichting

Uit het onderzoek blijkt duidelijk waar de doelgroep behoefte aan heeft: voorlichting over onder meer het verschil in gezondheidszorg tussen Nederland, Marokko en Turkije, verwachtingen, rechten van de patiënt, samen beslissen, eigen verantwoordelijkheid, en over het concept van huisartsen als poortwachter voor het ziekenhuis. Er is grote behoefte aan persoonlijk contact met zorgprofessionals en een gezinsgerichte benadering. Voor kinderen uit de doelgroep is het net als bij alle kinderen goed om met plaatjes, tekeningen en filmpjes te werken, maar bij volwassenen werken die middelen minder goed. De volwassenen gaven aan behoefte te hebben aan persoonlijke gesprekken en overleg in de familiekring.

Verantwoordelijkheid

Anderzijds geven zorgprofessionals in het onderzoek aan dat ze niet altijd weten hoe ze patiënten met een afwijkende culturele achtergrond en beperkte taalvaardigheid kunnen betrekken bij beslissingen. De zorgprofessionals vinden het belangrijk dat patiënten zich bewust worden van hun eigen verantwoordelijkheid om bewust te leven en hun kennis van de Nederlandse taal en gezondheidszorg te vergroten. Kind & Ziekenhuis concludeert dan ook dat er behoefte is aan informatie en voorlichting voor zowel kinderen en ouders als voor (huis)artsen.

‘Het zou helpen als de arts vertelt wat het verschil is tussen de Turkse en Nederlandse zorg. Wegens tijdsdruk doen de meeste (huis)artsen dat niet.’

Samenwerking

Voor het onderzoek zijn twintig diepte-interviews gehouden en twee bijeenkomsten van focusgroepen met Turks- en Marokkaans-Nederlandse kinderen en ouders. Ook is literatuuronderzoek gedaan en hebben artsen in een klankbordgroep gesproken over de onderzoeksresultaten en hun ervaringen met de doelgroep. Het onderzoek is voorbereid in samenwerking met de projectpartners: stichting Gezondheid Allochtonen Nederland, Pharos expertisecentrum gezondheidsverschillen, Longfonds en Patiëntenfederatie Nederland.

Twee weten meer dan één, toch? | Blog mama Ilse

Als je ooit met je kind in het ziekenhuis bent geweest, dan heb je het zinnetje vast gehoord: ‘Ouders kennen hun kind het beste’. Een AIOS kindergeneeskunde vertelde me op de SEH, tijdens een epileptische aanval van mijn dochtertje Merle, dat ze dit motto kon dromen. “We worden getraind in samenwerking met de ouders. Het wordt er in geramd. En terecht. De ouders weten als geen ander wie hun kind is. Als kinderarts moeten we samenwerken met de ouders om te beslissen welk beleid het beste is voor het kind.” Het klonk mij als muziek in de oren, want ja: zo zou het inderdaad moeten zijn. De ouders als individuele kinderdeskundige samen met de kinderarts als medisch deskundige. Het beste van twee werelden gecombineerd om topzorg te leveren.

Toen Merles saturatie weer boven de 90 kwam, haar lijf stopte met trillen en haar wangetjes roze kleurden, dacht ik nog eens na over die uitspraak. Als iedereen samen beslissen zo belangrijk vindt, waarom gebeurt het dan nog te weinig? Waarom noemde de dame van het thuiszorgteam mij overbezorgd toen Merles hart er langzaam mee stopte tot het gereanimeerd moest worden? Waarom moest Merle bij het schisisteam ‘happen’ terwijl dat medisch gezien niet noodzakelijk en voor haar ronduit onwenselijk was? Waarom schreef de kinderarts haar standaard te veel en te zware voeding voor, ondanks onze uitleg over het dagelijkse projectielbraken? Waarom mocht er toch iedere keer eerst een AIOS, dan een AIOS, gevolgd door een staflid en uiteindelijk een anesthesist talloze keren proberen een infuus te prikken als Merle weer een status epilepticus had?

Ik kan me voorstellen dat shared decision making voor zorgverleners spannend kan zijn. Want het kan betekenen dat je beleid anders wordt, dan wat je normaal zou doen. Dat je in een individueel geval toch afwijkt van wat evidence based de beste oplossing blijkt te zijn. Dat je betrouwbare studies met een grote onderzoekspopulatie negeert en afgaat op een succesverhaal uit een Facebookgroep voor kinderen met dat ene specifieke syndroom. Wat als het mis gaat? Kun je je handelen dan nog verantwoorden? Die medische verantwoordelijk is een zware last.

Ook voor ouders is deze gedeelde verantwoordelijkheid geen lichte keuze. Het vergt van je, dat je je inleest. Je moet vertrouwd raken met medische terminologie en merk- én stofnamen van medicatie. Pubmed wordt je nieuwe Google en je interpreteert moeiteloos de verschillende parameters op de hartbewakingsmonitor. Dat moet je maar kunnen. En willen. Want als je je gaat bemoeien met de inhoudelijke zorg, heb je misschien minder tijd voor die knuffel of aai over een bolletje. En dat heeft je kind in het ziekenhuis juist extra nodig.

Waarom ben ik dan toch zo’n voorstander van samen beslissen? Om dat ik gemerkt heb (n=1) dat de beste beslissingen voor Merle, genomen werden na uitgebreid overleg. Neem de diëtiste die samen met mij een verantwoord én beter verteerbaar dieet bedacht, waardoor Merle stopte met spugen en ‘ineens’ kleine stapjes vooruit maakte bij fysiotherapie. Of de kinderarts, die na een opsomming van fouten bij opnames en operaties aanbood om als casemanager te fungeren, waardoor alles veel makkelijker verliep. Denk aan de neuroloog die niet het eerste keuze anti-epilepticum voorschreef, toen ik vertelde dat Merles vrienden in Amerika hier slecht op reageerden. Al deze beslissingen hebben de kwaliteit van leven van Merle verhoogt. En volgens mij is dát precies waar het om moet gaan. Want er zal geen enkele zorgverlener of ouder zijn, die dat niet bovenaan het prioriteitenlijstje heeft staan.

Mama Ilse

Ilse Ooms (1980) is de moeder van Merle. Merle werd in 2010 geboren met een zeldzame chromosoomafwijking waardoor zij meervoudig beperkt was. In 2013 overleed zij aan de gevolgen van een longontsteking. Ilse schreef een boek ‘Bikkeltje’ om hun verhaal te kunnen delen en hoopt zorgverleners te inspireren om dingen soms nét even anders te doen, met oog voor het individuele kind en gezin. Bikkeltje is te koop bij (online) boekwinkels en op www.bikkeltje.nl.De opbrengst van het boek gaat naar stichting ZeldSamen (voormalig VG Netwerken).

Vereniging Nee-eten! presenteert Praatplaat ‘Sondevoeding bij kinderen’

Praten bij sondevoeding? Jazeker, het is juist belangrijk dat ouders en zorgverleners met elkaar praten als er sprake is van sondevoeding bij het kind. Ouders weten vaak niet dat er verschillende momenten zijn waar je samen met de zorgverlener kan beslissen over de sondevoeding van je kind. Vereniging Nee-eten! kreeg vaak terug dat ouders zich ‘overvallen’ voelden en dat de sondevoeding hen overkwam.

Vereniging Nee-eten! heeft daarom samen met onderzoeksbureau Curias een praatplaat ontwikkeld voor ouders van een kind met sondevoeding. De praatplaat geeft ouders een handig overzicht van belangrijke bespreekpunten met de zorgverlener op het moment dat deze over wil gaan op sondevoeding.

Soms is sondevoeding acuut nodig, bijvoorbeeld als je kind te vroeg geboren is en het zelf niet kan eten of drinken. Als er geen acute situatie is, is het voor ouders van belang om te weten of er alternatieven voor de sondevoeding zijn. Ouders willen immers het liefst zien dat hun kind zelf eet of drinkt. In zowel acute als niet acute situaties is het belangrijk dat ouders weten wat het doel van de sondevoeding is, waarom sondevoeding nodig is, en hoelang sondevoeding mogelijk gaat duren. Het afbouwen van sondevoeding is een aandachtspunt voor elke ouder. De praatplaat geeft ouders een handvat voor het gesprek met de zorgverlener zodat zij samen kunnen beslissen over de verschillende mogelijkheden rond sondevoeding voor hun kind.

Het geven van voeding via een sonde heeft namelijk altijd impact op het kind. Maar ook voor ouders en het gezin. Het is goed om te weten wat die gevolgen kunnen zijn en hoe je mogelijke problemen kunt voorkomen of beperken.

Mocht je als ouder hulp wensen dan geeft de praatplaat handige tips. Vereniging Nee-eten kan ouders in contact brengen met andere ouders die ervaring hebben met een kind dat sondevoeding heeft gehad. Vereniging Nee-eten! kan ouders ook de weg wijzen naar gespecialiseerde zorgverleners.

De praatplaat is tot stand gekomen met medewerking van ouders en een aantal betrokken zorgverleners.

De praatplaat is in de vorm van een digitale interactieve infographic vormgegeven en ontwikkeld dankzij subsidie van het ZorgInstituut Nederland.

Klik op de afbeelding voor weergave van de praatplaat als PDF-bestand.

Bron: Vereniging Nee-eten!

Richtlijnen, zorgstandaarden en kwaliteitskaders

Inbreng patiëntenperspectief

De kwaliteit van de medische zorg wordt onder meer geregeld in richtlijnen, zorgstandaarden en kwaliteitskaders. Als patiëntenorganisatie is Stichting Kind en Ziekenhuis jaarlijks bij zeker dertig van deze kwaliteitsstandaarden betrokken.

In een kwaliteitsstandaard* staan aanbevelingen voor zorgprofessionals over hoe zij goede zorg kunnen verlenen die aansluit op de zorgvraag van patiënten. Naast wetenschappelijk onderzoek worden kennis, ervaringen en voorkeuren van zorgprofessionals en patiënten in  de kwaliteitsstandaarden meegenomen.

De inbreng van Kind & Ziekenhuis is belangrijk voor goede zorg vanuit het oogpunt van kind en gezin. Zonder inbreng namens patiënten zouden richtlijnen meer uitgaan van wat medisch het best is, terwijl bij patiënten ook de kwaliteit van leven sterk meeweegt. Bij aandoeningen zoals diabetes of darmziekten kunnen specifieke patiëntenorganisaties hun kennis inbrengen, maar voor algemene onderwerpen zoals amandelen knippen, anesthesie voor kinderen, pediatrisch delier en algemene kinderchirurgie is Kind & Ziekenhuis de aangewezen organisatie om het perspectief van kind en gezin te vertegenwoordigen. We steunen op meer dan veertig jaar kennis en ervaring en vragen voortdurend in focusgroepen en vragenlijsten naar ervaringen van ouders en kinderen.

Kinderen

Kind & Ziekenhuis vindt het belangrijk dat kinderen als een aparte categorie patiënten wordt gezien, met andere behoeften dan volwassenen. We stimuleren dat zorgprofessionals samen met kind en gezin beslissingen nemen over behandelingen en ingrepen, dat de zorg zoveel mogelijk gebeurt in de eigen omgeving van kind en gezin en dat de zorg aansluit bij hun dagindeling. Misschien kan het kind thuis verzorgd worden, kan de huisarts zorg leveren, of is het mogelijk om een consult te doen via videobellen. In dat laatste geval hoeft het kind geen school te verzuimen en hoeven ouders niet vrij te nemen. Dat is belangrijk voor de kwaliteit van leven van kind en gezin, maar zorgprofessionals staan er niet altijd bij stil.

Informatie

Een belangrijk aandachtpunt voor Kind & Ziekenhuis is ook dat kinderen en jongeren begrijpelijke en volledige informatie krijgen. Op de site kindenziek.nl staat daarom patiënteninformatie voor kinderen en ouders over onder meer koorts, constitutioneel eczeem en buikpijn. Samen met zorgprofessionals hebben we ook consultkaarten gemaakt voor bijvoorbeeld het plaatsen van een buisje in het trommelvlies en het verwijderen van de keelamandelen bij kinderen onder de zestien jaar. De consultkaarten helpen ouders om samen met hun kind en de KNO-arts afgewogen beslissingen te nemen over ingrepen en behandelingen. Het is een voorbeeld van een van de middelen waarmee we stimuleren dat de zorg veel meer draait om de wensen en doelen van de patiënt.

* Kwaliteitstandaard is een verzamelnaam voor onder meer richtlijnen, zorgstandaarden
en generieke modules.

Riet Strik kinderverpleegkundige Family Integrated Care 2018

Riet Strik kinderverpleegkundige 2018Drie fantastische kinderverpleegkundigen zijn genomineerd als kinderverpleegkundige Family Integrated Care 2018, en toch kon de jury van Kind & Ziekenhuis er maar een kiezen: Riet Strik-Albers, verpleegkundig specialist kinderinfectieziekten/immunologie bij Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen. “Het is een grote eer dat ik gekozen ben, vooral omdat ouders en kinderen het initiatief genomen hebben.”

Riet Strik-Albers begint met te benadrukken dat ze gewoon doet wat ze denkt dat het best is. “En ik doe dat niet in mijn eentje. We zitten met ons team echt op één lijn, van ouders hoor ik dat ze dat ook zo ervaren.” Bij Family Integrated Care draait het om ‘kind en gezin centraal’, ‘eigen regie’ en ‘samen beslissen’. Hoe werkt dat bij Strik-Albers? “Bij ons komen veel kinderen met een levenslange aandoening zoals een aangeboren afweerstoornis, hiv en andere infectieziekten. We leggen altijd zo goed mogelijk uit wat het gezondheidsprobleem is, zodat kind en ouders het werkelijk begrijpen en kunnen meedenken. We overleggen ook altijd hoe vaak we contact hebben met kind en ouders, en of ze willen bellen of langskomen. Binnen de mogelijkheden sluiten we aan bij waar kind en ouders zich prettig bij voelen. Als er iets te kiezen valt, laten we ze meebeslissen.”

Infuus

Veel kinderen op de afdeling Kinderinfectieziekten & immunologie krijgen wekelijks of maandelijks een infuus. Strik-Albers: “Dat kan op verschillende manieren ingebracht worden: onder de huid of in een ader. We leggen uit wat de verschillen zijn en laten kinderen zoveel mogelijk zelf kiezen. Als ze dat willen, mogen ze leren hoe ze bij zichzelf het infuus kunnen inbrengen. Ze beginnen daarmee op de dagbehandeling, daarna leert de thuiszorg ze om het thuis te doen. Sommige kinderen prikken zichzelf. Voor kinderen is het heel belangrijk dat ze de baas over hun lichaam en medicatie zijn. Ze willen niet afhankelijk zijn van hun ouders of een zorgprofessional.”

‘Wat wil je de volgende keer, zullen we bellen of wil je langskomen?’

Tussen de afspraken door kunnen kind en ouders altijd contact opnemen via mijnRadboud, een beveiligde digitale omgeving. Strik-Albers: “Kind en ouders kunnen bloeduitslagen inzien en alle brieven die we schrijven naar andere zorgverleners. Ze kunnen met korte lijntjes afspraken maken, mogen altijd mailen als ze iets willen weten, en ze kunnen vragen of ik bel. Vooral moeders maken daar gebruik van, maar ik probeer te stimuleren dat kinderen zelf ook het initiatief nemen. Kinderen hebben soms eenvoudige vragen waar ze wel heel erg mee zitten. Je kunt ze geruststellen door snel te antwoorden. Dat proberen we altijd te doen.”

Zelfstandig

Kritische vragen van kind en ouders zijn niet alleen welkom, maar ook belangrijk, zegt Strik-Albers. “Vandaar dat we kinderen vanaf twaalf jaar stimuleren om na te denken, vragen te stellen en zelfstandig (een deel van het) consult te doen zonder ouders. We laten ze jaarlijks een vragenlijst invullen om te controleren wat ze weten over hun aandoening, wat ze moeten doen als ze ziek zijn, welke medicijnen ze nemen en of ze weten wat de bijwerkingen zijn. Dat bespreken we tijdens het consult. Op die manier kunnen we ze deskundiger maken, zodat ze tegen de tijd dat ze achttien zijn zelfstandig naar de volwassenenafdeling kunnen.”

Strik-Albers en haar collega’s hebben ook aandacht voor thuis en school. “Sommige van onze kinderen zijn ontzettend moe, het leren kost ze veel energie. Als ze op school niet genoeg aandacht voor hun probleem krijgen, zeggen we altijd dat de mentor ons mag bellen, en we spreken af met de kinderen wat we met de mentor mogen bespreken over hun aandoening. Wij kunnen dan met de mentor en kinderen meedenken over de mogelijke oplossingen. Onze educatieve voorziening kunnen hier ook een rol in spelen.
Als kinderen ver weg wonen, proberen we ook goed contact met het ziekenhuis in hun omgeving te hebben, zodat ze niet steeds naar Nijmegen hoeven te reizen. We kijken altijd samen met kind en ouders naar de impact van de ziekte op hun leven en proberen zo goed mogelijk te ondersteunen.”

Heleen Schoone

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis

Waarom bestaan wij eigenlijk als Stichting Kind en Ziekenhuis?

De patiënt centraal, samen beslissen, eigen regie, zelfmanagement, de juiste zorg op de juiste plek, participatie, kinderparticipatie, gelijkwaardige partners, uitkomstgestuurde zorg, kwaliteit van leven… zomaar een rij termen in de zorg met als gemene deler dat zorggebruikers als uitgangspunt worden genomen en als gelijkwaardige personen in het zorgproces worden gezien.

Al ruim veertig jaar werkt Stichting Kind en Ziekenhuis eraan dat kinderen en hun gezinnen zich gehoord en gelijkwaardig voelen in de medische zorg in het ziekenhuis, maar ook thuis en elders. We zorgen ervoor dat de zorg wordt bedacht en uitgevoerd met kind en gezin als uitgangspunt. Hierin zien we dat we grote sprongen vooruit gemaakt hebben. Kinderen worden beter gezien, praten en beslissen steeds meer mee, ouders doen vaker mee en zijn aanwezig. Zorgprofessionals, zorgorganisaties, beroepsgroepen en de overheid vinden het belangrijk en betrekken steeds vaker (vertegenwoordigers van) zorggebruikers, oftewel de klant, al vanaf het begin.

Is ons werk nu klaar? Zijn we tevreden over hoe kind- en gezinsgericht de zorg in Nederland nu is en de positie van kind en gezin in de zorg? Nee, helaas nog niet. Sterker nog: wij zien een ontwikkeling die ons zorgen baart. Steeds meer zorgorganisaties en zorgprofessionals geven aan dat ze het nu zelf wel kunnen en ze hebben hun eigen patiënttevredenheidsonderzoek en registratie. Keurmerken en kwaliteitsstempels van patiëntenorganisaties vinden ze lastig. Ze zien de meerwaarde niet meer.

Steeds meer zorgorganisaties en zorgprofessionals geven aan dat ze het nu zelf wel kunnen en ze hebben hun eigen patiënttevredenheidsonderzoek en registratie.

Dat baart Kind & Ziekenhuis zorgen. Wij geloven in samenwerken. Zorgprofessionals hebben een uniek perspectief en wij, als kinderen en ouders, hebben ook een uniek perspectief. Alleen samen kunnen we de kindgerichte zorg nóg beter maken. En we streven hetzelfde na. Het is ook een eeuwige reis en geen doel of eindbestemming. Steeds moet je als zorgorganisaties opnieuw evalueren hoe je het beste kan samenwerken met de patiënt en zijn omgeving.

Elk commercieel bedrijf stelt zijn klant centraal en betrekt zijn klant. Is de klant niet tevreden? Dan is er geen verkoop en kan het bedrijf niet overleven. In de zorg hebben wij minder voor het kiezen. Je gaat daarheen waar de expertise is en bent afhankelijk van de zorgprofessionals die je moeten helpen om je gezondheid of de gezondheid van je kind te verbeteren. Hoe kritisch durf je dan te zijn als patiënt of ouders van een patiënt? Wij zien dat zelfs mondige ouders en tieners moeite hebben om zelf problemen aan te kaarten. Met je gelijken binnen een organisatie als Kind & Ziekenhuis deel je wel je ‘echte’ ervaringen, zonder jezelf te censureren uit angst. Wij verzamelen collectieve ervaringen in plaats van ervaringen van één kind en gezin en gebruiken ze om de zorg nóg beter aan te laten sluiten op voelbare kind- en gezinsgerichte zorg in de praktijk die echt uitgaat van wensen en behoeften van kind en gezin.

Laten we het alsjeblieft samen blijven doen! Laten we alsjeblieft onze unieke perspectieven blijven samenbrengen om echt te komen tot zorg met kind en gezin als uitgangspunt. Ten slotte staat er ook in onze Handvesten en artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag dat kinderen het recht hebben om hun mening te geven over zaken die hen aangaan.

Hester Rippen,
Directeur Stichting Kind en Ziekenhuis

Kind & Ziekenhuis werkt mee aan onderzoek Koorts bij kinderen

Wat kun je als ouders doen wanneer een kind koorts heeft, bij welke verschijnselen bel je direct 112 en wanneer mag je rustig afwachten? Het antwoord op die belangrijke vragen is nu te vinden op de site Koorts bij kinderen.

Ouders kunnen zeer ongerust worden als hun kind koorts heeft, vooral als de koorts hoog is. Ze gaan met het kind naar de dokter en steeds vaker ook naar de spoedeisende hulp. Meestal is de oorzaak onschuldig en worden ouders naar huis gestuurd met het advies terug te komen als de situatie verslechtert. Dat werkt niet goed, blijkt uit onderzoek door kinderartsen van Erasmus MC in Rotterdam. Stichting Kind en Ziekenhuis werkte aan het onderzoek mee.

Ouders zijn meestal niet medisch deskundig en krijgen te weinig informatie mee naar huis om de gezondheid van hun kind te kunnen beoordelen. Ze kennen de symptomen van bijvoorbeeld longontsteking, bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking niet en kunnen niet beoordelen of hun kind ernstig ziek is. Bovendien voelen sommige ouders zich in het ziekenhuis niet serieus genomen, waardoor ze een volgende keer misschien te laat medische hulp zoeken. Als een arts niet zegt welke (ernstige) ziekte hun kind in elk geval níet heeft, blijven ouders met vragen zitten en gaan ongerust naar huis.

Artsen kunnen vaker aan ongeruste ouders vragen: ’Waar denkt u zélf aan?’

Die problemen kunnen ondervangen worden door betere voorlichting, is de conclusie van het onderzoek. Op basis van de resultaten is de voorlichtingssite Koorts bij kinderen ontwikkeld. Die kunnen ouders 24 uur per dag en in het weekend raadplegen, dus ook op momenten dat een vertrouwde (huis)arts niet te bereiken is. Want daar hebben ouders, blijkens het onderzoek, behoefte aan. Dankzij de site kunnen ze zich oriënteren en bijvoorbeeld tijdens contact met de weekenddienst duidelijk relevante symptomen aangeven. Daardoor voelen ouders zich rustiger en staan ze sterker in hun schoenen.

Op de site staan korte teksten over onder meer wat koorts is, hoe koorts behandeld kan worden en wat ouders zelf kunnen doen of juist beter kunnen laten. In korte filmpjes wordt bijvoorbeeld uitgelegd wanneer huiduitslag alarmerend is en hoe je dat met een eenvoudige test kunt vaststellen, maar ook hoe kinderen van verschillende leeftijden zich gedragen als ze (erg) ziek zijn. Met behulp van een rood, oranje en groen stoplicht op de homepage kunnen ouders snel beoordelen of de situatie alarmerend is. Er is ook een folder ontwikkeld die ouders mee naar huis krijgen na een bezoek aan het Erasmus MC, omdat uit het onderzoek bleek dat ze zowel digitaal als op papier geïnformeerd willen worden.

Het totale informatiepakket van site en folder is ontwikkeld na kwalitatief onderzoek onder ouders van koortsige kinderen tot vijf jaar, die een bezoek hadden gebracht aan Erasmus MC. In een ‘focusgroepsgesprek’ onder leiding van een van de onderzoekers en een projectmanager van Kind & Ziekenhuis konden ouders vervolgens hun mening over het informatiepakket geven, hun opvattingen en kennis over koorts en antibiotica delen en hun ervaringen in het ziekenhuis nader toelichten. Daarnaast is het informatiepakket in een kwantitatief onderzoek onder 38 ouders geëvalueerd.

Verder lezen: Development and evaluation of a hospital discharge information package to empower parents in caring for a child with a fever, door Van De Maat, J.S. (Josephine S), Van Klink, D. (Daphne), Den Hartogh-Griffioen, A. (Anine), Schmidt-Cnossen, E. (Eva), Rippen, H. (Hester), A.E. Hoek (Amber), Neill, S. (Sarah), M. Lakhanpaul (Monica), H.A. Moll (Henriëtte) en R. Oostenbrink (Rianne).

Informatie en contact: dr. Rianne Oostenbrink en Stichting Kind en Ziekenhuis.

Heleen Schoone

Eigen rubriek | Stichting Kind en Ziekenhuis