Midterm review gepubliceerd: de strategische agenda van de geboortezorgpartijen onder de loep

De midterm review is het resultaat van een intensief traject waarin de geboortezorgpartijen en het College Perinatale zorg (CPZ) de eigen strategische agenda hebben geëvalueerd. Een belangrijk moment, want de helft van de looptijd van de strategische agenda is verstreken.

Veel gebeurd maar nog niet klaar

De geboortezorgzorgpartijen hebben in deze midterm review vastgesteld dat er ontzettend veel is gebeurd in de integrale geboortezorg en dat de geboortezorg met recht een voorloper is op het gebied van netwerkzorg. Maar er is ook vastgesteld dat we er nog niet zijn. In de transitie naar integrale geboortezorg zijn nog niet alle hobbels genomen, ook in de komende jaren gaat het bij de invoering van integrale geboortezorg nog over complexe vraagstukken die integraal en in samenhang moeten worden opgepakt.

Ambitie

De strategische agenda is destijds zeer ambitieus opgesteld. Deze halftijdse evaluatie laat zien dat de agenda voor koers en energie heeft gezorgd, voor voortgang en progressie.

Het evaluatieproces heeft voor hernieuwd elan en eigenaarschap gezorgd, bij alle deelnemende partijen. Vastgesteld is dat een aantal doelen nog niet voor 2023 behaald zullen zijn, ook niet kúnnen zijn, maar ook dat de koers van de agenda houvast geeft om de integrale geboortezorg tot 2023 verder te ontwikkelen en implementeren.

Doelen

In de evaluatie wordt specifiek bij elke ambitie uit de strategische agenda stilgestaan. Deelambities en resultaten worden nauwgezet benoemd. Daarnaast is het review van het belang van preventie, de stem van de cliënt, de lessen van corona en de noodzaak om het thema technologie groter te maken. De complexiteit van het huidige landschap, in samenhang met actuele vraagstukken als capaciteit, slagkracht en organisatie, maken een integraal plan nodig voor het tijdperk vanaf 2023.

Download midterm view

Bron: College Perinatale Zorg

Onbegrepen lichamelijke klachten bij jongeren

Zie mij nu!

Vijftien tot 25 procent van de jongeren heeft last van SOLK, ‘somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten’: buikpijn, hoofdpijn, chronische vermoeidheid, maar ook longontsteking en bijvoorbeeld astma. Ze kunnen jaren ziek zijn, verzuimen school, gaan niet meer met leeftijdgenoten om en krijgen van zorgverleners te horen: het zit tussen je oren want we kunnen geen lichamelijke oorzaak vinden. Het initiatief ‘Zie mij nu’ geeft inzicht in hoe jongeren beter geholpen kunnen worden. Met meer aandacht voor de relatie tussen lichamelijke klachten, emoties en geestelijk welbevinden.

‘Zie mij nu’ bestaat uit een website en vanaf september ook een boek. Je kunt er verhalen en adviezen lezen van jongeren met onbegrepen lichamelijke klachten, hun ouders en zorgprofessionals. Bijvoorbeeld het verhaal van Isabelle, 23 jaar. De studie ging goed, ze kreeg een leuke baan en moest alleen nog even haar masterscriptie schrijven. Ze ontwikkelde heftige pijn in haar handen en armen en kon soms niet eens meer tandenpoetsen. ‘Een zwakke pols’, was de medische conclusie, ‘een verkeerde houding’. Ze kreeg oefeningen en hield een paar weken rust, maar dat hielp niet. Pas toen ze zelf concludeerde dat stress en verdrongen emoties een grote rol speelden, en dat ze altijd bezig was met uitblinken en presteren, lukte het haar om de lichamelijke klachten te overwinnen. Op de site staan veel meer van dit soort verhalen, ook van middelbare scholieren en kinderen van soms niet ouder dan acht jaar. Ze delen een hang naar perfectionisme, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en gevoeligheid voor de mensen om zich heen.

Kinderen en jongeren kunnen (net als volwassenen) SOLK ontwikkelen door de scheiding die in de westerse wereld is aangebracht tussen lichaam en geest, zegt jeugdarts Wico Mulder in een webinar over solk bij jongeren. De nadruk in de samenleving en vooral op scholen ligt op IQ: wetenschap en nadenken. Veel kinderen (en volwassenen) weten daardoor niet goed wat ze voelen en in de gezondheidszorg is geen kennis over de relatie tussen denken en voelen. Er is wel degelijk iets met het kind of de jongere aan de hand, maar ze hebben hun probleem onbewust verpakt en verborgen. De oorzaak kan bijvoorbeeld liggen in gepest worden, schulden, Covid 19, (v)echtscheidingen of agressie. Om de klachten aan te pakken, dienen zorgprofessionals maar ook docenten de klachten serieus te nemen, naar jongeren te luisteren en op zoek te gaan naar de achterliggende oorzaken.

Ervaringsdeskundige Iris: ‘Luister goed en neem de klachten of problemen van de jongere serieus. Kijk of er een oplossing voor te vinden is, of in elk geval of er iets is om het makkelijker te maken voor het kind of de jongere. Denk hierbij niet alleen maar aan de standaard regeltjes, maar maak het echt individueel. Zoek samen naar een oplossing.’

Dat is belangrijk omdat het gaat om veel jongeren, bijna een kwart. Daarom hebben het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Alles is gezondheid, Emovere en Proscoop de handen ineen geslagen en de site www.ziemijnu.nl samengesteld. Op de site staan verhelderende interviews met jongeren, kinderen en ouders, maar ook toelichtingen van zorgprofessionals en informatie wat SOLK is en hoe je kinderen en jongeren met onbegrepen lichamelijke klachten kunt helpen om beter te worden. Zoals ervaringsdeskundigen Luna en Erik het zeggen: ‘Er zou in de medische wereld veel meer naar het gehele individu gekeken moeten worden in plaats van alleen naar de fysieke klacht. Er zou meer gedacht moeten worden in mogelijkheden in plaats van problemen. Dat geldt ook voor opleidingen: denk in mogelijkheden.’

www.ziemijnu.nl (ook voor het boek met ervaringsverhalen)

Stichting Kind en Ziekenhuis door journalist Heleen Schoone

Hester Rippen bestuurslid CPZ

Hester Rippen: ”de zwangere vrouw wil een vloeiend proces ervaren“

Hester Rippen is sinds januari van dit jaar namens de Patiëntenfederatie Nederland bestuurslid van het College Perinatale Zorg (CPZ). Hester is directeur van Stichting Kind en Ziekenhuis, een stichting die in 1977 werd opgericht door 200 ouders. Hun kinderen waren langere tijd in het ziekenhuis opgenomen en hadden daardoor bijna allemaal hechtingsproblemen en gedragsmoeilijkheden. Deze ouders wilden meer te zeggen hebben over de begeleiding en behandeling van hun kind. Sabine van Aken in gesprek met Hester Rippen.

Hoe kunnen we jouw belangrijkste drijfveer definiëren?

“Waar het ons om gaat is dat het belang van het kind niet alleen meegenomen moet worden, nee; het moet het middelpunt van de zorg zijn. Als je kijkt naar het startpunt van Kind & Ziekenhuis is dat heel duidelijk: Tot ver in de jaren zeventig was het niet meer dan normaal dat ouders slechts een uurtje per dag bij hun kind op bezoek konden komen. Ouders stonden buitenspel, terwijl de impact van een ziekenhuisopname op een kind enorm is. Met de oprichting van de stichting is een belangrijke impuls gegeven aan veranderingen. We zijn op zoek gegaan naar voorlopers; artsen en ziekenhuizen waar het anders kon, waar het belang van het kind en de participatie van ouders een grotere rol kon spelen. Langzaam maar zeker werden vorderingen gemaakt.”

Is cliëntparticipatie ook in de geboortezorg goed genoeg verankerd?

“Laat ik voorop stellen dat er gigantische stappen zijn gezet. De eerste en belangrijkste stap is geweest dat de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg is geïmplementeerd. Daarmee is een integraal kwaliteitssysteem róndom de zwangere en haar baby neergezet. 10 jaar geleden was iedereen vooral heel erg bezig met het leveren van een eigen stuk zorg. Terwijl de zwangere vrouw niets liever wil dan een vloeiend proces ervaren. Dat er nu meer en meer integraal wordt gewerkt is voor de cliënt een groot goed.”

Hoe kijk en keek je tegen het CPZ aan?

“Ik ben vanaf het begin betrokken geweest. Het is een lange reis geweest waarin het CPZ ook zoekende is geweest naar haar eigen rol. In het begin stond iedereen tegenover elkaar. Nu is een goede vorm gevonden. Een ondersteunende organisatie als het CPZ is dan van grote toegevoegde waarde als het gaat om de groei richting integraliteit.“

Welke stappen moeten nog gezet worden richting integraal werken?

“De scherpe lijnen tussen de 1e, 2e en 3e lijn moeten vervagen. Het is een puzzel om professionals hierin samen te brengen. De cliënt moet centraal staan. Het zorgproces moet echt ingericht worden vanuit het perspectief van de cliënt in plaats van het perspectief van logistiek en organisatie.”

CPZ brengt – samen met de geboortezorgpartijen – binnenkort de Agenda ‘Cliënt als gelijkwaardig partner’ uit. Terecht?

“Ja, het is een belangrijke mijlpaal. De organisatie en de zorg moeten vooral vanuit het perspectief van de cliënt worden vormgegeven. Het is goed dat de geboortezorgpartijen deze ambities in een strategische agenda vastleggen. Tegelijkertijd realiseer ik me heel goed dat de agenda vooral ook heel erg nódig is. De cliënt centraal en cliëntparticipatie is nog lang niet overal staande praktijk.”

Wij hielden een webinar over de Zorgstandaard waarin verschillende deelnemers via de chat lieten weten dat cliëntparticipatie heel erg moeilijk is. Een moederraad of cliëntenraad komt niet zomaar van de grond: “die zwangere vrouwen hebben wel wat anders aan hun hoofd…”?

“Natuurlijk zijn jonge moeders en zwangere vrouwen druk. Maar mijn ervaring is dat mensen echt wel willen meepraten als het hen aangaat. Je moet het als VSV misschien wel anders vormgeven. Laagdrempelig. Digitaal wellicht. De klassieke vorm van de maandelijkse bijeenkomst in een zaaltje is wellicht niet meer van deze tijd. En zoek vooral ook naar de wederkerigheid.”

Zie je innovaties en veranderingen voor de toekomst?

“Door de Coronacrisis heeft het beeldbellen weer een vlucht genomen. Wij juichen dat toe. Het is efficiënter, goedkoper, dichterbij. Als het proces vanuit de cliënt georganiseerd wordt, is er wellicht nog wel veel meer mogelijk: een afspraak in de avond, of in het weekend. Een gynaecoloog die eenmaal per week naar de verloskundigenpraktijk komt. Bovenal: één zorgdossier. Digitale gegevensuitwisseling staat hoog op mijn wensenlijst… Al met al kan ik concluderen dat het gaat om de zorg róndom de cliënt: dichtbij en efficiënt; daar moeten we met zijn allen naartoe.”

Sabine van Aken

Bron: kennisnetgeboortezorg.nl

Zullen we de mooie dingen uit de coronacrisis behouden?

Bij kinderen maken we ons gelukkig bij een besmetting van het coronavirus minder zorgen omdat een besmetting over het algemeen mild verloopt. Met uitzondering van de risicogroepen. Maar wat als je kind nu wel ziek is of behandeling/onderzoek nodig heeft? Meer dan 50% van de ouders heeft te maken met het uitstellen van afspraken van hun kind in het ziekenhuis. Het overgrote deel geeft aan dat ze zich zorgen maken over de gevolgen van uitstel van zorg. Vrijwel alle ouders van kinderen met een (chronische) aandoening maken zich ook in algemene zin zorgen over hun kind in tijden van corona. Dat blijkt uit
onderzoek dat wij als Kind & Ziekenhuis van 31 maart tot en met 21 april 2020 hebben gehouden onder 750 ouders.

Een grote pluim voor het harde werk om weer toekomst te bieden, vooral aan de zorg! Iedereen ziet het belang van het weer zo snel mogelijk opstarten van de reguliere zorg. Laten we dit echter doen in samenwerking. De coronacrisis heeft vele negatieve gevolgen, maar ook positieve. Waar we al jaren bezig zijn om digitaal patiënten uit te wisselen tussen onder meer ziekenhuizen, kon het nu opeens binnen één week geregeld worden. Waar het videoconsult nog vele obstakels kende, werd het binnen een paar weken overal toegepast. Laten we dit vasthouden!

Zoals wij zo vaak zeggen: kinderen zijn geen kleine volwassenen, zo ook bij het weer opstarten van de zorg en maatschappij. Aanwezigheid van ouders bij medisch handelen is bijvoorbeeld noodzakelijk om zoveel mogelijk angst en stress te voorkomen en ontwikkeling en hechting niet te verstoren. Denk hierbij vooral niet alleen aan zorg in ziekenhuizen en bij huisartsen. Maar juist ook aan alle kinderen die thuis of in verpleegkundige kinder(dag)verblijven zorg krijgen of ergens anders wonen. Solidariteit is ook onderdeel van de corona-aanpak. Elk gezin wil straks weer zoveel mogelijk meedoen. Gezinnen met een kind met zorgbehoefte in quarantaine laten zodat anderen meer bewegingsruimte hebben past niet bij solidariteit. Zullen we daar ook allemaal aan denken?

De samenhorigheid en de zeer snelle samenwerking over de muren van (zorg)organisaties heen van de laatste twee maanden kunnen in mijn ogen het voorbeeld zijn om landelijk als kindzorg een gezamenlijk plan van aanpak te maken. Een plan waarbij in elke regio alle zorg voor kinderen weer beschikbaar komt, er rekening wordt gehouden met wie welke zorg nu aankan. Ontwikkel één screening voor wie waar naartoe kan, één beleid wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing zijn, één informatiefolder voor kind en gezin. Neem de persoonlijke situatie per gezin mee in de volgorde van afspraken. Zet ook vooral de vele mooie digitale toepassingen in om de zorg efficiënter en bijvoorbeeld op afstand te laten plaatsvinden. Maar bovenal: denk vanuit kind en gezin, zet hen in het midden en niet de logistiek en organisatie. Denk over de lijnen en muren heen! Wie pakt mede met ons deze handschoen op?

Hester Rippen
Stichting Kind en Ziekenhuis

Informatie over het coronavirus en kinderen: kindenzorg.nl/coronavirus.

Magazine Kind & Zorg – juni 2020

Optimale begeleiding voor ouders van kinderen met een canule

Het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis heeft in samenwerking met kindergasthuis De Boeg een pilot gedaan voor ouders van kinderen met een canule. Deze pilot heeft al eerder plaatsgevonden voordat het coronavirus uitbrak.

De overgang van de beschermde omgeving van de Intensive Care (IC) afdeling van het ziekenhuis naar de thuissituatie kan voor ouders van kinderen met een canule erg spannend zijn. Om deze overgang te vergemakkelijken werken Radboudumc Amalia kinderziekenhuis en De Boeg samen in een pilot waarin ouders en kind in een rustige omgeving buiten het ziekenhuis optimaal worden voorbereid op het verzorgen van hun kind in de thuissituatie.

Vaak verblijven kinderen met een canule op de IC zonder dat zij de medische zorg van deze afdeling nodig hebben. De canuletraining die noodzakelijk is voor ouders om de zorg voor hun kind in de thuissituatie te kunnen geven kon tot nu toe alleen op deze afdeling gegeven worden. Door de nieuwe samenwerking kunnen kinderen met een canule sneller van de kinder-IC naar De Boeg toe; een kindvriendelijke, huiselijke omgeving waarin ouders en kind kunnen wennen aan hun nieuwe thuissituatie.

Pilot goed verlopen

De pilot om kinderen met een canule de laatste dagen van de opname op te vangen in De Boeg is goed verlopen. Het blijkt dat het voldoet aan de behoefte om een soepele overgang van de ziekenhuissituatie naar de thuissituatie te garanderen waarbij ouders en kind goed worden begeleid voor deze overstap. Een verpleegkundige van de kinder-IC van het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis vergezelt en ondersteunt daar waar gewenst en nodig de ouders, die vanaf dat moment de zorg voor hun kind overnemen. De Boeg biedt hier uitstekende mogelijkheden voor.

Het Radboudumc heeft ons zeer gesteund in onze zorg voor onze dochter en het hele proces. Onze tijd in De Boeg heeft ons zeer geholpen om de verzorging over te nemen en te oefenen met de apparatuur en de gewone praktische alledaagse dingen. Wij zijn erg blij met de mogelijkheid die het Radboudumc ons heeft geboden om aan deze pilot deel te nemen.”

De begeleiding is een leerproces voor zowel de ouders als de verpleegkundigen van de kinder-IC die de ouders begeleiden en vergezellen in deze fase. Dit zorgt voor een extra dimensie aan hun werkzaamheden en levert nieuwe ervaringen en inzichten op voor alle partijen.

Met deze samenwerking wordt tegemoetgekomen aan de wens specialistische zorg dichtbij de patiënt en zijn familie te bieden. Tegelijkertijd worden de kosten voor zorg hiermee beperkt. De pilot is nu nog alleen voor kinderen met een canule. Verwacht wordt dat in een later stadium opgeschaald kan worden naar kinderen met andere aandoeningen.

De Boeg

De Boeg is een bungalow in de mooie bosrijke omgeving van Groesbeek. In De Boeg logeert een ziek kind, tussen de behandelingen in het ziekenhuis door, samen met ouders, broertjes, zusjes of vriendjes. Hier kan een ziek kind weer even gewoon kind zijn. Voor ouders biedt het de mogelijkheid om in een huiselijke omgeving te leren hoe ze zelf de zorg kunnen geven aan hun kind. Uitgangspunt van De Boeg is de zelfstandigheid van het gezin. Er is een team van getrainde vrijwilligers, die in actie komen op verzoek van het gezin. Daarnaast is medische en verpleegkundige zorg dichtbij. Bij de samenwerking met het Radboudumc is er naast de ouders en het zieke kind ook ruimte voor de gespecialiseerde kinderverpleegkundige die het gezin begeleidt naar de thuissituatie.

Resultaten flitspeiling: Ouders bezorgd om uitgestelde en afgezegde afspraken, behandeling of onderzoek in de kindzorg!

Meer dan 50% van de ouders heeft te maken met het uitstellen van afspraken van hun kind in het ziekenhuis. Het overgrote deel van de ouders geeft aan dat ze zich zorgen maken over de gevolgen van uitstel van zorg. Vrijwel alle ouders van kinderen met een (chronische) aandoening maken zich ook in algemene zin zorgen over hun kind in tijden van corona! Dat blijkt uit onderzoek dat Stichting Kind en Ziekenhuis van 31 maart tot en met 21 april 2020 heeft gehouden onder 750 ouders.

In 69% van de gevallen gaf het ziekenhuis niet aan wat de gevolgen van het uitstel voor het kind zullen zijn. Bovendien kreeg meer dan 50% van de ouders geen alternatief aangeboden voor een afspraak in het ziekenhuis zoals een chat, videobellen of telefoongesprek. 40% kreeg dit aanbod wel, daarvan werd door 79% van de ouders gebruik van gemaakt. 74% was positief over de alternatieve afspraak. Bij de huisarts kreeg 30% van de ouders een alternatief aangeboden en maakte 90% daarvan gebruik. Meer dan 80% had hiermee een positieve ervaring.

Sommige ouders konden met hun zieke kind niet bij de huisarts terecht. Soms werd een dringend noodzakelijke ingreep of behandeling niet uitgevoerd, met mogelijke gevolgen voor de toekomst van het kind.

 width=Stichting Kind en Ziekenhuis roept zorgorganisaties en (kinder)artsen op om:

  • Ouders volledig in te lichten over de gevolgen van uitgestelde afspraken voor de gezondheid en toekomst van hun kind.
  • Aan te geven wanneer ouders aan de bel moeten trekken als de gezondheid van hun kind verslechtert.
  • De reguliere zorg zo snel mogelijk te hervatten, met inachtneming van veiligheidsmaatregelen en bieden van alternatieve vormen.
  • Af te wegen of het toch mogelijk is beide ouders bij hun zieke kind te laten zijn, omdat dit cruciaal is voor de ontwikkeling en hechting, vooral bij baby’s. Het vermindert ook de psychosociale impact bij het kind en de ouders.
  • Voldoende beschermingsmiddelen te verstrekken aan hun ouders die thuis voor (ernstig en chronisch) zieke kinderen zorgen, evenals voor het speciaal onderwijs, verpleegkundig kinder(dag)verblijven en wooninstellingen.

Klik hier voor resultaten van het onderzoek

MEER INFORMATIE OVER CORONAVIRUS VOOR DE KINDZORG: kindenzorg.nl/coronavirus

iCAN: een netwerk over zorg en onderzoek vóór en dóór kinderen!

iCAN (International Children’s Advisory Network) is een wereldwijd netwerk waarin groepen kinderen en jongvolwassenen zich samen sterk maken voor de stem van jonge patiënten in zorg en in wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers Laura Postma en Malou Luchtenberg van de Universiteit van Groningen en het UMCG bezochten eind juni het jaarlijkse iCAN congres in Kansas City (Amerika) om meer te leren over het netwerk, de activiteiten die kinderen in andere landen organiseren en hun eigen onderzoek te presenteren. Hieronder vertellen zij over hun ervaringen.

iCanDe week begon met posterpresentaties van de verschillende iCAN-groepen, die ook wel ‘chapters’ worden genoemd. Hierdoor werd meteen duidelijk wat er zo bijzonder was aan dit congres: de kinderen gaven zélf de presentaties. Ze vertelden enthousiast over wat ze bereikt hadden het afgelopen jaar. Sommigen hadden zelf een onderzoek opgezet, anderen hadden activiteiten georganiseerd voor een patiëntengroep of hadden advies gegeven aan onderzoekers om bijvoorbeeld patiënteninformatie voor onderzoek kindvriendelijker te maken.

Laura en Malou kregen de mogelijkheid om een onderzoeksteam uit Groningen te vertegenwoordigen dat onder leiding staat van dr. Els Maeckelberghe (ethicus) en prof.dr.mr. Eduard Verhagen (kinderarts). Laura heeft een poster gepresenteerd over haar onderzoek “Not about us without us!” Attitudes of researchers and children about the involvement of children as co-researchers in pediatric medical research (Nederlands: “Niet over ons, zonder ons!” Meningen van onderzoekers en iCankinderen over het betrekken van kinderen als medeonderzoekers bij medisch onderzoek met kinderen). Hieruit bleek dat onderzoekers kinderen graag medeonderzoekers willen laten zijn, maar dat ze vaak niet weten hoe dat moet omdat het nog maar zo weinig wordt gedaan en onderzoekers er niet in zijn getraind. Het was daarom waardevol om van de deelnemers op het congres te horen dat zowel onderzoekers, ouders als kinderen het goed vonden dat dit onder de aandacht van de artsen en onderzoekers werd gebracht. Als kers op de taart werd de poster verkozen tot de beste poster!

iCan

Malou gaf een workshop met de titel “It actually felt like a was a researcher myself” Involving children in medical research: a VIP (very interactive presentation)! (Nederlands: “Het voelde alsof ik zelf een onderzoeker was” Het betrekken van kinderen bij medisch onderzoek: een interactieve presentatie). Zij deelde ervaringen van kinderen die haar als medeonderzoeker geholpen hebben in het analyseren van interviews. Die interviews gingen over wat jonge patiënten belangrijk vinden als zij meedoen aan wetenschappelijk onderzoek. Daarna was het tijd om met z’n allen aan de slag te gaan. Met een stift in de aanslag liepen zowel kinderen als volwassenen door de zaal om hun stem te laten horen. Zij beantwoordden vragen over hoe zij dachten dat kinderen en volwassenen het beste samen onderzoek kunnen doen. Er werd bijvoorbeeld gevraagd hoe een perfecte onderzoeker eruit zou horen te zien en hoe kinderen het beste beloond kunnen worden als zij helpen als medeonderzoeker. Er werden onderling ervaringen uitgewisseld en we hadden een discussie over de antwoorden die waren opgeschreven. Een workshop die vele ideeën opleverde voor het verbeteren van de samenwerking tussen kinderen en volwassenen in wetenschappelijk onderzoek.

 width=

Al met al was het een bijzondere week waarin we veel geleerd hebben door samen te werken met kinderen, jongvolwassenen en andere onderzoekers vanuit de hele wereld. Het was mooi om te zien hoe een netwerk als iCAN kinderen helpt hun stem te laten horen en wij hopen hier in de toekomst ook een steentje aan bij te kunnen dragen!

Wil je meer weten over onze ervaringen met het betrekken van kinderen als medeonderzoeker in onderzoek? Neem dan gerust contact op via m.l.luchtenberg@umcg.nl.

Soms zijn minder adviezen van meer waarde

Ouders komen met hun 7 weken oude zoontje op de Kinderpoli. Ze maken zich erg zorgen omdat hij veel huilt. Na eerst uitgebreid gezien te zijn door de Kinderarts, worden ze doorverwezen naar mij. Ik werk als Medisch pedagogisch zorgverlener op de Kind- en jongerenafdeling en ik begeleid ouders met onrustige baby’s / huilbaby’s op de Kinderpoli. Ouders vertellen nogmaals hun verhaal, maar geven ook aan opgelucht te zijn dat er medisch gezien niks aan de hand lijkt te zijn.

Dit neemt zeker een groot deel van de ongerustheid weg bij ouders, maar toch blijft dan vaak de vraag; ‘maar waarom huilt onze baby dan zoveel?’ Naast de ongerustheid van ouders merk ik ook een grote onzekerheid. Deze ouders willen er alles aan doen om te zorgen dat hun baby zich prettig in zijn lijfje voelt. Moeder geeft aan dat het haar zo’n hartzeer doet dat ze op zo’n moment niks voor haar zoontje kan doen. Deze gevoelens zijn helemaal begrijpelijk met een baby van nog maar een paar weekjes oud en zeker ook heel herkenbaar voor andere ouders.

Na een intake van een uur en het goed uitvragen naar de huilmomenten, gaven beide ouders aan dat deze huilmomenten zich vooral in de avond afspeelden. Dan was hij ontroostbaar en had hij gebalde vuistjes. Niks was dan meer goed! Ouders wisten dan niet meer wat ze moesten doen. De verdere huilmomenten in de nacht of overdag waren voedings- en/of slaapgerelateerd. De ouders deden het eigenlijk heel erg goed, maar vooral de moeder wist niet hoe ze met die heftige huilmomenten in de avond om kon gaan en ging vervolgens op internet op zoek naar antwoorden. Deze konden haar echter niet gerust stellen, in tegendeel zelfs!

Het liefst geef ik vanuit mijn functie als hulpverlener heel veel tips en adviezen om ouders weer op weg te helpen, maar soms is juist minder meer. Deze ouders hadden juist niet nóg meer goedbedoelde adviezen nodig. Het enige wat ze nodig hadden was ondersteuning en de bevestiging dat ze het allemaal al goed genoeg deden.

Na een week had ik een telefonische afspraak met de moeder, om te vragen hoe de week thuis was verlopen. Er was vooral meer rust en acceptatie vanuit de ouders gekomen, waardoor ze beter om konden gaan met het huilen van hun zoontje. Hun zoontje leek hier ook weer beter op te reageren, aangezien de huilmomenten korter waren geworden (het voelde in ieder geval voor de ouders korter)! Het voelt dan zo ontzettend fijn dat ouders dit op eigen kracht hebben gedaan en dat ze zelf uit die vicieuze cirkel zijn gestapt.

Kim Vervuurt
Medisch pedagogisch zorgverlener en auteur van het boek

PrikkelProofPlan – Zo breng je baby’s van 0 tot 5 maanden die veel huilen tot rust

 

Doe mee met ons onderzoek naar het belang van een kinderafdeling

Bijna iedereen is het er mee eens dat kleine kinderen op een kinderafdeling thuishoren, maar hoe zit dat bij tieners? Of bij jongeren tot 23?

Ben jij een kind dat in het ziekenhuis heeft gelegen? Ben jij een ouder van een kind dat in het ziekenhuis heeft gelegen? Of ben jij een zorgprofessional?

Graag horen wij jouw mening door maximaal 15 minuten van je tijd te vragen! Meedoen? Klik op de link die bij jou past en vul de vragenlijst in, alvast bedankt!

Link kinderen

Link ouders

Link zorgprofessionals

Aandacht en zorg voor psychosociale klachten bij langdurig zieke kinderen

Het TRANSIT project

Bij goede zorg is er niet alleen aandacht voor het lichamelijke, maar ook voor de sociale en emotionele balans van kind en gezin. Daar zijn kinderen en zorgprofessionals het al lang over eens. We weten namelijk dat een kwart van de kinderen met ingrijpende medische aandoeningen sociale en emotionele klachten heeft.

Toch blijken zorgprofessionals en kinderen en hun ouders nog onvoldoende uitgerust om daarover te praten en indien nodig psychosociale zorg (thuis) te organiseren. Het TRANSIT project, een initiatief van het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis en Stichting Kind en Ziekenhuis, wil de aandacht voor psychosociale klachten door ziekte vergroten.

Dorette Jansen-Carton projectleider namens Stichting Kind en Ziekenhuis zegt over TRANSIT: “Het doel is het ontwikkelen van de psychosociale zorg aan kind en gezin.” Dat gaat het Amalia kinderziekenhuis doen op een paar manieren:

Ten eerste door al zodra een kind ziek blijkt, in te schatten of een gezin extra psychosociale ondersteuning nodig heeft. Daarvoor gaan zorgverleners gebruikmaken van De Psycosocial Assesment Tool (PAT)De PAT is een vragenlijst voor ouders. Met behulp van de antwoorden van de ouders kunnen zorgprofessionals risico’s op psychosociale problemen inschatten en bespreken. Ook wil het Amalia kinderen en hun gezinsleden betere informatie geven over mogelijke psychologische en sociale gevolgen van de ziekte.

Verder gaan zorgprofessionals kind en gezin veel uitgebreider vragen: Welke zorgen heb je en wat heb je nodig? Het moet voor zorgprofessionals makkelijker worden om te zien welke doelen het kind en het gezin hebben. Om dat te bereiken wordt binnen Transit gewerkt volgens het Medische Kindzorgsysteem. Een methodiek die zorgt dat de behoeften van het kind en het gezin centraal staan.

In het TRANSIT project, krijgt de zogenaamde Hulpbehoeftescan kind&gezin een plek in het zorgproces. Met behulp van een vragenlijst brengen kind en ouders samen met zorgverleners in kaart welke zorg zij nodig hebben. Op lichamelijk én op psychosociaal vlak (4 kinderleefdomeinen).

Uit de hulpbehoeftescan kind&gezin kan bijvoorbeeld komen dat een kind erg angstig is. Dat hij het lastig vindt dat hij veel school heeft moeten missen, of dat hij het moeilijk vindt om zijn grenzen aan te geven.

De psychosociale doelen die uit de hulpbehoeftescan kind&gezin komen worden samen met de medische doelen opgenomen in het zorgplan kind&gezin. Een doel zou in dit geval kunnen zijn: “Ik kan mijn grenzen aangeven. Mijn leraren, vrienden en vriendinnen weten wat ik door mijn ziekte wel en niet kan.”

Met dit plan werken zorgprofessionals thuis en in het ziekenhuis. Er staat in welke ondersteuning het gezin nodig heeft, wie verantwoordelijk is voor het behalen van de doelen en met wie en wanneer er geëvalueerd wordt. Het moet een samenwerking worden waarbij iedereen zijn of haar eigen waardevolle inbreng geeft.

Tot slot wordt er een digitaal platform ingericht dat de communicatie tussen kind, gezin en zorgprofessionals moet vergemakkelijken. Het gezin beheert zelf de toegang tot de omgeving en kunnen zorgprofessionals uitnodigen om deel te nemen. Via het platform krijgen kinderen en ouders ook informatie over de mogelijke psychosociale gevolgen van het ziek zijn.

Samen moeten deze instrumenten zorgen voor een nieuwe manier van samenwerken tussen zorgverleners, kind en gezin zodat er meer aandacht en zorg is voor kinderen en gezinnen die door ziekte uit balans zijn.

Informatie project Transit: Dorette Jansen

  • Looptijd: 2018-2019
  • Deelnemende partijen: de gemeenten Regio Nijmegen, Coöperatie VGZ, entrea lindenhout, de vrijgevestigdejeugd GGZ Nijmegen, Karakter, Propersona, GGD Gelderland-Zuid, Kinderthuiszorg, Amalia Kinderziekenhuis en Stichting Kind en Ziekenhuis,
  • Mede mogelijk gemaakt door het ZorgInstituut Nederland (ZIN)