Ouders gezocht voor een online groepsgesprek: over jouw ervaringen tijdens medische (be)handelingen bij jouw kind

Stichting Kind en Ziekenhuis bevordert al bijna 45 jaar kind- en gezinsgerichte medische zorg. Wij zijn op zoek naar ouders die willen deelnemen in een groepsgrespek voor een onderzoek naar de rol van ouders tijdens (be)handelingen in de medische kindzorg. Om medische kindzorg nóg beter te maken.

Waarom dit groepsgesprek?

Met dit groepsgesprek willen wij met jou in gesprek. Door middel van een groepsgesprek willen wij inzicht krijgen in hoe de rol van ouders tijdens medische (be)handelingen kan helpen bij het verminderen van angst, stress, pijn en dwang bij het kind. Jouw mening is daarom voor ons van groot belang!

Hoe?

In een groep met 4/5 ouders praten we online (via ZOOM) met elkaar over verschillende vragen en discussieonderwerpen. Het doel hiervan is om zoveel mogelijk verschillende perspectieven, ervaringen en adviezen van ouders in beeld te brengen. Zo kunnen wij bijdragen aan het verbeteren van medische kindzorg. Wat voor ouderlijke rol helpt voor jouw kind tijdens medische (be)handelingen? Wat werkt juist helemaal niet? Wat voor ideeën en adviezen heb jij over de rol van ouders tijdens deze medische (be)handelingen?

Wanneer?

Het groepsgesprek zal worden ingepland op: 

Dinsdag 12 april van 19:00 – 20:30 uur

en

Dinsdag 19 april van 19:00 – 20:30 uur

Je doet aan één groepsgesprek mee. Ter vergoeding ontvang je een VVV-bon van 25 euro bij deelname. 

Aanmelden?

Wil je meedoen? Meld je dan aan via deze link!

Vergeet tijdens het aanmelden niet de vragenlijst in te vullen. Binnen een paar werkdagen ontvang je een bevestigingsmail van ons.

Meer informatie over Kind & Ziekenhuis? Kijk op kindenziekenhuis.nl

Voor vragen kun je ook contact opnemen met Kind & Ziekenhuis via projectmanager@kindenziekenhuis.nl of (085) 020 12 65.

Geboortezorg: Meer aandacht voor leefstijl en sociale omstandigheden

Er is in de geboortezorg meer aandacht nodig voor leefstijl en sociale omstandigheden van gezinnen. Dat was de belangrijkste uitkomst van het in december 2020 verschenen RIVM-onderzoek Beter weten, een beter begin naar de stagnerende daling van de babysterfte in Nederland. Overgewicht, obesitas en sociaaleconomische factoren zijn de belangrijkste risicofactoren voor sterfte rond de geboorte.

Aanleiding voor het onderzoek waren de verontrustende cijfers van de afgelopen jaren over de babysterfte in Nederland. Terwijl het aantal pasgeborenen dat rond de geboorte overlijdt in het afgelopen decennium sterk daalde, stagneerde deze trend vanaf 2015. De laatste jaren is er zelfs weer sprake van een lichte stijging.

Die toename is verontrustend, omdat de geboortezorgpartijen (onder meer de verenigingen van gynaecologen, verloskundigen en kinderartsen) sinds 2009 intensief met elkaar en met de overheid samenwerken om de babysterfte in Nederland terug te dringen. Destijds bleek het Nederlandse cijfer veel hoger te liggen dan dat in andere westerse landen. Het RIVM-rapport markeert daarom een belangrijk moment in de geboortezorg, hoewel het door de coronacrisis weinig aandacht kreeg in de media.

Het kabinet vroeg het RIVM uit te zoeken wat de oorzaken zijn van de stagnerende daling en recente stijging. De verandering in de cijfers blijkt niet zozeer te maken te hebben met kenmerken van de moeder en de geboortezorg, vond het RIVM uit, zoals leeftijd van de moeder, inleidingen tijdens de bevalling, de overdracht naar de het ziekenhuis of het uur van de geboorte. Deze risicofactoren namen in de afgelopen jaren niet in belang toe.

Leefstijl en afkomst

Anders blijkt dat te liggen als het gaat om risicofactoren rond leefstijl en afkomst. Zo stijgt in Nederland het aantal vrouwen tussen de 25 en 45 jaar met overgewicht en obesitas. Ook neemt het aantal geboortes toe in de groep vrouwen van Aziatische en Afrikaanse herkomst, waaronder asielzoekers en statushouders. Ook stelde het RIVM vast dat sociaal-economische factoren nog steeds een belangrijke rol spelen. Er is sprake van een hogere babysterfte in achterstandswijken in grote steden, maar ook in krimpregio’s. Onder meer armoede, taalachterstand en laaggeletterdheid zijn van invloed.

De geboortezorgpartijen gaan het rapport gebruiken als een belangrijke impuls voor kwaliteitsverbetering en verbreding van de ingezette koers. Ze gaan aan de slag met de verbetervoorstellen, zoals meer samenwerken met organisaties in het sociale domein. Dit jaar komen ze gezamenlijk met een verdere uitwerking. Daarin nemen ze ook mee de resultaten van de midterm review van de strategische agenda van de geboortezorg en de resultaten van de evaluatie van de Zorgstandaard (zie kennisnetgeboortezorg.nl).

College perinatale zorg

Het College Perinatale Zorg (CPZ), het orgaan waarin de geboortezorgpartijen  samenwerken, stelde in december 2020 al dat verbreding naar het sociale domein inderdaad prioriteit moet krijgen. Hester Rippen, directeur van Kind & Ziekenhuis, heeft namens de Patiëntenfederatie zitting in het bestuur van het CPZ. In het bestuur vertegenwoordigt zij het perspectief van kind en ouders en bevordert ze kind- en gezinsgerichte zorg rond de geboorte.

Magazine Kind & Zorg | Juni 2021

PREM Kindzorg: ervaringsvragen die aansluiten bij de beleving van ouders en kind

Branchevereniging Integrale KindZorg en Stichting Kind en Ziekenhuis zijn verheugd dat vanaf 1 juni 2021 de PREM Kindzorg officieel in gebruik genomen kan worden en hiermee recht doet aan de zorg voor kinderen die verpleging en verzorging nodig hebben. Deze vragenlijst is afgeleid van de PREM (Patient Reported Experience Measures) Wijkverpleging. Deze is ontwikkeld door de stuurgroep Kwaliteitskader Wijkverpleging en vanaf 2019 verplicht voor alle zorgaanbieders die zorg leveren in de vorm van verpleging en persoonlijke verzorging die thuis geleverd wordt (gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw)).

Een PREM vragenlijst is een vragenlijst voor de cliënt. Hij vraagt naar de ervaringen met het zorgproces. De relatie tussen zorgverlener en cliënt staat centraal. In de vragenlijst is ook een aanbevelingsvraag opgenomen en een open vraag die complimenten en verbeterpunten van de cliënten inventariseert. De ervaringsvragen gaan onder meer over samenwerking, bejegening, afspraken en ervaren deskundigheid. De PREM Wijkverpleging is een korte vragenlijst en vervangt de CQ-Index voor de Thuiszorg.

Wijkverpleging gaat uit van volwassen zorg

De PREM Wijkverpleging gaat uit van volwassenen zorg en blijkt op meerdere vlakken niet aan te sluiten bij verschillende vormen van kinderverpleegkundige zorg. In 2020 is de PREM Kindzorg samen met Branchevereniging Integrale KindZorg, Stichting Kind en Ziekenhuis en de stuurgroep Kwaliteitskader Wijkverpleging ontwikkeld in samenwerking met andere gezinsvertegenwoordigers en beroepsorganisaties. Het doel bij deze samenwerking was altijd om met minimale wijzigingen van de PREM Wijkverpleging een geschikte vragenlijst te ontwikkelen voor de PREM Kindzorg. Op die manier blijft het in verbinding met de wijkverpleging.

De PREM Kindzorg sluit aan bij de beleving van ouders en kind en gaat uit van zorg in de eigen omgeving van het kind thuis, op een verpleegkundig kinderdagverblijf of een verpleegkundig Kinderzorghuis.

Bekijk de PREM Kindzorg

Midterm review gepubliceerd: de strategische agenda van de geboortezorgpartijen onder de loep

De midterm review is het resultaat van een intensief traject waarin de geboortezorgpartijen en het College Perinatale zorg (CPZ) de eigen strategische agenda hebben geëvalueerd. Een belangrijk moment, want de helft van de looptijd van de strategische agenda is verstreken.

Veel gebeurd maar nog niet klaar

De geboortezorgzorgpartijen hebben in deze midterm review vastgesteld dat er ontzettend veel is gebeurd in de integrale geboortezorg en dat de geboortezorg met recht een voorloper is op het gebied van netwerkzorg. Maar er is ook vastgesteld dat we er nog niet zijn. In de transitie naar integrale geboortezorg zijn nog niet alle hobbels genomen, ook in de komende jaren gaat het bij de invoering van integrale geboortezorg nog over complexe vraagstukken die integraal en in samenhang moeten worden opgepakt.

Ambitie

De strategische agenda is destijds zeer ambitieus opgesteld. Deze halftijdse evaluatie laat zien dat de agenda voor koers en energie heeft gezorgd, voor voortgang en progressie.

Het evaluatieproces heeft voor hernieuwd elan en eigenaarschap gezorgd, bij alle deelnemende partijen. Vastgesteld is dat een aantal doelen nog niet voor 2023 behaald zullen zijn, ook niet kúnnen zijn, maar ook dat de koers van de agenda houvast geeft om de integrale geboortezorg tot 2023 verder te ontwikkelen en implementeren.

Doelen

In de evaluatie wordt specifiek bij elke ambitie uit de strategische agenda stilgestaan. Deelambities en resultaten worden nauwgezet benoemd. Daarnaast is het review van het belang van preventie, de stem van de cliënt, de lessen van corona en de noodzaak om het thema technologie groter te maken. De complexiteit van het huidige landschap, in samenhang met actuele vraagstukken als capaciteit, slagkracht en organisatie, maken een integraal plan nodig voor het tijdperk vanaf 2023.

Download midterm view

Bron: College Perinatale Zorg

Onbegrepen lichamelijke klachten bij jongeren

Zie mij nu!

Vijftien tot 25 procent van de jongeren heeft last van SOLK, ‘somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten’: buikpijn, hoofdpijn, chronische vermoeidheid, maar ook longontsteking en bijvoorbeeld astma. Ze kunnen jaren ziek zijn, verzuimen school, gaan niet meer met leeftijdgenoten om en krijgen van zorgverleners te horen: het zit tussen je oren want we kunnen geen lichamelijke oorzaak vinden. Het initiatief ‘Zie mij nu’ geeft inzicht in hoe jongeren beter geholpen kunnen worden. Met meer aandacht voor de relatie tussen lichamelijke klachten, emoties en geestelijk welbevinden.

‘Zie mij nu’ bestaat uit een website en vanaf september ook een boek. Je kunt er verhalen en adviezen lezen van jongeren met onbegrepen lichamelijke klachten, hun ouders en zorgprofessionals. Bijvoorbeeld het verhaal van Isabelle, 23 jaar. De studie ging goed, ze kreeg een leuke baan en moest alleen nog even haar masterscriptie schrijven. Ze ontwikkelde heftige pijn in haar handen en armen en kon soms niet eens meer tandenpoetsen. ‘Een zwakke pols’, was de medische conclusie, ‘een verkeerde houding’. Ze kreeg oefeningen en hield een paar weken rust, maar dat hielp niet. Pas toen ze zelf concludeerde dat stress en verdrongen emoties een grote rol speelden, en dat ze altijd bezig was met uitblinken en presteren, lukte het haar om de lichamelijke klachten te overwinnen. Op de site staan veel meer van dit soort verhalen, ook van middelbare scholieren en kinderen van soms niet ouder dan acht jaar. Ze delen een hang naar perfectionisme, een groot verantwoordelijkheidsgevoel en gevoeligheid voor de mensen om zich heen.

Kinderen en jongeren kunnen (net als volwassenen) SOLK ontwikkelen door de scheiding die in de westerse wereld is aangebracht tussen lichaam en geest, zegt jeugdarts Wico Mulder in een webinar over solk bij jongeren. De nadruk in de samenleving en vooral op scholen ligt op IQ: wetenschap en nadenken. Veel kinderen (en volwassenen) weten daardoor niet goed wat ze voelen en in de gezondheidszorg is geen kennis over de relatie tussen denken en voelen. Er is wel degelijk iets met het kind of de jongere aan de hand, maar ze hebben hun probleem onbewust verpakt en verborgen. De oorzaak kan bijvoorbeeld liggen in gepest worden, schulden, Covid 19, (v)echtscheidingen of agressie. Om de klachten aan te pakken, dienen zorgprofessionals maar ook docenten de klachten serieus te nemen, naar jongeren te luisteren en op zoek te gaan naar de achterliggende oorzaken.

Ervaringsdeskundige Iris: ‘Luister goed en neem de klachten of problemen van de jongere serieus. Kijk of er een oplossing voor te vinden is, of in elk geval of er iets is om het makkelijker te maken voor het kind of de jongere. Denk hierbij niet alleen maar aan de standaard regeltjes, maar maak het echt individueel. Zoek samen naar een oplossing.’

Dat is belangrijk omdat het gaat om veel jongeren, bijna een kwart. Daarom hebben het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Alles is gezondheid, Emovere en Proscoop de handen ineen geslagen en de site www.ziemijnu.nl samengesteld. Op de site staan verhelderende interviews met jongeren, kinderen en ouders, maar ook toelichtingen van zorgprofessionals en informatie wat SOLK is en hoe je kinderen en jongeren met onbegrepen lichamelijke klachten kunt helpen om beter te worden. Zoals ervaringsdeskundigen Luna en Erik het zeggen: ‘Er zou in de medische wereld veel meer naar het gehele individu gekeken moeten worden in plaats van alleen naar de fysieke klacht. Er zou meer gedacht moeten worden in mogelijkheden in plaats van problemen. Dat geldt ook voor opleidingen: denk in mogelijkheden.’

www.ziemijnu.nl (ook voor het boek met ervaringsverhalen)

Stichting Kind en Ziekenhuis door journalist Heleen Schoone

Hester Rippen bestuurslid CPZ

Hester Rippen: ”de zwangere vrouw wil een vloeiend proces ervaren“

Hester Rippen is sinds januari van dit jaar namens de Patiëntenfederatie Nederland bestuurslid van het College Perinatale Zorg (CPZ). Hester is directeur van Stichting Kind en Ziekenhuis, een stichting die in 1977 werd opgericht door 200 ouders. Hun kinderen waren langere tijd in het ziekenhuis opgenomen en hadden daardoor bijna allemaal hechtingsproblemen en gedragsmoeilijkheden. Deze ouders wilden meer te zeggen hebben over de begeleiding en behandeling van hun kind. Sabine van Aken in gesprek met Hester Rippen.

Hoe kunnen we jouw belangrijkste drijfveer definiëren?

“Waar het ons om gaat is dat het belang van het kind niet alleen meegenomen moet worden, nee; het moet het middelpunt van de zorg zijn. Als je kijkt naar het startpunt van Kind & Ziekenhuis is dat heel duidelijk: Tot ver in de jaren zeventig was het niet meer dan normaal dat ouders slechts een uurtje per dag bij hun kind op bezoek konden komen. Ouders stonden buitenspel, terwijl de impact van een ziekenhuisopname op een kind enorm is. Met de oprichting van de stichting is een belangrijke impuls gegeven aan veranderingen. We zijn op zoek gegaan naar voorlopers; artsen en ziekenhuizen waar het anders kon, waar het belang van het kind en de participatie van ouders een grotere rol kon spelen. Langzaam maar zeker werden vorderingen gemaakt.”

Is cliëntparticipatie ook in de geboortezorg goed genoeg verankerd?

“Laat ik voorop stellen dat er gigantische stappen zijn gezet. De eerste en belangrijkste stap is geweest dat de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg is geïmplementeerd. Daarmee is een integraal kwaliteitssysteem róndom de zwangere en haar baby neergezet. 10 jaar geleden was iedereen vooral heel erg bezig met het leveren van een eigen stuk zorg. Terwijl de zwangere vrouw niets liever wil dan een vloeiend proces ervaren. Dat er nu meer en meer integraal wordt gewerkt is voor de cliënt een groot goed.”

Hoe kijk en keek je tegen het CPZ aan?

“Ik ben vanaf het begin betrokken geweest. Het is een lange reis geweest waarin het CPZ ook zoekende is geweest naar haar eigen rol. In het begin stond iedereen tegenover elkaar. Nu is een goede vorm gevonden. Een ondersteunende organisatie als het CPZ is dan van grote toegevoegde waarde als het gaat om de groei richting integraliteit.“

Welke stappen moeten nog gezet worden richting integraal werken?

“De scherpe lijnen tussen de 1e, 2e en 3e lijn moeten vervagen. Het is een puzzel om professionals hierin samen te brengen. De cliënt moet centraal staan. Het zorgproces moet echt ingericht worden vanuit het perspectief van de cliënt in plaats van het perspectief van logistiek en organisatie.”

CPZ brengt – samen met de geboortezorgpartijen – binnenkort de Agenda ‘Cliënt als gelijkwaardig partner’ uit. Terecht?

“Ja, het is een belangrijke mijlpaal. De organisatie en de zorg moeten vooral vanuit het perspectief van de cliënt worden vormgegeven. Het is goed dat de geboortezorgpartijen deze ambities in een strategische agenda vastleggen. Tegelijkertijd realiseer ik me heel goed dat de agenda vooral ook heel erg nódig is. De cliënt centraal en cliëntparticipatie is nog lang niet overal staande praktijk.”

Wij hielden een webinar over de Zorgstandaard waarin verschillende deelnemers via de chat lieten weten dat cliëntparticipatie heel erg moeilijk is. Een moederraad of cliëntenraad komt niet zomaar van de grond: “die zwangere vrouwen hebben wel wat anders aan hun hoofd…”?

“Natuurlijk zijn jonge moeders en zwangere vrouwen druk. Maar mijn ervaring is dat mensen echt wel willen meepraten als het hen aangaat. Je moet het als VSV misschien wel anders vormgeven. Laagdrempelig. Digitaal wellicht. De klassieke vorm van de maandelijkse bijeenkomst in een zaaltje is wellicht niet meer van deze tijd. En zoek vooral ook naar de wederkerigheid.”

Zie je innovaties en veranderingen voor de toekomst?

“Door de Coronacrisis heeft het beeldbellen weer een vlucht genomen. Wij juichen dat toe. Het is efficiënter, goedkoper, dichterbij. Als het proces vanuit de cliënt georganiseerd wordt, is er wellicht nog wel veel meer mogelijk: een afspraak in de avond, of in het weekend. Een gynaecoloog die eenmaal per week naar de verloskundigenpraktijk komt. Bovenal: één zorgdossier. Digitale gegevensuitwisseling staat hoog op mijn wensenlijst… Al met al kan ik concluderen dat het gaat om de zorg róndom de cliënt: dichtbij en efficiënt; daar moeten we met zijn allen naartoe.”

Sabine van Aken

Bron: kennisnetgeboortezorg.nl

Zullen we de mooie dingen uit de coronacrisis behouden?

Bij kinderen maken we ons gelukkig bij een besmetting van het coronavirus minder zorgen omdat een besmetting over het algemeen mild verloopt. Met uitzondering van de risicogroepen. Maar wat als je kind nu wel ziek is of behandeling/onderzoek nodig heeft? Meer dan 50% van de ouders heeft te maken met het uitstellen van afspraken van hun kind in het ziekenhuis. Het overgrote deel geeft aan dat ze zich zorgen maken over de gevolgen van uitstel van zorg. Vrijwel alle ouders van kinderen met een (chronische) aandoening maken zich ook in algemene zin zorgen over hun kind in tijden van corona. Dat blijkt uit
onderzoek dat wij als Kind & Ziekenhuis van 31 maart tot en met 21 april 2020 hebben gehouden onder 750 ouders.

Een grote pluim voor het harde werk om weer toekomst te bieden, vooral aan de zorg! Iedereen ziet het belang van het weer zo snel mogelijk opstarten van de reguliere zorg. Laten we dit echter doen in samenwerking. De coronacrisis heeft vele negatieve gevolgen, maar ook positieve. Waar we al jaren bezig zijn om digitaal patiënten uit te wisselen tussen onder meer ziekenhuizen, kon het nu opeens binnen één week geregeld worden. Waar het videoconsult nog vele obstakels kende, werd het binnen een paar weken overal toegepast. Laten we dit vasthouden!

Zoals wij zo vaak zeggen: kinderen zijn geen kleine volwassenen, zo ook bij het weer opstarten van de zorg en maatschappij. Aanwezigheid van ouders bij medisch handelen is bijvoorbeeld noodzakelijk om zoveel mogelijk angst en stress te voorkomen en ontwikkeling en hechting niet te verstoren. Denk hierbij vooral niet alleen aan zorg in ziekenhuizen en bij huisartsen. Maar juist ook aan alle kinderen die thuis of in verpleegkundige kinder(dag)verblijven zorg krijgen of ergens anders wonen. Solidariteit is ook onderdeel van de corona-aanpak. Elk gezin wil straks weer zoveel mogelijk meedoen. Gezinnen met een kind met zorgbehoefte in quarantaine laten zodat anderen meer bewegingsruimte hebben past niet bij solidariteit. Zullen we daar ook allemaal aan denken?

De samenhorigheid en de zeer snelle samenwerking over de muren van (zorg)organisaties heen van de laatste twee maanden kunnen in mijn ogen het voorbeeld zijn om landelijk als kindzorg een gezamenlijk plan van aanpak te maken. Een plan waarbij in elke regio alle zorg voor kinderen weer beschikbaar komt, er rekening wordt gehouden met wie welke zorg nu aankan. Ontwikkel één screening voor wie waar naartoe kan, één beleid wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing zijn, één informatiefolder voor kind en gezin. Neem de persoonlijke situatie per gezin mee in de volgorde van afspraken. Zet ook vooral de vele mooie digitale toepassingen in om de zorg efficiënter en bijvoorbeeld op afstand te laten plaatsvinden. Maar bovenal: denk vanuit kind en gezin, zet hen in het midden en niet de logistiek en organisatie. Denk over de lijnen en muren heen! Wie pakt mede met ons deze handschoen op?

Hester Rippen
Stichting Kind en Ziekenhuis

Informatie over het coronavirus en kinderen: kindenzorg.nl/coronavirus.

Magazine Kind & Zorg – juni 2020

Optimale begeleiding voor ouders van kinderen met een canule

Het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis heeft in samenwerking met kindergasthuis De Boeg een pilot gedaan voor ouders van kinderen met een canule. Deze pilot heeft al eerder plaatsgevonden voordat het coronavirus uitbrak.

De overgang van de beschermde omgeving van de Intensive Care (IC) afdeling van het ziekenhuis naar de thuissituatie kan voor ouders van kinderen met een canule erg spannend zijn. Om deze overgang te vergemakkelijken werken Radboudumc Amalia kinderziekenhuis en De Boeg samen in een pilot waarin ouders en kind in een rustige omgeving buiten het ziekenhuis optimaal worden voorbereid op het verzorgen van hun kind in de thuissituatie.

Vaak verblijven kinderen met een canule op de IC zonder dat zij de medische zorg van deze afdeling nodig hebben. De canuletraining die noodzakelijk is voor ouders om de zorg voor hun kind in de thuissituatie te kunnen geven kon tot nu toe alleen op deze afdeling gegeven worden. Door de nieuwe samenwerking kunnen kinderen met een canule sneller van de kinder-IC naar De Boeg toe; een kindvriendelijke, huiselijke omgeving waarin ouders en kind kunnen wennen aan hun nieuwe thuissituatie.

Pilot goed verlopen

De pilot om kinderen met een canule de laatste dagen van de opname op te vangen in De Boeg is goed verlopen. Het blijkt dat het voldoet aan de behoefte om een soepele overgang van de ziekenhuissituatie naar de thuissituatie te garanderen waarbij ouders en kind goed worden begeleid voor deze overstap. Een verpleegkundige van de kinder-IC van het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis vergezelt en ondersteunt daar waar gewenst en nodig de ouders, die vanaf dat moment de zorg voor hun kind overnemen. De Boeg biedt hier uitstekende mogelijkheden voor.

Het Radboudumc heeft ons zeer gesteund in onze zorg voor onze dochter en het hele proces. Onze tijd in De Boeg heeft ons zeer geholpen om de verzorging over te nemen en te oefenen met de apparatuur en de gewone praktische alledaagse dingen. Wij zijn erg blij met de mogelijkheid die het Radboudumc ons heeft geboden om aan deze pilot deel te nemen.”

De begeleiding is een leerproces voor zowel de ouders als de verpleegkundigen van de kinder-IC die de ouders begeleiden en vergezellen in deze fase. Dit zorgt voor een extra dimensie aan hun werkzaamheden en levert nieuwe ervaringen en inzichten op voor alle partijen.

Met deze samenwerking wordt tegemoetgekomen aan de wens specialistische zorg dichtbij de patiënt en zijn familie te bieden. Tegelijkertijd worden de kosten voor zorg hiermee beperkt. De pilot is nu nog alleen voor kinderen met een canule. Verwacht wordt dat in een later stadium opgeschaald kan worden naar kinderen met andere aandoeningen.

De Boeg

De Boeg is een bungalow in de mooie bosrijke omgeving van Groesbeek. In De Boeg logeert een ziek kind, tussen de behandelingen in het ziekenhuis door, samen met ouders, broertjes, zusjes of vriendjes. Hier kan een ziek kind weer even gewoon kind zijn. Voor ouders biedt het de mogelijkheid om in een huiselijke omgeving te leren hoe ze zelf de zorg kunnen geven aan hun kind. Uitgangspunt van De Boeg is de zelfstandigheid van het gezin. Er is een team van getrainde vrijwilligers, die in actie komen op verzoek van het gezin. Daarnaast is medische en verpleegkundige zorg dichtbij. Bij de samenwerking met het Radboudumc is er naast de ouders en het zieke kind ook ruimte voor de gespecialiseerde kinderverpleegkundige die het gezin begeleidt naar de thuissituatie.

Resultaten flitspeiling: Ouders bezorgd om uitgestelde en afgezegde afspraken, behandeling of onderzoek in de kindzorg!

Meer dan 50% van de ouders heeft te maken met het uitstellen van afspraken van hun kind in het ziekenhuis. Het overgrote deel van de ouders geeft aan dat ze zich zorgen maken over de gevolgen van uitstel van zorg. Vrijwel alle ouders van kinderen met een (chronische) aandoening maken zich ook in algemene zin zorgen over hun kind in tijden van corona! Dat blijkt uit onderzoek dat Stichting Kind en Ziekenhuis van 31 maart tot en met 21 april 2020 heeft gehouden onder 750 ouders.

In 69% van de gevallen gaf het ziekenhuis niet aan wat de gevolgen van het uitstel voor het kind zullen zijn. Bovendien kreeg meer dan 50% van de ouders geen alternatief aangeboden voor een afspraak in het ziekenhuis zoals een chat, videobellen of telefoongesprek. 40% kreeg dit aanbod wel, daarvan werd door 79% van de ouders gebruik van gemaakt. 74% was positief over de alternatieve afspraak. Bij de huisarts kreeg 30% van de ouders een alternatief aangeboden en maakte 90% daarvan gebruik. Meer dan 80% had hiermee een positieve ervaring.

Sommige ouders konden met hun zieke kind niet bij de huisarts terecht. Soms werd een dringend noodzakelijke ingreep of behandeling niet uitgevoerd, met mogelijke gevolgen voor de toekomst van het kind.

 width=Stichting Kind en Ziekenhuis roept zorgorganisaties en (kinder)artsen op om:

  • Ouders volledig in te lichten over de gevolgen van uitgestelde afspraken voor de gezondheid en toekomst van hun kind.
  • Aan te geven wanneer ouders aan de bel moeten trekken als de gezondheid van hun kind verslechtert.
  • De reguliere zorg zo snel mogelijk te hervatten, met inachtneming van veiligheidsmaatregelen en bieden van alternatieve vormen.
  • Af te wegen of het toch mogelijk is beide ouders bij hun zieke kind te laten zijn, omdat dit cruciaal is voor de ontwikkeling en hechting, vooral bij baby’s. Het vermindert ook de psychosociale impact bij het kind en de ouders.
  • Voldoende beschermingsmiddelen te verstrekken aan hun ouders die thuis voor (ernstig en chronisch) zieke kinderen zorgen, evenals voor het speciaal onderwijs, verpleegkundig kinder(dag)verblijven en wooninstellingen.

Klik hier voor resultaten van het onderzoek

MEER INFORMATIE OVER CORONAVIRUS VOOR DE KINDZORG: kindenzorg.nl/coronavirus

iCAN: een netwerk over zorg en onderzoek vóór en dóór kinderen!

iCAN (International Children’s Advisory Network) is een wereldwijd netwerk waarin groepen kinderen en jongvolwassenen zich samen sterk maken voor de stem van jonge patiënten in zorg en in wetenschappelijk onderzoek. Onderzoekers Laura Postma en Malou Luchtenberg van de Universiteit van Groningen en het UMCG bezochten eind juni het jaarlijkse iCAN congres in Kansas City (Amerika) om meer te leren over het netwerk, de activiteiten die kinderen in andere landen organiseren en hun eigen onderzoek te presenteren. Hieronder vertellen zij over hun ervaringen.

iCanDe week begon met posterpresentaties van de verschillende iCAN-groepen, die ook wel ‘chapters’ worden genoemd. Hierdoor werd meteen duidelijk wat er zo bijzonder was aan dit congres: de kinderen gaven zélf de presentaties. Ze vertelden enthousiast over wat ze bereikt hadden het afgelopen jaar. Sommigen hadden zelf een onderzoek opgezet, anderen hadden activiteiten georganiseerd voor een patiëntengroep of hadden advies gegeven aan onderzoekers om bijvoorbeeld patiënteninformatie voor onderzoek kindvriendelijker te maken.

Laura en Malou kregen de mogelijkheid om een onderzoeksteam uit Groningen te vertegenwoordigen dat onder leiding staat van dr. Els Maeckelberghe (ethicus) en prof.dr.mr. Eduard Verhagen (kinderarts). Laura heeft een poster gepresenteerd over haar onderzoek “Not about us without us!” Attitudes of researchers and children about the involvement of children as co-researchers in pediatric medical research (Nederlands: “Niet over ons, zonder ons!” Meningen van onderzoekers en iCankinderen over het betrekken van kinderen als medeonderzoekers bij medisch onderzoek met kinderen). Hieruit bleek dat onderzoekers kinderen graag medeonderzoekers willen laten zijn, maar dat ze vaak niet weten hoe dat moet omdat het nog maar zo weinig wordt gedaan en onderzoekers er niet in zijn getraind. Het was daarom waardevol om van de deelnemers op het congres te horen dat zowel onderzoekers, ouders als kinderen het goed vonden dat dit onder de aandacht van de artsen en onderzoekers werd gebracht. Als kers op de taart werd de poster verkozen tot de beste poster!

iCan

Malou gaf een workshop met de titel “It actually felt like a was a researcher myself” Involving children in medical research: a VIP (very interactive presentation)! (Nederlands: “Het voelde alsof ik zelf een onderzoeker was” Het betrekken van kinderen bij medisch onderzoek: een interactieve presentatie). Zij deelde ervaringen van kinderen die haar als medeonderzoeker geholpen hebben in het analyseren van interviews. Die interviews gingen over wat jonge patiënten belangrijk vinden als zij meedoen aan wetenschappelijk onderzoek. Daarna was het tijd om met z’n allen aan de slag te gaan. Met een stift in de aanslag liepen zowel kinderen als volwassenen door de zaal om hun stem te laten horen. Zij beantwoordden vragen over hoe zij dachten dat kinderen en volwassenen het beste samen onderzoek kunnen doen. Er werd bijvoorbeeld gevraagd hoe een perfecte onderzoeker eruit zou horen te zien en hoe kinderen het beste beloond kunnen worden als zij helpen als medeonderzoeker. Er werden onderling ervaringen uitgewisseld en we hadden een discussie over de antwoorden die waren opgeschreven. Een workshop die vele ideeën opleverde voor het verbeteren van de samenwerking tussen kinderen en volwassenen in wetenschappelijk onderzoek.

 width=

Al met al was het een bijzondere week waarin we veel geleerd hebben door samen te werken met kinderen, jongvolwassenen en andere onderzoekers vanuit de hele wereld. Het was mooi om te zien hoe een netwerk als iCAN kinderen helpt hun stem te laten horen en wij hopen hier in de toekomst ook een steentje aan bij te kunnen dragen!

Wil je meer weten over onze ervaringen met het betrekken van kinderen als medeonderzoeker in onderzoek? Neem dan gerust contact op via m.l.luchtenberg@umcg.nl.